Elohim Bijbel

Ester 2

12345678910

Ester wordt koningin; Mordechai redt de koning

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De koning zoekt een nieuwe koningin

1Na deze gebeurtenissen was de woede van koning Ahasveros gaan liggen. Hij dacht aan Vasti, aan wat zij had gedaan en aan wat over haar was besloten.
אַחַר֙
(achar)
na
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de zaken
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
כְּשֹׁ֕ךְ
(keshokh)
als bedaarde
חֲמַ֖ת
(chamat)
de woede van
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
זָכַ֤ר
(zakhar)
hij dacht aan
אֶת
(et)
(obj.)
וַשְׁתִּי֙
(vashti)
Vasti
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עָשָׂ֔תָה
(asata)
zij deed
וְאֵ֥ת
(veet)
en (obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wat
נִגְזַ֖ר
(nigzar)
was besloten
עָלֶֽיהָ
(aleiha)
over haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tekst zegt niet hoeveel tijd er verstreken is.

Uit 1:3 en 2:16 blijkt dat er ongeveer vier jaar tussen het feestmaal van Vasti en de komst van Ester bij de koning liggen.

2De jongens van de koning, zijn dienaren, zeiden: „Laat men voor de koning meisjes zoeken, maagden die mooi zijn om te zien.
וַיֹּאמְר֥וּ
(vayomru)
en zeiden
נַעֲרֵֽי
(naarei)
jongens van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
מְשָׁרְתָ֑יו
(mesharetav)
zijn dienaren
יְבַקְשׁ֥וּ
(yevaqshu)
laat zoeken
לַמֶּ֛לֶךְ
(lamelekh)
voor de koning
נְעָר֥וֹת
(nearot)
meisjes
בְּתוּל֖וֹת
(betulot)
maagden
טוֹב֥וֹת
(tovot)
mooi van
מַרְאֶֽה
(mare)
uiterlijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Laat de koning in alle provincies van zijn koninkrijk opzichters aanstellen. Laat hen elke mooie maagd verzamelen in Sjoesjan, de burcht, in het huis van de vrouwen. Zij komen onder de hand van Hegai, de hoveling van de koning en bewaker van de vrouwen. Laat hun schoonheidsmiddelen aan hen worden gegeven.
וְיַפְקֵ֨ד
(veyafqed)
en laat aanstellen
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
פְּקִידִים֮
(peqidim)
opzichters
בְּכָל
(bekhal)
in alle
מְדִינ֣וֹת
(medinot)
provincies van
מַלְכוּתוֹ֒
(malkhuto)
zijn koninkrijk
וְיִקְבְּצ֣וּ
(veyiqbetsu)
en laat verzamelen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
elk
נַעֲרָֽה
(naara)
meisje
בְ֠תוּלָה
(betula)
maagd
טוֹבַ֨ת
(tovat)
mooi van
מַרְאֶ֜ה
(mare)
uiterlijk
אֶל
(el)
naar
שׁוּשַׁ֤ן
(shushan)
Sjoesjan
הַבִּירָה֙
(habira)
de burcht
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַנָּשִׁ֔ים
(hanashim)
de vrouwen
אֶל
(el)
naar
יַ֥ד
(yad)
de hand van
הֵגֶ֛א
(hege)
Hegai
סְרִ֥יס
(seris)
hoveling van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
bewaker van
הַנָּשִׁ֑ים
(hanashim)
de vrouwen
וְנָת֖וֹן
(venaton)
en laat worden gegeven
תַּמְרוּקֵיהֶֽן
(tamruqeihen)
hun schoonheidsmiddelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Susa (Sjoesjan): Susa (Sjoesjan) was een van de hoofdsteden van Elam en later van het Perzische rijk, in het zuidwesten van het huidige Iran.

Uitleg

סָרִיס (saris), ‘hoveling’: zie de voetnoot bij 1:10.

