Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Salomo's eigen huizen
1Aan zijn eigen huis bouwde Salomo 13 jaar. Zo maakte hij heel zijn huis af.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בֵּיתוֹ֙
(beito)
zijn huis
בָּנָ֣ה
(bana)
bouwde
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיְכַ֖ל
(vaykhal)
en hij voltooide
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
בֵּיתֽוֹ
(beito)
zijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Aan het huis van Yahweh bouwde Salomo 7 jaar (6:38).
Aan zijn eigen huis bouwde hij 13 jaar.
Het verhaal gaat hier van het huis van Yahweh naar Salomo's gebouwen, en in vers 13 weer terug naar het werk aan het huis van Yahweh.
2Hij bouwde het Huis van het Woud van de Libanon. Het was 100 el lang, 50 el breed en 30 el hoog. Het stond op vier rijen cederen pilaren, met cederen balken boven op de pilaren.
וַיִּ֜בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יַ֣עַר
(yaar)
het woud van
הַלְּבָנ֗וֹן
(halevanon)
de Libanon
מֵאָ֨ה
(mea)
honderd
אַמָּ֤ה
(ama)
el
אָרְכּוֹ֙
(arko)
zijn lengte
וַחֲמִשִּׁ֤ים
(vachamishim)
en vijftig
אַמָּה֙
(ama)
el
רָחְבּ֔וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וּשְׁלֹשִׁ֥ים
(usheloshim)
en dertig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
קוֹמָת֑וֹ
(qomato)
zijn hoogte
עַ֗ל
(al)
op
אַרְבָּעָה֙
(arbaa)
vier
טוּרֵי֙
(turei)
rijen van
עַמּוּדֵ֣י
(amudei)
pilaren van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
cederen
וּכְרֻת֥וֹת
(ukherutot)
en balken van
אֲרָזִ֖ים
(arazim)
cederen
עַל
(al)
op
הָעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Huis van het Libanonwoud (Jeruzalem; ligging onzeker): Het Huis van het Libanonwoud was een gebouw van Salomo, vermoedelijk in Jeruzalem; het had zijn naam van het cederhout van de Libanon.
De precieze plaats is niet bekend.
Uitleg
אַמָּה (ammah), ‘el’: ongeveer 45 cm.
Dus 100 el is ongeveer 45 m, 50 el ongeveer 22,5 m en 30 el ongeveer 13,5 m.
Verder in dit hoofdstuk: 18 el ongeveer 8 m, 12 el ongeveer 5,4 m, 10 el ongeveer 4,5 m, 8 el ongeveer 3,6 m, 5 el ongeveer 2,25 m, 4 el ongeveer 1,8 m, 3 el ongeveer 1,35 m, anderhalve el ongeveer 68 cm en een halve el ongeveer 23 cm.
בֵּית יַעַר הַלְּבָנוֹן (bet yaar halvanon), ‘Huis van het Woud van de Libanon’: de naam van het gebouw. De naam komt ook voor in 10:17 en 10:21. Hij komt waarschijnlijk van de vele pilaren van cederhout.
כְּרֻתוֹת (kerutot), ‘balken’: het woord komt van ‘afsnijden’ en wijst op gezaagd hout. Zo ook in vers 12 en 6:36.
5Alle deuropeningen en deurposten hadden een vierkant raamwerk. Venster stond tegenover venster, drie keer.
וְכָל
(vekhal)
en alle
הַפְּתָחִ֥ים
(hapetachim)
de deuropeningen
וְהַמְּזוּז֖וֹת
(vehamezuzot)
en de deurposten
רְבֻעִ֣ים
(revuim)
vierkant
שָׁ֑קֶף
(shaqef)
raamwerk
וּמ֧וּל
(umul)
en tegenover
מֶחֱזָ֛ה
(mecheza)
venster
אֶל
(el)
naar
מֶחֱזָ֖ה
(mecheza)
venster
שָׁלֹ֥שׁ
(shalosh)
drie
פְּעָמִֽים
(peamim)
keer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
רְבֻעִים שָׁקֶף (revuim shaqef), ‘vierkant, raamwerk’: de tekst is hier moeilijk.
Sommige oude vertalingen lezen anders.
Wij volgen de Masoretische tekst en vertalen ‘hadden een vierkant raamwerk’.
6Hij maakte ook de voorhal van de pilaren, 50 el lang en 30 el breed. Daarvoor lag een voorhal, met pilaren en een zware balk ervoor.
