Elohim Bijbel

Markus 15

12345678910111213141516

Yeshua voor Pilatus, de kruisiging, de dood en het graf

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua voor Pilatus

1Meteen ’s morgens vroeg hielden de hogepriesters overleg met de oudsten, de schriftgeleerden en de hele Raad. Zij bonden Yeshua, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.
Καὶ
(Kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
πρωῒ
(proi)
vroeg in de morgen
συμβούλιον
(symboulion)
overleg
ποιήσαντες
(poiesantes)
houdend
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
oudsten
καὶ
(kai)
en
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
ὅλον
(holon)
hele
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
δήσαντες
(desantes)
bindend
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἀπήνεγκαν
(apenenkan)
voerden weg
καὶ
(kai)
en
παρέδωκαν
(paredokan)
leverden over
Πιλάτῳ
(Pilato)
Pilatus
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέδριον (synedrion), ‘Raad’: de hoogste Joodse raad in Jeruzalem, waarin hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden zaten (zie 14:53–55).

Pilatus was de Romeinse stadhouder.

Zie ook Matt. 27:1–2; Luc. 23:1; Joh. 18:28.

2Pilatus vroeg Hem: „Bent U de koning van de Joden?” Hij antwoordde hem: „Jij zegt het.”
καὶ
(kai)
en
ἐπηρώτησεν
(eperotesen)
vroeg
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὁ
(ho)
de
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
αὐτῷ
(auto)
hem
λέγει
(legei)
zegt
Σὺ
(Sy)
jij
λέγεις
(legeis)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σὺ λέγεις (sy legeis), ‘Jij zegt het’: Yeshua neemt de woorden van Pilatus over; het Grieks laat open of dit ‘ja’ betekent.

Yeshua spreekt Pilatus aan met ‘jij’, zoals Hij ook anderen aanspreekt.

Zie ook Matt. 27:11–14; Luc. 23:2–3; Joh. 18:33–38.

3De hogepriesters beschuldigden Hem van veel dingen.
καὶ
(kai)
en
κατηγόρουν
(kategoroun)
beschuldigden
αὐτοῦ
(autou)
Hem
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
πολλά
(polla)
veel
Bron: SBLGNT
4Pilatus vroeg Hem opnieuw: „Antwoordt U niets? Zie hoeveel zij tegen U inbrengen.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἐπηρώτα
(eperota)
vroeg
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἀποκρίνῃ
(apokrine)
antwoordt U
οὐδέν
(ouden)
niets
ἴδε
(ide)
zie
πόσα
(posa)
hoeveel
σου
(sou)
tegen U
κατηγοροῦσιν
(kategorousin)
beschuldigen
Bron: SBLGNT
5Maar Yeshua antwoordde niets meer, zodat Pilatus zich verwonderde.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
ὥστε
(hoste)
zodat
θαυμάζειν
(thaumazein)
zich te verwonderen
τὸν
(ton)
de
Πιλᾶτον
(Pilaton)
Pilatus
Bron: SBLGNT

Barabbas of Yeshua

6Op elk feest liet hij hun één gevangene vrij, degene om wie zij vroegen.
Κατὰ
(Kata)
op
δὲ
(de)
maar
ἑορτὴν
(heorten)
feest
ἀπέλυεν
(apelyen)
liet vrij
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἕνα
(hena)
één
δέσμιον
(desmion)
gevangene
ὃν
(hon)
die
παρῃτοῦντο
(paretounto)
zij vroegen
Bron: SBLGNT
7Er was iemand die Barabbas genoemd werd. Hij zat gebonden met de opstandelingen die bij de opstand een moord hadden gepleegd.
ἦν
(en)
was
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
λεγόμενος
(legomenos)
genoemde
Βαραββᾶς
(Barabbas)
Barabbas
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
στασιαστῶν
(stasiaston)
opstandelingen
δεδεμένος
(dedemenos)
gebonden
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
στάσει
(stasei)
opstand
φόνον
(phonon)
moord
πεποιήκεισαν
(pepoiekeisan)
hadden gepleegd
Bron: SBLGNT
Uitleg

Βαραββᾶς (Barabbas) is een Aramese naam.

