Elohim Bijbel

Ezechiël 41

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748

De tempel, het hoogheilige en de zijkamers van het huis

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De tempel en het hoogheilige

1Hij bracht mij naar de tempel en mat de pijlers. Zij waren zes el breed aan de ene kant en zes el breed aan de andere kant, de breedte van de tent.
וַיְבִיאֵ֖נִי
(vayvieni)
en hij bracht mij
אֶל
(el)
naar
הַהֵיכָ֑ל
(haheikhal)
de tempel
וַיָּ֣מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
הָאֵילִ֗ים
(haeilim)
de pijlers
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
אַמּ֨וֹת
(amot)
el
רֹ֧חַב
(rochav)
breedte
מִפּ֛וֹ
(mipo)
aan deze kant
וְשֵׁשׁ
(veshesh)
en zes
אַמּֽוֹת
(amot)
el
רֹ֥חַב
(rochav)
breedte
מִפּ֖וֹ
(mipo)
aan gene kant
רֹ֥חַב
(rochav)
breedte van
הָאֹֽהֶל
(haohel)
de tent
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: de grote ruimte van het huis, vóór het hoogheilige.

In 1 Kon. 6–8 heet dit ‘hoofdzaal’.

Hier volgen wij de woordkeuze van Ezechiël (8:16) en vertalen ‘tempel’; het hoogheilige is het achterste vertrek (vers 4).

De voorhal heet ‘voorhal’ (ulam).

אֵילִים (elim), ‘pijlers’: zoals in 40:9. De pijlers van de tempel zijn zes el breed.

הָאֹהֶל (ha’ohel), ‘de tent’: onzeker. Waarschijnlijk wordt de dikte van de muurdelen met de breedte van de tabernakel vergeleken (vergelijk Exod. 26). De betekenis is niet zeker. Sommige oude vertalingen lezen anders.

2De breedte van de ingang was tien el. De zijkanten van de ingang waren vijf el aan de ene kant en vijf el aan de andere kant. Hij mat de lengte van de tempel: veertig el, en de breedte: twintig el.
וְרֹ֣חַב
(verochav)
en breedte van
הַפֶּתַח֮
(hapetach)
de ingang
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
אַמּוֹת֒
(amot)
el
וְכִתְפ֣וֹת
(vekhitfot)
en zijkanten van
הַפֶּ֔תַח
(hapetach)
de ingang
חָמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּוֹת֙
(amot)
el
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan deze kant
וְחָמֵ֥שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
מִפּ֑וֹ
(mipo)
aan gene kant
וַיָּ֤מָד
(vayamad)
en hij mat
אָרְכּוֹ֙
(arko)
haar lengte
אַרְבָּעִ֣ים
(arbaim)
veertig
אַמָּ֔ה
(ama)
el
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De lengte van de tempel (veertig el) en de breedte (twintig el) komen overeen met de hoofdzaal van Salomo (1 Kon. 6:2–3, 17).

Het hoogheilige is twintig bij twintig el (vers 4).

3Hij ging naar binnen en mat de pijler van de ingang: twee el. De ingang was zes el en de breedte van de ingang zeven el.
וּבָ֣א
(uva)
en hij ging
לִפְנִ֔ימָה
(lifnima)
naar binnen
וַיָּ֥מָד
(vayamad)
en hij mat
אֵֽיל
(eil)
pijler van
הַפֶּ֖תַח
(hapetach)
de ingang
שְׁתַּ֣יִם
(shetayim)
twee
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
וְהַפֶּ֨תַח֙
(vehapetach)
en de ingang
שֵׁ֣שׁ
(shesh)
zes
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
וְרֹ֥חַב
(verochav)
en breedte van
הַפֶּ֖תַח
(hapetach)
de ingang
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
אַמּֽוֹת
(amot)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּתַח (petach), ‘ingang’: de ingang van het hoogheilige.

Het Hebreeuws is kort: ‘de ingang: zes el, en de breedte van de ingang: zeven el’.

De maten kunnen hoogte en breedte of de breedte van de ingang met de muur betekenen.

Wij vertalen letterlijk.

