Elohim Bijbel

Ezra 6

12345678910

Het bevel van Darius, de voltooiing en de inwijding van de tempel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Darius laat zoeken in de archieven

1Toen gaf koning Darius bevel. Men zocht in het huis van de geschriften, waar de schatten in Babel werden neergelegd.
בֵּאדַ֛יִן
(bedayin)
toen
דָּרְיָ֥וֶשׁ
(dareyavesh)
Darius
מַלְכָּ֖א
(malka)
de koning
שָׂ֣ם
(sam)
gaf
טְעֵ֑ם
(teem)
bevel
וּבַקַּ֣רוּ
(uvaqaru)
en men zocht
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
סִפְרַיָּ֗א
(sifraya)
de geschriften
דִּ֧י
(di)
waar
גִנְזַיָּ֛א
(ginzaya)
de schatten
מְהַחֲתִ֥ין
(mehachatin)
werden neergelegd
תַּמָּ֖ה
(tama)
daar
בְּבָבֶֽל
(bevavel)
in Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

בֵּית סִפְרַיָּא (beit sifrayya), ‘huis van de geschriften’: het archief waar de koninklijke papieren werden bewaard.

2In Achmeta, in de burcht in de provincie Medië, vond men een rol. Daarin stond een gedenkschrift met deze inhoud:
וְהִשְׁתְּכַ֣ח
(vehishtekhach)
en werd gevonden
בְּאַחְמְתָ֗א
(beachmeta)
in Achmeta
בְּבִֽירְתָ֛א
(bevireta)
in de burcht
דִּ֛י
(di)
die
בְּמָדַ֥י
(bemaday)
in Medië
מְדִינְתָּ֖ה
(medinta)
de provincie
מְגִלָּ֣ה
(megila)
een rol
חֲדָ֑ה
(chada)
één
וְכֵן
(vekhen)
en zo
כְּתִ֥יב
(ketiv)
geschreven
בְּגַוַּ֖הּ
(begavah)
daarin
דִּכְרוֹנָֽה
(dikhrona)
een gedenkschrift
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Achmeta (Ecbatana): Achmeta is Ecbatana, de zomerresidentie van de Perzische koningen en hoofdstad van Medië, bij het huidige Hamadan.

Zie Medië: Madai (Medië) lag in het noordwesten van het huidige Iran.

Uitleg

אַחְמְתָא (Achmeta), ‘Achmeta’: dit is de stad die wij kennen als Ecbatana, het huidige Hamadan in Iran.

Het lag in Medië.

De ligging is zeker.

Achmeta was een zomerverblijf van de Perzische koningen.

בִּירְתָא (birta), ‘burcht’: een versterkt paleis.

דִּכְרוֹנָה (dikhrona), ‘gedenkschrift’: een kort schriftelijk verslag van een koninklijk besluit.

Zie ook2 Kon 17:6
3„In het eerste jaar van koning Kores gaf koning Kores bevel over het huis van Elohim in Jeruzalem. Het huis moet worden herbouwd als plaats waar men offers brengt. De fundamenten moeten stevig worden gelegd. De hoogte is 60 el en de breedte 60 el.
בִּשְׁנַ֨ת
(bishnat)
in het jaar
חֲדָ֜ה
(chada)
één
לְכ֣וֹרֶשׁ
(lekhoresh)
van Kores
מַלְכָּ֗א
(malka)
de koning
כּ֣וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
מַלְכָּא֮
(malka)
de koning
שָׂ֣ם
(sam)
gaf
טְעֵם֒
(teem)
bevel
בֵּית
(beit)
over het huis van
אֱלָהָ֤א
(elaha)
Elohim
בִֽירוּשְׁלֶם֙
(birushelem)
in Jeruzalem
בַּיְתָ֣א
(bayta)
het huis
יִתְבְּנֵ֔א
(yitbene)
moet worden herbouwd
אֲתַר֙
(atar)
een plaats
דִּֽי
(di)
waar
דָבְחִ֣ין
(davechin)
men offert
דִּבְחִ֔ין
(divchin)
offers
וְאֻשּׁ֖וֹהִי
(veushohi)
en zijn fundamenten
מְסֽוֹבְלִ֑ין
(mesovelin)
worden stevig gelegd
רוּמֵהּ֙
(rumeh)
zijn hoogte
אַמִּ֣ין
(amin)
el
שִׁתִּ֔ין
(shitin)
60
פְּתָיֵ֖הּ
(petayeh)
zijn breedte
אַמִּ֥ין
(amin)
el
שִׁתִּֽין
(shitin)
60
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Het gedenkschrift (verzen 3–5) bevat het besluit van Kores.

