Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De zonen van Samuël
1Toen Samuël oud werd, stelde hij zijn zonen aan als rechters over Israël.
וַיְהִ֕י
(vayhi)
en het gebeurde
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
toen
זָקֵ֖ן
(zaqen)
werd oud
שְׁמוּאֵ֑ל
(shemuel)
Samuël
וַיָּ֧שֶׂם
(vayasem)
en hij stelde aan
אֶת
(et)
(obj.)
בָּנָ֛יו
(banav)
zijn zonen
שֹׁפְטִ֖ים
(shofetim)
rechters
לְיִשְׂרָאֵֽל
(leyisrael)
over Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֹׁפְטִים (shofetim), ‘rechters’: hetzelfde woord als in het boek Richteren.
5Zij zeiden tegen hem: „Zie, jij bent oud geworden en je zonen lopen niet in jouw wegen. Stel nu een koning voor ons aan om ons recht te spreken, zoals alle volken.”
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zij zeiden
אֵלָ֗יו
(elav)
tegen hem
הִנֵּה֙
(hine)
zie
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
זָקַ֔נְתָּ
(zaqanta)
bent oud geworden
וּבָנֶ֕יךָ
(uvaneikha)
en je zonen
לֹ֥א
(lo)
niet
הָלְכ֖וּ
(halekhu)
lopen
בִּדְרָכֶ֑יךָ
(bidrakheikha)
in jouw wegen
עַתָּ֗ה
(ata)
nu
שִֽׂימָה
(sima)
stel aan
לָּ֥נוּ
(lanu)
voor ons
מֶ֛לֶךְ
(melekh)
een koning
לְשָׁפְטֵ֖נוּ
(leshafetenu)
om ons recht te spreken
כְּכָל
(kekhal)
zoals alle
הַגּוֹיִֽם
(hagoyim)
de volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Rama ligt waarschijnlijk in het bergland van Efraïm, ten noorden van Jeruzalem.
De ligging is onzeker.
Uitleg
שִׂימָה לָּנוּ מֶלֶךְ (simah lanu melekh), ‘stel een koning voor ons aan’: de koningswet van Deut. 17:14–15 noemt dezelfde woorden: ‘laat ik een koning over mij aanstellen, zoals alle volken rondom mij’.
7Yahweh zei tegen Samuël: „Luister naar de stem van het volk, in alles wat zij tegen je zeggen. Want niet jou hebben zij verworpen. Mij hebben zij verworpen als koning over hen.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
שְׁמוּאֵ֔ל
(shemuel)
Samuël
שְׁמַע֙
(shema)
luister
בְּק֣וֹל
(beqol)
naar de stem van
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
לְכֹ֥ל
(lekhol)
in alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יֹאמְר֖וּ
(yomru)
zij zeggen
אֵלֶ֑יךָ
(eleikha)
tot jou
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
אֹֽתְךָ֙
(otekha)
jou
מָאָ֔סוּ
(maasu)
hebben zij verworpen
כִּֽי
(ki)
want
אֹתִ֥י
(oti)
Mij
מָאֲס֖וּ
(maasu)
hebben zij verworpen
מִמְּלֹ֥ךְ
(mimelokh)
als koning zijn
עֲלֵיהֶֽם
(aleihem)
over hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Yahweh spreekt hier zelf; daarom staat dit in het rood.
Vergelijk Richt. 8:23, waar Gideon zegt: ‘Yahweh zal over jullie heersen’, en 1 Sam. 12:12.
8Het is zoals met al de daden die zij hebben gedaan vanaf de dag dat Ik hen uit Egypte liet optrekken tot op deze dag. Zij verlieten Mij en dienden andere goden. Zo doen zij nu ook met jou.
כְּכָֽל
(kekhal)
zoals alle
הַמַּעֲשִׂ֣ים
(hamaasim)
de daden
אֲשֶׁר
(asher)
die
עָשׂ֗וּ
(asu)
zij hebben gedaan
מִיּוֹם֩
(miyom)
vanaf de dag
הַעֲלֹתִ֨י
(haaloti)
dat Ik liet optrekken
אֹתָ֤ם
(otam)
hen
מִמִּצְרַ֨יִם֙
(mimitsrayim)
uit Egypte
וְעַד
(vead)
en tot
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
וַיַּ֣עַזְבֻ֔נִי
(vayaazvuni)
en zij verlieten Mij
וַיַּעַבְד֖וּ
(vayaavdu)
en dienden
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֑ים
(acherim)
andere
כֵּ֛ן
(ken)
zo
הֵ֥מָּה
(hema)
zij
עֹשִׂ֖ים
(osim)
doen
גַּם
(gam)
ook
לָֽךְ
(lakh)
met jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
אֱלֹהִים אֲחֵרִים (elohim acherim), ‘andere goden’: zoals in Exod. 20:3.
9Luister nu naar hun stem. Maar waarschuw hen goed en maak hun het recht bekend van de koning die over hen zal regeren.”
וְעַתָּ֖ה
(veata)
en nu
שְׁמַ֣ע
(shema)
luister
בְּקוֹלָ֑ם
(beqolam)
naar hun stem
אַ֗ךְ
(akh)
alleen
כִּֽי
(ki)
dat
הָעֵ֤ד
(haed)
waarschuw
תָּעִיד֙
(taid)
zul je waarschuwen
בָּהֶ֔ם
(bahem)
hen
וְהִגַּדְתָּ֣
(vehigadta)
en maak bekend
לָהֶ֔ם
(lahem)
hun
מִשְׁפַּ֣ט
(mishpat)
het recht van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יִמְלֹ֖ךְ
(yimlokh)
zal regeren
עֲלֵיהֶֽם
(aleihem)
over hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָעֵד תָּעִיד (ha’ed ta’id), ‘waarschuw goed’: een nadrukkelijke waarschuwing, letterlijk ‘getuig zeker tegen hen’.
