Elohim Bijbel

Henoch 14

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108

Het visioen van de hemelse troon

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het boek van de berisping

1Dit is het boek van de woorden van gerechtigheid en van de berisping van de Wachters die van eeuwigheid zijn, zoals de Heilige en Grote bevolen heeft in dat visioen.
ዝመጽሐፍ
(zemätshäf)
dit boek
ቃለ
(qalä)
woorden
ጽድቅ
(tsedq)
gerechtigheid
ወዘለፋ
(wäzäläfa)
en de berisping van
ትጉሃን
(teguhan)
de Wachters
እለ
(elä)
die
እምዓለም
(emaläm)
van eeuwigheid
በከመ
(bäkämä)
zoals
አዘዘ
(äzäzä)
beval
ቅዱስ
(qedus)
de Heilige
ወዐቢይ
(wääbiy)
en Grote
በይእቲ
(bäyti)
in dat
ራእይ
(ray)
visioen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
2Ik zag het in mijn slaap, wat ik nu zeg met de tong van vlees en met mijn adem, die de Grote aan de mensen als mond gegeven heeft om daarmee te spreken en met het hart te begrijpen.
አነ
(änä)
ik
ርኢኩ
(reiku)
ik zag
በንዋምየ
(bänwamyä)
in mijn slaap
ዘአነ
(zäänä)
wat ik
ይእዜ
(yeze)
nu
እነግር
(enägr)
zeg
በልሳን
(bälsan)
met de tong
ዘሥጋ
(zäsga)
van vlees
ወበመንፈስየ
(wäbämänfäsyä)
en met mijn adem
ዘወሀበ
(zäwähäbä)
die gaf
ዐቢይ
(äbiy)
grote
አፈ
(äfä)
een mond
ለሰብእ
(läsäb)
de mensen
ይትናገሩ
(yetnagäru)
spreken
ቦቱ
(botu)
daaraan
ወይለብዉ
(wäyläbwu)
en begrijpen
በልብ
(bälb)
met het hart
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
3Zoals Hij de mensen geschapen heeft en hun gegeven heeft het woord van kennis te begrijpen, zo heeft Hij ook mij geschapen en mij gegeven de Wachters, de kinderen van de hemel, te berispen.
ከመ
(kämä)
als
ፈጠረ
(fätärä)
Hij schiep
ወወሀበ
(wäwähäbä)
en gaf
ለሰብእ
(läsäb)
de mensen
ይለብዉ
(yeläbwu)
opdat zij begrijpen
ቃለ
(qalä)
woorden
አእምሮ
(ämro)
kennis
ወሊተኒ
(wälitäni)
en ook mij
ፈጠረ
(fätärä)
Hij schiep
ወወሀበኒ
(wäwähäbäni)
en gaf mij
እዛለፎሙ
(ezaläfomu)
hen te berispen
ለትጉሃን
(lätguhan)
de Wachters
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
ሰማይ
(sämay)
hemel
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
4Ik heb jullie smeekbede opgeschreven, en in mijn visioen werd mij dit getoond: dat jullie smeekbede jullie niet zal worden toegestaan in alle dagen van de wereld, en dat het oordeel volkomen over jullie is; ja, het zal jullie niet worden toegestaan.
አነ
(änä)
ik
ስእለተክሙ
(selätäkmu)
jullie smeekbede
ጸሐፍኩ
(tsähäfku)
ik schreef
ወበራእይየ
(wäbärayyä)
en in mijn visioen
ከመዝ
(kämäz)
zo
ያስተርኢ
(yastäri)
verschijnt
እስመ
(esmä)
omdat
ስእለትክሙ
(selätkmu)
jullie smeekbede
ኢትከውነክሙ
(itkäwnäkmu)
er zal niet zijn voor jullie
ውስተ
(westä)
in
ኲሉ
(kwilu)
alle
መዋዕለ
(mäwalä)
dagen
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
ወኲነኔ
(wäkwinäne)
en het oordeel
ፍጽምት
(fetsmt)
volkomen
ላዕሌክሙ
(lalekmu)
over jullie
ወኢይከውነክሙ
(wäiykäwnäkmu)
en er zal niet zijn voor jullie
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

ኢይከውነክሙ (‘het zal jullie niet worden’) aan het slot herhaalt de zin: ‘het zal jullie niet worden toegestaan’.

