Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De namen van de engelen
1En dit zijn de namen van de heilige engelen die waken.
ወዝንቱ
(wäzntu)
en dit zijn
ውእቱ
(wetu)
dat
አስማቲሆሙ
(äsmatihomu)
hun namen
ለእለ
(lälä)
van hen die
ይተግሁ
(yetäghu)
waken
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
መላእክት
(mälakt)
de engelen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Hier volgen zes engelen; de Engelse vertaling van 1912 heeft er zeven.
2Uriël, één van de heilige engelen, namelijk die van de donder en van de beving.
ኡርኤል
(urel)
Uriël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
እስመ
(esmä)
omdat
ዘረዓም
(zäräam)
van de donder
ወዘረዓድ
(wäzäräad)
en van de beving
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ዘረዓም ወዘረዓድ (‘van de donder en van de beving’): de Engelse vertaling van 1912 heeft hier ‘die over de wereld en over de Tartarus is’.
3Rafaël, één van de heilige engelen, die over de geesten van de mensen is.
ሩፋኤል
(rufael)
Rafaël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ዘመናፍስተ
(zämänafstä)
over de geesten van
ሰብእ
(säb)
mensen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
4Raguël, één van de heilige engelen, die wraak neemt over de wereld en de lichten.
ራጉኤል
(raguel)
Raguël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ዘይትቤቀሎ
(zäytbeqälo)
die wraak neemt over
ለዓለም
(läaläm)
tot in eeuwigheid
ወለብርሃናት
(wäläbrhanat)
en de lichten
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
5Michaël, één van de heilige engelen, namelijk die aangesteld is over het goede van de mensen, over het volk.
ሚካኤል
(mikael)
Michaël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
እስመ
(esmä)
omdat
በዲበ
(bädibä)
op
ሠናይቱ
(sänaytu)
het goede van
ለሰብእ
(läsäb)
de mensen
ተአዛዚ
(tääzazi)
aangesteld
ዲበ
(dibä)
op
ሕዝብ
(hezb)
het volk
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
6Saraqaël, één van de heilige engelen, die over de geesten van de mensenkinderen is, die zondigen.
ሰረቃኤል
(säräqael)
Saraqaël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ዘዲበ
(zädibä)
die op
መናፍስተ
(mänafstä)
geesten
እጓለ
(egwalä)
de kinderen van
እመሕያው
(emähyaw)
de mens
ዘመናፍስተ
(zämänafstä)
over de geesten van
ያኅጥኡ
(yakhtu)
zondigen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
7Gabriël, één van de heilige engelen, die over de slangen en over het paradijs en over de cherubs is.
ገብርኤል
(gäbrel)
Gabriël
፩እምነ
(፩mnä)
één van
መላእክት
(mälakt)
de engelen
ቅዱሳን
(qedusan)
heiligen
ዘዲበ
(zädibä)
die op
አኪስት
(äkist)
slangen
ወዘዲበ
(wäzädibä)
en over
ገነት
(gänät)
het paradijs
ወዘኪሩቤል
(wäzäkirubel)
en over de cherubs
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 3:24.
Lezing
Na Gabriël heeft de Engelse vertaling van 1912 nog een engel (20:8): Remiël, ‘die Elohim over hen die opstaan gesteld heeft’.
Dit vers ontbreekt in de Ge'ez-tekst van Beta Masaheft.