De Levieten nemen de plaats van de eerstgeborenen in
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De zonen van Aäron
1Dit is de geschiedenis van Aäron en Mozes, op de dag dat Yahweh op de berg Sinaï tot Mozes sprak.
וְאֵ֛לֶּה
(veele)
en dit
תּוֹלְדֹ֥ת
(toledot)
geschiedenis van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
וּמֹשֶׁ֑ה
(umoshe)
en Mozes
בְּי֗וֹם
(beyom)
op de dag
דִּבֶּ֧ר
(diber)
sprak
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
בְּהַ֥ר
(behar)
op de berg
סִינָֽי
(sinay)
Sinaï
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De berg Sinaï: zie de voetnoot bij Num. 1:1.
Uitleg
תּוֹלְדֹת (toledot), ‘geschiedenis’: wat uit iemand voortkomt.
Hier volgen alleen de zonen van Aäron; de zonen van Mozes staan in Exod. 18:3–4.
4Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van Yahweh toen zij in de woestijn van Sinaï vreemd vuur voor het aangezicht van Yahweh brachten. Zij hadden geen zonen. Eleazar en Itamar dienden als priester in het bijzijn van Aäron, hun vader.
וַיָּ֣מָת
(vayamat)
en stierf
נָדָ֣ב
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיה֣וּא
(vaavihu)
en Abihu
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֡ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּֽהַקְרִבָם֩
(behaqrivam)
bij hun brengen van
אֵ֨שׁ
(esh)
vuur
זָרָ֜ה
(zara)
vreemd
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּמִדְבַּ֣ר
(bemidbar)
in de woestijn van
סִינַ֔י
(sinay)
Sinaï
וּבָנִ֖ים
(uvanim)
en zonen
לֹא
(lo)
niet
הָי֣וּ
(hayu)
waren
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וַיְכַהֵ֤ן
(vaykhahen)
en deed priesterdienst
אֶלְעָזָר֙
(elazar)
Eleazar
וְאִ֣יתָמָ֔ר
(veitamar)
en Itamar
עַל
(al)
op
פְּנֵ֖י
(penei)
het aangezicht van
אַהֲרֹ֥ן
(aharon)
Aäron
אֲבִיהֶֽם
(avihem)
hun vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.
Uitleg
De dood van Nadab en Abihu staat in Lev. 10:1–7.
Dat zij geen zonen hadden, staat ook in 1 Kron. 24:2.
8Zij moeten de wacht houden over alle voorwerpen van de tent van samenkomst. En zij moeten de wacht van de zonen van Israël houden, om de dienst van de tabernakel te doen.
וְשָׁמְר֗וּ
(veshameru)
en zij zullen bewaren
אֶֽת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
כְּלֵי֙
(kelei)
voorwerpen van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁמֶ֖רֶת
(mishmeret)
de wacht van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
לַעֲבֹ֖ד
(laavod)
om te doen
אֶת
(et)
(obj.)
עֲבֹדַ֥ת
(avodat)
de dienst van
הַמִּשְׁכָּֽן
(hamishkan)
de tabernakel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘De wacht van de zonen van Israël’: wat de zonen van Israël zelf aan de tabernakel zouden moeten doen, doen de Levieten in hun plaats (vers 12 en 38).
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Zie, Ik heb de Levieten genomen uit de zonen van Israël. Zij komen in de plaats van elke eerstgeborene die de moederschoot opent onder de zonen van Israël. De Levieten zijn van Mij.
וַאֲנִ֞י
(vaani)
en Ik
הִנֵּ֧ה
(hine)
zie
לָקַ֣חְתִּי
(laqachti)
ik heb genomen
אֶת
(et)
(obj.)
הַלְוִיִּ֗ם
(halviyim)
de Levieten
מִתּוֹךְ֙
(mitokh)
uit het midden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
תַּ֧חַת
(tachat)
in de plaats van
כָּל
(kal)
elke
בְּכ֛וֹר
(bekhor)
eerstgeborene
פֶּ֥טֶר
(peter)
opener van
רֶ֖חֶם
(rechem)
moederschoot
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
uit de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְהָ֥יוּ
(vehayu)
en zullen zijn
לִ֖י
(li)
voor Mij
הַלְוִיִּֽם
(halviyim)
de Levieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פֶּטֶר רֶחֶם (peter rechem), ‘opener van de moederschoot’: de eerstgeborene van een moeder.