5En van nu af zullen jullie niet opstijgen naar de hemel tot in alle eeuwigheid, en op de aarde is bevolen dat men jullie bindt in alle dagen van de wereld.
ወእምይእዜ
(wämyze)
en van nu af
ኢተዓርጉ
(itäargu)
jullie zullen niet opstijgen
ውስተ
(westä)
in
ሰማይ
(sämay)
hemel
እስከ
(eskä)
tot
ኲሉ
(kwilu)
alle
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
ወውስተ
(wäwstä)
en op
ምድር
(medr)
de aarde
ተነግረ
(tänägrä)
is bevolen
ይእሥርክሙ
(yesrkmu)
dat men jullie bindt
በኲሉ
(bäkwilu)
in alle
መዋዕለ
(mäwalä)
dagen
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
6En vóór dit hebben jullie het verderf van jullie geliefde kinderen gezien, en jullie hebben geen nut van hen, maar zij zullen voor jullie vallen door het zwaard.
ወእምቅድመ
(wämqdmä)
en vóór
ዝንቱ
(zentu)
dit
ርኢክሙ
(reikmu)
jullie hebben gezien
ኅጒለ
(khegwilä)
het verderf van
ውሉድክሙ
(weludkmu)
jullie kinderen
ፍቁራን
(fequran)
geliefde
ወአልብክሙ
(wäälbkmu)
en jullie hebben niet
ጥራያኒሆሙ
(terayanihomu)
hun nut
አላ
(äla)
maar
ይወድቁ
(yewädqu)
zij zullen vallen
ቅድሜክሙ
(qedmekmu)
voor jullie
በሰይፍ
(bäsäyf)
door het zwaard
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
7En jullie smeekbede voor hen zal niet worden toegestaan, noch ook voor jullie zelf; en jullie zullen wenen en smeken en niets spreken dan woorden uit het boek dat ik geschreven heb.
ወስእለትክሙ
(wäslätkmu)
en jullie smeekbede
በእንቲአሆሙ
(bäntiähomu)
over hen
ኢይከውን
(iykäwn)
zal niet zijn
ወበእንቲአክሙኒ
(wäbäntiäkmuni)
en ook voor jullie zelf
ወአንትሙሂ
(wääntmuhi)
en jullie
እንዘ
(enzä)
terwijl
ትበክዩ
(tebäkyu)
wenen
ወታስተበቊዑ
(wätastäbäqwiu)
en smeken
ወኢትትናገሩ
(wäittnagäru)
en jullie spreken niet
ወኢምንተኒ
(wäimntäni)
en niets
ቃለ
(qalä)
woorden
እምውስተ
(emwstä)
uit
መጽሐፍ
(mätshäf)
het boek
ዘጸሐፍኩ
(zätsähäfku)
dat ik geschreven heb
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

De tweede helft van het vers is lastig: ወኢትትናገሩ ወኢምንተኒ ቃለ እምውስተ መጽሐፍ (‘en jullie spreken niet, niets, een woord uit het boek’).

De Engelse vertaling van 1912 vertaalt: ‘en alle woorden spreken die in het geschrift staan dat ik geschreven heb’.