4Hij mat de lengte: twintig el, en de breedte: twintig el, tegenover de tempel. Hij zei tot mij: „Dit is het hoogheilige.”
וַיָּ֨מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
אָרְכּ֜וֹ
(arko)
haar lengte
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
twintig
אַמָּ֗ה
(ama)
el
וְרֹ֛חַב
(verochav)
en breedte
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֣י
(penei)
voorkant van
הַֽהֵיכָ֑ל
(haheikhal)
de tempel
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלַ֔י
(elay)
tot mij
זֶ֖ה
(ze)
dit
קֹ֥דֶשׁ
(qodesh)
heiligdom van
הַקֳּדָשִֽׁים
(haqodashim)
de heiligdommen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqqodashim), ‘het hoogheilige’: het binnenste vertrek van de tempel, zoals in Exod. 26:33 en 1 Kon. 6:16.

De zijkamers rondom het huis

5Hij mat de muur van het huis: zes el. De breedte van de zijkamers rondom het huis was vier el.
וַיָּ֥מָד
(vayamad)
en hij mat
קִֽיר
(qir)
muur van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
שֵׁ֣שׁ
(shesh)
zes
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
וְרֹ֣חַב
(verochav)
en breedte van
הַצֵּלָע֩
(hatsela)
de zijkamer
אַרְבַּ֨ע
(arba)
vier
אַמּ֜וֹת
(amot)
el
סָבִ֧יב
(saviv)
rondom
סָבִ֛יב
(saviv)
rondom
לַבַּ֖יִת
(labayit)
voor het huis
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֵלָע (tsela), ‘zijkamer’: letterlijk ‘rib, zijde’.

Zij liggen als een aanbouw rondom het huis, zoals in 1 Kon. 6:5–6.

6De zijkamers lagen kamer aan kamer, drieëndertig maal. Zij stonden in de muur van het huis, voor de zijkamers rondom, om vastgehouden te worden. Maar zij werden niet vastgehouden in de muur van het huis.
וְהַצְּלָעוֹת֩
(vehatselaot)
en de zijkamers
צֵלָ֨ע
(tsela)
zijkamer
אֶל
(el)
naast
צֵלָ֜ע
(tsela)
zijkamer
שָׁל֧וֹשׁ
(shalosh)
drie
וּשְׁלֹשִׁ֣ים
(usheloshim)
en dertig
פְּעָמִ֗ים
(peamim)
maal
וּ֠בָאוֹת
(uvaot)
en zij kwamen
בַּקִּ֨יר
(baqir)
in de muur
אֲשֶׁר
(asher)
die
לַבַּ֧יִת
(labayit)
voor het huis
לַצְּלָע֛וֹת
(latselaot)
voor de zijkamers
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
לִהְי֣וֹת
(lihyot)
om te zijn
אֲחוּזִ֑ים
(achuzim)
vastgehouden
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִהְי֥וּ
(yihyu)
zij waren
אֲחוּזִ֖ים
(achuzim)
vastgehouden
בְּקִ֥יר
(beqir)
in de muur van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁלוֹשׁ וּשְׁלֹשִׁים פְּעָמִים (shalosh ushloshim pe’amim), ‘drieëndertig maal’: het kan betekenen ‘drie verdiepingen van dertig’, dus negentig zijkamers, of ‘driemaal dertig’.

Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘drieëndertig keer’.

Wij laten het zoals het staat.

אֲחוּזִים (achuzim), ‘vastgehouden’: de balken van de zijkamers rustten op insprongen in de muur en zaten niet in de muur zelf vast; zie 1 Kon. 6:6.