תַּמְרוּקִים (tamruqim), ‘schoonheidsmiddelen’: olie en zalf voor de verzorging van de huid (vergelijk vers 12).

Lezing

De naam van de bewaker staat in dit vers als הֵגֵא (Hege) en in vers 8 en 15 als הֵגַי (Hegai).

Het is dezelfde man; wij schrijven overal Hegai.

4Het meisje dat goed is in de ogen van de koning, wordt koningin in plaats van Vasti.” Het woord was goed in de ogen van de koning en hij deed zo.
וְהַֽנַּעֲרָ֗ה
(vehanaara)
en het meisje
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
תִּיטַב֙
(titav)
goed zal zijn
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
תִּמְלֹ֖ךְ
(timlokh)
zal koningin zijn
תַּ֣חַת
(tachat)
in plaats van
וַשְׁתִּ֑י
(vashti)
Vasti
וַיִּיטַ֧ב
(vayitav)
en was goed
הַדָּבָ֛ר
(hadavar)
het woord
בְּעֵינֵ֥י
(beeinei)
in de ogen van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en deed
כֵּֽן
(ken)
zo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Mordechai en Ester

5In Sjoesjan, de burcht, was een Joodse man. Hij heette Mordechai, zoon van Jaïr, zoon van Simeï, zoon van Kis, een Benjaminiet.
אִ֣ישׁ
(ish)
man
יְהוּדִ֔י
(yehudi)
Joods
הָיָ֖ה
(haya)
was
בְּשׁוּשַׁ֣ן
(beshushan)
in Sjoesjan
הַבִּירָ֑ה
(habira)
de burcht
וּשְׁמ֣וֹ
(ushemo)
en zijn naam
מָרְדֳּכַ֗י
(mardokhay)
Mordechai
בֶּ֣ן
(ben)
zoon van
יָאִ֧יר
(yair)
Jaïr
בֶּן
(ben)
zoon van
שִׁמְעִ֛י
(shimi)
Simeï
בֶּן
(ben)
zoon van
קִ֖ישׁ
(qish)
Kis
אִ֥ישׁ
(ish)
man
יְמִינִֽי
(yemini)
Benjaminiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Susa (Sjoesjan): Susa (Sjoesjan) was een van de hoofdsteden van Elam en later van het Perzische rijk, in het zuidwesten van het huidige Iran.

Uitleg

יְהוּדִי (yehudi), ‘Joodse man’: oorspronkelijk een man uit Juda; hier wordt het woord gebruikt voor een Israëliet in ballingschap.

Het woord komt in dit boek vaak voor.

De namen Kis (vergelijk 1 Sam. 9:1) en Simeï (vergelijk 2 Sam. 16:5) komen ook elders voor bij mannen uit Benjamin. De tekst zegt niet of het dezelfde mannen zijn.

6Hij was weggevoerd uit Jeruzalem met de ballingen die waren weggevoerd met Jojachin, de koning van Juda. Nebukadnezar, de koning van Babel, had hen weggevoerd.
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
הָגְלָה֙
(hagela)
was weggevoerd
מִיר֣וּשָׁלַ֔יִם
(mirushalayim)
uit Jeruzalem
עִם
(im)
met
הַגֹּלָה֙
(hagola)
de ballingschap
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הָגְלְתָ֔ה
(hageleta)
was weggevoerd
עִ֖ם
(im)
met
יְכָנְיָ֣ה
(yekhaneya)
Jojachin
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הֶגְלָ֔ה
(hegla)
had weggevoerd
נְבוּכַדְנֶאצַּ֖ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘die was weggevoerd’.

Het kan Mordechai zijn of zijn voorvader Kis.

Over de wegvoering met Jojachin: 2 Kon. 24:14–16.

In het Hebreeuws heet de koning Jechonja (יְכָנְיָה); wij schrijven Jojachin, zoals in 2 Kon. 24.

