Het visioen van de nieuwe tempel: de man met de meetlat en de poorten van de voorhoven
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Naar het land Israël in een visioen
1In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, aan het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar nadat de stad was getroffen, op diezelfde dag, kwam de hand van Yahweh over mij. Hij bracht mij daarheen.
בְּעֶשְׂרִ֣ים
(beesrim)
in twintig
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
שָׁנָ֣ה
(shana)
jaar
לְ֠גָלוּתֵנוּ
(legalutenu)
van onze ballingschap
בְּרֹ֨אשׁ
(berosh)
aan het begin van
הַשָּׁנָ֜ה
(hashana)
het jaar
בֶּעָשׂ֣וֹר
(beasor)
op de tiende
לַחֹ֗דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
בְּאַרְבַּ֤ע
(bearba)
in vier
עֶשְׂרֵה֙
(esre)
tien
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
אַחַ֕ר
(achar)
nadat
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
(rel.)
הֻכְּתָ֖ה
(huketa)
was getroffen
הָעִ֑יר
(hair)
de stad
בְּעֶ֣צֶם
(beetsem)
op het zelfde
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֗ה
(haze)
deze
הָיְתָ֤ה
(hayeta)
was
עָלַי֙
(alay)
op mij
יַד
(yad)
hand van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיָּבֵ֥א
(vayave)
en Hij bracht
אֹתִ֖י
(oti)
mij
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit is een nieuw visioen.
Het jaartal 25 telt vanaf de wegvoering van Jojachin (zie Ezech. 1:2).
‘Aan het begin van het jaar’ (בְּרֹאשׁ הַשָּׁנָה, berosh hashanah): de tekst noemt alleen ‘de tiende van de maand’, geen maandnaam.
Wij laten de maandnaam open.
הֻכְּתָה הָעִיר (hukkethah ha’ir), ‘nadat de stad was getroffen’: de val van Jeruzalem in het jaar 586 v.Chr. (zie 2 Kon. 25).
יַד יְהוָה (yad Yahweh), ‘de hand van Yahweh’: zie Ezech. 1:3 en 3:14.
2In visioenen van Elohim bracht Hij mij naar het land Israël. Hij zette mij neer op een zeer hoge berg. Daarop stond aan de zuidkant iets als het bouwwerk van een stad.
בְּמַרְא֣וֹת
(bemarot)
in visioenen van
אֱלֹהִ֔ים
(Elohim)
Elohim
הֱבִיאַ֖נִי
(heviani)
Hij bracht mij
אֶל
(el)
naar
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיְנִיחֵ֗נִי
(vaynicheni)
en Hij zette mij neer
אֶל
(el)
op
הַ֤ר
(har)
berg
גָּבֹ֨הַּ֙
(gavoha)
hoog
מְאֹ֔ד
(meod)
zeer
וְעָלָ֥יו
(vealav)
en daarop
כְּמִבְנֵה
(kemivne)
als een bouwwerk van
עִ֖יר
(ir)
stad
מִנֶּֽגֶב
(minegev)
aan de zuidkant
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּמַרְאוֹת אֱלֹהִים (bemar’ot Elohim), ‘in visioenen van Elohim’: zie Ezech. 1:1 en 8:3.
Ezechiël wordt in een visioen, niet lichamelijk, naar het land gebracht.
הַר גָּבֹהַּ מְאֹד (har gavoah me’od), ‘een zeer hoge berg’: de berg wordt niet bij naam genoemd. Vergelijk Ezech. 20:40 en Jes. 2:2.
כְּמִבְנֵה עִיר (kemivneh ir), ‘iets als het bouwwerk van een stad’: wat Ezechiël ziet, is de tempel met zijn voorhoven en gebouwen, die als een stad lijken.
3Hij bracht mij daarheen, en zie: een man wiens aanblik was als de aanblik van koper. In zijn hand had hij een vlasdraad en een meetlat. Hij stond in de poort.
וַיָּבֵ֨יא
(vayavei)
en Hij bracht
אוֹתִ֜י
(oti)
mij
שָׁ֗מָּה
(shama)
daarheen
וְהִנֵּה
(vehine)
en zie
אִישׁ֙
(ish)
man
מַרְאֵ֨הוּ֙
(marehu)
zijn aanblik
כְּמַרְאֵ֣ה
(kemare)
als aanblik van
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
וּפְתִיל
(ufetil)
en draad van
פִּשְׁתִּ֥ים
(pishtim)
vlas
בְּיָד֖וֹ
(beyado)
in zijn hand
וּקְנֵ֣ה
(uqene)
en meetlat van
הַמִּדָּ֑ה
(hamida)
de maat
וְה֥וּא
(vehu)
en hij
עֹמֵ֖ד
(omed)
stond
בַּשָּֽׁעַר
(bashaar)
in de poort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַרְאֵהוּ כְּמַרְאֵה נְחֹשֶׁת (mar’ehu kemar’eh nechoshet), ‘zijn aanblik was als de aanblik van koper’: een glanzende gestalte; vergelijk Dan. 10:6 en Ezech. 1:7.
