Elohim Bijbel

Henoch 69

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108

De namen van de gevallen engelen en de eed

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1En daarna zal het oordeel hen doen schrikken en beven, omdat zij dit hebben getoond aan hen die op het land wonen.
ወእምድኅረዝ
(wämdkhräz)
en daarna
ኲነኔ
(kwinäne)
oordeel
ያደነግፅዎሙ
(yadänägtswomu)
doen hen schrikken
ወያምዕዕዎሙ
(wäyamwomu)
en doen hen beven
እስመ
(esmä)
omdat
ዘንተ
(zäntä)
dit
አርአዩ
(äräyu)
hebben getoond
ለእለ
(lälä)
van hen die
የኀድሩ
(yäkhädru)
zij wonen
ዲበ
(dibä)
op
የብስ
(yäbs)
het land
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.

De namen van de engelen

2En zie, de namen van die engelen, en dit zijn hun namen: de eerste van hen is Semjaza, de tweede Artaqifa, de derde Armen, de vierde Kokabeël, de vijfde Turël, de zesde Rumjal, de zevende Danël, de achtste Nuqaël, de negende Baraqeël, de tiende Azazel, de elfde Armers, de twaalfde Batarjal, de dertiende Sasaël, de veertiende Ananël, de vijftiende Turjal, de zestiende Simapisiël, de zeventiende Jeterël, de achttiende Tumaël, de negentiende Turël, de twintigste Rumaël, de eenentwintigste Izezeël.
ወነዋ
(wänäwa)
en zie
አስማቲሆሙ
(äsmatihomu)
hun namen
ለእልክቱ
(lälktu)
van die
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ወዝንቱ
(wäzntu)
en dit zijn
ውእቱ
(wetu)
dat
አስማቲሆሙ
(äsmatihomu)
hun namen
ቀዳማየ
(qädamayä)
de eerste
ዚአሆሙ
(ziähomu)
van hen
ስምያዛ
(semyaza)
Semjaza
ወካልኡ
(wäkalu)
en de tweede
አርስጢቂፋ
(ärstiqifa)
Artaqifa
ወሣልስ
(wäsals)
en de derde
አርሜን
(ärmen)
Armen
ወራብዕ
(wärab)
en de vierde
ከከባኤል
(käkäbael)
Kokabeël
ወኃምስ
(wäkhams)
en de vijfde
ጡርኤል
(turel)
Turël
ወሳድስ
(wäsads)
en de zesde
ሩምያል
(rumyal)
Rumjal
ወሳብዕ
(wäsab)
en de zevende
ዳንኤል
(danel)
Danël
ወሳምን
(wäsamn)
en de achtste
ኑቃኤል
(nuqael)
Nuqaël
ወታስዕ
(wätas)
en de negende
በራቅኤል
(bäraqel)
Baraqeël
ወዓሥር
(wäasr)
en de tiende
አዛዝኤል
(äzazel)
Azazel
፲ወ፩አርምርስ
(፲wä፩ärmrs)
de elfde Armers
፲ወ፪በጠርያል
(፲wä፪bätäryal)
de twaalfde Batarjal
፲ወ፫በሰሳኤል
(፲wä፫bäsäsael)
de dertiende Sasaël
፲ወ፬አናንኤል
(፲wä፬änanel)
de veertiende Ananël
፲ወ፭ጡርያል
(፲wä፭turyal)
de vijftiende Turjal
፲ወ፯ሲማፒሲኤል
(፲wä፯simapisiel)
de zestiende Simapisiël
፲ወ፯ይተርኤል
(፲wä፯ytärel)
de zeventiende Jeterël
፲ወ፰ቱማኤል
(፲wä፰tumael)
de achttiende Tumaël
፲ወ፱ጠርኤል
(፲wä፱tärel)
de negentiende Turël
፳ሩማኤል
(፳rumael)
de twintigste Rumaël
፳ወ፩ዒዜዜኤል
(፳wä፩izezeel)
de eenentwintigste Izezeël
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Deze namenlijst verschilt van die in 6:7.

