Elohim Bijbel

Galaten 4

123456

Zonen en niet langer knechten: Paulus’ zorg om de Galaten en de twee vrouwen, Hagar en de vrije

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Knechten en zonen

1Ik zeg nu: zolang de erfgenaam een kind is, verschilt hij in niets van een knecht, hoewel hij heer is over alles.
Λέγω
(Lego)
ik zeg
δέ
(de)
nu
ἐφ’
(eph’)
zolang
ὅσον
(hoson)
hoe lang
χρόνον
(chronon)
tijd
ὁ
(ho)
de
κληρονόμος
(kleronomos)
erfgenaam
νήπιός
(nepios)
kind
ἐστιν
(estin)
is
οὐδὲν
(ouden)
in niets
διαφέρει
(diapherei)
verschilt hij
δούλου
(doulou)
van een knecht
κύριος
(kyrios)
heer
πάντων
(panton)
van alles
ὤν
(on)
zijnde
Bron: SBLGNT
Uitleg

νήπιος (nepios), ‘kind’: letterlijk iemand die nog niet kan spreken; hier een minderjarige die nog niet over zijn erfenis beschikt. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: iemand die eigendom is van een heer; zie ook Gal. 3:28.

Paulus beschrijft met een voorbeeld uit het gewone leven hoe iets wat van een kind is, toch onder gezag staat.

Zie ookGal 3:28
2Hij staat onder voogden en beheerders tot de tijd die de vader vooraf heeft vastgesteld.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑπὸ
(hypo)
onder
ἐπιτρόπους
(epitropous)
voogden
ἐστὶ
(esti)
hij staat
καὶ
(kai)
en
οἰκονόμους
(oikonomous)
beheerders
ἄχρι
(achri)
tot
τῆς
(tes)
de
προθεσμίας
(prothesmias)
vastgestelde tijd
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίτροπος (epitropos), ‘voogd’, en οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: mensen die voor een minderjarige zorgen en zijn bezit beheren. προθεσμία (prothesmia), ‘vastgestelde tijd’: de dag die de vader vooraf bepaald heeft.

3Zo waren ook wij, toen wij kinderen waren, tot knechten gemaakt onder de grondbeginselen van de wereld.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὅτε
(hote)
toen
ἦμεν
(emen)
wij waren
νήπιοι
(nepioi)
kinderen
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὰ
(ta)
de
στοιχεῖα
(stoicheia)
grondbeginselen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἤμεθα
(emetha)
waren wij
δεδουλωμένοι
(dedoulomenoi)
tot knechten gemaakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

στοιχεῖα τοῦ κόσμου (stoicheia tou kosmou), ‘de grondbeginselen van de wereld’: στοιχεῖον betekent eigenlijk ‘iets wat in een rij staat’, een eerste onderdeel, zoals een letter van het alfabet.

Het kan de eerste beginselen van onderwijs bedoelen, of de elementen van de wereld.

Ook in 4:9.

Het Grieks zegt niet uitdrukkelijk wat Paulus precies bedoelt; wij houden ‘grondbeginselen’.

δεδουλωμένοι (dedoulomenoi), ‘tot knechten gemaakt’: van hetzelfde woord als δοῦλος.

Zie ook Gal. 4:9.

Zie ookGal 4:9
4Maar toen de volheid van de tijd kwam, zond Elohim Zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,
ὅτε
(hote)
toen
δὲ
(de)
maar
ἦλθεν
(elthen)
kwam
τὸ
(to)
de
πλήρωμα
(pleroma)
volheid
τοῦ
(tou)
van de
χρόνου
(chronou)
tijd
ἐξαπέστειλεν
(exapesteilen)
zond
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
γενόμενον
(genomenon)
geboren
ἐκ
(ek)
uit
γυναικός
(gynaikos)
een vrouw
γενόμενον
(genomenon)
geboren
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαπέστειλεν (exapesteilen), ‘zond’: van ἐξαποστέλλω; wij houden ‘zenden’ voor ἀποστέλλω en verwanten. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: de tijd was ‘vol’, het vastgestelde moment (vers 2) was gekomen.

‘Geboren uit een vrouw’ en ‘geboren onder de wet’: het Grieks heeft tweemaal hetzelfde woord (γενόμενον, gegonen); wij vertalen beide ‘geboren’.

