Elohim Bijbel

Leviticus 9

123456789101112131415161718192021222324252627

De achtste dag: de eerste offers van Aäron

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De achtste dag

1Op de achtste dag riep Mozes Aäron, zijn zonen en de oudsten van Israël.
וַיְהִי֙
(vayhi)
en het was
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁמִינִ֔י
(hashemini)
de achtste
קָרָ֣א
(qara)
riep
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לְאַהֲרֹ֖ן
(leaharon)
Aäron
וּלְבָנָ֑יו
(ulevanav)
en zijn zonen
וּלְזִקְנֵ֖י
(uleziqnei)
en de oudsten van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De achtste dag volgt op de zeven dagen van de inwijding (Lev. 8:33–35).

Nu begint de dienst van de priesters.

Aanvullend

Jasher 83:5 bevestigt de offers van deze dag.

2Hij zei tegen Aäron: „Neem voor jezelf een kalf, een jong rund, als zondoffer en een ram als brandoffer, beide zonder gebrek. Breng ze voor het aangezicht van Yahweh.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
אֶֽל
(el)
tot
אַהֲרֹ֗ן
(aharon)
Aäron
קַח
(qach)
neem
לְ֠ךָ
(lekha)
voor jezelf
עֵ֣גֶל
(egel)
een kalf
בֶּן
(ben)
zoon van
בָּקָ֧ר
(baqar)
rundvee
לְחַטָּ֛את
(lechatat)
als zondoffer
וְאַ֥יִל
(veayil)
en een ram
לְעֹלָ֖ה
(leola)
als brandoffer
תְּמִימִ֑ם
(temimim)
zonder gebrek
וְהַקְרֵ֖ב
(vehaqrev)
en breng
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵגֶל בֶּן־בָּקָר (egel ben-baqar), letterlijk ‘kalf, zoon van het rundvee’: een jong rund.

Aäron brengt eerst een offer voor zichzelf en daarna voor het volk (vers 7–15).

3En tot de zonen van Israël moet je zeggen: ‘Neem een geitenbok als zondoffer, en een kalf en een lam van een jaar, beide zonder gebrek, als brandoffer,
וְאֶל
(veel)
en tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
תְּדַבֵּ֣ר
(tedaber)
je zult spreken
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
קְח֤וּ
(qechu)
neem
שְׂעִיר
(seir)
bok van
עִזִּים֙
(izim)
geiten
לְחַטָּ֔את
(lechatat)
als zondoffer
וְעֵ֨גֶל
(veegel)
en kalf
וָכֶ֧בֶשׂ
(vakheves)
en lam
בְּנֵי
(benei)
zonen van
שָׁנָ֛ה
(shana)
een jaar
תְּמִימִ֖ם
(temimim)
zonder gebrek
לְעֹלָֽה
(leola)
als brandoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׂעִיר עִזִּים (se’ir izzim), ‘geitenbok’: letterlijk ‘harige van de geiten’.

Voor een leider is het zondoffer ook een geitenbok (Lev. 4:23).

4en een stier en een ram als vredeoffer, om voor het aangezicht van Yahweh te slachten, en een graanoffer, met olie gekneed. Want vandaag verschijnt Yahweh aan jullie.’”
וְשׁ֨וֹר
(veshor)
en stier
וָאַ֜יִל
(vaayil)
en ram
לִשְׁלָמִ֗ים
(lishlamim)
als vredeoffer
לִזְבֹּ֨חַ֙
(lizboach)
om te slachten
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמִנְחָ֖ה
(umincha)
en graanoffer
בְּלוּלָ֣ה
(belula)
gekneed
בַשָּׁ֑מֶן
(bashamen)
met olie
כִּ֣י
(ki)
want
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
נִרְאָ֥ה
(nira)
verschijnt
אֲלֵיכֶֽם
(aleikhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוֹר (shor), ‘stier’, is hier een ander woord dan פָּר (par), ‘jonge stier’, in Lev. 8.