Lezing

In de bron staat ፲ወ፯ (17) zowel bij Simapisiël als bij Jeterël; Simapisiël is hier als zestiende gelezen.

3En dit zijn de hoofden van hun engelen en hun namen, en hun bevelhebbers over honderd en bevelhebbers over vijftig en bevelhebbers over tien.
ወእሉ
(wälu)
en dit
እሙንቱ
(emuntu)
zij
አርእስተ
(ärstä)
de hoofden van
መላእክቲሆሙ
(mälaktihomu)
hun engelen
ወአስማቲሆሙ
(wääsmatihomu)
en hun namen
ለመኰንነ
(lämäkwännä)
de bevelhebbers van
፻ዚአሆሙ
(፻ziähomu)
hun honderd
ወመኰንነ
(wämäkwännä)
en de bevelhebbers van
፶ዚአሆሙ
(፶ziähomu)
hun vijftig
ወመኰንነ
(wämäkwännä)
en de bevelhebbers van
፲ዚአሆሙ
(፲ziähomu)
hun tien
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
4De naam van de eerste is Jeqon: dit is hij die alle kinderen van de heilige engelen verleidde en hen op het land deed neerdalen en hen verleidde met de dochters van de mensen.
ስሙ
(semu)
zijn naam
ለቀዳማዊ
(läqädamawi)
de eerste
ይቁን
(yequn)
Jeqon
ወዝንቱ
(wäzntu)
en dit zijn
ዘአስሐተ
(zääshätä)
die verleidde
ኲሎሙ
(kwilomu)
allen
ደቂቀ
(däqiqä)
de kinderen van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ወአውረዶሙ
(wääwrädomu)
en hen deed neerdalen
ዲበ
(dibä)
op
የብስ
(yäbs)
het land
ወአስሐቶሙ
(wääshätomu)
en hen verleidde
በአዋልደ
(bääwaldä)
met de dochters van
ሰብእ
(säb)
mensen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
5En de tweede heet Asbeël: deze gaf de kinderen van de heilige engelen slechte raad en verleidde hen om hun lichamen met de dochters van de mensen te bederven.
ወካልእ
(wäkal)
en de tweede
ስሙ
(semu)
zijn naam
አስብኤል
(äsbel)
Asbeël
ዝንቱ
(zentu)
dit
አመሮሙ
(ämäromu)
onderrichtte hen
ምክረ
(mekrä)
raad
እኩየ
(ekuyä)
boze
ለደቂቀ
(lädäqiqä)
de kinderen van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ወአስሐቶሙ
(wääshätomu)
en hen verleidde
ከመ
(kämä)
dat; als
ያማስኑ
(yamasnu)
zouden bederven
ሥጋሆሙ
(segahomu)
hun vlees
በአዋልደ
(bääwaldä)
met de dochters van
ሰብእ
(säb)
mensen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
6En de derde heet Gadreël: dit is hij die de mensenkinderen alle slagen van de dood toonde, en hij verleidde Eva, en hij toonde de mensenkinderen de wapens van de dood: het borstpantser en het schild en het zwaard voor de strijd, en alle wapens van de dood.
ወሣልስ
(wäsals)
en de derde
ስሙ
(semu)
zijn naam
ጋድርኤል
(gadrel)
Gadreël
ዝውእቱ
(zewtu)
dat is
ዘአርአየ
(zääräyä)
die toonde
ኲሎ
(kwilo)
alle
ዝብጠታተ
(zebtätatä)
slagen
ሞት
(mot)
dood
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
ወውእቱ
(wäwtu)
en hij
አስሐታ
(äshäta)
verleidde
ለሔዋን
(lähewan)
Eva
ወውእቱ
(wäwtu)
en hij
አርአየ
(äräyä)
toonde
ንዋየ
(newayä)
wapens van
ሞት
(mot)
dood
ለደቂቀ
(lädäqiqä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
ወድርዐ
(wädrä)
en het borstpantser
ወወልታ
(wäwälta)
en een schild
ወሰይፈ
(wäsäyfä)
en een zwaard van
ለቀትል
(läqätl)
voor de strijd
ወኲሎ
(wäkwilo)
en alle
ንዋየ
(newayä)
wapens van
ሞት
(mot)
dood
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Gen. 3:1–6.