Het komt overeen met Ezra 1:2–4.

De Hebreeuwse versie in Ezra 1 bevat andere woorden dan dit Aramese besluit.

אַמִּין (ammin), ‘el’: een el is ongeveer 45 centimeter. Zestig el is ongeveer 27 meter. De maten zijn bij benadering. Vergelijk 1 Kon. 6:2, de maten van de tempel van Salomo.

מְסוֹבְלִין (mesovelin), ‘stevig gelegd’: letterlijk ‘gedragen’. De betekenis is onzeker.

4Er moeten drie lagen grote stenen komen en één laag nieuw hout. De kosten moeten worden betaald uit het huis van de koning.
נִדְבָּכִ֞ין
(nidbakhin)
lagen
דִּי
(di)
van
אֶ֤בֶן
(even)
stenen
גְּלָל֙
(gelal)
grote
תְּלָתָ֔א
(telata)
drie
וְנִדְבָּ֖ךְ
(venidbakh)
en een laag
דִּי
(di)
van
אָ֣ע
(a)
hout
חֲדַ֑ת
(chadat)
nieuw
וְנִ֨פְקְתָ֔א
(venifqeta)
en de kosten
מִן
(min)
uit
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
מַלְכָּ֖א
(malka)
de koning
תִּתְיְהִֽב
(tityehiv)
moeten worden gegeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִדְבָּכִין (nidbakhin), ‘lagen’: rijen stenen of balken boven elkaar.

5Ook de gouden en zilveren voorwerpen van het huis van Elohim moeten worden teruggegeven. Nebukadnezar heeft ze uit de tempel in Jeruzalem weggehaald en naar Babel gebracht. Zij moeten terugkeren naar de tempel in Jeruzalem, naar hun plaats. Men moet ze neerleggen in het huis van Elohim.”
וְ֠אַף
(veaf)
en ook
מָאנֵ֣י
(manei)
de voorwerpen van
בֵית
(beit)
het huis van
אֱלָהָא֮
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
die van
דַהֲבָ֣ה
(dahava)
goud
וְכַסְפָּא֒
(vekhaspa)
en zilver
דִּ֣י
(di)
die
נְבֽוּכַדְנֶצַּ֗ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
הַנְפֵּ֛ק
(hanpeq)
had weggehaald
מִן
(min)
uit
הֵיכְלָ֥א
(heikhela)
de tempel
דִי
(di)
die
בִירוּשְׁלֶ֖ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וְהֵיבֵ֣ל
(veheivel)
en had gebracht
לְבָבֶ֑ל
(levavel)
naar Babel
יַהֲתִיב֗וּן
(yahativun)
moeten worden teruggegeven
וִ֠יהָךְ
(vihakh)
en moeten gaan
לְהֵיכְלָ֤א
(leheikhela)
naar de tempel
דִי
(di)
die
בִירֽוּשְׁלֶם֙
(birushelem)
in Jeruzalem
לְאַתְרֵ֔הּ
(leatreh)
naar zijn plaats
וְתַחֵ֖ת
(vetachet)
en u zult neerleggen
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
אֱלָהָֽא
(elaha)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

De werkwoordsvorm תַּחֵת (tachet) is letterlijk ‘u zult neerleggen’, enkelvoud.