7Hij voedde Hadassa op, dat is Ester, de dochter van zijn oom. Want zij had geen vader en moeder. Het meisje was mooi van gestalte en mooi om te zien. Toen haar vader en moeder stierven, nam Mordechai haar als dochter aan.
וַיְהִ֨י
(vayhi)
en hij was
אֹמֵ֜ן
(omen)
opvoeder van
אֶת
(et)
(obj.)
הֲדַסָּ֗ה
(hadasa)
Hadassa
הִ֤יא
(hi)
zij
אֶסְתֵּר֙
(ester)
Ester
בַּת
(bat)
dochter van
דֹּד֔וֹ
(dodo)
zijn oom
כִּ֛י
(ki)
want
אֵ֥ין
(ein)
niet
לָ֖הּ
(lah)
voor haar
אָ֣ב
(av)
vader
וָאֵ֑ם
(vaem)
en moeder
וְהַנַּעֲרָ֤ה
(vehanaara)
en het meisje
יְפַת
(yefat)
mooi van
תֹּ֨אַר֙
(toar)
gestalte
וְטוֹבַ֣ת
(vetovat)
en mooi van
מַרְאֶ֔ה
(mare)
uiterlijk
וּבְמ֤וֹת
(uvemot)
en bij het sterven van
אָבִ֨יהָ֙
(aviha)
haar vader
וְאִמָּ֔הּ
(veimah)
en haar moeder
לְקָחָ֧הּ
(leqachah)
nam haar
מָרְדֳּכַ֛י
(mardokhay)
Mordechai
ל֖וֹ
(lo)
voor zich
לְבַֽת
(levat)
tot dochter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֲדַסָּה (Hadassa) betekent waarschijnlijk ‘mirte’.

אֶסְתֵּר (Ester) is een tweede naam; de betekenis ervan is onzeker.

אֹמֵן (omen), ‘opvoeder’: iemand die een kind verzorgt en grootbrengt. דּוֹד (dod), ‘oom’: een broer van haar vader.

Ester in het huis van de vrouwen

8Toen het woord van de koning en zijn bevel werden gehoord, werden veel meisjes verzameld in Sjoesjan, de burcht, onder de hand van Hegai. Ook Ester werd genomen en naar het huis van de koning gebracht, onder de hand van Hegai, de bewaker van de vrouwen.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
בְּהִשָּׁמַ֤ע
(behishama)
bij het horen van
דְּבַר
(devar)
het woord van
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
וְדָת֔וֹ
(vedato)
en zijn bevel
וּֽבְהִקָּבֵ֞ץ
(uvehiqavets)
en bij het verzamelen
נְעָר֥וֹת
(nearot)
meisjes
רַבּ֛וֹת
(rabot)
vele
אֶל
(el)
naar
שׁוּשַׁ֥ן
(shushan)
Sjoesjan
הַבִּירָ֖ה
(habira)
de burcht
אֶל
(el)
naar
יַ֣ד
(yad)
de hand van
הֵגָ֑י
(hegay)
Hegai
וַתִּלָּקַ֤ח
(vatilaqach)
en werd genomen
אֶסְתֵּר֙
(ester)
Ester
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֶל
(el)
naar
יַ֥ד
(yad)
de hand van
הֵגַ֖י
(hegay)
Hegai
שֹׁמֵ֥ר
(shomer)
bewaker van
הַנָּשִֽׁים
(hanashim)
de vrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Susa (Sjoesjan): Susa (Sjoesjan) was een van de hoofdsteden van Elam en later van het Perzische rijk, in het zuidwesten van het huidige Iran.

