Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Josafat wordt koning
1Zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats. Hij maakte zich sterk tegen Israël.
וַיִּמְלֹ֛ךְ
(vayimlokh)
en werd koning
יְהוֹשָׁפָ֥ט
(yehoshafat)
Josafat
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
תַּחְתָּ֑יו
(tachtav)
in zijn plaats
וַיִּתְחַזֵּ֖ק
(vayitchazeq)
en maakte zich sterk
עַל
(al)
tegen
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit hoofdstuk volgt op het verhaal van Asa.
Josafat is de zoon van Asa; zie 1 Kon. 22:41.
עַל־יִשְׂרָאֵל (al Yisra'el), ‘tegen Israël’: het woord ‘al’ kan ook ‘over’ of ‘tegenover’ betekenen. De tekst zegt niet hoe Josafat zich sterk maakte. Wij vertalen ‘tegen Israël’; in 18:1 sluit hij een verbond met Achab.
2Hij legde troepen in alle versterkte steden van Juda. Ook stelde hij bezettingen aan in het land Juda en in de steden van Efraïm die zijn vader Asa had veroverd.
וַיִּ֨תֶּן
(vayiten)
en gaf
חַ֔יִל
(chayil)
leger
בְּכָל
(bekhal)
in alle
עָרֵ֥י
(arei)
steden van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
הַבְּצֻר֑וֹת
(habetsurot)
de versterkte
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
נְצִיבִים֙
(netsivim)
bezettingen
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וּבְעָרֵ֣י
(uvearei)
en in steden van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לָכַ֖ד
(lakhad)
had veroverd
אָסָ֥א
(asa)
Asa
אָבִֽיו
(aviv)
zijn vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Bergland van Efraïm: Het bergland van Efraïm is het centrale bergland, tussen Betel en Sichem.
Uitleg
נְצִיבִים (netsivim), ‘bezettingen’: aangestelde mannen of troepen die een stad bewaken.
Het woord hangt samen met het ‘aangestelde’ in 1 Kon. 22:48.
De steden van Efraïm zijn de steden die Asa had veroverd; zie 2 Kron. 15:8.
6Zijn hart kreeg moed op de wegen van Yahweh. Hij verwijderde bovendien de hoogten en de heilige palen uit Juda.
וַיִּגְבַּ֥הּ
(vayigbah)
en werd hoog
לִבּ֖וֹ
(libo)
zijn hart
בְּדַרְכֵ֣י
(bedarkhei)
op de wegen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְע֗וֹד
(veod)
en bovendien
הֵסִ֛יר
(hesir)
verwijderde hij
אֶת
(et)
(obj.)
הַבָּמ֥וֹת
(habamot)
de hoogten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאֲשֵׁרִ֖ים
(haasherim)
de heilige palen
מִיהוּדָֽה
(mihuda)
uit Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Juda: Juda is het zuidelijke koninkrijk en stamgebied rond Jeruzalem en Hebron.
Uitleg
וַיִּגְבַּהּ לִבּוֹ (vayigbah libbo), ‘zijn hart werd hoog’: hier in goede zin, moed en vastberadenheid voor de wegen van Yahweh.
Elders kan hetzelfde woord trots betekenen.
Wij schrijven ‘kreeg moed’.
אֲשֵׁרִים (asherim), ‘heilige palen’: houten palen of heilige bomen bij een heiligdom, ook verbonden met de godin Asjera. Zie 2 Kron. 15:16.
הַבָּמוֹת (habamot), ‘de hoogten’: offerplaatsen buiten Jeruzalem; zie Deut. 12:2–14. Volgens 1 Kon. 22:44 verdwenen de hoogten niet. Wij vertalen beide teksten zoals zij zijn.
8Bij hen waren de Levieten Sjemaja, Netanja, Zebadja, Asaël, Sjemiramot, Jonatan, Adonia, Tobia en Tob-Adonia, de Levieten. Bij hen waren ook de priesters Elisjama en Joram.
וְעִמָּהֶ֣ם
(veimahem)
en met hen
הַלְוִיִּ֗ם
(halviyim)
de Levieten
שְֽׁמַֽעְיָ֡הוּ
(shemayahu)
Sjemaja
וּנְתַנְיָ֡הוּ
(unetanyahu)
en Netanja
וּזְבַדְיָ֡הוּ
(uzevadyahu)
en Zebadja
וַעֲשָׂהאֵ֡ל
(vaasahel)
en Asaël
וּשְׁמִֽירָמ֡וֹת
(ushemiramot)
en Sjemiramot
וִֽיהוֹנָתָן֩
(vihonatan)
en Jonatan
וַאֲדֹ֨נִיָּ֧הוּ
(vaadoniyahu)
en Adonia
וְטֽוֹבִיָּ֛הוּ
(vetoviyahu)
en Tobia
וְט֥וֹב
(vetov)
en Tob
אֲדוֹנִיָּ֖ה
(adoniya)
Adonia
הַלְוִיִּ֑ם
(halviyim)
de Levieten
וְעִמָּהֶ֛ם
(veimahem)
en met hen
אֱלִישָׁמָ֥ע
(elishama)
Elisjama
וִֽיהוֹרָ֖ם
(vihoram)
en Joram
הַכֹּהֲנִֽים
(hakohanim)
de priesters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Tob-Adonia’ (טוֹב אֲדוֹנִיָּה) is één naam; ‘Tobia’ (טוֹבִיָּהוּ) is een andere man.
Samen met de vijf oversten van vers 7 gaat het om zestien mannen: vijf oversten, negen Levieten en twee priesters.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft וּשְׁמֵרִימוֹת, de gelezen tekst (qere) וּשְׁמִירָמוֹת (Sjemiramot).
14Dit is hun telling naar hun families. Voor Juda: de aanvoerders van duizendtallen. Adna, de overste, en met hem 300.000 dappere mannen.
וְאֵ֥לֶּה
(veele)
en dit
פְקֻדָּתָ֖ם
(pequdatam)
hun telling
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar huis van
אֲבוֹתֵיהֶ֑ם
(avoteihem)
hun vaderen
לִֽיהוּדָה֙
(lihuda)
voor Juda
שָׂרֵ֣י
(sarei)
oversten van
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizendtallen
עַדְנָ֣ה
(adna)
Adna
הַשָּׂ֔ר
(hasar)
de overste
וְעִמּוֹ֙
(veimo)
en met hem
גִּבּ֣וֹרֵי
(giborei)
helden van
חַ֔יִל
(chayil)
kracht
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶלֶף (eleph), ‘duizend’: het woord kan ook ‘familie’ of ‘onderdeel van een stam’ betekenen (Richt. 6:15).
Wij vertalen de getallen letterlijk als cijfers.
Het totaal van de legers is 300.000 (Adna), 280.000 (Jochanan), 200.000 (Amasja), 200.000 (Eljada) en 180.000 (Jozabad). Wij rekenen dit niet verder uit.