Elohim Bijbel

Zacharia 12

1234567891011121314

Yahweh maakt Jeruzalem tot een zware steen, giet een geest van genade uit en laat een grote rouwklacht opgaan

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een last over Israël

1Een last: het woord van Yahweh over Israël. Godsspraak van Yahweh, die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt:
מַשָּׂ֥א
(masa)
een last
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
נֹטֶ֤ה
(note)
die uitspant
שָׁמַ֨יִם֙
(shamayim)
hemel
וְיֹסֵ֣ד
(veyosed)
en die grondvest
אָ֔רֶץ
(arets)
aarde
וְיֹצֵ֥ר
(veyotser)
en die vormt
רֽוּחַ
(ruach)
geest van
אָדָ֖ם
(adam)
de mens
בְּקִרְבּֽוֹ
(beqirbo)
in zijn binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

משׂא (massa), ‘last’: een woord van Yahweh dat als een last op iemand of iets rust.

Zie de Uitleg bij Zach. 9:1.

נאם יהוה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: zie de Uitleg bij Zach. 1:3. Hier is de formule de aanhef bij een lofprijzing van Yahweh in de derde persoon (‘die de hemel uitspant’), en daarom staat ze zwart. De toespraak van Yahweh zelf begint in vers 2 en loopt door tot en met 13:9.

נטה (noteh shamayim), ‘die de hemel uitspant’: zoals in Jes. 42:5 en 51:13. ויצר רוח אדם בקרבו (veyotser ruach adam beqirbo), ‘en die de geest van de mens in zijn binnenste vormt’: Yahweh geeft elk mens zijn geest, zoals Gen. 2:7 het leven van de mens beschrijft.

ישׂראל (Yisra’el), ‘Israël’: hier het hele volk. In de verzen hierna gaat het vooral om Jeruzalem en Juda.

Jeruzalem, een schaal van duizeling voor de volken

2„Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal van duizeling voor alle volken rondom. Ook Juda zal erbij zijn in het beleg tegen Jeruzalem.
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
אָ֠נֹכִי
(anokhi)
Ik
שָׂ֣ם
(sam)
maak
אֶת
(et)
(obj.)
יְרוּשָׁלִַ֧ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
סַף
(saf)
schaal van
רַ֛עַל
(raal)
duizeling
לְכָל
(lekhal)
voor alle
הָעַמִּ֖ים
(haamim)
de volken
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְגַ֧ם
(vegam)
en ook
עַל
(al)
over
יְהוּדָ֛ה
(yehuda)
Juda
יִֽהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
בַמָּצ֖וֹר
(bamatsor)
in het beleg
עַל
(al)
tegen
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushalaim)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

סף (saf), ‘schaal’: een kom of beker.

Het woord kan ook ‘drempel’ betekenen.

רעל (ra’al), ‘duizeling’: het waggelen van wie te veel gedronken heeft.

De volken die Jeruzalem aanvallen, waggelen als wie uit zo’n schaal heeft gedronken.

Het tweede deel van het vers (וגם על יהודה יהיה במצור על ירושׁלם) is moeilijk. ‘Ook Juda zal erbij zijn in het beleg tegen Jeruzalem’ kan betekenen dat Juda wordt meegesleept in de belegering, of dat Juda zelf optrekt tegen Jeruzalem. Het Hebreeuws kiest niet. Zie ook vers 4–7 over Juda.

3Op die dag maak Ik Jeruzalem tot een zware steen voor alle volken. Allen die haar optillen, zullen zich diep verwonden. Alle volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en het zal zijn
בַיּוֹם
(bayom)
op de dag
הַ֠הוּא
(hahu)
die
אָשִׂ֨ים
(asim)
Ik zal maken
אֶת
(et)
(obj.)
יְרוּשָׁלִַ֜ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
אֶ֤בֶן
(even)
steen van
מַֽעֲמָסָה֙
(maamasa)
zware last
לְכָל
(lekhal)
voor alle
הָ֣עַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
כָּל
(kal)
allen
עֹמְסֶ֖יהָ
(omeseiha)
haar optillers
שָׂר֣וֹט
(sarot)
diepe wonden
יִשָּׂרֵ֑טוּ
(yisaretu)
zullen zich toebrengen
וְנֶאֶסְפ֣וּ
(veneesfu)
en zullen zich verzamelen
עָלֶ֔יהָ
(aleiha)
tegen haar
כֹּ֖ל
(kol)
alle
גּוֹיֵ֥י
(goyei)
volken van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אבן מעמסה (even ma’amasah), ‘zware steen’: letterlijk ‘steen van last’, een steen die men moet optillen.

