Elohim Bijbel

Prediker 6

123456789101112

Rijkdom zonder genieten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Rijkdom zonder genieten

1Er is een kwaad dat ik onder de zon zag, en het drukt zwaar op de mens.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
רָעָ֔ה
(raa)
een kwaad
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
רָאִ֖יתִי
(raiti)
ik zag
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וְרַבָּ֥ה
(veraba)
en groot
הִ֖יא
(hi)
het is
עַל
(al)
op
הָאָדָֽם
(haadam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַבָּה (rabbah), ‘groot’, ‘veel’: het kwaad is groot en weegt zwaar op mensen.

Zie ookPred 5:12
2Een man aan wie Elohim rijkdom, bezittingen en eer geeft: hem ontbreekt voor zijn ziel niets van alles wat hij begeert. Maar Elohim geeft hem niet de macht ervan te eten, want een vreemde eet het op. Dit is damp, en het is een kwade ziekte.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
aan wie
יִתֶּן
(yiten)
geeft
ל֣וֹ
(lo)
aan hem
הָאֱלֹהִ֡ים
(haElohim)
Elohim
עֹשֶׁר֩
(osher)
rijkdom
וּנְכָסִ֨ים
(unekhasim)
en bezittingen
וְכָב֜וֹד
(vekhavod)
en eer
וְֽאֵינֶ֨נּוּ
(veeinenu)
en niet is hij
חָסֵ֥ר
(chaser)
ontbrekend
לְנַפְשׁ֣וֹ
(lenafsho)
voor zijn ziel
מִכֹּ֣ל
(mikol)
aan alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יִתְאַוֶּ֗ה
(yitave)
hij begeert
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יַשְׁלִיטֶ֤נּוּ
(yashlitenu)
geeft hem macht
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
לֶאֱכֹ֣ל
(leekhol)
om te eten
מִמֶּ֔נּוּ
(mimenu)
ervan
כִּ֛י
(ki)
want
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
נָכְרִ֖י
(nakheri)
vreemde
יֹֽאכֲלֶ֑נּוּ
(yokhalenu)
zal het opeten
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֛בֶל
(hevel)
damp
וָחֳלִ֥י
(vacholi)
en ziekte
רָ֖ע
(ra)
kwaad
הֽוּא
(hu)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens vertalen wij ‘eer’; bij Elohim ‘heerlijkheid’.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de begeerte en het verlangen van de persoon.

נָכְרִי (nokri), ‘vreemde’: iemand van buiten de familie of het volk.

חֳלִי רָע (choli ra), ‘kwade ziekte’: een kwaal die pijn doet.

Beter af dan de man met honderd kinderen

3Als een man honderd kinderen verwekt en vele jaren leeft, ja, talrijk zijn de dagen van zijn jaren. Maar zijn ziel wordt niet verzadigd van het goede en hij heeft zelfs geen begrafenis gehad. Dan zeg ik: beter dan hij is de misgeboorte.
אִם
(im)
als
יוֹלִ֣יד
(yolid)
verwekt
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
מֵאָ֡ה
(mea)
honderd
וְשָׁנִים֩
(veshanim)
en jaren
רַבּ֨וֹת
(rabot)
vele
יִֽחְיֶ֜ה
(yichye)
leeft hij
וְרַ֣ב
(verav)
en talrijk
שֶׁיִּהְי֣וּ
(sheyihyu)
dat zijn
יְמֵֽי
(yemei)
de dagen van
שָׁנָ֗יו
(shanav)
zijn jaren
וְנַפְשׁוֹ֙
(venafsho)
en zijn ziel
לֹא
(lo)
niet
תִשְׂבַּ֣ע
(tisba)
wordt verzadigd
מִן
(min)
van
הַטּוֹבָ֔ה
(hatova)
het goede
וְגַם
(vegam)
en ook
קְבוּרָ֖ה
(qevura)
begrafenis
לֹא
(lo)
niet
הָ֣יְתָה
(hayeta)
is geweest
לּ֑וֹ
(lo)
voor hem
אָמַ֕רְתִּי
(amarti)
ik zeg
ט֥וֹב
(tov)
beter
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
dan hij
הַנָּֽפֶל
(hanafel)
de misgeboorte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘honderd’: ‘als een man honderd verwekt’.

