Elohim Bijbel

Amos 6

123456789

Wee de zorgelozen in Sion en Samaria

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wee de zorgelozen

1Wee de zorgelozen in Sion en wie vertrouwen op de berg van Samaria. Zij zijn de aanzienlijken van het eerste onder de volken; naar hen komt het huis van Israël.
ה֚וֹי
(hoy)
wee
הַשַּׁאֲנַנִּ֣ים
(hashaananim)
de zorgelozen
בְּצִיּ֔וֹן
(betsiyon)
in Sion
וְהַבֹּטְחִ֖ים
(vehabotechim)
en die vertrouwen
בְּהַ֣ר
(behar)
op de berg van
שֹׁמְר֑וֹן
(shomeron)
Samaria
נְקֻבֵי֙
(nequvei)
de aanzienlijken van
רֵאשִׁ֣ית
(reshit)
het eerste van
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
וּבָ֥אוּ
(uvau)
en tot wie komt
לָהֶ֖ם
(lahem)
bij hen
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

‘Sion’ is Jeruzalem in Juda, ‘Samaria’ is de hoofdstad van Israël.

Amos spreekt de leiders van beide rijken aan.

נְקֻבֵי רֵאשִׁית הַגּוֹיִם (nequvei reshit hagoyim), ‘de aanzienlijken van het eerste onder de volken’: letterlijk ‘de aangewezenen van het eerste van de volken’. Het gaat om de leiders van Israël.

2Trek over naar Kalne en kijk. Ga vandaar naar het grote Chamat en daal af naar Gat van de Filistijnen. Zijn jullie beter dan deze koninkrijken? Of is hun gebied groter dan jullie gebied?
עִבְר֤וּ
(ivru)
trekt over
כַֽלְנֵה֙
(kalne)
naar Kalne
וּרְא֔וּ
(ureu)
en kijkt
וּלְכ֥וּ
(ulekhu)
en gaat
מִשָּׁ֖ם
(misham)
vandaar
חֲמַ֣ת
(chamat)
naar Chamat
רַבָּ֑ה
(raba)
het grote
וּרְד֣וּ
(uredu)
en daalt af
גַת
(gat)
naar Gat
פְּלִשְׁתּ֗ים
(pelishtym)
van de Filistijnen
הֲטוֹבִים֙
(hatovim)
zijn de betere
מִן
(min)
dan
הַמַּמְלָכ֣וֹת
(hamamlakhot)
de koninkrijken
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
אִם
(im)
of
רַ֥ב
(rav)
is groter
גְּבוּלָ֖ם
(gevulam)
hun gebied
מִגְּבֻלְכֶֽם
(migevulkhem)
dan jullie gebied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kalne (Tell Tayinat?; ligging onzeker): Kalne (ook Kalno, Jesaja 10:9) wordt meestal gezocht bij Tell Tayinat, in de Amuq-vlakte in het zuidoosten van Turkije.

Dit is niet zeker.

Zie Hamat (Hama): Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi.

Dit is niet geheel zeker.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

Kalne en Chamat lagen in het noorden, in Syrië; Gat lag in het land van de Filistijnen.

Kalne is waarschijnlijk dezelfde stad als Kalno in Jes. 10:9.

הֲטוֹבִים (hatovim), ‘zijn de betere’: letterlijk staat er ‘de goeden’. Wij lezen: jullie, de aangesprokenen.

3Jullie houden de kwade dag ver van je weg en brengen de zetel van het geweld dichtbij.
הַֽמְנַדִּ֖ים
(hamnadim)
die wegschuiven
לְי֣וֹם
(leyom)
de dag van
רָ֑ע
(ra)
onheil
וַתַּגִּישׁ֖וּן
(vatagishun)
en jullie brengen dichtbij
שֶׁ֥בֶת
(shevet)
de zetel van
חָמָֽס
(chamas)
geweld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁבֶת חָמָס (shevet chamas), ‘de zetel van het geweld’: de betekenis is moeilijk.

Het woord ‘zetel’ komt van ‘zitten’; het gaat om een plaats waar geweld heerst.