7Het werd breder en liep steeds hoger rond, voor de zijkamers. Want de omgang van het huis ging steeds hoger, rondom het huis. Daarom was het huis naar boven breder. Zo ging men omhoog van de onderste laag naar de bovenste, via de middelste.
וְֽרָחֲבָ֡ה
(verachava)
en het werd breder
וְֽנָסְבָה֩
(venaseva)
en het draaide
לְמַ֨עְלָה
(lemala)
omhoog
לְמַ֜עְלָה
(lemala)
omhoog
לַצְּלָע֗וֹת
(latselaot)
voor de zijkamers
כִּ֣י
(ki)
want
מֽוּסַב
(musav)
omgang van
הַ֠בַּיִת
(habayit)
het huis
לְמַ֨עְלָה
(lemala)
omhoog
לְמַ֜עְלָה
(lemala)
omhoog
סָבִ֤יב
(saviv)
rondom
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
לַבַּ֔יִת
(labayit)
voor het huis
עַל
(al)
op
כֵּ֥ן
(ken)
zo
רֹֽחַב
(rochav)
breedte
לַבַּ֖יִת
(labayit)
van het huis
לְמָ֑עְלָה
(lemaela)
omhoog
וְכֵ֧ן
(vekhen)
en zo
הַתַּחְתּוֹנָ֛ה
(hatachtona)
de onderste
יַעֲלֶ֥ה
(yaale)
men ging omhoog
עַל
(al)
naar
הָעֶלְיוֹנָ֖ה
(haelyona)
de bovenste
לַתִּיכוֹנָֽה
(latikhona)
via de middelste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסַב (musab), ‘omgang’: een wenteltrap of trap rondom het huis (zoals de ‘wenteltrappen’ in 1 Kon. 6:8).

De betekenis is niet helemaal zeker.

Dit vers beschrijft hoe de zijkamers naar boven breder werden doordat de muur van het huis steeds dunner werd.

8Ik zag dat het huis rondom een verhoging had. De grondslagen van de zijkamers waren een volle lat van zes el, tot aan de rand.
וְרָאִ֧יתִי
(veraiti)
en ik zag
לַבַּ֛יִת
(labayit)
voor het huis
גֹּ֖בַהּ
(govah)
verhoging
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
מוּסְד֤וֹת
(musedot)
grondslagen van
הַצְּלָעוֹת֙
(hatselaot)
de zijkamers
מְל֣וֹ
(melo)
een volle
הַקָּנֶ֔ה
(haqane)
de lat
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
אַצִּֽילָה
(atsila)
tot aan de rand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֹּבַהּ (gobah), ‘verhoging’: een platform rondom het huis.

אַצִּילָה (atsilah), ‘tot aan de rand’: een zeldzaam woord, onzeker; het kan ook ‘verbindingsstuk’ of ‘voegen’ betekenen.

מוּסְדוֹת (musadot), ‘grondslagen’: de onderste delen van de zijkamers. Het gaat om een volle lat van zes el.

9De breedte van de muur van de zijkamer aan de buitenkant was vijf el. Wat openlag, was de ruimte van de zijkamers die bij het huis hoorden.
רֹ֣חַב
(rochav)
breedte van
הַקִּ֧יר
(haqir)
de muur
אֲֽשֶׁר
(asher)
die
לַצֵּלָ֛ע
(latsela)
van de zijkamer
אֶל
(el)
naar
הַח֖וּץ
(hachuts)
buiten
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en wat
מֻנָּ֔ח
(munach)
open ruimte
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
צְלָע֖וֹת
(tselaot)
zijkamers
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לַבָּֽיִת
(labayit)
bij het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֻנָּח (munnach), ‘wat openligt’: de open ruimte tussen de zijkamers en de vertrekken aan de buitenkant.

Dit hapax is onzeker.

10Tussen de vertrekken was een breedte van twintig el, rondom het huis.
וּבֵ֨ין
(uvein)
en tussen
הַלְּשָׁכ֜וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
רֹ֣חַב
(rochav)
breedte
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
אַמָּ֛ה
(ama)
el
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
לַבַּ֖יִת
(labayit)
voor het huis
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְשָׁכוֹת (lishkot), ‘vertrekken’: de vertrekken van de priesters rondom het huis.

Zie ook Ezech. 42:1.

11De ingangen van de zijkamers kwamen uit op de open ruimte: een ingang aan de noordkant en een ingang aan de zuidkant. De breedte van de open ruimte was rondom vijf el.
וּפֶ֤תַח
(ufetach)
en ingang van
הַצֵּלָע֙
(hatsela)
de zijkamer
לַמֻּנָּ֔ח
(lamunach)
naar de open ruimte
פֶּ֤תַח
(petach)
ingang
אֶחָד֙
(echad)
een
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַצָּפ֔וֹן
(hatsafon)
het noorden
וּפֶ֥תַח
(ufetach)
en ingang
אֶחָ֖ד
(echad)
een
לַדָּר֑וֹם
(ladarom)
naar het zuiden
וְרֹ֨חַב֙
(verochav)
en breedte van
מְק֣וֹם
(meqom)
plaats van
הַמֻּנָּ֔ח
(hamunach)
de open ruimte
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ingangen aan de noord- en zuidkant verbinden de zijkamers met de open ruimte rondom het huis.