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
אוּלָ֤ם
(ulam)
de voorhal van
הָֽעַמּוּדִים֙
(haamudim)
de pilaren
עָשָׂ֔ה
(asa)
maakte hij
חֲמִשִּׁ֤ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
zijn lengte
וּשְׁלֹשִׁ֥ים
(usheloshim)
en dertig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
רָחְבּ֑וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וְאוּלָם֙
(veulam)
en een voorhal
עַל
(al)
voor
פְּנֵיהֶ֔ם
(peneihem)
hun aangezicht
וְעַמֻּדִ֥ים
(veamudim)
en pilaren
וְעָ֖ב
(veav)
en een zware balk
עַל
(al)
voor
פְּנֵיהֶֽם
(peneihem)
hun aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: de ingangshal van een gebouw.
Wij vertalen het woord overal ‘voorhal’.
וְעָב (ve’av), ‘een zware balk’: het woord komt van ‘dik’. Het kan een dikke balk, een dakrand of een drempel zijn. De ligging van deze voorhal ten opzichte van de andere is niet duidelijk.
8Zijn huis, waar hij zou wonen, lag in de andere voorhof, aan de binnenkant van de voorhal. Het was op dezelfde manier gemaakt. Ook voor de dochter van Farao, die Salomo tot vrouw had genomen, maakte hij een huis, zoals deze voorhal.
וּבֵיתוֹ֩
(uveito)
en zijn huis
אֲשֶׁר
(asher)
waar
יֵ֨שֶׁב
(yeshev)
hij zou wonen
שָׁ֜ם
(sham)
daar
חָצֵ֣ר
(chatser)
voorhof
הָאַחֶ֗רֶת
(haacheret)
de andere
מִבֵּית֙
(mibeit)
binnen
לָֽאוּלָ֔ם
(laulam)
de voorhal
כַּמַּֽעֲשֶׂ֥ה
(kamaase)
zoals het werk
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
הָיָ֑ה
(haya)
was
וּבַ֜יִת
(uvayit)
en een huis
יַעֲשֶׂ֤ה
(yaase)
maakte hij
לְבַת
(levat)
voor de dochter van
פַּרְעֹה֙
(paro)
Farao
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לָקַ֣ח
(laqach)
had genomen
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
כָּאוּלָ֖ם
(kaulam)
zoals de voorhal
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִבֵּית לָאוּלָם (mibbayit laulam), ‘aan de binnenkant van de voorhal’: letterlijk ‘vanuit het huis naar de voorhal’.
Het woord ‘binnen’ (מִבַּיִת, mibbayit) staat ook in vers 9.
Waarschijnlijk lag Salomo's woning dus achter de voorhal.
Salomo nam de dochter van Farao tot vrouw (3:1). Zij woonde eerst in de stad van David en verhuisde later naar dit huis (9:24).
9Dit alles was gemaakt van kostbare stenen, gehouwen volgens de maat en met de zaag gezaagd, aan de binnenkant en aan de buitenkant. Zo liep het van de fundering tot de dakrand, en aan de buitenkant tot aan de grote voorhof.
כָּל
(kal)
al
אֵ֜לֶּה
(ele)
deze
אֲבָנִ֤ים
(avanim)
stenen
יְקָרֹת֙
(yeqarot)
kostbare
כְּמִדֹּ֣ת
(kemidot)
volgens de maten van
גָּזִ֔ית
(gazit)
gehouwen steen
מְגֹרָר֥וֹת
(megorarot)
gezaagd
בַּמְּגֵרָ֖ה
(bamegera)
met de zaag
מִבַּ֣יִת
(mibayit)
binnen
וּמִח֑וּץ
(umichuts)
en buiten
וּמִמַּסָּד֙
(umimasad)
en van de fundering
עַד
(ad)
tot
הַטְּפָח֔וֹת
(hatefachot)
de dakrand
וּמִח֖וּץ
(umichuts)
en buiten
עַד
(ad)
tot
הֶחָצֵ֥ר
(hechatser)
de voorhof
הַגְּדוֹלָֽה
(hagedola)
de grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גָּזִית (gazit), ‘gehouwen steen’: steen die met gereedschap is bewerkt, zoals in 6:36.
טְפָחוֹת (tefachot), ‘dakrand’: letterlijk ‘handbreedtes’. Het woord komt alleen hier voor. Het wijst waarschijnlijk op de lijst of rand bovenaan de muur. De betekenis is onzeker.
12De grote voorhof had rondom drie rijen gehouwen steen en één rij cederbalken. Zo was het ook bij de binnenste voorhof van het huis van Yahweh en bij de voorhal van het huis.
