Elohim Bijbel

Ezra 1

12345678910

Het besluit van Kores en de terugkeer van de eerste ballingen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het besluit van Kores

1In het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte Yahweh de geest van Kores, de koning van Perzië, op. Dat was om het woord van Yahweh door de mond van Jeremia te voltooien. Hij liet een oproep door heel zijn koninkrijk gaan, en ook in een geschrift. Hij zei:
וּבִשְׁנַ֣ת
(uvishnat)
en in het jaar van
אַחַ֗ת
(achat)
één
לְכ֨וֹרֶשׁ֙
(lekhoresh)
van Kores
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרַ֔ס
(paras)
Perzië
לִכְל֥וֹת
(likhlot)
om te voltooien
דְּבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
מִפִּ֣י
(mipi)
door de mond van
יִרְמְיָ֑ה
(yirmeya)
Jeremia
הֵעִ֣יר
(heir)
wekte op
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
ר֨וּחַ֙
(ruach)
de geest van
כֹּ֣רֶשׁ
(koresh)
Kores
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרַ֔ס
(paras)
Perzië
וַיַּֽעֲבֶר
(vayaaver)
en liet gaan
קוֹל֙
(qol)
een stem
בְּכָל
(bekhal)
door heel
מַלְכוּת֔וֹ
(malkhuto)
zijn koninkrijk
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּמִכְתָּ֖ב
(bemikhtav)
in een geschrift
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.

Het Perzische rijk reikte veel verder.

Uitleg

Deze verzen zijn bijna gelijk aan 2 Kron. 36:22–23.

Het Hebreeuws van Ezra 1:1 verschilt van 2 Kron. 36:22 alleen in spelling (Kores, Jeremia) en in één voorzetsel (מִפִּי, mippi, in plaats van בְּפִי, befi).

Wij vertalen daarom met dezelfde Nederlandse woorden.

Het woord van Yahweh door Jeremia over de zeventig jaar staat in Jer. 25:11–12 en Jer. 29:10.

הֵעִיר יְהוָה אֶת רוּחַ כּוֹרֶשׁ (he’ir Yahweh et ruach Koresh), ‘Yahweh wekte de geest van Kores op’: Yahweh zette de gedachten van Kores in beweging. Hetzelfde werkwoord staat in vers 5 bij de geest van de ballingen.

קוֹל (qol), ‘oproep’: letterlijk ‘stem’.

2„Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft Yahweh, de Elohim van de hemel, mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֗ר
(amar)
zegt
כֹּ֚רֶשׁ
(koresh)
Kores
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרַ֔ס
(paras)
Perzië
כֹּ֚ל
(kol)
alle
מַמְלְכ֣וֹת
(mamlekhot)
koninkrijken van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
נָ֣תַן
(natan)
heeft gegeven
לִ֔י
(li)
mij
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de Elohim van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
וְהֽוּא
(vehu)
en Hij
פָקַ֤ד
(paqad)
heeft opgedragen
עָלַי֙
(alay)
aan mij
לִבְנֽוֹת
(livnot)
om te bouwen
ל֣וֹ
(lo)
voor Hem
בַ֔יִת
(bayit)
een huis
בִּירוּשָׁלִַ֖ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
בִּֽיהוּדָֽה
(bihuda)
in Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.

Het Perzische rijk reikte veel verder.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

De woorden van Kores staan in zwart, want het zijn woorden van een koning.

De toespraak loopt door tot en met vers 4.

In 2 Kron. 36:23 staat het begin van dezelfde toespraak.

Kores noemt Yahweh ‘de Elohim van de hemel’. Hoofdletters bij Hij, Hem en Zijn verwijzen naar Yahweh.

פָּקַד עָלַי (paqad alai), ‘hij heeft mij opgedragen’: letterlijk ‘hij heeft over mij aangesteld’; het werkwoord kan ook ‘bevelen’ of ‘aanstellen’ betekenen.