7En uit zijn hand is het uitgegaan over hen die op het land wonen, van dat moment af en tot in eeuwigheid.
ወእምነ
(wämnä)
en uit
እዴሁ
(edehu)
zijn hand
ወፅአ
(wätsä)
is uitgegaan
ዲቤሆሙ
(dibehomu)
tegen hen
ለእለ
(lälä)
van hen die
የኀድሩ
(yäkhädru)
zij wonen
ዲበ
(dibä)
op
የብስ
(yäbs)
het land
እምይእቲ
(emyti)
van dat
ጊዜ
(gize)
de tijd van
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
8En de vierde heet Penemue: deze toonde de mensenkinderen het bittere en het zoete, en hij toonde hun alle verborgenheden van hun wijsheid.
ወራብዕ
(wärab)
en de vierde
ስሙ
(semu)
zijn naam
ፔኔሙዕ
(penemu)
Penemue
ዝንቱ
(zentu)
dit
አርአየ
(äräyä)
toonde
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
መሪረ
(märirä)
bitter
ወመዐርዒረ
(wämäärirä)
en het zoete
ወአርአዮሙ
(wääräyomu)
en hij toonde hun
ኲሎ
(kwilo)
alle
ኅቡኣተ
(khebuatä)
de verborgenheden van
ጥበቦሙ
(tebäbomu)
hun wijsheid
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.