Het bouwwerk achter het huis

12Het bouwwerk dat tegenover het afgescheiden terrein lag, aan de westkant, was zeventig el breed. De muur van het bouwwerk was rondom vijf el breed. Het was negentig el lang.
וְהַבִּנְיָ֡ן
(vehabinyan)
en het bouwwerk
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֨י
(penei)
voorkant van
הַגִּזְרָ֜ה
(hagizra)
het afgescheiden terrein
פְּאַ֣ת
(peat)
zijde van
דֶּֽרֶךְ
(derekh)
richting
הַיָּ֗ם
(hayam)
de zee
רֹ֚חַב
(rochav)
breedte
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
zeventig
אַמָּ֔ה
(ama)
el
וְקִ֧יר
(veqir)
en muur van
הַבִּנְיָ֛ן
(habinyan)
het bouwwerk
חָֽמֵשׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֥וֹת
(amot)
el
רֹ֖חַב
(rochav)
breedte
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְאָרְכּ֖וֹ
(vearko)
en haar lengte
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גִּזְרָה (gizrah), ‘afgescheiden terrein’: een apart stuk grond naast het huis, vermoedelijk met een muur.

Het woord komt in Ezechiël alleen in 41–42 voor; de betekenis is onzeker.

בִּנְיָן (binyan), ‘bouwwerk’: een gebouw aan de westkant, achter het huis.

דֶּרֶךְ הַיָּם (derech hayam), ‘richting de zee’: dat is het westen, naar de Middellandse Zee.

13Hij mat het huis: honderd el lang. Het afgescheiden terrein en het bouwwerk met zijn muren waren ook honderd el lang.
וּמָדַ֣ד
(umadad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
אֹ֖רֶךְ
(orekh)
lengte
מֵאָ֣ה
(mea)
honderd
אַמָּ֑ה
(ama)
el
וְהַגִּזְרָ֤ה
(vehagizra)
en het afgescheiden terrein
וְהַבִּנְיָה֙
(vehabinya)
en het bouwwerk
וְקִ֣ירוֹתֶ֔יהָ
(veqiroteiha)
en zijn muren
אֹ֖רֶךְ
(orekh)
lengte
מֵאָ֥ה
(mea)
honderd
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de verzen 13–15 komt de maat van honderd el steeds terug: voor het huis, voor het afgescheiden terrein met het bouwwerk, en voor de breedte aan de oostkant.

14De breedte van de voorkant van het huis en van het afgescheiden terrein aan de oostkant was honderd el.
וְרֹחַב֩
(verochav)
en breedte van
פְּנֵ֨י
(penei)
voorkant van
הַבַּ֧יִת
(habayit)
het huis
וְהַגִּזְרָ֛ה
(vehagizra)
en het afgescheiden terrein
לַקָּדִ֖ים
(laqadim)
naar het oosten
מֵאָ֥ה
(mea)
honderd
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het huis en het afgescheiden terrein lagen aan de oostkant samen honderd el breed.

De bekleding en de versiering

15Hij mat de lengte van het bouwwerk tegenover het afgescheiden terrein, dat achter het huis lag, met zijn galerijen aan beide kanten: honderd el. De binnenste tempel en de voorhallen van de voorhof,
וּמָדַ֣ד
(umadad)
en hij mat
אֹֽרֶךְ
(orekh)
lengte van
הַ֠בִּנְיָן
(habinyan)
het bouwwerk
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֨י
(penei)
voorkant van
הַגִּזְרָ֜ה
(hagizra)
het afgescheiden terrein
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
אַחֲרֶ֧יהָ
(achareiha)
de achterkant ervan
וְאַתִּיקֶ֛יהָא
(veatiqeiha)
en haar galerijen
מִפּ֥וֹ
(mipo)
aan deze kant
וּמִפּ֖וֹ
(umipo)
en aan gene kant
מֵאָ֣ה
(mea)
honderd
אַמָּ֑ה
(ama)
el
וְהַֽהֵיכָל֙
(vehaheikhal)
en de tempel
הַפְּנִימִ֔י
(hapenimi)
de binnenste
וְאֻֽלַמֵּ֖י
(veulamei)
en voorhallen van
הֶחָצֵֽר
(hechatser)
de voorhof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַתִּיקִים (attiqim), ‘galerijen’: bouwdelen met kolommen of wandelgangen.

