Het slot: wachten op het oordeel, licht voor de trouwen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een ander boek, voor de laatste dagen
1Een ander boek, dat Henoch schreef voor zijn zoon Metuselach en voor hen die na hem komen en de wet bewaren in de laatste dagen.
ካልእ
(kal)
een ander
መጽሐፍ
(mätshäf)
het boek
ዘጸሐፈ
(zätsähäfä)
die opschreef
ሄኖክ
(henok)
Henoch
ለወልዱ
(läwäldu)
aan zijn zoon
ማቱሳላ
(matusala)
Metuselach
ወለእለ
(wälälä)
en voor hen die
ይመጽኡ
(yemätsu)
komen
እምድኅሬሁ
(emdkhrehu)
na hem
ወየዐቅብ
(wäyääqb)
en bewaart
ሥርዐተ
(serätä)
de wet
በደኃሪ
(bädäkhari)
in de laatste
መዋዕል
(mäwal)
dagen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ካልእ መጽሐፍ (‘een ander boek’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit slothoofdstuk een afzonderlijke toevoeging.
De schrijver kende 1–36 en 91–104 (of delen ervan), schrijft in essenische toon — hij eert de ascese (Zie 108:8–10) — en spreekt van de zalige onsterfelijkheid van de geest, maar blijkbaar niet van het lichaam, en van het dualisme van licht en duisternis (Zie 108:11–14).
Hij wil de rechtvaardigen aansporen te blijven hopen, ondanks de lange vertraging van het koninkrijk.
2Jullie die het goede gedaan hebben, zullen in die dagen wachten totdat een einde komt aan hen die het kwade doen en een einde komt aan de kracht van de overtreders. Maar jullie, wacht totdat de zonde voorbijgaat, want hun namen zullen worden uitgewist uit de boeken van de heiligen,
እለ
(elä)
die
ገበርክሙ
(gäbärkmu)
jullie hebben gedaan
ወትጸንሑ
(wättsänhu)
en jullie zullen wachten
በእሉ
(bälu)
in deze
መዋዕል
(mäwal)
dagen
እስከ
(eskä)
tot
ይትፌጸሙ
(yetfetsämu)
zij ten einde gebracht worden
እለ
(elä)
die
ይገብሩ
(yegäbru)
zij doen
እኩየ
(ekuyä)
kwaad
ወይትፌጸም
(wäytfetsäm)
en ten einde zal komen
ኀይሎሙ
(khäylomu)
hun kracht
ለመአብሳን
(lämääbsan)
de overtreders
አንትሙሰ
(äntmusä)
jullie
ጽንሑ
(tsenhu)
wacht
እስክ
(esk)
totdat
ተሐልፍ
(tähälf)
voorbijgaat
ኀጢአት
(khätiät)
zonde
እስመ
(esmä)
omdat
ሀሎ
(hälo)
is op het punt
ስሞሙ
(semomu)
hun namen
ይደመሰስ
(yedämäsäs)
uitgewist wordt
እመጻሕፍተ
(emätsahftä)
uit de boeken van
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Ps. 69:29.
Uitleg
እመጻሕፍተ ቅዱሳን (‘uit de boeken van de heiligen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 bevatten deze boeken de lijst van de leden van het koninkrijk; Zie 47:3.
Lezing
ሠናየ (‘het goede’) ontbreekt in de Beta-tekst bij ገበርክሙ (‘jullie hebben gedaan’); die uitgave heeft het, naar een deel van de handschriften.
Wij vullen het aan, omdat het werkwoord anders geen voorwerp heeft.
Ook ‘uit het boek des levens en’ (Ps. 69:29), dat die uitgave vóór ‘de heilige boeken’ heeft, ontbreekt in de Beta-tekst.
3en hun zaad zal voor altijd vergaan, en hun geesten zullen gedood worden, en zij zullen schreeuwen en jammeren op een woeste plaats die niet zichtbaar is, en in vuur zullen zij branden, want daar is geen aarde.