De opvaart naar de hemel

8En dit visioen werd mij getoond: zie, wolken riepen mij in het visioen, en mist riep mij, en de loop van de sterren en bliksems haastten mij en joegen mij voort, en winden in het visioen dreven mij en haastten mij.
ወሊተ
(wälitä)
en mij
ከመዝ
(kämäz)
zo
ራእይ
(ray)
visioen
አስተርአየኒ
(ästäräyäni)
werd getoond
ናሁ
(nahu)
zie
ደመናት
(dämänat)
wolken
በራእይ
(bäray)
in het visioen
ይጼውዑኒ
(yetsewuni)
zij riepen mij
ወጊሜ
(wägime)
en mist
ይጼውዐኒ
(yetsewäni)
riep mij
ወሩፀተ
(wärutsätä)
en de loop van
ከዋክብት
(käwakbt)
sterren
ወመባርቅት
(wämäbarqt)
en bliksems
ያጐጒዑኒ
(yagwägwiuni)
haastten mij
ወያጽዕቁኒ
(wäyatsquni)
en joegen mij voort
ወነፋሳት
(wänäfasat)
en winden
በራእይ
(bäray)
in het visioen
ያሰርሩኒ
(yasärruni)
dreven mij
ወያጔጒዑኒ
(wäyagwegwiuni)
en haastten mij
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
9En zij namen mij omhoog in de hemel, en ik ging binnen totdat ik een muur naderde, gebouwd van hagelstenen, en tongen van vuur omringden hem, en hij begon mij schrik aan te jagen.
ወነሥኡኒ
(wänäsuni)
en zij namen mij
ላዕለ
(lalä)
tegen
ውስተ
(westä)
in
ሰማይ
(sämay)
hemel
ወቦእኩ
(wäboku)
en ik ging binnen
እስከ
(eskä)
tot
እቀርብ
(eqärb)
ik naderde
ኀበ
(khäbä)
waar
ጥቅም
(teqm)
een muur
ዘኅንጽት
(zäkhntst)
gebouwd
በእብነ
(bäbnä)
van stenen
በረድ
(bäräd)
hagel
ወልሳነ
(wälsanä)
en tongen van
እሳት
(esat)
vuur
የዓውዳ
(yäawda)
omringden hem
ወወጠነ
(wäwätänä)
en hij begon
ያፍርሀኒ
(yafrhäni)
mij schrik aan te jagen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

በረድ (‘hagel’): de Engelse vertaling van 1912 vertaalt hier ‘kristal’ (en in vers 20 ‘sneeuw’).

10En ik ging binnen in de tongen van vuur en naderde een groot huis, gebouwd van hagelstenen, en de wanden van dat huis waren als een mozaïekvloer van stenen van hagel, en zijn vloer was hagel.
ወቦእኩ
(wäboku)
en ik ging binnen
ውስተ
(westä)
in
ልሳነ
(lesanä)
de tongen van
እሳት
(esat)
vuur
ወቀረብኩ
(wäqäräbku)
en ik naderde
ኀበ
(khäbä)
waar
ቤት
(bet)
een huis
ዓቢይ
(abiy)
grote
ዘሕኑጽ
(zähnuts)
gebouwd
በአዕባነ
(bääbanä)
van stenen
በረድ
(bäräd)
hagel
ወአረፍተ
(wääräftä)
en de wanden van
ውእቱ
(wetu)
dat
ቤት
(bet)
een huis
ከመ
(kämä)
als
ጸፍጸፈ
(tsäftsäfä)
als een mozaïek
ሰሌዳ
(säleda)
vloer
በአዕባን
(bääban)
van stenen
ዘእምበረድ
(zämbäräd)
van hagel
ወምድሩ
(wämdru)
en zijn vloer
በረድ
(bäräd)
hagel
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg

ጸፍጸፈ ሰሌዳ: de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘een mozaïekvloer’.