Het schrift

9Hij onderwees de mensen in het schrift, met inkt en papier, en daardoor zijn er velen die gedwaald hebben van eeuwigheid tot eeuwigheid en tot deze dag.
ውእቱ
(wetu)
hij
አለበዎሙ
(äläbäwomu)
hij onderrichtte hen
ለሰብእ
(läsäb)
de mensen
መጽሐፈ
(mätshäfä)
de schrijfkunst
ወበማየ
(wäbämayä)
en met inkt
ሕመት
(hemät)
inkt
ወክርታስ
(wäkrtas)
en papier
ወበእንተዝ
(wäbäntäz)
en daarom
ብዙኃን
(bezukhan)
velen
እለ
(elä)
die
ስሕቱ
(sehtu)
dwaalden
እምዓለም
(emaläm)
van eeuwigheid
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ዛቲ
(zati)
deze
ዕለት
(elät)
dag
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
10Want de mensen zijn niet daartoe geboren, om zo met pen en inkt hun trouw te bevestigen.
እስመ
(esmä)
omdat
ኢተወልደ
(itäwäldä)
werd niet geboren
ሰብእ
(säb)
mensen
ለዝ
(läz)
voor deze
ከመዝ
(kämäz)
zo
በቀለም
(bäqäläm)
met pen
ወበማየ
(wäbämayä)
en met inkt
ሕመት
(hemät)
inkt
ያጽንዑ
(yatsnu)
zouden bevestigen
ሃይማኖቶሙ
(haymanotomu)
hun trouw
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
11Want de mensen zijn niet anders geschapen dan als engelen, om rechtvaardig en rein te blijven, en de dood, die alles bederft, zou hen niet hebben aangeraakt; maar door deze kennis van hen komen zij om, en door deze kracht verslindt hij mij.
እስመ
(esmä)
omdat
ኢተፈጥረ
(itäfäträ)
is niet geschapen
ሰብእ
(säb)
mensen
ዘእንበለ
(zänbälä)
behalve
ከመ
(kämä)
dat; als
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ከመ
(kämä)
dat; als
ይንበሩ
(yenbäru)
zouden blijven
ጻድቃነ
(tsadqanä)
rechtvaardig
ወንጹሓነ
(wäntsuhanä)
en rein
ወሞት
(wämot)
en de dood
ዘኲሎ
(zäkwilo)
die alles
ያማስን
(yamasn)
zou bederven
እምኢገሰሶሙ
(emigäsäsomu)
had hen niet aangeraakt
አላ
(äla)
maar
በዝ
(bäz)
door deze
አእምሮቶሙ
(ämrotomu)
hun kennis
ይትኀጐሉ
(yetkhägwälu)
zullen omkomen
ወበዝንቱ
(wäbäzntu)
en door dit
ኀይል
(khäyl)
kracht
ይበልዐኒ
(yebäläni)
verslindt mij
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
12En de vijfde heet Kasdeja: dit is hij die de mensenkinderen alle slechte slagen van geesten en boze geesten toonde, en de slagen van het ongeboren kind in de schoot, zodat het valt, en de slagen van de ziel: de beten van de slang, en de slagen die komen door de middaghitte, het kind van de slang, wiens naam Taba'et is.
ወኃምስ
(wäkhams)
en de vijfde
ስሙ
(semu)
zijn naam
ከስድያዕ
(käsdya)
Kasdeja
ዝንቱ
(zentu)
dit
አርአየ
(äräyä)
toonde
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
ኲሎ
(kwilo)
alle
ዝብጠታተ
(zebtätatä)
slagen
እኩየ
(ekuyä)
boze
ዘነፍሳት
(zänäfsat)
van de zielen
ወዘአጋንንት
(wäzäägannt)
en van de boze geesten
ወዝብጠታተ
(wäzbtätatä)
en de slagen van
ጻእጻእ
(tsatsa)
het ongeboren kind
በማኅፀን
(bämakhtsän)
in de schoot
ከመ
(kämä)
dat; als
ይደቅ
(yedäq)
om te vallen
ወዝብጠታተ
(wäzbtätatä)
en de slagen van
ነፍስ
(näfs)
ziel
ንስከተ
(neskätä)
beten van
አርዌ
(ärwe)
de slang
ወዝብጠተ
(wäzbtätä)
en de slag van
ዘይከውን
(zäykäwn)
wat geschiedt
በቀትር
(bäqätr)
op de middag
ወልዳ
(wälda)
haar kind
ለአርዌ
(läärwe)
de slang
ዘስሙ
(zäsmu)
dat heet
ተባዕት
(täbat)
Taba'et
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

Taba'et is de naam zoals die in de tekst staat; wat ermee bedoeld is, blijft onduidelijk.

