Elohim Bijbel

Numeri 34

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De grenzen van Kanaän en de mannen die het land verdelen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De grenzen van het land

1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Geef de zonen van Israël dit bevel en zeg tegen hen: Jullie gaan het land Kanaän binnen. Dit is het land dat jullie als erfdeel toevalt, het land Kanaän met zijn grenzen.
צַ֞ו
(tsav)
gebied
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en zeg
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tegen hen
כִּֽי
(ki)
want
אַתֶּ֥ם
(atem)
jullie
בָּאִ֖ים
(baim)
gaan binnen
אֶל
(el)
naar
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
het land
כְּנָ֑עַן
(kenaan)
Kanaän
זֹ֣את
(zot)
dit
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
תִּפֹּ֤ל
(tipol)
zal vallen
לָכֶם֙
(lakhem)
aan jullie
בְּֽנַחֲלָ֔ה
(benachala)
als erfdeel
אֶ֥רֶץ
(erets)
land van
כְּנַ֖עַן
(kenaan)
Kanaän
לִגְבֻלֹתֶֽיהָ
(ligvuloteiha)
met zijn grenzen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

Het land Kanaän heeft hier de grenzen die Yahweh aanwijst.

Dit is het land ten westen van de Jordaan.

Het land ten oosten ervan is al aan Ruben, Gad en de helft van Manasse gegeven (Num. 32:33; vers 14–15).

נָפַל (nafal), ‘vallen’: het land ‘valt’ aan hen toe, door het lot (vers 13; Num. 26:55).

De zuidgrens

3De zuidzijde is voor jullie vanaf de woestijn Zin, langs Edom. De zuidgrens begint voor jullie bij het uiteinde van de Zoutzee, in het oosten.
וְהָיָ֨ה
(vehaya)
en het zal zijn
לָכֶ֧ם
(lakhem)
voor jullie
פְּאַת
(peat)
zijde van
נֶ֛גֶב
(negev)
zuid
מִמִּדְבַּר
(mimidbar)
vanaf de woestijn
צִ֖ן
(tsin)
Zin
עַל
(al)
op
יְדֵ֣י
(yedei)
de zijde van
אֱד֑וֹם
(edom)
Edom
וְהָיָ֤ה
(vehaya)
en het zal zijn
לָכֶם֙
(lakhem)
voor jullie
גְּב֣וּל
(gevul)
grens
נֶ֔גֶב
(negev)
zuid
מִקְצֵ֥ה
(miqtse)
vanaf het uiteinde van
יָם
(yam)
zee van
הַמֶּ֖לַח
(hamelach)
de Zoutzee
קֵֽדְמָה
(qedema)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De woestijn Zin ligt in het zuiden van Kanaän, bij Kades (Num. 33:36).

De Zoutzee is de Dode Zee.

De zuidgrens loopt dus van het zuidelijke uiteinde van de Dode Zee naar het westen, langs Edom (Jordanië/Israël).

Zie Woestijn Zin: De woestijn Zin lag in het zuiden van Kanaän, bij Kades.

De grenzen zijn niet precies bekend.

Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

יָם הַמֶּלַח (yam hamelach), ‘Zoutzee’: de Dode Zee.

4Vanaf het zuiden buigt de grens voor jullie af naar de klim van Akrabbim en gaat door naar Zin. Zijn einde ligt ten zuiden van Kades-Barnea. Dan loopt hij naar Chasar-Addar en gaat door naar Asmon.
וְנָסַ֣ב
(venasav)
en zal afbuigen
לָכֶם֩
(lakhem)
voor jullie
הַגְּב֨וּל
(hagevul)
de grens
מִנֶּ֜גֶב
(minegev)
van het zuiden
לְמַעֲלֵ֤ה
(lemaale)
naar de klim van
עַקְרַבִּים֙
(aqrabim)
Akrabbim
וְעָ֣בַר
(veavar)
en zal doorgaan
צִ֔נָה
(tsina)
naar Zin
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en zullen zijn
תּֽוֹצְאֹתָ֔יו
(totseotav)
zijn einden
מִנֶּ֖גֶב
(minegev)
van het zuiden
לְקָדֵ֣שׁ
(leqadesh)
naar Kades
בַּרְנֵ֑עַ
(barnea)
Barnea
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en zal uitgaan
חֲצַר
(chatsar)
naar Chasar
אַדָּ֖ר
(adar)
Addar
וְעָבַ֥ר
(veavar)
en zal doorgaan
עַצְמֹֽנָה
(atsmona)
naar Asmon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De klim van Akrabbim (‘klim van de schorpioenen’) ligt ten zuidwesten van de Dode Zee, in het zuiden van Israël.