Wie de man is, zegt de tekst niet.
פְּתִיל פִּשְׁתִּים (petil pishtim), ‘vlasdraad’, en קָנֶה הַמִּדָּה (qaneh hammiddah), ‘meetlat’: een koord voor lange afstanden en een lat voor korte afstanden.
4De man sprak tot mij: „Mensenkind, kijk met je ogen en luister met je oren. Let goed op alles wat ik je laat zien. Want om het je te laten zien, ben je hierheen gebracht. Vertel het huis van Israël alles wat je ziet.”
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en sprak
אֵלַ֜י
(elay)
tot mij
הָאִ֗ישׁ
(haish)
de man
בֶּן
(ben)
zoon van
אָדָ֡ם
(adam)
mens
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
בְעֵינֶיךָ֩
(beeineikha)
met je ogen
וּבְאָזְנֶ֨יךָ
(uveazeneikha)
en met je oren
שְּׁמָ֜ע
(shema)
luister
וְשִׂ֣ים
(vesim)
en zet
לִבְּךָ֗
(libekha)
je hart
לְכֹ֤ל
(lekhol)
op alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
אֲנִי֙
(ani)
ik
מַרְאֶ֣ה
(mare)
laat zien
אוֹתָ֔ךְ
(otakh)
jou
כִּ֛י
(ki)
want
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
הַרְאוֹתְכָ֖ה
(harotekha)
om je te laten zien
הֻבָ֣אתָה
(huvata)
je bent gebracht
הֵ֑נָּה
(hena)
hierheen
הַגֵּ֛ד
(haged)
vertel
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
רֹאֶ֖ה
(roe)
ziet
לְבֵ֥ית
(leveit)
aan het huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het gaat erom dat Ezechiël alles goed ziet, hoort en onthoudt om het aan Israël door te geven.
5En zie, een muur liep aan de buitenkant van het huis helemaal rond. In de hand van de man was de meetlat van zes el, elk een el en een handbreedte. Hij mat de breedte van het bouwwerk: één lat. De hoogte mat één lat.
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
חוֹמָ֛ה
(choma)
muur
מִח֥וּץ
(michuts)
buiten
לַבַּ֖יִת
(labayit)
het huis
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וּבְיַ֨ד
(uveyad)
en in de hand van
הָאִ֜ישׁ
(haish)
de man
קְנֵ֣ה
(qene)
meetlat van
הַמִּדָּ֗ה
(hamida)
de maat
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
אַמּ֤וֹת
(amot)
el
בָּֽאַמָּה֙
(baama)
per el
וָטֹ֔פַח
(vatofach)
en handbreedte
וַיָּ֜מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֤חַב
(rochav)
breedte van
הַבִּנְיָן֙
(habinyan)
het bouwwerk
קָנֶ֣ה
(qane)
lat
אֶחָ֔ד
(echad)
een
וְקוֹמָ֖ה
(veqoma)
en hoogte
קָנֶ֥ה
(qane)
lat
אֶחָֽד
(echad)
een
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַמָּה (ammah), ‘el’: een lengtemaat, ongeveer de afstand van de elleboog tot de top van de middelvinger, ongeveer 45 tot 52 cm.
De exacte lengte is niet zeker.
Wij rekenen in dit boek niet om.
בָּאַמָּה וָטֹפַח (ba’ammah vatefach), ‘per el en een handbreedte’: elke el van de meetlat was een gewone el plus een handbreedte. Zo’n el was dus langer dan de gewone el. Vergelijk Ezech. 43:13.
חוֹמָה (chomah), ‘muur’: de muur om het hele tempelterrein; de lengte wordt hier niet genoemd.
קָנֶה (qaneh), ‘lat’: een meetlat van zes el. Wij gebruiken het woord ‘lat’ als maat.
Het ‘bouwwerk’ is de muur zelf. Eén lat breed en één lat hoog.
6Hij kwam bij de poort die naar het oosten gericht was. Hij ging omhoog langs de treden en mat de drempel van de poort: één lat breed. De andere drempel was ook één lat breed.