11Zijn gewelf was als de loop van de sterren en bliksems, en daartussen waren cherubs van vuur, en hun hemel was water.
ጠፈሩ
(täfäru)
zijn gewelf
ከመ
(kämä)
als
ሩፀተ
(rutsätä)
de loop van
ከዋክብት
(käwakbt)
sterren
ወመባርቅት
(wämäbarqt)
en bliksems
ወማእከሎሙ
(wämakälomu)
en tussen hen
ኪሩቤል
(kirubel)
cherubs
ዘእሳት
(zäsat)
van vuur
ወሰማዮሙ
(wäsämayomu)
en hun hemel
ማይ
(may)
water
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
12En een brandend vuur was rondom zijn wanden, en zijn poorten brandden van vuur.
ወእሳት
(wäsat)
en vuur
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
በዓውደ
(bäawdä)
rondom
አረፍቱ
(äräftu)
zijn wanden
ወኆኅቱ
(wäkhokhtu)
en zijn poorten
ይውዒ
(yewi)
hij brandt
በእሳት
(bäsat)
van vuur
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
13En ik ging dat huis binnen, en het was heet als vuur en koud als hagel, en er was geen genot en geen leven daarin; vrees bedekte mij en siddering greep mij.
ወቦእኩ
(wäboku)
en ik ging binnen
ውስተ
(westä)
in
ውእቱ
(wetu)
dat
ቤት
(bet)
een huis
ወምውቅ
(wämwq)
en heet
ከመ
(kämä)
als
እሳት
(esat)
vuur
ወቈሪር
(wäqwärir)
en koud
ከመ
(kämä)
als
በረድ
(bäräd)
hagel
ወኢምንተኒ
(wäimntäni)
en niets
ፍግዓ
(fega)
genot
ወሕይወት
(wähywät)
en leven
አልቦ
(älbo)
er was niet
ውስቴቱ
(westetu)
daarin
ፍርሃት
(ferhat)
vrees
ከደነኒ
(kädänäni)
bedekte mij
ወረዓድ
(wäräad)
en siddering
አኀዘኒ
(äkhäzäni)
greep mij
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
14En terwijl ik beefde en sidderde, viel ik op mijn aangezicht en zag in een visioen.
ወእንዘ
(wänzä)
en terwijl
እትሀወክ
(ethäwäk)
ik beefde
ወእርዕድ
(wärd)
en sidderde
ወደቁ
(wädäqu)
en ik viel (tekst: zij vielen)
በገጽየ
(bägätsyä)
op mijn aangezicht
ወእሬኢ
(wärei)
en ik zag
በራእይ
(bäray)
in het visioen
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing

ወደቁ is formeel ‘zij vielen’; gelezen als ‘ik viel’ (ወደቅኩ), zoals de Engelse vertaling van 1912 vertaalt.

Het tweede huis

15En zie, er was een tweede huis, groter dan dat eerste, en al zijn poorten stonden open voor mij, en het was gebouwd van tongen van vuur.
ወናሁ
(wänahu)
en zie
ካልእ
(kal)
een ander
ቤት
(bet)
een huis
ዘየዐቢ
(zäyääbi)
dat groter was
እምዝኩ
(emzku)
dan dat
ወኲሉ
(wäkwilu)
en alle
ኆኅቱ
(khokhtu)
zijn poorten
ርኁት
(rekhut)
open
በቅድሜየ
(bäqdmeyä)
voor mij
ወኅኑጽ
(wäkhnuts)
en gebouwd
በልሳነ
(bälsanä)
van tongen van
እሳት
(esat)
vuur
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
16En in alles overtrof het in heerlijkheid en eer en grootte, zodat ik jullie niet kan vertellen over zijn heerlijkheid en zijn grootheid.
ወበኲሉ
(wäbäkwilu)
en in alle
ይራደፍድ
(yeradäfd)
het overtrof
በስብሐት
(bäsbhät)
in heerlijkheid
ወበክብር
(wäbäkbr)
en in eer
ወዕበይ
(wäbäy)
en in grootte
እስከ
(eskä)
tot
ኢይክል
(iykl)
ik kan niet
ዜንዎተክሙ
(zenwotäkmu)
jullie te vertellen
በእንተ
(bäntä)
over
ስብሐቲሁ
(sebhätihu)
zijn heerlijkheid
ወበእንተ
(wäbäntä)
en over
ዐበዩ
(äbäyu)
zijn grootheid
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
17En zijn vloer was vuur, en daarboven waren bliksem en de loop van de sterren, en zijn gewelf was brandend vuur.
ወምድሩሰ
(wämdrusä)
en zijn vloer
እሳት
(esat)
vuur
ወመልዕልቴሁ
(wämälltehu)
en daarboven
መብረቅ
(mäbräq)
bliksem
ወምርዋፀ
(wämrwatsä)
en de loop van
ከዋክብት
(käwakbt)
sterren
ወጠፈሩኒ
(wätäfäruni)
en ook zijn gewelf
እሳት
(esat)
vuur
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.