Kades-Barnea ligt in de Negev of Sinaï (Egypte/Israël); zie Num. 32:8.

Chasar-Addar en Asmon liggen in het zuiden van Kanaän, naar de beek van Egypte toe; de precieze ligging is onzeker.

Zie Klim van Akrabbim: De klim van Akrabbim lag in het zuiden van de grens van Kanaän, ten zuidwesten van de Dode Zee.

De precieze plaats is niet zeker.

5Van Asmon buigt de grens af naar de beek van Egypte. Zijn einde ligt bij de zee.
וְנָסַ֧ב
(venasav)
en zal afbuigen
הַגְּב֛וּל
(hagevul)
de grens
מֵעַצְמ֖וֹן
(meatsmon)
van Asmon
נַ֣חְלָה
(nachla)
naar de beek van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en zullen zijn
תוֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn einden
הַיָּֽמָּה
(hayama)
naar zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De beek van Egypte is waarschijnlijk de Wadi el-Arish in het noorden van de Sinaï (Egypte).

Zij mondt uit in de Middellandse Zee.

Zie Beek van Egypte: De beek van Egypte wordt gezocht bij het Wadi el-Arisj, in het noorden van het schiereiland Sinaï.

Dit is de zuidwestgrens van het land.

De westgrens

6De grens in het westen: de Grote Zee is voor jullie de grens. Dit is voor jullie de westgrens.
וּגְב֣וּל
(ugevul)
en grens van
יָ֔ם
(yam)
zee
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en zal zijn
לָכֶ֛ם
(lakhem)
voor jullie
הַיָּ֥ם
(hayam)
de zee
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
וּגְב֑וּל
(ugevul)
en grens
זֶֽה
(ze)
dit
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
גְּב֥וּל
(gevul)
grens van
יָֽם
(yam)
zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Grote Zee: De Grote Zee is de Middellandse Zee, de westgrens van het land.

Uitleg

הַיָּם הַגָּדוֹל (hayyam hagadol), ‘de Grote Zee’: de Middellandse Zee.

De noordgrens

7Dit is voor jullie de noordgrens: van de Grote Zee af moeten jullie voor jullie een lijn trekken naar de berg Hor.
וְזֶֽה
(veze)
en dit
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
צָפ֑וֹן
(tsafon)
noord
מִן
(min)
van
הַיָּם֙
(hayam)
de zee
הַגָּדֹ֔ל
(hagadol)
de grote
תְּתָא֥וּ
(tetau)
jullie zullen een lijn trekken
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
הֹ֥ר
(hor)
naar de berg
הָהָֽר
(hahar)
de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Deze berg Hor is niet de berg Hor uit Num. 20:22 en 33:37, die bij Edom ligt.

Zij ligt in het noorden van Kanaän (Libanon of Syrië).

De ligging is onzeker.

Zie Grote Zee: De Grote Zee is de Middellandse Zee, de westgrens van het land.

Uitleg

תְּתָאוּ (tetau), ‘een lijn trekken’: het werkwoord komt alleen hier en in vers 8 en 10 voor.

Wij vertalen het in alle drie verzen hetzelfde.

8Van de berg Hor af moeten jullie een lijn trekken naar Lebo-Chamat. Het einde van de grens is Tsedad.
מֵהֹ֣ר
(mehor)
van de berg
הָהָ֔ר
(hahar)
de berg
תְּתָא֖וּ
(tetau)
jullie zullen een lijn trekken
לְבֹ֣א
(levo)
naar het komen van
חֲמָ֑ת
(chamat)
Chamat
וְהָי֛וּ
(vehayu)
en zullen zijn
תּוֹצְאֹ֥ת
(totseot)
einden van
הַגְּבֻ֖ל
(hagevul)
de grens
צְדָֽדָה
(tsedada)
naar Tsedad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

לְבֹא חֲמָת (lebo chamat), ‘naar de ingang van Chamat’: Chamat ligt aan de Orontes in het huidige Syrië.