Hij zat in de gevangenis met anderen die bij een opstand hadden gedood; om welke opstand het gaat, zegt de tekst niet.

Zie ook Matt. 27:15–23; Luc. 23:18–25; Joh. 18:39–40.

8De menigte ging naar boven en begon te vragen dat hij voor hen zou doen zoals hij altijd deed.
καὶ
(kai)
en
ἀναβὰς
(anabas)
opgegaan
ὁ
(ho)
de
ὄχλος
(ochlos)
menigte
ἤρξατο
(erxato)
begon
αἰτεῖσθαι
(aiteisthai)
te vragen
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐποίει
(epoiei)
deed
αὐτοῖς
(autois)
hun
Bron: SBLGNT
9Pilatus antwoordde hun: „Willen jullie dat ik jullie de koning van de Joden vrijlaat?”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
αὐτοῖς
(autois)
hun
λέγων
(legon)
zeggend
Θέλετε
(Thelete)
wilt jullie
ἀπολύσω
(apolyso)
laat ik vrij
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τὸν
(ton)
de
βασιλέα
(basilea)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
10Want hij wist dat de hogepriesters Hem uit afgunst hadden overgeleverd.
ἐγίνωσκεν
(eginosken)
wist
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
διὰ
(dia)
vanwege
φθόνον
(phthonon)
afgunst
παραδεδώκεισαν
(paradedokeisan)
hadden overgeleverd
αὐτὸν
(auton)
Hem
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
Bron: SBLGNT
Uitleg

φθόνος (phthonos), ‘afgunst’: ongenoegen omdat een ander meer aanzien heeft.

11Maar de hogepriesters hitsten de menigte op, zodat hij liever Barabbas aan hen zou vrijlaten.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
ἀνέσεισαν
(aneseisan)
hitsten op
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
ἵνα
(hina)
opdat
μᾶλλον
(mallon)
liever
τὸν
(ton)
de
Βαραββᾶν
(Barabban)
Barabbas
ἀπολύσῃ
(apolyse)
hij zou vrijlaten
αὐτοῖς
(autois)
hun
Bron: SBLGNT
12Pilatus zei opnieuw tegen hen: „Wat willen jullie dan dat ik doe met Hem die jullie de koning van de Joden noemen?”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
θέλετε
(thelete)
willen jullie
ποιήσω
(poieso)
ik doe
ὃν
(hon)
die
λέγετε
(legete)
jullie noemen
τὸν
(ton)
de
βασιλέα
(basilea)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
13Maar zij schreeuwden opnieuw: „Kruisig Hem!”
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἔκραξαν
(ekraxan)
schreeuwden
Σταύρωσον
(Stauroson)
kruisig
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
14Pilatus zei tegen hen: „Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?” Maar zij schreeuwden nog harder: „Kruisig Hem!”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τί
(Ti)
wat
γὰρ
(gar)
want
ἐποίησεν
(epoiesen)
heeft gedaan
κακόν
(kakon)
kwaad
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
περισσῶς
(perissos)
nog harder
ἔκραξαν
(ekraxan)
schreeuwden
Σταύρωσον
(Stauroson)
kruisig
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
15Pilatus wilde de menigte tevredenstellen. Hij liet Barabbas voor hen vrij en leverde Yeshua over, nadat hij Hem had gegeseld, om gekruisigd te worden.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
βουλόμενος
(boulomenos)
willend
τῷ
(to)
aan de
ὄχλῳ
(ochlo)
menigte
τὸ
(to)
het
ἱκανὸν
(hikanon)
voldoende
ποιῆσαι
(poiesai)
doen
ἀπέλυσεν
(apelysen)
liet vrij
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὸν
(ton)
de
Βαραββᾶν
(Barabban)
Barabbas
καὶ
(kai)
en
παρέδωκεν
(paredoken)
leverde over
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
φραγελλώσας
(phragellosas)
geselend
ἵνα
(hina)
opdat
σταυρωθῇ
(staurothe)
hij gekruisigd wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

φραγελλόω (phragelloo), ‘geselen’: slaan met een zweep, een Romeinse straf voor de kruisiging.