13Want elke eerstgeborene is van Mij. Op de dag dat Ik elke eerstgeborene in het land Egypte sloeg, heb Ik elke eerstgeborene in Israël voor Mij geheiligd, van mens tot dier. Zij zijn van Mij. Ik ben Yahweh.”
כִּ֣י
(ki)
want
לִי֮
(li)
voor Mij
כָּל
(kal)
elke
בְּכוֹר֒
(bekhor)
eerstgeborene
בְּיוֹם֩
(beyom)
op de dag
הַכֹּתִ֨י
(hakoti)
dat Ik sloeg
כָל
(kal)
elke
בְּכ֜וֹר
(bekhor)
eerstgeborene
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
הִקְדַּ֨שְׁתִּי
(hiqdashti)
heb Ik geheiligd
לִ֤י
(li)
voor Mij
כָל
(kal)
elke
בְּכוֹר֙
(bekhor)
eerstgeborene
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
מֵאָדָ֖ם
(meadam)
van mens
עַד
(ad)
tot
בְּהֵמָ֑ה
(behema)
dier
לִ֥י
(li)
voor Mij
יִהְי֖וּ
(yihyu)
zullen zijn
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
De eerstgeborenen van Israël zijn van Yahweh sinds de nacht dat Hij de eerstgeborenen van Egypte sloeg (Exod. 12:29; 13:2).
24De leider van het vaderhuis van de Gersjonieten was Eljasaf, de zoon van Lael.
וּנְשִׂ֥יא
(unesi)
en de leider van
בֵֽית
(beit)
het huis van
אָ֖ב
(av)
de vader
לַגֵּרְשֻׁנִּ֑י
(lagereshuni)
voor de Gersjoniet
אֶלְיָסָ֖ף
(elyasaf)
Eljasaf
בֶּן
(ben)
zoon van
לָאֵֽל
(lael)
Lael
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25De zonen van Gersjon moeten in de tent van samenkomst de wacht houden over de tabernakel en de tent, zijn dekking. Zij moeten ook de wacht houden over het gordijn voor de ingang van de tent van samenkomst.
וּמִשְׁמֶ֤רֶת
(umishmeret)
en de wacht van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
גֵרְשׁוֹן֙
(gereshon)
Gersjon
בְּאֹ֣הֶל
(beohel)
in de tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְהָאֹ֑הֶל
(vehaohel)
en de tent
מִכְסֵ֕הוּ
(mikhsehu)
zijn dekking
וּמָסַ֕ךְ
(umasakh)
en het gordijn van
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֥הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵֽד
(moed)
samenkomst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De onderdelen die de Gersjonieten dragen, staan beschreven in Exod. 26:1–14 (de tent en haar dekking) en Exod. 27:9–19 (het voorhof).
26Zij moeten de wacht houden over de omhangsels van het voorhof. Zij moeten ook de wacht houden over het gordijn voor de ingang van het voorhof dat rondom de tabernakel en het altaar loopt. Dat geldt ook voor zijn touwen en voor heel zijn dienst.
וְקַלְעֵ֣י
(veqalei)
en de omhangsels van
הֶֽחָצֵ֗ר
(hechatser)
het voorhof
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מָסַךְ֙
(masakh)
het gordijn van
פֶּ֣תַח
(petach)
de ingang van
הֶֽחָצֵ֔ר
(hechatser)
het voorhof
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְעַל
(veal)
en op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
מֵֽיתָרָ֔יו
(meitarav)
zijn touwen
לְכֹ֖ל
(lekhol)
voor al
עֲבֹדָתֽוֹ
(avodato)
zijn dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Van Kehat: de familie van de Amramieten, de familie van de Jisharieten, de familie van de Hebronieten en de familie van de Uzziëlieten. Dit zijn de families van de Kehatieten.