וְחָצֵ֨ר
(vechatser)
en de voorhof
הַגְּדוֹלָ֜ה
(hagedola)
de grote
סָבִ֗יב
(saviv)
rondom
שְׁלֹשָׁה֙
(shelosha)
drie
טוּרִ֣ים
(turim)
rijen
גָּזִ֔ית
(gazit)
gehouwen steen
וְט֖וּר
(vetur)
en een rij
כְּרֻתֹ֣ת
(kerutot)
balken van
אֲרָזִ֑ים
(arazim)
cederen
וְלַחֲצַ֧ר
(velachatsar)
en voor de voorhof van
בֵּית
(beit)
het huis van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
הַפְּנִימִ֖ית
(hapenimit)
de binnenste
וּלְאֻלָ֥ם
(uleulam)
en voor de voorhal van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֵּית יְהוָה (bet Yahweh), ‘huis van Yahweh’: de tempel die Salomo bouwde (6:1).
Wij zeggen steeds ‘huis van Yahweh’.
De bouwwijze is dezelfde als in 6:36: drie rijen gehouwen steen en één rij cederbalken.
14Hij was de zoon van een weduwe uit de stam Naftali. Zijn vader was een man uit Tyrus, een koperbewerker. Hij was vervuld van de wijsheid, het inzicht en de kennis om allerlei werk in koper te maken. Hij kwam bij koning Salomo en deed al zijn werk.
בֶּן
(ben)
zoon van
אִשָּׁה֩
(isha)
een vrouw
אַלְמָנָ֨ה
(almana)
weduwe
ה֜וּא
(hu)
hij
מִמַּטֵּ֣ה
(mimate)
uit de stam van
נַפְתָּלִ֗י
(naftali)
Naftali
וְאָבִ֣יו
(veaviv)
en zijn vader
אִישׁ
(ish)
een man
צֹרִי֮
(tsori)
uit Tyrus
חֹרֵ֣שׁ
(choresh)
bewerker van
נְחֹשֶׁת֒
(nechoshet)
koper
וַ֠יִּמָּלֵא
(vayimale)
en hij werd vervuld
אֶת
(et)
(obj.)
הַחָכְמָ֤ה
(hachakhema)
de wijsheid
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַתְּבוּנָה֙
(hatevuna)
het inzicht
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַדַּ֔עַת
(hadaat)
de kennis
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te maken
כָּל
(kal)
al
מְלָאכָ֖ה
(melakha)
werk
בַּנְּחֹ֑שֶׁת
(banechoshet)
in koper
וַיָּבוֹא֙
(vayavo)
en hij kwam
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
וַיַּ֖עַשׂ
(vayaas)
en hij deed
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
מְלַאכְתּֽוֹ
(melakhto)
zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Uitleg
Zoals Bezaleel (Exod. 31:3; 35:31) is Hiram vervuld van ‘wijsheid, inzicht en kennis’: dezelfde drie woorden als daar.
Lezing
Zijn moeder is een weduwe uit de stam Naftali.
In 2 Kron. 2:13 staat dat zij uit de dochters van Dan komt.
16Ook maakte hij twee kapitelen van gegoten koper, om op de koppen van de pilaren te zetten. Het ene kapiteel was 5 el hoog en het andere kapiteel was ook 5 el hoog.
וּשְׁתֵּ֨י
(ushtei)
en twee
כֹתָרֹ֜ת
(kotarot)
kapitelen van
עָשָׂ֗ה
(asa)
maakte hij
לָתֵ֛ת
(latet)
om te zetten
עַל
(al)
op
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
de koppen van
הָֽעַמּוּדִ֖ים
(haamudim)
de pilaren
מֻצַ֣ק
(mutsaq)
gegoten
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֗וֹת
(amot)
el
קוֹמַת֙
(qomat)
hoogte van
הַכֹּתֶ֣רֶת
(hakoteret)
het kapiteel
הָאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
קוֹמַ֖ת
(qomat)
hoogte van
הַכֹּתֶ֥רֶת
(hakoteret)
het kapiteel
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
het tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּתֶרֶת (koteret), ‘kapiteel’: het bovenstuk van een pilaar.
17Voor de kapitelen boven op de pilaren waren er netten van vlechtwerk en gedraaide slingers van kettingwerk: zeven voor het ene kapiteel en zeven voor het andere.
שְׂבָכִ֞ים
(sevakhim)
netten
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
שְׂבָכָ֗ה
(sevakha)
vlechtwerk
גְּדִלִים֙
(gedilim)
slingers
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
שַׁרְשְׁר֔וֹת
(sharsherot)
kettingen
לַכֹּ֣תָרֹ֔ת
(lakotarot)
voor de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעַמּוּדִ֑ים
(haamudim)
de pilaren
שִׁבְעָה֙
(shiva)
zeven
לַכֹּתֶ֣רֶת
(lakoteret)
voor het kapiteel
הָאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
וְשִׁבְעָ֖ה
(veshiva)
en zeven
לַכֹּתֶ֥רֶת
(lakoteret)
voor het kapiteel
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
het tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׂבָכָה (sevakhah), ‘netwerk’: een net van gevlochten koper.