Het woord is zeldzaam (zie ook Ezech. 42:3, 5).

De betekenis is onzeker.

De zin loopt door in vers 16. De opsomming gaat verder met drempels, vensters en galerijen.

16de drempels, de gesloten vensters en de galerijen rondom, alle drie, tegenover de drempel, waren rondom met hout bekleed. Ook de grond, tot aan de vensters, en de vensters waren bedekt.
הַסִּפִּ֡ים
(hasipim)
de drempels
וְהַחַלּוֹנִ֣ים
(vehachalonim)
en de vensters
הָ֠אֲטֻמוֹת
(haatumot)
de gesloten
וְהָאַתִּיקִ֤ים
(vehaatiqim)
en de galerijen
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
לִשְׁלָשְׁתָּ֔ם
(lishlashtam)
voor alle drie
נֶ֧גֶד
(neged)
tegenover
הַסַּ֛ף
(hasaf)
de drempel
שְׂחִ֥יף
(sechif)
bekleed
עֵ֖ץ
(ets)
hout
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְהָאָ֨רֶץ֙
(vehaarets)
en de grond
עַד
(ad)
tot
הַֽחַלֹּנ֔וֹת
(hachalonot)
de vensters
וְהַֽחַלֹּנ֖וֹת
(vehachalonot)
en de vensters
מְכֻסּֽוֹת
(mekhusot)
bedekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

De tekst noemt drempels, gesloten vensters en galerijen die rondom met hout bekleed zijn.

Wat precies met ‘de grond tot aan de vensters’ en ‘bedekt’ bedoeld is, zegt de tekst niet.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

שְׂחִיף (sechif), ‘bekleed’: een zeldzaam woord.

17Tot boven de ingang, tot aan het binnenste huis en aan de buitenkant, en aan heel de muur rondom, binnen en buiten, waren maten.
עַל
(al)
tot
מֵעַ֣ל
(meal)
boven
הַפֶּ֡תַח
(hapetach)
de ingang
וְעַד
(vead)
en tot
הַבַּיִת֩
(habayit)
het huis
הַפְּנִימִ֨י
(hapenimi)
het binnenste
וְלַח֜וּץ
(velachuts)
en buiten
וְאֶל
(veel)
en aan
כָּל
(kal)
heel
הַקִּ֨יר
(haqir)
de muur
סָבִ֧יב
(saviv)
rondom
סָבִ֛יב
(saviv)
rondom
בַּפְּנִימִ֥י
(bapenimi)
binnen
וּבַחִיצ֖וֹן
(uvachitson)
en buiten
מִדּֽוֹת
(midot)
maten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

Het Hebreeuws zegt: ‘Tot boven de ingang en tot het binnenste huis en buiten en aan heel de muur rondom, binnen en buiten: maten.’

Wij vertalen zo letterlijk mogelijk.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

18Er waren cherubs en palmen aangebracht, een palm tussen cherub en cherub. Elke cherub had twee gezichten.
וְעָשׂ֥וּי
(veasuy)
en gemaakt
כְּרוּבִ֖ים
(keruvim)
cherubs
וְתִֽמֹרִ֑ים
(vetimorim)
en palmen
וְתִֽמֹרָה֙
(vetimora)
en palm
בֵּין
(bein)
tussen
כְּר֣וּב
(keruv)
cherub
לִכְר֔וּב
(likhruv)
en cherub
וּשְׁנַ֥יִם
(ushenayim)
en twee
פָּנִ֖ים
(panim)
gezichten
לַכְּרֽוּב
(lakeruv)
voor cherub
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּרוּבִים (keruvim), ‘cherubs’ en תִּמֹרִים (timmorim), ‘palmen’: versieringen in de wand, zoals in 1 Kon. 6:29.

Zie ook Ezech. 10 voor de cherubs.