שׂרוט ישׂרטו (sarot yissaretu), ‘zij zullen zich diep verwonden’: het werkwoord en het zelfstandig naamwoord staan naast elkaar, voor nadruk. Een sarat is een snijwond (Lev. 21:5).

4Op die dag, godsspraak van Yahweh, zal Ik elk paard slaan met verbijstering en zijn ruiter met waanzin. Over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, maar elk paard van de volken zal Ik slaan met blindheid.
בַּיּ֨וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֜וּא
(hahu)
die
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַכֶּ֤ה
(ake)
Ik zal slaan
כָל
(kal)
elk
סוּס֙
(sus)
paard
בַּתִּמָּה֔וֹן
(batimahon)
met verbijstering
וְרֹכְב֖וֹ
(verokhevo)
en zijn ruiter
בַּשִּׁגָּע֑וֹן
(bashigaon)
met waanzin
וְעַל
(veal)
en over
בֵּ֤ית
(beit)
huis van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
אֶפְקַ֣ח
(efqach)
Ik zal openen
אֶת
(et)
(obj.)
עֵינַ֔י
(einay)
Mijn ogen
וְכֹל֙
(vekhol)
en elk
ס֣וּס
(sus)
paard van
הָֽעַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
אַכֶּ֖ה
(ake)
Ik zal slaan
בַּֽעִוָּרֽוֹן
(baivaron)
met blindheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בתמהון (battimmahon), ‘met verbijstering’, בשׁגעון (bashshiggaon), ‘met waanzin’, en בעורון (ba’ivvaron), ‘met blindheid’: dezelfde drie woorden als in Deut. 28:28.

Yahweh slaat de paarden en hun ruiters met wat de vloek van het verbond aankondigde.

אפקח את עיני (efqach et einai), ‘Ik zal Mijn ogen openen’: Yahweh let met aandacht op Juda en beschermt het.

5De vorsten van Juda zullen in hun hart zeggen: ‘De inwoners van Jeruzalem zijn een sterkte voor mij in Yahweh van de legermachten, hun Elohim.’
וְאָֽמְר֛וּ
(veameru)
en zullen zeggen
אַלֻּפֵ֥י
(alufei)
vorsten van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
בְּלִבָּ֑ם
(belibam)
in hun hart
אַמְצָ֥ה
(amtsa)
sterkte
לִי֙
(li)
voor mij
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
inwoners van
יְרוּשָׁלִַ֔ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
בַּיהוָ֥ה
(baYahweh)
in Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֱלֹהֵיהֶֽם
(eloheihem)
hun Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אלפי (allufei), ‘vorsten’: de aanvoerders van de families.

Hetzelfde woord staat in Exod. 15:15 (‘de vorsten van Edom’).

אמצה (amtsah), ‘sterkte’: een zeldzame vorm, verwant met het werkwoord אמץ (amats), ‘sterk zijn’. Het woord komt maar hier voor. De vorsten van Juda zien in de inwoners van Jeruzalem een kracht omdat Yahweh van de legermachten hun Elohim is.

ביהוה צבאות אלהיהם (beYahweh Tsevaot Eloheihem), ‘in Yahweh van de legermachten, hun Elohim’: zie voor de naam de Uitleg bij Zach. 1:3.