וַיָּב֗וֹא
(vayavo)
en hij kwam
אֶל
(el)
naar
שַׁ֨עַר֙
(shaar)
poort
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
פָּנָיו֙
(panav)
haar voorkant
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַקָּדִ֔ימָה
(haqadima)
oostwaarts
וַיַּ֖עַל
(vayaal)
en hij ging omhoog
בְּמַֽעֲלוֹתָ֑יו
(bemaalotav)
langs haar treden
וַיָּ֣מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
סַ֣ף
(saf)
drempel van
הַשַּׁ֗עַר
(hashaar)
de poort
קָנֶ֤ה
(qane)
lat
אֶחָד֙
(echad)
een
רֹ֔חַב
(rochav)
breedte
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
סַ֣ף
(saf)
drempel
אֶחָ֔ד
(echad)
een
קָנֶ֥ה
(qane)
lat
אֶחָ֖ד
(echad)
een
רֹֽחַב
(rochav)
breedte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שַׁעַר (sha’ar), ‘poort’: een groot poortgebouw met wachtkamers aan beide kanten.
De beschrijving in de verzen 6–16 is moeilijk te volgen; wij vertalen zo letterlijk mogelijk.
סַף (saf), ‘drempel’: de bodem van de poortdoorgang.
וְאֵת סַף אֶחָד (ve’et saf echad), ‘een drempel’: letterlijk ‘en een drempel, één lat breed’. Wij nemen dit als de tweede drempel.
7Elke wachtkamer was één lat lang en één lat breed. Tussen de wachtkamers lagen vijf el. De drempel van de poort, naast de voorhal van de poort aan de kant van het huis, was één lat.
וְהַתָּ֗א
(vehata)
en de wachtkamer
קָנֶ֨ה
(qane)
lat
אֶחָ֥ד
(echad)
een
אֹ֨רֶךְ֙
(orekh)
lengte
וְקָנֶ֤ה
(veqane)
en lat
אֶחָד֙
(echad)
een
רֹ֔חַב
(rochav)
breedte
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
הַתָּאִ֖ים
(hataim)
de wachtkamers
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
וְסַ֣ף
(vesaf)
en drempel van
הַ֠שַּׁעַר
(hashaar)
de poort
מֵאֵ֨צֶל
(meetsel)
naast
אוּלָ֥ם
(ulam)
voorhal van
הַשַּׁ֛עַר
(hashaar)
de poort
מֵֽהַבַּ֖יִת
(mehabayit)
aan de kant van het huis
קָנֶ֥ה
(qane)
lat
אֶחָֽד
(echad)
een
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תָּא (ta), ‘wachtkamer’: een kleine ruimte langs de poortdoorgang, vermoedelijk voor wachters.
Het woord komt elders niet voor in dit gebruik; de betekenis is onzeker.
אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: de ruimte voor de ingang van een gebouw; zie 1 Kon. 6:3.
מֵהַבַּיִת (mehabayit), ‘aan de kant van het huis’: letterlijk ‘van het huis’, dat wil zeggen aan de binnenkant.
10De wachtkamers van de oostpoort waren er drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. Alle drie hadden dezelfde maat. Ook de pijlers hadden aan beide kanten één maat.
וְתָאֵ֨י
(vetaei)
en wachtkamers van
הַשַּׁ֜עַר
(hashaar)
de poort
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַקָּדִ֗ים
(haqadim)
oostwaarts
שְׁלֹשָׁ֤ה
(shelosha)
drie
מִפֹּה֙
(mipo)
aan deze kant
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
מִפֹּ֔ה
(mipo)
aan deze kant
מִדָּ֥ה
(mida)
maat
אַחַ֖ת
(achat)
een
לִשְׁלָשְׁתָּ֑ם
(lishlashtam)
voor alle drie
וּמִדָּ֥ה
(umida)
en maat
אַחַ֛ת
(achat)
een
לָאֵילִ֖ם
(laeilim)
voor de pijlers
מִפֹּ֥ה
(mipo)
aan deze kant
וּמִפּֽוֹ
(umipo)
en aan gene kant
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt ‘drie van hier en drie van daar’: drie wachtkamers aan elke kant van de doorgang.
Samen zijn het zes wachtkamers.
11Hij mat de breedte van de opening van de poort: tien el. De lengte van de poort was dertien el.
וַיָּ֛מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֥חַב
(rochav)
breedte van
פֶּֽתַח
(petach)
opening van
הַשַּׁ֖עַר
(hashaar)
de poort
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
הַשַּׁ֔עַר
(hashaar)
de poort
שְׁל֥וֹשׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
אַמּֽוֹת
(amot)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פֶּתַח הַשַּׁעַר (petach hasha’ar), ‘de opening van de poort’: de doorgang.
