Noach en de wijn; Cham, Sem en Jafeth; Noachs geboden
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De wijnstokken van Noach
1En in de zevende jaarweek, in het eerste jaar ervan, in dit jubeljaar, plantte Noach wijnstokken bij de berg waarop de ark rustte, wiens naam Lubar is, een van de bergen van Ararat; en hij bracht vrucht voort in het vierde jaar, en hij bewaarde zijn vrucht en plukte haar in dat jaar, in de zevende maand.
ወበሱባዔ
(wäbäsubae)
en in de jaarweek
ሳብዕ
(sab)
zevende
በቀዳሚ
(bäqädami)
in het eerste
ዓመቱ
(amätu)
jaar ervan
ሎቱ
(lotu)
ervan
በዝ
(bäz)
in dit
ኢዮቤልዉ
(iyobelwu)
jubeljaar
ተከለ
(täkälä)
plantte
ኖኅ
(nokh)
Noach
ወይነ
(wäynä)
wijnstokken
ኀበ
(khäbä)
waar
ደብር
(däbr)
de berg
እንተ
(entä)
die
ዲቤሁ
(dibehu)
waarop
አዕረፈት
(äräfät)
rustte
ታቦት
(tabot)
de ark
ዘስሙ
(zäsmu)
wiens naam
ሉባር
(lubar)
Lubar
እምአድባረ
(emädbarä)
van de bergen van
አራራት
(ärarat)
Ararat
ወገብረ
(wägäbrä)
en bracht voort
ፍሬ
(fere)
vrucht
በራብዕ
(bärab)
in het vierde
ዓመት
(amät)
jaar
ወዐቀበ
(wääqäbä)
en bewaarde
ፍሬሁ
(ferehu)
zijn vrucht
ወቀሰሞ
(wäqäsämo)
en plukte het
በውእቱ
(bäwtu)
in dat
ዓመት
(amät)
jaar
በወርኅ
(bäwärkh)
in de maand
ሳብዕ
(sab)
zevende
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 9:20, Lev. 19:23–25 en Jubileeën 5:28.
Zie Ararat: Ararat is Urartu, het bergland rond het Vanmeer in het oosten van het huidige Turkije.
2En hij maakte daaruit wijn en deed hem in een vat, en bewaarde hem tot het vijfde jaar, tot de eerste dag, bij de nieuwe maan van de eerste maand.
ወገብረ
(wägäbrä)
en maakte
እምውስቴቱ
(emwstetu)
daaruit
ወይነ
(wäynä)
wijn
ወወደዩ
(wäwädäyu)
en deed het
ውስተ
(westä)
in
ንዋይ
(neway)
een vat
ወዐቀቦ
(wääqäbo)
en bewaarde hem
እስከ
(eskä)
tot
ዓመት
(amät)
jaar
ኃምስቱ
(khamstu)
vijfde
እስከ
(eskä)
tot
ዕለት
(elät)
dag
ቀዳሚት
(qädamit)
eerste
በሠርቀ
(bäsärqä)
bij de nieuwe maan van
ወርኅ
(wärkh)
maand
ቀዳሚት
(qädamit)
eerste
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
3En hij vierde de dag van dit feest met vreugde.
ወገብረ
(wägäbrä)
en vierde
ዕለተ
(elätä)
de dag van
ዛቲ
(zati)
dit
በዓል
(bäal)
feest
በፍሥሐ
(bäfshä)
met vreugde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Num. 29:1–6.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij een brandoffer bracht van één jonge stier, één ram, zeven schapen van een jaar en een bokje, om verzoening te doen voor zichzelf en zijn zonen; dat staat niet in de Beta-tekst.
4En hij bereidde eerst het bokje en legde van zijn bloed op het vlees van het altaar dat hij gemaakt had, en al het vet liet hij opgaan op het altaar, waar hij het brandoffer bracht, en het rund en de ram en de schapen.
ወገብረ
(wägäbrä)
en bereidde
ማሕስአ
(mahsä)
het bokje
ቅድመ
(qedmä)
eerst
ወአንበረ
(wäänbärä)
en legde
እምነ
(emnä)
van
ደሙ
(dämu)
zijn bloed
ዲበ
(dibä)
op
ሥጋ
(sega)
vlees
ዘምሥዋዕ
(zämswa)
van het altaar
ዘገብረ
(zägäbrä)
dat hij gemaakt had
ወኵሎ
(wäkwlo)
en al
ስብሐ
(sebhä)
zijn vet
አዕረገ
(ärägä)
liet opgaan
ውስተ
(westä)
in
ምሥዋዕ
(meswa)
het altaar
ዘኀበ
(zäkhäbä)
waar
ገብረ
(gäbrä)
bracht hij
ጽንሐሐ
(tsenhähä)
brandoffer
ወላህመ
(wälahmä)
en het rund
ወበሐኰ
(wäbähäkwä)
en de ram
ወአባግዐ
(wääbagä)
en de schapen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘en hij legde al hun vlees op het altaar’; dat staat niet in de Beta-tekst.
