Elohim Bijbel

Leviticus 1

123456789101112131415161718192021222324252627

Het brandoffer

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yahweh spreekt vanuit de tent van samenkomst

1Yahweh riep Mozes en sprak vanuit de tent van samenkomst tot hem:
וַיִּקְרָ֖א
(vayiqra)
en Hij riep
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
וַיְדַבֵּ֤ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
מֵאֹ֥הֶל
(meohel)
vanuit de tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit boek heet in het Hebreeuws וַיִּקְרָא (wajjiqra), ‘en Hij riep’, naar het eerste woord.

Aan het einde van Exodus vulde de heerlijkheid van Yahweh de tabernakel, zodat Mozes niet naar binnen kon (Exod. 40:34–35).

Nu roept Yahweh hem en spreekt Hij vanuit de tent.

2„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tot hen: Wanneer iemand van jullie een offergave voor Yahweh brengt, moet die van het vee zijn. Van het rundvee of van het kleinvee.
דַּבֵּ֞ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en zeg
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
אָדָ֗ם
(adam)
een mens
כִּֽי
(ki)
wanneer
יַקְרִ֥יב
(yaqriv)
hij brengt
מִכֶּ֛ם
(mikem)
van jullie
קָרְבָּ֖ן
(qarban)
een offergave
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מִן
(min)
van
הַבְּהֵמָ֗ה
(habehema)
het vee
מִן
(min)
van
הַבָּקָר֙
(habaqar)
het rundvee
וּמִן
(umin)
en van
הַצֹּ֔אן
(hatson)
het kleinvee
תַּקְרִ֖יבוּ
(taqrivu)
zullen jullie brengen
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּנְכֶֽם
(qarbankhem)
jullie offergave
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָרְבָּן (qorban), ‘offergave’: wat iemand bij Yahweh in de buurt brengt, van het werkwoord קָרַב (qarav), ‘dichtbij komen’.

Het is de verzamelnaam voor alle offers in Lev. 1–7.

צֹאן (tson), ‘kleinvee’: schapen en geiten (vers 10).

De toespraak die hier begint, loopt door tot en met Lev. 3:17. In Lev. 4:1 begint een nieuwe toespraak.

Het brandoffer van het rundvee

3Als zijn offergave een brandoffer van het rundvee is, moet hij een mannelijk dier zonder gebrek brengen. Hij moet het naar de ingang van de tent van samenkomst brengen, zodat hij aanvaard wordt voor het aangezicht van Yahweh.
אִם
(im)
als
עֹלָ֤ה
(ola)
een brandoffer
קָרְבָּנוֹ֙
(qarbano)
zijn offergave
מִן
(min)
van
הַבָּקָ֔ר
(habaqar)
het rundvee
זָכָ֥ר
(zakhar)
een mannelijk dier
תָּמִ֖ים
(tamim)
zonder gebrek
יַקְרִיבֶ֑נּוּ
(yaqrivenu)
hij zal het brengen
אֶל
(el)
naar
פֶּ֝תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֤הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵד֙
(moed)
samenkomst
יַקְרִ֣יב
(yaqriv)
hij zal brengen
אֹת֔וֹ
(oto)
het
לִרְצֹנ֖וֹ
(lirtsono)
tot zijn aanvaarding
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹלָה (olah), ‘brandoffer’, komt van עָלָה (alah), ‘opgaan’: het hele dier gaat op het altaar in rook op (Lev. 6:2–6).

תָּמִים (tamim), ‘zonder gebrek’: heel en gezond, zonder lichaamsgebrek. Zie Lev. 22:19–21.

Lezing

לִרְצֹנוֹ (lirtsono) kan ‘zodat hij aanvaard wordt’ betekenen, maar ook ‘uit eigen vrije wil’.

Wij vertalen ‘zodat hij aanvaard wordt’, omdat vers 4 zegt dat het offer ‘voor hem aanvaard wordt’ (נִרְצָה, nirtsah).

4Hij moet zijn hand op de kop van het brandoffer leggen, dan wordt het voor hem aanvaard, om verzoening voor hem te doen.
וְסָמַ֣ךְ
(vesamakh)
en hij zal leggen
יָד֔וֹ
(yado)
zijn hand
עַ֖ל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעֹלָ֑ה
(haola)
het brandoffer
וְנִרְצָ֥ה
(venirtsa)
en het zal aanvaard worden
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
לְכַפֵּ֥ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עָלָֽיו
(alav)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סָמַךְ (samakh), ‘leggen’, betekent eigenlijk ‘steunen, leunen’: de offeraar steunt met zijn hand op de kop van het dier.