De soldaten bespotten Yeshua

16De soldaten voerden Hem mee naar binnen, de binnenplaats in, dat is het pretorium, en riepen de hele cohort bijeen.
Οἱ
(Hoi)
de
δὲ
(de)
maar
στρατιῶται
(stratiotai)
soldaten
ἀπήγαγον
(apegagon)
voerden weg
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔσω
(eso)
binnen
τῆς
(tes)
van de
αὐλῆς
(aules)
binnenplaats
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
πραιτώριον
(praitorion)
pretorium
καὶ
(kai)
en
συγκαλοῦσιν
(synkalousin)
roepen bijeen
ὅλην
(holen)
hele
τὴν
(ten)
de
σπεῖραν
(speiran)
cohort
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pretorium (Jeruzalem; ligging onzeker): Het pretorium was het verblijf van de Romeinse stadhouder in Jeruzalem.

Of dat het paleis van Herodes (westkant van de stad) of de Antonia-burcht (bij de tempel) was, is niet zeker.

Uitleg

πραιτώριον (praitorion), ‘pretorium’: de ambtswoning van de Romeinse stadhouder.

Waar in Jeruzalem dit lag, is onzeker.

σπεῖρα (speira), ‘cohort’: een Romeinse legereenheid. Hoeveel soldaten het waren, zegt de tekst niet.

Zie ook Matt. 27:27–31; Joh. 19:1–3.

17Zij kleedden Hem in purper, vlochten een doornenkroon en zetten die Hem op.
καὶ
(kai)
en
ἐνδιδύσκουσιν
(endidyskousin)
kleden
αὐτὸν
(auton)
Hem
πορφύραν
(porphyran)
purper
καὶ
(kai)
en
περιτιθέασιν
(perititheasin)
zetten om
αὐτῷ
(auto)
Hem
πλέξαντες
(plexantes)
vlechtend
ἀκάνθινον
(akanthinon)
van doorns
στέφανον
(stephanon)
kroon
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορφύρα (porphyra), ‘purper’: een duur, roodpaars kleed, zoals koningen dat droegen.

18Zij begonnen Hem te groeten: „Gegroet, koning van de Joden!”
καὶ
(kai)
en
ἤρξαντο
(erxanto)
begonnen
ἀσπάζεσθαι
(aspazesthai)
te groeten
αὐτόν
(auton)
Hem
Χαῖρε
(Chaire)
gegroet
βασιλεῦ
(basileu)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
19Zij sloegen Hem met een rietstok op het hoofd, spuugden op Hem, knielden en bogen zich voor Hem neer.
καὶ
(kai)
en
ἔτυπτον
(etypton)
sloegen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
καλάμῳ
(kalamo)
met een riet
καὶ
(kai)
en
ἐνέπτυον
(eneptyon)
spuugden op
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
τιθέντες
(tithentes)
zettend
τὰ
(ta)
de
γόνατα
(gonata)
knieën
προσεκύνουν
(prosekynoun)
bogen zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie Matt. 2:2.

De soldaten doen alsof Hij koning is.

Zie ookMat 2:2
20Toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem het purper uit en deden Hem Zijn eigen kleren aan. Daarna voerden zij Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐνέπαιξαν
(enepaixan)
bespotten
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐξέδυσαν
(exedysan)
trokken uit
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὴν
(ten)
het
πορφύραν
(porphyran)
purper
καὶ
(kai)
en
ἐνέδυσαν
(enedysan)
trokken aan
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
τὰ
(ta)
de
ἴδια
(idia)
eigen
καὶ
(kai)
en
ἐξάγουσιν
(exagousin)
leiden uit
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἵνα
(hina)
opdat
σταυρώσωσιν
(staurososin)
zij kruisigen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT

De kruisiging

21Zij dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van het veld kwam, de vader van Alexander en Rufus, om Zijn kruis te dragen.
Καὶ
(Kai)
en
ἀγγαρεύουσιν
(angareuousin)
dwingen
παράγοντά
(paragonta)
voorbijgaand
τινα
(tina)
een
Σίμωνα
(Simona)
Simon
Κυρηναῖον
(Kyrenaion)
Cyreniër
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἀπ’
(ap’)
van
ἀγροῦ
(agrou)
veld
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
Ἀλεξάνδρου
(Alexandrou)
van Alexander
καὶ
(kai)
en
Ῥούφου
(Rhouphou)
van Rufus
ἵνα
(hina)
opdat
ἄρῃ
(are)
hij draagt
τὸν
(ton)
het
σταυρὸν
(stauron)
kruis
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cyrene: Cyrene was de hoofdstad van Cyrenaica, in het noordoosten van het huidige Libië.

