Elohim Bijbel

Leviticus 3

123456789101112131415161718192021222324252627

Het vredeoffer

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het vredeoffer van het rundvee

1Als zijn offergave een vredeoffer is dat hij van het rundvee brengt, mannelijk of vrouwelijk, moet het zonder gebrek zijn. Hij moet het voor het aangezicht van Yahweh brengen.
וְאִם
(veim)
en als
זֶ֥בַח
(zevach)
een slachtoffer van
שְׁלָמִ֖ים
(shelamim)
vredeoffers
קָרְבָּנ֑וֹ
(qarbano)
zijn offergave
אִ֤ם
(im)
als
מִן
(min)
van
הַבָּקָר֙
(habaqar)
het rundvee
ה֣וּא
(hu)
hij
מַקְרִ֔יב
(maqriv)
brengt
אִם
(im)
of
זָכָר֙
(zakhar)
mannelijk
אִם
(im)
of
נְקֵבָ֔ה
(neqeva)
vrouwelijk
תָּמִ֥ים
(tamim)
zonder gebrek
יַקְרִיבֶ֖נּוּ
(yaqrivenu)
hij zal het brengen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁלָמִים (shelamim), ‘vredeoffer’: een deel van het vlees wordt later door de offeraar gegeten (Lev. 7:15).

In het Hebreeuws staat hier זֶבַח (zevach), ‘slachtoffer’, voor שְׁלָמִים (shelamim), ‘vredeoffers’.

Wij geven beide samen weer als ‘vredeoffer’, zoals in Exod. 29:28.

Bij het brandoffer moet het dier mannelijk zijn (Lev. 1:3 en 1:10); bij het vredeoffer mag het ook vrouwelijk zijn.

2Hij moet zijn hand op de kop van zijn offergave leggen. Hij moet het slachten bij de ingang van de tent van samenkomst. Aärons zonen, de priesters, moeten het bloed rondom op het altaar sprenkelen.
וְסָמַ֤ךְ
(vesamakh)
en hij zal leggen
יָדוֹ֙
(yado)
zijn hand
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
קָרְבָּנ֔וֹ
(qarbano)
zijn offergave
וּשְׁחָט֕וֹ
(ushechato)
en hij zal het slachten
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְזָרְק֡וּ
(vezarequ)
en zij zullen sprenkelen
בְּנֵי֩
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֨ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֲנִ֧ים
(hakohanim)
de priesters
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֛ם
(hadam)
het bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Van het vredeoffer moet hij een vuuroffer voor Yahweh brengen: het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat op de ingewanden zit,
וְהִקְרִיב֙
(vehiqriv)
en hij zal brengen
מִזֶּ֣בַח
(mizevach)
van het slachtoffer van
הַשְּׁלָמִ֔ים
(hashelamim)
het vredeoffer
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
הַֽמְכַסֶּ֣ה
(hamkhase)
dat bedekt
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּ֔רֶב
(haqerev)
de ingewanden
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
הַחֵ֔לֶב
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַקֶּֽרֶב
(haqerev)
de ingewanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bij het vredeoffer gaat het vet in rook op: het vet rondom de ingewanden, de nieren en het aanhangsel van de lever.

Aanvullend

Jubileeën 21:7–9 bevestigt dit.

4de twee nieren met het vet dat erop zit, aan de lendenen, en het aanhangsel van de lever. Dat moet hij samen met de nieren wegnemen.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
הַכְּלָיֹ֔ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עֲלֵהֶ֔ן
(alehen)
erop
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַכְּסָלִ֑ים
(hakesalim)
de lendenen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיֹּתֶ֨רֶת֙
(hayoteret)
het aanhangsel
עַל
(al)
op
הַכָּבֵ֔ד
(hakaved)
de lever
עַל
(al)
bij
הַכְּלָי֖וֹת
(hakelayot)
de nieren
יְסִירֶֽנָּה
(yesirena)
hij zal het wegnemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַיֹּתֶרֶת עַל־הַכָּבֵד (hajoteret al-hakaved), ‘het aanhangsel van de lever’: dezelfde woorden als in Exod. 29:13.

Wat dit deel precies is, is niet helemaal zeker.

כְּסָלִים (kesalim), ‘lendenen’: het gebied bij de onderrug.

