Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het Pesach in de woestijn Sinaï
1Yahweh sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte waren getrokken, in de eerste maand:
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
בְמִדְבַּר
(bemidbar)
in de woestijn van
סִ֠ינַי
(sinay)
Sinaï
בַּשָּׁנָ֨ה
(bashana)
in het jaar
הַשֵּׁנִ֜ית
(hashenit)
het tweede
לְצֵאתָ֨ם
(letsetam)
na hun uittocht
מֵאֶ֧רֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרַ֛יִם
(mitsrayim)
Egypte
בַּחֹ֥דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָרִאשׁ֖וֹן
(harishon)
de eerste
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Deze maand valt vóór de telling aan het begin van dit boek (Num. 1:1, de tweede maand).
In de eerste maand van dit jaar werd de tabernakel opgericht (Exod. 40:17).
3Op de veertiende dag van deze maand, tussen de twee avonden, moeten jullie het houden, op de vastgestelde tijd. Jullie moeten het houden volgens al zijn voorschriften en al zijn rechten.”
בְּאַרְבָּעָ֣ה
(bearbaa)
op de vier
עָשָֽׂר
(asar)
tien
י֠וֹם
(yom)
dag
בַּחֹ֨דֶשׁ
(bachodesh)
van de maand
הַזֶּ֜ה
(haze)
deze
בֵּ֧ין
(bein)
tussen
הָֽעֲרְבַּ֛יִם
(haarbayim)
de avonden
תַּעֲשׂ֥וּ
(taasu)
jullie zullen houden
אֹת֖וֹ
(oto)
het
בְּמוֹעֲד֑וֹ
(bemoado)
op zijn vastgestelde tijd
כְּכָל
(kekhal)
naar al
חֻקֹּתָ֥יו
(chuqotav)
zijn voorschriften
וּכְכָל
(ukhekhal)
en naar al
מִשְׁפָּטָ֖יו
(mishpatav)
zijn rechten
תַּעֲשׂ֥וּ
(taasu)
jullie zullen houden
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Mozes sprak tot de zonen van Israël dat zij het Pesach moesten houden.
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לַעֲשֹׂ֥ת
(laasot)
om te houden
הַפָּֽסַח
(hapasach)
het Pesach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Zij hielden het Pesach in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tussen de twee avonden, in de woestijn Sinaï. Zoals Yahweh aan Mozes had bevolen, zo deden de zonen van Israël.
וַיַּעֲשׂ֣וּ
(vayaasu)
en zij hielden
אֶת
(et)
(obj.)
הַפֶּ֡סַח
(hapesach)
het Pesach
בָּרִאשׁ֡וֹן
(barishon)
in de eerste maand
בְּאַרְבָּעָה֩
(bearbaa)
op de vier
עָשָׂ֨ר
(asar)
tien
י֥וֹם
(yom)
dag
לַחֹ֛דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָעַרְבַּ֖יִם
(haarbayim)
de avonden
בְּמִדְבַּ֣ר
(bemidbar)
in de woestijn van
סִינָ֑י
(sinay)
Sinaï
כְּ֠כֹל
(kekhol)
zoals alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
צִוָּ֤ה
(tsiva)
beval
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
כֵּ֥ן
(ken)
zo
עָשׂ֖וּ
(asu)
zij deden
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.
7Die mannen zeiden tot hem: „Wij zijn onrein door een dode. Waarom zouden wij tekortgedaan worden, zodat wij de offergave van Yahweh niet op de vastgestelde tijd mogen brengen te midden van de zonen van Israël?”
וַ֠יֹּאמְרוּ
(vayomru)
en zij zeiden
הָאֲנָשִׁ֤ים
(haanashim)
de mannen
הָהֵ֨מָּה֙
(hahema)
die
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
אֲנַ֥חְנוּ
(anachnu)
wij
טְמֵאִ֖ים
(temeim)
onrein
לְנֶ֣פֶשׁ
(lenefesh)
door een dode
אָדָ֑ם
(adam)
mens
לָ֣מָּה
(lama)
waarom
נִגָּרַ֗ע
(nigara)
worden wij tekortgedaan
לְבִלְתִּ֨י
(levilti)
zodat niet
הַקְרִ֜ב
(haqriv)
wij brengen
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֤ן
(qarban)
de offergave van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּמֹ֣עֲד֔וֹ
(bemoado)
op zijn vastgestelde tijd
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קָרְבַּן יְהוָה (qorban Yahweh), ‘offergave van Yahweh’: hier is dat het Pesach.