De ‘lengte’ van de poort (dertien el) is de breedte over de drempels heen, met de pijlers; de tekst is niet geheel duidelijk.
12Voor de wachtkamers lag een afscheiding van één el, aan elke kant. Elke wachtkamer was aan beide kanten zes el.
וּגְב֞וּל
(ugevul)
en afscheiding
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor
הַתָּאוֹת֙
(hataot)
de wachtkamers
אַמָּ֣ה
(ama)
el
אֶחָ֔ת
(echat)
een
וְאַמָּה
(veama)
en el
אַחַ֥ת
(achat)
een
גְּב֖וּל
(gevul)
afscheiding
מִפֹּ֑ה
(mipo)
aan deze kant
וְהַתָּ֕א
(vehata)
en de wachtkamer
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan gene kant
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
מִפּֽוֹ
(mipo)
aan gene kant
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גְּבוּל (gevul), ‘afscheiding’: een rand of dorpel voor de wachtkamers.
De betekenis is niet zeker.
13Hij mat de poort van het dak van de ene wachtkamer tot het dak van de andere. De breedte was vijfentwintig el, van de ene opening tot de tegenoverliggende opening.
וַיָּ֣מָד
(vayamad)
en hij mat
אֶת
(et)
(obj.)
הַשַּׁ֗עַר
(hashaar)
de poort
מִגַּ֤ג
(migag)
van het dak van
הַתָּא֙
(hata)
de wachtkamer
לְגַגּ֔וֹ
(legago)
tot zijn dak
רֹ֕חַב
(rochav)
breedte
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְחָמֵ֖שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֑וֹת
(amot)
el
פֶּ֖תַח
(petach)
opening
נֶ֥גֶד
(neged)
tegenover
פָּֽתַח
(patach)
opening
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Gemeten van het dak van de ene wachtkamer tot het dak van de overkant: de breedte van het hele poortgebouw, vijfentwintig el, gerekend van opening tot opening.
14Hij maakte de pijlers zestig el. Bij elke pijler hoorde de voorhof, de poort rondom.
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
אֵילִ֖ים
(eilim)
pijlers
שִׁשִּׁ֣ים
(shishim)
zestig
אַמָּ֑ה
(ama)
el
וְאֶל
(veel)
en bij
אֵיל֙
(eil)
pijler
הֶֽחָצֵ֔ר
(hechatser)
de voorhof
הַשַּׁ֖עַר
(hashaar)
de poort
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is moeilijk.
De Hebreeuwse tekst heeft ‘Hij maakte de pijlers zestig el’ (sommige oude vertalingen lezen anders), en ‘bij de pijler van de voorhof de poort rondom’.
15Van de voorkant van de poort bij de ingang tot de voorkant van de voorhal van de binnenste poort was het vijftig el.
וְעַ֗ל
(veal)
en op
פְּנֵי֙
(penei)
gezicht van
הַשַּׁ֣עַר
(hashaar)
de poort
הָֽאִית֔וֹן
(haiton)
de ingang
עַל
(al)
tot
לִפְנֵ֕י
(lifnei)
voor
אֻלָ֥ם
(ulam)
voorhal van
הַשַּׁ֖עַר
(hashaar)
de poort
הַפְּנִימִ֑י
(hapenimi)
de binnenste
חֲמִשִּׁ֖ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָאִיתוֹן (ha’itton), ‘de ingang’: een woord dat verder niet voorkomt; de betekenis ‘ingang’ is een vermoeden.
De afstand van vijftig el loopt van de buitenste poort tot de voorhal van de binnenste poort.
16De wachtkamers en hun pijlers hadden aan de binnenkant van de poort rondom gesloten vensters. Zo ook de voorhallen: vensters rondom, aan de binnenkant. Op elke pijler waren palmen.
וְחַלֹּנ֣וֹת
(vechalonot)
en vensters
אֲטֻמ֣וֹת
(atumot)
gesloten
אֶֽל
(el)
bij
הַתָּאִ֡ים
(hataim)
de wachtkamers
וְאֶל֩
(veel)
en bij
אֵלֵיהֵ֨מָה
(eleihema)
hun pijlers
לִפְנִ֤ימָה
(lifnima)
naar binnen
לַשַּׁ֨עַר֙
(lashaar)
van de poort
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
וְכֵ֖ן
(vekhen)
en zo
לָאֵֽלַמּ֑וֹת
(laelamot)
voor de voorhallen
וְחַלּוֹנ֞וֹת
(vechalonot)
en vensters
סָבִ֤יב
(saviv)
rondom
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
לִפְנִ֔ימָה
(lifnima)
naar binnen
וְאֶל
(veel)
en op
אַ֖יִל
(ayil)
pijler
תִּמֹרִֽים
(timorim)
palmen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַלֹּנוֹת אֲטֻמוֹת (chalonot atumot), ‘gesloten vensters’: zoals in 1 Kon. 6:4.
