Elohim Bijbel

Henoch 103

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108

De belofte aan de rechtvaardigen; het lot van de zondaars

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Henoch zweert

1En nu zweer ik jullie, rechtvaardigen, bij Zijn grote heerlijkheid en Zijn eer en bij Zijn geëerd koningschap en bij Zijn grootheid zweer ik jullie:
ወይእዜኒ
(wäyzeni)
en nu
አነ
(änä)
ik
እምሕል
(emhl)
ik zweer
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
ለጻድቃን
(lätsadqan)
voor de rechtvaardigen
በዐቢይ
(bääbiy)
bij de grote
ስብሐቱ
(sebhätu)
Zijn heerlijkheid
ወክብሩ
(wäkbru)
en Zijn eer
ወበክቡር
(wäbäkbur)
en bij het geëerde
መንግሥቱ
(mängstu)
Zijn koningschap
ወበዕበዩ
(wäbäbäyu)
en bij Zijn grootheid
እምሕል
(emhl)
ik zweer
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Zie 81:1 en 93:2 voor de tafelen van de hemel.

2Want ik ken dit geheim, en ik las op de platen van de hemel en zag het geschrift van de heiligen en vond daarin geschreven en ingegrift over hen:
እስመ
(esmä)
omdat
አነ
(änä)
ik
አአምር
(äämr)
ik weet
ዘንተ
(zäntä)
dit
ምሥጢረ
(mestirä)
geheim
ወአንበብኩ
(wäänbäbku)
en ik las
በጸፍጸፈ
(bätsäftsäfä)
op de platen van
ሰማይ
(sämay)
hemel
ወርኢኩ
(wäriku)
en ik zag
ጽሕፈተ
(tsehfätä)
het geschrift van
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ወረከብኩ
(wäräkäbku)
en ik vond
ጽሑፈ
(tsehufä)
geschreven
ውስቴቱ
(westetu)
daarin
ወልኩዐ
(wälkuä)
en ingegrift
በእንቲአሆሙ
(bäntiähomu)
over hen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

ጽሕፈተ ቅዱሳን (‘het geschrift van de heiligen’): de hoofdtekst van de Engelse uitgave van 1912 heeft ‘de heilige boeken’; in een deel van de handschriften staat ‘de boeken van de heiligen’, dat wil zeggen van de engelen (zie 47:3).

3dat al het goede en vreugde en eer voor hen bereid is en opgeschreven voor de geesten van hen die in gerechtigheid gestorven zijn, en dat veel goeds jullie zal worden gegeven als loon voor jullie arbeid, en dat jullie lot veel groter is dan het lot van de levenden.
እስመ
(esmä)
omdat
ኲሉ
(kwilu)
alle
ሠናይ
(sänay)
goede
ወፍሥሓ
(wäfsha)
en vreugde
ወክብር
(wäkbr)
en eer
ተደለወ
(tädäläwä)
is bereid
ሎሙ
(lomu)
voor hen
ወተጽሕፈ
(wätätshfä)
en is opgeschreven
ለመናፍስቲሆሙ
(lämänafstihomu)
voor hun geesten
ለእለ
(lälä)
van hen die
ሞቱ
(motu)
gestorven zijn
በጽድቅ
(bätsdq)
in gerechtigheid
ወበብዙኅ
(wäbäbzukh)
en met veel
ሠናይ
(sänay)
goeds
ይትወሀብ
(yetwähäb)
zal gegeven worden
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
ተክለ
(täklä)
de plant van
ጻማክሙ
(tsamakmu)
jullie arbeid
ወክፍልክሙ
(wäkflkmu)
en jullie lot
ፈድፋደ
(fädfadä)
meer
እምክፍለ
(emkflä)
dan het lot van
ሕያዋን
(heyawan)
de levenden
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

ተክለ ጻማክሙ (letterlijk ‘de plant van jullie arbeid’): wij volgen de Engelse uitgave van 1912, ‘als loon voor jullie arbeid’.

