Elohim Bijbel

Ezechiël 42

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748

De vertrekken van de priesters en de maten van het hele tempelterrein

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De vertrekken aan de noordkant

1Hij bracht mij naar buiten, naar de buitenste voorhof, in de richting van het noorden. Hij bracht mij naar de vertrekken tegenover het afgescheiden terrein en tegenover het bouwwerk aan de noordkant.
וַיּוֹצִאֵ֗נִי
(vayotsieni)
en hij bracht mij naar buiten
אֶל
(el)
naar
הֶֽחָצֵר֙
(hechatser)
de voorhof
הַחִ֣יצוֹנָ֔ה
(hachitsona)
de buitenste
הַדֶּ֖רֶךְ
(haderekh)
de weg
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַצָּפ֑וֹן
(hatsafon)
het noorden
וַיְבִאֵ֣נִי
(vayvieni)
en hij bracht mij
אֶל
(el)
naar
הַלִּשְׁכָּ֗ה
(halishka)
het vertrek
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
נֶ֧גֶד
(neged)
tegenover
הַגִּזְרָ֛ה
(hagizra)
het afgescheiden terrein
וַאֲשֶֽׁר
(vaasher)
en dat
נֶ֥גֶד
(neged)
tegenover
הַבִּנְיָ֖ן
(habinyan)
het bouwwerk
אֶל
(el)
naar
הַצָּפֽוֹן
(hatsafon)
het noorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַגִּזְרָה (hagizrah), ‘het afgescheiden terrein’: afgeleid van een werkwoord dat ‘afsnijden’ betekent.

Het gaat om een open terrein bij het tempelhuis (zie ook 41:12–15).

Wat het precies was, is niet zeker.

הַלִּשְׁכָּה (halishkah), ‘het vertrek’: in het Hebreeuws staat het enkelvoud als verzamelnaam. Wij schrijven ‘vertrekken’.

הַבִּנְיָן (habinyan), ‘het bouwwerk’: het gebouw aan de westkant van het afgescheiden terrein (zie 41:12).

2De voorkant, met de ingang aan de noordkant, was honderd el lang. De breedte was vijftig el.
אֶל
(el)
voor
פְּנֵי
(penei)
het gezicht van
אֹ֨רֶךְ֙
(orekh)
lengte van
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
הַמֵּאָ֔ה
(hamea)
de honderd
פֶּ֖תַח
(petach)
ingang van
הַצָּפ֑וֹן
(hatsafon)
het noorden
וְהָרֹ֖חַב
(veharochav)
en de breedte
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
אַמּֽוֹת
(amot)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַמָּה (amah), ‘el’: een lengtemaat; zie de uitleg bij 40:5.

Letterlijk: ‘voor het gezicht van de lengte van honderd el, de ingang van het noorden’.

3Tegenover de twintig el van de binnenste voorhof en tegenover de bestrating van de buitenste voorhof lag galerij tegenover galerij, op drie verdiepingen.
נֶ֣גֶד
(neged)
tegenover
הָֽעֶשְׂרִ֗ים
(haesrim)
de twintig
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
לֶחָצֵ֣ר
(lechatser)
bij de voorhof
הַפְּנִימִ֔י
(hapenimi)
de binnenste
וְנֶ֣גֶד
(veneged)
en tegenover
רִֽצְפָ֔ה
(ritsfa)
de bestrating
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לֶחָצֵ֣ר
(lechatser)
bij de voorhof
הַחִֽיצוֹנָ֑ה
(hachitsona)
de buitenste
אַתִּ֥יק
(atiq)
galerij
אֶל
(el)
tegenover
פְּנֵֽי
(penei)
het gezicht van
אַתִּ֖יק
(atiq)
galerij
בַּשְּׁלִשִֽׁים
(bashelishim)
op drie verdiepingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַתִּיק (atiq), ‘galerij’: een zeldzaam woord.

De betekenis is niet zeker; het gaat om een gaanderij of balkon, ook genoemd in 41:15–16.

בַּשְּׁלִשִׁים (bashlishim), ‘op drie verdiepingen’: letterlijk ‘in de drieën’. De tekst is moeilijk; vers 5 en 6 zeggen dat het om drie lagen gaat.

De twintig el: waarschijnlijk de strook rondom het tempelhuis (zie 41:10); dat is niet zeker.