Er woonde een grote Joodse gemeenschap.

Uitleg

ἀγγαρεύω (aggareuo), ‘dwingen’: een soldaat kon iemand dwingen een last te dragen.

Kyrene (Cyrene) is een stad in Noord-Afrika, nu in Libië.

Wie Alexander en Rufus zijn, zegt de tekst niet.

Zie ook Matt. 27:32; Luc. 23:26.

22Zij brachten Hem naar de plaats Golgota, wat vertaald is: Plaats van de Schedel.
καὶ
(kai)
en
φέρουσιν
(pherousin)
brengen
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
Γολγοθᾶν
(Golgothan)
Golgota
τόπον
(topon)
plaats
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
μεθερμηνευόμενον
(methermeneuomenon)
vertaald
Κρανίου
(Kraniou)
van een schedel
Τόπος
(Topos)
plaats
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Golgota (ligging onzeker): Golgota (Plaats van de Schedel) lag buiten de stadsmuur van Jeruzalem.

De traditie zoekt het bij de Heilig-Grafkerk in de oude stad.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Γολγοθᾶ (Golgota) is Aramees voor ‘schedel’; Markus vertaalt het zelf met Κρανίου Τόπος (Kraniou Topos), ‘Plaats van de Schedel’.

De ligging is niet zeker; het was buiten de stad.

Zie ook Matt. 27:33–44; Luc. 23:33–43; Joh. 19:17–24.

23Zij boden Hem wijn met mirre aan, maar Hij nam die niet.
καὶ
(kai)
en
ἐδίδουν
(edidoun)
gaven
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐσμυρνισμένον
(esmyrnismenon)
met mirre gekruide
οἶνον
(oinon)
wijn
ὃς
(hos)
hij
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἔλαβεν
(elaben)
nam
Bron: SBLGNT
Uitleg

σμυρνίζω (smyrnizo), ‘met mirre vermengen’: mirre is een geurige hars.

Waarom Hem deze wijn werd aangeboden, zegt de tekst niet.

24Zij kruisigden Hem en verdeelden Zijn kleren onder elkaar. Zij wierpen het lot erover, wie wat zou nemen.
καὶ
(kai)
en
σταυροῦσιν
(staurousin)
kruisigen
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
διαμερίζονται
(diamerizontai)
verdelen
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
βάλλοντες
(ballontes)
werpend
κλῆρον
(kleron)
lot
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτὰ
(auta)
hen
τίς
(tis)
wie
τί
(ti)
wat
ἄρῃ
(are)
zou nemen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Ps. 22:19 (in de Nederlandse telling is dit 22:18): ‘Zij verdelen mijn kleren onder zich en over mijn gewaad werpen zij het lot.’

Zie ookPs 22:19
25Het was het derde uur toen zij Hem kruisigden.
Ἦν
(En)
was
δὲ
(de)
maar
ὥρα
(hora)
uur
τρίτη
(trite)
derde
καὶ
(kai)
en
ἐσταύρωσαν
(estaurosan)
kruisigden
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het derde uur is ongeveer 9 uur ’s ochtends: de uren werden geteld vanaf zonsopgang.

Joh. 19:14 noemt een ander tijdstip.