De mannen willen niet buiten de gemeenschap blijven staan.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10„Spreek tot de zonen van Israël en zeg: Stel dat iemand, wie hij ook is, onrein is door een dode. Of stel dat hij op een verre reis is, bij jullie of bij jullie generaties. Dan moet hij het Pesach voor Yahweh houden.
דַּבֵּ֛ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
כִּי
(ki)
wanneer
יִהְיֶֽה
(yihye)
hij zal zijn
טָמֵ֣א
(tame)
onrein
לָנֶ֡פֶשׁ
(lanefesh)
door een dode
אוֹ֩
(o)
of
בְדֶ֨רֶךְ
(bederekh)
op een reis
רְחֹקָ֜הׄ
(rechoqa)
verre
לָכֶ֗ם
(lakhem)
bij jullie
א֚וֹ
(o)
of
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
bij jullie generaties
וְעָ֥שָׂה
(veasa)
en hij zal houden
פֶ֖סַח
(pesach)
het Pesach
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ אִישׁ (ish ish), ‘iemand, wie hij ook is’: het woord staat twee keer en bedoelt: ieder zonder uitzondering.
11In de tweede maand, op de veertiende dag, tussen de twee avonden, moeten zij het houden. Zij moeten het eten met ongezuurde broden en bittere kruiden.
בַּחֹ֨דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשֵּׁנִ֜י
(hasheni)
de tweede
בְּאַרְבָּעָ֨ה
(bearbaa)
op de vier
עָשָׂ֥ר
(asar)
tien
י֛וֹם
(yom)
dag
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָעַרְבַּ֖יִם
(haarbayim)
de avonden
יַעֲשׂ֣וּ
(yaasu)
zij zullen houden
אֹת֑וֹ
(oto)
het
עַל
(al)
met
מַצּ֥וֹת
(matsot)
ongezuurde broden
וּמְרֹרִ֖ים
(umerorim)
en bittere kruiden
יֹאכְלֻֽהוּ
(yokhluhu)
zij zullen het eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het tweede Pesach, een maand later, is voor wie op de eerste datum niet kon.
13Maar stel dat de man rein is en niet op reis was en toch nalaat het Pesach te houden. Die persoon moet uit zijn volk worden afgesneden. Want hij heeft de offergave van Yahweh niet op de vastgestelde tijd gebracht. Die man moet zijn zonde dragen.
וְהָאִישׁ֩
(vehaish)
en de man
אֲשֶׁר
(asher)
die
ה֨וּא
(hu)
hij
טָה֜וֹר
(tahor)
rein is
וּבְדֶ֣רֶךְ
(uvederekh)
en op reis
לֹא
(lo)
niet
הָיָ֗ה
(haya)
was
וְחָדַל֙
(vechadal)
en nalaat
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te houden
הַפֶּ֔סַח
(hapesach)
het Pesach
וְנִכְרְתָ֛ה
(venikhreta)
en zal worden afgesneden
הַנֶּ֥פֶשׁ
(hanefesh)
de persoon
הַהִ֖וא
(hahi)
die
מֵֽעַמֶּ֑יהָ
(meameiha)
uit zijn volk
כִּ֣י
(ki)
want
קָרְבַּ֣ן
(qarban)
de offergave van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹ֤א
(lo)
niet
הִקְרִיב֙
(hiqriv)
hij bracht
בְּמֹ֣עֲד֔וֹ
(bemoado)
op zijn vastgestelde tijd
חֶטְא֥וֹ
(cheto)
zijn zonde
יִשָּׂ֖א
(yisa)
hij zal dragen
הָאִ֥ישׁ
(haish)
de man
הַהֽוּא
(hahu)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶטְאוֹ יִשָּׂא (chet’o yissa), ‘zijn zonde dragen’: hij draagt zelf de gevolgen van wat hij nalaat.