ወዘርኦሙ
(wäzäromu)
en hun zaad
ይትሐጐል
(yethägwäl)
zal vergaan
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
ወመናፍስቲሆሙ
(wämänafstihomu)
en hun geesten
ይትቀተሉ
(yetqätälu)
zullen gedood worden
ወይጸርሑ
(wäytsärhu)
en schreeuwen
ወየዐወይዉ
(wäyääwäywu)
en zullen jammeren
በመካነ
(bämäkanä)
op een plaats van
በድው
(bädw)
woest
ዘኢያስተርኢ
(zäiyastäri)
die niet zichtbaar is
ወበእሳት
(wäbäsat)
en in vuur
ይነድዱ
(yenäddu)
branden
እስመ
(esmä)
omdat
ኢሀሎ
(ihälo)
er is niet
ህየ
(heyä)
daar
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 1:2.
Uitleg
በመካነ በድው ዘኢያስተርኢ (‘op een woeste plaats die niet zichtbaar is’): ‘onzichtbaar’ is volgens de Engelse uitgave van 1912 het Griekse ἀόρατος, waarmee de Septuaginta in Gen. 1:2 het Hebreeuwse tohoe weergeeft; vandaar zijn ‘chaotische woestenij’. ይትቀተሉ (‘zullen gedood worden’) is de uiterste straf voor de zonde, maar betekent volgens hem geen vernietiging.
4En ik zag daar iets als een wolk die niet gezien wordt, want vanwege haar diepte kon ik er niet overheen kijken; en ik zag de vlam van haar vuur schitterend branden, en dingen als glanzende bergen die in een kring rondgaan en heen en weer bewegen.
ወርኢኩ
(wäriku)
en ik zag
ህየ
(heyä)
daar
ከመ
(kämä)
dat; als
ደመና
(dämäna)
een wolk
ዘኢይትረአይ
(zäiyträäy)
die niet gezien wordt
እስመ
(esmä)
omdat
እምዕመቁ
(emmäqu)
vanwege zijn diepte
እክህልኩ
(ekhlku)
kon ik niet
ላዕለ
(lalä)
erover
ነጽሮ
(nätsro)
te kijken
ወላህበ
(wälahbä)
en de vlam van
እሳቱ
(esatu)
haar vuur
ርኢኩ
(reiku)
ik zag
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይነድድ
(yenädd)
brandt
ስቡሕ
(sebuh)
schitterend
ወይትከበቡ
(wäytkäbäbu)
en zij cirkelen
ከመ
(kämä)
dat; als
አድባር
(ädbar)
bergen
ስብሓን
(sebhan)
glanzende
ወይትሀወኩ
(wäythäwäku)
en worden beroerd
ለፌ
(läfe)
heen
ወለፌ
(wäläfe)
en weer
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ወርኢኩ ህየ ከመ ደመና (‘en ik zag daar iets als een wolk’): de Engelse uitgave van 1912: de beschrijving van deze strafplaats is ontleend aan de hoofdstukken 18 en 21.
Lezing
እክህልኩ ላዕለ ነጽሮ (‘ik kon erover kijken’): de Beta-tekst heeft zo geen ontkenning; wij lezen ኢክህልኩ (‘ik kon niet’), zoals de zin (‘vanwege haar diepte’) vraagt en zoals ook die uitgave vertaalt.
Die uitgave acht de tekst van ላዕለ ነጽሮ zelf onzeker.
5En ik vroeg een van de heilige engelen die bij mij waren, en zei tot hem: Wat is dit glanzende? Want het is geen hemel, maar alleen een vlam van brandend vuur, en de stem van geroep en geween en gejammer en sterke pijn.