4En de geest van jullie die in gerechtigheid gestorven zijn, zal leven, en hun geesten zullen zich verheugen en jubelen, en hun gedachtenis zal voor het aangezicht van de Grote zijn voor alle geslachten van de wereld. En nu: vrees hun smaad niet.
ወየሐይዉ
(wäyähäywu)
en zij zullen leven
መንፈስክሙ
(mänfäskmu)
jullie geest
ለእለ
(lälä)
van hen die
ሞትክሙ
(motkmu)
jullie dood
በጽድቅ
(bätsdq)
in gerechtigheid
ወይትፌሥሑ
(wäytfeshu)
en zullen zich verheugen
ወይትሐሠዩ
(wäythäsäyu)
en jubelen
መናፍስቲሆሙ
(mänafstihomu)
hun geesten
ወተዝካሮሙ
(wätäzkaromu)
en hun gedachtenis
እምቅድመ
(emqdmä)
van voor
ገጹ
(gätsu)
Zijn aangezicht
ለዐቢይ
(lääbiy)
de grote
ለኲሉ
(läkwilu)
voor alle
ትውልደ
(tewldä)
geslacht
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
ወይእዜኒ
(wäyzeni)
en nu
ኢትፍርህዎ
(itfrhwo)
vrees niet
ለኀሣሮሙ
(läkhäsaromu)
hun smaad
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Volgens de Engelse uitgave van 1912 is hier alleen sprake van het voortleven van de geest van de rechtvaardigen, niet van een lichamelijke opstanding.

Wee over de zondaars

5Wee jullie, zondaars, wanneer jullie in jullie zonde sterven en zij die zijn zoals jullie over jullie zeggen: Gelukzalig zijn de zondaars; al hun dagen hebben zij gezien.
አሌ
(äle)
wee
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
ኃጥኣን
(khatan)
de zondaars
ሶበ
(sobä)
wanneer
ትመውቱ
(temäwtu)
jullie sterft
በኀጢአትክሙ
(bäkhätiätkmu)
in jullie zonde
ወይብሉ
(wäyblu)
en zeggen
እሉ
(elu)
deze
እለ
(elä)
die
ከማክሙ
(kämakmu)
zoals jullie
ዲቤክሙ
(dibekmu)
over jullie
ብፁዓን
(betsuan)
gelukzalig
እሙንቱ
(emuntu)
zij
ኃጥኣን
(khatan)
de zondaars
ኲሎ
(kwilo)
alle
መዋዕሎሙ
(mäwalomu)
al hun dagen
ርእዩ
(reyu)
zij hebben gezien
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
6En nu zijn zij gestorven in voorspoed en in rijkdom, en benauwdheid en moord hebben zij in hun leven niet gezien, en in eer zijn zij gestorven, en oordeel is hun in hun leven niet aangedaan.
ወይእዜኒ
(wäyzeni)
en nu
ሞቱ
(motu)
gestorven zijn
በሠናይ
(bäsänay)
in voorspoed
ወበብዕል
(wäbäbl)
en in rijkdom
ወምንዳቤ
(wämndabe)
en benauwdheid
ወቀትለ
(wäqätlä)
en moord
እርእዩ
(eryu)
zij hebben niet gezien
በሕይወቶሙ
(bähywätomu)
in hun leven
ወበስብሐት
(wäbäsbhät)
en in eer
ሞቱ
(motu)
gestorven zijn
ወኲነኔ
(wäkwinäne)
en het oordeel
ኢተገብረ
(itägäbrä)
is niet uitgevoerd
ሎሙ
(lomu)
voor hen
በሕይወቶሙ
(bähywätomu)
in hun leven
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
7Weet dat men hun zielen naar de Sjeol zal doen afdalen, en zij zullen ellendig zijn, en hun benauwdheid zal groot zijn.
ተአምርዎሙ
(täämrwomu)
weet
እስመ
(esmä)
omdat
ውስተ
(westä)
in
ሲኦል
(siol)
de Sjeol
ያወርድዎሙ
(yawärdwomu)
zij zullen doen afdalen
ለነፍሳቲሆሙ
(länäfsatihomu)
hun zielen
ወእኩያተ
(wäkuyatä)
en ellendig
ይከውና
(yekäwna)
zij zullen worden
ወምንዳቤሆሙ
(wämndabehomu)
en hun benauwdheid
ዐቢየ
(äbiyä)
groot
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
8En in duisternis en strikken en in een brandende vlam, waar groot oordeel is, zal jullie geest binnengaan; en een groot oordeel zal er zijn voor alle geslachten tot in eeuwigheid. Wee jullie, want jullie hebben geen vrede.
ወበጽልመት
(wäbätslmät)
en in de duisternis
ወበመርበብት
(wäbämärbäbt)
en in strikken
ወበላህብ
(wäbälahb)
en in de vlam van
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
ኀበ
(khäbä)
waar
ኲነኔ
(kwinäne)
oordeel
ዐባይ
(äbay)
grote
ትበውእ
(tebäw)
zal binnengaan
መንፈስክሙ
(mänfäskmu)
jullie geest
ወኲነኔ
(wäkwinäne)
en het oordeel
ዐባይ
(äbay)
grote
ትከውን
(tekäwn)
zal zijn
ለኲሉ
(läkwilu)
voor alle
ትውልድ
(tewld)
generatie
እስከ
(eskä)
tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
አሌ
(äle)
wee
ለክሙ
(läkmu)
voor jullie
እስመ
(esmä)
omdat
አልብክሙ
(älbkmu)
jullie hebben niet
ሰላም
(sälam)
vrede
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