5Aärons zonen moeten het op het altaar in rook laten opgaan, bovenop het brandoffer. Dat ligt op het hout, op het vuur. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְהִקְטִ֨ירוּ
(vehiqtiru)
en zij zullen in rook laten opgaan
אֹת֤וֹ
(oto)
het
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
הַמִּזְבֵּ֔חָה
(hamizbecha)
op het altaar
עַל
(al)
op
הָ֣עֹלָ֔ה
(haola)
het brandoffer
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָעֵצִ֖ים
(haetsim)
het hout
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָאֵ֑שׁ
(haesh)
het vuur
אִשֵּׁ֛ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵ֥יחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het vet van het vredeoffer gaat op het brandoffer in rook op, dat op het altaar ligt; zie Lev. 6:5.

Het vredeoffer van het kleinvee

6Als zijn offergave voor Yahweh een vredeoffer van het kleinvee is, mannelijk of vrouwelijk, moet het zonder gebrek zijn. Hij moet het brengen.
וְאִם
(veim)
en als
מִן
(min)
van
הַצֹּ֧אן
(hatson)
het kleinvee
קָרְבָּנ֛וֹ
(qarbano)
zijn offergave
לְזֶ֥בַח
(lezevach)
als slachtoffer van
שְׁלָמִ֖ים
(shelamim)
vredeoffers
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
זָכָר֙
(zakhar)
mannelijk
א֣וֹ
(o)
of
נְקֵבָ֔ה
(neqeva)
vrouwelijk
תָּמִ֖ים
(tamim)
zonder gebrek
יַקְרִיבֶֽנּוּ
(yaqrivenu)
hij zal het brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Als hij een schaap als offergave brengt, moet hij het voor het aangezicht van Yahweh brengen.
אִם
(im)
als
כֶּ֥שֶׂב
(kesev)
een schaap
הֽוּא
(hu)
hij
מַקְרִ֖יב
(maqriv)
brengt
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבָּנ֑וֹ
(qarbano)
zijn offergave
וְהִקְרִ֥יב
(vehiqriv)
en hij zal brengen
אֹת֖וֹ
(oto)
het
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Hij moet zijn hand op de kop van zijn offergave leggen. Hij moet het slachten voor de tent van samenkomst. Aärons zonen moeten zijn bloed rondom op het altaar sprenkelen.
וְסָמַ֤ךְ
(vesamakh)
en hij zal leggen
אֶת
(et)
(obj.)
יָדוֹ֙
(yado)
zijn hand
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
קָרְבָּנ֔וֹ
(qarbano)
zijn offergave
וְשָׁחַ֣ט
(veshachat)
en hij zal slachten
אֹת֔וֹ
(oto)
het
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְ֠זָרְקוּ
(vezarequ)
en zij zullen sprenkelen
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
דָּמ֛וֹ
(damo)
zijn bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Van het vredeoffer moet hij een vuuroffer voor Yahweh brengen: zijn vet, de hele vette staart. Die moet hij vlak bij de ruggengraat wegnemen. En het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat op de ingewanden zit,
וְהִקְרִ֨יב
(vehiqriv)
en hij zal brengen
מִזֶּ֣בַח
(mizevach)
van het slachtoffer van
הַשְּׁלָמִים֮
(hashelamim)
het vredeoffer
אִשֶּׁ֣ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָה֒
(laYahweh)
voor Yahweh
חֶלְבּוֹ֙
(chelbo)
zijn vet
הָאַלְיָ֣ה
(haalya)
de vette staart
תְמִימָ֔ה
(temima)
geheel
לְעֻמַּ֥ת
(leumat)
dicht bij
הֶעָצֶ֖ה
(heatse)
de ruggengraat
יְסִירֶ֑נָּה
(yesirena)
hij zal haar wegnemen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
הַֽמְכַסֶּ֣ה
(hamkhase)
dat bedekt
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּ֔רֶב
(haqerev)
de ingewanden
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
הַחֵ֔לֶב
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַקֶּֽרֶב
(haqerev)
de ingewanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַלְיָה (alyah), ‘vette staart’: bij sommige schapen een dikke staart vol vet; zie ook Exod. 29:22.

עֶצָה (etsah), ‘ruggengraat’: het woord komt maar hier voor. De precieze plek, de onderkant van de ruggengraat bij de staart, is niet helemaal zeker.

10de twee nieren met het vet dat erop zit, aan de lendenen, en het aanhangsel van de lever. Dat moet hij samen met de nieren wegnemen.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
הַכְּלָיֹ֔ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עֲלֵהֶ֔ן
(alehen)
erop
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַכְּסָלִ֑ים
(hakesalim)
de lendenen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיֹּתֶ֨רֶת֙
(hayoteret)
het aanhangsel
עַל
(al)
op
הַכָּבֵ֔ד
(hakaved)
de lever
עַל
(al)
bij
הַכְּלָיֹ֖ת
(hakelayot)
de nieren
יְסִירֶֽנָּה
(yesirena)
hij zal het wegnemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookLev 3:4
11De priester moet het op het altaar in rook laten opgaan als voedsel, een vuuroffer voor Yahweh.
וְהִקְטִיר֥וֹ
(vehiqtiro)
en hij zal ze in rook laten opgaan
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
הַמִּזְבֵּ֑חָה
(hamizbecha)
op het altaar
לֶ֥חֶם
(lechem)
voedsel
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶחֶם (lechem) betekent ‘brood’ en ook ‘voedsel’.

