Elohim Bijbel

1 Kronieken 3

1234567891011121314151617181920212223242526272829

De zonen van David en de koningen van Juda

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zonen van David in Hebron

1Dit waren de zonen van David die in Hebron aan hem werden geboren. De eerstgeborene was Amnon, van Achinoam uit Jizreël. De tweede was Daniël, van Abigaïl uit Karmel.
וְאֵ֤לֶּה
(veele)
en dit
הָיוּ֙
(hayu)
waren
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
דָויִ֔ד
(davyid)
David
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נֽוֹלַד
(nolad)
werd geboren
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
בְּחֶבְר֑וֹן
(bechevron)
in Hebron
הַבְּכ֣וֹר
(habekhor)
de eerstgeborene
אַמְנֹ֗ן
(amnon)
Amnon
לַאֲחִינֹ֨עַם֙
(laachinoam)
van Achinoam
הַיִּזְרְעֵאלִ֔ית
(hayizreelit)
de Jizreëlitische
שֵׁנִי֙
(sheni)
de tweede
דָּנִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
לַאֲבִיגַ֖יִל
(laavigayil)
van Abigaïl
הַֽכַּרְמְלִֽית
(hakarmelit)
de Karmelitische
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Hebron (חֶבְרוֹן) ligt in het bergland van Juda, bij het huidige Hebron (Al-Chalil) op de Westelijke Jordaanoever.

Zie Jizreël (in Juda, ligging onzeker): Dit Jizreël was een stad in het bergland van Juda, bij Zif en Juta; Khirbet Terrama is voorgesteld.

Het is niet de vallei van Jizreël in het noorden.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Karmel (in Juda): Dit Karmel wordt gezocht bij Khirbet el-Kirmil, ten zuiden van Hebron.

Dit Jizreël ligt in het bergland van Juda (Joz. 15:56), niet in het noorden. Karmel (Joz. 15:55) ligt ten zuiden van Hebron, bij Khirbet el-Kirmil, op de Westelijke Jordaanoever.

Uitleg

De lijst van Davids zonen in Hebron staat ook in 2 Sam. 3:2–5.

Lezing

Hier heet de tweede zoon Daniël.

In 2 Sam. 3:3 heet hij Kileab.

Wij vertalen wat er staat.

2De derde was Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, de koning van Gesur. De vierde was Adonia, de zoon van Chagit.
הַשְּׁלִשִׁי֙
(hashelishi)
de derde
לְאַבְשָׁל֣וֹם
(leavshalom)
Absalom
בֶּֽן
(ben)
zoon van
מַעֲכָ֔ה
(maakha)
Maächa
בַּת
(bat)
dochter van
תַּלְמַ֖י
(talmay)
Talmai
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
גְּשׁ֑וּר
(geshur)
Gesur
הָרְבִיעִ֖י
(harevii)
de vierde
אֲדֹנִיָּ֥ה
(adoniya)
Adonia
בֶן
(ben)
zoon van
חַגִּֽית
(chagit)
Chagit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gesur was een klein koninkrijk ten oosten van de Jordaan, bij de Golan.

Het ligt in het huidige Syrië of Israël.

De grenzen zijn niet precies bekend.

3De vijfde was Sefatja, van Abital. De zesde was Jitream, van Egla, zijn vrouw.
הַחֲמִישִׁ֥י
(hachamishi)
de vijfde
שְׁפַטְיָ֖ה
(shefatya)
Sefatja
לַאֲבִיטָ֑ל
(laavital)
van Abital
הַשִּׁשִּׁ֥י
(hashishi)
de zesde
יִתְרְעָ֖ם
(yitream)
Jitream
לְעֶגְלָ֥ה
(leegla)
van Egla
אִשְׁתּֽוֹ
(ishto)
zijn vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Jitream wordt hier ‘de zesde’ genoemd, van Egla.

Vergelijk 2 Sam. 3:5.

Zie ook2 Sam 3:5
46 zonen werden aan hem geboren in Hebron. Daar regeerde hij 7 jaar en 6 maanden. In Jeruzalem regeerde hij 33 jaar.
שִׁשָּׁה֙
(shisha)
zes
נֽוֹלַד
(nolad)
werd geboren
ל֣וֹ
(lo)
aan hem
בְחֶבְר֔וֹן
(bechevron)
in Hebron
וַיִּ֨מְלָךְ
(vayimlakh)
en hij regeerde
שָׁ֔ם
(sham)
daar
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וְשִׁשָּׁ֣ה
(veshisha)
en zes
חֳדָשִׁ֑ים
(chodashim)
maanden
וּשְׁלֹשִׁ֤ים
(usheloshim)
en dertig
וְשָׁלוֹשׁ֙
(veshalosh)
en drie
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
מָלַ֖ךְ
(malakh)
regeerde hij
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De getallen zijn die van de Masoretische tekst.