De betekenis van אָטוּם (atum) is onzeker: ‘smal’, ‘gesloten’ of ‘met een rooster’.
תִּמֹרִים (timmorim), ‘palmen’: gesneden palmen als versiering, ook in de verzen 22, 26, 31, 34 en 37.
17Hij bracht mij naar de buitenste voorhof. En zie: er waren vertrekken en een bestrating, rondom de voorhof aangelegd. Dertig vertrekken lagen aan de bestrating.
וַיְבִיאֵ֗נִי
(vayvieni)
en hij bracht mij
אֶל
(el)
naar
הֶֽחָצֵר֙
(hechatser)
de voorhof
הַחִ֣יצוֹנָ֔ה
(hachitsona)
de buitenste
וְהִנֵּ֤ה
(vehine)
en zie
לְשָׁכוֹת֙
(leshakhot)
vertrekken
וְרִֽצְפָ֔ה
(veritsfa)
en een bestrating
עָשׂ֥וּי
(asuy)
aangelegd
לֶחָצֵ֖ר
(lechatser)
voor de voorhof
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
לְשָׁכ֖וֹת
(leshakhot)
vertrekken
אֶל
(el)
aan
הָרִֽצְפָֽה
(haritsfa)
de bestrating
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לְשָׁכוֹת (lishkot), ‘vertrekken’: ruimten rondom de voorhof, vermoedelijk voor de maaltijden van het volk.
רִצְפָה (ritspah), ‘bestrating’: een stenen vloer. Hetzelfde woord staat voor ‘bestrating’ in 2 Kron. 7:3 en Est. 1:6.
שְׁלֹשִׁים לְשָׁכוֹת (sheloshim lishkot), ‘dertig vertrekken’: hoe zij zijn verdeeld, zegt de tekst niet.
19Hij mat de breedte van de voorkant van de lagere poort tot de voorkant van de binnenste voorhof, aan de buitenkant: honderd el. Dat gold voor de oostkant en voor de noordkant.
וַיָּ֣מָד
(vayamad)
en hij mat
רֹ֡חַב
(rochav)
breedte
מִלִּפְנֵי֩
(milifnei)
van de voorkant van
הַשַּׁ֨עַר
(hashaar)
de poort
הַתַּחְתּ֜וֹנָה
(hatachtona)
de lagere
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
tot de voorkant van
הֶחָצֵ֧ר
(hechatser)
de voorhof
הַפְּנִימִ֛י
(hapenimi)
de binnenste
מִח֖וּץ
(michuts)
buiten
מֵאָ֣ה
(mea)
honderd
אַמָּ֑ה
(ama)
el
הַקָּדִ֖ים
(haqadim)
oostwaarts
וְהַצָּפֽוֹן
(vehatsafon)
en noordwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De honderd el is de afstand tussen de lagere poort en de binnenste voorhof, dus de breedte van de buitenste voorhof.
Het Hebreeuws heeft ‘de oostkant en de noordkant’; het kan bedoelen dat dezelfde maat voor beide kanten geldt.
21Haar wachtkamers waren er drie aan elke kant. Haar pijlers en voorhallen hadden dezelfde maat als de eerste poort: vijftig el lang en vijfentwintig el breed.
וְתָאָ֗יו
(vetaav)
en haar wachtkamers
שְׁלוֹשָׁ֤ה
(shelosha)
drie
מִפּוֹ֙
(mipo)
aan deze kant
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan gene kant
וְאֵילָ֤יו
(veeilav)
en haar pijlers
וְאֵֽלַמָּיו֙
(veelamav)
en haar voorhallen
הָיָ֔ה
(haya)
was
כְּמִדַּ֖ת
(kemidat)
volgens de maat van
הַשַּׁ֣עַר
(hashaar)
de poort
הָרִאשׁ֑וֹן
(harishon)
de eerste
חֲמִשִּׁ֤ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
haar lengte
וְרֹ֕חַב
(verochav)
en breedte
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
בָּאַמָּֽה
(baama)
per el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws heeft ‘en haar wachtkamers, drie van deze en drie van gene kant’, net als de oostpoort in vers 10.
22Haar vensters, haar voorhallen en haar palmen hadden dezelfde maat als de poort die naar het oosten gericht was. Men ging erheen omhoog langs zeven treden. Haar voorhallen lagen daarvoor.