4Voor de vertrekken lag een gang van tien el breed, aan de binnenkant, en een pad van één el. Hun ingangen lagen aan de noordkant.
וְלִפְנֵ֨י
(velifnei)
en voor
הַלְּשָׁכ֜וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
מַהֲלַךְ֩
(mahalakh)
gang van
עֶ֨שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֥וֹת
(amot)
el
רֹ֨חַב֙
(rochav)
breedte
אֶל
(el)
naar
הַפְּנִימִ֔ית
(hapenimit)
de binnenkant
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
weg van
אַמָּ֣ה
(ama)
el
אֶחָ֑ת
(echat)
een
וּפִתְחֵיהֶ֖ם
(ufitcheihem)
en hun ingangen
לַצָּפֽוֹן
(latsafon)
naar het noorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֶּרֶךְ אַמָּה אַחַת (derekh amah achat), ‘een pad van één el’: de tekst is moeilijk.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

5De bovenste vertrekken waren korter, want de galerijen namen er ruimte van weg, meer dan van de onderste en de middelste verdieping van het bouwwerk.
וְהַלְּשָׁכ֥וֹת
(vehaleshakhot)
en de vertrekken
הָעֶלְיוֹנֹ֖ת
(haelyonot)
de bovenste
קְצֻר֑וֹת
(qetsurot)
korter
כִּֽי
(ki)
want
יוֹכְל֨וּ
(yokhelu)
namen weg
אַתִּיקִ֜ים
(atiqim)
galerijen
מֵהֵ֗נָה
(mehena)
van hen
מֵֽהַתַּחְתֹּנ֛וֹת
(mehatachtonot)
dan de onderste
וּמֵהַתִּֽכֹנ֖וֹת
(umehatikhonot)
en dan de middelste
בִּנְיָֽן
(binyan)
bouwwerk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוּכְלוּ (yukhlu): het werkwoord betekent ‘wegnemen’ of ‘opeten’.

De galerijen namen een deel van de ruimte weg, zodat de hogere vertrekken smaller werden.

Zie ookEzech 41:7
6Want zij hadden drie verdiepingen en hadden geen pilaren zoals de pilaren van de voorhoven. Daarom sprong het bovenste vertrek terug ten opzichte van het onderste en het middelste, vanaf de grond gerekend.
כִּ֤י
(ki)
want
מְשֻׁלָּשׁוֹת֙
(meshulashot)
in drie verdiepingen
הֵ֔נָּה
(hena)
zij
וְאֵ֤ין
(veein)
en niet
לָהֶן֙
(lahen)
voor hen
עַמּוּדִ֔ים
(amudim)
pilaren
כְּעַמּוּדֵ֖י
(keamudei)
zoals pilaren van
הַחֲצֵר֑וֹת
(hachatserot)
de voorhoven
עַל
(al)
op
כֵּ֣ן
(ken)
zo
נֶאֱצַ֗ל
(neetsal)
sprong terug
מֵהַתַּחְתּוֹנ֛וֹת
(mehatachtonot)
dan de onderste
וּמֵהַתִּֽיכֹנ֖וֹת
(umehatikhonot)
en dan de middelste
מֵהָאָֽרֶץ
(mehaarets)
van de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶאֱצַל (ne’etsal), ‘sprong terug’: letterlijk ‘werd weggenomen’.

De bovenste lagen waren smaller dan de onderste, doordat er geen pilaren waren om ze te dragen.

7Buiten, langs de vertrekken, lag een muur aan de kant van de buitenste voorhof, tegenover de vertrekken. De lengte ervan was vijftig el.
וְגָדֵ֤ר
(vegader)
en een muur
אֲשֶׁר
(asher)
die
לַחוּץ֙
(lachuts)
buiten
לְעֻמַּ֣ת
(leumat)
langs
הַלְּשָׁכ֔וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
דֶּ֛רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הֶחָצֵ֥ר
(hechatser)
de voorhof
הַחִֽצוֹנָ֖ה
(hachitsona)
de buitenste
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֣י
(penei)
het gezicht van
הַלְּשָׁכ֑וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
אָרְכּ֖וֹ
(arko)
haar lengte
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְגָדֵר (vegader), ‘en een muur’: de muur liep langs de buitenkant van de vertrekken, aan de kant van de buitenste voorhof.

8Want de lengte van de vertrekken aan de buitenste voorhof was vijftig el. Maar aan de voorkant van de tempel was het honderd el.
כִּֽי
(ki)
want
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
הַלְּשָׁכ֗וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
לֶחָצֵ֥ר
(lechatser)
bij de voorhof
הַחִֽצוֹנָ֖ה
(hachitsona)
de buitenste
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּ֑ה
(ama)
el
וְהִנֵּ֛ה
(vehine)
en zie
עַל
(al)
aan
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
הַהֵיכָ֖ל
(haheikhal)
de tempel
מֵאָ֥ה
(mea)
honderd
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: zoals in 8:16.