Vergelijk Exod. 29:15.

כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’, wordt vaak verklaard als ‘bedekken’: het brandoffer doet verzoening voor degene die het brengt.

5Hij moet de jonge stier voor het aangezicht van Yahweh slachten. Aärons zonen, de priesters, moeten het bloed brengen. Zij moeten het rondom op het altaar sprenkelen, het altaar bij de ingang van de tent van samenkomst.
וְשָׁחַ֛ט
(veshachat)
en hij zal slachten
אֶת
(et)
(obj.)
בֶּ֥ן
(ben)
de zoon van
הַבָּקָ֖ר
(habaqar)
het rundvee
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְ֠הִקְרִיבוּ
(vehiqrivu)
en zij zullen brengen
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֤ן
(aharon)
Aäron
הַֽכֹּֽהֲנִים֙
(hakohanim)
de priesters
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֔ם
(hadam)
het bloed
וְזָרְק֨וּ
(vezarequ)
en zij zullen sprenkelen
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֤ם
(hadam)
het bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(hamizbeach)
het altaar
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
אֲשֶׁר
(asher)
dat
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֥הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵֽד
(moed)
samenkomst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּן־בָּקָר (ben baqar), ‘jonge stier’: letterlijk ‘zoon van het rundvee’ (Exod. 29:1).

Het bloed wordt rondom op het altaar gesprenkeld. Later zegt Yahweh dat het bloed verzoening doet voor het leven (Lev. 17:11).

6Hij moet de huid van het brandoffer afstropen en het in stukken snijden.
וְהִפְשִׁ֖יט
(vehifshit)
en hij zal de huid afstropen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹלָ֑ה
(haola)
het brandoffer
וְנִתַּ֥ח
(venitach)
en hij zal in stukken snijden
אֹתָ֖הּ
(otah)
het
לִנְתָחֶֽיהָ
(lintacheiha)
in haar stukken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִפְשִׁיט (hifshit) betekent ‘uitkleden’ en hier ‘de huid afstropen’.

De huid van het brandoffer is voor de priester (Lev. 7:8).

7De zonen van de priester Aäron moeten vuur op het altaar leggen en hout op het vuur schikken.
וְ֠נָתְנוּ
(venatenu)
en zij zullen leggen
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֛ן
(hakohen)
de priester
אֵ֖שׁ
(esh)
vuur
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֑חַ
(hamizbeach)
het altaar
וְעָרְכ֥וּ
(vearekhu)
en zij zullen schikken
עֵצִ֖ים
(etsim)
hout
עַל
(al)
op
הָאֵֽשׁ
(haesh)
het vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Aärons zonen, de priesters, moeten de stukken, de kop en het vetweefsel schikken op het hout. Dat ligt op het vuur, op het altaar.
וְעָרְכ֗וּ
(vearekhu)
en zij zullen schikken
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
הַכֹּ֣הֲנִ֔ים
(hakohanim)
de priesters
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
הַנְּתָחִ֔ים
(hanetachim)
de stukken
אֶת
(et)
(obj.)
הָרֹ֖אשׁ
(harosh)
de kop
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַפָּ֑דֶר
(hapader)
het vetweefsel
עַל
(al)
op
הָעֵצִים֙
(haetsim)
het hout
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָאֵ֔שׁ
(haesh)
het vuur
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּדֶר (peder), ‘vetweefsel’, is een zeldzaam woord.

Wij vertalen ‘vetweefsel’; de precieze betekenis is niet zeker.

9Zijn ingewanden en zijn poten moet hij met water wassen. De priester moet alles op het altaar in rook laten opgaan: een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְקִרְבּ֥וֹ
(veqirbo)
en zijn ingewanden
וּכְרָעָ֖יו
(ukheraav)
en zijn poten
יִרְחַ֣ץ
(yirchats)
hij zal wassen
בַּמָּ֑יִם
(bamayim)
met water
וְהִקְטִ֨יר
(vehiqtir)
en hij zal in rook laten opgaan
הַכֹּהֵ֤ן
(hakohen)
de priester
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּל֙
(hakol)
alles
הַמִּזְבֵּ֔חָה
(hamizbecha)
op het altaar
עֹלָ֛ה
(ola)
een brandoffer
אִשֵּׁ֥ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵֽיחַ
(reiach)
een geur van
נִיח֖וֹחַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִשֶּׁה (ishsheh), ‘vuuroffer’: een offer dat in het vuur opgaat.