De tekst zegt niet wie wordt aangesproken.

Wij schrijven ‘men moet ze neerleggen’.

Het antwoord van Darius aan Tattenai

6„Nu dan, Tattenai, landvoogd van het gebied over de rivier, Sjetar-Bozenai en jullie medewerkers, de Afarsakieten van het gebied over de rivier: blijf ver weg van daar.
כְּעַ֡ן
(kean)
nu
תַּ֠תְּנַי
(tatenay)
Tattenai
פַּחַ֨ת
(pachat)
landvoogd van
עֲבַֽר
(avar)
gebied over
נַהֲרָ֜ה
(nahara)
de rivier
שְׁתַ֤ר
(shetar)
Sjetar
בּוֹזְנַי֙
(bozenay)
Bozenai
וּכְנָוָ֣תְה֔וֹן
(ukhenavatehon)
en hun medewerkers
אֲפַרְסְכָיֵ֔א
(afarsekhaye)
de Afarsakieten
דִּ֖י
(di)
die
בַּעֲבַ֣ר
(baavar)
in gebied over
נַהֲרָ֑ה
(nahara)
de rivier
רַחִיקִ֥ין
(rachiqin)
ver
הֲו֖וֹ
(havo)
wees
מִן
(min)
van
תַּמָּֽה
(tama)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier tot en met vers 12 volgt de brief van Darius aan Tattenai.

רְחִיקִין (rechikin), ‘ver weg’: blijf er ver vandaan en bemoei je er niet mee.

7Laat het werk aan dat huis van Elohim ongemoeid. De landvoogd van de Joden en de oudsten van de Joden mogen dat huis van Elohim op zijn plaats bouwen.
שְׁבֻ֕קוּ
(shevuqu)
laat
לַעֲבִידַ֖ת
(laavidat)
het werk aan
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֣א
(elaha)
Elohim
דֵ֑ךְ
(dekh)
dat
פַּחַ֤ת
(pachat)
de landvoogd van
יְהוּדָיֵא֙
(yehudaye)
de Joden
וּלְשָׂבֵ֣י
(ulesavei)
en de oudsten van
יְהוּדָיֵ֔א
(yehudaye)
de Joden
בֵּית
(beit)
dat huis van
אֱלָהָ֥א
(elaha)
Elohim
דֵ֖ךְ
(dekh)
dat
יִבְנ֥וֹן
(yivnon)
zij mogen bouwen
עַל
(al)
op
אַתְרֵֽהּ
(atreh)
zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Ik geef ook bevel wat jullie moeten doen voor die oudsten van de Joden bij het bouwen van dat huis van Elohim. De kosten moeten stipt aan die mannen worden gegeven uit de goederen van de koning, uit de belasting van het gebied over de rivier. Zo valt het werk niet stil.
וּמִנִּי֮
(umini)
en door mij
שִׂ֣ים
(sim)
wordt gegeven
טְעֵם֒
(teem)
bevel
לְמָ֣א
(lema)
wat
דִֽי
(di)
dat
תַֽעַבְד֗וּן
(taavdun)
jullie moeten doen
עִם
(im)
met
שָׂבֵ֤י
(savei)
de oudsten van
יְהוּדָיֵא֙
(yehudaye)
de Joden
אִלֵּ֔ךְ
(ilekh)
die
לְמִבְנֵ֖א
(lemivne)
om te bouwen
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֣א
(elaha)
Elohim
דֵ֑ךְ
(dekh)
dat
וּמִנִּכְסֵ֣י
(uminikhsei)
en uit de goederen van
מַלְכָּ֗א
(malka)
de koning
דִּ֚י
(di)
die
מִדַּת֙
(midat)
van de belasting van
עֲבַ֣ר
(avar)
gebied over
נַהֲרָ֔ה
(nahara)
de rivier
אָסְפַּ֗רְנָא
(asparna)
stipt
נִפְקְתָ֛א
(nifqeta)
de kosten
תֶּהֱוֵ֧א
(teheve)
moeten zijn
מִֽתְיַהֲבָ֛א
(mityahava)
gegeven
לְגֻבְרַיָּ֥א
(leguvraya)
aan de mannen
אִלֵּ֖ךְ
(ilekh)
die
דִּי
(di)
opdat
לָ֥א
(la)
niet
לְבַטָּלָֽא
(levatala)
zij ophouden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָסְפַּרְנָא (asparna), ‘stipt’: zie Ezra 5:8.

