Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een woord aan Daniël
1In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd een woord geopenbaard aan Daniël, die Beltsazar werd genoemd. Het woord was waar en ging over een grote strijd. Hij begreep het woord en kreeg inzicht in het beeld.
בִּשְׁנַ֣ת
(bishnat)
in het jaar van
שָׁל֗וֹשׁ
(shalosh)
drie
לְכ֨וֹרֶשׁ֙
(lekhoresh)
van Kores
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרַ֔ס
(paras)
Perzië
דָּבָר֙
(davar)
een woord
נִגְלָ֣ה
(nigla)
werd geopenbaard
לְדָֽנִיֵּ֔אל
(ledaniyel)
aan Daniël
אֲשֶׁר
(asher)
die
נִקְרָ֥א
(niqra)
werd genoemd
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
zijn naam
בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר
(beleteshatsar)
Beltsazar
וֶאֱמֶ֤ת
(veemet)
en waar
הַדָּבָר֙
(hadavar)
het woord
וְצָבָ֣א
(vetsava)
en strijd
גָד֔וֹל
(gadol)
groot
וּבִין֙
(uvin)
en hij begreep
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֔ר
(hadavar)
het woord
וּבִ֥ינָה
(uvina)
en inzicht
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
בַּמַּרְאֶֽה
(bamare)
in het beeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.
Het Perzische rijk reikte veel verder.
Uitleg
In Dan. 7–12 vertalen wij mar'eh en chazon steeds met ‘beeld’ (mar'eh, hier in 10:1, 7, 8 en 16) en ‘gezicht’ (chazon, hier in 10:14).
כֹּרֶשׁ (Koresh), ‘Kores’: de koning van Perzië die de ballingen liet terugkeren (zie Ezra 1:1–3).
בֵּלְטְשַׁאצַּר (Belteshatstsar), ‘Beltsazar’: de naam die Daniël aan het Babylonische hof kreeg (zie Dan. 1:7).
וְצָבָא גָדוֹל (vetsava gadol), ‘en een grote strijd’: het woord צָבָא (tsava) betekent ‘leger’, ‘dienst’ en ‘strijd’. Het kan hier ook ‘zware dienst’ of ‘grote last’ betekenen. Wij vertalen ‘strijd’.
4Op de vierentwintigste dag van de eerste maand stond ik aan de oever van de grote rivier, de Tigris.
וּבְי֛וֹם
(uveyom)
en op de dag
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְאַרְבָּעָ֖ה
(vearbaa)
en vier
לַחֹ֣דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
הָרִאשׁ֑וֹן
(harishon)
de eerste
וַאֲנִ֗י
(vaani)
en ik
הָיִ֛יתִי
(hayiti)
was
עַ֣ל
(al)
aan
יַ֧ד
(yad)
de kant van
הַנָּהָ֛ר
(hanahar)
de rivier
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
ה֥וּא
(hu)
die
חִדָּֽקֶל
(chidaqel)
Tigris
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Tigris: De Tigris ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Irak naar de Perzische Golf.
Uitleg
חִדֶּקֶל (Chiddekel), ‘Tigris’: het Hebreeuws noemt de rivier Chiddekel, net als Gen. 2:14, waar wij ‘Tigris’ schrijven.
Ook hier schrijven wij ‘Tigris’.
De eerste maand is de maand waarmee het jaar begint (Exod. 12:2). In die maand valt het Pesach, op de veertiende dag (Exod. 12:6). De tekst zegt niet of dat met Daniëls rouw samenhangt.
6Zijn lichaam was als chrysoliet en zijn gezicht zag eruit als bliksem. Zijn ogen waren als brandende fakkels. Zijn armen en zijn voeten waren als de glans van gepolijst brons. Het geluid van zijn woorden was als het geluid van een menigte.
וּגְוִיָּת֣וֹ
(ugeviyato)
en zijn lichaam
כְתַרְשִׁ֗ישׁ
(ketarshish)
als chrysoliet
וּפָנָ֞יו
(ufanav)
en zijn gezicht
כְּמַרְאֵ֤ה
(kemare)
als het uiterlijk van
בָרָק֙
(baraq)
bliksem
וְעֵינָיו֙
(veeinav)
en zijn ogen
כְּלַפִּ֣ידֵי
(kelapidei)
als fakkels van
אֵ֔שׁ
(esh)
vuur
וּזְרֹֽעֹתָיו֙
(uzerootav)
en zijn armen
וּמַרְגְּלֹתָ֔יו
(umargelotav)
en zijn voeten
כְּעֵ֖ין
(keein)
als de kleur van
נְחֹ֣שֶׁת
(nechoshet)
brons
קָלָ֑ל
(qalal)
gepolijst
וְק֥וֹל
(veqol)
en het geluid van
דְּבָרָ֖יו
(devarav)
zijn woorden
כְּק֥וֹל
(keqol)
als het geluid van
הָמֽוֹן
(hamon)
een menigte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תַּרְשִׁישׁ (tarshish), ‘chrysoliet’: een edelsteen, zoals in Ezech. 1:16 en Exod. 28:20.