ወተስእልክዎ
(wätäslkwo)
en ik vroeg hem
ለ፩እመላእክት
(lä፩mälakt)
één van de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
እለ
(elä)
die
ምስሌየ
(mesleyä)
met mij
ወእቤሎ
(wäbelo)
en ik zei tot hem
ምንት
(ment)
wat
ውእቱ
(wetu)
is
ዝስብሕ
(zesbh)
dit glanzende
እስመ
(esmä)
omdat
ኢኮነ
(ikonä)
is niet
ሰማየ
(sämayä)
de hemel
አላ
(äla)
maar
ላህበ
(lahbä)
vlam van
እሳት
(esat)
vuur
ባሕቲቱ
(bahtitu)
alleen
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
ወቃለ
(wäqalä)
en de stem van
ጽራሕ
(tserah)
geroep
ወብካይ
(wäbkay)
en geween
ወአውያት
(wääwyat)
en gejammer
ወሕማም
(wähmam)
en pijn
ኀያል
(khäyal)
sterke
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ለ፩እመላእክት ቅዱሳን (‘een van de heilige engelen’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is deze uitdrukking ontleend aan de hoofdstukken 1–36.
6En hij zei tot mij: Deze plaats die je ziet: daar worden de geesten van de zondaars en lasteraars geworpen, en van hen die het kwade doen, en van hen die alles verdraaien wat Yahweh gesproken heeft door de mond van de profeten, wat nog zal geschieden.
ወይቤለኒ
(wäybeläni)
en hij zei tot mij
ዝንቱ
(zentu)
dit
መካን
(mäkan)
plaats
ዘትሬኢ
(zätrei)
die je ziet
በህየ
(bähyä)
daar
ይትወዶዩ
(yetwädoyu)
worden geworpen
መናፍስተ
(mänafstä)
geesten
ኃጥኣን
(khatan)
de zondaars
ወፅሩፋን
(wätsrufan)
en lasteraars
ወእለ
(wälä)
en van hen die
ይገብሩ
(yegäbru)
zij doen
እኩየ
(ekuyä)
boze
ወእለ
(wälä)
en van hen die
ይመይጡ
(yemäytu)
zij veranderen
ኲሎ
(kwilo)
alle
ዘነገረ
(zänägärä)
wat gesproken heeft
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
በአፈ
(bääfä)
door de mond van
ነቢያት
(näbiyat)
profeten
እለ
(elä)
die
ሀለዉ
(häläwu)
nog zullen
ይትገበሩ
(yetgäbäru)
geschieden
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ዝንቱ መካን (‘deze plaats’): volgens de Engelse uitgave van 1912 is dit de hel buiten de aarde, de definitieve strafplaats voor zondaars, lasteraars en hen die de openbaring van Elohim door de profeten verdraaien.
In 1–36 worden de strafplaats van de ongehoorzame sterren (Zie 18:12–16 en 21:1–7) en die van de zondaars zorgvuldig onderscheiden; deze schrijver haalt ze door elkaar, maar neemt hun bewoordingen over. ነቢያት (‘profeten’): alleen hier worden de profeten in Henoch uitdrukkelijk genoemd.
De nederigen en de trouwen
7Want sommigen van hen zijn boven in de hemel geschreven en ingegrift, opdat de engelen hen lezen en weten wat de zondaars zal overkomen, en de geesten van de nederigen, en van hen die hun lichaam kwelden en van Elohim vergoed zijn, en van hen die door kwade mensen beschaamd zijn,
እስመ
(esmä)
omdat
ሀለዉ
(häläwu)
zijn
እምኔሆሙ
(emnehomu)
van hen
ጽሑፋን
(tsehufan)
geschreven
ወልኩዓን
(wälkuan)
en ingegrift
ላዕለ
(lalä)
boven
በሰማይ
(bäsämay)
in de hemel
ከመ
(kämä)
dat; als
ያንብብዎሙ
(yanbbwomu)
zij lezen hen
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ወያእምሩ
(wäyamru)
en weten
ዘሀሎ
(zähälo)
wat zal
ይብጽሖሙ
(yebtshomu)
hen zal overkomen
ለኃጥኣን
(läkhatan)
over de zondaars
ወለመናፍስተ
(wälämänafstä)
en over de geesten van
ትሑታን
(tehutan)
de nederigen
ወእለ
(wälä)
en van hen die
አሕመሙ
(ähmämu)
kwelden
ሥጋሆሙ
(segahomu)
hun lichaam
ወተፈድዩ
(wätäfädyu)
en die vergolden zijn
እምኀበ
(emkhäbä)
door
አምላክ
(ämlak)
Elohim
ወእለ
(wälä)
en van hen die
ኀስሩ
(khäsru)
beschaamd zijn
እምእኩያን
(emkuyan)
door kwade
ሰብእ
(säb)
mensen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ጽሑፋን ወልኩዓን (‘geschreven en ingegrift’): volgens de Engelse uitgave van 1912 gaat het om de hemelse tafelen; Zie 47:3. ትሑታን (‘de nederigen’): volgens hem de ‘ootmoedigen’ uit de Psalmen, het ware Israël tegenover de hoogmoedigen en de heidens gezinden.