De Sjeol is hier volgens die uitgave de plaats van straf, met vlammend vuur.

Lezing

መርበብት (‘strikken’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt ‘ketenen’.

De klacht, in de mond van de zondaars gelegd

9Zeg niet over de rechtvaardigen en goeden die in het leven zijn: In de dagen van onze nood hebben wij zwaar gearbeid, en alle zware arbeid hebben wij gezien en veel kwaad ontmoet, en wij zijn verteerd en weinigen geworden en onze geest is klein geworden.
እትበልዎሙ
(etbälwomu)
zeg niet over hen
ለጻድቃን
(lätsadqan)
de rechtvaardigen
ወለኄራን
(wäläkheran)
en de goeden
እለ
(elä)
die
ሀለዉ
(häläwu)
waren
ውስተ
(westä)
in
ሕይወት
(heywät)
het leven
በመዋዕለ
(bämäwalä)
in de dagen van
ስራሕነ
(serahnä)
onze nood
ጻማ
(tsama)
het zwoegen
ጻመውነ
(tsamäwnä)
wij hebben gearbeid
ወኲሎ
(wäkwilo)
en alle
ስራሐ
(serahä)
zware arbeid
ርኢነ
(reinä)
wij hebben gezien
ወእከያተ
(wäkäyatä)
en kwaad
ብዙኀ
(bezukhä)
veel
ረከብነ
(räkäbnä)
wij hebben ontmoet
ወተወዳዕነ
(wätäwädanä)
en wij zijn verteerd
ወውሕድነ
(wäwhdnä)
en wij zijn weinigen geworden
ወንዕሰት
(wänsät)
en klein geworden
መንፈስነ
(mänfäsnä)
onze geest
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

In de verzen 9–15 spreken de zondaars, schamper, alsof zij de rechtvaardigen zijn; zij beschrijven hun nood in dit leven, zoals zij in 102:6–8 hun lot na de dood hebben beschreven (zo de Engelse uitgave van 1912).

Lezing

እትበልዎሙ (‘zeg niet over hen’): lees ኢትበልዎሙ.