De steen is niet met zekerheid vast te stellen.
לַפִּידֵי אֵשׁ (lappidei esh), ‘fakkels van vuur’: brandende toortsen.
וְעֵין נְחֹשֶׁת קָלָל (ke’ein nechoshet qalal), ‘als de glans van gepolijst brons’: zie Ezech. 1:7.
הָמוֹן (hamon), ‘menigte’: ook ‘gedruis’. Het geluid was als dat van een grote schare.
7Alleen ik, Daniël, zag het beeld. De mannen die bij mij waren, zagen het beeld niet. Maar een grote schrik overviel hen en zij vluchtten om zich te verbergen.
וְרָאִיתִי֩
(veraiti)
en zag
אֲנִ֨י
(ani)
ik
דָנִיֵּ֤אל
(daniyel)
Daniël
לְבַדִּי֙
(levadi)
alleen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּרְאָ֔ה
(hamara)
het beeld
וְהָאֲנָשִׁים֙
(vehaanashim)
en de mannen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הָי֣וּ
(hayu)
waren
עִמִּ֔י
(imi)
met mij
לֹ֥א
(lo)
niet
רָא֖וּ
(rau)
zagen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּרְאָ֑ה
(hamara)
het beeld
אֲבָ֗ל
(aval)
maar
חֲרָדָ֤ה
(charada)
schrik
גְדֹלָה֙
(gedola)
grote
נָפְלָ֣ה
(nafela)
viel
עֲלֵיהֶ֔ם
(aleihem)
op hen
וַֽיִּבְרְח֖וּ
(vayivrechu)
en zij vluchtten
בְּהֵחָבֵֽא
(behechave)
om zich te verbergen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּהֵחָבֵא (behechave), ‘om zich te verbergen’: letterlijk ‘in het zich verbergen’.
9Ik hoorde het geluid van zijn woorden. Toen ik het geluid van zijn woorden hoorde, viel ik in diepe slaap, op mijn gezicht, met mijn gezicht naar de grond.
וָאֶשְׁמַ֖ע
(vaeshma)
en ik hoorde
אֶת
(et)
(obj.)
ק֣וֹל
(qol)
het geluid van
דְּבָרָ֑יו
(devarav)
zijn woorden
וּכְשָׁמְעִי֙
(ukheshamei)
en toen ik hoorde
אֶת
(et)
(obj.)
ק֣וֹל
(qol)
het geluid van
דְּבָרָ֔יו
(devarav)
zijn woorden
וַאֲנִ֗י
(vaani)
en ik
הָיִ֛יתִי
(hayiti)
was
נִרְדָּ֥ם
(nirdam)
in diepe slaap
עַל
(al)
op
פָּנַ֖י
(panay)
mijn gezicht
וּפָנַ֥י
(ufanay)
en mijn gezicht
אָֽרְצָה
(aretsa)
naar de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִרְדָּם (nirdam), ‘in diepe slaap’: zoals in Jona 1:5.
11Hij zei tegen mij: „Daniël, zeer gewaardeerde man, begrijp de woorden die ik tot je spreek en ga rechtop staan. Want nu ben ik naar je toe gezonden.” Toen hij dit woord tot mij sprak, stond ik bevend op.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלַ֡י
(elay)
tegen mij
דָּנִיֵּ֣אל
(daniyel)
Daniël
אִישׁ
(ish)
man van
חֲ֠מֻדוֹת
(chamudot)
kostbaarheden
הָבֵ֨ן
(haven)
begrijp
בַּדְּבָרִ֜ים
(badevarim)
de woorden
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
אָנֹכִ֨י
(anokhi)
ik
דֹבֵ֤ר
(dover)
spreek
אֵלֶ֨יךָ֙
(eleikha)
tot jou
וַעֲמֹ֣ד
(vaamod)
en sta
עַל
(al)
op
עָמְדֶ֔ךָ
(amedekha)
je standplaats
כִּ֥י
(ki)
want
עַתָּ֖ה
(ata)
nu
שֻׁלַּ֣חְתִּי
(shulachti)
ben ik gezonden
אֵלֶ֑יךָ
(eleikha)
tot jou
וּבְדַבְּר֥וֹ
(uvedabero)
en toen hij sprak
עִמִּ֛י
(imi)
met mij
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֥ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
עָמַ֥דְתִּי
(amadti)
stond ik
מַרְעִֽיד
(marid)
bevend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ חֲמֻדוֹת (ish chamudot), ‘man van kostbaarheden’: iemand die zeer gewaardeerd wordt.