9Het meisje beviel hem en zij vond gunst bij hem. Hij haastte zich om haar schoonheidsmiddelen en haar porties aan haar te geven. Ook gaf hij haar de zeven uitgekozen meisjes uit het huis van de koning. Hij bracht haar en haar meisjes naar het beste deel van het huis van de vrouwen.
וַתִּיטַ֨ב
(vatitav)
en beviel
הַנַּעֲרָ֣ה
(hanaara)
het meisje
בְעֵינָיו֮
(beeinav)
in zijn ogen
וַתִּשָּׂ֣א
(vatisa)
en vond
חֶ֣סֶד
(chesed)
gunst
לְפָנָיו֒
(lefanav)
voor zijn aangezicht
וַ֠יְבַהֵל
(vayvahel)
en haastte
אֶת
(et)
(obj.)
תַּמְרוּקֶ֤יהָ
(tamruqeiha)
haar schoonheidsmiddelen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מָנוֹתֶ֨הָ֙
(manoteha)
haar porties
לָתֵ֣ת
(latet)
om te geven
לָ֔הּ
(lah)
aan haar
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שֶׁ֣בַע
(sheva)
zeven
הַנְּעָר֔וֹת
(hanearot)
de meisjes
הָרְאֻי֥וֹת
(hareuyot)
de uitgekozen
לָֽתֶת
(latet)
om te geven
לָ֖הּ
(lah)
aan haar
מִבֵּ֣ית
(mibeit)
uit het huis van
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַיְשַׁנֶּ֧הָ
(vayshaneha)
en veranderde haar
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
נַעֲרוֹתֶ֛יהָ
(naaroteiha)
haar meisjes
לְט֖וֹב
(letov)
naar het beste van
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
הַנָּשִֽׁים
(hanashim)
de vrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָנוֹת (manot), ‘porties’: het eten dat haar werd toegewezen.

וַיְשַׁנֶּהָ (vayeshanneha), ‘hij bracht haar’: letterlijk ‘hij veranderde haar’; hier bedoeld als ‘hij verplaatste haar naar’.

10Ester maakte haar volk en haar familie niet bekend, want Mordechai had haar bevolen het niet te zeggen.
לֹא
(lo)
niet
הִגִּ֣ידָה
(higida)
maakte bekend
אֶסְתֵּ֔ר
(ester)
Ester
אֶת
(et)
(obj.)
עַמָּ֖הּ
(amah)
haar volk
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מֽוֹלַדְתָּ֑הּ
(moladtah)
haar familie
כִּ֧י
(ki)
want
מָרְדֳּכַ֛י
(mardokhay)
Mordechai
צִוָּ֥ה
(tsiva)
had geboden
עָלֶ֖יהָ
(aleiha)
over haar
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
תַגִּֽיד
(tagid)
zij zou bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tekst zegt niet waarom Mordechai haar dit beval.

Hij vermeldt het alleen.

11Elke dag liep Mordechai heen en weer voor de voorhof van het huis van de vrouwen. Hij wilde weten hoe het met Ester ging en wat er met haar zou gebeuren.
וּבְכָל
(uvekhal)
en elke
י֣וֹם
(yom)
dag
וָי֔וֹם
(vayom)
en dag
מָרְדֳּכַי֙
(mardokhay)
Mordechai
מִתְהַלֵּ֔ךְ
(mithalekh)
liep heen en weer
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
חֲצַ֣ר
(chatsar)
de voorhof van
בֵּית
(beit)
het huis van
הַנָּשִׁ֑ים
(hanashim)
de vrouwen
לָדַ֨עַת֙
(ladaat)
om te weten
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁל֣וֹם
(shelom)
het welzijn van
אֶסְתֵּ֔ר
(ester)
Ester
וּמַה
(uma)
en wat
יֵּעָשֶׂ֖ה
(yease)
zou worden gedaan
בָּֽהּ
(bah)
met haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hoe de meisjes bij de koning kwamen