De handschriften schommelen in dit hoofdstuk bijna zestig keer tussen ‘wij’ en ‘zij’; die uitgave kiest voor ‘wij’, en de Beta-tekst heeft dat ook.

10En wij zijn verloren en niemand hielp ons met woord of daad; wij waren machteloos en vonden niets; en wij zijn gekweld en verloren, en wij hoopten niet het leven te zien van dag tot dag.
ወተሐጐልነ
(wätähägwälnä)
en wij zijn verloren
ወአልቦ
(wäälbo)
en niet
ዘረድአነ
(zärädänä)
wie ons hielp
በነገር
(bänägär)
in het woord
ወበምግባር
(wäbämgbar)
en in daad
ስእነ
(senä)
wij waren machteloos
ወኢምንተኒ
(wäimntäni)
en niets
ኢረከብነ
(iräkäbnä)
wij vonden niet
ወተፅዕርነ
(wätätsrnä)
en wij zijn gekweld
ወተሐጐልነ
(wätähägwälnä)
en wij zijn verloren
ወኢተሰፈውነ
(wäitäsäfäwnä)
en wij hoopten niet
ከመ
(kämä)
dat; als
ንርአይ
(neräy)
te zien
ሕይወተ
(heywätä)
leven
ዕለተ
(elätä)
dag
እምዕለት
(emlät)
dan de dag
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
11En wij hoopten het hoofd te worden, en het is een staart geworden, onze arbeid, terwijl wij zwoegen; en wij hadden geen macht over onze arbeid, en hij werd voedsel voor de zondaars, en de onrechtvaardigen hebben hun juk zwaar op ons gelegd.
ወተሰፈውነ
(wätäsäfäwnä)
en wij hoopten
ንኩን
(nekun)
te worden
ርእስ
(res)
het hoofd
ወኮነ
(wäkonä)
en het is geworden
ዘነበ
(zänäbä)
de staart
ጻመውነ
(tsamäwnä)
wij hebben gearbeid
እንዘ
(enzä)
terwijl
ንትጌበር
(netgebär)
wij arbeiden
ወኢሰለጥነ
(wäisälätnä)
en wij hadden geen macht
ዲበ
(dibä)
op
ጻማነ
(tsamanä)
onze arbeid
ወኮነ
(wäkonä)
en het is geworden
መባልዕተ
(mäbaltä)
voedsel
ለኃጥኣን
(läkhatan)
voor de zondaars
ወዐማፅያን
(wäämatsyan)
en de onrechtvaardigen
አክበዱ
(äkbädu)
hebben zwaar gemaakt
ላዕሌነ
(lalenä)
over ons
አርዑተ
(ärutä)
het juk van
ዚአሆሙ
(ziähomu)
hunner
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Deut. 28:13, Deut. 28:44 en Deut. 28:48.

12En zij hebben over ons geheerst die ons haten en slaan, en voor hen die ons haten hebben wij onze nek gebogen, maar zij hadden geen medelijden met ons.
ወተሰልጡ
(wätäsältu)
en zij hebben geheerst
ዲቤነ
(dibenä)
over ons
እለ
(elä)
die
ይጸልዑነ
(yetsälunä)
die ons haten
ወእለ
(wälä)
en die
ይድጒጹነ
(yedgwitsunä)
die ons slaan
ወለእለ
(wälälä)
en voor hen die
ይጸልዑነ
(yetsälunä)
die ons haten
አትሐትነ
(äthätnä)
wij hebben gebogen
ክሳደነ
(kesadänä)
onze nek
ወኢመሐፉነ
(wäimähäfunä)
en zij hadden geen medelijden met ons
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Est. 9:1.

Lezing

ወለእለ ይጸልዑነ (‘en voor hen die ons haten’): de Engelse uitgave van 1912 vermoedt een herhaling van de voorgaande regel en leest ‘voor hen die ons sloegen’.