De verborgen eed

13En dit is het getal van Kesbeël, het hoofd van de eed, die aan de heiligen de eed toonde toen de Allerhoogste in heerlijkheid woonde; en zijn naam is Beqa.
ወዝንቱ
(wäzntu)
en dit zijn
ውእቱ
(wetu)
dat
ኊልቁ
(khwilqu)
zijn getal
ለክስብኤል
(läksbel)
van Kesbeël
ርእሰ
(resä)
het hoofd van
መሐላ
(mähäla)
een eed
ዘአርአየ
(zääräyä)
die toonde
ለቅዱሳን
(läqdusan)
van de heiligen
ሶበ
(sobä)
wanneer
የኀድር
(yäkhädr)
woont
ልዑል
(leul)
de Allerhoogste
በስብሐት
(bäsbhät)
in heerlijkheid
ወስሙ
(wäsmu)
en zijn naam
ቤቃ
(beqa)
Beqa
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
14En deze zei tot de heilige Michaël dat hij hun de verborgen naam zou tonen, zodat zij die naam zouden zien en hem in de eed zouden noemen, opdat zij zouden beven voor die naam en eed, zij die de mensenkinderen al het verborgene toonden.
ወዝንቱ
(wäzntu)
en deze
ይቤሎ
(yebelo)
zei tot hem
ለቅዱስ
(läqdus)
de heilige
ሚካኤል
(mikael)
Michaël
ያርእዮሙ
(yaryomu)
dat hij hun toonde
ስመ
(semä)
de naam
ኅቡአ
(khebuä)
het verborgene
ከመ
(kämä)
dat; als
ይርአይዎ
(yeräywo)
zij zouden zien
ለውእቱ
(läwtu)
die
ስም
(sem)
de naam
ኅቡእ
(khebu)
het verborgene
ወከመ
(wäkämä)
en dat
ይዝክርዎ
(yezkrwo)
zij zouden noemen
በመሐላ
(bämähäla)
in een eed
ከመ
(kämä)
dat; als
ይርዐዱ
(yerädu)
beven
እምውእቱ
(emwtu)
uit dat
ስም
(sem)
de naam
ወመሐላ
(wämähäla)
en de eed
እለ
(elä)
die
አርአዩ
(äräyu)
hebben getoond
ለውሉደ
(läwludä)
de kinderen van
ሰብእ
(säb)
mensen
ኲሎ
(kwilo)
alle
ዘኅቡእ
(zäkhbu)
wat verborgen is
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
15En dit is de kracht van deze eed, want hij is machtig en sterk; en hij legde deze eed, Akae, in de hand van de heilige Michaël.
ወዝንቱ
(wäzntu)
en dit zijn
ኀይሉ
(khäylu)
zijn macht
ለዝ
(läz)
voor deze
መሐላ
(mähäla)
een eed
እስመ
(esmä)
omdat
ኀያል
(khäyal)
machtig
ውእቱ
(wetu)
dat
ወጽኑዕ
(wätsnu)
en sterk
ወአንበሮ
(wäänbäro)
en hij plaatste hem
ለዝ
(läz)
voor deze
መሐላ
(mähäla)
een eed
አካዕ
(äka)
Akae
በእዴሁ
(bädehu)
aan zijn handen
ለቅዱስ
(läqdus)
de heilige
ሚካኤል
(mikael)
Michaël
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
16En dit zijn de verborgenheden van deze eed, en zij zijn vast door zijn eed; en de hemel werd opgehangen voordat de wereld geschapen werd, en tot in eeuwigheid.
ወእሉ
(wälu)
en dit
እሙንቱ
(emuntu)
zij
ኅቡኣቲሁ
(khebuatihu)
zijn verborgenheden
ለዝ
(läz)
voor deze
መሐላ
(mähäla)
een eed
ወጸንዑ
(wätsänu)
en zij werden vast
በመሐላሁ
(bämähälahu)
door zijn eed
ወሰማይ
(wäsämay)
en de hemel
ተሰቅለ
(täsäqlä)
hing
ዘእንበለ
(zänbälä)
voordat
ይትፈጠር
(yetfätär)
geschapen wordt
ዓለም
(aläm)
de wereld
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
17En door hem is de aarde over het water gegrondvest, en uit de verborgen plaatsen van de bergen komen schone wateren voor de levenden, van de schepping van de wereld tot in eeuwigheid.
ወቦቱ
(wäbotu)
en in hem
ምድር
(medr)
de aarde
ተሳረረት
(täsarärät)
werd gegrondvest
ዲበ
(dibä)
op
ማይ
(may)
water
ወእምነ
(wämnä)
en uit
ኅቡኣተ
(khebuatä)
de verborgenheden van
አድባር
(ädbar)
bergen
ይመጽኣ
(yemätsa)
komen
ላህያት
(lahyat)
schone (wateren)
ለሕያዋን
(lähyawan)
van de levenden
ማያት
(mayat)
wateren
እምፍጥረተ
(emfträtä)
vanaf de schepping van
ዓለም
(aläm)
de wereld
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
18En door die eed is de zee geschapen, en als haar grondslag heeft Hij, voor de tijd van de toorn, zand voor haar neergezet, en zij gaat daar niet overheen, van de schepping van de wereld tot in eeuwigheid.
ወበውእቱ
(wäbäwtu)
en in die
መሐላ
(mähäla)
een eed
ተፈጥረት
(täfäträt)
werd geschapen
ባሕር
(bahr)
zee
ወመሠረታ
(wämäsäräta)
en haar grondslag
ለጊዜ
(lägize)
voor de tijd van
መዐት
(määt)
de toorn
አንበረ
(änbärä)
Hij stelde
ላቲ
(lati)
voor haar
ኆፃ
(khotsa)
zand
ወኢተኀልፍ
(wäitäkhälf)
en zij gaat niet voorbij
እምፍጥረተ
(emfträtä)
vanaf de schepping van
ዓለም
(aläm)
de wereld
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Job 38:8–11; Jer. 5:22.