וְלִקְהָ֗ת
(veliqhat)
en voor Kehat
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽעַמְרָמִי֙
(haamrami)
de Amramiet
וּמִשְׁפַּ֣חַת
(umishpachat)
en familie van
הַיִּצְהָרִ֔י
(hayitshari)
de Jishariet
וּמִשְׁפַּ֨חַת֙
(umishpachat)
en familie van
הַֽחֶבְרֹנִ֔י
(hachevroni)
de Hebroniet
וּמִשְׁפַּ֖חַת
(umishpachat)
en familie van
הָֽעָזִּיאֵלִ֑י
(haazieli)
de Uzziëliet
אֵ֥לֶּה
(ele)
dezen
הֵ֖ם
(hem)
zij
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
הַקְּהָתִֽי
(haqehati)
de Kehatiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32De leider van de leiders van de Levieten was Eleazar, de zoon van de priester Aäron. Hij had het toezicht over hen die de wacht over het heilige houden.
וּנְשִׂיא֙
(unesi)
en de leider van
נְשִׂיאֵ֣י
(nesiei)
de leiders van
הַלֵּוִ֔י
(halevi)
de Levieten
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
בֶּן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
פְּקֻדַּ֕ת
(pequdat)
toezicht op
שֹׁמְרֵ֖י
(shomerei)
bewakers van
מִשְׁמֶ֥רֶת
(mishmeret)
de wacht van
הַקֹּֽדֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּקֻדַּת (pequddat), ‘toezicht’, komt van פָּקַד (paqad), dat ook ‘tellen’ en ‘aanstellen’ betekent (Num. 1:50).
35De leider van het vaderhuis van de families van Merari was Zuriël, de zoon van Abichaïl. Zij moeten aan de noordkant van de tabernakel hun kamp opslaan.
וּנְשִׂ֤יא
(unesi)
en de leider van
בֵֽית
(beit)
het huis van
אָב֙
(av)
de vader
לְמִשְׁפְּחֹ֣ת
(lemishpechot)
voor de families van
מְרָרִ֔י
(merari)
Merari
צוּרִיאֵ֖ל
(tsuriel)
Zuriël
בֶּן
(ben)
zoon van
אֲבִיחָ֑יִל
(avichayil)
Abichaïl
עַ֣ל
(al)
op
יֶ֧רֶךְ
(yerekh)
de zijkant van
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
יַחֲנ֖וּ
(yachanu)
zullen kamperen
צָפֹֽנָה
(tsafona)
noordwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Het toezicht over de wacht van de zonen van Merari betrof de planken van de tabernakel, zijn dwarsbalken, zijn pilaren en zijn voetstukken. Het betrof ook al zijn voorwerpen en heel zijn dienst.
וּפְקֻדַּ֣ת
(ufequdat)
en het toezicht op
מִשְׁמֶרֶת֮
(mishmeret)
de wacht van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
מְרָרִי֒
(merari)
Merari
קַרְשֵׁי֙
(qarshei)
de planken van
הַמִּשְׁכָּ֔ן
(hamishkan)
de tabernakel
וּבְרִיחָ֖יו
(uverichav)
en zijn dwarsbalken
וְעַמֻּדָ֣יו
(veamudav)
en zijn pilaren
וַאֲדָנָ֑יו
(vaadanav)
en zijn voetstukken
וְכָל
(vekhal)
en alle
כֵּלָ֔יו
(kelav)
zijn voorwerpen
וְכֹ֖ל
(vekhol)
en heel
עֲבֹדָתֽוֹ
(avodato)
zijn dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37Het betrof ook de pilaren van het voorhof rondom, met hun voetstukken, hun tentpinnen en hun touwen.
וְעַמֻּדֵ֧י
(veamudei)
en de pilaren van
הֶחָצֵ֛ר
(hechatser)
het voorhof
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
וְאַדְנֵיהֶ֑ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
וִיתֵדֹתָ֖ם
(vitedotam)
en hun pinnen
וּמֵֽיתְרֵיהֶֽם
(umeitereihem)
en hun touwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Mozes, Aäron en zijn zonen
38Aan de voorkant van de tabernakel, aan de oostkant, voor de tent van samenkomst, slaan Mozes, Aäron en zijn zonen hun kamp op. Zij houden de wacht over het heiligdom, voor de wacht van de zonen van Israël. Een vreemde die dichtbij komt, moet gedood worden.