Wij houden beide woorden uit elkaar.

5Zij brachten wat Mozes geboden had mee tot voor de tent van samenkomst. Heel de gemeenschap kwam dichterbij en bleef staan voor het aangezicht van Yahweh.
וַיִּקְח֗וּ
(vayiqchu)
en zij namen
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
צִוָּ֣ה
(tsiva)
had geboden
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֖י
(penei)
voorkant van
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וַֽיִּקְרְבוּ֙
(vayiqrevu)
en kwamen dichtbij
כָּל
(kal)
heel
הָ֣עֵדָ֔ה
(haeda)
de gemeenschap
וַיַּֽעַמְד֖וּ
(vayaamdu)
en bleven staan
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Mozes zei: „Dit is wat Yahweh geboden heeft. Doe het, dan verschijnt de heerlijkheid van Yahweh aan jullie.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
זֶ֧ה
(ze)
dit
הַדָּבָ֛ר
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁר
(asher)
dat
צִוָּ֥ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
תַּעֲשׂ֑וּ
(taasu)
doe het
וְיֵרָ֥א
(veyera)
en zal verschijnen
אֲלֵיכֶ֖ם
(aleikhem)
aan jullie
כְּב֥וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּבוֹד יְהוָה (kevod Yahweh), ‘heerlijkheid van Yahweh’: dezelfde heerlijkheid die de tabernakel vulde (Exod. 40:34–35).

Zij verschijnt aan het einde van dit hoofdstuk (vers 23).

7Mozes zei tegen Aäron: „Kom naar het altaar. Breng je zondoffer en je brandoffer en doe verzoening voor jezelf en voor het volk. Breng ook de offergave van het volk en doe verzoening voor hen, zoals Yahweh geboden heeft.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
אֶֽל
(el)
tot
אַהֲרֹ֗ן
(aharon)
Aäron
קְרַ֤ב
(qerav)
kom dichtbij
אֶל
(el)
naar
הַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(hamizbeach)
het altaar
וַעֲשֵׂ֞ה
(vaase)
en breng
אֶת
(et)
(obj.)
חַטָּֽאתְךָ֙
(chatatkha)
je zondoffer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עֹ֣לָתֶ֔ךָ
(olatekha)
je brandoffer
וְכַפֵּ֥ר
(vekhaper)
en doe verzoening
בַּֽעַדְךָ֖
(baadkha)
voor jou
וּבְעַ֣ד
(uvead)
en voor
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וַעֲשֵׂ֞ה
(vaase)
en breng
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֤ן
(qarban)
offergave van
הָעָם֙
(haam)
het volk
וְכַפֵּ֣ר
(vekhaper)
en doe verzoening
בַּֽעֲדָ֔ם
(baadam)
voor hen
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het zondoffer van Aäron