5En hij legde al hun offers, gemengd met olie, daarop, en daarna goot hij wijn in het vuur dat op het altaar was dat hij tevoren gemaakt had, en hij legde reukwerk op het altaar en liet een goede geur opgaan die welgevallig is voor Yahweh, zijn Elohim.
ወአንበረ
(wäänbärä)
en legde
ኵሎ
(kwlo)
alle
መሥዋዕቶሙ
(mäswatomu)
hun offers
ልዉሰ
(lewusä)
gemengd
በቅብእ
(bäqb)
met olie
ላዕሌሁ
(lalehu)
daarop
ወእምዝ
(wämz)
en daarna
ነዝኀ
(näzkhä)
goot
ወይነ
(wäynä)
wijn
ውስተ
(westä)
in
እሳት
(esat)
vuur
ዘዲበ
(zädibä)
die op
ምሥዋዕ
(meswa)
het altaar
አቅደመ
(äqdämä)
tevoren gemaakt
ወአንበረ
(wäänbärä)
en legde
ስሒነ
(sehinä)
reukwerk
ዲበ
(dibä)
op
ምሥዋዕ
(meswa)
het altaar
ወአዕረገ
(wäärägä)
en liet opgaan
መዓዛ
(mäaza)
geur
ሠናየ
(sänayä)
goede
ዘይሠምር
(zäysämr)
dat welgevallig is
ቅድመ
(qedmä)
voor
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
አምላኩ
(ämlaku)
zijn Elohim
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ስሒነ (‘reukwerk’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) vertaalt ‘wierook’.
6En hij verheugde zich en dronk van deze wijn, hij en zijn zonen, in vreugde.
ወተፈሥሐ
(wätäfäshä)
en verheugde zich
ወሰትየ
(wäsätyä)
en dronk
እምዝ
(emz)
van deze
ወይን
(wäyn)
wijn
ውእቱ
(wetu)
hij
ወውሉዱ
(wäwludu)
en zijn zonen
በፍሥሓ
(bäfsha)
in vreugde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
7En het werd avond, en hij ging in zijn tent, en lag dronken neer en sliep, en werd ontbloot in zijn tent terwijl hij sliep.
ወኮነ
(wäkonä)
en het werd
ምሴተ
(mesetä)
avond
ወቦአ
(wäboä)
en kwam binnen
ውስተ
(westä)
in
ሰቀላሁ
(säqälahu)
zijn tent
ወሰከበ
(wäsäkäbä)
en lag neer
ስኩሩ
(sekuru)
dronken
ወኖመ
(wänomä)
en sliep
ወተከሥተ
(wätäkästä)
en werd ontbloot
በውስተ
(bäwstä)
in
ሰቀላሁ
(säqälahu)
zijn tent
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይነውም
(yenäwm)
sliep
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 9:22.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Cham naar buiten ging en het zijn twee broers buiten vertelde; dat staat niet in de Beta-tekst.
9En Sem nam een kleed en stond op, hij en Jafeth, en zij legden het kleed op hun schouders, en hun aangezicht was achterwaarts, en zij bedekten de schaamte van hun vader, en hun aangezicht was achterwaarts.
ወነሥአ
(wänäsä)
en nam
ሴም
(sem)
Sem
ልብሰ
(lebsä)
een kleed
ወተንሥአ
(wätänsä)
en stond op
ውእቱ
(wetu)
hij
ወያፌት
(wäyafet)
en Jafeth
ወአንበሩ
(wäänbäru)
en zij legden
ልብሰ
(lebsä)
het kleed
ዲበ
(dibä)
op
መታክፍቲሆሙ
(mätakftihomu)
hun schouders
ወገጾሙ
(wägätsomu)
en hun aangezicht
ድኅሪተ
(dekhritä)
achterwaarts
ወከደኑ
(wäkädänu)
en bedekten
ኃፍረተ
(khafrätä)
de schaamte van
አቡሆሙ
(äbuhomu)
hun vader
ወገጾሙ
(wägätsomu)
en hun aangezicht
ድኅሪተ
(dekhritä)
achterwaarts
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 9:23.
Lezing
ወገጾሙ ድኅሪተ (‘en hun aangezicht was achterwaarts’): deze woorden staan in de Beta-tekst twee keer.
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘en zij gingen achterwaarts’ en daarna één keer ‘en hun aangezicht was achterwaarts’.
10En Noach werd wakker uit zijn slaap en wist alles wat zijn jongste zoon hem had aangedaan, en hij vervloekte zijn zoon en zei: Vervloekt is Kanaän. Een onderworpen knecht zal hij zijn voor zijn broers.
ወነቅሀ
(wänäqhä)
en werd wakker
ኖኅ
(nokh)
Noach
እምንዋሙ
(emnwamu)
uit zijn slaap
ወአእመረ
(wäämärä)
en wist
ኵሎ
(kwlo)
alles
ዘገብረ
(zägäbrä)
wat gedaan was
ላዕሌሁ
(lalehu)
hem
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
ዘይንእስ
(zäyns)
de jongste
ወረገሞ
(wärägämo)
en hij vervloekte hem
ለወልዱ
(läwäldu)
zijn zoon
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ርጉም
(regum)
vervloekt
ከናአን
(känaän)
Kanaän
ቅኑየ
(qenuyä)
onderworpen
ገብረ
(gäbrä)
knecht
ይኩን
(yekun)
zij hij
ለአኃዊሁ
(lääkhawihu)
voor zijn broers
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
11En hij zegende Sem en zei: Gezegend zij Yahweh, de Elohim van Sem.