8die Elohim beminden: zij beminden noch goud noch zilver, noch al het goede dat in de wereld is, maar gaven hun lichaam over aan marteling,
እለ
(elä)
die
አፍቀርዎ
(äfqärwo)
beminden
ለአምላክ
(läämlak)
Elohim
ኢወርቀ
(iwärqä)
noch goud
ወኢብሩረ
(wäibrurä)
en noch zilver
ኢያፍቀሩ
(iyafqäru)
zij beminden niet
ወኢኲሎ
(wäikwilo)
en niet alles
ሠናየ
(sänayä)
goede
ዘውስተ
(zäwstä)
wat in
ዓለም
(aläm)
de wereld
አላ
(äla)
maar
ወሀቡ
(wähäbu)
zij gaven
ሥጋሆሙ
(segahomu)
hun lichaam
ለጻዕር
(lätsar)
aan kwelling
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ኢወርቀ ወኢብሩረ ኢያፍቀሩ (‘zij beminden noch goud noch zilver’): volgens de Engelse uitgave van 1912 passen deze trekken goed bij de essenen.
9en die vanaf hun bestaan niet verlangden naar voedsel dat op de aarde is, maar zichzelf beschouwden als een voorbijgaande adem, en zo hielden zij zich eraan; en Yahweh beproefde hen veel, en hun geesten werden zuiver bevonden om Zijn naam te zegenen.
ወእለ
(wälä)
en van hen die
እምአመ
(emämä)
sinds
ኮኑ
(konu)
bestonden
ኢፈተዉ
(ifätäwu)
zij verlangden niet
መባልዕተ
(mäbaltä)
voedsel
ዘውስተ
(zäwstä)
wat op
ምድር
(medr)
de aarde
አላ
(äla)
maar
ረሰዩ
(räsäyu)
zij beschouwden
ርእሶሙ
(resomu)
zichzelf
ከመ
(kämä)
dat; als
መንፈስ
(mänfäs)
geest
እንተ
(entä)
die
ኀለፈት
(khäläfät)
voorbijgaande
ወዘንተ
(wäzäntä)
en dit
ዐቀቡ
(äqäbu)
zij bewaarden
ወብዙኃ
(wäbzukha)
en veel
አመከሮሙ
(ämäkäromu)
beproefde hen
እግዚእ
(egzi)
Yahweh
ወተረክብ
(wätäräkb)
en werd gevonden
መንፈሳቲሆሙ
(mänfäsatihomu)
hun geesten
በንጽሕ
(bäntsh)
zuiver
ከመ
(kämä)
dat; als
ይባርክዎ
(yebarkwo)
zullen Hem zegenen
ለስሙ
(läsmu)
de naam
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
ረሰዩ ርእሶሙ ከመ መንፈስ እንተ ኀለፈት (‘zij beschouwden zichzelf als een voorbijgaande adem’): de Engelse uitgave van 1912 volgt hier één handschrift dat ‘alles’ leest, omdat de rechtvaardigen zichzelf moeilijk zo konden noemen; zulke taal past eerder bij de zondaars.
Wij volgen de Beta-tekst, die met andere handschriften ‘zichzelf’ leest.
10En al hun zegeningen heb ik beschreven in de boeken; en Hij heeft hen beloond, want deze bleken de hemel meer te beminnen dan hun adem in de wereld; en terwijl zij vertrapt werden door kwade mensen en hoon en lastering van hen hoorden, werden zij beschaamd, terwijl zij Mij zegenden.