‘Onder de wet’: zie 4:21.

Zie ookGal 4:2
5om hen die onder de wet waren vrij te kopen, zodat wij de aanneming als zonen zouden ontvangen.
ἵνα
(hina)
om
τοὺς
(tous)
hen die
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ἐξαγοράσῃ
(exagorase)
vrij te kopen
ἵνα
(hina)
zodat
τὴν
(ten)
de
υἱοθεσίαν
(huiothesian)
aanneming als zonen
ἀπολάβωμεν
(apolabomen)
wij ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαγοράζω (exagorazo), ‘vrijkopen’: iemand uit de macht van een ander kopen. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: letterlijk ‘het zoon-plaatsen’, de wettelijke stap waarmee iemand als zoon en erfgenaam wordt aangenomen.

Zie ook Gal. 4:7.

Zie ookGal 4:7
6En omdat jullie zonen zijn, heeft Elohim de Geest van Zijn Zoon in onze harten gezonden. Hij roept: „Abba, Vader!”
ὅτι
(hoti)
omdat
δέ
(de)
nu
ἐστε
(este)
jullie zijn
υἱοί
(huioi)
zonen
ἐξαπέστειλεν
(exapesteilen)
zond
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ἡμῶν
(hemon)
onze
κρᾶζον
(krazon)
roepend
Αββα
(Abba)
Abba
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἀββά (Abba): Aramees voor ‘vader’; wij laten het staan.

De Messias gebruikt het woord zelf in Mark. 14:36.

Het Grieks voegt ὁ πατήρ (ho pater), ‘Vader’, toe.

Het Grieks heeft ‘onze harten’, hoewel het begin van het vers ‘jullie’ zegt; wij volgen de SBLGNT.

De woorden ‘Abba, Vader’ zijn de roep van de Geest in ons, gericht tot Elohim; wij zetten ze daarom zwart, niet rood.

Zie ook Mark. 14:36.

Zie ookMar 14:36
7Je bent dus niet langer een knecht, maar een zoon. En als je een zoon bent, ben je ook erfgenaam door Elohim.
ὥστε
(hoste)
zodat
οὐκέτι
(ouketi)
niet langer
εἶ
(ei)
je bent
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἀλλὰ
(alla)
maar
υἱός
(huios)
zoon
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
nu
υἱός
(huios)
zoon
καὶ
(kai)
ook
κληρονόμος
(kleronomos)
erfgenaam
διὰ
(dia)
door
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

De aanspreking wisselt van ‘jullie’ (vers 6) naar ‘je’: het Grieks heeft hier het enkelvoud.

Paulus spreekt elke lezer persoonlijk aan.

Zie ookGal 4:6

Terug naar de grondbeginselen?

8Maar toen jullie Elohim niet kenden, dienden jullie als knechten hen die van nature geen goden zijn.
Ἀλλὰ
(Alla)
maar
τότε
(tote)
toen
μὲν
(men)
wel
οὐκ
(ouk)
niet
εἰδότες
(eidotes)
kennend
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐδουλεύσατε
(edouleusate)
dienden jullie als knechten
τοῖς
(tois)
hen
φύσει
(physei)
van nature
μὴ
(me)
niet
οὖσι
(ousi)
zijnde
θεοῖς
(theois)
goden
Bron: SBLGNT
Uitleg

τοῖς φύσει μὴ οὖσι θεοῖς (tois physei me ousi theois), ‘hen die van nature geen goden zijn’: de afgoden van de volken. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: wij vertalen het overal zo (4:8, 4:9, 4:25; vergelijk 5:13).