8Aäron kwam naar het altaar en slachtte het kalf van het zondoffer, dat voor hemzelf was.
וַיִּקְרַ֥ב
(vayiqrav)
en kwam dichtbij
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
אֶל
(el)
naar
הַמִּזְבֵּ֑חַ
(hamizbeach)
het altaar
וַיִּשְׁחַ֛ט
(vayishchat)
en slachtte
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֥גֶל
(egel)
kalf van
הַחַטָּ֖את
(hachatat)
het zondoffer
אֲשֶׁר
(asher)
dat
לֽוֹ
(lo)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Aärons zonen brachten hem het bloed. Hij doopte zijn vinger in het bloed, deed het op de hoorns van het altaar en goot het bloed uit aan de voet van het altaar.
וַ֠יַּקְרִבוּ
(vayaqrivu)
en brachten
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּם֮
(hadam)
het bloed
אֵלָיו֒
(elav)
naar hem
וַיִּטְבֹּ֤ל
(vayitbol)
en doopte
אֶצְבָּעוֹ֙
(etsbao)
zijn vinger
בַּדָּ֔ם
(badam)
in het bloed
וַיִּתֵּ֖ן
(vayiten)
en deed
עַל
(al)
op
קַרְנ֣וֹת
(qarnot)
hoorns van
הַמִּזְבֵּ֑חַ
(hamizbeach)
het altaar
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַדָּ֣ם
(hadam)
het bloed
יָצַ֔ק
(yatsaq)
goot hij uit
אֶל
(el)
aan
יְס֖וֹד
(yesod)
voet van
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Het vet, de nieren en het aanhangsel van de lever van het zondoffer liet hij op het altaar in rook opgaan, zoals Yahweh Mozes geboden had.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב
(hachelev)
het vet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכְּלָיֹ֜ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיֹּתֶ֤רֶת
(hayoteret)
het aanhangsel
מִן
(min)
van
הַכָּבֵד֙
(hakaved)
de lever
מִן
(min)
van
הַ֣חַטָּ֔את
(hachatat)
het zondoffer
הִקְטִ֖יר
(hiqtir)
liet hij in rook opgaan
הַמִּזְבֵּ֑חָה
(hamizbecha)
op het altaar
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
had geboden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Het vlees en de huid verbrandde hij met vuur buiten het kamp.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַבָּשָׂ֖ר
(habasar)
het vlees
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָע֑וֹר
(haor)
de huid
שָׂרַ֣ף
(saraf)
verbrandde hij
בָּאֵ֔שׁ
(baesh)
met vuur
מִח֖וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶֽה
(lamachane)
het kamp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het brandoffer van Aäron

12Hij slachtte het brandoffer. Aärons zonen gaven hem het bloed aan en hij sprenkelde het rondom op het altaar.
וַיִּשְׁחַ֖ט
(vayishchat)
en slachtte
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹלָ֑ה
(haola)
het brandoffer
וַ֠יַּמְצִאוּ
(vayamtsiu)
en gaven aan
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֤ן
(aharon)
Aäron
אֵלָיו֙
(elav)
aan hem
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֔ם
(hadam)
het bloed
וַיִּזְרְקֵ֥הוּ
(vayizreqehu)
en hij sprenkelde het
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Het brandoffer gaven zij hem aan, in stukken, met de kop. Hij liet het op het altaar in rook opgaan.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעֹלָ֗ה
(haola)
het brandoffer
הִמְצִ֧יאוּ
(himtsiu)
zij gaven aan
אֵלָ֛יו
(elav)
aan hem
לִנְתָחֶ֖יהָ
(lintacheiha)
in zijn stukken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָרֹ֑אשׁ
(harosh)
de kop
וַיַּקְטֵ֖ר
(vayaqter)
en liet in rook opgaan
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij waste de ingewanden en de poten en liet ze op het altaar in rook opgaan, boven op het brandoffer.
וַיִּרְחַ֥ץ
(vayirchats)
en waste
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּ֖רֶב
(haqerev)
de ingewanden
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכְּרָעָ֑יִם
(hakeraayim)
de poten
וַיַּקְטֵ֥ר
(vayaqter)
en liet in rook opgaan
עַל
(al)
op
הָעֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
הַמִּזְבֵּֽחָה
(hamizbecha)
op het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookLev 8:21

De offers van het volk

15Hij bracht de offergave van het volk. Hij nam de geitenbok van het zondoffer voor het volk, slachtte hem en bracht hem als zondoffer, zoals het eerste.
וַיַּקְרֵ֕ב
(vayaqrev)
en bracht
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֣ן
(qarban)
offergave van
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וַיִּקַּ֞ח
(vayiqach)
en nam
אֶת
(et)
(obj.)
שְׂעִ֤יר
(seir)
bok van
הַֽחַטָּאת֙
(hachatat)
het zondoffer
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
לָעָ֔ם
(laam)
voor het volk
וַיִּשְׁחָטֵ֥הוּ
(vayishchatehu)
en slachtte hem
וַֽיְחַטְּאֵ֖הוּ
(vaychateehu)
en bracht hem als zondoffer
כָּרִאשֽׁוֹן
(karishon)
zoals het eerste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיְחַטְּאֵהוּ (wayechatte’ehu), letterlijk ‘en hij ontzondigde hem’: hij bracht hem als zondoffer (vergelijk Lev. 8:15).