6Op die dag maak Ik de vorsten van Juda tot een vuurpot tussen het hout en tot een brandende fakkel tussen de schoven. Rechts en links zullen zij alle volken rondom verslinden. En Jeruzalem zal weer op zijn plaats wonen, in Jeruzalem.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֡וּא
(hahu)
die
אָשִׂים֩
(asim)
Ik zal maken
אֶת
(et)
(obj.)
אַלֻּפֵ֨י
(alufei)
vorsten van
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
כְּֽכִיּ֧וֹר
(kekhiyor)
als een pot van
אֵ֣שׁ
(esh)
vuur
בְּעֵצִ֗ים
(beetsim)
tussen het hout
וּכְלַפִּ֥יד
(ukhelapid)
en als een fakkel van
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
בְּעָמִ֔יר
(beamir)
tussen de schoven
וְאָ֨כְל֜וּ
(veakhelu)
en zij zullen verslinden
עַל
(al)
aan
יָמִ֧ין
(yamin)
rechts
וְעַל
(veal)
en aan
שְׂמֹ֛אול
(semovl)
links
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הָעַמִּ֖ים
(haamim)
de volken
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְיָשְׁבָ֨ה
(veyasheva)
en zal wonen
יְרוּשָׁלִַ֥ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
ע֛וֹד
(od)
nog
תַּחְתֶּ֖יהָ
(tachteiha)
op haar plaats
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushalaim)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ככיור (kikhiyyor), ‘als een pot’: een kom of pan met vuur.

בעמיר (be’amir), ‘tussen de schoven’: gemaaid graan dat gebonden is en snel vlam vat.

Juda wordt door Yahweh een vuur dat de volken verteert.

תחתיה (tachteha), ‘op haar plaats’: letterlijk ‘onder haar’.

Yahweh redt eerst de tenten van Juda

7Yahweh zal eerst de tenten van Juda redden. Zo wordt de luister van het huis van David en de luister van de inwoners van Jeruzalem niet groter dan die van Juda.
וְהוֹשִׁ֧יעַ
(vehoshia)
en zal redden
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
אָהֳלֵ֥י
(aholei)
tenten van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
בָּרִֽאשֹׁנָ֑ה
(barishona)
eerst
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
לֹֽא
(lo)
niet
תִגְדַּ֜ל
(tigdal)
groot wordt
תִּפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
luister van
בֵּית
(beit)
huis van
דָּוִ֗יד
(david)
David
וְתִפְאֶ֛רֶת
(vetiferet)
en luister van
יֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
bewoner van
יְרוּשָׁלִַ֖ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
עַל
(al)
boven
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אהלי יהודה (aholei Yehudah), ‘de tenten van Juda’: het platteland van Juda, buiten de ommuurde stad.

Yahweh redt dit eerst, zodat Jeruzalem en het huis van David niet het meest verheerlijkt worden.

Dit vers en het volgende gaan over Yahweh in de derde persoon, binnen Zijn eigen toespraak. Ze staan rood, zoals ook Hos. 1:7.

8Op die dag beschermt Yahweh de inwoners van Jeruzalem. Wie van hen struikelt, zal op die dag zijn als David. En het huis van David zal zijn als Elohim, als de engel van Yahweh voor hen uit.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
יָגֵ֤ן
(yagen)
zal beschermen
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּעַד֙
(bead)
rondom
יוֹשֵׁ֣ב
(yoshev)
bewoner van
יְרוּשָׁלִַ֔ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
וְהָיָ֞ה
(vehaya)
en zal zijn
הַנִּכְשָׁ֥ל
(hanikhshal)
de struikelende
בָּהֶ֛ם
(bahem)
onder hen
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
כְּדָוִ֑יד
(kedavid)
als David
וּבֵ֤ית
(uveit)
en huis van
דָּוִיד֙
(david)
David
כֵּֽאלֹהִ֔ים
(kelohim)
als Elohim
כְּמַלְאַ֥ךְ
(kemalakh)
als engel van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hen uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

כאלהים (ke’elohim), ‘als Elohim’: het woord kan Elohim zelf betekenen of een goddelijk wezen.

Het staat naast ‘als de engel van Yahweh’.

De zwakste onder hen zal sterk zijn als David, en het huis van David als iemand die de goddelijke macht uitstraalt.