ወኲሎ
(wäkwilo)
en alle
በረከቶሙ
(bäräkätomu)
hun zegeningen
ነገርኩ
(nägärku)
ik heb verteld
በመጻሕፍት
(bämätsahft)
in boeken
ወዐሰዮሙ
(wääsäyomu)
en Hij heeft hen beloond
ለአርእስቲሆሙ
(läärstihomu)
voor henzelf
እስመ
(esmä)
omdat
እሉ
(elu)
deze
ተረክብ
(täräkb)
werden gevonden
ያፈቅርዎ
(yafäqrwo)
beminden
ለሰማይ
(läsämay)
de hemel
እምእስትንፋሶሙ
(emstnfasomu)
dan hun adem
ዘለዓለም
(zäläaläm)
van de wereld
ወእንዘ
(wänzä)
en terwijl
ይትከየዱ
(yetkäyädu)
zij zullen vertrapt worden
እምእኩያን
(emkuyan)
door kwade
ሰብእ
(säb)
mensen
ወሰምዑ
(wäsämu)
en zij hoorden
እምኀቤሆሙ
(emkhäbehomu)
van hen
ትዕይርተ
(teyrtä)
hoon
ወጽርፈተ
(wätsrfätä)
en lastering
ወኀስሩ
(wäkhäsru)
en zij werden beschaamd
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይባርኩኒ
(yebarkuni)
zij Mij zegenden
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ይባርኩኒ (‘zij zegenden mij’): de Engelse uitgave van 1912 schrijft hier ‘Me’ met een hoofdletter en ziet 108:11–12 als woorden van Yahweh; de spreker is hier dus al Yahweh.
Lezing
እምእስትንፋሶሙ ዘለዓለም (‘dan hun adem van de wereld’): ዘለዓለም betekent gewoonlijk ‘eeuwig’; hier past ‘van de wereld’, zoals die uitgave' ‘hun leven in de wereld’.
Een ander handschrift heeft ‘hun lichamen’.
Yahweh roept de trouwen
11„En nu zal Ik hun geesten roepen, de geesten van de goeden uit het geslacht van het licht, en Ik zal hen veranderen die in duisternis geboren zijn, die in hun lichaam niet vergolden werden met eer, zoals het hun trouw betaamt.
ወይእዜኒ
(wäyzeni)
en nu
እጼውዕ
(etsew)
Ik zal roepen
መናፍስቲሆሙ
(mänafstihomu)
hun geesten
ለኄራን
(läkheran)
aan de goeden
እምትውልድ
(emtwld)
van het geslacht
እንተ
(entä)
die
ብርሃን
(berhan)
licht
ወእዌልጥ
(wäwelt)
en Ik zal veranderen
ለእለ
(lälä)
van hen die
ተወልዱ
(täwäldu)
zijn geboren
በጽልመት
(bätslmät)
in duisternis
እለ
(elä)
die
በሥጋሆሙ
(bäsgahomu)
in hun lichaam
እተፈድዩ
(etäfädyu)
niet vergolden werden
ክብረ
(kebrä)
eer
በከመ
(bäkämä)
zoals
ይደሉ
(yedälu)
het betaamt
ለሃይማኖቶሙ
(lähaymanotomu)
voor hun trouw
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ትውልድ እንተ ብርሃን (‘geslacht van het licht’): Zie 61:12.
Volgens de Engelse uitgave van 1912 worden zij die in duisternis (in het heidendom) geboren zijn, maar trouw waren zonder in het lichaam beloond te zijn, veranderd; de anderen worden in duisternis geworpen (Zie 108:14).
Lezing
እተፈድዩ (‘zij werden vergolden’): de Beta-tekst heeft geen ontkenning; wij lezen ኢተፈድዩ (‘zij werden niet vergolden’), zoals de zin vraagt en zoals die uitgave vertaalt.
12En Ik zal hen voortbrengen in stralend licht, hen die Mijn heilige naam beminden, en Ik zal ieder zetten op de troon van zijn eer.”