De man die rein is en niet op reis is, heeft geen reden het Pesach te laten staan.
14Stel dat een vreemdeling bij jullie woont en het Pesach voor Yahweh wil houden. Dan moet hij het houden volgens het voorschrift van het Pesach en zijn recht. Eén voorschrift moet er voor jullie zijn, voor de vreemdeling en voor de inheemse van het land.”
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יָג֨וּר
(yagur)
hij verblijft
אִתְּכֶ֜ם
(itekhem)
bij jullie
גֵּ֗ר
(ger)
een vreemdeling
וְעָ֤שָֽׂה
(veasa)
en hij houdt
פֶ֨סַח֙
(pesach)
het Pesach
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כְּחֻקַּ֥ת
(kechuqat)
naar het voorschrift van
הַפֶּ֛סַח
(hapesach)
het Pesach
וּכְמִשְׁפָּט֖וֹ
(ukhemishpato)
en naar zijn recht
כֵּ֣ן
(ken)
zo
יַעֲשֶׂ֑ה
(yaase)
hij zal houden
חֻקָּ֤ה
(chuqa)
voorschrift
אַחַת֙
(achat)
een
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
וְלַגֵּ֖ר
(velager)
en voor de vreemdeling
וּלְאֶזְרַ֥ח
(uleezrach)
en voor de inheemse van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Op de dag dat de tabernakel werd opgericht, bedekte de wolk de tabernakel, de tent van het getuigenis. ’s Avonds lag er op de tabernakel iets dat eruitzag als vuur, tot de morgen.
וּבְיוֹם֙
(uveyom)
en op de dag
הָקִ֣ים
(haqim)
werd opgericht
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּשְׁכָּ֔ן
(hamishkan)
de tabernakel
כִּסָּ֤ה
(kisa)
bedekte
הֶֽעָנָן֙
(heanan)
de wolk
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּשְׁכָּ֔ן
(hamishkan)
de tabernakel
לְאֹ֖הֶל
(leohel)
de tent van
הָעֵדֻ֑ת
(haedut)
het getuigenis
וּבָעֶ֜רֶב
(uvaerev)
en in de avond
יִהְיֶ֧ה
(yihye)
het was
עַֽל
(al)
op
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
כְּמַרְאֵה
(kemare)
als de aanblik van
אֵ֖שׁ
(esh)
vuur
עַד
(ad)
tot
בֹּֽקֶר
(boqer)
morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Exod. 40:34–38, waar de wolk de tabernakel bedekt en Yahweh de tabernakel vult.
17Zodra de wolk van boven de tent opsteeg, trokken de zonen van Israël daarna verder. En op de plaats waar de wolk bleef rusten, daar legerden de zonen van Israël zich.
וּלְפִ֞י
(ulefi)
en naar
הֵעָלֹ֤ת
(healot)
het opstijgen van
הֶֽעָנָן֙
(heanan)
de wolk
מֵעַ֣ל
(meal)
van boven
הָאֹ֔הֶל
(haohel)
de tent
וְאַ֣חֲרֵי
(veacharei)
en daarna
כֵ֔ן
(ken)
zo
יִסְע֖וּ
(yisu)
zij trokken verder
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וּבִמְק֗וֹם
(uvimqom)
en op de plaats
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
waar
יִשְׁכָּן
(yishkan)
rustte
שָׁם֙
(sham)
daar
הֶֽעָנָ֔ן
(heanan)
de wolk
שָׁ֥ם
(sham)
daar
יַחֲנ֖וּ
(yachanu)
zij legerden zich
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Op bevel van Yahweh trokken de zonen van Israël verder, en op bevel van Yahweh legerden zij zich. Zolang de wolk op de tabernakel bleef rusten, bleven zij gelegerd.
