Elohim Bijbel

1 Tessalonicenzen 3

12345

Timoteüs gestuurd en terug met goed nieuws; gebed om een weerzien

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Timoteüs naar Tessalonica gestuurd

1Daarom, omdat wij het niet langer konden verdragen, waren wij bereid alleen in Athene achter te blijven.
Διὸ
(Dio)
om dit
μηκέτι
(meketi)
niet meer
στέγοντες
(stegontes)
verdragend
εὐδοκήσαμεν
(eudokesamen)
waren wij bereid
καταλειφθῆναι
(kataleiphthenai)
achter te blijven
ἐν
(en)
in
Ἀθήναις
(Athenais)
Athene
μόνοι
(monoi)
alleen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje.

Uitleg

στέγω (stego), ‘verdragen’: eigenlijk ‘dichthouden, uithouden’. εὐδοκέω (eudokeo), ‘bereid zijn’: zie 2:8.

‘Alleen’: Paulus bleef alleen in Athene achter; Silvanus en Timoteüs waren in Beroea gebleven.

De Griekse zin loopt door in vers 2 (‘… en hebben Timoteüs gestuurd’); wij hebben hem gesplitst.

Zie ook Hand. 17:14–16.

2Wij hebben Timoteüs gestuurd, onze broer en medewerker van Elohim in de goede boodschap van de Messias, om jullie te versterken en voor jullie geloof aan te sporen,
καὶ
(kai)
en
ἐπέμψαμεν
(epempsamen)
stuurden wij
Τιμόθεον
(Timotheon)
Timoteüs
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
συνεργὸν
(synergon)
medewerker
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
στηρίξαι
(sterixai)
versterken
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
παρακαλέσαι
(parakalesai)
aansporen
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνεργός (synergos), ‘medewerker’: wie mee-werkt. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’: stevig maken. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: zie 2:12.

Lezing

Voor ‘medewerker van Elohim’ verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT.

3zodat niemand aan het wankelen raakt in deze verdrukkingen. Want jullie weten zelf dat wij hiertoe bestemd zijn.
τὸ
(to)
het
μηδένα
(medena)
niemand
σαίνεσθαι
(sainesthai)
te wankelen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
θλίψεσιν
(thlipsesin)
verdrukkingen
ταύταις
(tautais)
deze
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
γὰρ
(gar)
want
οἴδατε
(oidate)
weten
ὅτι
(hoti)
dat
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
κείμεθα
(keimetha)
zijn wij bestemd
Bron: SBLGNT
Uitleg

σαίνω (saino), ‘wankelen’: een zeldzaam woord, eigenlijk ‘kwispelen, vleien’; hier ‘door verdrukking aan het wankelen of meegesleept worden’. κεῖμαι εἰς (keimai eis), ‘bestemd zijn voor’: letterlijk ‘gelegd zijn tot’.

Zie ook Hand. 14:22.

Zie ookHand 14:22
4Want ook toen wij bij jullie waren, zeiden wij jullie vooraf dat wij verdrukt zouden worden. Zo is het ook gebeurd, en jullie weten het.
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
ὅτε
(hote)
toen
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἦμεν
(emen)
waren wij
προελέγομεν
(proelegomen)
zeiden wij vooraf
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
μέλλομεν
(mellomen)
wij zouden
θλίβεσθαι
(thlibesthai)
verdrukt worden
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
καὶ
(kai)
en
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
Bron: SBLGNT
Uitleg

προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’. θλίβω (thlibo), ‘verdrukken’: bij θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’.

5Daarom heb ook ik, omdat ik het niet langer kon verdragen, iemand gestuurd om jullie geloof te leren kennen. Ik was bang dat de verzoeker jullie misschien op de proef had gesteld en onze moeite vergeefs zou zijn.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
κἀγὼ
(kago)
ook ik
μηκέτι
(meketi)
niet meer
στέγων
(stegon)
verdragend
ἔπεμψα
(epempsa)
stuurde ik
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
γνῶναι
(gnonai)
leren kennen
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μή
(me)
uit vrees dat
πως
(pos)
misschien
ἐπείρασεν
(epeirasen)
op de proef stelde
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
πειράζων
(peirazon)
verzoeker
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
κενὸν
(kenon)
leeg
γένηται
(genetai)
wordt
ὁ
(ho)
de
κόπος
(kopos)
moeite
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij ἔπεμψα (epempsa), ‘ik heb gestuurd’, geen voorwerp; uit vers 2 en vers 6 blijkt dat Timoteüs bedoeld is. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’; ὁ πειράζων (ho peirazon), ‘de verzoeker’: letterlijk ‘degene die op de proef stelt’.

In Matt. 4:3 vertalen wij hetzelfde Griekse woord met ‘degene die Hem op de proef stelde’; hier zonder voorwerp noemen wij hem ‘de verzoeker’.

De tekst noemt geen naam; vergelijk 2:18 (Satan). μή πως (me pos), ‘uit vrees dat’: de Griekse zin drukt een zorg uit. κενός (kenos), ‘vergeefs’: zie 2:1.

Zie ook Matt. 4:3.