Hetzelfde staat in vers 19.
Wij vertalen ‘zeer gewaardeerde man’.
וַעֲמֹד עַל עָמְדֶךָ (va’amod al omdekha): letterlijk ‘sta op je standplaats’. Dat betekent: ga rechtop staan waar je staat.
12Hij zei tegen mij: „Wees niet bang, Daniël. Want vanaf de eerste dag dat je je hart erop zette om te begrijpen, zijn je woorden gehoord. Je verootmoedigde je voor het aangezicht van je Elohim. Ik ben gekomen vanwege je woorden.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלַי֮
(elay)
tegen mij
אַל
(al)
niet
תִּירָ֣א
(tira)
wees bang
דָנִיֵּאל֒
(daniyel)
Daniël
כִּ֣י
(ki)
want
מִן
(min)
van
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הָרִאשׁ֗וֹן
(harishon)
de eerste
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
נָתַ֧תָּ
(natata)
je zette
אֶֽת
(et)
(obj.)
לִבְּךָ֛
(libekha)
je hart
לְהָבִ֧ין
(lehavin)
om te begrijpen
וּלְהִתְעַנּ֛וֹת
(ulehitanot)
en om je te verootmoedigen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נִשְׁמְע֣וּ
(nishmeu)
zijn gehoord
דְבָרֶ֑יךָ
(devareikha)
je woorden
וַאֲנִי
(vaani)
en ik
בָ֖אתִי
(bati)
ben gekomen
בִּדְבָרֶֽיךָ
(bidvareikha)
vanwege je woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּלְהִתְעַנּוֹת (ulhit’annot), ‘en je te verootmoedigen’: je klein maken voor Elohim, bijvoorbeeld door te vasten of te rouwen (vergelijk vers 3).
13De overste van het koninkrijk Perzië stond 21 dagen lang tegenover mij. Maar zie, Michaël, een van de eerste oversten, kwam mij te hulp. Ik bleef daar achter bij de koningen van Perzië.
וְשַׂ֣ר
(vesar)
en de overste van
מַלְכ֣וּת
(malkhut)
het koninkrijk van
פָּרַ֗ס
(paras)
Perzië
עֹמֵ֤ד
(omed)
stond
לְנֶגְדִּי֙
(lenegdi)
tegenover mij
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
twintig
וְאֶחָ֣ד
(veechad)
en een
י֔וֹם
(yom)
dag
וְהִנֵּ֣ה
(vehine)
en zie
מִֽיכָאֵ֗ל
(mikhael)
Michaël
אַחַ֛ד
(achad)
een van
הַשָּׂרִ֥ים
(hasarim)
de oversten
הָרִאשֹׁנִ֖ים
(harishonim)
de eersten
בָּ֣א
(ba)
kwam
לְעָזְרֵ֑נִי
(leazereni)
om mij te helpen
וַאֲנִי֙
(vaani)
en ik
נוֹתַ֣רְתִּי
(notarti)
werd achtergelaten
שָׁ֔ם
(sham)
daar
אֵ֖צֶל
(etsel)
naast
מַלְכֵ֥י
(malkhei)
de koningen van
פָרָֽס
(paras)
Perzië
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.
Het Perzische rijk reikte veel verder.
Uitleg
שַׂר (sar), ‘overste’: een leider of aanvoerder.
Hier gaat het om een macht die tegenover Michaël staat en bij een rijk hoort.
De tekst zegt niet precies wie hij is.
Vaak wordt hij verbonden met een hemelse macht achter het rijk Perzië.
מִיכָאֵל (Mikha’el), ‘Michaël’: ‘wie is als El?’. Hij heet ‘een van de eerste oversten’ en in vers 21 ‘jullie overste’. Zie ook 12:1.
16En zie, iemand die eruitzag als een mens raakte mijn lippen aan. Ik deed mijn mond open en sprak. Ik zei tegen hem die tegenover mij stond: „Mijn heer, door het beeld zijn mijn weeën over mij gekomen. Ik houd geen kracht meer over.
וְהִנֵּ֗ה
(vehine)
en zie
כִּדְמוּת֙
(kidmut)
als de gedaante van
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
אָדָ֔ם
(adam)
mensen
נֹגֵ֖עַ
(nogea)
raakte aan
עַל
(al)
op
שְׂפָתָ֑י
(sefatay)
mijn lippen
וָאֶפְתַּח
(vaeftach)
en ik opende
פִּ֗י
(pi)
mijn mond
וָאֲדַבְּרָה֙
(vaadabera)
en ik sprak
וָאֹֽמְרָה֙
(vaomera)
en ik zei
אֶל
(el)
tegen
הָעֹמֵ֣ד
(haomed)
hem die stond
לְנֶגְדִּ֔י
(lenegdi)
tegenover mij
אֲדֹנִ֗י
(adoni)
mijn heer
בַּמַּרְאָה֙
(bamara)
door het beeld
נֶהֶפְכ֤וּ
(nehefkhu)
zijn omgekeerd
צִירַי֙
(tsiray)
mijn weeën
עָלַ֔י
(alay)
over mij
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
עָצַ֖רְתִּי
(atsarti)
heb ik behouden
כֹּֽחַ
(koach)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כִּדְמוּת בְּנֵי אָדָם (kidmut bnei adam): letterlijk ‘als de gelijkenis van zonen van mensen’.