Aan de voorkant, bij de tempel, was het terrein honderd el.

9Onder deze vertrekken was de ingang aan de oostkant, voor wie er vanuit de buitenste voorhof binnenkwam.
וּמִתַּ֖חַת
(umitachat)
en onder
הַלְּשָׁכ֣וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
הָאֵ֑לֶּה
(haele)
deze
הַמֵּבִיא֙
(hamevi)
de ingang
מֵֽהַקָּדִ֔ים
(mehaqadim)
van het oosten
בְּבֹא֣וֹ
(bevoo)
bij zijn binnenkomen
לָהֵ֔נָּה
(lahena)
daarheen
מֵֽהֶחָצֵ֖ר
(mehechatser)
van de voorhof
הַחִצֹנָֽה
(hachitsona)
de buitenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat לְשָׁכוֹת (lishkot), ‘vertrekken’, zonder lidwoord; de overlevering (qere) leest וּמִתַּחַת הַלְּשָׁכוֹת (umittachat halleshakot), ‘en onder de vertrekken’.

In dezelfde zin staat in de geschreven tekst הַמָּבוֹא (hamavo), ‘de ingang’; de overlevering leest הַמֵּבִיא (hammevi).

Wij volgen de qere.

10In de breedte van de muur van de voorhof, in de richting van het oosten, tegenover het afgescheiden terrein en tegenover het bouwwerk, waren vertrekken.
בְּרֹ֣חַב
(berochav)
in de breedte van
גֶּ֣דֶר
(geder)
muur van
הֶחָצֵ֗ר
(hechatser)
de voorhof
דֶּ֧רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַקָּדִ֛ים
(haqadim)
het oosten
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֧י
(penei)
het gezicht van
הַגִּזְרָ֛ה
(hagizra)
het afgescheiden terrein
וְאֶל
(veel)
en naar
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
הַבִּנְיָ֖ן
(habinyan)
het bouwwerk
לְשָׁכֽוֹת
(leshakhot)
vertrekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de brontekst staat ‘in de richting van het oosten’.

Vers 12 beschrijft de vertrekken aan de zuidkant.

Sommige oude vertalingen lezen hier anders.

11Voor hen lag een gang, net als bij de vertrekken aan de noordkant. Hun lengte en hun breedte waren gelijk. Alle uitgangen, indelingen en ingangen waren hetzelfde.
וְדֶ֨רֶךְ֙
(vederekh)
en een gang
לִפְנֵיהֶ֔ם
(lifneihem)
voor hen
כְּמַרְאֵ֣ה
(kemare)
zoals het aanzien van
הַלְּשָׁכ֗וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַצָּפ֔וֹן
(hatsafon)
het noorden
כְּאָרְכָּ֖ן
(kearkan)
zoals hun lengte
כֵּ֣ן
(ken)
zo
רָחְבָּ֑ן
(rachban)
hun breedte
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
מוֹצָ֣אֵיהֶ֔ן
(motsaeihen)
hun uitgangen
וּכְמִשְׁפְּטֵיהֶ֖ן
(ukhemishpeteihen)
en volgens hun regelingen
וּכְפִתְחֵיהֶֽן
(ukhefitcheihen)
en volgens hun ingangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּכְמִשְׁפְּטֵיהֶן (uchemishpetehen), ‘volgens hun regelingen’: het woord mishpat betekent hier ‘regeling’ of ‘indeling’.

Zie ookEzech 42:4
12Zo waren ook de ingangen van de vertrekken aan de zuidkant. Aan het begin van de gang was een ingang, de gang langs de afschermende muur, aan de oostkant, waar men binnenkwam.
וּכְפִתְחֵ֣י
(ukhefitchei)
en zoals de ingangen van
הַלְּשָׁכ֗וֹת
(haleshakhot)
de vertrekken
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַדָּר֔וֹם
(hadarom)
het zuiden
פֶּ֖תַח
(petach)
ingang
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
aan het begin van
דָּ֑רֶךְ
(darekh)
de gang
דֶּ֗רֶךְ
(derekh)
gang
בִּפְנֵי֙
(bifnei)
voor
הַגְּדֶ֣רֶת
(hagederet)
de muur
הֲגִינָ֔ה
(hagina)
de afschermende
דֶּ֥רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַקָּדִ֖ים
(haqadim)
het oosten
בְּבוֹאָֽן
(bevoan)
bij hun binnenkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַגְּדֶרֶת הֲגִינָה (hagederet haggina), ‘de afschermende muur’: zeldzaam; de betekenis is onzeker.

Het gaat om een muur langs het pad, die de ingang beschermt of afschermt.