Zie ook 2 Sam. 5:5 en 1 Kon. 2:11.

De zonen van David in Jeruzalem

5Dit zijn de zonen die in Jeruzalem aan hem werden geboren: Simea, Sjobab, Natan en Salomo. Die 4 waren van Bat-Sua, de dochter van Ammiël.
וְאֵ֥לֶּה
(veele)
en dit
נוּלְּדוּ
(nuledu)
werden geboren
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
בִּירוּשָׁלָ֑יִם
(birushalayim)
in Jeruzalem
שִׁ֠מְעָא
(shima)
Simea
וְשׁוֹבָ֞ב
(veshovav)
en Sjobab
וְנָתָ֤ן
(venatan)
en Natan
וּשְׁלֹמֹה֙
(ushelomo)
en Salomo
אַרְבָּעָ֔ה
(arbaa)
vier
לְבַת
(levat)
van Bat
שׁ֖וּעַ
(shua)
Sua
בַּת
(bat)
dochter van
עַמִּיאֵֽל
(amiel)
Ammiël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jeruzalem (יְרוּשָׁלִַם) ligt in het bergland van Juda, bij het huidige Jeruzalem.

Uitleg

Bat-Sua (בַּת־שׁוּעַ, bat-sjua) is hier de moeder van de eerste 4 zonen.

In 2 Sam. 11:3 en 12:24 heet de moeder van Salomo Bat-Sjeba, de dochter van Eliam.

Eliam (אֱלִיעָם) en Ammiël (עַמִּיאֵל) bestaan uit dezelfde woorddelen in andere volgorde.

Wij vertalen wat er staat.

De lijst staat ook in 2 Sam. 5:14–16 en 1 Kron. 14:4–7.

Simea (שִׁמְעָא) heet in 2 Sam. 5:14 en 1 Kron. 14:4 Sjammua (שַׁמּוּעַ).

6Verder Jibchar, Elisjama en Elifelet,
וְיִבְחָ֥ר
(veyivchar)
en Jibchar
וֶאֱלִישָׁמָ֖ע
(veelishama)
en Elisjama
וֶאֱלִיפָֽלֶט
(veelifalet)
en Elifelet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen in de verzen 6–8 komen ook voor in 2 Sam. 5:15–16 en 1 Kron. 14:5–7.

Elisjama en Elifelet staan hier twee keer (vers 6 en vers 8).

In 1 Kron. 14:5 staan op de plaats van de eerste twee namen van vers 6 de namen Elisjua en Elpelet.

In 1 Kron. 14:7 heet Eljada Beëljada.

Wij vertalen wat er staat.

7Nogah, Nefeg en Jafia,
וְנֹ֥גַהּ
(venogah)
en Nogah
וְנֶ֖פֶג
(venefeg)
en Nefeg
וְיָפִֽיעַ
(veyafia)
en Jafia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Elisjama, Eljada en Elifelet. Dat waren er 9.
וֶאֱלִישָׁמָ֧ע
(veelishama)
en Elisjama
וְאֶלְיָדָ֛ע
(veelyada)
en Eljada
וֶאֱלִיפֶ֖לֶט
(veelifelet)
en Elifelet
תִּשְׁעָֽה
(tisha)
negen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Dat waren alle zonen van David, afgezien van de zonen van de bijvrouwen. Tamar was hun zus.
כֹּ֖ל
(kol)
alle
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
דָוִ֑יד
(david)
David
מִלְּבַ֥ד
(milevad)
afgezien van
בְּֽנֵי
(benei)
zonen van
פִֽילַגְשִׁ֖ים
(pilagshim)
bijvrouwen
וְתָמָ֥ר
(vetamar)
en Tamar
אֲחוֹתָֽם
(achotam)
hun zus
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּילַגְשִׁים (pilagshim), ‘bijvrouwen’: vrouwen van lagere rang die wel bij het huisgezin hoorden.

Zie 2 Sam. 5:13.

Over Tamar: zie 2 Sam. 13:1.

De koningen van Juda tot Josia

10De zoon van Salomo was Rechabeam. Abia was zijn zoon. Asa was zijn zoon. Josafat was zijn zoon.
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
רְחַבְעָ֑ם
(rechavam)
Rechabeam
אֲבִיָּ֥ה
(aviya)
Abia
בְנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
אָסָ֥א
(asa)
Asa
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
יְהוֹשָׁפָ֥ט
(yehoshafat)
Josafat
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier volgen de koningen van Juda, van vader op zoon.

Het Hebreeuws zegt steeds ‘zijn zoon’ (בְּנוֹ, beno).