Wij vertalen hier ‘voedsel’, omdat het om vet gaat en niet om brood.

Het woord staat ook in vers 16.

Het vredeoffer van een geit

12Als zijn offergave een geit is, dan moet hij die voor het aangezicht van Yahweh brengen.
וְאִ֥ם
(veim)
en als
עֵ֖ז
(ez)
een geit
קָרְבָּנ֑וֹ
(qarbano)
zijn offergave
וְהִקְרִיב֖וֹ
(vehiqrivo)
en hij zal haar brengen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Hij moet zijn hand op de kop ervan leggen. Hij moet het slachten voor de tent van samenkomst. Aärons zonen moeten zijn bloed rondom op het altaar sprenkelen.
וְסָמַ֤ךְ
(vesamakh)
en hij zal leggen
אֶת
(et)
(obj.)
יָדוֹ֙
(yado)
zijn hand
עַל
(al)
op
רֹאשׁ֔וֹ
(rosho)
haar kop
וְשָׁחַ֣ט
(veshachat)
en hij zal slachten
אֹת֔וֹ
(oto)
haar
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְ֠זָרְקוּ
(vezarequ)
en zij zullen sprenkelen
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
דָּמ֛וֹ
(damo)
haar bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij moet daarvan zijn offergave brengen als vuuroffer voor Yahweh: het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat op de ingewanden zit,
וְהִקְרִ֤יב
(vehiqriv)
en hij zal brengen
מִמֶּ֨נּוּ֙
(mimenu)
ervan
קָרְבָּנ֔וֹ
(qarbano)
zijn offergave
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
הַֽמְכַסֶּ֣ה
(hamkhase)
dat bedekt
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּ֔רֶב
(haqerev)
de ingewanden
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
הַחֵ֔לֶב
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַקֶּֽרֶב
(haqerev)
de ingewanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15de twee nieren met het vet dat erop zit, aan de lendenen, en het aanhangsel van de lever. Dat moet hij samen met de nieren wegnemen.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
הַכְּלָיֹ֔ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עֲלֵהֶ֔ן
(alehen)
erop
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הַכְּסָלִ֑ים
(hakesalim)
de lendenen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיֹּתֶ֨רֶת֙
(hayoteret)
het aanhangsel
עַל
(al)
op
הַכָּבֵ֔ד
(hakaved)
de lever
עַל
(al)
bij
הַכְּלָיֹ֖ת
(hakelayot)
de nieren
יְסִירֶֽנָּה
(yesirena)
hij zal het wegnemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16De priester moet ze op het altaar in rook laten opgaan als voedsel, een vuuroffer, een aangename geur. Al het vet is voor Yahweh.
וְהִקְטִירָ֥ם
(vehiqtiram)
en hij zal ze in rook laten opgaan
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
הַמִּזְבֵּ֑חָה
(hamizbecha)
op het altaar
לֶ֤חֶם
(lechem)
voedsel
אִשֶּׁה֙
(ishe)
een vuuroffer
לְרֵ֣יחַ
(lereiach)
tot een geur van
נִיחֹ֔חַ
(nichoach)
aangenaamheid
כָּל
(kal)
al
חֵ֖לֶב
(chelev)
het vet
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Geen vet en geen bloed eten

17Dit is een eeuwig voorschrift voor al jullie generaties, overal waar jullie wonen: geen vet en geen bloed mogen jullie eten.”
חֻקַּ֤ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָם֙
(olam)
eeuwigheid
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in al
מֽוֹשְׁבֹתֵיכֶ֑ם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
כָּל
(kal)
al
חֵ֥לֶב
(chelev)
vet
וְכָל
(vekhal)
en al
דָּ֖ם
(dam)
bloed
לֹ֥א
(lo)
niet
תֹאכֵֽלוּ
(tokhelu)
jullie zullen eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het verbod op vet geldt voor runderen, schapen en geiten (Lev. 7:23–25).

Het verbod op bloed staat ook in Lev. 7:26–27 en Lev. 17:10–14; het is ouder dan de wet van Mozes (Gen. 9:4).

Aanvullend

Jubileeën 21:18 bevestigt het verbod op bloed.