ወባረኮ
(wäbaräko)
en hij zegende hem
ለሴም
(läsem)
Sem
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ይትባረክ
(yetbaräk)
gezegend zij
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
አምላኩ
(ämlaku)
zijn Elohim
ለሴም
(läsem)
van Sem
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 9:26.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘en Kanaän zal zijn knecht zijn’; in de Beta-tekst staat dat alleen in vers 12.
12Moge Yahweh Jafeth ruimte geven, en moge Yahweh wonen in de woning van Sem, en moge Kanaän hun knecht zijn.
ያስፍሕ
(yasfh)
geve ruimte
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ለያፌት
(läyafet)
aan Jafeth
ወይኅድር
(wäykhdr)
en wone
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ውስተ
(westä)
in
ማኅደረ
(makhdärä)
woning van
ሴም
(sem)
Sem
ወይኩን
(wäykun)
en zij
ከናአን
(känaän)
Kanaän
ገብሮሙ
(gäbromu)
hun knecht
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 9:27.
Uitleg
ገብሮሙ (‘hun knecht’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) vertaalt ‘zijn knecht’.
13En Cham wist dat zijn vader zijn jongste zoon had vervloekt, en het mishaagde hem dat hij zijn zoon had vervloekt.
ወአእመረ
(wäämärä)
en wist
ካም
(kam)
Cham
ከመ
(kämä)
dat
ረገሞ
(rägämo)
vervloekte hem
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ለወልዱ
(läwäldu)
zijn zoon
ዘይንእስ
(zäyns)
de jongste
ወሕሡም
(wähsum)
en het mishaagde
ሎቱ
(lotu)
hem
እስመ
(esmä)
omdat
ረገሞ
(rägämo)
vervloekte hem
ለወልዱ
(läwäldu)
zijn zoon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 10:6.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Cham zich van zijn vader afscheidde, hij en zijn zonen met hem: Kush en Misraïm en Put en Kanaän; dat staat niet in de Beta-tekst.
14En ook hij bouwde voor zich een stad en noemde haar naam naar de naam van zijn vrouw: Neëlatamaoek.
ወሐነጸ
(wähänätsä)
en bouwde
ሎቱ
(lotu)
voor zich
ውእቱሂ
(wetuhi)
ook hij
ሀገረ
(hägärä)
een stad
ወጸውዐ
(wätsäwä)
en noemde
ስማ
(sema)
haar naam
በስመ
(bäsmä)
in de naam
ብእሲቱ
(besitu)
zijn vrouw
ኔኤላተማኡክ
(neelatämauk)
Neëlatamaoek
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ኔኤላተማኡክ (‘Neëlatamaoek’): de stad van Cham, genoemd naar zijn vrouw.
In vers 17 staat de naam anders gespeld, ናኤልታ ማኡክ.
15En Jafeth zag het en werd naijverig op zijn broer.
ወርእየ
(wäryä)
en zag
ያፌት
(yafet)
Jafeth
ወቀንአ
(wäqänä)
en werd naijverig
ለእኁሁ
(läkhuhu)
op zijn broer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat ook Jafeth voor zich een stad bouwde en die naar zijn vrouw Adatanesës noemde; dat staat niet in de Beta-tekst, al noemt vers 17 die stad wel.
16En Sem woonde bij zijn vader Noach en bouwde een stad naast zijn vader, bij de berg, en ook hij noemde haar naam naar de naam van zijn vrouw: Sedeqatelbab.
ወሴምሰ
(wäsemsä)
en Sem
ነበረ
(näbärä)
woonde
ምስለ
(meslä)
met
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ኖኅ
(nokh)
Noach
ወሐነጸ
(wähänätsä)
en bouwde
ሀገረ
(hägärä)
een stad
በእደ
(bädä)
aan de hand van
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ኀበ
(khäbä)
waar
ደብር
(däbr)
de berg
ወጸውዐ
(wätsäwä)
en noemde
ስማ
(sema)
haar naam
ውእቱሂ
(wetuhi)
ook hij
በስመ
(bäsmä)
in de naam
ብእሲቱ
(besitu)
zijn vrouw
ሴዴቃቴልባብ
(sedeqatelbab)
Sedeqatelbab
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ሴዴቃቴልባብ (‘Sedeqatelbab’): volgens Charles (Engelse vertaling uit 1917) betekent de naam ‘gerechtigheid van het hart’. በእደ አቡሁ (‘aan de hand van zijn vader’): wij vertalen ‘naast zijn vader’, zoals Charles ‘dicht bij zijn vader’.
17Zie, deze drie steden liggen dicht bij de berg Lubar: Sedeqatelbab vóór het aangezicht van de berg, aan de oostkant ervan, en Neëlatamaoek aan de zuidkant, Adatanesës naar de zee toe.