וְחַלּוֹנָ֤יו
(vechalonav)
en haar vensters
וְאֵֽלַמָּיו֙
(veelamav)
en haar voorhallen
וְתִ֣מֹרָ֔יו
(vetimorav)
en haar palmen
כְּמִדַּ֣ת
(kemidat)
volgens de maat van
הַשַּׁ֔עַר
(hashaar)
de poort
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
פָּנָ֖יו
(panav)
haar voorkant
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַקָּדִ֑ים
(haqadim)
oostwaarts
וּבְמַעֲל֥וֹת
(uvemaalot)
en met treden
שֶׁ֨בַע֙
(sheva)
zeven
יַֽעֲלוּ
(yaalu)
zij gingen omhoog
ב֔וֹ
(bo)
erin
וְאֵֽילַמָּ֖יו
(veeilamav)
en haar voorhallen
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De zeven treden van de oostpoort komen overeen met de treden uit vers 6.
Hoe de voorhallen ‘voor hen’ staan, is niet geheel duidelijk: de voorhal ligt aan de binnenkant, voor de treden.
29Haar wachtkamers, pijlers en voorhallen hadden dezelfde maten. Zij en haar voorhallen hadden rondom vensters. De lengte was vijftig el en de breedte vijfentwintig el.
וְתָאָ֞יו
(vetaav)
en haar wachtkamers
וְאֵילָ֤יו
(veeilav)
en haar pijlers
וְאֵֽלַמָּיו֙
(veelamav)
en haar voorhallen
כַּמִּדּ֣וֹת
(kamidot)
volgens maten
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
וְחַלּוֹנ֥וֹת
(vechalonot)
en vensters
ל֛וֹ
(lo)
voor haar
וּלְאֵלַמָּ֖יו
(uleelamav)
en voor haar voorhallen
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
חֲמִשִּׁ֤ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּה֙
(ama)
el
אֹ֔רֶךְ
(orekh)
lengte
וְרֹ֕חַב
(verochav)
en breedte
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְחָמֵ֖שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּֽוֹת
(amot)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Haar wachtkamers, pijlers en voorhallen hadden dezelfde maten. Zij en haar voorhallen hadden rondom vensters. De lengte was vijftig el en de breedte vijfentwintig el.
וְתָאָ֞יו
(vetaav)
en haar wachtkamers
וְאֵלָ֤יו
(veelav)
en haar pijlers
וְאֵֽלַמָּיו֙
(veelamav)
en haar voorhallen
כַּמִּדּ֣וֹת
(kamidot)
volgens maten
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
וְחַלּוֹנ֥וֹת
(vechalonot)
en vensters
ל֛וֹ
(lo)
voor haar
וּלְאֵלַמָּ֖יו
(uleelamav)
en voor haar voorhallen
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
אֹ֚רֶךְ
(orekh)
lengte
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּ֔ה
(ama)
el
וְרֹ֕חַב
(verochav)
en breedte
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39In de voorhal van de poort stonden twee tafels aan de ene kant en twee tafels aan de andere kant. Daarop slachtte men het brandoffer, het zondoffer en het schuldoffer.
וּבְאֻלָ֣ם
(uveulam)
en in voorhal van
הַשַּׁ֗עַר
(hashaar)
de poort
שְׁנַ֤יִם
(shenayim)
twee
שֻׁלְחָנוֹת֙
(shulchanot)
tafels
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan deze kant
וּשְׁנַ֥יִם
(ushenayim)
en twee
שֻׁלְחָנ֖וֹת
(shulchanot)
tafels
מִפֹּ֑ה
(mipo)
aan gene kant
לִשְׁח֤וֹט
(lishchot)
om te slachten
אֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
op hen
הָעוֹלָ֔ה
(haola)
het brandoffer
וְהַחַטָּ֖את
(vehachatat)
en het zondoffer
וְהָאָשָֽׁם
(vehaasham)
en het schuldoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֻׁלְחָנוֹת (shulchanot), ‘tafels’: stenen tafels voor het slachten van de offers; zie vers 42.
עוֹלָה (olah), ‘brandoffer’, חַטָּאת (chatat), ‘zondoffer’, en אָשָׁם (asham), ‘schuldoffer’: zoals in Lev. 1 tot 7.
40Aan de buitenzijde, voor wie omhoog gaat naar de ingang van de noordpoort, stonden twee tafels. Aan de andere zijde, bij de voorhal van de poort, stonden twee tafels.