19Het gezicht van een mens was gekeerd naar de palm aan de ene kant. Het gezicht van een jonge leeuw was gekeerd naar de palm aan de andere kant. Zo was het aangebracht aan heel het huis rondom.
וּפְנֵ֨י
(ufenei)
en gezicht van
אָדָ֤ם
(adam)
mens
אֶל
(el)
naar
הַתִּֽמֹרָה֙
(hatimora)
de palm
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan deze kant
וּפְנֵֽי
(ufenei)
en gezicht van
כְפִ֥יר
(kefir)
jonge leeuw
אֶל
(el)
naar
הַתִּֽמֹרָ֖ה
(hatimora)
de palm
מִפּ֑וֹ
(mipo)
aan gene kant
עָשׂ֥וּי
(asuy)
gemaakt
אֶל
(el)
aan
כָּל
(kal)
heel
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּנֵי אָדָם (penei adam), ‘gezicht van een mens’, en פְּנֵי כְפִיר (penei kefir), ‘gezicht van een jonge leeuw’: elke cherub heeft hier twee gezichten.

In Ezech. 1:10 en 10:14 heeft de cherub er vier.

Wij laten het verschil bestaan.

20Van de grond tot boven de ingang waren de cherubs en de palmen aangebracht, en ook op de muur van de tempel.
מֵהָאָ֨רֶץ֙
(mehaarets)
van de grond
עַד
(ad)
tot
מֵעַ֣ל
(meal)
boven
הַפֶּ֔תַח
(hapetach)
de ingang
הַכְּרוּבִ֥ים
(hakeruvim)
de cherubs
וְהַתִּֽמֹרִ֖ים
(vehatimorim)
en de palmen
עֲשׂוּיִ֑ם
(asuyim)
gemaakt
וְקִ֖יר
(veqir)
en muur van
הַׄהֵׄיׄכָֽׄלׄ
(haheikhal)
de tempel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De versiering loopt van de vloer tot boven de ingang, dus over de hele hoogte van de muur.

De deurposten, het houten altaar en de deuren

21De deurposten van de tempel waren vierkant. Aan de voorkant van het heiligdom was de aanblik als de aanblik van
הַֽהֵיכָ֖ל
(haheikhal)
de tempel
מְזוּזַ֣ת
(mezuzat)
deurposten van
רְבֻעָ֑ה
(revua)
vierkant
וּפְנֵ֣י
(ufenei)
en voorkant van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
הַמַּרְאֶ֖ה
(hamare)
de aanblik
כַּמַּרְאֶֽה
(kamare)
als aanblik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְזוּזַת (mezuzat), ‘deurposten’: de zijposten van de ingang.

רְבֻעָה (rev’ah), ‘vierkant’.

Het hoogheilige wordt hier ‘het heiligdom’ genoemd; ‘de aanblik als de aanblik van’ loopt door in vers 22.

De tekst is hier afgebroken of onvolledig overgeleverd; wij vertalen zoals hij staat.

22een altaar van hout, drie el hoog en twee el lang. Zijn hoeken, zijn lengte en zijn wanden waren van hout. Hij zei tot mij: „Dit is de tafel die voor het aangezicht van Yahweh staat.”
הַמִּזְבֵּ֡חַ
(hamizbeach)
het altaar
עֵ֣ץ
(ets)
hout
שָׁלוֹשׁ֩
(shalosh)
drie
אַמּ֨וֹת
(amot)
el
גָּבֹ֜הַּ
(gavoha)
hoogte
וְאָרְכּ֣וֹ
(vearko)
en zijn lengte
שְׁתַּֽיִם
(shetayim)
twee
אַמּ֗וֹת
(amot)
el
וּמִקְצֹֽעוֹתָיו֙
(umiqtsootav)
en zijn hoeken
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
וְאָרְכּ֥וֹ
(vearko)
en zijn lengte
וְקִֽירֹתָ֖יו
(veqirotav)
en zijn wanden
עֵ֑ץ
(ets)
hout
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֵלַ֔י
(elay)
tot mij
זֶ֚ה
(ze)
dit
הַשֻּׁלְחָ֔ן
(hashulchan)
de tafel
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמִּזְבֵּחַ עֵץ (hammizbeach etz), ‘een altaar van hout’: het wordt daarna ‘de tafel voor het aangezicht van Yahweh’ genoemd.