9Maar nu jullie Elohim kennen, of liever: door Elohim gekend zijn, hoe keren jullie dan weer terug naar de zwakke en arme grondbeginselen? Willen jullie hun opnieuw, van voren af aan, als knechten dienen?
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
γνόντες
(gnontes)
kennend
θεόν
(theon)
Elohim
μᾶλλον
(mallon)
liever
δὲ
(de)
maar
γνωσθέντες
(gnosthentes)
gekend zijnd
ὑπὸ
(hypo)
door
θεοῦ
(theou)
Elohim
πῶς
(pos)
hoe
ἐπιστρέφετε
(epistrephete)
keren jullie terug
πάλιν
(palin)
weer
ἐπὶ
(epi)
naar
τὰ
(ta)
de
ἀσθενῆ
(asthene)
zwakke
καὶ
(kai)
en
πτωχὰ
(ptocha)
arme
στοιχεῖα
(stoicheia)
grondbeginselen
οἷς
(hois)
aan wie
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἄνωθεν
(anothen)
van voren af aan
δουλεύειν
(douleuein)
als knechten te dienen
θέλετε
(thelete)
willen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

γνωσθέντες ὑπὸ θεοῦ (gnosthentes hypo theou), ‘door Elohim gekend’: Elohim neemt het initiatief. ἄνωθεν (anothen), ‘van voren af aan’: het woord betekent ook ‘van boven’. ἀσθενῆ καὶ πτωχὰ στοιχεῖα (asthene kai ptocha stoicheia), ‘zwakke en arme grondbeginselen’: zie 4:3.

10Jullie houden dagen, maanden, tijden en jaren nauwlettend in acht.
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
παρατηρεῖσθε
(paratereisthe)
houden jullie in acht
καὶ
(kai)
en
μῆνας
(menas)
maanden
καὶ
(kai)
en
καιροὺς
(kairous)
tijden
καὶ
(kai)
en
ἐνιαυτούς
(eniautous)
jaren
Bron: SBLGNT
Uitleg

καιροί (kairoi), ‘tijden’: vaste tijden, zoals feesttijden en seizoenen.

Paulus noemt niet welke dagen of maanden hij bedoelt; wij voegen niets toe.

11Ik vrees voor jullie. Misschien heb ik tevergeefs voor jullie gearbeid.
φοβοῦμαι
(phoboumai)
ik vrees
ὑμᾶς
(hymas)
voor jullie
μή
(me)
dat
πως
(pos)
misschien
εἰκῇ
(eike)
tevergeefs
κεκοπίακα
(kekopiaka)
ik heb gearbeid
εἰς
(eis)
voor
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοπιάω (kopiao), ‘arbeiden’: zwaar werk doen, zich inspannen.

Paulus’ zorg om hen

12Word zoals ik, want ook ik ben zoals jullie. Broers, ik smeek jullie: jullie hebben mij in niets onrecht gedaan.
Γίνεσθε
(Ginesthe)
word
ὡς
(hos)
zoals
ἐγώ
(ego)
ik
ὅτι
(hoti)
want
κἀγὼ
(kago)
ook ik
ὡς
(hos)
zoals
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
δέομαι
(deomai)
ik smeek
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οὐδέν
(ouden)
in niets
με
(me)
mij
ἠδικήσατε
(edikesate)
hebben jullie onrecht gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; zie Gal. 1:2.

In het tweede deel (‘want ook ik ben zoals jullie’) heeft het Grieks geen werkwoord; wij vullen ‘ben’ aan. Paulus bedoelt: ik ben geworden zoals jullie, dus zonder de wet van Mozes als maatstaf; de tekst zegt het niet uitdrukkelijk.

Zie ookGal 1:2
13Jullie weten dat ik jullie de eerste keer de goede boodschap heb gebracht vanwege een zwakheid van het vlees.
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
δὲ
(de)
nu
ὅτι
(hoti)
dat
δι’
(di’)
wegens
ἀσθένειαν
(astheneian)
zwakheid
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
εὐηγγελισάμην
(euengelisamen)
ik bracht de goede boodschap
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τὸ
(to)
de
πρότερον
(proteron)
eerste keer
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάρξ (sarx), ‘vlees’: het woord noemt hier het lichaam en tegelijk de zwakke menselijke natuur.

De zwakheid wordt niet nader omschreven. τὸ πρότερον (to proteron), ‘de eerste keer’: het kan ook ‘eerder’ betekenen.

εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

Zie ook Gal. 3:3.