18Hij maakte de pilaren, en twee rijen rondom op het ene net, om de kapitelen te bedekken die boven op de granaatappels waren. Zo deed hij het ook bij het andere kapiteel.
וַיַּ֖עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
הָעַמּוּדִ֑ים
(haamudim)
de pilaren
וּשְׁנֵי֩
(ushenei)
en twee
טוּרִ֨ים
(turim)
rijen
סָבִ֜יב
(saviv)
rondom
עַל
(al)
op
הַשְּׂבָכָ֣ה
(hasevakha)
het net
הָאֶחָ֗ת
(haechat)
het ene
לְכַסּ֤וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּֽתָרֹת֙
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
הָֽרִמֹּנִ֔ים
(harimonim)
de granaatappels
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
עָשָׂ֔ה
(asa)
deed hij
לַכֹּתֶ֖רֶת
(lakoteret)
voor het kapiteel
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
het tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
וַיַּעַשׂ אֶת־הָעַמּוּדִים (vayyaas et ha’ammudim), ‘hij maakte de pilaren’: zo staat het in de Masoretische tekst.
De zin loopt daarna slecht.
Sommige oude vertalingen lezen hier ‘de granaatappels’.
20Er waren ook kapitelen boven op de twee pilaren, vlak boven de bolling naast het netwerk. En de granaatappels: 200 in rijen rondom, op het tweede kapiteel.
וְכֹתָרֹ֗ת
(vekhotarot)
en kapitelen
עַל
(al)
op
שְׁנֵי֙
(shenei)
de twee
הָֽעַמּוּדִ֔ים
(haamudim)
pilaren
גַּם
(gam)
ook
מִמַּ֨עַל֙
(mimaal)
van boven
מִלְּעֻמַּ֣ת
(mileumat)
vlak bij
הַבֶּ֔טֶן
(habeten)
de bolling
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לְעֵ֣בֶר
(leever)
aan de kant van
הַשְּׂבָכָ֑ה
(hasevakha)
het netwerk
וְהָרִמּוֹנִ֤ים
(veharimonim)
en de granaatappels
מָאתַ֨יִם֙
(matayim)
tweehonderd
טֻרִ֣ים
(turim)
rijen
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
עַ֖ל
(al)
op
הַכֹּתֶ֥רֶת
(hakoteret)
het kapiteel
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
het tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Hij zette de pilaren op bij de voorhal van de hoofdzaal. De pilaar aan de rechterkant zette hij op en noemde hij Jachin. De pilaar aan de linkerkant zette hij op en noemde hij Boaz.
וַיָּ֨קֶם֙
(vayaqem)
en hij zette op
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽעַמֻּדִ֔ים
(haamudim)
de pilaren
לְאֻלָ֖ם
(leulam)
bij de voorhal van
הַֽהֵיכָ֑ל
(haheikhal)
de hoofdzaal
וַיָּ֜קֶם
(vayaqem)
en hij zette op
אֶת
(et)
(obj.)
הָעַמּ֣וּד
(haamud)
de pilaar
הַיְמָנִ֗י
(haymani)
de rechter
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en hij noemde
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁמוֹ֙
(shemo)
zijn naam
יָכִ֔ין
(yakhin)
Jachin
וַיָּ֨קֶם֙
(vayaqem)
en hij zette op
אֶת
(et)
(obj.)
הָעַמּ֣וּד
(haamud)
de pilaar
הַשְּׂמָאלִ֔י
(hasemali)
de linker
וַיִּקְרָ֥א
(vayiqra)
en hij noemde
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
zijn naam
בֹּֽעַז
(boaz)
Boaz
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָכִין (Yachin), ‘Jachin’: mogelijk ‘Hij maakt vast’.
בֹּעַז (Boaz): mogelijk ‘in Hem is kracht’.
De betekenis is niet zeker.
Rechts is hier de zuidkant, links de noordkant, gezien vanuit het huis (vergelijk vers 39).
הֵיכָל (hekal), ‘hoofdzaal’: de grote ruimte voor het binnenste vertrek, zoals in 6:3. In 1 Kon. 6–8 vertalen wij hekal steeds zo. In 1 Sam. 1:9 betekent het woord het hele heiligdom van Silo.
24Onder haar rand zaten rondom kolokwinten die haar omringden, 10 op elke el. Ze liepen rondom de zee in twee rijen. De kolokwinten waren gegoten, in één keer met haar.