Zie ookJoh 19:14
26Het opschrift met de aanklacht tegen Hem luidde: „De koning van de Joden.”
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἡ
(he)
het
ἐπιγραφὴ
(epigraphe)
opschrift
τῆς
(tes)
van de
αἰτίας
(aitias)
beschuldiging
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐπιγεγραμμένη
(epigegrammene)
geschreven
Ὁ
(Ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
27Met Hem kruisigden zij twee rovers, een aan Zijn rechterkant en een aan Zijn linkerkant.
καὶ
(kai)
en
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
Hem
σταυροῦσιν
(staurousin)
kruisigen
δύο
(dyo)
twee
λῃστάς
(lestas)
rovers
ἕνα
(hena)
een
ἐκ
(ek)
uit
δεξιῶν
(dexion)
rechts
καὶ
(kai)
en
ἕνα
(hena)
een
ἐξ
(ex)
uit
εὐωνύμων
(euonymon)
links
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

Spot aan het kruis

29De voorbijgangers lasterden Hem. Zij schudden hun hoofd en zeiden: „Ha! U die het heiligdom afbreekt en in drie dagen opbouwt,
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
παραπορευόμενοι
(paraporeuomenoi)
voorbijgangers
ἐβλασφήμουν
(eblasphemoun)
lasterden
αὐτὸν
(auton)
Hem
κινοῦντες
(kinountes)
schuddend
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
hoofden
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Οὐὰ
(Oua)
ha
ὁ
(ho)
de
καταλύων
(katalyon)
afbrekende
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
καὶ
(kai)
en
οἰκοδομῶν
(oikodomon)
opbouwende
ἐν
(en)
in
τρισὶν
(trisin)
drie
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὐά (oua), ‘ha!’: een uitroep van spot.

Vergelijk Ps. 22:8, waar allen die de lijdende zien ‘het hoofd schudden’.

Zie ook Mark. 14:58.

Zie ook Matt. 27:39–44; Luc. 23:35–37.

30red Uzelf en kom van het kruis af!”
σῶσον
(soson)
red
σεαυτὸν
(seauton)
Uzelf
καταβὰς
(katabas)
neerdalend
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
σταυροῦ
(staurou)
kruis
Bron: SBLGNT
31Ook de hogepriesters spotten samen met de schriftgeleerden onder elkaar. Zij zeiden: „Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden.
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde manier
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
ἐμπαίζοντες
(empaizontes)
spottend
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Ἄλλους
(Allous)
anderen
ἔσωσεν
(esosen)
heeft gered
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
σῶσαι
(sosai)
redden
Bron: SBLGNT
32Laat de Messias, de koning van Israël, nu van het kruis afkomen, zodat wij zien en geloven.” Ook zij die met Hem gekruisigd waren, hoonden Hem.
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
Ἰσραὴλ
(Israel)
van Israël
καταβάτω
(katabato)
laat afdalen
νῦν
(nyn)
nu
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
σταυροῦ
(staurou)
kruis
ἵνα
(hina)
opdat
ἴδωμεν
(idomen)
wij zien
καὶ
(kai)
en
πιστεύσωμεν
(pisteusomen)
wij geloven
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
συνεσταυρωμένοι
(synestauromenoi)
mee gekruisigden
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὠνείδιζον
(oneidizon)
hoonden
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀνειδίζω (oneidizo), ‘honen’: schimpen en beledigen.

De dood van Yeshua

33Toen het zesde uur gekomen was, kwam er duisternis over het hele land, tot het negende uur.
Καὶ
(Kai)
en
γενομένης
(genomenes)
geworden
ὥρας
(horas)
uur
ἕκτης
(hektes)
zesde
σκότος
(skotos)
duisternis
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
hele
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ἕως
(heos)
tot
ὥρας
(horas)
uur
ἐνάτης
(enates)
negende
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het zesde uur is ongeveer 12 uur ’s middags en het negende uur ongeveer 3 uur ’s middags.

Vergelijk Amos 8:9: ‘Ik laat de zon ondergaan op de middag.’

Zie ook Matt. 27:45; Luc. 23:44–45.