Zie ookGal 3:3
14En jullie beproeving in mijn vlees hebben jullie niet veracht en niet uitgespuwd. Jullie ontvingen mij als een engel van Elohim, als Messias Yeshua.
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
πειρασμὸν
(peirasmon)
beproeving
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σαρκί
(sarki)
vlees
μου
(mou)
mijn
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξουθενήσατε
(exouthenesate)
hebben jullie veracht
οὐδὲ
(oude)
en niet
ἐξεπτύσατε
(exeptysate)
uitgespuwd
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὡς
(hos)
als
ἄγγελον
(angelon)
engel
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐδέξασθέ
(edexasthe)
ontvingen jullie
με
(me)
mij
ὡς
(hos)
als
Χριστὸν
(Christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeving’ als ‘verzoeking’.

Het Grieks heeft hier ‘jullie beproeving in mijn vlees’: de zwakheid van Paulus was een beproeving voor de Galaten. ἐξεπτύσατε (exeptysate), ‘uitgespuwd’: letterlijk ‘uitgespuugd’, een gebaar van afkeer. ἄγγελον θεοῦ (angelon theou), ‘een engel van Elohim’: een bode van Elohim.

Het Grieks heeft geen lidwoord vóór ‘Messias Yeshua’; wij schrijven ‘als Messias Yeshua’.

15Waar is dan jullie geluk? Want ik getuig van jullie dat jullie, als het mogelijk was geweest, jullie ogen zouden hebben uitgerukt en aan mij zouden hebben gegeven.
ποῦ
(pou)
waar
οὖν
(oun)
dan
ὁ
(ho)
het
μακαρισμὸς
(makarismos)
geluk
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μαρτυρῶ
(martyro)
ik getuig
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
van jullie
ὅτι
(hoti)
dat
εἰ
(ei)
als
δυνατὸν
(dynaton)
mogelijk
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐξορύξαντες
(exoryxantes)
uitgerukt hebbend
ἐδώκατέ
(edokate)
gaven jullie
μοι
(moi)
aan mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακαρισμός (makarismos), ‘het gelukkig noemen’: verwant met μακάριος (makarios), ‘gelukkig’, zoals in Matt. 5:3.

Wij schrijven ‘geluk’.

Het Grieks zegt niet wat precies bedoeld wordt: de vreugde of het geluk dat zij toen ervoeren.

‘De ogen uitrukken’ is een uitdrukking voor het grootste offer dat iemand kan brengen.

Zie ookMat 5:3
16Ben ik dan jullie vijand geworden doordat ik jullie de waarheid zeg?
ὥστε
(hoste)
zodat
ἐχθρὸς
(echthros)
vijand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
γέγονα
(gegona)
ben ik geworden
ἀληθεύων
(aletheuon)
de waarheid sprekend
ὑμῖν
(hymin)
tegen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen vraagteken: dit kan een vraag zijn of een verontruste vaststelling. ἀληθεύω (aletheuo), ‘de waarheid zeggen’.

17Zij ijveren voor jullie, maar niet op een goede manier. Zij willen jullie buitensluiten, opdat jullie voor hen ijveren.
ζηλοῦσιν
(zelousin)
zij ijveren
ὑμᾶς
(hymas)
voor jullie
οὐ
(ou)
niet
καλῶς
(kalos)
op goede manier
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐκκλεῖσαι
(ekkleisai)
buiten te sluiten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
θέλουσιν
(thelousin)
zij willen
ἵνα
(hina)
opdat
αὐτοὺς
(autous)
voor hen
ζηλοῦτε
(zeloute)
ijveren jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor’: het kan ook ‘jaloers zijn op’ betekenen. ἐκκλείω (ekkleio), ‘buitensluiten’: het Grieks zegt niet van wat; mogelijk van Paulus, van de gemeente of van de genade.

Wij laten dat open.

18Het is goed om altijd met ijver gezocht te worden in het goede, en niet alleen wanneer ik bij jullie ben.
καλὸν
(kalon)
goed
δὲ
(de)
maar
ζηλοῦσθαι
(zelousthai)
met ijver gezocht te worden
ἐν
(en)
in
καλῷ
(kalo)
het goede
πάντοτε
(pantote)
altijd
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
παρεῖναί
(pareinai)
aanwezig zijn
με
(me)
mijn
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζηλοῦσθαι (zelousthai), ‘met ijver gezocht te worden’: een lijdende vorm; iemand wil dat anderen zich met ijver aan hem wijden.

