Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Ezau en zijn vrouwen
1Dit is de geschiedenis van Ezau, dat is Edom.
וְאֵ֛לֶּה
(veele)
en dit
תֹּלְד֥וֹת
(toledot)
geschiedenis van
עֵשָׂ֖ו
(esav)
Ezau
ה֥וּא
(hu)
hij
אֱדֽוֹם
(edom)
Edom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Ezau nam zijn vrouwen uit de dochters van Kanaän: Ada, de dochter van Elon, de Hetiet, en Oholibama, de dochter van Ana, de kleindochter van Sibeon, de Chiviet,
עֵשָׂ֛ו
(esav)
Ezau
לָקַ֥ח
(laqach)
hij nam
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָשָׁ֖יו
(nashav)
zijn vrouwen
מִבְּנ֣וֹת
(mibenot)
van de dochters van
כְּנָ֑עַן
(kenaan)
Kanaän
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עָדָ֗ה
(ada)
Ada
בַּת
(bat)
dochter van
אֵילוֹן֙
(eilon)
Elon
הַֽחִתִּ֔י
(hachiti)
de Hetiet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
אָהֳלִֽיבָמָה֙
(aholivama)
Oholibama
בַּת
(bat)
dochter van
עֲנָ֔ה
(ana)
Ana
בַּת
(bat)
dochter van
צִבְע֖וֹן
(tsivon)
Sibeon
הַֽחִוִּֽי
(hachivi)
de Chiviet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ואת אהליבמה בת ענה בת צבעון החוי (ve’et Oholivamah bat Anah bat Tsiv’on haChivi), ‘Oholibama, de dochter van Ana, de kleindochter van Sibeon, de Chiviet’: Ana is volgens vers 24 en 25 een zoon van Sibeon; ‘dochter van Sibeon’ is dus ‘kleindochter’.
Sibeon heet in vers 20 en 29 een Choriet.
De vrouwen van Ezau heten hier anders dan in 26:34 en 28:9: Ada, Oholibama en Basemat, tegenover Jehudit, Basemat en Machalat.
5Oholibama baarde Jeüs, Jaëlam en Korach. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem in het land Kanaän geboren zijn.
וְאָהֳלִֽיבָמָה֙
(veaholivama)
en Oholibama
יָֽלְדָ֔ה
(yaleda)
ze baarde
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
יעיש
(ye'ush)
Jeïsj (geschreven)
יְע֥וּשׁ
(yeush)
Jeüs
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
יַעְלָ֖ם
(yalam)
Jaëlam
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
קֹ֑רַח
(qorach)
Korach
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יֻלְּדוּ
(yuledu)
ze werden geboren
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land
כְּנָֽעַן
(kenaan)
Kanaän
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
Hier is de gelezen vorm gevolgd.
Lezing
Lezing: het geschreven woord is יעיש (Ye’ish), ‘Jeïsj’; de Masoreten laten het lezen als יעושׁ (Ye’ush), ‘Jeüs’.
Aanvullend
Jasher 36:22 noemt Ezau’s eerste zonen en zijn drie zonen bij Oholibama.
6Ezau nam zijn vrouwen, zijn zonen en zijn dochters, alle personen van zijn huis, zijn kudden, al zijn dieren en al zijn bezit dat hij in het land Kanaän had verworven. Hij ging naar een ander land, weg van zijn broer Jakob.