ወአወጽኦሙ
(wääwätsomu)
en Ik zal hen voortbrengen
በብሩህ
(bäbruh)
in stralend
ብርሃን
(berhan)
licht
ለእለ
(lälä)
van hen die
ያፈቅርዎ
(yafäqrwo)
beminden
ለስምየ
(läsmyä)
Mijn naam
ቅዱስ
(qedus)
de Heilige
ወአነብር
(wäänäbr)
en Ik zal zetten
፲፩ውስተ
(፲፩wstä)
ieder op
መንበረ
(mänbärä)
een troon
ክብር
(kebr)
eer
ክብረ
(kebrä)
eer
ዚአሁ
(ziähu)
van hem
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Matt. 7:15, Matt. 19:28 en Openb. 3:21.
Uitleg
በብሩህ ብርሃን (‘in stralend licht’): volgens de Engelse uitgave van 1912 betekent het voorzetsel በ- hier ‘gekleed in’, zoals in Matt. 7:15; die kleding is het geestelijke lichaam van de gezegenden; Zie 62:15–16.
Lezing
፲፩ውስተ (‘elf op’): dit is een tekstfout; wij lezen ፩፩ውስተ (‘ieder op’). መንበረ ክብር ክብረ ዚአሁ (‘een troon van eer, zijn eer’): de Beta-tekst heeft ‘eer’ tweemaal, zoals een deel van de handschriften bij die uitgave; zijn tekst heeft ‘de troon van zijn eer’, en zo vertalen wij.
13En zij zullen stralen voor tijden zonder getal, want gerechtigheid is het oordeel van Elohim, want aan de trouwen geeft Hij trouw in de woning van rechte wegen.
ወይትወኀውኁ
(wäytwäkhäwkhu)
en zij zullen stralen
በአዝማን
(bääzman)
in tijden
ዘአልቦ
(zäälbo)
dat niet heeft
ኊልቊ
(khwilqwi)
getal
እስመ
(esmä)
omdat
ጽድቅ
(tsedq)
gerechtigheid
ኲነኔሁ
(kwinänehu)
Zijn oordelen
ለአምላክ
(läämlak)
van Elohim
እስመ
(esmä)
omdat
ለመሃይምናን
(lämähaymnan)
voor de trouwen
ሃይማኖተ
(haymanotä)
trouw
ይሁብ
(yehub)
geeft
በማኅደረ
(bämakhdärä)
in de woning van
ፍናዋት
(fenawat)
wegen
ርቱዓት
(retuat)
rechte
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Dan. 12:3.
Uitleg
ይትወኀውኁ (‘zij zullen stralen’): Zie 39:7, 104:2 en 108:15.
14En zij zullen hen zien die in duisternis geboren zijn, terwijl zij in duisternis geworpen worden, en de rechtvaardigen stralen.
ወይሬእይዎሙ
(wäyreywomu)
en zij zullen hen zien
ለእለ
(lälä)
van hen die
ተወልዱ
(täwäldu)
zijn geboren
በጽልመት
(bätslmät)
in duisternis
ይትወደዩ
(yetwädäyu)
zij worden geworpen
በጽልመት
(bätslmät)
in duisternis
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይትወኀውኁ
(yetwäkhäwkhu)
zij stralen
ጻድቃን
(tsadqan)
de rechtvaardigen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
ይትወደዩ (‘zij worden geworpen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘geleid’, naar een deel van de handschriften; de Beta-tekst heeft ‘geworpen’, en wij volgen haar.
15En de zondaars zullen schreeuwen en hen zien stralen, en zijzelf zullen gaan waar dagen en tijden voor hen zijn voorgeschreven.
ወይጸርሑ
(wäytsärhu)
en schreeuwen
ወይሬእይዎሙ
(wäyreywomu)
en zij zullen hen zien
ኃጥኣን
(khatan)
de zondaars
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይበርሁ
(yebärhu)
stralen
ወየሐውሩ
(wäyähäwru)
en lopen
እሙንቱሂ
(emuntuhi)
ook zij
በኀበ
(bäkhäbä)
waar
ተጽሕፈ
(tätshfä)
is voorgeschreven
ሎሙ
(lomu)
voor hen
መዋዕል
(mäwal)
dagen
ወአዝማን
(wääzman)
en tijden
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.