Efraïm tegen Jefta, het sjibbolet en de rechters Ibzan, Elon en Abdon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Efraïm tegen Jefta
1De mannen van Efraïm werden opgeroepen en trokken naar het noorden. Zij zeiden tegen Jefta: „Waarom ben je getrokken om tegen de zonen van Ammon te strijden? Je hebt ons niet geroepen om met je mee te gaan. Je huis wordt met vuur verbrand, met jou erin.”
וַיִּצָּעֵק֙
(vayitsaeq)
en werd opgeroepen
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
וַֽיַּעֲבֹ֖ר
(vayaavor)
en hij trok
צָפ֑וֹנָה
(tsafona)
naar het noorden
וַיֹּאמְר֨וּ
(vayomru)
en zij zeiden
לְיִפְתָּ֜ח
(leyiftach)
tegen Jefta
מַדּ֣וּעַ
(madua)
waarom
עָבַ֣רְתָּ
(avarta)
ben je getrokken
לְהִלָּחֵ֣ם
(lehilachem)
om te strijden
בִּבְנֵי
(bivnei)
tegen de zonen van
עַמּ֗וֹן
(amon)
Ammon
וְלָ֨נוּ֙
(velanu)
en ons
לֹ֤א
(lo)
niet
קָרָ֨אתָ֙
(qarata)
heb je geroepen
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te gaan
עִמָּ֔ךְ
(imakh)
met je
בֵּיתְךָ֕
(beitekha)
je huis
נִשְׂרֹ֥ף
(nisrof)
wordt verbrand
עָלֶ֖יךָ
(aleikha)
over je
בָּאֵֽשׁ
(baesh)
met vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zafon (‘noord’) was een stad in het dal van de Jordaan, ten oosten van de rivier, in het gebied van Gad (Joz. 13:27; waarschijnlijk Tell es-Saidiyeh in Jordanië).
De ligging is niet zeker.
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Lezing
צָפוֹנָה (tsafonah): dit kan ‘naar het noorden’ betekenen of ‘naar Zafon’.
Wij vertalen ‘naar het noorden’.
וַיִּצָּעֵק (vayyitsa’eq), ‘werden opgeroepen’: zie Richt. 10:17. Het Hebreeuws zegt hier ‘de man van Efraïm’, in het enkelvoud, voor alle mannen van de stam.
2Jefta zei tegen hen: „Ik en mijn volk hadden een hevige strijd met de zonen van Ammon. Ik riep jullie om hulp, maar jullie hebben mij niet uit hun hand gered.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
יִפְתָּח֙
(yiftach)
Jefta
אֲלֵיהֶ֔ם
(aleihem)
tegen hen
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
רִ֗יב
(riv)
strijd
הָיִ֛יתִי
(hayiti)
was
אֲנִ֛י
(ani)
ik
וְעַמִּ֥י
(veami)
en mijn volk
וּבְנֵֽי
(uvenei)
en de zonen van
עַמּ֖וֹן
(amon)
Ammon
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וָאֶזְעַ֣ק
(vaezaq)
en ik riep om hulp
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
וְלֹֽא
(velo)
en niet
הוֹשַׁעְתֶּ֥ם
(hoshatem)
hebben jullie gered
אוֹתִ֖י
(oti)
mij
מִיָּדָֽם
(miyadam)
uit hun hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
3Ik zag dat je geen redder was. Toen waagde ik mijn leven en trok tegen de zonen van Ammon op. Yahweh gaf hen in mijn hand. Waarom zijn jullie vandaag naar mij toe gekomen om tegen mij te strijden?”
וָֽאֶרְאֶ֞ה
(vaere)
en ik zag
כִּֽי
(ki)
dat
אֵינְךָ֣
(einekha)
je niet bent
מוֹשִׁ֗יע
(moshi)
een redder
וָאָשִׂ֨ימָה
(vaasima)
en ik legde
נַפְשִׁ֤י
(nafshi)
mijn leven
בְכַפִּי֙
(bekhapi)
in mijn hand
וָֽאֶעְבְּרָה֙
(vaebera)
en ik trok op
אֶל
(el)
naar
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמּ֔וֹן
(amon)
Ammon
וַיִּתְּנֵ֥ם
(vayitenem)
en gaf hen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיָדִ֑י
(beyadi)
in mijn hand
וְלָמָ֞ה
(velama)
en waarom
עֲלִיתֶ֥ם
(alitem)
zijn jullie opgetrokken
אֵלַ֛י
(elay)
naar mij
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֖ה
(haze)
deze
לְהִלָּ֥חֶם
(lehilachem)
om te strijden
בִּֽי
(bi)
tegen mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Uitleg
וָאָשִׂימָה נַפְשִׁי בְכַפִּי (va’asimah nafshi vekhappi), ‘ik legde mijn leven in mijn hand’: ik waagde mijn leven.