9Wat zij nodig hebben, moet hun dag na dag worden gegeven, zonder verzuim. Dat zijn jonge stieren, rammen en lammeren voor brandoffers aan de Elohim van de hemel, en tarwe, zout, wijn en olie. Dat gebeurt naar het woord van de priesters in Jeruzalem.
וּמָ֣ה
(uma)
en wat
חַשְׁחָ֡ן
(chashchan)
nodig is
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en jonge
תוֹרִ֣ין
(torin)
stieren
וְדִכְרִ֣ין
(vedikhrin)
en rammen
וְאִמְּרִ֣ין
(veimerin)
en lammeren
לַעֲלָוָ֣ן
(laalavan)
voor brandoffers
לֶאֱלָ֪הּ
(leelah)
aan de Elohim van
שְׁמַיָּ֟א
(shemaya)
de hemel
חִנְטִ֞ין
(chintin)
tarwe
מְלַ֣ח
(melach)
zout
חֲמַ֣ר
(chamar)
wijn
וּמְשַׁ֗ח
(umeshach)
en olie
כְּמֵאמַ֨ר
(kememar)
naar het woord van
כָּהֲנַיָּ֤א
(kahanaya)
de priesters
דִי
(di)
die
בִירֽוּשְׁלֶם֙
(birushelem)
in Jeruzalem
לֶהֱוֵ֨א
(leheve)
het moet zijn
מִתְיְהֵ֥ב
(mityehev)
gegeven
לְהֹ֛ם
(lehom)
hun
י֥וֹם
(yom)
dag
בְּי֖וֹם
(beyom)
na dag
דִּי
(di)
zonder dat
לָ֥א
(la)
niet
שָׁלֽוּ
(shalu)
verzuim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

עֲלָוָן (alavan), ‘brandoffers’: het Aramese woord voor de olah.

Het zijn offers die geheel op het altaar verbrand worden.

חֲשְׁחָן (chashchan), ‘nodig’: wat zij nodig hebben voor de dienst.

10Zo kunnen zij offers met een aangename geur brengen aan de Elohim van de hemel. Zij bidden dan voor het leven van de koning en van zijn zonen.
דִּֽי
(di)
zodat
לֶהֱוֺ֧ן
(lehevon)
zij
מְהַקְרְבִ֛ין
(mehaqrevin)
offeren
נִיחוֹחִ֖ין
(nichochin)
aangename offers
לֶאֱלָ֣הּ
(leelah)
aan de Elohim van
שְׁמַיָּ֑א
(shemaya)
de hemel
וּמְצַלַּ֕יִן
(umetsalayin)
en bidden
לְחַיֵּ֥י
(lechayei)
voor het leven van
מַלְכָּ֖א
(malka)
de koning
וּבְנֽוֹהִי
(uvenohi)
en zijn zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִיחוֹחִין (nichochin), ‘aangename offers’: letterlijk ‘offers met een aangename geur’, zoals in het Hebreeuws רֵיחַ נִיחֹחַ (reach nichoach).