רֵיחַ נִיחוֹחַ (reach nichoach), ‘aangename geur’: letterlijk ‘geur van rust’ of ‘geur van tevredenheid’. Zie Gen. 8:20–21.

Het brandoffer van het kleinvee

10Als zijn offergave een brandoffer van het kleinvee is, van de schapen of van de geiten, moet hij een mannelijk dier zonder gebrek brengen.
וְאִם
(veim)
en als
מִן
(min)
van
הַצֹּ֨אן
(hatson)
het kleinvee
קָרְבָּנ֧וֹ
(qarbano)
zijn offergave
מִן
(min)
van
הַכְּשָׂבִ֛ים
(hakesavim)
de schapen
א֥וֹ
(o)
of
מִן
(min)
van
הָעִזִּ֖ים
(haizim)
de geiten
לְעֹלָ֑ה
(leola)
als brandoffer
זָכָ֥ר
(zakhar)
een mannelijk dier
תָּמִ֖ים
(tamim)
zonder gebrek
יַקְרִיבֶֽנּוּ
(yaqrivenu)
hij zal het brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Hij moet het aan de noordkant van het altaar slachten, voor het aangezicht van Yahweh. Aärons zonen, de priesters, moeten zijn bloed rondom op het altaar sprenkelen.
וְשָׁחַ֨ט
(veshachat)
en hij zal slachten
אֹת֜וֹ
(oto)
het
עַ֣ל
(al)
aan
יֶ֧רֶךְ
(yerekh)
de zijkant van
הַמִּזְבֵּ֛חַ
(hamizbeach)
het altaar
צָפֹ֖נָה
(tsafona)
noordwaarts
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְזָרְק֡וּ
(vezarequ)
en zij zullen sprenkelen
בְּנֵי֩
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֨ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֲנִ֧ים
(hakohanim)
de priesters
אֶת
(et)
(obj.)
דָּמ֛וֹ
(damo)
zijn bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶרֶךְ (yerekh), ‘zijkant’, is eigenlijk ‘dij, flank’.

Het kleinvee wordt dus aan de noordkant van het altaar geslacht.

12Hij moet het in stukken snijden, met zijn kop en zijn vetweefsel. De priester moet ze schikken op het hout. Dat ligt op het vuur, op het altaar.
וְנִתַּ֤ח
(venitach)
en hij zal in stukken snijden
אֹתוֹ֙
(oto)
het
לִנְתָחָ֔יו
(lintachav)
in zijn stukken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֹאשׁ֖וֹ
(rosho)
zijn kop
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
פִּדְר֑וֹ
(pidro)
zijn vetweefsel
וְעָרַ֤ךְ
(vearakh)
en zal schikken
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֹתָ֔ם
(otam)
ze
עַל
(al)
op
הָֽעֵצִים֙
(haetsim)
het hout
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָאֵ֔שׁ
(haesh)
het vuur
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13De ingewanden en de poten moet hij met water wassen. De priester moet alles brengen en op het altaar in rook laten opgaan. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְהַקֶּ֥רֶב
(vehaqerev)
en de ingewanden
וְהַכְּרָעַ֖יִם
(vehakeraayim)
en de poten
יִרְחַ֣ץ
(yirchats)
hij zal wassen
בַּמָּ֑יִם
(bamayim)
met water
וְהִקְרִ֨יב
(vehiqriv)
en zal brengen
הַכֹּהֵ֤ן
(hakohen)
de priester
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּל֙
(hakol)
alles
וְהִקְטִ֣יר
(vehiqtir)
en zal in rook laten opgaan
הַמִּזְבֵּ֔חָה
(hamizbecha)
op het altaar
עֹלָ֣ה
(ola)
een brandoffer
ה֗וּא
(hu)
het is
אִשֵּׁ֛ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵ֥יחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookLev 1:9

