Elohim Bijbel

Genesis 13

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

Abram en Lot scheiden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Terug naar Betel

1Abram ging uit Egypte omhoog naar de Negev, hij en zijn vrouw met alles wat hij had, en Lot met hem.
וַיַּעַל֩
(vayaal)
en ging omhoog
אַבְרָ֨ם
(avram)
Abram
מִמִּצְרַ֜יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
ה֠וּא
(hu)
hij
וְאִשְׁתּ֧וֹ
(veishto)
en zijn vrouw
וְכָל
(vekhal)
en alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
ל֛וֹ
(lo)
aan hem
וְל֥וֹט
(velot)
en Lot
עִמּ֖וֹ
(imo)
met hem
הַנֶּֽגְבָּה
(hanegba)
naar de Negev
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Negev: De Negev is het droge zuidelijke deel van het land, rond Beër-Sjeba.

2Abram was zeer rijk aan vee, zilver en goud.
וְאַבְרָ֖ם
(veavram)
en Abram
כָּבֵ֣ד
(kaved)
zwaar
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
בַּמִּקְנֶ֕ה
(bamiqne)
in vee
בַּכֶּ֖סֶף
(bakesef)
in zilver
וּבַזָּהָֽב
(uvazahav)
en in goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Hij trok etappe na etappe van de Negev tot Betel, tot de plek waar zijn tent eerst gestaan had, tussen Betel en Ai,
וַיֵּ֨לֶךְ֙
(vayelekh)
en ging
לְמַסָּעָ֔יו
(lemasaav)
naar zijn etappes
מִנֶּ֖גֶב
(minegev)
van de Negev
וְעַד
(vead)
en tot
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֑ל
(el)
El
עַד
(ad)
tot
הַמָּק֗וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
waar
הָ֨יָה
(haya)
was
שָׁ֤ם
(sham)
daar
אהלה
(ohalah)
zijn tent (geschreven)
אָֽהֳלוֹ֙
(aholo)
zijn tent (voorgelezen)
בַּתְּחִלָּ֔ה
(batechila)
in het begin
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֖ל
(el)
El
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
הָעָֽי
(haay)
Ai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Negev: De Negev is het droge zuidelijke deel van het land, rond Beër-Sjeba.

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

לְמַסָּעָיו (lemasa’av) is ‘naar zijn etappes’: het woord voor de tochtstappen van een nomade.

In dit vers staan twee lezingen naast elkaar: אהלה (geschreven) en אָהֳלוֹ (voorgelezen).

Beide betekenen ‘zijn tent’.

Betel en Ai: zie 12:8.

4bij de plaats van het altaar dat hij daar eerder gemaakt had. Daar riep Abram de naam van Yahweh aan.
אֶל
(el)
naar
מְקוֹם֙
(meqom)
plaats van
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עָ֥שָׂה
(asa)
hij maakte
שָׁ֖ם
(sham)
daar
בָּרִאשֹׁנָ֑ה
(barishona)
eerder
וַיִּקְרָ֥א
(vayiqra)
en riep
שָׁ֛ם
(sham)
daar
אַבְרָ֖ם
(avram)
Abram
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
bij de naam van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het land is te klein