וּפְקָעִים֩
(ufeqaim)
en kolokwinten
מִתַּ֨חַת
(mitachat)
onder
לִשְׂפָת֤וֹ
(lisfato)
zijn rand
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
סֹבְבִ֣ים
(sovevim)
omringend
אֹת֔וֹ
(oto)
haar
עֶ֚שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
מַקִּפִ֥ים
(maqifim)
omsluitend
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
שְׁנֵ֤י
(shenei)
twee
טוּרִים֙
(turim)
rijen
הַפְּקָעִ֔ים
(hapeqaim)
de kolokwinten
יְצֻקִ֖ים
(yetsuqim)
gegoten
בִּיצֻקָתֽוֹ
(bitsuqato)
in zijn gieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּקָעִים (peqaim), ‘kolokwinten’: wilde vruchten van een klimplant, zoals in 6:18.
Het gaat om siervormen in die gedaante.
Lezing
In 2 Kron. 4:3 staat op deze plaats een ander woord, dat ‘runderen’ kan betekenen.
25Ze stond op 12 runderen: drie keken naar het noorden, drie naar het westen, drie naar het zuiden en drie naar het oosten. De zee lag er bovenop. Alle achterkanten van de runderen waren naar binnen gericht.
עֹמֵ֞ד
(omed)
staand
עַל
(al)
op
שְׁנֵ֧י
(shenei)
twee
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
בָּקָ֗ר
(baqar)
runderen
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
פֹנִ֣ים
(ponim)
gezichten
צָפ֡וֹנָה
(tsafona)
naar het noorden
וּשְׁלֹשָׁה֩
(ushelosha)
en drie
פֹנִ֨ים
(ponim)
gezichten
יָ֜מָּה
(yama)
naar het westen
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gezichten
נֶ֗גְבָּה
(negba)
naar het zuiden
וּשְׁלֹשָׁה֙
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gezichten
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
naar het oosten
וְהַיָּ֥ם
(vehayam)
en de zee
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
erop
מִלְמָ֑עְלָה
(milmaela)
van boven
וְכָל
(vekhal)
en alle
אֲחֹֽרֵיהֶ֖ם
(achoreihem)
hun achterkanten
בָּֽיְתָה
(bayeta)
naar binnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Zo was elk onderstel gemaakt: ze hadden panelen, en de panelen zaten tussen de lijsten.
וְזֶ֛ה
(veze)
en dit
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
werk van
הַמְּכוֹנָ֖ה
(hamekhona)
het onderstel
מִסְגְּרֹ֣ת
(misgerot)
panelen
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וּמִסְגְּרֹ֖ת
(umisgerot)
en panelen
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הַשְׁלַבִּֽים
(hashlabim)
de lijsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִסְגֶּרֶת (misgeret), ‘paneel’.
שְׁלַבִּים (shelabbim), ‘lijsten’: een zeldzaam woord.
De vorm van de lijsten is onzeker.
29Op de panelen tussen de lijsten zaten leeuwen, runderen en cherubs. Op de lijsten zat het zo ook, bovenaan. Onder de leeuwen en de runderen hingen kransen, in neerhangend werk.
וְעַֽל
(veal)
en op
הַמִּסְגְּר֞וֹת
(hamisgerot)
de panelen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הַשְׁלַבִּ֗ים
(hashlabim)
de lijsten
אֲרָי֤וֹת
(arayot)
leeuwen
בָּקָר֙
(baqar)
runderen
וּכְרוּבִ֔ים
(ukheruvim)
en cherubs
וְעַל
(veal)
en op
הַשְׁלַבִּ֖ים
(hashlabim)
de lijsten
כֵּ֣ן
(ken)
zo
מִמָּ֑עַל
(mimaal)
van boven
וּמִתַּ֨חַת֙
(umitachat)
en van onder
לַאֲרָי֣וֹת
(laarayot)
aan de leeuwen
וְלַבָּקָ֔ר
(velabaqar)
en aan de runderen
לֹי֖וֹת
(loyot)
kransen
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
werk van
מוֹרָֽד
(morad)
neerhangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De cherubs zijn dezelfde wezens als bij de ark (Exod. 25:18–20).
לֹיוֹת (loyot), ‘kransen’ en מוֹרָד (morad), ‘neerhangend werk’: zeldzame woorden.
30Elk onderstel had vier koperen wielen en koperen assen. Zijn vier voeten hadden schouderstukken onder het wasbekken. De schouderstukken waren gegoten, aan elke kant met kransen.
וְאַרְבָּעָה֩
(vearbaa)
en vier
אוֹפַנֵּ֨י
(ofanei)
wielen van
נְחֹ֜שֶׁת
(nechoshet)
koper
לַמְּכוֹנָ֤ה
(lamekhona)
voor het onderstel
הָֽאַחַת֙
(haachat)
het ene
וְסַרְנֵ֣י
(vesarnei)
en assen van
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
וְאַרְבָּעָ֥ה
(vearbaa)
en zijn vier
פַעֲמֹתָ֖יו
(paamotav)
voeten
כְּתֵפֹ֣ת
(ketefot)
schouderstukken
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
מִתַּ֤חַת
(mitachat)
onder
לַכִּיֹּר֙
(lakiyor)
het wasbekken
הַכְּתֵפֹ֣ת
(haketefot)
de schouderstukken
יְצֻק֔וֹת
(yetsuqot)
gegoten
מֵעֵ֥בֶר
(meever)
aan de kant van
אִ֖ישׁ
(ish)
ieder
לֹיֽוֹת
(loyot)
kransen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כִּיֹּר (kiyyor), ‘wasbekken’: hetzelfde woord als in Exod. 30:18.