3Wie onder jullie bij heel Zijn volk hoort, zijn Elohim zij met hem. Laat hem optrekken naar Jeruzalem, dat in Juda ligt, en het huis van Yahweh, de Elohim van Israël, bouwen. Hij is de Elohim die in Jeruzalem is.
מִֽי
(mi)
wie
בָכֶ֣ם
(bakhem)
onder jullie
מִכָּל
(mikal)
van heel
עַמּ֗וֹ
(amo)
Zijn volk
יְהִ֤י
(yehi)
zij
אֱלֹהָיו֙
(elohav)
zijn Elohim
עִמּ֔וֹ
(imo)
met hem
וְיַ֕עַל
(veyaal)
en laat hem optrekken
לִירוּשָׁלִַ֖ם
(lirushaliam)
naar Jeruzalem
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
בִּיהוּדָ֑ה
(bihuda)
in Juda
וְיִ֗בֶן
(veyiven)
en bouwe
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֤ית
(beit)
het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
ה֥וּא
(hu)
Hij
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
de Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

יְהִי אֱלֹהָיו עִמּוֹ (yehi Elohav immo), ‘zijn Elohim zij met hem’: een wens.

In 2 Kron. 36:23 staat hier ‘Yahweh, zijn Elohim’ en eindigt de toespraak met ‘laat hem optrekken’.

In Ezra gaat de zin verder.

הוּא הָאֱלֹהִים אֲשֶׁר בִּירוּשָׁלִַם (hu ha’Elohim asher bIrushalaim), ‘Hij is de Elohim die in Jeruzalem is’: wij lezen ‘Hij’ als Yahweh. Het Hebreeuws kan ook zo gelezen worden dat ‘die in Jeruzalem is’ bij ‘het huis’ hoort. Dat is onzeker.

4Wie overgebleven is, op alle plaatsen waar hij als vreemdeling verblijft: de mensen van zijn plaats moeten hem steunen met zilver, goud, bezittingen en vee. Dat komt bovenop de vrijwillige gave voor het huis van Elohim in Jeruzalem.”
וְכָל
(vekhal)
en ieder
הַנִּשְׁאָ֗ר
(hanishar)
die overgebleven is
מִֽכָּל
(mikal)
uit alle
הַמְּקֹמוֹת֮
(hameqomot)
plaatsen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
ה֣וּא
(hu)
hij
גָֽר
(gar)
als vreemdeling verblijft
שָׁם֒
(sham)
daar
יְנַשְּׂא֨וּהוּ֙
(yenaseuhu)
laten hem steunen
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mensen van
מְקֹמ֔וֹ
(meqomo)
zijn plaats
בְּכֶ֥סֶף
(bekhesef)
met zilver
וּבְזָהָ֖ב
(uvezahav)
en met goud
וּבִרְכ֣וּשׁ
(uvirkhush)
en met bezittingen
וּבִבְהֵמָ֑ה
(uvivhema)
en met vee
עִם
(im)
samen met
הַ֨נְּדָבָ֔ה
(hanedava)
de vrijwillige gave
לְבֵ֥ית
(leveit)
voor het huis van
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

הַנִּשְׁאָר (hannish’ar), ‘wie overgebleven is’: de tekst noemt niet wie bedoeld is.

Waarschijnlijk gaat het om Israëlieten die niet meetrekken.

יְנַשְּׂאוּהוּ (yenasse’uhu), ‘zij moeten hem steunen’: letterlijk ‘zij moeten hem dragen’. Zo vertalen wij nasa in de zin van ‘helpen’.

גָּר (gar), ‘als vreemdeling verblijven’.

נְדָבָה (nedavah), ‘vrijwillige gave’: wat iemand uit eigen wil geeft.

Het volk maakt zich klaar

5Toen stonden de hoofden van de vaderhuizen van Juda en Benjamin op, met de priesters en de Levieten. Het waren allen van wie Elohim de geest had opgewekt, om op te trekken en het huis van Yahweh in Jeruzalem te bouwen.
וַיָּק֜וּמוּ
(vayaqumu)
en stonden op
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
de hoofden van
הָאָב֗וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
לִֽיהוּדָה֙
(lihuda)
van Juda
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וְהַכֹּהֲנִ֖ים
(vehakohanim)
en de priesters
וְהַלְוִיִּ֑ם
(vehalviyim)
en de Levieten
לְכֹ֨ל
(lekhol)
ieder
הֵעִ֤יר
(heir)
wiens had opgewekt
הָאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
רוּח֔וֹ
(rucho)
zijn geest
לַעֲל֣וֹת
(laalot)
om op te trekken
לִבְנ֔וֹת
(livnot)
om te bouwen
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

רָאשֵׁי הָאָבוֹת (rashei ha’avot), ‘de hoofden van de vaderhuizen’: zo vertalen wij ook in 1 Kron. 9:33–34.

