Het hout van de wijnstok is voor het vuur: zo gaat het Jeruzalem
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Het woord van Yahweh kwam tot mij:
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en kwam
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֥י
(elay)
tot mij
לֵאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Wat is het hout van de wijnstok?
2„Mensenkind, wat is het hout van de wijnstok meer dan ieder ander hout, de rank die tussen de bomen van het woud is?
בֶּן
(ben)
zoon van
אָדָ֕ם
(adam)
mens
מַה
(ma)
wat
יִּֽהְיֶ֥ה
(yihye)
is
עֵץ
(ets)
hout van
הַגֶּ֖פֶן
(hagefen)
de wijnstok
מִכָּל
(mikal)
boven elk
עֵ֑ץ
(ets)
hout
הַזְּמוֹרָ֕ה
(hazemora)
de rank
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הָיָ֖ה
(haya)
is
בַּעֲצֵ֥י
(baatsei)
onder de bomen van
הַיָּֽעַר
(hayaar)
het woud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֶּפֶן (gefen), ‘wijnstok’, en זְמוֹרָה (zemorah), ‘rank’: de wijnstok wordt gekweekt voor zijn vrucht.
Zijn hout is niet bruikbaar.
Israël wordt vaker een wijnstok genoemd, bijvoorbeeld in Ps. 80:9–16, Jes. 5:1–7 en Hos. 10:1.
Hier is het beeld bedoeld voor Jeruzalem.
De vraag is ook: wat heeft het hout van de wijnstok voor op het hout van de bomen van het woud? Het antwoord volgt in de verzen 3–5: niets.
4Zie, het wordt aan het vuur gegeven als brandstof. Het vuur heeft beide uiteinden verteerd, en het midden is verkoold. Is het dan nog bruikbaar voor werk?
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
לָאֵ֖שׁ
(laesh)
aan het vuur
נִתַּ֣ן
(nitan)
is gegeven
לְאָכְלָ֑ה
(leakhela)
tot brandstof
אֵת֩
(et)
(obj.)
שְׁנֵ֨י
(shenei)
beide
קְצוֹתָ֜יו
(qetsotav)
zijn uiteinden
אָכְלָ֤ה
(akhela)
heeft verteerd
הָאֵשׁ֙
(haesh)
het vuur
וְתוֹכ֣וֹ
(vetokho)
en zijn midden
נָחָ֔ר
(nachar)
is verkoold
הֲיִצְלַ֖ח
(hayitslach)
zal het bruikbaar zijn
לִמְלָאכָֽה
(limlakha)
voor werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִתַּן לְאָכְלָה (natan le’ochlah), ‘gegeven als brandstof’: het hout dat aan het vuur wordt gegeven, wordt verteerd.
נָחָר (nachar), ‘verkoold’: het midden is zwart geworden.
5Zie, toen het nog heel was, werd er niets van gemaakt voor werk. Hoeveel minder kan er nog iets van gemaakt worden voor werk, nu het vuur het heeft verteerd en het verkoold is?
הִנֵּה֙
(hine)
zie
בִּֽהְיוֹת֣וֹ
(bihyoto)
bij zijn zijn
תָמִ֔ים
(tamim)
heel
לֹ֥א
(lo)
niet
יֵֽעָשֶׂ֖ה
(yease)
wordt gemaakt
לִמְלָאכָ֑ה
(limlakha)
voor werk
אַ֣ף
(af)
ook
כִּי
(ki)
hoeveel te meer
אֵ֤שׁ
(esh)
vuur
אֲכָלַ֨תְהוּ֙
(akhalathu)
heeft het verteerd
וַיֵּחָ֔ר
(vayechar)
en het is verkoold
וְנַעֲשָׂ֥ה
(venaasa)
en wordt gemaakt
ע֖וֹד
(od)
nog
לִמְלָאכָֽה
(limlakha)
voor werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַף כִּי (af ki), ‘hoeveel te meer’: hier in de betekenis ‘hoeveel minder’.
Als het hout al niet bruikbaar was toen het nog heel was, is het dat verkoold nog minder.
6Daarom, zo zegt Heer Yahweh: Het hout van de wijnstok onder de bomen van het woud heb Ik aan het vuur gegeven als brandstof. Zo geef Ik de inwoners van Jeruzalem.
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
כֹּ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
עֵץ
(ets)
hout van
הַגֶּ֨פֶן֙
(hagefen)
de wijnstok
בְּעֵ֣ץ
(beets)
onder de bomen van
הַיַּ֔עַר
(hayaar)
het woud
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נְתַתִּ֥יו
(netativ)
Ik heb gegeven
לָאֵ֖שׁ
(laesh)
aan het vuur
לְאָכְלָ֑ה
(leakhela)
tot brandstof
כֵּ֣ן
(ken)
zo
נָתַ֔תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
אֶת
(et)
(obj.)
יֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
inwoners van
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Ezech. 2:4, waar de uitleg bij deze naam staat.
כַּאֲשֶׁר … כֵּן (ka’asher … ken), ‘zoals … zo’: het Hebreeuws is één vergelijkende zin. Wij splitsen haar in twee zinnen: ‘Het hout ... heb Ik aan het vuur gegeven. Zo geef Ik de inwoners van Jeruzalem.’
יוֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִָם (yoshevei Yerushalayim), ‘de inwoners van Jeruzalem’: zij zijn het hout van de wijnstok.
De formule ‘Zo zegt Heer Yahweh’ staat zwart. De woorden erna zijn rood.
7Ik zet Mijn gezicht tegen hen. Uit het vuur zijn zij gekomen, maar het vuur zal hen verteren. Dan zullen jullie weten dat Ik Yahweh ben, wanneer Ik Mijn gezicht tegen hen zet.
וְנָתַתִּ֤י
(venatati)
en Ik zal zetten
אֶת
(et)
(obj.)
פָּנַי֙
(panay)
Mijn gezicht
בָּהֶ֔ם
(bahem)
tegen hen
מֵהָאֵ֣שׁ
(mehaesh)
uit het vuur
יָצָ֔אוּ
(yatsau)
zijn zij gekomen
וְהָאֵ֖שׁ
(vehaesh)
en het vuur
תֹּֽאכְלֵ֑ם
(tokhlem)
zal hen verteren
וִֽידַעְתֶּם֙
(vidatem)
en jullie zullen weten
כִּֽי
(ki)
dat
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּשׂוּמִ֥י
(besumi)
wanneer Ik zet
אֶת
(et)
(obj.)
פָּנַ֖י
(panay)
Mijn gezicht
בָּהֶֽם
(bahem)
tegen hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵהָאֵשׁ יָצָאוּ (min ha’esh yatse’u), ‘uit het vuur zijn zij gekomen’: zij zijn al aan één vuur ontkomen.
Het volgende vuur verteert hen.
De tekst noemt niet om welk vuur het gaat.
שׂוּם פָּנִים (sum panim), ‘het gezicht zetten tegen’: een uitdrukking voor vijandschap. Zie ook Ezech. 14:8.