Goed nieuws van Timoteüs

6Maar zojuist is Timoteüs van jullie bij ons gekomen. Hij heeft ons de goede boodschap gebracht van jullie geloof en liefde, en dat jullie altijd een goede herinnering aan ons hebben. Jullie verlangen ernaar ons te zien, zoals ook wij jullie.
Ἄρτι
(Arti)
zojuist
δὲ
(de)
maar
ἐλθόντος
(elthontos)
gekomen zijnde
Τιμοθέου
(Timotheou)
Timoteüs
πρὸς
(pros)
tot
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
εὐαγγελισαμένου
(euangelisamenou)
de goede boodschap gebracht hebbend
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
μνείαν
(mneian)
herinnering
ἡμῶν
(hemon)
van ons
ἀγαθὴν
(agathen)
goede
πάντοτε
(pantote)
altijd
ἐπιποθοῦντες
(epipothountes)
verlangend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἰδεῖν
(idein)
te zien
καθάπερ
(kathaper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄρτι (arti), ‘zojuist’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’: hier gaat het om goed nieuws over hun geloof en liefde. ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen’.

Zie ook Hand. 18:5.

Zie ookHand 18:5
7Daarom zijn wij over jullie bemoedigd, broers, in al onze nood en verdrukking, door jullie geloof.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
παρεκλήθημεν
(pareklethemen)
zijn wij bemoedigd
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐπὶ
(epi)
bij
πάσῃ
(pase)
al
τῇ
(te)
de
ἀνάγκῃ
(ananke)
nood
καὶ
(kai)
en
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
ἡμῶν
(hemon)
onze
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πίστεως
(pisteos)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: hier lijdend, ‘bemoedigd worden’. ἀνάγκη (anagke), ‘nood’: dwang, benauwdheid.

8Want nu leven wij, als jullie standvastig blijven in de Heer.
ὅτι
(hoti)
want
νῦν
(nyn)
nu
ζῶμεν
(zomen)
leven wij
ἐὰν
(ean)
als
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
στήκετε
(stekete)
staan vast
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζῶμεν (zomen), ‘wij leven’: echt leven, kracht hebben. στήκω (steko), ‘vaststaan’: stevig blijven staan.

Dank en gebed om een weerzien

9Want welke dank kunnen wij Elohim teruggeven voor jullie, voor al de vreugde waarmee wij ons om jullie verheugen voor onze Elohim?
τίνα
(tina)
welke
γὰρ
(gar)
want
εὐχαριστίαν
(eucharistian)
dank
δυνάμεθα
(dynametha)
kunnen wij
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἀνταποδοῦναι
(antapodounai)
teruggeven
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπὶ
(epi)
bij
πάσῃ
(pase)
al
τῇ
(te)
de
χαρᾷ
(chara)
vreugde
ᾗ
(he)
waarmee
χαίρομεν
(chairomen)
wij ons verheugen
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’. ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘teruggeven’: iets terugdoen voor wat ontvangen is.

De Griekse zin is een vraag en loopt door in vers 10.

10Nacht en dag bidden wij zeer dringend om jullie gezicht te zien en aan te vullen wat aan jullie geloof ontbreekt.
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
καὶ
(kai)
en
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ὑπερεκπερισσοῦ
(hyperekperissou)
overvloedig
δεόμενοι
(deomenoi)
biddend
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἰδεῖν
(idein)
zien
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
καὶ
(kai)
en
καταρτίσαι
(katartisai)
aanvullen
τὰ
(ta)
de
ὑστερήματα
(hysteremata)
tekorten
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou), ‘zeer dringend’: letterlijk ‘boven alle maat’. δέομαι (deomai), ‘bidden’: dringend vragen. καταρτίζω (katartizo), ‘aanvullen’: in orde brengen, herstellen. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: wat nog ontbreekt.

In het Grieks hoort dit vers bij vers 9; wij hebben de zin gesplitst.

Zie ook1 Tess 3:9
11Moge onze Elohim en Vader zelf en onze Heer Yeshua onze weg naar jullie richten.
Αὐτὸς
(Autos)
Hijzelf
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
κατευθύναι
(kateuthynai)
moge richten
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
ἡμῶν
(hemon)
onze
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατευθύνω (kateuthyno), ‘richten’: recht maken, de weg vrijmaken.

De Griekse werkwoordsvorm κατευθύναι (kateuthynai) staat in het enkelvoud, hoewel er twee onderwerpen zijn: Elohim, onze Vader, en onze Heer Yeshua.

Wij laten dat zo staan.

‘Onze Elohim en Vader’: zie 1:3.

12En jullie: moge de Heer jullie laten toenemen en overvloedig maken in liefde voor elkaar en voor allen, zoals ook wij voor jullie,
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
πλεονάσαι
(pleonasai)
moge laten toenemen
καὶ
(kai)
en
περισσεύσαι
(perisseusai)
moge overvloedig maken
τῇ
(te)
in de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
εἰς
(eis)
voor
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
voor
πάντας
(pantas)
allen
καθάπερ
(kathaper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
εἰς
(eis)
voor
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλεονάζω (pleonazo), ‘laten toenemen’, περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig maken’: meer dan genoeg.

‘De Heer’: Yeshua; vergelijk vers 11 en 13.

13om jullie harten te versterken, onberispelijk in heiligheid voor onze Elohim en Vader, bij de komst van onze Heer Yeshua met al Zijn heiligen.
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
στηρίξαι
(sterixai)
versterken
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ἀμέμπτους
(amemptous)
onberispelijk
ἐν
(en)
in
ἁγιωσύνῃ
(hagiosyne)
heiligheid
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατρὸς
(patros)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
alle
τῶν
(ton)
de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιωσύνη (hagiosyne), ‘heiligheid’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’, zie 2:19. οἱ ἅγιοι (hoi hagioi), ‘de heiligen’: dit kan de gelovigen betreffen of de heilige engelen; het Grieks zegt het niet.

Vergelijk Zach. 14:5: ‘alle heiligen met U’ en Mark. 8:38: ‘met de heilige engelen’.

Zie ook Zach. 14:5; Mark. 8:38.