Paulus zegt: ijver is goed, mits die altijd in het goede is en niet alleen wanneer hij erbij is.

19Mijn kinderen, voor wie ik opnieuw weeën heb, totdat de Messias in jullie gestalte krijgt.
τέκνα
(tekna)
kinderen
μου
(mou)
mijn
οὓς
(hous)
voor wie
πάλιν
(palin)
opnieuw
ὠδίνω
(odino)
heb ik weeën
μέχρις
(mechris)
totdat
οὗ
(hou)
dat
μορφωθῇ
(morphothe)
gestalte krijgt
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὠδίνω (odino), ‘weeën hebben’: het beeld van een moeder die baart. μορφόω (morphoo), ‘gestalte geven’: de Messias krijgt in hen gestalte.

Het Grieks heeft hier geen volledige zin; wij laten dat zo.

20Ik zou nu graag bij jullie zijn en mijn stem veranderen, want ik ben ten einde raad over jullie.
ἤθελον
(ethelon)
ik wilde
δὲ
(de)
nu
παρεῖναι
(pareinai)
aanwezig zijn
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἄρτι
(arti)
nu
καὶ
(kai)
en
ἀλλάξαι
(allaxai)
veranderen
τὴν
(ten)
de
φωνήν
(phonen)
stem
μου
(mou)
mijn
ὅτι
(hoti)
want
ἀποροῦμαι
(aporoumai)
ben ik ten einde raad
ἐν
(en)
over
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλλάξαι τὴν φωνήν μου (allaxai ten phonen mou), ‘mijn stem veranderen’: van toon wisselen. ἀποροῦμαι (aporoumai), ‘ten einde raad zijn’: letterlijk ‘geen uitweg weten’.

Hagar en de vrije vrouw

21Zeg mij, jullie die onder de wet willen zijn: horen jullie de wet niet?
Λέγετέ
(Legete)
zegt
μοι
(moi)
mij
οἱ
(hoi)
jullie die
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
θέλοντες
(thelontes)
willend
εἶναι
(einai)
zijn
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
οὐκ
(ouk)
niet
ἀκούετε
(akouete)
horen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: het Griekse woord vertaalt Hebreeuws תּוֹרָה (tora), ‘onderwijs, instructie’.

Het kan de wet van Mozes bedoelen of de eerste vijf boeken.

Wij houden overal ‘de wet’.

In de tweede vermelding (‘horen jullie de wet niet?’) lijkt ‘de wet’ te wijzen op het geschrevene, want vers 22 gaat verder met ‘er staat geschreven’.

Zie ook Gen. 16:15; Gen. 21:1–3.

22Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had, één van de slavin en één van de vrije vrouw.
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
γὰρ
(gar)
immers
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
δύο
(dyo)
twee
υἱοὺς
(huious)
zonen
ἔσχεν
(eschen)
had
ἕνα
(hena)
één
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
παιδίσκης
(paidiskes)
slavin
καὶ
(kai)
en
ἕνα
(hena)
één
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
ἐλευθέρας
(eleutheras)
vrije vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδίσκη (paidiske), ‘slavin’: Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, zoals Sarah in Gen. 16:1 nog heet (haar nieuwe naam volgt in Gen. 17:15); het Grieks noemt Hagars naam pas in vers 24.

De vrije vrouw is Sarah; haar naam staat niet in de tekst.

Abrahams twee zonen zijn Ismaël en Isaak (Gen. 16:15; 21:2–3); ook hun namen noemt Paulus hier niet.

Zie ook Gen. 16:1; Gen. 16:15; Gen. 17:15; Gen. 21:2–3.

23Maar de zoon van de slavin is geboren naar het vlees, en de zoon van de vrije vrouw door een belofte.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
μὲν
(men)
enerzijds
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
παιδίσκης
(paidiskes)
slavin
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
γεγέννηται
(gegennetai)
is geboren
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
anderzijds
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
ἐλευθέρας
(eleutheras)
vrije vrouw
δι’
(di’)
door
ἐπαγγελίας
(epangelias)
een belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: op de gewone menselijke wijze. δι᾽ ἐπαγγελίας (di epangelias), ‘door een belofte’: de geboorte van Isaak kwam voort uit wat Elohim beloofd had (Gen. 17:16–19; 18:10). ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.