Het woord נֶפֶשׁ (nefesh) is hier ‘leven’.
Het Hebreeuws heeft in het begin van dit vers het enkelvoud (‘je was geen redder’), daarna weer het meervoud. Jefta spreekt tot de hele stam als één man.
4Jefta verzamelde alle mannen van Gilead en streed tegen Efraïm. De mannen van Gilead versloegen Efraïm, want zij zeiden: „Jullie zijn ontsnapten van Efraïm, Gilead, midden in Efraïm en midden in Manasse.”
וַיִּקְבֹּ֤ץ
(vayiqbots)
en verzamelde
יִפְתָּח֙
(yiftach)
Jefta
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
גִלְעָ֔ד
(gilad)
Gilead
וַיִּלָּ֖חֶם
(vayilachem)
en streed
אֶת
(et)
met
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
וַיַּכּוּ֩
(vayaku)
en versloegen
אַנְשֵׁ֨י
(anshei)
de mannen van
גִלְעָ֜ד
(gilad)
Gilead
אֶת
(et)
(obj.)
אֶפְרַ֗יִם
(efrayim)
Efraïm
כִּ֤י
(ki)
want
אָמְרוּ֙
(ameru)
zij zeiden
פְּלִיטֵ֤י
(pelitei)
ontsnapten van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
אַתֶּ֔ם
(atem)
jullie
גִּלְעָ֕ד
(gilad)
Gilead
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
in het midden van
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
in het midden van
מְנַשֶּֽׁה
(menashe)
Manasse
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.
Lezing
Het Hebreeuws van het laatste deel van dit vers is moeilijk: ‘ontsnapten van Efraïm zijn jullie, Gilead, in het midden van Efraïm, in het midden van Manasse’.
Wij nemen aan dat de mannen van Efraïm de mannen van Gilead zo uitschelden: zij zouden vluchtelingen zijn die geen eigen plaats hebben, maar bij Efraïm en Manasse wonen.
5Gilead nam de oversteekplaatsen van de Jordaan in, tegenover Efraïm. Wanneer een ontsnapte van Efraïm zei: „Laat mij oversteken”, zeiden de mannen van Gilead tegen hem: „Ben jij een Efraïmiet?” Als hij dan zei: „Nee”,
וַיִּלְכֹּ֥ד
(vayilkod)
en nam in
גִּלְעָ֛ד
(gilad)
Gilead
אֶֽת
(et)
(obj.)
מַעְבְּר֥וֹת
(maberot)
de oversteekplaatsen van
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
לְאֶפְרָ֑יִם
(leefrayim)
tegenover Efraïm
וְֽ֠הָיָה
(vehaya)
en het was
כִּ֣י
(ki)
wanneer
יֹאמְר֞וּ
(yomru)
zeiden
פְּלִיטֵ֤י
(pelitei)
ontsnapten van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
אֶעֱבֹ֔רָה
(eevora)
laat mij oversteken
וַיֹּ֨אמְרוּ
(vayomru)
en zeiden
ל֧וֹ
(lo)
tegen hem
אַנְשֵֽׁי
(anshei)
de mannen van
גִלְעָ֛ד
(gilad)
Gilead
הַֽאֶפְרָתִ֥י
(haefrati)
Efraïmiet
אַ֖תָּה
(ata)
jij
וַיֹּ֥אמֶֽר
(vayomer)
en hij zei
לֹֽא
(lo)
nee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De oversteekplaatsen van de Jordaan zijn de ondiepe plekken, de voorden, waar men de rivier kon doorwaden.
Efraïm moest hier overheen om terug te keren naar zijn land, ten westen van de rivier.
De precieze plaats noemt de tekst niet.
Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.
Uitleg
אֶפְרָתִי (Efrati), ‘Efraïmiet’: een man uit Efraïm.
6zeiden zij tegen hem: „Zeg toch ‘Sjibbolet’.” Dan zei hij: „Sibbolet”, want hij kon het niet goed uitspreken. Dan grepen zij hem en doodden hem bij de oversteekplaatsen van de Jordaan. In die tijd vielen er 42.000 van Efraïm.