4Zij liggen op bedden van ivoor en strekken zich uit op hun rustbanken. Zij eten lammeren uit de kudde en kalveren uit de mesterij.
הַשֹּֽׁכְבִים֙
(hashokhevim)
die liggen
עַל
(al)
op
מִטּ֣וֹת
(mitot)
bedden van
שֵׁ֔ן
(shen)
ivoor
וּסְרֻחִ֖ים
(useruchim)
en die zich uitstrekken
עַל
(al)
op
עַרְשׂוֹתָ֑ם
(arsotam)
hun rustbanken
וְאֹכְלִ֤ים
(veokhelim)
en die eten
כָּרִים֙
(karim)
lammeren
מִצֹּ֔אן
(mitson)
uit de kudde
וַעֲגָלִ֖ים
(vaagalim)
en kalveren
מִתּ֥וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
מַרְבֵּֽק
(marbeq)
de mesterij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִטּוֹת שֵׁן (mittot shen), ‘bedden van ivoor’: bedden met ivoren versiering.

Vergelijk 3:15 en het ‘ivoren huis’ van Achab in 1 Kon. 22:39.

5Zij improviseren bij de klank van de harp. Zoals David bedenken zij voor zichzelf muziekinstrumenten.
הַפֹּרְטִ֖ים
(haporetim)
die improviseren
עַל
(al)
bij
פִּ֣י
(pi)
de klank van
הַנָּ֑בֶל
(hanavel)
de harp
כְּדָוִ֕יד
(kedavid)
zoals David
חָשְׁב֥וּ
(chashevu)
bedenken zij
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor zich
כְּלֵי
(kelei)
instrumenten van
שִֽׁיר
(shir)
lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֹּרְטִים (portim), ‘zij improviseren’: een zeldzaam werkwoord; de betekenis is onzeker.

David was bekend als musicus; zie 1 Sam. 16:23.

6Zij drinken wijn uit schalen en zalven zich met de beste oliën. Maar over de ineenstorting van Jozef maken zij zich geen zorgen.
הַשֹּׁתִ֤ים
(hashotim)
die drinken
בְּמִזְרְקֵי֙
(bemizreqei)
uit schalen van
יַ֔יִן
(yayin)
wijn
וְרֵאשִׁ֥ית
(vereshit)
en de beste van
שְׁמָנִ֖ים
(shemanim)
oliën
יִמְשָׁ֑חוּ
(yimshachu)
zalven zij zich
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
נֶחְל֖וּ
(nechlu)
zijn zij ziek van
עַל
(al)
over
שֵׁ֥בֶר
(shever)
de ineenstorting van
יוֹסֵֽף
(yosef)
Jozef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִזְרְקֵי (mizreqei), ‘schalen van’: in Num. 7:13 vertaald als ‘sprengschaal’.

Het zijn grote schalen.

נֶחְלוּ (nechlu), ‘zij zijn ziek’: letterlijk ‘zij worden er niet ziek van’.

7Daarom gaan zij nu in ballingschap, aan het hoofd van de ballingen. Het feestgelag van hen die zich uitstrekken houdt op.
לָכֵ֛ן
(lakhen)
daarom
עַתָּ֥ה
(ata)
nu
יִגְל֖וּ
(yiglu)
zullen zij in ballingschap gaan
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
aan het hoofd van
גֹּלִ֑ים
(golim)
ballingen
וְסָ֖ר
(vesar)
en zal ophouden
מִרְזַ֥ח
(mirzach)
het feestgelag van
סְרוּחִֽים
(seruchim)
hen die zich uitstrekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִרְזַח (mirzach), ‘feestgelag’: een bijeenkomst waar men eet en drinkt.

De betekenis is niet helemaal zeker.