Het brandoffer van vogels

14Als zijn offergave aan Yahweh een brandoffer van de vogels is, moet hij zijn offergave brengen van de tortelduiven of van de jonge duiven.
וְאִ֧ם
(veim)
en als
מִן
(min)
van
הָע֛וֹף
(haof)
de vogels
עֹלָ֥ה
(ola)
een brandoffer
קָרְבָּנ֖וֹ
(qarbano)
zijn offergave
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
וְהִקְרִ֣יב
(vehiqriv)
en hij zal brengen
מִן
(min)
van
הַתֹּרִ֗ים
(hatorim)
de tortelduiven
א֛וֹ
(o)
of
מִן
(min)
van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
הַיּוֹנָ֖ה
(hayona)
de duif
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבָּנֽוֹ
(qarbano)
zijn offergave
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֹּר (tor), ‘tortelduif’, en בְּנֵי יוֹנָה (bnei jonah), ‘jonge duiven’, letterlijk ‘zonen van de duif’.

Wie geen schaap kan betalen, mag vogels brengen (Lev. 5:7).

15De priester moet het naar het altaar brengen. Hij moet de kop afknijpen en op het altaar in rook laten opgaan. Het bloed moet tegen de wand van het altaar worden uitgeperst.
וְהִקְרִיב֤וֹ
(vehiqrivo)
en zal het brengen
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֶל
(el)
naar
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
וּמָלַק֙
(umalaq)
en hij zal afknijpen
אֶת
(et)
(obj.)
רֹאשׁ֔וֹ
(rosho)
zijn kop
וְהִקְטִ֖יר
(vehiqtir)
en zal in rook laten opgaan
הַמִּזְבֵּ֑חָה
(hamizbecha)
op het altaar
וְנִמְצָ֣ה
(venimtsa)
en het zal worden uitgeperst
דָמ֔וֹ
(damo)
zijn bloed
עַ֖ל
(al)
tegen
קִ֥יר
(qir)
de wand van
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָלַק (malaq), ‘afknijpen’: de kop wordt van de nek afgeknepen.

נִמְצָה (nimtsah), ‘uitgeperst’: het bloed van een vogel wordt tegen de wand van het altaar uitgedrukt en niet gesprenkeld.

16Hij moet de krop met de veren eraf halen en naast het altaar wegwerpen, aan de oostkant, op de plaats van de as.
וְהֵסִ֥יר
(vehesir)
en hij zal verwijderen
אֶת
(et)
(obj.)
מֻרְאָת֖וֹ
(murato)
zijn krop
בְּנֹצָתָ֑הּ
(benotsatah)
met zijn veren
וְהִשְׁלִ֨יךְ
(vehishlikh)
en hij zal wegwerpen
אֹתָ֜הּ
(otah)
het
אֵ֤צֶל
(etsel)
naast
הַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(hamizbeach)
het altaar
קֵ֔דְמָה
(qedema)
oostwaarts
אֶל
(el)
naar
מְק֖וֹם
(meqom)
de plaats van
הַדָּֽשֶׁן
(hadashen)
de as
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֻרְאָה (murah) is de krop, waarin het voedsel van de vogel zit.

Lezing

בְּנֹצָתָהּ (bnotsatah) vertalen wij ‘met zijn veren’.

Het woord komt maar één keer voor, dus de betekenis is niet helemaal zeker; sommigen verstaan ‘met zijn inhoud’.

De Septuaginta heeft ‘met de veren’.

17Hij moet het bij de vleugels openscheuren, zonder het te scheiden. De priester moet het op het altaar in rook laten opgaan, op het hout dat op het vuur ligt. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְשִׁסַּ֨ע
(veshisa)
en hij zal openscheuren
אֹת֣וֹ
(oto)
het
בִכְנָפָיו֮
(bikhnafav)
bij zijn vleugels
לֹ֣א
(lo)
niet
יַבְדִּיל֒
(yavdil)
hij zal scheiden
וְהִקְטִ֨יר
(vehiqtir)
en zal in rook laten opgaan
אֹת֤וֹ
(oto)
het
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
הַמִּזְבֵּ֔חָה
(hamizbecha)
op het altaar
עַל
(al)
op
הָעֵצִ֖ים
(haetsim)
het hout
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָאֵ֑שׁ
(haesh)
het vuur
עֹלָ֣ה
(ola)
een brandoffer
ה֗וּא
(hu)
het is
אִשֵּׁ֛ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵ֥יחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא יַבְדִּיל (lo jabdil), ‘zonder het te scheiden’: de vogel wordt opengescheurd, maar niet in twee delen gedeeld.