וְאֶל
(veel)
en bij
הַכָּתֵ֣ף
(hakatef)
de zijde
מִח֗וּצָה
(michutsa)
buiten
לָעוֹלֶה֙
(laole)
voor wie opgaat
לְפֶ֨תַח֙
(lefetach)
naar de ingang van
הַשַּׁ֣עַר
(hashaar)
de poort
הַצָּפ֔וֹנָה
(hatsafona)
noordwaarts
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
שֻׁלְחָנ֑וֹת
(shulchanot)
tafels
וְאֶל
(veel)
en bij
הַכָּתֵ֣ף
(hakatef)
de zijde
הָאַחֶ֗רֶת
(haacheret)
andere
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
לְאֻלָ֣ם
(leulam)
bij de voorhal van
הַשַּׁ֔עַר
(hashaar)
de poort
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
שֻׁלְחָנֽוֹת
(shulchanot)
tafels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws is hier kort: ‘aan de zijde buiten, voor degene die opgaat naar de ingang van de noordpoort’.
De tafels stonden dus aan weerszijden van de ingang van de voorhal.
41Vier tafels aan de ene kant en vier tafels aan de andere kant, bij de zijkant van de poort: acht tafels waarop men slachtte.
אַרְבָּעָ֨ה
(arbaa)
vier
שֻׁלְחָנ֜וֹת
(shulchanot)
tafels
מִפֹּ֗ה
(mipo)
aan deze kant
וְאַרְבָּעָ֧ה
(vearbaa)
en vier
שֻׁלְחָנ֛וֹת
(shulchanot)
tafels
מִפֹּ֖ה
(mipo)
aan deze kant
לְכֶ֣תֶף
(lekhetef)
bij zijde van
הַשָּׁ֑עַר
(hashaar)
de poort
שְׁמוֹנָ֥ה
(shemona)
acht
שֻׁלְחָנ֖וֹת
(shulchanot)
tafels
אֲלֵיהֶ֥ם
(aleihem)
op hen
יִשְׁחָֽטוּ
(yishchatu)
zij slachtten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Acht tafels: vier aan elke kant van de poort (twee binnen de voorhal en twee daarbuiten, vers 39–40).
42Er waren ook vier tafels voor het brandoffer, van gehouwen steen, anderhalve el lang, anderhalve el breed en één el hoog. Daarop legde men de werktuigen waarmee men het brandoffer en het slachtoffer slachtte.
וְאַרְבָּעָה֩
(vearbaa)
en vier
שֻׁלְחָנ֨וֹת
(shulchanot)
tafels
לָעוֹלָ֜ה
(laola)
voor het brandoffer
אַבְנֵ֣י
(avnei)
stenen van
גָזִ֗ית
(gazit)
gehouwen steen
אֹרֶךְ֩
(orekh)
lengte
אַמָּ֨ה
(ama)
el
אַחַ֤ת
(achat)
een
וָחֵ֨צִי֙
(vachetsi)
en half
וְרֹ֨חַב
(verochav)
en breedte
אַמָּ֤ה
(ama)
el
אַחַת֙
(achat)
een
וָחֵ֔צִי
(vachetsi)
en half
וְגֹ֖בַהּ
(vegovah)
en hoogte
אַמָּ֣ה
(ama)
el
אֶחָ֑ת
(echat)
een
אֲלֵיהֶ֗ם
(aleihem)
op hen
וְיַנִּ֤יחוּ
(veyanichu)
en zij legden neer
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֵּלִים֙
(hakelim)
de werktuigen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waarmee
יִשְׁחֲט֧וּ
(yishchatu)
zij slachtten
אֶת
(et)
(obj.)
הָעוֹלָ֛ה
(haola)
het brandoffer
בָּ֖ם
(bam)
daarmee
וְהַזָּֽבַח
(vehazavach)
en het slachtoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גָזִית (gazit), ‘gehouwen steen’: bewerkte steen.
Het tafelblad was anderhalve el lang en breed, en een el hoog.
הַכֵּלִים (hakelim), ‘de werktuigen’: de messen en andere gereedschappen voor het slachten.
44Buiten de binnenste poort, in de binnenste voorhof, waren vertrekken voor zangers. Een daarvan lag aan de zijkant van de noordpoort en was naar het zuiden gericht. Een andere lag aan de zijkant van de oostpoort en was naar het noorden gericht.