וְהַחֹנִ֣ים
(vehachonim)
en de kampenden
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הַמִּשְׁכָּ֡ן
(hamishkan)
de tabernakel
קֵ֣דְמָה
(qedema)
oostwaarts
לִפְנֵי֩
(lifnei)
voor
אֹֽהֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֨ד
(moed)
samenkomst
מִזְרָ֜חָה
(mizracha)
zonopgangwaarts
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֣ן
(veaharon)
en Aäron
וּבָנָ֗יו
(uvanav)
en zijn zonen
שֹֽׁמְרִים֙
(shomerim)
bewakend
מִשְׁמֶ֣רֶת
(mishmeret)
de wacht van
הַמִּקְדָּ֔שׁ
(hamiqdash)
het heiligdom
לְמִשְׁמֶ֖רֶת
(lemishmeret)
voor de wacht van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְהַזָּ֥ר
(vehazar)
en de vreemde
הַקָּרֵ֖ב
(haqarev)
die nadert
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Aan de oostkant, de kant van de ingang, kampeert ook de stam Juda (Num. 2:3), maar op afstand van de tent.
Mozes, Aäron en zijn zonen staan het dichtst bij de ingang.
39Alle getelden van de Levieten, naar hun families, alle mannen van een maand oud en ouder: 22.000. Mozes en Aäron hebben hen op bevel van Yahweh geteld.
כָּל
(kal)
alle
פְּקוּדֵ֨י
(pequdei)
getelden van
הַלְוִיִּ֜ם
(halviyim)
de Levieten
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
פָּקַ֨ד
(paqad)
telde
מֹשֶׁ֧ה
(moshe)
Mozes
וְׄאַׄהֲׄרֹ֛ׄןׄ
(veaharon)
en Aäron
עַל
(al)
naar
פִּ֥י
(pi)
de mond van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
כָּל
(kal)
alle
זָכָר֙
(zakhar)
mannen
מִבֶּן
(miben)
vanaf de zoon van
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
een maand
וָמַ֔עְלָה
(vamala)
en ouder
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
In de Hebreeuwse tekst staan boven de letters van het woord ‘en Aäron’ (וְאַהֲרֹן) stippen.
Dat is een oud teken van de schrijvers dat zij bij dit woord iets bijzonders opmerkten.
Wij laten het woord staan.
De getallen van de drie families (7.500 + 8.600 + 6.200) tellen op tot 22.300, niet tot 22.000. Wij vertalen de getallen zoals zij er staan.
41Neem de Levieten voor Mij, Ik ben Yahweh, in de plaats van elke eerstgeborene onder de zonen van Israël. Neem ook het vee van de Levieten in de plaats van elke eerstgeborene onder het vee van de zonen van Israël.”
וְלָקַחְתָּ֨
(velaqachta)
en jij zult nemen
אֶת
(et)
(obj.)
הַלְוִיִּ֥ם
(halviyim)
de Levieten
לִי֙
(li)
voor Mij
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
תַּ֥חַת
(tachat)
in de plaats van
כָּל
(kal)
alle
בְּכֹ֖ר
(bekhor)
eerstgeborene
בִּבְנֵ֣י
(bivnei)
onder de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
בֶּהֱמַ֣ת
(behemat)
het vee van
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
תַּ֣חַת
(tachat)
in de plaats van
כָּל
(kal)
alle
בְּכ֔וֹר
(bekhor)
eerstgeborene
בְּבֶהֱמַ֖ת
(bevehemat)
onder het vee van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Levieten komen in de plaats van alle eerstgeborenen van Israël, en het vee van de Levieten in de plaats van de eerstgeborenen van het vee.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
45„Neem de Levieten in de plaats van elke eerstgeborene onder de zonen van Israël. Neem ook het vee van de Levieten in de plaats van hun vee. De Levieten zullen van Mij zijn. Ik ben Yahweh.
קַ֣ח
(qach)
neem
אֶת
(et)
(obj.)
הַלְוִיִּ֗ם
(halviyim)
de Levieten
תַּ֤חַת
(tachat)
in de plaats van
כָּל
(kal)
alle
בְּכוֹר֙
(bekhor)
eerstgeborene
בִּבְנֵ֣י
(bivnei)
onder de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בֶּהֱמַ֥ת
(behemat)
het vee van
הַלְוִיִּ֖ם
(halviyim)
de Levieten
תַּ֣חַת
(tachat)
in de plaats van
בְּהֶמְתָּ֑ם
(behemtam)
hun vee
וְהָיוּ
(vehayu)
en zullen zijn
לִ֥י
(li)
voor Mij
הַלְוִיִּ֖ם
(halviyim)
de Levieten
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)