16Hij bracht het brandoffer en deed het volgens het recht.
וַיַּקְרֵ֖ב
(vayaqrev)
en bracht
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹלָ֑ה
(haola)
het brandoffer
וַֽיַּעֲשֶׂ֖הָ
(vayaaseha)
en bereidde het
כַּמִּשְׁפָּֽט
(kamishpat)
volgens het recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כַּמִּשְׁפָּט (kamishpat), ‘volgens het recht’: zoals voorgeschreven.

Zie Lev. 1:3–9 en Lev. 5:10.

17Hij bracht het graanoffer, nam er een handvol van en liet dat op het altaar in rook opgaan, naast het brandoffer van de morgen.
וַיַּקְרֵב֮
(vayaqrev)
en bracht
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּנְחָה֒
(hamincha)
het graanoffer
וַיְמַלֵּ֤א
(vaymale)
en vulde
כַפּוֹ֙
(kapo)
zijn handpalm
מִמֶּ֔נָּה
(mimena)
ervan
וַיַּקְטֵ֖ר
(vayaqter)
en liet in rook opgaan
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֑חַ
(hamizbeach)
het altaar
מִלְּבַ֖ד
(milevad)
naast
עֹלַ֥ת
(olat)
brandoffer van
הַבֹּֽקֶר
(haboqer)
de morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיְמַלֵּא כַפּוֹ (wayemalle kappo), letterlijk ‘en hij vulde zijn handpalm’: hij nam een handvol (vergelijk Lev. 2:2).

Het brandoffer van de morgen is het dagelijkse offer (Exod. 29:38–42). Het offer van deze dag komt daarbovenop.

18Hij slachtte de stier en de ram, het vredeoffer voor het volk. Aärons zonen gaven hem het bloed aan en hij sprenkelde het rondom op het altaar.
וַיִּשְׁחַ֤ט
(vayishchat)
en slachtte
אֶת
(et)
(obj.)
הַשּׁוֹר֙
(hashor)
de stier
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאַ֔יִל
(haayil)
de ram
זֶ֥בַח
(zevach)
slachtoffer van
הַשְּׁלָמִ֖ים
(hashelamim)
het vredeoffer
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
לָעָ֑ם
(laam)
voor het volk
וַ֠יַּמְצִאוּ
(vayamtsiu)
en gaven aan
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֤ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּם֙
(hadam)
het bloed
אֵלָ֔יו
(elav)
aan hem
וַיִּזְרְקֵ֥הוּ
(vayizreqehu)
en hij sprenkelde het
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Ook het vet van de stier en van de ram gaven zij hem aan. De vette staart, het vet dat de ingewanden bedekt, de nieren en het aanhangsel van de lever.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֲלָבִ֖ים
(hachalavim)
het vet
מִן
(min)
van
הַשּׁ֑וֹר
(hashor)
de stier
וּמִן
(umin)
en van
הָאַ֔יִל
(haayil)
de ram
הָֽאַלְיָ֤ה
(haalya)
de vette staart
וְהַֽמְכַסֶּה֙
(vehamkhase)
en wat bedekt
וְהַכְּלָיֹ֔ת
(vehakelayot)
en de nieren
וְיֹתֶ֖רֶת
(veyoteret)
en aanhangsel van
הַכָּבֵֽד
(hakaved)
de lever
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמְכַסֶּה (hamekhasseh), ‘het bedekkende’: het vet dat de ingewanden bedekt (Lev. 3:3).

Het werkwoord ‘gaven aan’ van vers 18 loopt in dit vers door.