De ‘ingang’ is de pas tussen het Libanon- en Antilibanongebergte.

Tsedad (vers 8) en Zifron en Chasar-Enan (vers 9) liggen in het noorden van Kanaän, in het huidige Syrië of Libanon.

De precieze ligging is onzeker.

Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

9De grens loopt door naar Zifron en zijn einde ligt bij Chasar-Enan. Dit is voor jullie de noordgrens.
וְיָצָ֤א
(veyatsa)
en zal uitgaan
הַגְּבֻל֙
(hagevul)
de grens
זִפְרֹ֔נָה
(zifrona)
naar Zifron
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en zullen zijn
תוֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn einden
חֲצַ֣ר
(chatsar)
Chasar
עֵינָ֑ן
(einan)
Enan
זֶֽה
(ze)
dit
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
גְּב֥וּל
(gevul)
grens van
צָפֽוֹן
(tsafon)
noord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De oostgrens

10Voor jullie oostgrens moeten jullie een lijn trekken van Chasar-Enan naar Sefam.
וְהִתְאַוִּיתֶ֥ם
(vehitavitem)
en jullie zullen een lijn trekken
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
לִגְב֣וּל
(ligvul)
als grens
קֵ֑דְמָה
(qedema)
oost
מֵחֲצַ֥ר
(mechatsar)
van Chasar
עֵינָ֖ן
(einan)
Enan
שְׁפָֽמָה
(shefama)
naar Sefam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sefam is onbekend; het ligt in het noordoosten van Kanaän.

11De grens loopt van Sefam naar beneden naar Ribla, ten oosten van Ain. Dan loopt de grens naar beneden en raakt de oostzijde van de zee van Kinneret.
וְיָרַ֨ד
(veyarad)
en zal afdalen
הַגְּבֻ֧ל
(hagevul)
de grens
מִשְּׁפָ֛ם
(mishefam)
van Sefam
הָרִבְלָ֖ה
(harivla)
naar Ribla
מִקֶּ֣דֶם
(miqedem)
ten oosten van
לָעָ֑יִן
(laayin)
Ain
וְיָרַ֣ד
(veyarad)
en zal afdalen
הַגְּב֔וּל
(hagevul)
de grens
וּמָחָ֛ה
(umacha)
en zal raken
עַל
(al)
aan
כֶּ֥תֶף
(ketef)
zijkant van
יָם
(yam)
zee van
כִּנֶּ֖רֶת
(kineret)
Kinneret
קֵֽדְמָה
(qedema)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ribla ligt ten oosten van Ain, in het noorden van Israël of Syrië.

De zee van Kinneret is het Meer van Galilea, in het noorden van Israël.

Ain is onbekend.

Uitleg

כֶּתֶף (ketef), ‘schouder’: de zijkant of oever van het meer.

12De grens loopt naar beneden langs de Jordaan en zijn einde ligt bij de Zoutzee. Dit is voor jullie het land met zijn grenzen rondom.”
וְיָרַ֤ד
(veyarad)
en zal afdalen
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
הַיַּרְדֵּ֔נָה
(hayardena)
naar de Jordaan
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en zullen zijn
תוֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn einden
יָ֣ם
(yam)
zee van
הַמֶּ֑לַח
(hamelach)
de Zoutzee
זֹאת֩
(zot)
dit
תִּהְיֶ֨ה
(tihye)
zal zijn
לָכֶ֥ם
(lakhem)
voor jullie
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
לִגְבֻלֹתֶ֖יהָ
(ligvuloteiha)
met zijn grenzen
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Jordaan loopt van het Meer van Galilea naar de Dode Zee (Israël/Jordanië).

Zie Zoutzee: De Zoutzee is de Dode Zee, het meer in het diepe dal ten oosten van Juda.