ናሁ
(nahu)
zie
አህጉር
(ähgur)
steden
እላንቱ
(elantu)
dezen
ሠላስ
(sälas)
drie
ቅሩበ
(qerubä)
dicht bij
ሉባር
(lubar)
Lubar
ደብር
(däbr)
de berg
ሴዴቃቴልባብ
(sedeqatelbab)
Sedeqatelbab
ቅድመ
(qedmä)
voor
ገጸ
(gätsä)
het aangezicht van
ደብር
(däbr)
de berg
በጽባሒሁ
(bätsbahihu)
aan zijn oostzijde
ወናኤልታ
(wänaelta)
en Neëlata-
ማኡክ
(mauk)
maoek
ገጸ
(gätsä)
de kant van
ሰሜኑ
(sämenu)
zijn zuiden
አዳተኔሴስ
(ädatäneses)
Adatanesës
መንገለ
(mängälä)
naar
ባሕር
(bahr)
de zee
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie 5:28.
Uitleg
ገጸ ሰሜኑ (‘zijn zuidkant’): in Jubileeën betekent ሰሜን ‘zuiden’ en ደቡብ ‘noorden’, zoals Charles (Engelse vertaling uit 1917) het vertaalt; dat wijkt af van de gewone betekenis (ሰሜን ‘noorden’, ደቡብ ‘zuiden’, zoals in Henoch 77).
Zie 8:13 en 8:22.
De zonen van Sem en Jafeth
18En dit zijn de zonen van Sem: Elam en Assur en Arpachsad.
ወእሉ
(wälu)
en dezen
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
ሴም
(sem)
Sem
ኤላም
(elam)
Elam
ወአሱር
(wääsur)
en Assur
ወአርፋክስድ
(wäärfaksd)
en Arpachsad
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 10:22.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘(deze zoon werd twee jaar na de zondvloed geboren) en Lud en Aram’; dat staat niet in de Beta-tekst.
19De zonen van Jafeth: Gomer en Magog en Madai en Javan en Tubal, Mesech en Tiras. Dit zijn de zonen van Noach.
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
ያፌት
(yafet)
Jafeth
ጎሜር
(gomer)
Gomer
ወማጉግ
(wämagug)
en Magog
ወማዳይ
(wämaday)
en Madai
ወኢዩአያቶቤል
(wäiyuäyatobel)
en Javan en Tubal
ምስክ
(mesk)
Mesech
ወቲራስ
(wätiras)
en Tiras
እሉ
(elu)
deze
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
ኖኅ
(nokh)
Noach
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 10:2.
Uitleg
ወኢዩአያቶቤል (‘en Javan en Tubal’): in de Beta-tekst één woord; het lijkt samengesteld uit Javan en Tubal, zoals Charles (Engelse vertaling uit 1917) het weergeeft.
20En in het achtentwintigste jubeljaar begon Noach de zonen van zijn zonen voorschriften en geboden te geven, alles wat hij van recht wist, en hij getuigde tegen zijn zonen dat zij gerechtigheid zouden doen en de schaamte van hun vlees zouden bedekken en Hem zouden zegenen die hen geschapen heeft, en vader en moeder zouden eren, en ieder zijn naaste zouden liefhebben, en hun zielen zouden bewaren voor hoererij en onreinheid en alle onrecht.
ወበዕሥራ
(wäbäsra)
en in de twintig
ወሰማኒቱ
(wäsämanitu)
en acht
ኢዮቤልዉሳት
(iyobelwusat)
jubeljaren
አኀዘ
(äkhäzä)
begon
ኖኅ
(nokh)
Noach
የአዝዝ
(yääzz)
te gebieden
ለውሉደ
(läwludä)
aan de kinderen van
ውሉዱ
(weludu)
zijn zonen
ሥርዓተ
(seratä)
voorschrift
ወትእዛዛተ
(wätzazatä)
en geboden
ኵሎ
(kwlo)
alle
ዘያአምር
(zäyaämr)
wat hij wist
ፍትሐ
(fethä)
recht
ወአስምዐ
(wääsmä)
en getuigde
ላዕለ
(lalä)
tegen
ውሉዱ
(weludu)
zijn zonen
ከመ
(kämä)
opdat
ይግበሩ
(yegbäru)
zij zouden doen
ጽድቀ
(tsedqä)
gerechtigheid
ወከመ
(wäkämä)
en opdat
ይክድኑ
(yekdnu)
zij zouden bedekken
ኃፍረተ
(khafrätä)
de schaamte van
ሥጋሆሙ
(segahomu)
hun vlees
ወከመ
(wäkämä)
en opdat
ይባርክዎ
(yebarkwo)
zij Hem zouden zegenen
ለዘ
(läzä)
Hem die
ፈጠሮሙ
(fätäromu)
hen geschapen heeft
ወያክብሩ
(wäyakbru)
en zouden eren
አበ
(äbä)
vader
ወእመ
(wämä)
en moeder
ወያፍቅሩ
(wäyafqru)
en zouden liefhebben
አሐዱ
(ähädu)
één
አሐዱ
(ähädu)
één
ቢጾ
(bitso)
zijn naaste
ወይዕቀቡ
(wäyqäbu)
en zouden bewaren
ነፍሶሙ
(näfsomu)
hun zielen
እምዝሙት
(emzmut)
van hoererij
ወትኵስ
(wätkws)
en onreinheid
ወእምኵሉ
(wämkwlu)
en in al
ዐመፃ
(ämätsa)
onrecht
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Volgens Charles (Engelse vertaling uit 1917) is vanaf hier tot het einde van het hoofdstuk een fragment van het verloren Boek van Noach opgenomen.