11Ik geef ook bevel: als iemand dit besluit verandert, moet er een balk uit zijn huis worden getrokken. Hij moet daaraan worden opgericht en geslagen. Zijn huis moet hierom een mesthoop worden.
וּמִנִּי֮
(umini)
en door mij
שִׂ֣ים
(sim)
wordt gegeven
טְעֵם֒
(teem)
bevel
דִּ֣י
(di)
dat
כָל
(kal)
ieder
אֱנָ֗שׁ
(enash)
mens
דִּ֤י
(di)
die
יְהַשְׁנֵא֙
(yehashne)
verandert
פִּתְגָמָ֣א
(pitgama)
het woord
דְנָ֔ה
(dena)
dit
יִתְנְסַ֥ח
(yitnesach)
wordt getrokken
אָע֙
(a)
een balk
מִן
(min)
uit
בַּיְתֵ֔הּ
(bayteh)
zijn huis
וּזְקִ֖יף
(uzeqif)
en opgericht
יִתְמְחֵ֣א
(yitmeche)
geslagen
עֲלֹ֑הִי
(alohi)
daaraan
וּבַיְתֵ֛הּ
(uvayteh)
en zijn huis
נְוָל֥וּ
(nevalu)
tot mesthoop
יִתְעֲבֵ֖ד
(yitaved)
wordt gemaakt
עַל
(al)
om
דְּנָֽה
(dena)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְנְסַח (yitnesach), ‘wordt getrokken’: de balk wordt uit het huis van de overtreder gehaald.

De betekenis van de straf is onzeker.

Het kan gaan om ophangen of op een paal steken.

נְוָלוּ (nevalu), ‘mesthoop’: letterlijk een plaats waar men afval stort.

12En de Elohim die Zijn naam daar heeft laten wonen, moge elke koning en elk volk neerhalen dat zijn hand uitsteekt om dit te veranderen. Dat geldt ook voor wie dat huis van Elohim in Jeruzalem wil verwoesten. Ik, Darius, heb dit bevel gegeven. Het moet stipt worden uitgevoerd.”
וֵֽאלָהָ֞א
(velaha)
en de Elohim
דִּ֣י
(di)
die
שַׁכִּ֧ן
(shakin)
heeft laten wonen
שְׁמֵ֣הּ
(shemeh)
Zijn naam
תַּמָּ֗ה
(tama)
daar
יְמַגַּ֞ר
(yemagar)
moge neerhalen
כָּל
(kal)
elke
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning
וְעַם֙
(veam)
en volk
דִּ֣י
(di)
die
יִשְׁלַ֣ח
(yishlach)
uitsteekt
יְדֵ֗הּ
(yedeh)
zijn hand
לְהַשְׁנָיָ֛ה
(lehashnaya)
om te veranderen
לְחַבָּלָ֛ה
(lechabala)
om te verwoesten
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֥א
(elaha)
Elohim
דֵ֖ךְ
(dekh)
dat
דִּ֣י
(di)
dat
בִירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
אֲנָ֤ה
(ana)
ik
דָרְיָ֨וֶשׁ֙
(dareyavesh)
Darius
שָׂ֣מֶת
(samet)
heb gegeven
טְעֵ֔ם
(teem)
bevel
אָסְפַּ֖רְנָא
(asparna)
stipt
יִתְעֲבִֽד
(yitavid)
laat het worden uitgevoerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

‘Zijn naam laten wonen’: de Elohim van Israël koos Jeruzalem als plaats voor Zijn naam.

Vergelijk Deut. 12:11.