Het gaat waarschijnlijk om een tafel of altaar in de tempel.

Vergelijk Exod. 25:23–30 en 30:1–10.

אָרְכּוֹ (orko), ‘zijn lengte’: het woord komt twee keer voor. De tweede keer is onzeker: ‘zijn voetstuk’ of ‘zijn bovenkant’. Sommige oude vertalingen lezen anders.

23De tempel en het heiligdom hadden elk twee deuren.
וּשְׁתַּ֧יִם
(ushtayim)
en twee
דְּלָת֛וֹת
(delatot)
deuren
לַֽהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
voor de tempel
וְלַקֹּֽדֶשׁ
(velaqodesh)
en voor het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דְּלָתוֹת (delatot), ‘deuren’: in het Hebreeuws is dit een meervoud.

De tempel en het heiligdom hadden elk een deur van twee delen (vers 24).

24Elke deur had twee delen die draaiden: twee delen voor de ene deur en twee voor de andere.
וּשְׁתַּ֥יִם
(ushtayim)
en twee
דְּלָת֖וֹת
(delatot)
deuren
לַדְּלָת֑וֹת
(ladelatot)
voor de deuren
שְׁ֚תַּיִם
(shetayim)
twee
מוּסַבּ֣וֹת
(musabot)
draaibaar
דְּלָת֔וֹת
(delatot)
deuren
שְׁ֚תַּיִם
(shetayim)
twee
לְדֶ֣לֶת
(ledelet)
voor deur
אֶחָ֔ת
(echat)
een
וּשְׁתֵּ֥י
(ushtei)
en twee
דְלָת֖וֹת
(delatot)
deuren
לָאַחֶֽרֶת
(laacheret)
voor de andere
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסַבּוֹת (musabbot), ‘draaibaar’: de delen draaiden om hun as; zie 1 Kon. 6:34.

25Op de deuren van de tempel waren cherubs en palmen aangebracht, zoals op de wanden. Een dikke houten balk lag voor de voorhal, aan de buitenkant.
וַעֲשׂוּיָ֨ה
(vaasuya)
en gemaakt
אֲלֵיהֶ֜ן
(aleihen)
op hen
אֶל
(el)
op
דַּלְת֤וֹת
(daltot)
deuren van
הַֽהֵיכָל֙
(haheikhal)
de tempel
כְּרוּבִ֣ים
(keruvim)
cherubs
וְתִֽמֹרִ֔ים
(vetimorim)
en palmen
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
עֲשׂוּיִ֖ם
(asuyim)
gemaakt
לַקִּיר֑וֹת
(laqirot)
op de wanden
וְעָ֥ב
(veav)
en dikke balk van
עֵ֛ץ
(ets)
hout
אֶל
(el)
voor
פְּנֵ֥י
(penei)
voorkant van
הָאוּלָ֖ם
(haulam)
de voorhal
מֵהַחֽוּץ
(mehachuts)
van buiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָב עֵץ (av etz), ‘een dikke houten balk’: een zeldzaam woord, ook in 1 Kon. 7:6.

Het kan ook ‘luifel’ of ‘dakrand’ betekenen.

De betekenis is niet zeker.

26Er waren gesloten vensters en palmen aan weerszijden, aan de zijkanten van de voorhal, bij de zijkamers van het huis en bij de balken.
וְחַלּוֹנִ֨ים
(vechalonim)
en vensters
אֲטֻמ֤וֹת
(atumot)
gesloten
וְתִֽמֹרִים֙
(vetimorim)
en palmen
מִפּ֣וֹ
(mipo)
aan deze kant
וּמִפּ֔וֹ
(umipo)
en aan gene kant
אֶל
(el)
aan
כִּתְפ֖וֹת
(kitfot)
zijkanten van
הָֽאוּלָ֑ם
(haulam)
de voorhal
וְצַלְע֥וֹת
(vetsalot)
en zijkamers van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
וְהָעֻבִּֽים
(vehaubim)
en de balken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַלּוֹנִים אֲטֻמוֹת (chalonim atumot), ‘gesloten vensters’: zie 40:16.

הָעֻבִּים (ha’abbim), ‘de balken’: zie vers 25. Zo eindigt de beschrijving van de tempel; in hoofdstuk 42 volgen de vertrekken.