De troon van de Grote Heerlijkheid

18En ik keek en zag daarin een hoge troon, en zijn aanzien was als kristal, en zijn kring als de stralende zon, en ik hoorde de stem van de cherubs.
ወነጸርኩ
(wänätsärku)
en ik keek
ወርኢኩ
(wäriku)
en ik zag
ውስቴቱ
(westetu)
daarin
መንበረ
(mänbärä)
een troon
ልዑለ
(leulä)
hoge
ወራእዩ
(wärayu)
en zijn aanzien
ከመ
(kämä)
als
አስሐትያ
(äshätya)
ijs, kristal
ወክበቡ
(wäkbäbu)
en zijn kring
ከመ
(kämä)
als
ፀሐይ
(tsähäy)
de zon
ዘያበርህ
(zäyabärh)
die straalt
ወቃለ
(wäqalä)
en de stem van
ኪሩቤል
(kirubel)
cherubs
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Ezech. 1:26–28.

Uitleg

አስሐትያ: de Engelse vertaling van 1912 vertaalt ‘kristal’.

19En van onder de grote troon kwamen stromen van brandend vuur, en men kon er niet naar kijken.
ወእመትሕተ
(wämäthtä)
en van onder
መንበሩ
(mänbäru)
zijn troon
ዐቢይ
(äbiy)
grote
ይወፅእ
(yewäts)
kwamen
አፍላገ
(äflagä)
stromen van
እሳት
(esat)
vuur
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
ወኢይክሉ
(wäiyklu)
en zij kunnen niet
ርእዮቶ
(reyoto)
ernaar te kijken
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
20En de Grote Heerlijkheid zat daarop, en Zijn kleed was stralender dan de zon en witter dan alle hagel.
ወዐቢየ
(wääbiyä)
en de grote
ስብሐት
(sebhät)
Heerlijkheid
ይነብር
(yenäbr)
zat
ላዕሌሁ
(lalehu)
daarop
ወዐጽፉሰ
(wäätsfusä)
en Zijn kleed
ዘይበርህ
(zäybärh)
dat straalt
እምፀሐይ
(emtsähäy)
dan de zon
ወይፀዐዱ
(wäytsäädu)
en witter
እምኲሉ
(emkwilu)
van elke
በረድ
(bäräd)
hagel
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Dan. 7:9.