עַל
(al)
op
פִּ֣י
(pi)
de mond van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יִסְעוּ֙
(yisu)
zij trokken verder
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְעַל
(veal)
en op
פִּ֥י
(pi)
de mond van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יַחֲנ֑וּ
(yachanu)
zij legerden zich
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֗י
(yemei)
dagen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waarin
יִשְׁכֹּ֧ן
(yishkon)
rustte
הֶעָנָ֛ן
(heanan)
de wolk
עַל
(al)
op
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
יַחֲנֽוּ
(yachanu)
zij legerden zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עַל פִּי יְהוָה (al pi Yahweh), ‘op bevel van Yahweh’: letterlijk ‘naar de mond van Yahweh’.
20Soms bleef de wolk maar enkele dagen op de tabernakel. Dan legerden zij zich op bevel van Yahweh, en op bevel van Yahweh trokken zij verder.
וְיֵ֞שׁ
(veyesh)
en er was
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
יִהְיֶ֧ה
(yihye)
was
הֶֽעָנָ֛ן
(heanan)
de wolk
יָמִ֥ים
(yamim)
dagen
מִסְפָּ֖ר
(mispar)
enkele
עַל
(al)
op
הַמִּשְׁכָּ֑ן
(hamishkan)
de tabernakel
עַל
(al)
op
פִּ֤י
(pi)
de mond van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
יַחֲנ֔וּ
(yachanu)
zij legerden zich
וְעַל
(veal)
en op
פִּ֥י
(pi)
de mond van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יִסָּֽעוּ
(yisau)
zij trokken verder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Soms bleef de wolk alleen van de avond tot de morgen. Als de wolk ’s morgens opsteeg, trokken zij verder. Of hij bleef een dag en een nacht; zodra de wolk opsteeg, trokken zij verder.
וְיֵ֞שׁ
(veyesh)
en er was
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יִהְיֶ֤ה
(yihye)
was
הֶֽעָנָן֙
(heanan)
de wolk
מֵעֶ֣רֶב
(meerev)
van de avond
עַד
(ad)
tot
בֹּ֔קֶר
(boqer)
morgen
וְנַעֲלָ֧ה
(venaala)
en opsteeg
הֶֽעָנָ֛ן
(heanan)
de wolk
בַּבֹּ֖קֶר
(baboqer)
in de morgen
וְנָסָ֑עוּ
(venasau)
en zij trokken verder
א֚וֹ
(o)
of
יוֹמָ֣ם
(yomam)
overdag
וָלַ֔יְלָה
(valayla)
en ’s nachts
וְנַעֲלָ֥ה
(venaala)
en opsteeg
הֶעָנָ֖ן
(heanan)
de wolk
וְנָסָֽעוּ
(venasau)
en zij trokken verder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Of hij bleef enkele dagen, of een maand, of een jaar. Zolang de wolk op de tabernakel bleef en erop rustte, bleven de zonen van Israël gelegerd en trokken zij niet verder. Maar zodra hij opsteeg, trokken zij verder.
אֽוֹ
(o)
of
יֹמַ֜יִם
(yomayim)
dagen
אוֹ
(o)
of
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
een maand
אוֹ
(o)
of
יָמִ֗ים
(yamim)
dagen
בְּהַאֲרִ֨יךְ
(behaarikh)
bij het lang blijven van
הֶעָנָ֤ן
(heanan)
de wolk
עַל
(al)
op
הַמִּשְׁכָּן֙
(hamishkan)
de tabernakel
לִשְׁכֹּ֣ן
(lishkon)
om te rusten
עָלָ֔יו
(alav)
erop
יַחֲנ֥וּ
(yachanu)
zij legerden zich
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִסָּ֑עוּ
(yisau)
zij trokken verder
וּבְהֵעָלֹת֖וֹ
(uvehealoto)
en bij zijn opstijgen
יִסָּֽעוּ
(yisau)
zij trokken verder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
יָמִים (jamim), ‘dagen’, staat hier twee keer.
Wij vertalen de eerste keer ‘enkele dagen’ en de tweede keer ‘een jaar’, omdat ‘dagen’ ook ‘een vol jaar’ kan betekenen (Lev. 25:29).