Wij vertalen dat steeds als ‘was zijn zoon’.

11Joram was zijn zoon. Achazia was zijn zoon. Joas was zijn zoon.
יוֹרָ֥ם
(yoram)
Joram
בְּנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
אֲחַזְיָ֥הוּ
(achazyahu)
Achazia
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
יוֹאָ֥שׁ
(yoash)
Joas
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Tussen Achazia en Joas regeerde Atalja (2 Kon. 11:1–3).

Zij komt in deze lijst niet voor.

12Amazia was zijn zoon. Azaria was zijn zoon. Jotam was zijn zoon.
אֲמַצְיָ֧הוּ
(amatsyahu)
Amazia
בְנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
עֲזַרְיָ֥ה
(azarya)
Azaria
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
יוֹתָ֥ם
(yotam)
Jotam
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Azaria (עֲזַרְיָה) heet in 2 Kon. 15:13 ook Uzzia.

13Achaz was zijn zoon. Hizkia was zijn zoon. Manasse was zijn zoon.
אָחָ֥ז
(achaz)
Achaz
בְּנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
חִזְקִיָּ֥הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
מְנַשֶּׁ֥ה
(menashe)
Manasse
בְנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Amon was zijn zoon. Josia was zijn zoon.
אָמ֥וֹן
(amon)
Amon
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
יֹאשִׁיָּ֥הוּ
(yoshiyahu)
Josia
בְנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De zonen van Josia en van Jojakim

15De zonen van Josia: de eerstgeborene was Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia en de vierde Sjallum.
וּבְנֵי֙
(uvenei)
en zonen van
יֹאשִׁיָּ֔הוּ
(yoshiyahu)
Josia
הַבְּכוֹר֙
(habekhor)
de eerstgeborene
יוֹחָנָ֔ן
(yochanan)
Johanan
הַשֵּׁנִ֖י
(hasheni)
de tweede
יְהוֹיָקִ֑ים
(yehoyaqim)
Jojakim
הַשְּׁלִשִׁי֙
(hashelishi)
de derde
צִדְקִיָּ֔הוּ
(tsidqiyahu)
Zedekia
הָרְבִיעִ֖י
(harevii)
de vierde
שַׁלּֽוּם
(shalum)
Sjallum
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sjallum (שַׁלּוּם) is de koning die in 2 Kon. 23:30 Joachaz heet.

Jer. 22:11 noemt hem Sjallum.

16De zonen van Jojakim: Jechonia was zijn zoon. Zedekia was zijn zoon.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
יְהוֹיָקִ֑ים
(yehoyaqim)
Jojakim
יְכָנְיָ֥ה
(yekhaneya)
Jechonia
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
צִדְקִיָּ֥ה
(tsidqiya)
Zedekia
בְנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘zijn zoon’.

Dat kan op Jojakim slaan of op Jechonia.

In 2 Kon. 24:17 is Zedekia een oom van Jechonia, een broer van Jojakim.

Wij vertalen wat er staat.

De nakomelingen van Jechonia

17De zonen van Jechonia: Assir. Sjealtiël was zijn zoon.
וּבְנֵי֙
(uvenei)
en zonen van
יְכָנְיָ֣ה
(yekhaneya)
Jechonia
אַסִּ֔ר
(asir)
Assir
שְׁאַלְתִּיאֵ֖ל
(shealtiel)
Sjealtiël
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַסִּר (assir) betekent ook ‘gevangene’.

Wij nemen het hier als een eigennaam.

18Ook Malkiram, Pedaja, Sjenazzar, Jekamja, Hosjama en Nedabja.
וּמַלְכִּירָ֥ם
(umalkiram)
en Malkiram
וּפְדָיָ֖ה
(ufedaya)
en Pedaja
וְשֶׁנְאַצַּ֑ר
(veshenatsar)
en Sjenazzar
יְקַמְיָ֥ה
(yeqamya)
Jekamja
הוֹשָׁמָ֖ע
(hoshama)
Hosjama
וּנְדַבְיָֽה
(unedavya)
en Nedabja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19De zonen van Pedaja: Zerubbabel en Simeï. De zonen van Zerubbabel waren Mesjullam en Chananja. Sjelomit was hun zus.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
פְדָיָ֔ה
(pedaya)
Pedaja
זְרֻבָּבֶ֖ל
(zerubavel)
Zerubbabel
וְשִׁמְעִ֑י
(veshimi)
en Simeï
וּבֶן
(uven)
en zoon van
זְרֻבָּבֶל֙
(zerubavel)
Zerubbabel
מְשֻׁלָּ֣ם
(meshulam)
Mesjullam
וַחֲנַנְיָ֔ה
(vachananya)
en Chananja
וּשְׁלֹמִ֖ית
(ushelomit)
en Sjelomit
אֲחוֹתָֽם
(achotam)
hun zus
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zerubbabel is hier een zoon van Pedaja.