וַיִּקַּ֣ח
(vayiqach)
en hij nam
עֵשָׂ֡ו
(esav)
Ezau
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָ֠שָׁיו
(nashav)
zijn vrouwen
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
בָּנָ֣יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
בְּנֹתָיו֮
(benotav)
zijn dochters
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
alle
נַפְשׁ֣וֹת
(nafshot)
zielen van
בֵּיתוֹ֒
(beito)
zijn huis
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
מִקְנֵ֣הוּ
(miqnehu)
zijn vee
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
alle
בְּהֶמְתּ֗וֹ
(behemto)
zijn dieren
וְאֵת֙
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כָּל
(kal)
alle
קִנְיָנ֔וֹ
(qinyano)
zijn bezit
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
רָכַ֖שׁ
(rakhash)
hij had verworven
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
כְּנָ֑עַן
(kenaan)
Kanaän
וַיֵּ֣לֶךְ
(vayelekh)
en hij ging
אֶל
(el)
naar
אֶ֔רֶץ
(erets)
land
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
voor het gezicht van
יַעֲקֹ֥ב
(yaaqov)
Jakob
אָחִֽיו
(achiv)
zijn broer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
וילך אל ארץ מפני (vayelekh el erets mipnei), ‘ging naar een land, weg van’: het land wordt niet genoemd; vers 8 noemt Seïr.
Aanvullend
Jasher 36:20 zegt dat Ezau met zijn zonen naar het land Seïr trok.
Jubileeën 29:18 zegt dat Ezau al naar het gebergte Seïr was gegaan toen Jakob naar Mesopotamië vertrok.
15Dit zijn de stamhoofden van de zonen van Ezau. De zonen van Elifaz, de eerstgeborene van Ezau: stamhoofd Teman, stamhoofd Omar, stamhoofd Zefo, stamhoofd Kenaz,
אֵ֖לֶּה
(ele)
dit
אַלּוּפֵ֣י
(alufei)
stamhoofden van
בְנֵֽי
(benei)
zonen van
עֵשָׂ֑ו
(esav)
Ezau
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
אֱלִיפַז֙
(elifaz)
Elifaz
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
אַלּ֤וּף
(aluf)
stamhoofd
תֵּימָן֙
(teiman)
Teman
אַלּ֣וּף
(aluf)
stamhoofd
אוֹמָ֔ר
(omar)
Omar
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
צְפ֖וֹ
(tsefo)
Zefo
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
קְנַֽז
(qenaz)
Kenaz
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Dit zijn de zonen van Reüel, de zoon van Ezau: stamhoofd Nachat, stamhoofd Zerach, stamhoofd Samma, stamhoofd Missa. Dit zijn de stamhoofden van Reüel in het land Edom. Dit zijn de zonen van Basemat, de vrouw van Ezau.
וְאֵ֗לֶּה
(veele)
en dit
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
רְעוּאֵל֙
(reuel)
Reüel
בֶּן
(ben)
zoon van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
נַ֨חַת֙
(nachat)
Nachat
אַלּ֣וּף
(aluf)
stamhoofd
זֶ֔רַח
(zerach)
Zerach
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
שַׁמָּ֖ה
(shama)
Samma
אַלּ֣וּף
(aluf)
stamhoofd
מִזָּ֑ה
(miza)
Missa
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit
אַלּוּפֵ֤י
(alufei)
stamhoofden van
רְעוּאֵל֙
(reuel)
Reüel
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
אֱד֔וֹם
(edom)
Edom
אֵ֕לֶּה
(ele)
dit
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
בָשְׂמַ֖ת
(basemat)
Basemat
אֵ֥שֶׁת
(eshet)
vrouw van
עֵשָֽׂו
(esav)
Ezau
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
18Dit zijn de zonen van Oholibama, de vrouw van Ezau: stamhoofd Jeüs, stamhoofd Jaëlam, stamhoofd Korach. Dit zijn de stamhoofden van Oholibama, de dochter van Ana, de vrouw van Ezau.
וְאֵ֗לֶּה
(veele)
en dit
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
אָהֳלִֽיבָמָה֙
(aholivama)
Oholibama
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
vrouw van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
יְע֛וּשׁ
(yeush)
Jeüs
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
יַעְלָ֖ם
(yalam)
Jaëlam
אַלּ֣וּף
(aluf)
stamhoofd
קֹ֑רַח
(qorach)
Korach
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit
אַלּוּפֵ֞י
(alufei)
stamhoofden van
אָֽהֳלִיבָמָ֛ה
(aholivama)
Oholibama
בַּת
(bat)
dochter van
עֲנָ֖ה
(ana)
Ana
אֵ֥שֶׁת
(eshet)
vrouw van
עֵשָֽׂו
(esav)
Ezau
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Dit zijn de koningen die in het land Edom regeerden, voordat een koning regeerde over de Israëlieten.