כְּתֵפֹת (ketefot), ‘schouderstukken’: steunstukken in de hoeken.
31De opening ervan lag binnen een kroonstuk en daarboven, 1 el hoog. Zijn opening was rond, gemaakt als een standaard, anderhalve el. Ook op die opening zat gesneden werk. De panelen waren vierkant, niet rond.
וּ֠פִיהוּ
(ufihu)
en zijn opening
מִבֵּ֨ית
(mibeit)
binnen
לַכֹּתֶ֤רֶת
(lakoteret)
het kroonstuk
וָמַ֨עְלָה֙
(vamala)
en omhoog
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
וּפִ֨יהָ֙
(ufiha)
en zijn opening
עָגֹ֣ל
(agol)
rond
מַעֲשֵׂה
(maase)
werk van
כֵ֔ן
(ken)
standaard
אַמָּ֖ה
(ama)
el
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en een halve
הָֽאַמָּ֑ה
(haama)
de el
וְגַם
(vegam)
en ook
עַל
(al)
op
פִּ֨יהָ֙
(piha)
zijn opening
מִקְלָע֔וֹת
(miqlaot)
gesneden werk
וּמִסְגְּרֹתֵיהֶ֥ם
(umisgeroteihem)
en hun panelen
מְרֻבָּע֖וֹת
(merubaot)
vierkant
לֹ֥א
(lo)
niet
עֲגֻלּֽוֹת
(agulot)
rond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּתֶרֶת (koteret), ‘kroonstuk’: hier is het de opbouw bovenop het onderstel.
Het is hetzelfde woord als ‘kapiteel’ bij de pilaren (vers 16).
32De vier wielen zaten onder de panelen. De steunen van de wielen zaten aan het onderstel. Elk wiel was anderhalve el hoog.
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en de vier
הָאֽוֹפַנִּ֗ים
(haofanim)
de wielen
לְמִתַּ֨חַת֙
(lemitachat)
onder
לַֽמִּסְגְּר֔וֹת
(lamisgerot)
de panelen
וִיד֥וֹת
(vidot)
en de steunen van
הָאֽוֹפַנִּ֖ים
(haofanim)
de wielen
בַּמְּכוֹנָ֑ה
(bamekhona)
aan het onderstel
וְקוֹמַת֙
(veqomat)
en de hoogte van
הָאוֹפַ֣ן
(haofan)
het wiel
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
het ene
אַמָּ֖ה
(ama)
el
וַחֲצִ֥י
(vachatsi)
en een halve
הָאַמָּֽה
(haama)
de el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Het werk aan de wielen was gemaakt als het werk aan een wagenwiel. Hun steunen, hun velgen, hun spaken en hun naven waren allemaal gegoten.
וּמַֽעֲשֵׂה֙
(umaase)
en het werk van
הָא֣וֹפַנִּ֔ים
(haofanim)
de wielen
כְּמַעֲשֵׂ֖ה
(kemaase)
zoals het werk van
אוֹפַ֣ן
(ofan)
het wiel van
הַמֶּרְכָּבָ֑ה
(hamerkava)
de wagen
יְדוֹתָ֣ם
(yedotam)
hun steunen
וְגַבֵּיהֶ֗ם
(vegabeihem)
en hun velgen
וְחִשֻּׁקֵיהֶ֛ם
(vechishuqeihem)
en hun spaken
וְחִשֻּׁרֵיהֶ֖ם
(vechishureihem)
en hun naven
הַכֹּ֥ל
(hakol)
alles
מוּצָֽק
(mutsaq)
gegoten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De namen van de wieldelen zijn zeldzaam: יָדוֹת (yadot), ‘steunen’ (letterlijk ‘handen’); גַּבִּים (gabbim), ‘velgen’; חִשֻּׁקִים (chishuqim), ‘spaken’; חִשֻּׁרִים (chishurim), ‘naven’.
De betekenis is onzeker; wij kiezen de gangbare woorden.
34Aan de vier hoeken van elk onderstel zaten vier schouderstukken. De schouderstukken maakten één geheel met het onderstel.