19En door die eed zijn de diepten vast geworden en staan, en bewegen zich niet van hun plaats, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
ወበውእቱ
(wäbäwtu)
en in die
መሐላ
(mähäla)
een eed
ቀላያት
(qälayat)
diepten
ጸንዑ
(tsänu)
werden vast
ወቆሙ
(wäqomu)
en stonden
ወኢይትሐወሱ
(wäiythäwäsu)
en bewegen niet
እመካኖሙ
(emäkanomu)
van hun plaats
እምዓለም
(emaläm)
van eeuwigheid
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
20En door die eed voltooien zon en maan hun loop, en wijken niet van hun bevel, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
ወበውእቱ
(wäbäwtu)
en in die
መሐላ
(mähäla)
een eed
ፀሐይ
(tsähäy)
de zon
ወወርኅ
(wäwärkh)
en de maan
ይፌጽሙ
(yefetsmu)
zij voltooien
ምኋሮሙ
(mekhwaromu)
hun loop
ወኢየኀልፉ
(wäiyäkhälfu)
en zij gaan niet voorbij
እምትእዛዞሙ
(emtzazomu)
hun gebod
እምዓለም
(emaläm)
van eeuwigheid
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
21En door die eed voltooien de sterren hun loop, en Hij roept hen bij hun namen en zij antwoorden Hem, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
ወበውእቱ
(wäbäwtu)
en in die
መሐላ
(mähäla)
een eed
ከዋክብት
(käwakbt)
sterren
ይፌጽሙ
(yefetsmu)
zij voltooien
ምኋሮሙ
(mekhwaromu)
hun loop
ወአስማቲሆሙ
(wääsmatihomu)
en hun namen
ይጼውዕ
(yetsew)
roept
ወያወሥእዎ
(wäyawäswo)
en zij antwoorden hem
እምዓለም
(emaläm)
van eeuwigheid
ወእስከ
(wäskä)
en tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Jes. 40:26; Ps. 147:4.