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit
הַמְּלָכִ֔ים
(hamelakhim)
de koningen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מָלְכ֖וּ
(malekhu)
ze regeerden
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
אֱד֑וֹם
(edom)
Edom
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voordat
מְלָךְ
(melakh)
regeerde
מֶ֖לֶךְ
(melekh)
een koning
לִבְנֵ֥י
(livnei)
over de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
לפני מלך מלך לבני ישׂראל (lifnei melekh melekh livnei Yisra’el), ‘voordat een koning regeerde over de Israëlieten’: de woorden wijzen op een tijd waarin Israël al koningen had; de lijst is dus later opgesteld of aangevuld.
39Baäl-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats. De naam van zijn stad was Pau, en de naam van zijn vrouw was Mehetabel, de dochter van Matred, de dochter van Me-Zahab.
וַיָּמָת֮
(vayamat)
en hij stierf
בַּ֣עַל
(baal)
Baäl
חָנָ֣ן
(chanan)
Hanan
בֶּן
(ben)
zoon van
עַכְבּוֹר֒
(akhbor)
Achbor
וַיִּמְלֹ֤ךְ
(vayimlokh)
en hij regeerde
תַּחְתָּיו֙
(tachtav)
in zijn plaats
הֲדַ֔ר
(hadar)
Hadar
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en naam van
עִיר֖וֹ
(iro)
zijn stad
פָּ֑עוּ
(pau)
Pau
וְשֵׁ֨ם
(veshem)
en naam van
אִשְׁתּ֤וֹ
(ishto)
zijn vrouw
מְהֵֽיטַבְאֵל֙
(meheitavel)
Mehetabel
בַּת
(bat)
dochter van
מַטְרֵ֔ד
(matred)
Matred
בַּ֖ת
(bat)
dochter van
מֵ֥י
(mei)
water van
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40Dit zijn de namen van de stamhoofden van Ezau, volgens hun families, hun woonplaatsen en hun namen: stamhoofd Timna, stamhoofd Alwa, stamhoofd Jetet,
וְ֠אֵלֶּה
(veele)
en dit
שְׁמ֞וֹת
(shemot)
namen van
אַלּוּפֵ֤י
(alufei)
stamhoofden van
עֵשָׂו֙
(esav)
Ezau
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
volgens hun families
לִמְקֹמֹתָ֖ם
(limqomotam)
volgens hun woonplaatsen
בִּשְׁמֹתָ֑ם
(bishmotam)
bij hun namen
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
תִּמְנָ֛ע
(timna)
Timna
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
עַֽלְוָ֖ה
(alva)
Alwa
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
יְתֵֽת
(yetet)
Jetet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
43stamhoofd Magdiël, stamhoofd Iram. Dit zijn de stamhoofden van Edom, volgens hun woonplaatsen in het land van hun bezit. Dat is Ezau, de vader van Edom.
אַלּ֥וּף
(aluf)
stamhoofd
מַגְדִּיאֵ֖ל
(magdiel)
Magdiël
אַלּ֣וּף
(aluf)
stamhoofd
עִירָ֑ם
(iram)
Iram
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit
אַלּוּפֵ֣י
(alufei)
stamhoofden van
אֱד֗וֹם
(edom)
Edom
לְמֹֽשְׁבֹתָם֙
(lemoshevotam)
volgens hun woonplaatsen
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
אֲחֻזָּתָ֔ם
(achuzatam)
van hun bezit
ה֥וּא
(hu)
hij
עֵשָׂ֖ו
(esav)
Ezau
אֲבִ֥י
(avi)
vader van
אֱדֽוֹם
(edom)
Edom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בארץ אחזתם (be’erets achuzatam), ‘in het land van hun bezit’.
הוא עשׂו אבי אדום (hu Esav avi Edom), ‘dat is Ezau, de vader van Edom’.