21Want om deze drie dingen kwam de zondvloed over de aarde: om de hoererij waarmee de Wachters, tegen het gebod van hun oordeel, achter de dochters van de mensen aan hoereerden en zich vrouwen namen van allen die zij uitkozen, en zij maakten een begin van onreinheid.
እስመ
(esmä)
omdat
በእንተ
(bäntä)
om
ዝንቱ
(zentu)
deze
ሠለስቱ
(sälästu)
drie
ኮነ
(konä)
kwam
አይኅ
(äykh)
de zondvloed
ላዕለ
(lalä)
over
ምድር
(medr)
de aarde
እስመ
(esmä)
omdat
በእንተ
(bäntä)
om
ዝሙት
(zemut)
hoererij
ዘዘመዉ
(zäzämäwu)
waarmee zij hoereerden
ትጉሃን
(teguhan)
de Wachters
እምትእዛዘ
(emtzazä)
tegen het gebod van
ኵነኔሆሙ
(kwnänehomu)
hun oordeel
በድኅረ
(bädkhrä)
achter
አዋልደ
(äwaldä)
de dochters van
ሰብእ
(säb)
de mens
ወነሥኡ
(wänäsu)
en zij namen
ሎሙ
(lomu)
voor hen
አንስተ
(änstä)
vrouwen
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
እለ
(elä)
die
ኀረዩ
(khäräyu)
zij uitkozen
ገብሩ
(gäbru)
zij maakten
መቅድመ
(mäqdmä)
een begin van
ርኵስ
(rekws)
onreinheid
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 6:2 en Henoch 7:1.
Uitleg
ሠለስቱ (‘drie’): de drie dingen zijn hoererij, onreinheid en alle onrecht, uit vers 20.
22En zij baarden zonen, de Nafidim, en zij waren allen elkaar niet gelijk.
ወወለዱ
(wäwälädu)
en zij baarden
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
ናፊዲም
(nafidim)
Nafidim
ወኵሎሙ
(wäkwlomu)
en alle
ኢይትማሰሉ
(iytmasälu)
waren niet gelijk
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 6:4.
Uitleg
ናፊዲም (‘Nafidim’): volgens Charles (Engelse vertaling uit 1917) de Nefilim.
Lezing
Charles heeft hierna nog dat zij elkaar verslonden: de reuzen doodden de Nafil, de Nafil de Eljo, de Eljo de mensen, en de ene mens de andere; dat staat niet in de Beta-tekst.
Charles noemt de tekst van de zin hierboven waarschijnlijk bedorven.
23En ieder verkocht zich om onrecht te doen en onschuldig bloed te vergieten, en de aarde werd vervuld met onrecht.
ወኵሉ
(wäkwlu)
en ieder
ተሠይጠ
(täsäytä)
verkocht zich
ይግበር
(yegbär)
om te doen
ዐመፃ
(ämätsa)
onrecht
ወከመ
(wäkämä)
en om
ይክዐው
(yekäw)
te vergieten
ደመ
(dämä)
bloed
ንጹሐ
(netsuhä)
onschuldig
ወመልአት
(wämälät)
en werd vervuld
ምድር
(medr)
de aarde
ዐመፃ
(ämätsa)
onrecht
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
ንጹሐ (‘onschuldig’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘veel bloed’.
24En na dezen: allen, de wilde dieren en vogels en wat zich beweegt en wat rondgaat op de aarde.
ወእምድኅረ
(wämdkhrä)
en na
እሉ
(elu)
dezen
ኵሎሙ
(kwlomu)
allen
አራዊት
(ärawit)
wilde dieren
ወአዕዋፍ
(wääwaf)
en vogels
ወዘይትሐወስ
(wäzäythäwäs)
en van wat beweegt
ወዘያንሶሱ
(wäzäyansosu)
en van wat rondgaat
ዲበ
(dibä)
op
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 6:5.
Lezing
De zin heeft in de Beta-tekst geen werkwoord.
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘en daarna zondigden zij tegen de dieren en vogels en alles wat zich beweegt en gaat op de aarde; en er werd veel bloed vergoten op de aarde, en elke inbeelding en begeerte van de mensen bedacht voortdurend ijdelheid en kwaad’.
25En Yahweh verdelgde alles van het aangezicht van de aarde vanwege hun werken en vanwege het bloed te midden van de aarde.