וַיֹּ֣אמְרוּ
(vayomru)
en zeiden
לוֹ֩
(lo)
tegen hem
אֱמָר
(emar)
zeg
נָ֨א
(na)
toch
שִׁבֹּ֜לֶת
(shibolet)
Sjibbolet
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
סִבֹּ֗לֶת
(sibolet)
Sibbolet
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
יָכִין֙
(yakhin)
kon hij
לְדַבֵּ֣ר
(ledaber)
uitspreken
כֵּ֔ן
(ken)
zo
וַיֹּאחֲז֣וּ
(vayochazu)
en zij grepen
אוֹת֔וֹ
(oto)
hem
וַיִּשְׁחָט֖וּהוּ
(vayishchatuhu)
en zij doodden hem
אֶל
(el)
bij
מַעְבְּר֣וֹת
(maberot)
de oversteekplaatsen van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
וַיִּפֹּ֞ל
(vayipol)
en vielen
בָּעֵ֤ת
(baet)
in de tijd
הַהִיא֙
(hahi)
die
מֵֽאֶפְרַ֔יִם
(meefrayim)
van Efraïm
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁנַ֖יִם
(ushenayim)
en twee
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Uitleg
שִׁבֹּלֶת (shibbolet), ‘sjibbolet’: een aar van het graan, en ook een stroom.
Het woord begint met de klank ‘sj’.
De mannen van Efraïm konden die klank niet uitspreken en zeiden ‘sibbolet’ (met ‘s’).
Zo werden zij herkend.
שָׁחַט (shachat), ‘doden’: letterlijk ‘slachten’. Het is hetzelfde woord als voor het slachten van dieren bij de offers.
לֹא יָכִין (lo yakhin), ‘hij kon het niet goed uitspreken’: letterlijk ‘hij maakte het niet gereed’.
7Jefta was zes jaar rechter over Israël. Toen stierf Jefta, de Gileadiet, en werd begraven in de steden van Gilead.
וַיִּשְׁפֹּ֥ט
(vayishpot)
en was rechter over
יִפְתָּ֛ח
(yiftach)
Jefta
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
שֵׁ֣שׁ
(shesh)
zes
שָׁנִ֑ים
(shanim)
jaar
וַיָּ֗מָת
(vayamat)
en stierf
יִפְתָּח֙
(yiftach)
Jefta
הַגִּלְעָדִ֔י
(hagiladi)
de Gileadiet
וַיִּקָּבֵ֖ר
(vayiqaver)
en werd begraven
בְּעָרֵ֥י
(bearei)
in de steden van
גִלְעָֽד
(gilad)
Gilead
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.
Lezing
Het Hebreeuws zegt ‘in de steden van Gilead’.
Dat is ongewoon (men verwacht ‘in een van de steden’).
De Griekse vertaling heeft ‘in zijn stad in Gilead’.
Wij volgen de Hebreeuwse tekst.
Ibzan, Elon en Abdon
8Na hem was Ibzan uit Betlehem rechter over Israël.
וַיִּשְׁפֹּ֤ט
(vayishpot)
en was rechter over
אַֽחֲרָיו֙
(acharav)
na hem
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אִבְצָ֖ן
(ivtsan)
Ibzan
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
לָֽחֶם
(lachem)
Lechem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ibzan komt uit Betlehem.
Dat kan Betlehem in Zebulon zijn, ongeveer 11 kilometer ten westnoordwesten van Nazaret (nu Beit Lahm in Israël, waarschijnlijk), of het bekende Betlehem in Juda.
De volgende rechter komt uit Zebulon, en dat pleit voor het eerste.
9Hij had dertig zonen en dertig dochters. Dertig dochters stuurde hij naar buiten. Dertig dochters bracht hij van buiten voor zijn zonen. Hij was zeven jaar rechter over Israël.
וַיְהִי
(vayhi)
en het waren
ל֞וֹ
(lo)
voor hem
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
בָּנִ֗ים
(banim)
zonen
וּשְׁלֹשִׁ֤ים
(usheloshim)
en dertig
בָּנוֹת֙
(banot)
dochters
שִׁלַּ֣ח
(shilach)
hij stuurde
הַח֔וּצָה
(hachutsa)
naar buiten
וּשְׁלֹשִׁ֣ים
(usheloshim)
en dertig
בָּנ֔וֹת
(banot)
dochters
הֵבִ֥יא
(hevi)
bracht hij
לְבָנָ֖יו
(levanav)
voor zijn zonen
מִן
(min)
van
הַח֑וּץ
(hachuts)
buiten
וַיִּשְׁפֹּ֥ט
(vayishpot)
en hij was rechter over
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
שָׁנִֽים
(shanim)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Naar buiten sturen’ betekent: uithuwelijken buiten de eigen familie of stam.
‘Van buiten brengen’ betekent: vrouwen van buiten de familie voor zijn zonen halen.