Wij vullen ‘kinderen’ aan, omdat het werkwoord ‘verwekken’ dat nodig maakt.

נֵפֶל (nefel), ‘misgeboorte’: een kind dat dood geboren wordt.

הַטּוֹבָה (hatovah), ‘het goede’: het goede van het leven.

4Want die komt in damp en gaat heen in duisternis, en in duisternis wordt zijn naam bedekt.
כִּֽי
(ki)
want
בַהֶ֥בֶל
(bahevel)
in damp
בָּ֖א
(ba)
komt hij
וּבַחֹ֣שֶׁךְ
(uvachoshekh)
en in duisternis
יֵלֵ֑ךְ
(yelekh)
gaat hij
וּבַחֹ֖שֶׁךְ
(uvachoshekh)
en in duisternis
שְׁמ֥וֹ
(shemo)
zijn naam
יְכֻסֶּֽה
(yekhuse)
wordt bedekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het onderwerp van dit vers is de misgeboorte uit vers 3.

Wij schrijven ‘die’, omdat het Hebreeuws alleen ‘hij’ heeft.

5Ook de zon heeft hij niet gezien en niet gekend. Er is meer rust voor deze dan voor die.
גַּם
(gam)
ook
שֶׁ֥מֶשׁ
(shemesh)
zon
לֹא
(lo)
niet
רָאָ֖ה
(raa)
heeft hij gezien
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָדָ֑ע
(yada)
heeft hij gekend
נַ֥חַת
(nachat)
rust
לָזֶ֖ה
(laze)
voor deze
מִזֶּֽה
(mize)
meer dan voor die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Deze’ is de misgeboorte, ‘die’ is de man uit vers 3.

De tekst zegt het niet met zoveel woorden.

6En al leefde hij tweemaal duizend jaar, het goede heeft hij niet beleefd. Gaat niet alles naar één plaats?
וְאִלּ֣וּ
(veilu)
en al
חָיָ֗ה
(chaya)
leeft hij
אֶ֤לֶף
(elef)
duizend
שָׁנִים֙
(shanim)
jaren
פַּעֲמַ֔יִם
(paamayim)
tweemaal
וְטוֹבָ֖ה
(vetova)
en het goede
לֹ֣א
(lo)
niet
רָאָ֑ה
(raa)
heeft hij gezien
הֲלֹ֛א
(halo)
is het niet zo dat
אֶל
(el)
naar
מָק֥וֹם
(maqom)
plaats
אֶחָ֖ד
(echad)
één
הַכֹּ֥ל
(hakol)
alles
הוֹלֵֽךְ
(holekh)
gaat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֲלֹא (halo), ‘gaat niet…?’: een retorische vraag.

‘Eén plaats’ is de plaats van de doden, het graf.

Het zwoegen van de mens

7Al het zwoegen van de mens is voor zijn mond, en toch wordt de ziel niet vervuld.
כָּל
(kal)
al
עֲמַ֥ל
(amal)
het zwoegen van
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mens
לְפִ֑יהוּ
(lefihu)
voor zijn mond
וְגַם
(vegam)
en ook
הַנֶּ֖פֶשׁ
(hanefesh)
de ziel
לֹ֥א
(lo)
niet
תִמָּלֵֽא
(timale)
wordt vervuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Want wat heeft de wijze voor op de dwaas? Wat heeft de ellendige, die weet te gaan tegenover de levenden?
כִּ֛י
(ki)
want
מַה
(ma)
wat
יּוֹתֵ֥ר
(yoter)
meer
לֶחָכָ֖ם
(lechakham)
heeft de wijze
מִֽן
(min)
dan
הַכְּסִ֑יל
(hakesil)
de dwaas
מַה
(ma)
wat
לֶּעָנִ֣י
(leani)
heeft de ellendige
יוֹדֵ֔עַ
(yodea)
die weet
לַהֲלֹ֖ךְ
(lahalokh)
te gaan
נֶ֥גֶד
(neged)
tegenover
הַחַיִּֽים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנִי (ani), ‘ellendige’.

נֶגֶד הַחַיִּים (neged hachayyim), ‘tegenover de levenden’: de tekst is kort en onzeker. Het kan betekenen: hoe hij zich moet gedragen onder de levenden.