5Ook Lot, die met Abram meeging, had schapen en geiten, runderen en tenten.
וְגַם
(vegam)
en ook
לְל֔וֹט
(lelot)
aan Lot
הַהֹלֵ֖ךְ
(haholekh)
die ging met
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֑ם
(avram)
Abram
הָיָ֥ה
(haya)
was
צֹאן
(tson)
kleinvee
וּבָקָ֖ר
(uvaqar)
en rundvee
וְאֹהָלִֽים
(veohalim)
en tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Het land kon hen niet dragen om samen te wonen, want hun bezit was groot. Ze konden niet samen wonen.
וְלֹא
(velo)
en niet
נָשָׂ֥א
(nasa)
droeg
אֹתָ֛ם
(otam)
hen
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
לָשֶׁ֣בֶת
(lashevet)
om te wonen
יַחְדָּ֑ו
(yachdav)
samen
כִּֽי
(ki)
want
הָיָ֤ה
(haya)
was
רְכוּשָׁם֙
(rekhusham)
hun bezit
רָ֔ב
(rav)
groot
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָֽכְל֖וּ
(yakhelu)
ze konden
לָשֶׁ֥בֶת
(lashevet)
om te wonen
יַחְדָּֽו
(yachdav)
samen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Er ontstond twist tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee. De Kanaänieten en de Perizzieten woonden toen in het land.
וַֽיְהִי
(vayhi)
en was
רִ֗יב
(riv)
twist
בֵּ֚ין
(bein)
tussen
רֹעֵ֣י
(roei)
herders van
מִקְנֵֽה
(miqne)
vee van
אַבְרָ֔ם
(avram)
Abram
וּבֵ֖ין
(uvein)
en tussen
רֹעֵ֣י
(roei)
herders van
מִקְנֵה
(miqne)
vee van
ל֑וֹט
(lot)
Lot
וְהַֽכְּנַעֲנִי֙
(vehakenaani)
en de Kanaäniet
וְהַפְּרִזִּ֔י
(vehaperizi)
en de Perizziet
אָ֖ז
(az)
toen
יֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
woonde
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
in het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַפְּרִזִּי (happerizzi), ‘de Perizziet’, is een volk in Kanaän.

De naam is mogelijk verwant met פְּרָזוֹת (prazot), ‘open dorpen’.

Abram en Lot scheiden

8Abram zei tegen Lot: „Laat er toch geen twist zijn tussen mij en jou, en tussen mijn herders en jouw herders, want wij zijn broers.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
אַבְרָ֜ם
(avram)
Abram
אֶל
(el)
tot
ל֗וֹט
(lot)
Lot
אַל
(al)
niet
נָ֨א
(na)
toch
תְהִ֤י
(tehi)
laat zijn
מְרִיבָה֙
(meriva)
twist
בֵּינִ֣י
(beini)
tussen mij
וּבֵינֶ֔יךָ
(uveineikha)
en tussen jou
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
רֹעַ֖י
(roay)
mijn herders
וּבֵ֣ין
(uvein)
en tussen
רֹעֶ֑יךָ
(roeikha)
jouw herders
כִּֽי
(ki)
want
אֲנָשִׁ֥ים
(anashim)
mannen
אַחִ֖ים
(achim)
broers
אֲנָֽחְנוּ
(anachenu)
wij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲנָשִׁים אַחִים (anashim achim) is letterlijk ‘mannen, broers’.

Lot is de zoon van Abrams broer (11:27); ‘broers’ staat hier voor ‘verwanten’.

9Ligt niet heel het land voor je? Scheid je toch van mij af. Als jij naar links gaat, ga ik naar rechts. Als jij naar rechts gaat, ga ik naar links.”
הֲלֹ֤א
(halo)
niet
כָל
(kal)
heel
הָאָ֨רֶץ֙
(haarets)
het land
לְפָנֶ֔יךָ
(lefaneikha)
voor je
הִפָּ֥רֶד
(hipared)
scheid je
נָ֖א
(na)
toch
מֵעָלָ֑י
(mealay)
van mij
אִם
(im)
als
הַשְּׂמֹ֣אל
(hasemol)
links
וְאֵימִ֔נָה
(veeimina)
dan ga ik rechts
וְאִם
(veim)
en als
הַיָּמִ֖ין
(hayamin)
rechts
וְאַשְׂמְאִֽילָה
(veasmeila)
dan ga ik links
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Lot sloeg zijn ogen op en zag heel de Jordaanvlakte. Voordat Yahweh Sodom en Gomorra vernietigde, was die overal goed van water voorzien: als de tuin van Yahweh, als het land Egypte, in de richting van Zoar.
וַיִּשָּׂא
(vayisa)
en sloeg op
ל֣וֹט
(lot)
Lot
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עֵינָ֗יו
(einav)
zijn ogen
וַיַּרְא֙
(vayar)
en zag
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
heel
כִּכַּ֣ר
(kikar)
vlakte van
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
כִּ֥י
(ki)
want
כֻלָּ֖הּ
(kulah)
helemaal
מַשְׁקֶ֑ה
(mashqe)
waterrijk
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
שַׁחֵ֣ת
(shachet)
vernietigen
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
סְדֹם֙
(sedom)
Sodom
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
עֲמֹרָ֔ה
(amora)
Gomorra
כְּגַן
(kegan)
als de tuin van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
כְּאֶ֣רֶץ
(keerets)
als het land van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
בֹּאֲכָ֖ה
(boakha)
als je komt naar
צֹֽעַר
(tsoar)
Zoar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sodom en Gomorra lagen waarschijnlijk in de Jordaanvallei, ten noorden van de Dode Zee; anderen zoeken ze ten zuiden ervan (zie 10:19).