34Op het negende uur riep Yeshua met luide stem: „Eloï, Eloï, lema sabachtani?” Dat is vertaald: „Mijn Elohim, Mijn Elohim, waarom hebt U Mij verlaten?”
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op de
ἐνάτῃ
(enate)
negende
ὥρᾳ
(hora)
uur
ἐβόησεν
(eboesen)
riep
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
grote
Ἐλωῒ
(Eloi)
Eloï
ἐλωῒ
(eloi)
Eloï
λεμὰ
(lema)
lema
σαβαχθάνι
(sabachthani)
sabachtani
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
μεθερμηνευόμενον
(methermeneuomenon)
vertaald
Ὁ
(Ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
εἰς
(eis)
tot
τί
(ti)
wat
ἐγκατέλιπές
(enkatelipes)
hebt verlaten
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἐλωΐ ἐλωΐ λεμὰ σαβαχθάνι (Eloï, Eloï, lema sabachtani) is Aramees; Markus geeft de vertaling zelf.

Het is het begin van Ps. 22:2 (in de Nederlandse telling is dit 22:1).

Het Hebreeuws heeft אֵלִי אֵלִי לָמָה עֲזַבְתָּנִי (Eli, Eli, lama azavtani), ‘Mijn El, mijn El, waarom hebt U mij verlaten?’; de Griekse tekst van Markus heeft ‘Mijn Elohim’.

Zie ookPs 22:2
35Toen sommigen van de omstanders dat hoorden, zeiden zij: „Zie, Hij roept Elia.”
καί
(kai)
en
τινες
(tines)
sommigen
τῶν
(ton)
van de
παρεστηκότων
(parestekoton)
omstanders
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Ἴδε
(Ide)
zie
Ἠλίαν
(Elian)
Elia
φωνεῖ
(phonei)
roept
Bron: SBLGNT
Uitleg

De omstanders verstaan ‘Eloï’ als ‘Elia’.

Zie ook Matt. 27:46–49.

36Iemand rende weg, vulde een spons met azijn, zette die op een rietstok en gaf Hem te drinken. Die man zei: „Laat maar, laten wij zien of Elia komt om Hem naar beneden te halen.”
δραμὼν
(dramon)
rennend
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
καὶ
(kai)
en
γεμίσας
(gemisas)
vullend
σπόγγον
(spongon)
spons
ὄξους
(oxous)
met azijn
περιθεὶς
(peritheis)
zettend om
καλάμῳ
(kalamo)
met een riet
ἐπότιζεν
(epotizen)
gaf te drinken
αὐτόν
(auton)
Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Ἄφετε
(Aphete)
laat
ἴδωμεν
(idomen)
laten wij zien
εἰ
(ei)
of
ἔρχεται
(erchetai)
komt
Ἠλίας
(Elias)
Elia
καθελεῖν
(kathelein)
af te halen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄξος (oxos), ‘azijn’: zure wijn.

Vergelijk Ps. 69:22 (in de Nederlandse telling is dit 69:21): ‘voor mijn dorst lieten ze mij azijn drinken’.

Zie ookPs 69:22
37Maar Yeshua slaakte een luide kreet en blies Zijn laatste adem uit.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἀφεὶς
(apheis)
uitlatend
φωνὴν
(phonen)
stem
μεγάλην
(megalen)
grote
ἐξέπνευσεν
(exepneusen)
blies uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκπνέω (ekpneo), ‘uitademen’: het Grieks zegt alleen ‘ademde uit’; wij schrijven ‘blies Zijn laatste adem uit’, zoals dat in het Nederlands gezegd wordt (ook in 15:39).

Zie ook Matt. 27:50; Luc. 23:46; Joh. 19:30.

38De voorhang van het heiligdom scheurde in twee, van boven tot onder.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
καταπέτασμα
(katapetasma)
voorhang
τοῦ
(tou)
van het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
ἐσχίσθη
(eschisthe)
werd gescheurd
εἰς
(eis)
in
δύο
(dyo)
twee
ἀπ’
(ap’)
van
ἄνωθεν
(anothen)
boven
ἕως
(heos)
tot
κάτω
(kato)
beneden
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: welke voorhang bedoeld is, zegt de tekst niet.

Vergelijk Exod. 26:31–33, waar de voorhang het heilige scheidt van het hoogheilige.

Zie ook Matt. 27:51; Luc. 23:45.