De verdeling over negenenhalve stam

13Mozes gaf de zonen van Israël dit bevel: „Dit is het land dat jullie door het lot als erfdeel moeten ontvangen. Yahweh heeft bevolen het te geven aan de negen stammen en de halve stam.
וַיְצַ֣ו
(vaytsav)
en gebood
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
om te zeggen
זֹ֣את
(zot)
dit
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
תִּתְנַחֲל֤וּ
(titnachalu)
jullie zullen als erfdeel ontvangen
אֹתָהּ֙
(otah)
het
בְּגוֹרָ֔ל
(begoral)
door het lot
אֲשֶׁר֙
(asher)
dat
צִוָּ֣ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לָתֵ֛ת
(latet)
te geven
לְתִשְׁעַ֥ת
(letishat)
aan de negen
הַמַּטּ֖וֹת
(hamatot)
de stammen
וַחֲצִ֥י
(vachatsi)
en de helft van
הַמַּטֶּֽה
(hamate)
de stam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit gaat om de negen stammen en de halve stam Manasse die ten westen van de Jordaan hun erfdeel ontvangen.

Het verdelen gebeurt door het lot; zie Num. 26:55–56 en Joz. 14:1–2.

14Want de stam van de Rubenieten, naar hun vaderhuis, en de stam van de Gadieten, naar hun vaderhuis, hebben hun erfdeel ontvangen. Ook de halve stam van Manasse heeft het ontvangen.
כִּ֣י
(ki)
want
לָקְח֞וּ
(laqechu)
hebben genomen
מַטֵּ֨ה
(mate)
stam van
בְנֵ֤י
(benei)
de zonen van
הָראוּבֵנִי֙
(haruveni)
de Rubeniet
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתָ֔ם
(avotam)
hun vaders
וּמַטֵּ֥ה
(umate)
en stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
הַגָּדִ֖י
(hagadi)
de Gadiet
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתָ֑ם
(avotam)
hun vaders
וַחֲצִי֙
(vachatsi)
en de helft van
מַטֵּ֣ה
(mate)
stam van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
לָקְח֖וּ
(laqechu)
hebben genomen
נַחֲלָתָֽם
(nachalatam)
hun erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De stammen Ruben, Gad en de helft van Manasse hebben hun erfdeel al ontvangen; zie Num. 32:33.

15De twee stammen en de halve stam hebben hun erfdeel ontvangen aan de overkant van de Jordaan bij Jericho. Dat is in het oosten, naar de opkomende zon.”
שְׁנֵ֥י
(shenei)
de twee
הַמַּטּ֖וֹת
(hamatot)
de stammen
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en de helft van
הַמַּטֶּ֑ה
(hamate)
de stam
לָקְח֣וּ
(laqechu)
hebben genomen
נַחֲלָתָ֗ם
(nachalatam)
hun erfdeel
מֵעֵ֛בֶר
(meever)
van de overkant van
לְיַרְדֵּ֥ן
(leyarden)
de Jordaan
יְרֵח֖וֹ
(yerecho)
Jericho
קֵ֥דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
naar de opkomende zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.

Zie ookNum 32:32

De mannen die het land verdelen

16Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17„Dit zijn de namen van de mannen die het land voor jullie als erfdeel zullen verdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
שְׁמ֣וֹת
(shemot)
de namen van
הָֽאֲנָשִׁ֔ים
(haanashim)
de mannen
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִנְחֲל֥וּ
(yinchalu)
zullen als erfdeel verdelen
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
אֶלְעָזָר֙
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֔ן
(hakohen)
de priester
וִיהוֹשֻׁ֖עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נֽוּן
(nun)
Nun
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Eleazar en Jozua verdelen het land; zie Num. 27:18–23 en Joz. 14:1.

18En één leider, één leider uit elke stam, moeten jullie nemen om het land als erfdeel te verdelen.
וְנָשִׂ֥יא
(venasi)
en leider
אֶחָ֛ד
(echad)
één
נָשִׂ֥יא
(nasi)
leider
אֶחָ֖ד
(echad)
één
מִמַּטֶּ֑ה
(mimate)
uit stam
תִּקְח֖וּ
(tiqchu)
jullie zullen nemen
לִנְחֹ֥ל
(linchol)
om als erfdeel te verdelen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָשִׂיא (nasi), ‘leider’: zoals in Exod. 16:22.

Het Hebreeuws herhaalt ‘één leider’; wij houden die herhaling.