22En zo ook voor het water: de zielen van de winden en alle geesten, en hun wegen uit alle soorten geesten.
ወከመዝ
(wäkämäz)
en zo
ለማይ
(lämay)
voor het water
ነፍሳቲሆሙ
(näfsatihomu)
hun zielen
ለነፋሳት
(länäfasat)
voor de winden
ወለኲሎሙ
(wäläkwilomu)
en over allen
መንፈሳት
(mänfäsat)
geesten
ወፍናዋቲሆሙ
(wäfnawatihomu)
en hun wegen
እምኲሉ
(emkwilu)
van elke
ኅብራተ
(khebratä)
soorten van
መናፍስት
(mänafst)
de geesten
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
23En daar worden de schatkamers van de stem van de donder bewaard en het licht van de bliksem, en daar worden de schatkamers van de hagel en van de rijp bewaard, en de schatkamers van de mist en de schatkamers van de regen en de dauw.
ወበህየ
(wäbähyä)
en daar
ይትዐቀብ
(yetäqäb)
wordt bewaard
መዛግብተ
(mäzagbtä)
de schatkamers van
ቃሉ
(qalu)
zijn stem
ለነጐድጓድ
(länägwädgwad)
voor de donder
ወብርሃኑ
(wäbrhanu)
en zijn licht
ለመብረቅ
(lämäbräq)
van de bliksem
ወበህየ
(wäbähyä)
en daar
ይትዐቀብ
(yetäqäb)
wordt bewaard
መዛግብተ
(mäzagbtä)
de schatkamers van
በረድ
(bäräd)
hagel
ወአስሐትያ
(wääshätya)
en ijs
ወመዛግብተ
(wämäzagbtä)
en schatkamers van
ጊሜ
(gime)
mist
ወመዛግብተ
(wämäzagbtä)
en schatkamers van
ዝናም
(zenam)
regen
ወጠል
(wätäl)
en dauw
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
24En zij allen geloven en danken voor het aangezicht van Yahweh van de geesten en prijzen met al hun kracht, en hun voedsel is alle dankzegging, en zij danken en prijzen en verheffen de naam van Yahweh van de geesten tot in alle eeuwigheid.
ወኲሎሙ
(wäkwilomu)
en zij allen
እሙንቱ
(emuntu)
zij
የአምኑ
(yäämnu)
zij geloven
ወያአኲቱ
(wäyaäkwitu)
en danken
በቅድመ
(bäqdmä)
voor het aangezicht van
እግዚአ
(egziä)
Yahweh van
መናፍስት
(mänafst)
de geesten
ወይሴብሑ
(wäysebhu)
en prijzen
በኲሉ
(bäkwilu)
in alle
ኀይሎሙ
(khäylomu)
hun kracht
ወሲሳዮሙ
(wäsisayomu)
en hun voedsel
በኲሉ
(bäkwilu)
in alle
አኰቴት
(äkwätet)
dankzegging
ይእቲ
(yeti)
dat is
ወያአኲቱ
(wäyaäkwitu)
en danken
ወይሴብሑ
(wäysebhu)
en prijzen
ወያሌዕሉ
(wäyalelu)
en verheffen
በስሙ
(bäsmu)
in de naam van
ለእግዚአ
(lägziä)
Yahweh van
መናፍስት
(mänafst)
de geesten
ለዓለመ
(läalämä)
tot in eeuwigheid van
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
25En over hen is deze eed vast, en zij worden daardoor bewaard, en hun wegen worden bewaard, en hun loop wordt niet bedorven.
ወዲቤሆሙ
(wädibehomu)
en over hen
ጸንዐ
(tsänä)
is vastgesteld
ዝመሐላ
(zemähäla)
deze eed
ወይትዐቀቡ
(wäytäqäbu)
en zij worden bewaard
ቦቱ
(botu)
daaraan
ወፍናዊሆሙ
(wäfnawihomu)
en hun wegen
ይትዐቀቡ
(yetäqäbu)
worden bewaard
ወምኋራቲሆሙ
(wämkhwaratihomu)
en hun banen
ኢይማስን
(iymasn)
wordt niet bedorven
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.