Zie ookDan 7:9
21En geen van de engelen kon binnengaan en het aanzicht van de Eerbiedwaardige en Heerlijke zien, en niemand van vlees kon Hem zien.
ወኢይክል
(wäiykl)
en kan niet
ወኢመኑሂ
(wäimänuhi)
en niemand
እመላእክት
(emälakt)
van de engelen
በዊአ
(bäwiä)
binnengaan
ወራእየ
(wärayä)
en het aanzicht van
ገጹ
(gätsu)
Zijn aangezicht
ለክቡር
(läkbur)
de Eerbiedwaardige
ወስቡሕ
(wäsbuh)
en verheerlijkt
ኢይክል
(iykl)
ik kan niet
ወኢመኑሂ
(wäimänuhi)
en niemand
ዘሥጋ
(zäsga)
van vlees
ይርአይ
(yeräy)
zien
ኪያሁ
(kiyahu)
Hem
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
22Een vuur van vuur brandde rondom Hem, en een groot vuur stond voor Hem, en niemand van hen die rondom Hem waren kon Hem naderen; tienduizenden maal tienduizenden stonden voor Hem, en Hij heeft geen heilige raad nodig.
እሳተ
(esatä)
een vuur van
እሳት
(esat)
vuur
ዘይነድድ
(zäynädd)
dat brandt
በዓውዱ
(bäawdu)
rondom Hem
ወእሳት
(wäsat)
en vuur
ዐቢይ
(äbiy)
grote
ይቀውም
(yeqäwm)
stond
ቅድሜሁ
(qedmehu)
voor Hem
ወአልቦ
(wäälbo)
en niet
ዘይቀርብ
(zäyqärb)
die kon naderen
ኀቤሁ
(khäbehu)
tot Hem
እምእለ
(emlä)
van hen die
ዓውዱ
(awdu)
rondom Hem waren
ትእልፊተ
(telfitä)
tienduizend
ትእልፊት
(telfit)
tienduizenden
ቅድሜሁ
(qedmehu)
voor Hem
ወውእቱሰ
(wäwtusä)
en Hij
ኢይፈቅድ
(iyfäqd)
heeft niet nodig
ምክረ
(mekrä)
raad
ቅድስተ
(qedstä)
heilige
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats

Zie Dan. 7:10.

Zie ookDan 7:10
23En de heiligen die Hem naderen verwijderen zich niet, bij nacht en bij dag, en gaan niet van Hem weg.
ወቅዱሳን
(wäqdusan)
en de heiligen
እለ
(elä)
die
ይቀርቡ
(yeqärbu)
die naderen
ኀቤሁ
(khäbehu)
tot Hem
ኢይርኅቁ
(iyrkhqu)
verwijderen zich niet
ሌሊተ
(lelitä)
bij nacht
ወመዓልተ
(wämäaltä)
en bij dag
ወኢይትአተቱ
(wäiytätätu)
en gaan niet weg
እምኔሁ
(emnehu)
van Hem
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
24En ik lag tot dan toe op mijn aangezicht, bedekt, terwijl ik beefde, en Yahweh riep mij met Zijn mond en zei tot mij: „Kom hier, Henoch, en hoor Mijn heilig woord.”
ወአነ
(wäänä)
en ik
ሀለውኩ
(häläwku)
ik lag
እስከ
(eskä)
tot
ዝንቱ
(zentu)
dit
ዲበ
(dibä)
op
ገጽየ
(gätsyä)
mijn aangezicht
ግልባቤ
(gelbabe)
bedekt
እንዘ
(enzä)
terwijl
እርዕዱ
(erdu)
ik beefde
ወእግዚእ
(wägzi)
en Yahweh
በአፉሁ
(bääfuhu)
met Zijn mond
ጸውዐኒ
(tsäwäni)
riep mij
ወይቤለኒ
(wäybeläni)
en Hij zei tot mij
ቅረብ
(qeräb)
kom
ዝየ
(zeyä)
hier
ሄኖክ
(henok)
Henoch
ወለቃልየ
(wäläqalyä)
en tot mijn woord
ቅዱስ
(qedus)
de Heilige
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
25En Hij deed mij opstaan en bracht mij tot de poort, en ik keek omlaag.
ወአንሥአኒ
(wäänsäni)
en Hij deed mij opstaan
ወአቅረበኒ
(wääqräbäni)
en bracht mij
እስከ
(eskä)
tot
ኆኅት
(khokht)
de poort
ወአንሰ
(wäänsä)
en ik
ገጽየ
(gätsyä)
mijn aangezicht
ታሕተ
(tahtä)
omlaag
እኔጽር
(enetsr)
keek
Bron: Maṣḥafa Henok (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Enoch, Engelse vertaling uit 1912, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.