39Toen de centurio die tegenover Hem stond zag dat Hij zo Zijn laatste adem uitblies, zei hij: „Werkelijk, deze mens was Zoon van Elohim.”
ἰδὼν
(idon)
ziende
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κεντυρίων
(kentyrion)
centurio
ὁ
(ho)
de
παρεστηκὼς
(parestekos)
staande
ἐξ
(ex)
uit
ἐναντίας
(enantias)
tegenover
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ὅτι
(hoti)
dat
οὕτως
(houtos)
zo
ἐξέπνευσεν
(exepneusen)
blies uit
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἀληθῶς
(Alethos)
waarlijk
οὗτος
(houtos)
deze
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
υἱὸς
(huios)
Zoon
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἦν
(en)
was
Bron: SBLGNT
Uitleg

κεντυρίων (kenturion), ‘centurio’: een Romeinse officier over ongeveer 100 soldaten.

υἱὸς θεοῦ (huios theou), ‘Zoon van Elohim’: het Grieks heeft geen lidwoord. Wat de centurio met deze woorden bedoelt, zegt de tekst niet.

Zie ook Matt. 27:54; Luc. 23:47.

De vrouwen kijken van veraf toe

40Er waren ook vrouwen die van veraf toekeken. Onder hen waren Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus de kleine en van Joses, en Salomé.
Ἦσαν
(Esan)
waren
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
ἀπὸ
(apo)
van
μακρόθεν
(makrothen)
veraf
θεωροῦσαι
(theorousai)
toekijkend
ἐν
(en)
onder
αἷς
(hais)
wie
καὶ
(kai)
ook
Μαρία
(Maria)
Maria
ἡ
(he)
de
Μαγδαληνὴ
(Magdalene)
Magdalena
καὶ
(kai)
en
Μαρία
(Maria)
Maria
ἡ
(he)
de
Ἰακώβου
(Iakobou)
van Jakobus
τοῦ
(tou)
de
μικροῦ
(mikrou)
kleine
καὶ
(kai)
en
Ἰωσῆτος
(Iosetos)
van Joses
μήτηρ
(meter)
moeder
καὶ
(kai)
en
Σαλώμη
(Salome)
Salomé
Bron: SBLGNT
Uitleg

Μαγδαληνή (Magdalene), ‘Magdalena’: uit Magdala, een plaats aan het meer van Galilea. Ἰάκωβος ὁ μικρός (Iakobos ho mikros), ‘Jakobus de kleine’: het kan ook ‘de jongere’ betekenen. Ἰωσῆς (Joses) is een andere vorm van Jozef.

Zie ook Matt. 27:55–56; Luc. 23:49; Joh. 19:25.

41Zij hadden Hem gevolgd en gediend toen Hij in Galilea was. Ook veel andere vrouwen waren met Hem naar Jeruzalem opgegaan.
αἳ
(hai)
die
ὅτε
(hote)
toen
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Γαλιλαίᾳ
(Galilaia)
Galilea
ἠκολούθουν
(ekolouthoun)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
διηκόνουν
(diekonoun)
dienden
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἄλλαι
(allai)
andere
πολλαὶ
(pollai)
vele
αἱ
(hai)
die
συναναβᾶσαι
(synanabasai)
meegegaan
αὐτῷ
(auto)
Hem
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

De begrafenis

42Toen het al avond geworden was, omdat het voorbereidingsdag was, dat is de dag voor de sabbat,
Καὶ
(Kai)
en
ἤδη
(ede)
al
ὀψίας
(opsias)
avond
γενομένης
(genomenes)
geworden
ἐπεὶ
(epei)
omdat
ἦν
(en)
was
παρασκευή
(paraskeue)
voorbereidingsdag
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
προσάββατον
(prosabbaton)
dag voor de sabbat
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρασκευή (paraskeue), ‘voorbereidingsdag’: de dag voor de sabbat, vrijdag.

Bij zonsondergang begon de sabbat.