Het gaat om iemand die op een mens leek.
Wie dit is, zegt de tekst niet.
צִירַי (tsirai), ‘mijn weeën’: het woord kan ook ‘pijnen’ betekenen, zoals de pijnen van een vrouw bij de bevalling.
אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’: een beleefde aanspreking van een mens of bode, niet de titel van Yahweh.
19Hij zei: „Wees niet bang, zeer gewaardeerde man. Vrede voor je. Wees sterk, ja wees sterk.” Toen hij met mij sprak, werd ik sterk. Ik zei: „Laat mijn heer spreken, want u hebt mij sterk gemaakt.”
וַיֹּ֜אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אַל
(al)
niet
תִּירָ֧א
(tira)
wees bang
אִישׁ
(ish)
man van
חֲמֻד֛וֹת
(chamudot)
kostbaarheden
שָׁל֥וֹם
(shalom)
vrede
לָ֖ךְ
(lakh)
voor jou
חֲזַ֣ק
(chazaq)
wees sterk
וַחֲזָ֑ק
(vachazaq)
en wees sterk
וּֽבְדַבְּר֤וֹ
(uvedabero)
en toen hij sprak
עִמִּי֙
(imi)
met mij
הִתְחַזַּ֔קְתִּי
(hitchazaqti)
werd ik sterk
וָאֹֽמְרָ֛ה
(vaomera)
en ik zei
יְדַבֵּ֥ר
(yedaber)
laat spreken
אֲדֹנִ֖י
(adoni)
mijn heer
כִּ֥י
(ki)
want
חִזַּקְתָּֽנִי
(chizaqtani)
u hebt mij sterk gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֲזַק וַחֲזָק (chazaq vachazaq), ‘wees sterk, ja wees sterk’: de herhaling geeft nadruk.
20Hij zei: „Weet je waarom ik tot je gekomen ben? Nu ga ik terug om te strijden met de overste van Perzië. En terwijl ik wegga, zie, dan komt de overste van Javan.
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en hij zei
הֲיָדַ֨עְתָּ֙
(hayadata)
heb je geweten
לָמָּה
(lama)
waarom
בָּ֣אתִי
(bati)
ben ik gekomen
אֵלֶ֔יךָ
(eleikha)
tot jou
וְעַתָּ֣ה
(veata)
en nu
אָשׁ֔וּב
(ashuv)
zal ik terugkeren
לְהִלָּחֵ֖ם
(lehilachem)
om te strijden
עִם
(im)
met
שַׂ֣ר
(sar)
de overste van
פָּרָ֑ס
(paras)
Perzië
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en ik
יוֹצֵ֔א
(yotse)
wegga
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
שַׂר
(sar)
de overste van
יָוָ֖ן
(yavan)
Javan
בָּֽא
(ba)
komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.
Het Perzische rijk reikte veel verder.
Uitleg
שַׂר יָוָן (sar Yavan), ‘de overste van Javan’: Javan is Griekenland (zie Gen. 10:2).
Net als bij Perzië gaat het om een overste die bij dat rijk hoort.
21Maar ik zal je vertellen wat in het geschrift van waarheid is opgetekend. Er is niemand die zich met mij sterk maakt tegen dezen, behalve Michaël, jullie overste.
אֲבָל֙
(aval)
maar
אַגִּ֣יד
(agid)
ik zal vertellen
לְךָ֔
(lekha)
aan jou
אֶת
(et)
(obj.)
הָרָשׁ֥וּם
(harashum)
wat opgetekend staat
בִּכְתָ֖ב
(bikhtav)
in het geschrift van
אֱמֶ֑ת
(emet)
waarheid
וְאֵ֨ין
(veein)
en er is niet
אֶחָ֜ד
(echad)
een
מִתְחַזֵּ֤ק
(mitchazeq)
die zich sterk maakt
עִמִּי֙
(imi)
met mij
עַל
(al)
tegen
אֵ֔לֶּה
(ele)
dezen
כִּ֥י
(ki)
maar
אִם
(im)
alleen
מִיכָאֵ֖ל
(mikhael)
Michaël
שַׂרְכֶֽם
(sarkhem)
jullie overste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בִּכְתָב אֱמֶת (bichtav emet), ‘in het geschrift van waarheid’: een geschrift waarin vastligt wat zal gebeuren.