Het Hebreeuws heeft hier geen eigen onderwerp voor ‘het waren’: de woorden ‘ieder wiens geest Elohim had opgewekt’ horen bij de mensen die opstonden. Wij zetten daarvoor ‘Het waren allen’ en maken er een nieuwe zin van.

6Al hun buren steunden hen met zilveren voorwerpen, goud, bezittingen, vee en kostbaarheden. Dat kwam bovenop alles wat vrijwillig werd gegeven.
וְכָל
(vekhal)
en al
סְבִיבֹֽתֵיהֶם֙
(sevivoteihem)
hun buren
חִזְּק֣וּ
(chizequ)
versterkten
בִֽידֵיהֶ֔ם
(bideihem)
met hun handen
בִּכְלֵי
(bikhlei)
met voorwerpen van
כֶ֧סֶף
(kesef)
zilver
בַּזָּהָ֛ב
(bazahav)
met goud
בָּרְכ֥וּשׁ
(barekhush)
met bezittingen
וּבַבְּהֵמָ֖ה
(uvabehema)
en met vee
וּבַמִּגְדָּנ֑וֹת
(uvamigdanot)
en met kostbaarheden
לְבַ֖ד
(levad)
afgezien van
עַל
(al)
boven op
כָּל
(kal)
alles
הִתְנַדֵּֽב
(hitnadev)
wat vrijwillig gegeven werd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חִזְּקוּ בִּידֵיהֶם (chizzequ bideihem), ‘zij steunden hen’: letterlijk ‘zij versterkten hun handen’.

מִגְדָּנוֹת (migdanot), ‘kostbaarheden’: kostbare geschenken.

לְבַד עַל כָּל הִתְנַדֵּב (levad al kol hitnaddev), ‘dat kwam bovenop alles wat vrijwillig werd gegeven’: de steun van de buren kwam naast de gaven in vers 4.

De voorwerpen van het huis van Yahweh

7Koning Kores bracht de voorwerpen van het huis van Yahweh naar buiten. Nebukadnezar had ze uit Jeruzalem weggehaald en in het huis van zijn god gezet.
וְהַמֶּ֣לֶךְ
(vehamelekh)
en koning
כּ֔וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
הוֹצִ֖יא
(hotsi)
bracht naar buiten
אֶת
(et)
(obj.)
כְּלֵ֣י
(kelei)
de voorwerpen van
בֵית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הוֹצִ֤יא
(hotsi)
had weggehaald
נְבֽוּכַדְנֶצַּר֙
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מִיר֣וּשָׁלִַ֔ם
(mirushaliam)
uit Jeruzalem
וַֽיִּתְּנֵ֖ם
(vayitenem)
en had ze gezet
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
אֱלֹהָֽיו
(elohav)
zijn god
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אֱלֹהָיו (Elohav), ‘zijn god’: het Hebreeuws heeft hier de meervoudsvorm met een achtervoegsel.

Het gaat om de god van Nebukadnezar.

Wij schrijven ‘god’ met een kleine letter.

Zie 2 Kron. 36:7 (‘zijn tempel’).

Voor het wegnemen van de voorwerpen zie 2 Kon. 24:13 en 25:13–17.

8Kores, de koning van Perzië, liet ze brengen door Mitredat, de schatbewaarder. Die telde ze af aan Sjesbassar, de leider van Juda.
וַיּֽוֹצִיאֵ֗ם
(vayotsiem)
en liet ze naar buiten brengen
כּ֚וֹרֶשׁ
(koresh)
Kores
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
פָּרַ֔ס
(paras)
Perzië
עַל
(al)
door
יַ֖ד
(yad)
de hand van
מִתְרְדָ֣ת
(mitredat)
Mitredat
הַגִּזְבָּ֑ר
(hagizbar)
de schatbewaarder
וַֽיִּסְפְּרֵם֙
(vayisperem)
en telde ze af
לְשֵׁשְׁבַּצַּ֔ר
(lesheshbatsar)
aan Sjesbassar
הַנָּשִׂ֖יא
(hanasi)
de leider
לִיהוּדָֽה
(lihuda)
van Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.