De tempel wordt voltooid

13Toen deden Tattenai, de landvoogd van het gebied over de rivier, Sjetar-Bozenai en hun medewerkers stipt wat koning Darius had gestuurd.
אֱ֠דַיִן
(edayin)
toen
תַּתְּנַ֞י
(tatenay)
Tattenai
פַּחַ֧ת
(pachat)
landvoogd van
עֲבַֽר
(avar)
gebied over
נַהֲרָ֛ה
(nahara)
de rivier
שְׁתַ֥ר
(shetar)
Sjetar
בּוֹזְנַ֖י
(bozenay)
Bozenai
וּכְנָוָתְה֑וֹן
(ukhenavatehon)
en hun medewerkers
לָקֳבֵ֗ל
(laqovel)
overeenkomstig
דִּֽי
(di)
wat
שְׁלַ֞ח
(shelach)
had gestuurd
דָּרְיָ֧וֶשׁ
(dareyavesh)
Darius
מַלְכָּ֛א
(malka)
de koning
כְּנֵ֖מָא
(kenema)
zo
אָסְפַּ֥רְנָא
(asparna)
stipt
עֲבַֽדוּ
(avadu)
deden zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14De oudsten van de Joden bouwden en hadden succes door de profetie van de profeet Haggai en van Zacharia, de zoon van Iddo. Zij bouwden en voltooiden het. Dat gebeurde naar het bevel van de Elohim van Israël en naar het bevel van Kores, Darius en Artachsasta, de koning van Perzië.
וְשָׂבֵ֤י
(vesavei)
en de oudsten van
יְהוּדָיֵא֙
(yehudaye)
de Joden
בָּנַ֣יִן
(banayin)
bouwden
וּמַצְלְחִ֔ין
(umatslechin)
en hadden succes
בִּנְבוּאַת֙
(binvuat)
door de profetie van
חַגַּ֣י
(chagay)
Haggai
נְבִיָּ֔א
(neviya)
de profeet
וּזְכַרְיָ֖ה
(uzekharya)
en Zacharia
בַּר
(bar)
zoon van
עִדּ֑וֹא
(ido)
Iddo
וּבְנ֣וֹ
(uveno)
en zij bouwden
וְשַׁכְלִ֗לוּ
(veshakhlilu)
en voltooiden
מִן
(min)
naar
טַ֨עַם֙
(taam)
het bevel van
אֱלָ֣הּ
(elah)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וּמִטְּעֵם֙
(umiteem)
en het bevel van
כּ֣וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
וְדָרְיָ֔וֶשׁ
(vedareyavesh)
en Darius
וְאַרְתַּחְשַׁ֖שְׂתְּא
(veartachshaste)
en Artachsasta
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרָֽס
(paras)
Perzië
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.

Het Perzische rijk reikte veel verder.

Uitleg

Haggai en Zacharia zijn de profeten van Ezra 5:1.

Zie Hag. 1:1 en Zach. 1:1.

Artachsasta wordt hier met Kores en Darius genoemd. Het huis was in Darius’ tijd voltooid. De steun van Artachsasta komt in Ezra 7 aan bod.

15Dit huis werd voltooid op de derde dag van de maand Adar. Dat was het zesde jaar van het koningschap van koning Darius.
וְשֵׁיצִיא֙
(vesheitsi)
en het werd voltooid
בַּיְתָ֣ה
(bayta)
huis
דְנָ֔ה
(dena)
dit
עַ֛ד
(ad)
tot
י֥וֹם
(yom)
dag
תְּלָתָ֖ה
(telata)
drie
לִירַ֣ח
(lirach)
van de maand
אֲדָ֑ר
(adar)
Adar
דִּי
(di)
dat
הִ֣יא
(hi)
het is
שְׁנַת
(shenat)
jaar
שֵׁ֔ת
(shet)
zes
לְמַלְכ֖וּת
(lemalkhut)
van het koningschap van
דָּרְיָ֥וֶשׁ
(dareyavesh)
Darius
מַלְכָּֽא
(malka)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Adar is de twaalfde maand van het jaar.

De derde dag van Adar in het zesde jaar van Darius I is ongeveer maart 515 voor Christus.

Deze datering komt uit het geheugen en is niet gecontroleerd.