Elke stam levert één leider; deze verschillen van de leiders in Num. 1:5–15 en 13:4–15.

19Dit zijn de namen van de mannen: voor de stam Juda: Kaleb, de zoon van Jefunne.
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit zijn
שְׁמ֣וֹת
(shemot)
de namen van
הָאֲנָשִׁ֑ים
(haanashim)
de mannen
לְמַטֵּ֣ה
(lemate)
voor de stam van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
כָּלֵ֖ב
(kalev)
Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּֽה
(yefune)
Jefunne
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Kaleb, de zoon van Jefunne, de Kenizziet, is een van de twee verspieders die Yahweh volledig volgden (Num. 13:6; 14:24).

20Voor de stam van de zonen van Simeon: Sjemuël, de zoon van Ammihud.
וּלְמַטֵּה֙
(ulemate)
en voor de stam van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֔וֹן
(shimon)
Simeon
שְׁמוּאֵ֖ל
(shemuel)
Sjemuël
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּיהֽוּד
(amihud)
Ammihud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 49:5
21Voor de stam Benjamin: Elidad, de zoon van Kislon.
לְמַטֵּ֣ה
(lemate)
voor de stam van
בִנְיָמִ֔ן
(binyamin)
Benjamin
אֱלִידָ֖ד
(elidad)
Elidad
בֶּן
(ben)
zoon van
כִּסְלֽוֹן
(kislon)
Kislon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Voor de stam van de zonen van Dan: een leider, Bukki, de zoon van Jogli.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֖ן
(dan)
Dan
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
בֻּקִּ֖י
(buqi)
Bukki
בֶּן
(ben)
zoon van
יָגְלִֽי
(yageli)
Jogli
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Voor de zonen van Jozef, voor de stam van de zonen van Manasse: een leider, Channiël, de zoon van Efod.
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יוֹסֵ֔ף
(yosef)
Jozef
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
מְנַשֶּׁ֖ה
(menashe)
Manasse
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
חַנִּיאֵ֖ל
(chaniel)
Channiël
בֶּן
(ben)
zoon van
אֵפֹֽד
(efod)
Efod
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Manasse en Efraïm, de zonen van Jozef, krijgen elk een eigen leider.

24Voor de stam van de zonen van Efraïm: een leider, Kemuël, de zoon van Sjiftan.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
קְמוּאֵ֖ל
(qemuel)
Kemuël
בֶּן
(ben)
zoon van
שִׁפְטָֽן
(shiftan)
Sjiftan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Voor de stam van de zonen van Zebulon: een leider, Elitsafan, de zoon van Parnak.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
זְבוּלֻ֖ן
(zevulun)
Zebulon
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
אֱלִיצָפָ֖ן
(elitsafan)
Elitsafan
בֶּן
(ben)
zoon van
פַּרְנָֽךְ
(parnakh)
Parnak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Voor de stam van de zonen van Issachar: een leider, Paltiël, de zoon van Azzan.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשָׂשכָ֖ר
(yisashkhar)
Issachar
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
פַּלְטִיאֵ֖ל
(paltiel)
Paltiël
בֶּן
(ben)
zoon van
עַזָּֽן
(azan)
Azzan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Voor de stam van de zonen van Aser: een leider, Achihud, de zoon van Sjelomi.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
אָשֵׁ֖ר
(asher)
Aser
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
אֲחִיה֖וּד
(achihud)
Achihud
בֶּן
(ben)
zoon van
שְׁלֹמִֽי
(shelomi)
Sjelomi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Voor de stam van de zonen van Naftali: een leider, Pedahël, de zoon van Ammihud.
וּלְמַטֵּ֥ה
(ulemate)
en voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
נָשִׂ֑יא
(nasi)
leider
פְּדַהְאֵ֖ל
(pedahel)
Pedahël
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּיהֽוּד
(amihud)
Ammihud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Dit zijn zij die Yahweh geboden heeft het erfdeel te verdelen onder de zonen van Israël in het land Kanaän.”
אֵ֕לֶּה
(ele)
dit zijn zij
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
צִוָּ֣ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לְנַחֵ֥ל
(lenachel)
om als erfdeel te verdelen
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
כְּנָֽעַן
(kenaan)
Kanaän
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.