וּמִחוּצָה֩
(umichutsa)
en buiten
לַשַּׁ֨עַר
(lashaar)
de poort
הַפְּנִימִ֜י
(hapenimi)
de binnenste
לִֽשְׁכ֣וֹת
(lishkhot)
vertrekken van
שָׁרִ֗ים
(sharim)
zangers
בֶּחָצֵ֤ר
(bechatser)
in de voorhof
הַפְּנִימִי֙
(hapenimi)
de binnenste
אֲשֶׁ֗ר
(asher)
die
אֶל
(el)
bij
כֶּ֨תֶף֙
(ketef)
zijde van
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
הַצָּפ֔וֹן
(hatsafon)
het noorden
וּפְנֵיהֶ֖ם
(ufeneihem)
en hun gezicht
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַדָּר֑וֹם
(hadarom)
het zuiden
אֶחָ֗ד
(echad)
een
אֶל
(el)
bij
כֶּ֨תֶף֙
(ketef)
zijde van
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
הַקָּדִ֔ים
(haqadim)
het oosten
פְּנֵ֖י
(penei)
gericht
דֶּ֥רֶךְ
(derekh)
richting
הַצָּפֹֽן
(hatsafon)
het noorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שָׁרִים (sharim), ‘zangers’: zoals in de Masoretische tekst.
Sommige oude vertalingen lezen anders.
De zangers komen in de beschrijving van de tempel verder niet voor.
Het Hebreeuws is hier moeilijk: het eerste vertrek ligt aan de zijkant van de noordpoort en kijkt naar het zuiden, het tweede aan de zijkant van de oostpoort en kijkt naar het noorden. Wij volgen het Hebreeuws zo letterlijk mogelijk.
46Het vertrek dat naar het noorden gericht is, is voor de priesters die de wacht bij het altaar houden. Zij zijn de zonen van Zadok, die uit de zonen van Levi dicht bij Yahweh mogen komen om Hem te dienen.”
וְהַלִּשְׁכָּ֗ה
(vehalishka)
en het vertrek
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
פָּנֶ֨יהָ֙
(paneiha)
haar gezicht
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
richting
הַצָּפ֔וֹן
(hatsafon)
het noorden
לַכֹּ֣הֲנִ֔ים
(lakohanim)
voor de priesters
שֹׁמְרֵ֖י
(shomerei)
bewakers van
מִשְׁמֶ֣רֶת
(mishmeret)
wacht van
הַמִּזְבֵּ֑חַ
(hamizbeach)
het altaar
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
בְנֵֽי
(benei)
zonen van
צָד֗וֹק
(tsadoq)
Zadok
הַקְּרֵבִ֧ים
(haqerevim)
de naderenden
מִבְּנֵֽי
(mibenei)
uit de zonen van
לֵוִ֛י
(levi)
Levi
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לְשָׁרְתֽוֹ
(leshareto)
om Hem te dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְנֵי צָדוֹק (bene Tsadoq), ‘de zonen van Zadok’: de priesterlijke familie die volgens deze tekst bij het altaar dient.
Zie Ezech. 43:19 en 44:15 en 1 Kon. 2:35.
הַקְּרֵבִים (haqqerevim), ‘die dicht bij Yahweh mogen komen’: letterlijk ‘de naderenden’, de priesters die Yahweh mogen naderen en Hem dienen.
48Hij bracht mij naar de voorhal van het huis. Hij mat bij de voorhal: vijf el aan de ene kant en vijf el aan de andere kant. De breedte van de poort was drie el aan de ene kant en drie el aan de andere kant.
וַיְבִאֵנִי֮
(vayvieni)
en hij bracht mij
אֶל
(el)
naar
אֻלָ֣ם
(ulam)
voorhal van
הַבַּיִת֒
(habayit)
het huis
וַיָּ֨מָד֙
(vayamad)
en hij mat
אֵ֣ל
(el)
bij
אֻלָ֔ם
(ulam)
voorhal
חָמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּוֹת֙
(amot)
el
מִפֹּ֔ה
(mipo)
aan deze kant
וְחָמֵ֥שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
מִפֹּ֑ה
(mipo)
aan gene kant
וְרֹ֣חַב
(verochav)
en breedte van
הַשַּׁ֔עַר
(hashaar)
de poort
שָׁלֹ֤שׁ
(shalosh)
drie
אַמּוֹת֙
(amot)
el
מִפּ֔וֹ
(mipo)
aan deze kant
וְשָׁלֹ֥שׁ
(veshalosh)
en drie
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
מִפּֽוֹ
(mipo)
aan gene kant
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אוּלָם הַבַּיִת (ulam habayit), ‘de voorhal van het huis’: de ingang van de eigenlijke tempel.
וַיָּמָד אֶל אֻלָם (vayyamod el ulam), ‘en mat bij de voorhal’: het Hebreeuws is hier ongewoon (‘el’ betekent normaal ‘naar’). Sommige oude vertalingen lezen anders. Wij volgen de Masoretische tekst.
שָׁלֹשׁ אַמּוֹת (shalosh ammot), ‘drie el’: de maat van de poort; of de breedte van de poortzijden wordt niet gezegd.