ወደምሰሰ
(wädämsäsä)
en Hij verdelgde
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ኵሎ
(kwlo)
alle
እምገጸ
(emgätsä)
van het aangezicht van
ምድር
(medr)
de aarde
በእንተ
(bäntä)
vanwege
ምግባሮሙ
(megbaromu)
hun werken
ወበእንተ
(wäbäntä)
en vanwege
ደም
(däm)
bloed
ማእከለ
(makälä)
te midden van
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
26En wij bleven over, ik en jullie, mijn kinderen, en alles wat met ons in de ark kwam.
ወተረፍነ
(wätäräfnä)
en wij bleven over
አነ
(änä)
ik
ወአንትሙ
(wääntmu)
en jullie
ደቂቅየ
(däqiqyä)
mijn kinderen
ወኵሉ
(wäkwlu)
en alles
ዘቦአ
(zäboä)
wat binnenkwam
ምስሌነ
(meslenä)
met ons
ውስተ
(westä)
in
ታቦት
(tabot)
de ark
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Volgens Charles (Engelse vertaling uit 1917) spreekt Noach hier en tot het einde van het hoofdstuk.
Lezing
Charles heeft hierna nog ‘en zie, ik zie jullie werken voor mij, dat jullie niet in gerechtigheid wandelen; op het pad van het verderf zijn jullie begonnen te lopen, en jullie scheiden je van elkaar en zijn naijverig op elkaar, en zo komt het dat jullie, mijn zonen, niet eendrachtig zijn, ieder met zijn broer’; dat staat niet in de Beta-tekst.
27Want ik zie, en zie, de demonen zijn begonnen jullie en jullie kinderen te verleiden.
እስመ
(esmä)
want
እሬኢ
(erei)
ik zie
አነ
(änä)
ik
ወናሁ
(wänahu)
en zie
አጋንንት
(ägannt)
demonen
አስሕቶ
(äshto)
te verleiden
ወጠኑ
(wätänu)
zijn begonnen
ላዕሌክሙ
(lalekmu)
jullie
ወላዕለ
(wälalä)
en jullie
ውሉድክሙ
(weludkmu)
jullie kinderen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie 10:1.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘en nu vrees ik voor jullie, dat jullie na mijn dood mensenbloed zullen vergieten op de aarde, en dat ook jullie van het aangezicht van de aarde verdelgd zullen worden’; dat staat niet in de Beta-tekst.
28Want ieder die mensenbloed vergiet en ieder die het bloed van ieder vlees eet, zullen allen van de aarde verdelgd worden.
እስመ
(esmä)
want
ኵሉ
(kwlu)
ieder
ዘይክዑ
(zäyku)
wie vergiet
ደመ
(dämä)
bloed
ሰብእ
(säb)
mens
ወኵሉ
(wäkwlu)
en ieder
ዘይበልዕ
(zäybäl)
wie eet
ደመ
(dämä)
bloed
ዘኵሉ
(zäkwlu)
van ieder
ዘሥጋ
(zäsga)
vlees
ይደመሰሱ
(yedämäsäsu)
zullen verdelgd worden
ኵሎሙ
(kwlomu)
allen
እምድር
(emdr)
van de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
29En er zal geen mens overblijven die bloed eet en die bloed vergiet op de aarde.
ወኢይተርፍ
(wäiytärf)
en er zal niet overblijven
ኵሉ
(kwlu)
enig
ሰብእ
(säb)
mens
ዘይበልዕ
(zäybäl)
wie eet
ደመ
(dämä)
bloed
ወዘይክዑ
(wäzäyku)
en wie vergiet
ደመ
(dämä)
bloed
ዲበ
(dibä)
op
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hem geen nageslacht of nakomelingen onder de hemel zullen overblijven, dat zij naar de Sjeol gaan en neerdalen naar de plaats van veroordeling, en dat zij door een gewelddadige dood in de duisternis van de diepte zullen worden weggenomen; dat staat niet in de Beta-tekst.
30Geen bloed zal gezien worden van al het bloed op jullie, dat er is in alle dagen dat jullie enig wild dier en vee en vliegend gedierte op de aarde slachten; en doe een weldaad voor jullie ziel door te bedekken wat op het aangezicht van de aarde vergoten wordt.
ኵሉ
(kwlu)
al het
ደም
(däm)
bloed
ኢያስተርኢ
(iyastäri)
zal niet gezien worden
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ደም
(däm)
bloed
ላዕሌክሙ
(lalekmu)
over jullie
ዘውእቱ
(zäwtu)
dat is
በኵሉ
(bäkwlu)
in al
መዋዕል
(mäwal)
dagen
ዘጠባሕክሙ
(zätäbahkmu)
dat jullie slachten
ኵሎ
(kwlo)
alle
አርዌ
(ärwe)
wild dier
ወእንስሳ
(wänssa)
en vee
ወዘይሰርር
(wäzäysärr)
en wat vliegt
ዲበ
(dibä)
op
ምድር
(medr)
de aarde
ወግበሩ
(wägbäru)
en doe
ምጽዋተ
(metswatä)
een weldaad
ላዕለ
(lalä)
voor
ነፍስክሙ
(näfskmu)
jullie ziel
በደፊኖቱ
(bädäfinotu)
door het te bedekken
ዘይትከዐው
(zäytkääw)
dat vergoten wordt
ዲበ
(dibä)
op
ገጸ
(gätsä)
het aangezicht van
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Lev. 17:13 en Ezech. 24:7.