Het Perzische rijk reikte veel verder.

Uitleg

מִתְרְדָת (Mitredat): een Perzische naam.

הַגִּזְבָּר (haggizbar), ‘de schatbewaarder’: een leenwoord uit het Perzisch.

שֵׁשְׁבַּצַּר (Sheshbatsar), ‘Sjesbassar’: de tekst noemt hem ‘de leider van Juda’. Hij komt ook voor in Ezra 5:14–16. De tekst zegt niet of hij dezelfde man is als Zerubbabel. נָשִׂיא (nasi), ‘leider’: zoals in Num. 7:2 en 1 Kron. 4:38.

9Dit is hun aantal: 30 gouden schalen, 1.000 zilveren schalen en 29 messen,
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit
מִסְפָּרָ֑ם
(misparam)
is hun aantal
אֲגַרְטְלֵ֨י
(agartelei)
schalen van
זָהָ֜ב
(zahav)
goud
שְׁלֹשִׁ֗ים
(sheloshim)
dertig
אֲגַרְטְלֵי
(agartelei)
schalen van
כֶ֨סֶף֙
(kesef)
zilver
אָ֔לֶף
(alef)
duizend
מַחֲלָפִ֖ים
(machalafim)
messen
תִּשְׁעָ֥ה
(tisha)
negen
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲגַרְטָלֵי (agartale), ‘schalen’: een zeldzaam woord, dat alleen hier staat.

De betekenis is onzeker.

מַחֲלָפִים (machalafim), ‘messen’: ook een zeldzaam woord, dat alleen hier staat. De betekenis is onzeker; sommigen denken aan ‘wisselvaten’.

1030 gouden bekers, 410 zilveren bekers van de tweede soort en 1.000 andere voorwerpen.
כְּפוֹרֵ֤י
(keforei)
bekers van
זָהָב֙
(zahav)
goud
שְׁלֹשִׁ֔ים
(sheloshim)
dertig
כְּפ֤וֹרֵי
(keforei)
bekers van
כֶ֨סֶף֙
(kesef)
zilver
מִשְׁנִ֔ים
(mishnim)
van tweede soort
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וַעֲשָׂרָ֑ה
(vaasara)
en tien
כֵּלִ֥ים
(kelim)
voorwerpen
אֲחֵרִ֖ים
(acherim)
andere
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּפוֹרֵי (kefore), ‘bekers’: een soort beker.

Het woord komt ook voor in Ezra 8:27 en 1 Kron. 28:17.

מִשְׁנִים (mishnim), ‘van de tweede soort’: de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘dubbel’ of ‘tweede keus’ betekenen.

11Alle voorwerpen van goud en van zilver: 5.400. Sjesbassar bracht alles mee omhoog, toen de ballingen uit Babel naar Jeruzalem optrokken.
כָּל
(kal)
alle
כֵּלִים֙
(kelim)
voorwerpen
לַזָּהָ֣ב
(lazahav)
van goud
וְלַכֶּ֔סֶף
(velakesef)
en van zilver
חֲמֵ֥שֶׁת
(chameshet)
vijf
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizend
וְאַרְבַּ֣ע
(vearba)
en vier
מֵא֑וֹת
(meot)
honderd
הַכֹּ֞ל
(hakol)
alles
הֶעֱלָ֣ה
(heela)
bracht omhoog
שֵׁשְׁבַּצַּ֗ר
(sheshbatsar)
Sjesbassar
עִ֚ם
(im)
bij
הֵעָל֣וֹת
(healot)
het optrekken van
הַגּוֹלָ֔ה
(hagola)
de ballingen
מִבָּבֶ֖ל
(mibavel)
uit Babel
לִירוּשָׁלִָֽם
(lirushaliam)
naar Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De getallen van vers 9 en 10 zijn samen 2.499 (30 + 1.000 + 29 + 30 + 410 + 1.000).

De tekst noemt als totaal 5.400.

De tekst verklaart het verschil niet.

Wij geven de getallen zoals ze staan.

הָעֱלוֹת (ha’alot), ‘optrekken’: letterlijk ‘het omhoogbrengen’. Jeruzalem ligt hoog; men ‘trekt op’ naar Jeruzalem.