וְאַרְבַּ֣ע
(vearba)
en vier
כְּתֵפ֔וֹת
(ketefot)
schouderstukken
אֶ֚ל
(el)
aan
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
פִּנּ֔וֹת
(pinot)
hoeken van
הַמְּכֹנָ֖ה
(hamekhona)
het onderstel
הָֽאֶחָ֑ת
(haechat)
het ene
מִן
(min)
uit
הַמְּכֹנָ֖ה
(hamekhona)
het onderstel
כְּתֵפֶֽיהָ
(ketefeiha)
zijn schouderstukken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Bovenop het onderstel zat een ronde opbouw van een halve el hoog, rondom. Boven op het onderstel zaten zijn steunen en zijn panelen, uit hetzelfde stuk.
וּבְרֹ֣אשׁ
(uverosh)
en bovenop
הַמְּכוֹנָ֗ה
(hamekhona)
het onderstel
חֲצִ֧י
(chatsi)
de helft van
הָאַמָּ֛ה
(haama)
de el
קוֹמָ֖ה
(qoma)
hoogte
עָגֹ֣ל
(agol)
rond
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְעַ֨ל
(veal)
en op
רֹ֤אשׁ
(rosh)
de kop van
הַמְּכֹנָה֙
(hamekhona)
het onderstel
יְדֹתֶ֔יהָ
(yedoteiha)
zijn steunen
וּמִסְגְּרֹתֶ֖יהָ
(umisgeroteiha)
en zijn panelen
מִמֶּֽנָּה
(mimena)
uit hetzelfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Op de platen van de steunen en op de panelen sneed hij cherubs, leeuwen en palmen, op elke vrije plek, en kransen rondom.
וַיְפַתַּ֤ח
(vayfatach)
en hij sneed
עַל
(al)
op
הַלֻּחֹת֙
(haluchot)
de platen
יְדֹתֶ֔יהָ
(yedoteiha)
zijn steunen
וְעַל֙
(veal)
en op
מִסְגְּרֹתֶ֔יהָ
(misgeroteiha)
zijn panelen
כְּרוּבִ֖ים
(keruvim)
cherubs
אֲרָי֣וֹת
(arayot)
leeuwen
וְתִמֹרֹ֑ת
(vetimorot)
en palmen
כְּמַֽעַר
(kemaar)
op de vrije plek
אִ֥ישׁ
(ish)
van ieder
וְלֹי֖וֹת
(veloyot)
en kransen
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תִּמֹרֹת (timorot), ‘palmen’: afbeeldingen van dadelpalmen.
כְּמַעַר־אִישׁ (kema’ar ish), ‘op elke vrije plek’: letterlijk ‘naar de open ruimte van ieder’.
39Hij plaatste de onderstellen: vijf aan de rechterzijde van het huis en vijf aan de linkerzijde. De zee zette hij aan de rechterzijde van het huis, in het oosten, tegenover het zuiden.
וַיִּתֵּן֙
(vayiten)
en hij plaatste
אֶת
(et)
(obj.)
הַמְּכֹנ֔וֹת
(hamekhonot)
de onderstellen
חָמֵ֞שׁ
(chamesh)
vijf
עַל
(al)
op
כֶּ֤תֶף
(ketef)
de zijde van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
מִיָּמִ֔ין
(miyamin)
rechts
וְחָמֵ֛שׁ
(vechamesh)
en vijf
עַל
(al)
op
כֶּ֥תֶף
(ketef)
de zijde van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
מִשְּׂמֹאל֑וֹ
(misemolo)
links
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּ֗ם
(hayam)
de zee
נָתַ֞ן
(natan)
plaatste hij
מִכֶּ֨תֶף
(miketef)
aan de zijde van
הַבַּ֧יִת
(habayit)
het huis
הַיְמָנִ֛ית
(haymanit)
de rechter
קֵ֖דְמָה
(qedema)
naar het oosten
מִמּ֥וּל
(mimul)
tegenover
נֶֽגֶב
(negev)
het zuiden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Rechts is hier de zuidkant van het huis, links de noordkant.