Zie ookEst 9:1
13En wij wilden van hen heengaan om te ontkomen en te rusten, maar wij vonden geen plaats waarheen wij konden vluchten en van hen gered worden.
ወፈቀድነ
(wäfäqädnä)
en wij wilden
ንሑር
(nehur)
heengaan
እምኔሆሙ
(emnehomu)
van hen
ከመ
(kämä)
dat; als
ንንፍጽ
(nenfts)
ontkomen
ወናዕርፍ
(wänarf)
en rusten
ወኢረከብነ
(wäiräkäbnä)
en wij vonden niet
ኀበ
(khäbä)
waar
ንጐይይ
(negwäyy)
vluchten
ወንድኅን
(wändkhn)
en gered worden
እምኔሆሙ
(emnehomu)
van hen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
14En wij klaagden over hen bij de engelen in onze benauwdheid, en wij riepen tegen hen die ons verslinden, maar zij zagen ons roepen niet aan en wilden onze stem niet horen.
ወሰከይናሆሙ
(wäsäkäynahomu)
en wij klaagden over hen
ኀበ
(khäbä)
bij
መላእክት
(mälakt)
de engelen
በምንዳቤነ
(bämndabenä)
in onze benauwdheid
ወጸራሕነ
(wätsärahnä)
en wij riepen
ዲበ
(dibä)
tegen
እለ
(elä)
die
ይበልዑነ
(yebälunä)
die ons verslinden
ወጽራሐ
(wätsrahä)
en de roep van
ዚአነ
(ziänä)
ons
ኢይሬእዩ
(iyreyu)
zullen niet zien
ወኢይፈቅዱ
(wäiyfäqdu)
en zij willen niet
ከመ
(kämä)
dat; als
ይስምዑ
(yesmu)
zij horen
ቃለነ
(qalänä)
onze stem
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

መላእክት (‘engelen’): de Engelse uitgave van 1912 vertaalt hier ‘heersers’.

15En zij helpen hen die ons beroven en verslinden en ons verminderen, en zij verbergen hun geweld en nemen hun juk niet van ons weg; maar zij verslinden ons en verstrooien ons en doden ons, en verbergen onze moord, en zij denken er niet aan dat zij hun handen tegen ons hebben opgeheven.
ወይረድእዎሙ
(wäyrädwomu)
en zij helpen hen
ለእለ
(lälä)
van hen die
የሀይዱነ
(yähäydunä)
die ons beroofden
ወይበልዑነ
(wäybälunä)
en zij verslinden ons
ወለእለ
(wälälä)
en voor hen die
አውሐዱነ
(äwhädunä)
die ons verminderd hebben
ወየኀብኡ
(wäyäkhäbu)
en zij verbergen
ግፍዖሙ
(gefomu)
hun geweld
ወኢያወጽኡ
(wäiyawätsu)
en zij nemen niet weg
እምኔነ
(emnenä)
van ons
አርኡቶሙ
(ärutomu)
hun juk
አላ
(äla)
maar
ይበልዑነ
(yebälunä)
die ons verslinden
ወይዘርዝሩነ
(wäyzärzrunä)
en zij verspreiden ons
ወይቀትሉነ
(wäyqätlunä)
en zij doden ons
ወየኀብኡ
(wäyäkhäbu)
en zij verbergen
ቀትለነ
(qätlänä)
onze moord
ወኢተዘከሩ
(wäitäzäkäru)
en zij dachten er niet aan
ከመ
(kämä)
dat; als
አንሦኡ
(änsou)
dat zij hebben opgeheven
እደዊሆሙ
(edäwihomu)
hun handen
ላዕሌነ
(lalenä)
over ons
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

De Engelse uitgave van 1912 gebruikt de verzen 14–15 voor de datering van dit deel van het boek: de heersers staan hier aan de kant van de vijanden van de rechtvaardigen, wat volgens die uitgave past bij de latere Makkabese vorsten en dus vóór 64 v.Chr.