De inwijding van het huis van Elohim

16De Israëlieten, de priesters, de Levieten en de rest van de ballingen vierden met vreugde de inwijding van dit huis van Elohim.
וַעֲבַ֣דוּ
(vaavadu)
en vierden
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִ֠שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
כָּהֲנַיָּ֨א
(kahanaya)
de priesters
וְלֵוָיֵ֜א
(velevaye)
en de Levieten
וּשְׁאָ֣ר
(ushear)
en de rest van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גָלוּתָ֗א
(galuta)
de ballingschap
חֲנֻכַּ֛ת
(chanukat)
de inwijding van
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֥א
(elaha)
Elohim
דְנָ֖ה
(dena)
dit
בְּחֶדְוָֽה
(bechedva)
met vreugde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Bij de inwijding van dit huis van Elohim brachten zij 100 stieren, 200 rammen en 400 lammeren als offer. Als zondoffer voor heel Israël brachten zij 12 geitenbokken, naar het aantal van de stammen van Israël.
וְהַקְרִ֗בוּ
(vehaqrivu)
en zij brachten als offer
לַחֲנֻכַּת֮
(lachanukat)
bij de inwijding van
בֵּית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֣א
(elaha)
Elohim
דְנָה֒
(dena)
dit
תּוֹרִ֣ין
(torin)
stieren
מְאָ֔ה
(mea)
100
דִּכְרִ֣ין
(dikhrin)
rammen
מָאתַ֔יִן
(matayin)
200
אִמְּרִ֖ין
(imerin)
lammeren
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
מְאָ֑ה
(mea)
honderd
וּצְפִירֵ֨י
(utsefirei)
en bokken van
עִזִּ֜ין
(izin)
geiten
לְחַטָּאָ֤ה
(lechataa)
als zondoffer
עַל
(al)
voor
כָּל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
תְּרֵֽי
(terei)
twee
עֲשַׂ֔ר
(asar)
tien
לְמִנְיָ֖ן
(leminyan)
naar het aantal van
שִׁבְטֵ֥י
(shivtei)
de stammen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk de offers bij de inwijding van de tempel van Salomo (1 Kon. 8:63).

Hier zijn de aantallen veel kleiner.

18Zij stelden de priesters aan in hun indelingen en de Levieten in hun afdelingen, voor de dienst van Elohim in Jeruzalem. Zo staat het geschreven in het boek van Mozes.
וַהֲקִ֨ימוּ
(vahaqimu)
en zij stelden aan
כָהֲנַיָּ֜א
(kahanaya)
de priesters
בִּפְלֻגָּתְה֗וֹן
(biflugatehon)
in hun indelingen
וְלֵוָיֵא֙
(velevaye)
en de Levieten
בְּמַחְלְקָ֣תְה֔וֹן
(bemachleqatehon)
in hun afdelingen
עַל
(al)
voor
עֲבִידַ֥ת
(avidat)
de dienst van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
die
בִירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
כִּכְתָ֖ב
(kikhtav)
zoals geschreven staat in
סְפַ֥ר
(sefar)
het boek van
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Hier eindigt het Aramese deel (Ezra 4:8–6:18).

De indeling van de priesters en Levieten gaat terug op het boek van Mozes en de instellingen van David (vergelijk 1 Kron. 24).

Het Pesach wordt gevierd

19De ballingen vierden het Pesach op de veertiende dag van de eerste maand.
וַיַּעֲשׂ֥וּ
(vayaasu)
en vierden
בְנֵי
(benei)
de zonen van
הַגּוֹלָ֖ה
(hagola)
de ballingschap
אֶת
(et)
(obj.)
הַפָּ֑סַח
(hapasach)
het Pesach
בְּאַרְבָּעָ֥ה
(bearbaa)
op vier
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
לַחֹ֥דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
הָרִאשֽׁוֹן
(harishon)
de eerste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf dit vers is de brontekst weer Hebreeuws.

הַפֶּסַח (hapesach), ‘het Pesach’: het feest van de bevrijding uit Egypte (Exod. 12). Het wordt gevierd op de veertiende dag van de eerste maand (Lev. 23:5).

20Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd, allemaal samen. Allen waren rein. Zij slachtten het Pesach voor alle ballingen, voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf.
כִּ֣י
(ki)
want
הִֽטַּהֲר֞וּ
(hitaharu)
hadden zich gereinigd
הַכֹּהֲנִ֧ים
(hakohanim)
de priesters
וְהַלְוִיִּ֛ם
(vehalviyim)
en de Levieten
כְּאֶחָ֖ד
(keechad)
als één
כֻּלָּ֣ם
(kulam)
allemaal
טְהוֹרִ֑ים
(tehorim)
rein
וַיִּשְׁחֲט֤וּ
(vayishchatu)
en zij slachtten
הַפֶּ֨סַח֙
(hapesach)
het Pesach
לְכָל
(lekhal)
voor alle
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
הַגּוֹלָ֔ה
(hagola)
de ballingschap
וְלַאֲחֵיהֶ֥ם
(velaacheihem)
en voor hun broeders
הַכֹּהֲנִ֖ים
(hakohanim)
de priesters
וְלָהֶֽם
(velahem)
en voor zichzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִטַּהֲרוּ (hittaharu), ‘zij hadden zich gereinigd’: de priesters en Levieten maakten zich rein voor de dienst.

De tekst zegt niet hoe.

21De Israëlieten die uit de ballingschap waren teruggekeerd, aten het. Ook aten het allen die zich hadden afgescheiden van de onreinheid van de volken van het land, om Yahweh, de Elohim van Israël, te zoeken.
וַיֹּאכְל֣וּ
(vayokhlu)
en aten het
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
הַשָּׁבִים֙
(hashavim)
die waren teruggekeerd
מֵֽהַגּוֹלָ֔ה
(mehagola)
uit de ballingschap
וְכֹ֗ל
(vekhol)
en allen
הַנִּבְדָּ֛ל
(hanivdal)
die zich afscheidde
מִטֻּמְאַ֥ת
(mitumat)
van de onreinheid van
גּוֹיֵֽ
(goye)
de volken van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֲלֵהֶ֑ם
(alehem)
bij hen
לִדְרֹ֕שׁ
(lidrosh)
om te zoeken
לַֽיהוָ֖ה
(laYahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Zij vierden zeven dagen lang het feest van de ongezuurde broden met vreugde. Want Yahweh had hen verheugd. Hij had het hart van de koning van Assyrië naar hen toegekeerd. Zo wilde Hij hun handen sterken bij het werk aan het huis van Elohim, de Elohim van Israël.
וַיַּֽעֲשׂ֧וּ
(vayaasu)
en zij vierden
חַג
(chag)
het feest van
מַצּ֛וֹת
(matsot)
de ongezuurde broden
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
בְּשִׂמְחָ֑ה
(besimcha)
met vreugde
כִּ֣י
(ki)
want
שִׂמְּחָ֣ם
(simecham)
had verheugd hen
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְֽהֵסֵ֞ב
(vehesev)
en had gekeerd
לֵ֤ב
(lev)
het hart van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
אַשּׁוּר֙
(ashur)
Assyrië
עֲלֵיהֶ֔ם
(aleihem)
naar hen
לְחַזֵּ֣ק
(lechazeq)
om te sterken
יְדֵיהֶ֔ם
(yedeihem)
hun handen
בִּמְלֶ֥אכֶת
(bimlekhet)
bij het werk aan
בֵּית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Assur (Assyrië): Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

חַג מַצּוֹת (chag matsot), ‘het feest van de ongezuurde broden’: zeven dagen na het Pesach (Exod. 12:15).

מֶלֶךְ אַשּׁוּר (melekh Ashshur), ‘de koning van Assyrië’: de tekst noemt Assyrië. Het gaat waarschijnlijk om de Perzische koning, die ook over het oude Assyrië heerste. Dit is niet zeker.