41twee pilaren; de twee bollen van de kapitelen boven op de pilaren; en twee netwerken om de twee bollen van de kapitelen te bedekken die boven op de pilaren zaten;
עַמֻּדִ֣ים
(amudim)
pilaren
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
וְגֻלֹּ֧ת
(vegulot)
en bollen van
הַכֹּתָרֹ֛ת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָֽעַמֻּדִ֖ים
(haamudim)
de pilaren
שְׁתָּ֑יִם
(shetayim)
twee
וְהַשְּׂבָכ֣וֹת
(vehasevakhot)
en de netwerken
שְׁתַּ֔יִם
(shetayim)
twee
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
de twee
גֻּלֹּ֣ת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָרֹ֔ת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42de 400 granaatappels voor de twee netwerken, twee rijen granaatappels voor elk netwerk. Ze bedekten de twee bollen van de kapitelen die op de pilaren zaten;
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָרִמֹּנִ֛ים
(harimonim)
de granaatappels
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
לִשְׁתֵּ֣י
(lishtei)
voor de twee
הַשְּׂבָכ֑וֹת
(hasevakhot)
netwerken
שְׁנֵֽי
(shenei)
twee
טוּרִ֤ים
(turim)
rijen
רִמֹּנִים֙
(rimonim)
granaatappels
לַשְּׂבָכָ֣ה
(lasevakha)
voor het netwerk
הָֽאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
de twee
גֻּלֹּ֣ת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָרֹ֔ת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
הָעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
45de potten, de scheppen en de sprengschalen. Al deze voorwerpen, die Hiram voor koning Salomo maakte voor het huis van Yahweh, waren van gepolijst koper.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַסִּיר֨וֹת
(hasirot)
de potten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּעִ֜ים
(hayaim)
de scheppen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמִּזְרָק֗וֹת
(hamizraqot)
de sprengschalen
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַכֵּלִ֣ים
(hakelim)
de voorwerpen
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
עָשָׂ֥ה
(asa)
maakte
חִירָ֛ם
(chiram)
Hiram
לַמֶּ֥לֶךְ
(lamelekh)
voor de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
נְחֹ֖שֶׁת
(nechoshet)
koper
מְמֹרָֽט
(memorat)
gepolijst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְמֹרָט (memorat), ‘gepolijst’: glad en glanzend gemaakt.
Lezing
Er staat een ketiv (הָאֹהֶל, haohel, ‘de tent’) en een qere (הָאֵלֶּה, haelleh, ‘deze’).
50de bekkens, de snuitscharen, de sprengschalen, de schalen en de vuurpannen, van zuiver goud. De scharnieren voor de deuren van het binnenste huis, het hoogheilige, waren van goud. Ook de scharnieren voor de deuren van het huis, de hoofdzaal, waren van goud.
וְ֠הַסִּפּוֹת
(vehasipot)
en de bekkens
וְהַֽמְזַמְּר֧וֹת
(vehamzamerot)
en de snuitscharen
וְהַמִּזְרָק֛וֹת
(vehamizraqot)
en de sprengschalen
וְהַכַּפּ֥וֹת
(vehakapot)
en de schalen
וְהַמַּחְתּ֖וֹת
(vehamachtot)
en de vuurpannen
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וְהַפֹּת֡וֹת
(vehapotot)
en de scharnieren
לְדַלְתוֹת֩
(ledaltot)
voor de deuren van
הַבַּ֨יִת
(habayit)
het huis
הַפְּנִימִ֜י
(hapenimi)
het binnenste
לְקֹ֣דֶשׁ
(leqodesh)
voor het heilige van
הַקֳּדָשִׁ֗ים
(haqodashim)
de heiligen
לְדַלְתֵ֥י
(ledaltei)
voor de deuren van
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
לַהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
voor de hoofdzaal
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְזַמְּרוֹת (mezammerot), ‘snuitscharen’: gereedschap voor de lampen.
פֹּתוֹת (potot), ‘scharnieren’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.
קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘het hoogheilige’: het binnenste vertrek, waar de ark staat (8:6).
51Zo was al het werk klaar dat koning Salomo voor het huis van Yahweh deed. Salomo bracht de gewijde gaven van zijn vader David binnen: het zilver, het goud en de voorwerpen. Hij legde ze in de schatkamers van het huis van Yahweh.
וַתִּשְׁלַם֙
(vatishlam)
en werd voltooid
כָּל
(kal)
al
הַמְּלָאכָ֔ה
(hamelakha)
het werk
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
עָשָׂ֛ה
(asa)
maakte
הַמֶּ֥לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיָּבֵ֨א
(vayave)
en bracht binnen
שְׁלֹמֹ֜ה
(shelomo)
Salomo
אֶת
(et)
(obj.)
קָדְשֵׁ֣י
(qadeshei)
de gewijde gaven van
דָּוִ֣ד
(david)
David
אָבִ֗יו
(aviv)
zijn vader
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֶּ֤סֶף
(hakesef)
het zilver
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַזָּהָב֙
(hazahav)
het goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכֵּלִ֔ים
(hakelim)
de voorwerpen
נָתַ֕ן
(natan)
legde hij
בְּאֹצְר֖וֹת
(beotserot)
in de schatkamers van
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קָדְשֵׁי דָוִד (qodshe David), ‘de gewijde gaven van David’: wat David aan Yahweh had gewijd, uit de buit van volken (2 Sam. 8:11–12; 1 Kron. 18:11) en uit zijn eigen bezit (1 Kron. 29:2–5).