In Ezra 3:2 en Hag. 1:1 heet hij een zoon van Sjealtiël.

Zie ook Matt. 1:12.

Het Hebreeuws heeft hier ‘de zoon van Zerubbabel’ in het enkelvoud, met drie namen erna. Wij vertalen ‘zonen’.

20Ook Chasuba, Ohel, Berechja, Chasadja en Jusab-Chesed. Dat waren er 5.
וַחֲשֻׁבָ֡ה
(vachashuva)
en Chasuba
וָ֠אֹהֶל
(vaohel)
en Ohel
וּבֶרֶכְיָ֧ה
(uverekhya)
en Berechja
וַֽחֲסַדְיָ֛ה
(vachasadya)
en Chasadja
י֥וּשַׁב
(yushav)
Jusab
חֶ֖סֶד
(chesed)
Chesed
חָמֵֽשׁ
(chamesh)
vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21De zonen van Chananja waren Pelatja en Jesaja. Verder: de zonen van Refaja, de zonen van Arnan, de zonen van Obadja, de zonen van Sjekanja.
וּבֶן
(uven)
en zoon van
חֲנַנְיָ֖ה
(chananya)
Chananja
פְּלַטְיָ֣ה
(pelatya)
Pelatja
וִישַֽׁעְיָ֑ה
(vishaya)
en Jesaja
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
רְפָיָה֙
(refaya)
Refaja
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
אַרְנָ֔ן
(arnan)
Arnan
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
עֹבַדְיָ֖ה
(ovadya)
Obadja
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
שְׁכַנְיָֽה
(shekhanya)
Sjekanja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft hier ‘de zoon van Chananja’ in het enkelvoud, met twee namen erna.

Wij vertalen ‘zonen’.

Lezing

De opbouw van dit vers is onduidelijk.

Er staan vier groepen ‘zonen van’ zonder namen erbij.

Het kan een rij van generaties zijn, maar de tekst zegt dat niet.

Wij vertalen letterlijk.

Zie ookNeh 10:23
22De zonen van Sjekanja: Sjemaja. De zonen van Sjemaja: Chattusj, Jigal, Bariach, Nearja en Sjafat. Dat waren er 6.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en zonen van
שְׁכַנְיָ֖ה
(shekhanya)
Sjekanja
שְׁמַעְיָ֑ה
(shemaya)
Sjemaja
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
שְׁמַעְיָ֗ה
(shemaya)
Sjemaja
חַטּ֡וּשׁ
(chatush)
Chattusj
וְ֠יִגְאָל
(veyigal)
en Jigal
וּבָרִ֧יחַ
(uvariach)
en Bariach
וּנְעַרְיָ֛ה
(unearya)
en Nearja
וְשָׁפָ֖ט
(veshafat)
en Sjafat
שִׁשָּֽׁה
(shisha)
zes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het getal 6 past niet bij de 5 namen die na Sjemaja staan.

Het past wel als Sjemaja zelf wordt meegeteld, maar de tekst zegt dat niet.

Wij vertalen wat er staat.

Zie ookEzra 8:2
23De zonen van Nearja: Eljoënai, Hizkia en Azrikam. Dat waren er 3.
וּבֶן
(uven)
en zoon van
נְעַרְיָ֗ה
(nearya)
Nearja
אֶלְיוֹעֵינַ֧י
(elyoeinay)
Eljoënai
וְחִזְקִיָּ֛ה
(vechizqiya)
en Hizkia
וְעַזְרִיקָ֖ם
(veazriqam)
en Azrikam
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft hier ‘de zoon van Nearja’ in het enkelvoud, met drie namen erna.

Wij vertalen ‘zonen’.

24De zonen van Eljoënai: Hodavja, Eljasib, Pelaja, Akkub, Johanan, Delaja en Anani. Dat waren er 7.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
אֶלְיוֹעֵינַ֗י
(elyoeinay)
Eljoënai
הוֹדַוְיָ֡הוּ
(hodavyahu)
Hodavja
וְאֶלְיָשִׁ֡יב
(veelyashiv)
en Eljasib
וּפְלָיָ֡ה
(ufelaya)
en Pelaja
וְ֠עַקּוּב
(veaquv)
en Akkub
וְיוֹחָנָ֧ן
(veyochanan)
en Johanan
וּדְלָיָ֛ה
(udelaya)
en Delaja
וַעֲנָ֖נִי
(vaanani)
en Anani
שִׁבְעָֽה
(shiva)
zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft een iets andere spelling van de naam Hodavja.

Wij volgen de gelezen tekst (qere).