Uitleg
ምጽዋተ (‘een weldaad’): letterlijk ‘aalmoes’; Charles (Engelse vertaling uit 1917) vertaalt ‘een goed werk’.
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘maar hoed jullie dat niemand bloed voor jullie eet: bedek het bloed, want zo is mij geboden jullie en jullie kinderen te getuigen, samen met al het vlees’; dat staat niet in de Beta-tekst.
32En eet de ziel niet met het vlees, opdat jullie bloed, dat van jullie zielen, niet gezocht wordt uit de hand van ieder vlees dat op de aarde vergiet.
ወኢትብልዕዋ
(wäitblwa)
en eet niet
ለነፍስ
(länäfs)
de ziel
ምስለ
(meslä)
met
ሥጋ
(sega)
vlees
ከመ
(kämä)
opdat
ኢይኩኑ
(iykunu)
zij niet zijn
ዘይትኀሠሡ
(zäytkhäsäsu)
gezocht worden
ደምክሙ
(dämkmu)
jullie bloed
ዘነፍስክሙ
(zänäfskmu)
dat van jullie zielen
እምእደ
(emdä)
uit de hand van
ኵሉ
(kwlu)
heel
ዘሥጋ
(zäsga)
van vlees
ዘይክዕው
(zäykw)
dat vergiet
ዲበ
(dibä)
op
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
33Want de aarde wordt niet gereinigd van het bloed dat op haar is vergoten, behalve door het bloed van wie het vergoot; zo wordt de aarde gereinigd in al haar geslachten.
እስመ
(esmä)
omdat
ምድር
(medr)
de aarde
ኢትነጽሕ
(itnätsh)
wordt niet gereinigd
እምነ
(emnä)
van
ደም
(däm)
bloed
እምዘ
(emzä)
nadat
ተክዕወ
(täkwä)
is uitgegoten
ላዕሌሃ
(laleha)
op haar
እስመ
(esmä)
omdat
በደመ
(bädämä)
door het bloed van
ዘከዐዎ
(zäkääwo)
wie het vergoot
ትነጽሕ
(tenätsh)
wordt gereinigd
ምድር
(medr)
de aarde
በኵሉ
(bäkwlu)
in al
ትዝምዳ
(tezmda)
haar geslachten
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
34En nu, mijn kinderen, luister: doe recht en gerechtigheid, opdat jullie in gerechtigheid geplant worden op het aangezicht van heel de aarde, en jullie eer verheven wordt voor mijn Elohim, die mij gered heeft van het water van de zondvloed.
ወይእዜሂ
(wäyzehi)
en nu
ውሉድየ
(weludyä)
mijn kinderen
ስምዑ
(semu)
hoort
ግበሩ
(gebäru)
doe
ፍትሐ
(fethä)
recht
ወጽድቀ
(wätsdqä)
en gerechtigheid
ከመ
(kämä)
opdat
ትተከሉ
(tetäkälu)
jullie geplant worden
በጽድቅ
(bätsdq)
in gerechtigheid
ውስተ
(westä)
in
ገጸ
(gätsä)
het aangezicht van
ኵሉ
(kwlu)
heel
ምድር
(medr)
de aarde
ወይትሌዐል
(wäytleäl)
en verheven wordt
ክብርክሙ
(kebrkmu)
jullie eer
በቅድመ
(bäqdmä)
voor het aangezicht van
አምላኪየ
(ämlakiyä)
mijn Elohim
ዘአድኀነኒ
(zäädkhänäni)
die mij redde
እምነ
(emnä)
van
ማየ
(mayä)
water
አይኅ
(äykh)
de zondvloed
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie 2 Petr. 2:5.
Uitleg
ትተከሉ በጽድቅ (‘geplant in gerechtigheid’): een beeld voor Israël als plant van gerechtigheid, Zie Henoch 10:16.
35En zie, jullie zullen gaan en voor jullie steden bouwen en daarin allerlei gewassen planten die op de aarde zijn.
ወናሁ
(wänahu)
en zie
አንትሙ
(äntmu)
jullie
ተሐውሩ
(tähäwru)
zullen gaan
ወተሐንጹ
(wätähäntsu)
en bouwt
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
አህጉረ
(ähgurä)
steden
ወትተክሉ
(wättäklu)
en jullie zullen planten
ውስቴቶን
(westeton)
daarin
ኵሎ
(kwlo)
allerlei
ተክለ
(täklä)
planten
ዘዲበ
(zädibä)
die op
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘en bovendien alle vruchtbomen’; dat staat niet in de Beta-tekst.
36Drie jaar lang zal zijn vrucht niet geplukt worden om ervan te eten, en in het vierde jaar wordt zijn vrucht geheiligd, en zij brengen eerstelingen op die welgevallig zijn voor Yahweh, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde.