Yahweh verafschuwt de trots van Jakob

8Heer Yahweh heeft bij Zichzelf gezworen, godsspraak van Yahweh, Elohim van de legermachten: „Ik verafschuw de trots van Jakob en haat zijn paleizen. Ik lever de stad uit, met alles wat haar vult.”
נִשְׁבַּע֩
(nishba)
heeft gezworen
אֲדֹנָ֨י
(adonay)
Heer
יְהוִ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּנַפְשׁ֗וֹ
(benafsho)
bij Zichzelf
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
מְתָאֵ֤ב
(metaev)
verafschuw
אָֽנֹכִי֙
(anokhi)
Ik
אֶת
(et)
(obj.)
גְּא֣וֹן
(geon)
de trots van
יַֽעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
וְאַרְמְנֹתָ֖יו
(vearmenotav)
en zijn paleizen
שָׂנֵ֑אתִי
(saneti)
haat Ik
וְהִסְגַּרְתִּ֖י
(vehisgarti)
en Ik lever uit
עִ֥יר
(ir)
de stad
וּמְלֹאָֽהּ
(umeloah)
en wat haar vult
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנַפְשׁוֹ (benafsho), ‘bij Zichzelf’: letterlijk ‘bij zijn ziel’ (nefesh).

Yahweh zweert bij Zichzelf; vergelijk 4:2 (bij Zijn heiligheid) en 8:7.

גְּאוֹן יַעֲקֹב (ge'on Ya'akov), ‘de trots van Jakob’: Jakob is hier het volk.

9Het zal gebeuren: als er tien mannen overblijven in één huis, dan sterven zij.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal gebeuren
אִם
(im)
als
יִוָּ֨תְר֜וּ
(yivateru)
overblijven
עֲשָׂרָ֧ה
(asara)
tien
אֲנָשִׁ֛ים
(anashim)
mannen
בְּבַ֥יִת
(bevayit)
in huis
אֶחָ֖ד
(echad)
één
וָמֵֽתוּ
(vametu)
dan sterven zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Dan zal zijn oom hem opnemen, hij die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis te brengen. Hij zal zeggen tegen wie in de uiterste hoeken van het huis is: „Is er nog iemand bij je?” Die zal zeggen: „Niemand.” Dan zal hij zeggen: „Stil! Want men mag de naam van Yahweh niet noemen.”
וּנְשָׂא֞וֹ
(unesao)
en zal hem opnemen
דּוֹד֣וֹ
(dodo)
zijn oom
וּמְסָרְפ֗וֹ
(umesarefo)
en degene die hem verbrandt
לְהוֹצִ֣יא
(lehotsi)
om te brengen
עֲצָמִים֮
(atsamim)
beenderen
מִן
(min)
uit
הַבַּיִת֒
(habayit)
het huis
וְאָמַ֞ר
(veamar)
en hij zal zeggen
לַאֲשֶׁ֨ר
(laasher)
tegen wie
בְּיַרְכְּתֵ֥י
(beyarketei)
in de uiterste hoeken van
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
הַע֥וֹד
(haod)
nog
עִמָּ֖ךְ
(imakh)
bij jou
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en hij zal zeggen
אָ֑פֶס
(afes)
niemand
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en hij zal zeggen
הָ֔ס
(has)
stil
כִּ֛י
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
לְהַזְכִּ֖יר
(lehazkir)
om te noemen
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
de naam van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְסָרְפוֹ (mesorefo), ‘degene die hem verbrandt’: het woord komt van het werkwoord ‘verbranden’.

De betekenis is niet helemaal zeker.

הָס (has), ‘stil’: een bevel om te zwijgen. Het Hebreeuws zegt niet waarom de naam van Yahweh niet genoemd mag worden; mogelijk uit vrees voor Zijn oordeel.

11Want zie, Yahweh geeft bevel: Hij slaat het grote huis in gruzelementen en het kleine huis in scheuren.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מְצַוֶּ֔ה
(metsave)
geeft bevel
וְהִכָּ֛ה
(vehika)
en Hij slaat
הַבַּ֥יִת
(habayit)
het huis
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
het grote
רְסִיסִ֑ים
(resisim)
in gruzelementen
וְהַבַּ֥יִת
(vehabayit)
en het huis
הַקָּטֹ֖ן
(haqaton)
het kleine
בְּקִעִֽים
(beqiim)
in scheuren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Recht in gif veranderd