43kwam Jozef van Arimatea, een aanzienlijk lid van de Raad, die ook zelf het koninkrijk van Elohim verwachtte. Hij nam de moed om naar Pilatus te gaan en vroeg om het lichaam van Yeshua.
ἐλθὼν
(elthon)
komend
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
ὁ
(ho)
de
ἀπὸ
(apo)
uit
Ἁριμαθαίας
(Harimathaias)
Arimatea
εὐσχήμων
(euschemon)
aanzienlijk
βουλευτής
(bouleutes)
raadslid
ὃς
(hos)
die
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἦν
(en)
was
προσδεχόμενος
(prosdechomenos)
verwachtend
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τολμήσας
(tolmesas)
durvend
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
Πιλᾶτον
(Pilaton)
Pilatus
καὶ
(kai)
en
ᾐτήσατο
(etesato)
vroeg
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τοῦ
(tou)
van de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Arimatea (Ramataim?; ligging onzeker): De ligging van Arimatea is onbekend.

Vaak wordt het gelijkgesteld met Ramataim-Sofim (Rama), ongeveer bij Rentis, ten noordoosten van Lod.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Ἁριμαθαία (Arimatea): de ligging is onzeker. βουλευτής (bouleutes), ‘lid van de Raad’: zie 15:1.

Zie ook Matt. 27:57–61; Luc. 23:50–56; Joh. 19:38–42.

44Pilatus verwonderde zich dat Hij al gestorven was. Pilatus riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al lang gestorven was.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἐθαύμασεν
(ethaumasen)
verwonderde zich
εἰ
(ei)
of
ἤδη
(ede)
al
τέθνηκεν
(tethneken)
is gestorven
καὶ
(kai)
en
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
roepend
τὸν
(ton)
de
κεντυρίωνα
(kentyriona)
centurio
ἐπηρώτησεν
(eperotesen)
vroeg
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰ
(ei)
of
πάλαι
(palai)
al lang
ἀπέθανεν
(apethanen)
gestorven was
Bron: SBLGNT
45Toen hij het van de centurio vernomen had, schonk hij het dode lichaam aan Jozef.
καὶ
(kai)
en
γνοὺς
(gnous)
wetend
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
κεντυρίωνος
(kentyrionos)
centurio
ἐδωρήσατο
(edoresato)
schonk
τὸ
(to)
het
πτῶμα
(ptoma)
lijk
τῷ
(to)
aan de
Ἰωσήφ
(Ioseph)
Jozef
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft πτῶμα (ptoma), ‘lijk’; in 15:43 stond σῶμα (soma), ‘lichaam’.

46Jozef kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis en wikkelde Hem in de doek. Hij legde Hem in een graf dat in de rots uitgehouwen was en rolde een steen voor de ingang van het graf.
καὶ
(kai)
en
ἀγοράσας
(agorasas)
kopend
σινδόνα
(sindona)
linnen doek
καθελὼν
(kathelon)
afnemend
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐνείλησεν
(eneilesen)
wikkelde
τῇ
(te)
in de
σινδόνι
(sindoni)
linnen doek
καὶ
(kai)
en
ἔθηκεν
(etheken)
legde
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
μνημείῳ
(mnemeio)
graf
ὃ
(ho)
dat
ἦν
(en)
was
λελατομημένον
(lelatomemenon)
uitgehouwen
ἐκ
(ek)
uit
πέτρας
(petras)
rots
καὶ
(kai)
en
προσεκύλισεν
(prosekylisen)
rolde heen
λίθον
(lithon)
steen
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
deur
τοῦ
(tou)
van het
μνημείου
(mnemeiou)
graf
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Graf van Jozef van Arimatea (ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.

De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.

Dit is niet zeker.

Uitleg

σινδών (sindon), ‘linnen doek’: een fijn linnen kleed. μνημεῖον (mnemeion), ‘graf’: een in de rots uitgehouwen ruimte.

47Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, zagen waar Hij neergelegd was.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
Μαρία
(Maria)
Maria
ἡ
(he)
de
Μαγδαληνὴ
(Magdalene)
Magdalena
καὶ
(kai)
en
Μαρία
(Maria)
Maria
ἡ
(he)
de
Ἰωσῆτος
(Iosetos)
van Joses
ἐθεώρουν
(etheoroun)
keken
ποῦ
(pou)
waar
τέθειται
(tetheitai)
is gelegd
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘Maria van Joses’; wij vullen ‘de moeder’ aan, zoals in 15:40.