De heilige vertrekken voor de priesters

13Hij zei tegen mij: „De vertrekken aan de noordkant en de vertrekken aan de zuidkant, die tegenover het afgescheiden terrein liggen, zijn de heilige vertrekken. Daar eten de priesters die dicht bij Yahweh komen de hoogheilige gaven. Daar leggen zij de hoogheilige gaven neer: het graanoffer, het zondoffer en het schuldoffer. Want de plaats is heilig.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלַ֗י
(elay)
tot mij
לִֽשְׁכ֨וֹת
(lishkhot)
vertrekken van
הַצָּפ֜וֹן
(hatsafon)
het noorden
לִֽשְׁכ֣וֹת
(lishkhot)
vertrekken van
הַדָּרוֹם֮
(hadarom)
het zuiden
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֣י
(penei)
het gezicht van
הַגִּזְרָה֒
(hagizra)
het afgescheiden terrein
הֵ֣נָּה
(hena)
zij
לִֽשְׁכ֣וֹת
(lishkhot)
vertrekken van
הַקֹּ֗דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waar
יֹאכְלוּ
(yokhlu)
zullen eten
שָׁ֧ם
(sham)
daar
הַכֹּהֲנִ֛ים
(hakohanim)
de priesters
אֲשֶׁר
(asher)
die
קְרוֹבִ֥ים
(qerovim)
dichtbij
לַֽיהוָ֖ה
(laYahweh)
Yahweh
קָדְשֵׁ֣י
(qadeshei)
de heiligste gaven van
הַקֳּדָשִׁ֑ים
(haqodashim)
de heilige dingen
שָׁ֞ם
(sham)
daar
יַנִּ֣יחוּ
(yanichu)
zullen zij neerleggen
קָדְשֵׁ֣י
(qadeshei)
de heiligste gaven van
הַקֳּדָשִׁ֗ים
(haqodashim)
de heilige dingen
וְהַמִּנְחָה֙
(vehamincha)
en het graanoffer
וְהַחַטָּ֣את
(vehachatat)
en het zondoffer
וְהָאָשָׁ֔ם
(vehaasham)
en het schuldoffer
כִּ֥י
(ki)
want
הַמָּק֖וֹם
(hamaqom)
de plaats
קָדֹֽשׁ
(qadosh)
heilig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘de hoogheilige gaven’: het gaat om de offers die alleen de priesters mochten eten (Lev. 6:7–11, 6:18–23 en 7:1–7).

Letterlijk: ‘het heiligste van de heilige dingen’.

מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’, חַטָּאת (chatat), ‘zondoffer’, en אָשָׁם (asham), ‘schuldoffer’: zie Lev. 2, 4–5.

14Wanneer de priesters binnenkomen, mogen zij niet uit het heiligdom naar de buitenste voorhof gaan. Daar moeten zij hun kleren neerleggen waarin zij dienen, want die zijn heilig. Zij moeten andere kleren aantrekken en dan naderen tot wat voor het volk is.”
בְּבֹאָ֣ם
(bevoam)
bij hun binnenkomen
הַכֹּהֲנִ֗ים
(hakohanim)
de priesters
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יֵצְא֤וּ
(yetseu)
zullen zij naar buiten gaan
מֵהַקֹּ֨דֶשׁ֙
(mehaqodesh)
uit het heiligdom
אֶל
(el)
naar
הֶחָצֵ֣ר
(hechatser)
de voorhof
הַחִיצוֹנָ֔ה
(hachitsona)
de buitenste
וְשָׁ֞ם
(vesham)
en daar
יַנִּ֧יחוּ
(yanichu)
zullen zij neerleggen
בִגְדֵיהֶ֛ם
(bigdeihem)
hun kleren
אֲשֶׁר
(asher)
waarin
יְשָׁרְת֥וּ
(yesharetu)
zij dienen
בָהֶ֖ן
(bahen)
daarin
כִּֽי
(ki)
want
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
heilig
הֵ֑נָּה
(hena)
zij
וְלָבְשׁוּ֙
(velaveshu)
en zij zullen aantrekken
בְּגָדִ֣ים
(begadim)
kleren
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
וְקָרְב֖וּ
(veqarevu)
en zij zullen naderen
אֶל
(el)
naar
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
לָעָֽם
(laam)
voor het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Kleren die in het heiligdom zijn gebruikt, zijn heilig en mogen niet buiten het heiligdom worden gedragen.

Vergelijk 44:19.