De Zoon des Mensen oordeelt

26En grote vreugde kwam hun toe, en zij zegenden en prezen en verhieven, omdat hun de naam van die Zoon des Mensen geopenbaard was.
ወኮኖሙ
(wäkonomu)
en kwam hun toe
ፍሥሐ
(feshä)
van vreugde
ዐቢየ
(äbiyä)
groot
ወባረኩ
(wäbaräku)
en zij zegenden
ወሰብሑ
(wäsäbhu)
en zij prezen
ወአልዐሉ
(wäälälu)
en zij verhieven
በእንተ
(bäntä)
over
ዘተከሥተ
(zätäkästä)
die geopenbaard is
ሎሙ
(lomu)
voor hen
ስሙ
(semu)
zijn naam
ለውእቱ
(läwtu)
die
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
እጓለ
(egwalä)
de kinderen van
እመሕያው
(emähyaw)
de mens
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
27En hij zat op de troon van zijn heerlijkheid, en al het oordeel werd hem gegeven, de Zoon des Mensen, en hij laat de zondaars verdwijnen en vernietigt hen van het aangezicht van de aarde, en hen die de wereld verleid hebben.
ወነበረ
(wänäbärä)
en zat
ዲበ
(dibä)
op
መንበረ
(mänbärä)
een troon
ስብሐቲሁ
(sebhätihu)
zijn heerlijkheid
ወርእሱ
(wärsu)
en zijn hoofd
ለኲነኔ
(läkwinäne)
voor het oordeel
ተውህበ
(täwhbä)
is gegeven
ሎቱ
(lotu)
hem
ለወልደ
(läwäldä)
aan de zoon van
እጓለ
(egwalä)
de kinderen van
እምሕያው
(emhyaw)
een mens
ወያኀልፍ
(wäyakhälf)
en hij zal doen verdwijnen
ወያማስን
(wäyamasn)
en vernietigen
ኃጥኣነ
(khatanä)
zondaars
እምገጻ
(emgätsa)
van het aangezicht van
ለምድር
(lämdr)
de aarde
ወእለ
(wälä)
en die
አስሐትዎ
(äshätwo)
verleidden
ለዓለም
(läaläm)
de wereld
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
28Met ketenen zullen zij gebonden worden en in hun vergaderplaats van verderf opgesloten, en al hun werken zullen van het aangezicht van de aarde verdwijnen.
በሰናስል
(bäsänasl)
met ketenen
ይትአሠሩ
(yetäsäru)
worden gebonden
ወበማኅበሮሙ
(wäbämakhbäromu)
en in hun vergadering
ዘሙስና
(zämusna)
van verderf
ይትዐፀዉ
(yetätsäwu)
worden opgesloten
ወኲሉ
(wäkwilu)
en alle
ምግባሮሙ
(megbaromu)
hun werken
የኀልፍ
(yäkhälf)
gaat voorbij
እምቅድመ
(emqdmä)
van voor
ገጸ
(gätsä)
het aangezicht van
ምድር
(medr)
de aarde
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
29En van nu af zal er niemand meer zijn die bederft, want die Zoon des Mensen is verschenen en zit op de troon van zijn heerlijkheid, en alles wat kwaad is zal van voor zijn aangezicht verdwijnen en heengaan; en het woord van die Zoon des Mensen zal sterk zijn voor het aangezicht van Yahweh van de geesten. Dit is de derde gelijkenis van Henoch.
ወእምይእዜሰ
(wämyzesä)
en van nu af
ኢይከውን
(iykäwn)
zal niet zijn
ዘይማስን
(zäymasn)
dat verdorven wordt
እስመ
(esmä)
omdat
ውእቱ
(wetu)
dat
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
ብእሲ
(besi)
een man
ተርእየ
(täryä)
is verschenen
ወነበረ
(wänäbärä)
en zat
ዲበ
(dibä)
op
መንበረ
(mänbärä)
een troon
ስብሐቲሁ
(sebhätihu)
zijn heerlijkheid
ወኲሉ
(wäkwilu)
en alle
እኩይ
(ekuy)
kwaad
እምቅድመ
(emqdmä)
van voor
ገጹ
(gätsu)
zijn aangezicht
የኀልፍ
(yäkhälf)
gaat voorbij
ወየሐውር
(wäyähäwr)
en gaat
ወነገፉ
(wänägäfu)
en het woord van
ለውእቱ
(läwtu)
die
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
ብእሲ
(besi)
een man
ይጸንዕ
(yetsän)
zal sterk zijn
በቅድመ
(bäqdmä)
voor het aangezicht van
እግዚአ
(egziä)
Yahweh van
መናፍስት
(mänafst)
de geesten
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

ወልደ ብእሲ is letterlijk ‘zoon van een man’; hier is de Uitverkorene bedoeld, weergegeven als ‘Zoon des Mensen’.