20Zij legden het vet op de borststukken en hij liet het vet op het altaar in rook opgaan.
וַיָּשִׂ֥ימוּ
(vayasimu)
en legden
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֲלָבִ֖ים
(hachalavim)
het vet
עַל
(al)
op
הֶחָז֑וֹת
(hechazot)
de borststukken
וַיַּקְטֵ֥ר
(vayaqter)
en liet in rook opgaan
הַחֲלָבִ֖ים
(hachalavim)
het vet
הַמִּזְבֵּֽחָה
(hamizbecha)
op het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21De borststukken en de rechterdij zwaaide Aäron als beweegoffer voor het aangezicht van Yahweh, zoals Mozes geboden had.
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
הֶחָז֗וֹת
(hechazot)
de borststukken
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שׁ֣וֹק
(shoq)
dij van
הַיָּמִ֔ין
(hayamin)
de rechterkant
הֵנִ֧יף
(henif)
zwaaide
אַהֲרֹ֛ן
(aharon)
Aäron
תְּנוּפָ֖ה
(tenufa)
als beweegoffer
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
had geboden
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Aäron zegent het volk

22Aäron hief zijn handen op naar het volk en zegende hen. Daarna kwam hij naar beneden, nadat hij het zondoffer, het brandoffer en de vredeoffers had gebracht.
וַיִּשָּׂ֨א
(vayisa)
en hief op
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
יָדָ֛יו
(yadav)
zijn handen
אֶל
(el)
naar
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
וַֽיְבָרְכֵ֑ם
(vayvarekhem)
en zegende hen
וַיֵּ֗רֶד
(vayered)
en kwam naar beneden
מֵעֲשֹׂ֧ת
(measot)
van het brengen van
הַֽחַטָּ֛את
(hachatat)
het zondoffer
וְהָעֹלָ֖ה
(vehaola)
en het brandoffer
וְהַשְּׁלָמִֽים
(vehashelamim)
en de vredeoffers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Aäron spreekt de zegen uit over het volk; vergelijk de priesterzegen in Num. 6:22–27.

Lezing

De tekst schrijft יָדוֹ (yado), ‘zijn hand’, maar de leestraditie heeft יָדָיו (yadaw), ‘zijn handen’.

Wij vertalen ‘zijn handen’.

De heerlijkheid van Yahweh en het vuur

23Mozes en Aäron gingen de tent van samenkomst binnen. Toen zij weer naar buiten kwamen, zegenden zij het volk. En de heerlijkheid van Yahweh verscheen aan heel het volk.
וַיָּבֹ֨א
(vayavo)
en kwamen
מֹשֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹן֙
(veaharon)
en Aäron
אֶל
(el)
in
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
וַיֵּ֣צְא֔וּ
(vayetseu)
en kwamen naar buiten
וַֽיְבָרֲכ֖וּ
(vayvarakhu)
en zegenden
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וַיֵּרָ֥א
(vayera)
en verscheen
כְבוֹד
(kevod)
heerlijkheid van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
aan
כָּל
(kal)
heel
הָעָֽם
(haam)
het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Er ging vuur uit van het aangezicht van Yahweh en verteerde op het altaar het brandoffer en het vet. Heel het volk zag het, ze juichten en vielen op hun gezicht.
וַתֵּ֤צֵא
(vatetse)
en kwam uit
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
מִלִּפְנֵ֣י
(milifnei)
van voor het aangezicht van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַתֹּ֨אכַל֙
(vatokhal)
en verteerde
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֲלָבִ֑ים
(hachalavim)
het vet
וַיַּ֤רְא
(vayar)
en zag
כָּל
(kal)
heel
הָעָם֙
(haam)
het volk
וַיָּרֹ֔נּוּ
(vayaronu)
en juichte
וַֽיִּפְּל֖וּ
(vayipelu)
en viel
עַל
(al)
op
פְּנֵיהֶֽם
(peneihem)
hun gezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het vuur van Yahweh bevestigt het offer, zoals later bij Elia en bij Salomo (1 Kon. 18:38; 2 Kron. 7:1).

In Lev. 10:2 gaat hetzelfde vuur opnieuw uit van Yahweh.