9Beter is het zien met de ogen dan het gaan van de begeerte. Ook dit is damp en najagen van wind.
ט֛וֹב
(tov)
beter
מַרְאֵ֥ה
(mare)
het zien van
עֵינַ֖יִם
(einayim)
ogen
מֵֽהֲלָךְ
(mehalakh)
dan het gaan van
נָ֑פֶשׁ
(nafesh)
de begeerte
גַּם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
וּרְע֥וּת
(ureut)
en najagen van
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַרְאֵה עֵינַיִם (mar’eh einayim), ‘het zien van de ogen’: wat men voor zich ziet.

הֲלָךְ נֶפֶשׁ (halakh nefesh), ‘het gaan van de ziel’: het rondzwerven van de begeerte, het verlangen naar wat er niet is.

Wie weet wat goed is?

10Wat er ook is, zijn naam is al lang genoemd, en bekend is dat hij een mens is. Hij kan niet rechten met wie sterker is dan hij.
מַה
(ma)
wat
שֶּֽׁהָיָ֗ה
(shehaya)
is geweest
כְּבָר֙
(kevar)
al lang
נִקְרָ֣א
(niqra)
is genoemd
שְׁמ֔וֹ
(shemo)
zijn naam
וְנוֹדָ֖ע
(venoda)
en is bekend
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ה֣וּא
(hu)
hij
אָדָ֑ם
(adam)
mens
וְלֹא
(velo)
en niet
יוּכַ֣ל
(yukhal)
kan hij
לָדִ֔ין
(ladin)
rechten
עִ֥ם
(im)
met
שֶׁתַּקִּ֖יף
(shetaqif)
wie sterker is
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
dan hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De betekenis is: alles heeft zijn naam al ontvangen en de mens is bekend als mens.

Hij is sterfelijk en kan niet rechten met wie sterker is.

Wie ‘die sterker is’ is, zegt de tekst niet; het kan Elohim zijn.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft שהתקיף (shehataqif).

De voorgelezen tekst (qere) heeft שֶׁתַּקִּיף (shetaqqif).

Beide betekenen ‘wie sterker is’; wij volgen de voorgelezen tekst.

11Want er zijn veel woorden die de damp vermeerderen. Wat is het voordeel voor de mens?
כִּ֛י
(ki)
want
יֵשׁ
(yesh)
er zijn
דְּבָרִ֥ים
(devarim)
woorden
הַרְבֵּ֖ה
(harbe)
veel
מַרְבִּ֣ים
(marbim)
die vermeerderen
הָ֑בֶל
(havel)
damp
מַה
(ma)
wat
יֹּתֵ֖ר
(yoter)
voordeel
לָאָדָֽם
(laadam)
voor de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Want wie weet wat goed is voor de mens in het leven, in het aantal dagen van het leven van zijn damp? Hij brengt ze door als een schaduw. Want wie kan de mens vertellen wat er na hem zal zijn onder de zon?
כִּ֣י
(ki)
want
מִֽי
(mi)
wie
יוֹדֵעַ֩
(yodea)
weet
מַה
(ma)
wat
טּ֨וֹב
(tov)
goed is
לָֽאָדָ֜ם
(laadam)
voor de mens
בַּֽחַיִּ֗ים
(bachayim)
in het leven
מִסְפַּ֛ר
(mispar)
het aantal van
יְמֵי
(yemei)
de dagen van
חַיֵּ֥י
(chayei)
het leven van
הֶבְל֖וֹ
(hevlo)
zijn damp
וְיַעֲשֵׂ֣ם
(veyaasem)
en hij brengt ze door
כַּצֵּ֑ל
(katsel)
als een schaduw
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
מִֽי
(mi)
wie
יַגִּ֣יד
(yagid)
kan vertellen
לָֽאָדָ֔ם
(laadam)
aan de mens
מַה
(ma)
wat
יִּהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
אַחֲרָ֖יו
(acharav)
na hem
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַיֵּי הֶבְלוֹ (chayyei hevlo), ‘het leven van zijn damp’: zijn vluchtige leven.

וְיַעֲשֵׂם (veya’asem), ‘en hij brengt ze door’ of ‘maakt ze’: de tekst zegt niet of de mens zelf of Elohim bedoeld is.