Zie ook Gen. 17:16–19; Gen. 18:10.

24Dit wordt allegorisch gezegd. Deze vrouwen zijn immers twee verbonden. Het ene is van de berg Sinaï en baart tot knechtschap. Dat is Hagar.
ἅτινά
(hatina)
welke dingen
ἐστιν
(estin)
is
ἀλληγορούμενα
(allegoroumena)
allegorisch gezegd
αὗται
(hautai)
deze
γάρ
(gar)
immers
εἰσιν
(eisin)
zijn
δύο
(dyo)
twee
διαθῆκαι
(diathekai)
verbonden
μία
(mia)
een
μὲν
(men)
enerzijds
ἀπὸ
(apo)
van
ὄρους
(orous)
berg
Σινᾶ
(Sina)
Sinaï
εἰς
(eis)
tot
δουλείαν
(douleian)
knechtschap
γεννῶσα
(gennosa)
baart
ἥτις
(hetis)
dat
ἐστὶν
(estin)
is
Ἁγάρ
(Hagar)
Hagar
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

ἀλληγορούμενα (allegoroumena), ‘allegorisch gezegd’: een verhaal wordt gebruikt om iets anders te zeggen.

Paulus leest het verhaal van Hagar en Sarah als een beeld.

διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament’; wij houden ‘verbond’, zoals in Gal. 3:15.

Het Grieks heeft bij ‘baart’ geen voorwerp; wij voegen ‘kinderen’ niet toe. Σινᾶ (Sina), ‘Sinaï’: de berg waar de wet gegeven werd (Exod. 19:20).

Zie ook Exod. 19:20.

25Hagar nu is de berg Sinaï in Arabië. Zij staat in dezelfde rij als het huidige Jeruzalem, want zij dient als knecht samen met haar kinderen.
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
nu
Ἁγὰρ
(Hagar)
Hagar
Σινᾶ
(Sina)
Sinaï
ὄρος
(oros)
berg
ἐστὶν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἀραβίᾳ
(Arabia)
Arabië
συστοιχεῖ
(systoichei)
staat in dezelfde rij
δὲ
(de)
nu
τῇ
(te)
met het
νῦν
(nyn)
huidige
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
δουλεύει
(douleuei)
dient als knecht
γὰρ
(gar)
want
μετὰ
(meta)
samen met
τῶν
(ton)
de
τέκνων
(teknon)
kinderen
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël.

De grenzen zijn niet scherp te trekken.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Het Grieks heeft een lidwoord vóór ‘Hagar’ (τὸ Ἁγάρ), alsof de naam zelf bedoeld wordt: de naam ‘Hagar’ staat voor de berg Sinaï in Arabië.

Συστοιχεῖ (systoichei), ‘staat in dezelfde rij’: hetzelfde stamwoord als στοιχεῖα (4:3) en στοιχέω (5:25, 6:16): wat in één rij staat, hoort bij elkaar. ‘Het huidige Jeruzalem’: de stad zoals zij nu is, tegenover ‘het Jeruzalem boven’ (vers 26). Het Grieks laat open of ‘zij dient als knecht’ over Hagar of over Jeruzalem gaat.

Zie ookGal 4:26
26Maar het Jeruzalem boven is vrij. Zij is onze moeder.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἄνω
(ano)
boven
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἐλευθέρα
(eleuthera)
vrij
ἐστίν
(estin)
is
ἥτις
(hetis)
zij
ἐστὶν
(estin)
is
μήτηρ
(meter)
moeder
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ἄνω Ἰερουσαλήμ (ano Ierousalem), ‘het Jeruzalem boven’: het hemelse Jeruzalem, tegenover ‘het huidige Jeruzalem’ (vers 25).