מִשְׁפַּט הַמֶּלֶךְ (mishpat hammelekh), ‘het recht van de koning’: dit kan betekenen ‘wat de koning mag’ of ‘hoe de koning zich zal gedragen’. Wij vertalen volgens ons vaste woord ‘recht’.
10Samuël zei alle woorden van Yahweh tegen het volk dat een koning van hem vroeg.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
שְׁמוּאֵ֔ל
(shemuel)
Samuël
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de woorden van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
הָעָ֕ם
(haam)
het volk
הַשֹּׁאֲלִ֥ים
(hashoalim)
die vroegen
מֵאִתּ֖וֹ
(meito)
van hem
מֶֽלֶךְ
(melekh)
een koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Hij zei: „Dit zal het recht zijn van de koning die over jullie regeert. Hij zal jullie zonen nemen en ze voor zich inzetten bij zijn wagen en zijn ruiters. Zij zullen voor zijn wagen uit rennen.
וַיֹּ֕אמֶר
(vayomer)
en hij zei
זֶ֗ה
(ze)
dit
יִֽהְיֶה֙
(yihye)
zal zijn
מִשְׁפַּ֣ט
(mishpat)
het recht van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יִמְלֹ֖ךְ
(yimlokh)
zal regeren
עֲלֵיכֶ֑ם
(aleikhem)
over jullie
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵיכֶ֣ם
(beneikhem)
jullie zonen
יִקָּ֗ח
(yiqach)
zal hij nemen
וְשָׂ֥ם
(vesam)
en zal inzetten
לוֹ֙
(lo)
voor zich
בְּמֶרְכַּבְתּ֣וֹ
(bemerkavto)
bij zijn wagen
וּבְפָרָשָׁ֔יו
(uvefarashav)
en bij zijn ruiters
וְרָצ֖וּ
(veratsu)
en zij zullen rennen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
מֶרְכַּבְתּֽוֹ
(merkavto)
zijn wagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֶרְכָּבָה (merkavah), ‘wagen’ en פָּרָשִׁים (parashim), ‘ruiters’: de koning vormt een leger met wagens en paarden.
De koningswet verbiedt de koning veel paarden te houden (Deut. 17:16).
12Hij zal ze aanstellen als oversten van duizend en oversten van vijftig. Hij zal ze zijn akker laten ploegen en zijn oogst laten maaien. Zij moeten zijn wapens voor de oorlog maken en het gerei voor zijn wagens.
וְלָשׂ֣וּם
(velasum)
en om aan te stellen
ל֔וֹ
(lo)
voor zich
שָׂרֵ֥י
(sarei)
oversten van
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizend
וְשָׂרֵ֣י
(vesarei)
en oversten van
חֲמִשִּׁ֑ים
(chamishim)
vijftig
וְלַחֲרֹ֤שׁ
(velacharosh)
en om te ploegen
חֲרִישׁוֹ֙
(charisho)
zijn ploegwerk
וְלִקְצֹ֣ר
(veliqtsor)
en om te maaien
קְצִיר֔וֹ
(qetsiro)
zijn oogst
וְלַעֲשׂ֥וֹת
(velaasot)
en om te maken
כְּלֵֽי
(kelei)
de wapens van
מִלְחַמְתּ֖וֹ
(milchamto)
zijn oorlog
וּכְלֵ֥י
(ukhelei)
en het gerei van
רִכְבּֽוֹ
(rikhbo)
zijn wagens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Op die dag zullen jullie om hulp roepen vanwege jullie koning, die jullie voor jullie zelf hebben gekozen. Maar Yahweh zal jullie op die dag niet antwoorden.”
וּזְעַקְתֶּם֙
(uzeaqtem)
en jullie zullen om hulp roepen
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op die
הַה֔וּא
(hahu)
dag
מִלִּפְנֵ֣י
(milifnei)
vanwege
מַלְכְּכֶ֔ם
(malkekhem)
jullie koning
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בְּחַרְתֶּ֖ם
(bechartem)
jullie hebben gekozen
לָכֶ֑ם
(lakhem)
voor jullie
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יַעֲנֶ֧ה
(yaane)
zal antwoorden
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op die
הַהֽוּא
(hahu)
dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּזְעַקְתֶּם (uze’aqtem), ‘jullie zullen om hulp roepen’: het werkwoord bij het woord noodkreet (za’aqah).
Zo riep Israël ook in Egypte om hulp (Exod. 2:23).
22Yahweh zei tegen Samuël: „Luister naar hun stem en laat een koning voor hen regeren.” Samuël zei tegen de mannen van Israël: „Ga, ieder naar zijn stad.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
שְׁמוּאֵל֙
(shemuel)
Samuël
שְׁמַ֣ע
(shema)
luister
בְּקוֹלָ֔ם
(beqolam)
naar hun stem
וְהִמְלַכְתָּ֥
(vehimlakhta)
en laat regeren
לָהֶ֖ם
(lahem)
over hen
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
שְׁמוּאֵל֙
(shemuel)
Samuël
אֶל
(el)
tot
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לְכ֖וּ
(lekhu)
gaat
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
לְעִירֽוֹ
(leiro)
naar zijn stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְהִמְלַכְתָּ (vehimlakhta), ‘laat regeren’: Samuël moet een koning laten regeren.