Zoar was een kleine stad in de buurt van Sodom (zie 14:2; 19:20); de precieze ligging is onzeker.

Uitleg

כִּכַּר (kikkar), ‘ronde vlakte’, is hier de vlakte rond de Jordaan en de Dode Zee.

‘Als de tuin van Yahweh’ doet denken aan Eden (2:8–10).

De vernietiging van Sodom en Gomorra staat in hoofdstuk 19.

11Lot koos voor zichzelf heel de Jordaanvlakte en trok naar het oosten. Ze scheidden zich van elkaar.
וַיִּבְחַר
(vayivchar)
en koos
ל֣וֹ
(lo)
voor zich
ל֗וֹט
(lot)
Lot
אֵ֚ת
(et)
(lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
heel
כִּכַּ֣ר
(kikar)
vlakte van
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
וַיִּסַּ֥ע
(vayisa)
en trok
ל֖וֹט
(lot)
Lot
מִקֶּ֑דֶם
(miqedem)
naar het oosten
וַיִּפָּ֣רְד֔וּ
(vayiparedu)
en ze scheidden zich
אִ֖ישׁ
(ish)
man
מֵעַ֥ל
(meal)
van
אָחִֽיו
(achiv)
zijn broer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Abram woonde in het land Kanaän. Lot woonde in de steden van de vlakte en sloeg zijn tent op tot bij Sodom.
אַבְרָ֖ם
(avram)
Abram
יָשַׁ֣ב
(yashav)
woonde
בְּאֶֽרֶץ
(beerets)
in het land van
כְּנָ֑עַן
(kenaan)
Kanaän
וְל֗וֹט
(velot)
en Lot
יָשַׁב֙
(yashav)
woonde
בְּעָרֵ֣י
(bearei)
in de steden van
הַכִּכָּ֔ר
(hakikar)
de vlakte
וַיֶּאֱהַ֖ל
(vayeehal)
en sloeg zijn tent op
עַד
(ad)
tot
סְדֹֽם
(sedom)
Sodom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het land Kanaän is hier het gebied van Sidon langs de kust tot Gaza en Gerar, en vandaar naar de Dode Zee en de Jordaan (zie Gen. 10:19).

13De mannen van Sodom waren slecht, grote zondaars tegen Yahweh.
וְאַנְשֵׁ֣י
(veanshei)
en mannen van
סְדֹ֔ם
(sedom)
Sodom
רָעִ֖ים
(raim)
slecht
וְחַטָּאִ֑ים
(vechataim)
en zondaars
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.