12Rennen paarden over de rots? Of ploegt men er met runderen? Want jullie hebben het recht in gif veranderd en de vrucht van de gerechtigheid in alsem.
הַיְרֻצ֤וּן
(hayrutsun)
rennen
בַּסֶּ֨לַע֙
(basela)
op de rots
סוּסִ֔ים
(susim)
paarden
אִֽם
(im)
of
יַחֲר֖וֹשׁ
(yacharosh)
ploegt men
בַּבְּקָרִ֑ים
(babeqarim)
met runderen
כִּֽי
(ki)
want
הֲפַכְתֶּ֤ם
(hafakhtem)
jullie hebben veranderd
לְרֹאשׁ֙
(lerosh)
in gif
מִשְׁפָּ֔ט
(mishpat)
recht
וּפְרִ֥י
(uferi)
en de vrucht van
צְדָקָ֖ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
לְלַעֲנָֽה
(lelaana)
in alsem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֹאשׁ (rosh), ‘gif’: een bittere, giftige plant; het woord betekent ook ‘hoofd’.

Zie ook 5:7 over alsem.

Lezing

Het Hebreeuws zegt niet waar men met runderen ploegt.

Wij lezen ‘er’, dat wil zeggen op de rots.

Sommige oude vertalingen lezen de woorden anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

13Jullie verheugen je over niets en zeggen: „Hebben wij niet door onze kracht hoorns voor ons genomen?”
הַשְּׂמֵחִ֖ים
(hasemechim)
die zich verheugen
לְלֹ֣א
(lelo)
over niet
דָבָ֑ר
(davar)
een ding
הָאֹ֣מְרִ֔ים
(haomerim)
die zeggen
הֲל֣וֹא
(halo)
is niet
בְחָזְקֵ֔נוּ
(bechazeqenu)
door onze kracht
לָקַ֥חְנוּ
(laqachnu)
hebben wij genomen
לָ֖נוּ
(lanu)
voor ons
קַרְנָֽיִם
(qarnayim)
hoorns
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְלֹא דָבָר (lelo davar), ‘over niets’: het klinkt als Lo-Debar, een stad in Gilead (2 Sam. 9:4).

קַרְנַיִם (qarnayim), ‘hoorns’: een beeld van kracht. Het klinkt als Karnaïm, een stad in Basan (vergelijk Gen. 14:5).

14„Want zie, Ik laat tegen jullie een volk opstaan, huis van Israël, godsspraak van Yahweh, Elohim van de legermachten. Zij zullen jullie onderdrukken, vanaf Lebo-Chamat tot de beek van de Araba.”
כִּ֡י
(ki)
want
הִנְנִי֩
(hinni)
zie Mij
מֵקִ֨ים
(meqim)
Ik laat opstaan
עֲלֵיכֶ֜ם
(aleikhem)
tegen jullie
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim
הַצְּבָא֖וֹת
(hatsevaot)
van de legermachten
גּ֑וֹי
(goy)
een volk
וְלָחֲצ֥וּ
(velachatsu)
en zij zullen onderdrukken
אֶתְכֶ֛ם
(etkhem)
jullie
מִלְּב֥וֹא
(milevo)
vanaf de ingang van
חֲמָ֖ת
(chamat)
Chamat
עַד
(ad)
tot
נַ֥חַל
(nachal)
de beek van
הָעֲרָבָֽה
(haarava)
de Araba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Lebo-Chamat (ligging onzeker): Lebo-Chamat (‘ingang van Chamat’) is de noordgrens van het land (Numeri 34:8).

Het wordt gezocht bij de doorgang tussen de Bekaa en het dal van de Orontes, ten zuiden van Hamat.

Dit is niet zeker.

Zie Beek van de Araba (Wadi Hesa?; ligging onzeker): De beek van de Araba is de zuidgrens van het gebied dat Amos noemt.

Meestal wordt gedacht aan de Wadi Hesa (de Zered), die ten zuiden van de Zoutzee in de Araba uitkomt.

Dit is niet zeker.

Uitleg

לְבוֹא חֲמָת (lebo Chamat), ‘de ingang van Chamat’: de noordgrens van het land (Num. 34:8; 2 Kon. 14:25).

נַחַל הָעֲרָבָה (nachal ha-Aravah), ‘de beek van de Araba’: de zuidgrens. In 2 Kon. 14:25 heet het ‘de zee van de Araba’.