Zie ookGal 4:25
27Er staat immers geschreven: „Verheug je, onvruchtbare, jij die niet baart. Breek uit en roep, jij die geen weeën hebt. Want de kinderen van de verlatene zijn talrijker dan van haar die de man heeft.”
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
γάρ
(gar)
immers
Εὐφράνθητι
(Euphrantheti)
verheug je
στεῖρα
(steira)
onvruchtbare
ἡ
(he)
jij die
οὐ
(ou)
niet
τίκτουσα
(tiktousa)
baart
ῥῆξον
(rhexon)
breek uit
καὶ
(kai)
en
βόησον
(boeson)
roep
ἡ
(he)
jij die
οὐκ
(ouk)
niet
ὠδίνουσα
(odinousa)
weeën hebt
ὅτι
(hoti)
want
πολλὰ
(polla)
vele
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τῆς
(tes)
van de
ἐρήμου
(eremou)
verlatene
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
τῆς
(tes)
van haar
ἐχούσης
(echouses)
die heeft
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is uit Jes. 54:1.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Jubel, onvruchtbare, jij die niet gebaard hebt.

Breek uit in gejubel en schreeuw het uit, jij die geen weeën hebt gehad.

Want de zonen van de verwoeste vrouw zijn talrijker dan de zonen van de gehuwde vrouw’.

De Griekse tekst heeft ‘Verheug je’ en ‘de verlatene’ (ἔρημος kan ook ‘woestijn’ betekenen) en ‘haar die de man heeft’.

In Jesaja sluit het vers af met ‘zegt Yahweh’; Paulus haalt het aan als wat ‘geschreven’ staat, zonder die slotwoorden, daarom zwart.

Zie ook Jes. 54:1.

Zie ookJes 54:1
28Jullie nu, broers, zijn zoals Isaak kinderen van de belofte.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δέ
(de)
nu
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
κατὰ
(kata)
zoals
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
ἐπαγγελίας
(epangelias)
van de belofte
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἐστέ
(este)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ Ἰσαάκ (kata Isaak), ‘zoals Isaak’: naar de wijze van Isaak.

Zie vers 23.

Zie ook Gen. 21:2–3.

29Maar zoals toen degene die naar het vlees geboren was, degene vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὥσπερ
(hosper)
zoals
τότε
(tote)
toen
ὁ
(ho)
degene die
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
γεννηθεὶς
(gennetheis)
geboren
ἐδίωκε
(edioke)
vervolgde
τὸν
(ton)
degene die
κατὰ
(kata)
naar
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
νῦν
(nyn)
nu
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐδίωκε (edioke), ‘vervolgde’: het Grieks gebruikt het gewone woord voor ‘vervolgen’.

In Gen. 21:9 staat in ons Hebreeuws dat Ismaël Isaak ‘treiterde’. κατὰ πνεῦμα (kata pneuma), ‘naar de Geest’: Paulus zet het tegenover ‘naar het vlees’ (vers 23): Isaak werd geboren door wat Elohim had beloofd.

Zie ook Gen. 21:9.

30Maar wat zegt de Schrift? „Werp de slavin en haar zoon uit, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije vrouw.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
τί
(ti)
wat
λέγει
(legei)
zegt
ἡ
(he)
de
γραφή
(graphe)
Schrift
Ἔκβαλε
(Ekbale)
werp uit
τὴν
(ten)
de
παιδίσκην
(paidisken)
slavin
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
zoon
αὐτῆς
(autes)
haar
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
μὴ
(me)
beslist
κληρονομήσει
(kleronomesei)
zal erven
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
τῆς
(tes)
van de
παιδίσκης
(paidiskes)
slavin
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
υἱοῦ
(huiou)
zoon
τῆς
(tes)
van de
ἐλευθέρας
(eleutheras)
vrije vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is uit Gen. 21:10.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Jaag deze slavin weg, en haar zoon, want de zoon van deze slavin zal niet erven met mijn zoon, met Isaak.’

De Griekse tekst van Paulus heeft ‘de zoon van de vrije vrouw’ in plaats van ‘mijn zoon, met Isaak’.

In Genesis spreekt Sarah; de woorden zijn dus zwart. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’.

Zie ook Gen. 21:10.

Zie ookGen 21:10
31Daarom, broers, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw.
διό
(dio)
daarom
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
παιδίσκης
(paidiskes)
van een slavin
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῆς
(tes)
van de
ἐλευθέρας
(eleutheras)
vrije vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus sluit af met de gevolgtrekking: wij horen bij de vrije vrouw, niet bij de slavin.

Vergelijk het begin van het volgende hoofdstuk, 5:1.