הנכשׁל (hannikhshal), ‘wie struikelt’: de zwakke, wie valt of wankelt.

9Op die dag zal Ik erop uit zijn alle volken te vernietigen die tegen Jeruzalem optrekken.
וְהָיָ֖ה
(vehaya)
en het zal zijn
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֑וּא
(hahu)
die
אֲבַקֵּ֗שׁ
(avaqesh)
Ik zal zoeken
לְהַשְׁמִיד֙
(lehashmid)
te vernietigen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
הַבָּאִ֖ים
(habaim)
die komen
עַל
(al)
tegen
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushalaim)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Een geest van genade en smeking

10Over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik een geest van genade en smeking uitgieten. Zij zullen opzien naar Mij, naar hem die zij doorstoken hebben. Zij zullen over hem rouwklagen zoals men rouwklaagt over de enige zoon. En zij zullen bitter om hem treuren zoals men bitter treurt om de eerstgeborene.
וְשָׁפַכְתִּי֩
(veshafakhti)
en Ik zal uitgieten
עַל
(al)
over
בֵּ֨ית
(beit)
huis van
דָּוִ֜יד
(david)
David
וְעַ֣ל
(veal)
en over
יוֹשֵׁ֣ב
(yoshev)
bewoner van
יְרוּשָׁלִַ֗ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
ר֤וּחַ
(ruach)
geest van
חֵן֙
(chen)
genade
וְתַ֣חֲנוּנִ֔ים
(vetachanunim)
en smeking
וְהִבִּ֥יטוּ
(vehibitu)
en zij zullen opzien
אֵלַ֖י
(elay)
naar Mij
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wie
דָּקָ֑רוּ
(daqaru)
zij hebben doorstoken
וְסָפְד֣וּ
(vesafedu)
en zij zullen rouwklagen
עָלָ֗יו
(alav)
over hem
כְּמִסְפֵּד֙
(kemisped)
als de rouwklacht
עַל
(al)
over
הַיָּחִ֔יד
(hayachid)
de enige
וְהָמֵ֥ר
(vehamer)
en zij zullen bitter treuren
עָלָ֖יו
(alav)
over hem
כְּהָמֵ֥ר
(kehamer)
als het bitter treuren
עַֽל
(al)
over
הַבְּכֽוֹר
(habekhor)
de eerstgeborene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

רוח חן ותחנונים (ruach chen vetachanunim), ‘een geest van genade en smeking’: chen is genade of gunst, tachanunim zijn smeekbeden, van hetzelfde woord verwant met chanan, ‘genadig zijn’.

Yahweh geeft de geest waardoor zij genade vragen en ontvangen.

והביטו אלי את אשׁר דקרו (vehibbitu elai et asher daqaru), ‘zij zullen opzien naar Mij, naar hem die zij doorstoken hebben’: het Hebreeuws springt van ‘Mij’ naar ‘hem’ (et asher kan ook ‘wie’ of ‘wat’ betekenen). Het zegt niet wie de doorstokene is; wel wordt hij beweend (vers 10–14). Het werkwoord דקרו (daqar), ‘doorsteken’, staat ook in 13:3. Zie ook Joh. 19:37 en Openb. 1:7.

היחיד (hayyachid), ‘de enige’: het woord ‘zoon’ staat er niet en is aangevuld; het kan ook ‘het enige kind’ zijn, zoals in Gen. 22:2.

Lezing

Het Hebreeuws heeft ‘naar Mij’ en daarna ‘hem die zij doorstoken hebben’.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

11Op die dag zal de rouwklacht in Jeruzalem groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in de vallei van Megiddo.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
יִגְדַּ֤ל
(yigdal)
zal groot zijn
הַמִּסְפֵּד֙
(hamisped)
de rouwklacht
בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם
(birushalaim)
in Jeruzalem
כְּמִסְפַּ֥ד
(kemispad)
als de rouwklacht van
הֲדַדְ
(hadad)
Hadad
רִמּ֖וֹן
(rimon)
Rimmon
בְּבִקְעַ֥ת
(beviqat)
in de vallei van
מְגִדּֽוֹן
(megidon)
Megiddo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Megiddo: Megiddo (Tel Megiddo) lag aan de rand van de vlakte van Jizreël, aan de weg van de kust naar het noorden.