Het hele terrein wordt gemeten

15Toen hij klaar was met de maten van het binnenste huis, bracht hij mij naar buiten door de poort die naar het oosten was gekeerd. Hij mat het terrein helemaal rondom.
וְכִלָּ֗ה
(vekhila)
en hij voltooide
אֶת
(et)
(obj.)
מִדּוֹת֙
(midot)
de maten van
הַבַּ֣יִת
(habayit)
het huis
הַפְּנִימִ֔י
(hapenimi)
het binnenste
וְהוֹצִיאַ֨נִי֙
(vehotsiani)
en hij bracht mij naar buiten
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַשַּׁ֔עַר
(hashaar)
de poort
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
פָּנָ֖יו
(panav)
haar gezicht
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
in de richting van
הַקָּדִ֑ים
(haqadim)
het oosten
וּמְדָד֖וֹ
(umedado)
en hij mat het
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְכִלָּה (vekhillah), ‘en hij voltooide’: de rondleiding door het huis is ten einde.

Daarna volgt de meting van het hele terrein.

16Hij mat de oostkant met de meetlat: vijfhonderd latten, met de meetlat gemeten, rondom.
מָדַ֛ד
(madad)
hij mat
ר֥וּחַ
(ruach)
zijde van
הַקָּדִ֖ים
(haqadim)
het oosten
בִּקְנֵ֣ה
(biqne)
met de lat van
הַמִּדָּ֑ה
(hamida)
de maat
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֥וֹת
(meot)
honderden
קָנִ֛ים
(qanim)
latten
בִּקְנֵ֥ה
(biqne)
met de lat van
הַמִּדָּ֖ה
(hamida)
de maat
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּקְנֵה (baqaneh), ‘met de lat’ of ‘met het riet’: de meetlat uit Ezech. 40:3 en 40:5.

Zij is zes el lang (40:5).

Wij gebruiken ‘lat’ als maat, zoals in 40:5.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat אַמּוֹת (amot), ‘el’ als maat; de overlevering (qere) leest מֵאוֹת (meot), ‘honderden’.

Wij volgen de qere; in vers 17–19 staat ook ‘honderden’.

17Hij mat de noordkant: vijfhonderd latten, met de meetlat gemeten, rondom.
מָדַ֖ד
(madad)
hij mat
ר֣וּחַ
(ruach)
zijde van
הַצָּפ֑וֹן
(hatsafon)
het noorden
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֥וֹת
(meot)
honderden
קָנִ֛ים
(qanim)
latten
בִּקְנֵ֥ה
(biqne)
met de lat van
הַמִּדָּ֖ה
(hamida)
de maat
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18De zuidkant mat hij: vijfhonderd latten, met de meetlat.
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
ר֥וּחַ
(ruach)
zijde van
הַדָּר֖וֹם
(hadarom)
het zuiden
מָדָ֑ד
(madad)
hij mat
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֥וֹת
(meot)
honderden
קָנִ֖ים
(qanim)
latten
בִּקְנֵ֥ה
(biqne)
met de lat van
הַמִּדָּֽה
(hamida)
de maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Hij ging rond naar de westkant en mat: vijfhonderd latten, met de meetlat.
סָבַ֖ב
(savav)
hij ging rond
אֶל
(el)
naar
ר֣וּחַ
(ruach)
zijde van
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
מָדַ֛ד
(madad)
hij mat
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֥וֹת
(meot)
honderden
קָנִ֖ים
(qanim)
latten
בִּקְנֵ֥ה
(biqne)
met de lat van
הַמִּדָּֽה
(hamida)
de maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Aan de vier kanten mat hij het. Het had een muur rondom, vijfhonderd lang en vijfhonderd breed, om het heilige te scheiden van het gewone.
לְאַרְבַּ֨ע
(learba)
aan vier
רוּח֜וֹת
(ruchot)
zijden
מְדָד֗וֹ
(medado)
hij mat het
ח֤וֹמָה
(choma)
muur
לוֹ֙
(lo)
voor het
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
אֹ֚רֶךְ
(orekh)
lengte
חֲמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֔וֹת
(meot)
honderd
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
חֲמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֑וֹת
(meot)
honderd
לְהַבְדִּ֕יל
(lehavdil)
om te scheiden
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הַקֹּ֖דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
לְחֹֽל
(lechol)
en het gewone
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De maat bij ‘vijfhonderd’ ontbreekt in dit vers.

Vers 16–19 noemen ‘latten’; wij laten het hier zoals het Hebreeuws, zonder eenheid.

לְהַבְדִּיל בֵּין הַקֹּדֶשׁ לְחֹל (lehavdil bein haqodesh lechol), ‘om het heilige te scheiden van het gewone’: de muur maakt het verschil tussen het heilige terrein en het gewone terrein zichtbaar. Zie ook 44:23.