Yahweh herhaalt de belofte

14Yahweh zei tegen Abram, nadat Lot zich van hem had gescheiden: „Sla je ogen op. Kijk vanaf de plaats waar je bent naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
וַֽיהוָ֞ה
(vaYahweh)
en Yahweh
אָמַ֣ר
(amar)
zei
אֶל
(el)
tot
אַבְרָ֗ם
(avram)
Abram
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הִפָּֽרֶד
(hipared)
zich afscheiden
ל֣וֹט
(lot)
Lot
מֵֽעִמּ֔וֹ
(meimo)
van hem
שָׂ֣א
(sa)
sla op
נָ֤א
(na)
toch
עֵינֶ֨יךָ֙
(eineikha)
je ogen
וּרְאֵ֔ה
(uree)
en kijk
מִן
(min)
vanaf
הַמָּק֖וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
waar
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
שָׁ֑ם
(sham)
daar
צָפֹ֥נָה
(tsafona)
naar het noorden
וָנֶ֖גְבָּה
(vanegba)
en naar het zuiden
וָקֵ֥דְמָה
(vaqedema)
en naar het oosten
וָיָֽמָּה
(vayama)
en naar het westen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַחֲרֵי הִפָּרֶד לוֹט (acharei hipared Lot), ‘nadat Lot zich had afgescheiden’: Yahweh spreekt pas nadat Lot is weggegaan.

15Want heel het land dat je ziet, zal Ik aan jou geven, en aan je nageslacht voor altijd.
כִּ֧י
(ki)
want
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
רֹאֶ֖ה
(roe)
ziet
לְךָ֣
(lekha)
aan jou
אֶתְּנֶ֑נָּה
(etenena)
Ik zal het geven
וּֽלְזַרְעֲךָ֖
(ulezarakha)
en aan je nageslacht
עַד
(ad)
tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַד עוֹלָם (ad olam), ‘tot in lengte van tijd’, ‘voor altijd’.

16Ik zal je nageslacht maken als het stof van de aarde. Als iemand het stof van de aarde kan tellen, dan zal ook je nageslacht geteld worden.
וְשַׂמְתִּ֥י
(vesamti)
en Ik zal maken
אֶֽת
(et)
(lijdend voorwerp)
זַרְעֲךָ֖
(zarakha)
je nageslacht
כַּעֲפַ֣ר
(kaafar)
als het stof van
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
zoals
אִם
(im)
als
יוּכַ֣ל
(yukhal)
kan
אִ֗ישׁ
(ish)
man
לִמְנוֹת֙
(limnot)
om te tellen
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עֲפַ֣ר
(afar)
stof van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
גַּֽם
(gam)
ook
זַרְעֲךָ֖
(zarakha)
je nageslacht
יִמָּנֶֽה
(yimane)
zal geteld worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk 15:5 (sterren), 22:17 (sterren en zand) en 28:14 (stof).

17Sta op en loop het land door, in zijn lengte en zijn breedte, want aan jou zal Ik het geven.”
ק֚וּם
(qum)
sta op
הִתְהַלֵּ֣ךְ
(hithalekh)
doorloop
בָּאָ֔רֶץ
(baarets)
het land
לְאָרְכָּ֖הּ
(learkah)
in zijn lengte
וּלְרָחְבָּ֑הּ
(ulerachbah)
en in zijn breedte
כִּ֥י
(ki)
want
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
אֶתְּנֶֽנָּה
(etenena)
Ik zal het geven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Abram sloeg zijn tent op en kwam te wonen bij de eiken van Mamre, die bij Hebron liggen. Daar bouwde hij een altaar voor Yahweh.
וַיֶּאֱהַ֣ל
(vayeehal)
en sloeg zijn tent op
אַבְרָ֗ם
(avram)
Abram
וַיָּבֹ֛א
(vayavo)
en kwam
וַיֵּ֛שֶׁב
(vayeshev)
en woonde
בְּאֵלֹנֵ֥י
(beelonei)
bij de eiken van
מַמְרֵ֖א
(mamre)
Mamre
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בְּחֶבְר֑וֹן
(bechevron)
bij Hebron
וַיִּֽבֶן
(vayiven)
en bouwde
שָׁ֥ם
(sham)
daar
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
altaar
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Mamre ligt bij Hebron, het huidige Al-Chalil op de Westelijke Jordaanoever.

Uitleg

אֵלֹנֵי מַמְרֵא (eloney Mamre) zijn ‘de grote bomen van Mamre’: eiken of terebinten.