ሠለስተ
(sälästä)
drie
ዓመተ
(amätä)
jaar
ይከውን
(yekäwn)
zal zijn
ፍሬሁ
(ferehu)
zijn vrucht
ዘኢይትቀሠም
(zäiytqäsäm)
dat niet geplukt wordt
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ለበሊዖቱ
(läbäliotu)
om het te eten
ወበዓመት
(wäbäamät)
en in het jaar
ራብዕ
(rab)
vierde
ይትቄደስ
(yetqedäs)
zal geheiligd worden
ፍሬሁ
(ferehu)
zijn vrucht
ወያዐርጉ
(wäyaärgu)
en zij brengen op
ቀዳሜ
(qädame)
eersteling van
ፍሬ
(fere)
vrucht
ዘይሠጠው
(zäysätäw)
dat welgevallig is
ቅድመ
(qedmä)
voor
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ልዑል
(leul)
de Allerhoogste
ፈጣሬ
(fätare)
de Schepper van
ሰማይ
(sämay)
hemel
ወምድር
(wämdr)
en aarde
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Lev. 19:23–25.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat zij in overvloed het eerste van de wijn en de olie als eerstelingen op het altaar van Yahweh moeten brengen, en dat wat overblijft door de dienaren van het huis van Yahweh voor het altaar gegeten moet worden; ook noemt hij de Allerhoogste ‘die hemel en aarde en alle dingen geschapen heeft’.
37En in het vijfde jaar: doe er afstand van, opdat jullie het loslaten in gerechtigheid en rechtschapenheid, en jullie zullen rechtvaardig zijn, en heel jullie aanplant zal voorspoedig zijn.
ወበዓመት
(wäbäamät)
en in het jaar
ኃምስ
(khams)
vijfde
ግበሩ
(gebäru)
doe
ኅድገቶ
(khedgäto)
zijn loslaten
ከመ
(kämä)
opdat
ትሕድግዎ
(tehdgwo)
jullie het loslaten
አንትሙ
(äntmu)
jullie
በጽድቅ
(bätsdq)
in gerechtigheid
ወበርትዕ
(wäbärt)
en in rechtschapenheid
ወትጸድቁ
(wättsädqu)
en jullie zullen rechtvaardig zijn
ወይረትዕ
(wäyrät)
en zal recht zijn
ኵሉ
(kwlu)
heel
ተክልክሙ
(täklkmu)
jullie aanplant
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ይረትዕ (‘zal recht zijn’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) vertaalt ‘zal voorspoedig zijn’.
Van Henoch tot Noach
38Want zo gebood Henoch, de vader van jullie vader, aan Metuselach, zijn zoon, en Metuselach aan Lemech, zijn zoon, en Lemech gebood mij alles wat zijn vaders hem geboden hadden.
እስመ
(esmä)
omdat
ከመዝ
(kämäz)
zo
አዘዘ
(äzäzä)
gebood
ሄኖክ
(henok)
Henoch
አቡሁ
(äbuhu)
de vader
ለአቡክሙ
(lääbukmu)
van jullie vader
ለማቱሳላ
(lämatusala)
aan Metuselach
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
ወማቱሳላ
(wämatusala)
en Metuselach
ለላሜክ
(lälamek)
aan Lemech
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
ወላሜክ
(wälamek)
en Lemech
አዘዘኒ
(äzäzäni)
gebood mij
ኵሎ
(kwlo)
alle
ዘአዘዝዎ
(zääzäzwo)
wat zij hem geboden
አበዊሁ
(äbäwihu)
zijn vaders
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ሄኖክ አቡሁ ለአቡክሙ (‘Henoch, de vader van jullie vader’): ‘vader’ staat hier voor voorvader; Henoch is de overgrootvader van Noach.
39En ook ik gebied jullie, mijn kinderen, zoals Henoch zijn zoon gebood in de eerste jubeljaren; terwijl hij nog leefde, in zijn zevende geslacht, gebood hij en getuigde hij tot zijn zoon en tot de zonen van zijn zoon tot de dag van zijn dood.
ወአነሂ
(wäänähi)
en ook ik
እኤዝዘክሙ
(eezzäkmu)
gebied ik jullie
ውሉድየ
(weludyä)
mijn kinderen
በከመ
(bäkämä)
zoals
አዘዞ
(äzäzo)
gebood hem
ሄኖክ
(henok)
Henoch
ለወልዱ
(läwäldu)
aan zijn zoon
በቀዳሚ
(bäqädami)
in de eerste
ኢዮቤልዉሳት
(iyobelwusat)
jubeljaren
እንዘ
(enzä)
terwijl
ሕያው
(heyaw)
levend
ውእቱ
(wetu)
hij
ውስተ
(westä)
in
ትዝምዱ
(tezmdu)
zijn geslacht
ሳብዕ
(sab)
zevende
አዘዘ
(äzäzä)
gebood
ወአስምዐ
(wääsmä)
en getuigde
ለውሉዱ
(läwludu)
aan zijn zoon
ወለውሉደ
(wäläwludä)
en de kinderen van
ውሉዱ
(weludu)
kinderen
እስከ
(eskä)
tot
አመ
(ämä)
de dag van
ዕለተ
(elätä)
de dag van
ሞቱ
(motu)
zijn dood
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.