Uitleg

הדד רמון (Hadad-Rimmon): een naam van een plaats of van een god (Hadad en Rimmon zijn namen van een stormgod).

De ligging is niet zeker; mogelijk lag het bij Megiddo.

Sommige uitleggers verbinden deze rouwklacht met de rouw om Josia, die bij Megiddo sneuvelde (2 Kon. 23:29; 2 Kron. 35:22–25).

Anderen denken aan de rouw om een god van de vruchtbaarheid.

Het blijft onzeker.

בבקעת מגדון (biqat Megiddon), ‘de vallei van Megiddo’: de vlakte van Jizreël bij Megiddo. Zie ook Richt. 5:19 en 2 Kron. 35:22.

Het land rouwklaagt, familie na familie

12Het land zal rouwklagen, familie na familie afzonderlijk: de familie van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; de familie van het huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk;
וְסָפְדָ֣ה
(vesafeda)
en zal rouwklagen
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
מִשְׁפָּח֥וֹת
(mishpachot)
families
מִשְׁפָּח֖וֹת
(mishpachot)
families
לְבָ֑ד
(levad)
afzonderlijk
מִשְׁפַּ֨חַת
(mishpachat)
familie van
בֵּית
(beit)
huis van
דָּוִ֤יד
(david)
David
לְבָד֙
(levad)
afzonderlijk
וּנְשֵׁיהֶ֣ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
לְבָ֔ד
(levad)
afzonderlijk
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
בֵּית
(beit)
huis van
נָתָן֙
(natan)
Natan
לְבָ֔ד
(levad)
afzonderlijk
וּנְשֵׁיהֶ֖ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
לְבָֽד
(levad)
afzonderlijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

משׁפחות משׁפחות (mishpachot mishpachot), ‘familie na familie’: de herhaling zegt dat elke familie voor zich rouwklaagt.

לבד (levad), ‘afzonderlijk’: de rouwklacht is persoonlijk.

De mannen en de vrouwen staan elk apart.

בית נתן (beit Natan), ‘het huis van Natan’: Natan, de zoon van David (2 Sam. 5:14; 1 Kron. 3:5), of de profeet Natan. De tekst zegt het niet. Het huis van David en het huis van Natan zijn de koninklijke lijn en een tak ervan; het is onzeker welke bedoeld is.

13de familie van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; de familie van de Simieten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk;
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
בֵּית
(beit)
huis van
לֵוִי֙
(levi)
Levi
לְבָ֔ד
(levad)
afzonderlijk
וּנְשֵׁיהֶ֖ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
לְבָ֑ד
(levad)
afzonderlijk
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַשִּׁמְעִי֙
(hashimi)
de Simiet
לְבָ֔ד
(levad)
afzonderlijk
וּנְשֵׁיהֶ֖ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
לְבָֽד
(levad)
afzonderlijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

משׁפחת בית לוי (mishpachat beit Levi), ‘de familie van het huis van Levi’: de priesterlijke stam.

השׁמעי (hashShim’i), ‘de Simieten’: de nakomelingen van Simi, een zoon van Gersjon, de zoon van Levi (Exod. 6:17; Num. 3:18, 3:21).

Het gaat dus om een levitische familie.

Het huis van David en het huis van Levi staan hier voor de wereldlijke en de priesterlijke leiding.

14alle overige families, elke familie afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk.
כֹּ֗ל
(kol)
alle
הַמִּשְׁפָּחוֹת֙
(hamishpachot)
de families
הַנִּשְׁאָר֔וֹת
(hanisharot)
die overblijven
מִשְׁפָּחֹ֥ת
(mishpachot)
families
מִשְׁפָּחֹ֖ת
(mishpachot)
families
לְבָ֑ד
(levad)
afzonderlijk
וּנְשֵׁיהֶ֖ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
לְבָֽד
(levad)
afzonderlijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookSpr 9:12