Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Rijkdom zonder genieten
1Er is een kwaad dat ik onder de zon zag, en het drukt zwaar op de mens.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
רָעָ֔ה
(raa)
een kwaad
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
רָאִ֖יתִי
(raiti)
ik zag
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וְרַבָּ֥ה
(veraba)
en groot
הִ֖יא
(hi)
het is
עַל
(al)
op
הָאָדָֽם
(haadam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַבָּה (rabbah), ‘groot’, ‘veel’: het kwaad is groot en weegt zwaar op mensen.
2Een man aan wie Elohim rijkdom, bezittingen en eer geeft: hem ontbreekt voor zijn ziel niets van alles wat hij begeert. Maar Elohim geeft hem niet de macht ervan te eten, want een vreemde eet het op. Dit is damp, en het is een kwade ziekte.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
aan wie
יִתֶּן
(yiten)
geeft
ל֣וֹ
(lo)
aan hem
הָאֱלֹהִ֡ים
(haElohim)
Elohim
עֹשֶׁר֩
(osher)
rijkdom
וּנְכָסִ֨ים
(unekhasim)
en bezittingen
וְכָב֜וֹד
(vekhavod)
en eer
וְֽאֵינֶ֨נּוּ
(veeinenu)
en niet is hij
חָסֵ֥ר
(chaser)
ontbrekend
לְנַפְשׁ֣וֹ
(lenafsho)
voor zijn ziel
מִכֹּ֣ל
(mikol)
aan alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יִתְאַוֶּ֗ה
(yitave)
hij begeert
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יַשְׁלִיטֶ֤נּוּ
(yashlitenu)
geeft hem macht
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
לֶאֱכֹ֣ל
(leekhol)
om te eten
מִמֶּ֔נּוּ
(mimenu)
ervan
כִּ֛י
(ki)
want
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
נָכְרִ֖י
(nakheri)
vreemde
יֹֽאכֲלֶ֑נּוּ
(yokhalenu)
zal het opeten
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֛בֶל
(hevel)
damp
וָחֳלִ֥י
(vacholi)
en ziekte
רָ֖ע
(ra)
kwaad
הֽוּא
(hu)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens vertalen wij ‘eer’; bij Elohim ‘heerlijkheid’.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de begeerte en het verlangen van de persoon.
נָכְרִי (nokri), ‘vreemde’: iemand van buiten de familie of het volk.
חֳלִי רָע (choli ra), ‘kwade ziekte’: een kwaal die pijn doet.
3Als een man honderd kinderen verwekt en vele jaren leeft, ja, talrijk zijn de dagen van zijn jaren. Maar zijn ziel wordt niet verzadigd van het goede en hij heeft zelfs geen begrafenis gehad. Dan zeg ik: beter dan hij is de misgeboorte.
אִם
(im)
als
יוֹלִ֣יד
(yolid)
verwekt
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
מֵאָ֡ה
(mea)
honderd
וְשָׁנִים֩
(veshanim)
en jaren
רַבּ֨וֹת
(rabot)
vele
יִֽחְיֶ֜ה
(yichye)
leeft hij
וְרַ֣ב
(verav)
en talrijk
שֶׁיִּהְי֣וּ
(sheyihyu)
dat zijn
יְמֵֽי
(yemei)
de dagen van
שָׁנָ֗יו
(shanav)
zijn jaren
וְנַפְשׁוֹ֙
(venafsho)
en zijn ziel
לֹא
(lo)
niet
תִשְׂבַּ֣ע
(tisba)
wordt verzadigd
מִן
(min)
van
הַטּוֹבָ֔ה
(hatova)
het goede
וְגַם
(vegam)
en ook
קְבוּרָ֖ה
(qevura)
begrafenis
לֹא
(lo)
niet
הָ֣יְתָה
(hayeta)
is geweest
לּ֑וֹ
(lo)
voor hem
אָמַ֕רְתִּי
(amarti)
ik zeg
ט֥וֹב
(tov)
beter
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
dan hij
הַנָּֽפֶל
(hanafel)
de misgeboorte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt alleen ‘honderd’: ‘als een man honderd verwekt’.
Wij vullen ‘kinderen’ aan, omdat het werkwoord ‘verwekken’ dat nodig maakt.
נֵפֶל (nefel), ‘misgeboorte’: een kind dat dood geboren wordt.
הַטּוֹבָה (hatovah), ‘het goede’: het goede van het leven.
8Want wat heeft de wijze voor op de dwaas? Wat heeft de ellendige, die weet te gaan tegenover de levenden?
כִּ֛י
(ki)
want
מַה
(ma)
wat
יּוֹתֵ֥ר
(yoter)
meer
לֶחָכָ֖ם
(lechakham)
heeft de wijze
מִֽן
(min)
dan
הַכְּסִ֑יל
(hakesil)
de dwaas
מַה
(ma)
wat
לֶּעָנִ֣י
(leani)
heeft de ellendige
יוֹדֵ֔עַ
(yodea)
die weet
לַהֲלֹ֖ךְ
(lahalokh)
te gaan
נֶ֥גֶד
(neged)
tegenover
הַחַיִּֽים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָנִי (ani), ‘ellendige’.
נֶגֶד הַחַיִּים (neged hachayyim), ‘tegenover de levenden’: de tekst is kort en onzeker. Het kan betekenen: hoe hij zich moet gedragen onder de levenden.
12Want wie weet wat goed is voor de mens in het leven, in het aantal dagen van het leven van zijn damp? Hij brengt ze door als een schaduw. Want wie kan de mens vertellen wat er na hem zal zijn onder de zon?
כִּ֣י
(ki)
want
מִֽי
(mi)
wie
יוֹדֵעַ֩
(yodea)
weet
מַה
(ma)
wat
טּ֨וֹב
(tov)
goed is
לָֽאָדָ֜ם
(laadam)
voor de mens
בַּֽחַיִּ֗ים
(bachayim)
in het leven
מִסְפַּ֛ר
(mispar)
het aantal van
יְמֵי
(yemei)
de dagen van
חַיֵּ֥י
(chayei)
het leven van
הֶבְל֖וֹ
(hevlo)
zijn damp
וְיַעֲשֵׂ֣ם
(veyaasem)
en hij brengt ze door
כַּצֵּ֑ל
(katsel)
als een schaduw
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
מִֽי
(mi)
wie
יַגִּ֣יד
(yagid)
kan vertellen
לָֽאָדָ֔ם
(laadam)
aan de mens
מַה
(ma)
wat
יִּהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
אַחֲרָ֖יו
(acharav)
na hem
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַיֵּי הֶבְלוֹ (chayyei hevlo), ‘het leven van zijn damp’: zijn vluchtige leven.
וְיַעֲשֵׂם (veya’asem), ‘en hij brengt ze door’ of ‘maakt ze’: de tekst zegt niet of de mens zelf of Elohim bedoeld is.