12Elk meisje kreeg de beurt om bij koning Ahasveros te komen, nadat zij 12 maanden volgens de regel voor de vrouwen had gehad. Zo lang duurden de dagen van hun verzorging: 6 maanden met mirreolie en 6 maanden met balsems en met schoonheidsmiddelen voor de vrouwen.
וּבְהַגִּ֡יעַ
(uvehagia)
en bij het komen van
תֹּר֩
(tor)
beurt
נַעֲרָ֨ה
(naara)
meisje
וְנַעֲרָ֜ה
(venaara)
en meisje
לָב֣וֹא
(lavo)
om te komen
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲחַשְׁוֵר֗וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
מִקֵּץ֩
(miqets)
na
הֱי֨וֹת
(heyot)
het zijn
לָ֜הּ
(lah)
aan haar
כְּדָ֤ת
(kedat)
volgens de regel van
הַנָּשִׁים֙
(hanashim)
de vrouwen
שְׁנֵ֣ים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
חֹ֔דֶשׁ
(chodesh)
maand
כִּ֛י
(ki)
want
כֵּ֥ן
(ken)
zo
יִמְלְא֖וּ
(yimleu)
worden vervuld
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
מְרוּקֵיהֶ֑ן
(meruqeihen)
hun verzorging
שִׁשָּׁ֤ה
(shisha)
zes
חֳדָשִׁים֙
(chodashim)
maanden
בְּשֶׁ֣מֶן
(beshemen)
met olie van
הַמֹּ֔ר
(hamor)
mirre
וְשִׁשָּׁ֤ה
(veshisha)
en zes
חֳדָשִׁים֙
(chodashim)
maanden
בַּבְּשָׂמִ֔ים
(babesamim)
met balsems
וּבְתַמְרוּקֵ֖י
(uvetamruqei)
en met verzorgingsmiddelen van
הַנָּשִֽׁים
(hanashim)
de vrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De verzorging duurde in totaal een jaar.

Mirreolie (מֹר, mor) en balsems zijn welriekende middelen.

13Zo kwam het meisje bij de koning. Alles wat zij vroeg, werd haar gegeven om mee te nemen uit het huis van de vrouwen naar het huis van de koning.
וּבָזֶ֕ה
(uvaze)
en hiermee
הַֽנַּעֲרָ֖ה
(hanaara)
het meisje
בָּאָ֣ה
(baa)
kwam
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֵת֩
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
תֹּאמַ֜ר
(tomar)
zij zou zeggen
יִנָּ֤תֵֽן
(yinaten)
wordt gegeven
לָהּ֙
(lah)
aan haar
לָב֣וֹא
(lavo)
om te komen
עִמָּ֔הּ
(imah)
met haar
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
הַנָּשִׁ֖ים
(hanashim)
de vrouwen
עַד
(ad)
tot
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14In de avond ging zij erheen. In de ochtend keerde zij terug naar het tweede huis van de vrouwen. Het stond onder de hand van Sjaäsjgaz, de hoveling van de koning en bewaker van de bijvrouwen. Zij kwam niet meer bij de koning, tenzij de koning behagen in haar had en zij bij naam werd geroepen.
בָּעֶ֣רֶב
(baerev)
in de avond
הִ֣יא
(hi)
zij
בָאָ֗ה
(baa)
kwam
וּ֠בַבֹּקֶר
(uvaboqer)
en in de ochtend
הִ֣יא
(hi)
zij
שָׁבָ֞ה
(shava)
keerde terug
אֶל
(el)
naar
בֵּ֤ית
(beit)
het huis van
הַנָּשִׁים֙
(hanashim)
de vrouwen
שֵׁנִ֔י
(sheni)
tweede
אֶל
(el)
naar
יַ֧ד
(yad)
de hand van
שַֽׁעֲשְׁגַ֛ז
(shaashgaz)
Sjaäsjgaz
סְרִ֥יס
(seris)
hoveling van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
bewaker van
הַפִּֽילַגְשִׁ֑ים
(hapilagshim)
de bijvrouwen
לֹא
(lo)
niet
תָב֥וֹא
(tavo)
zou komen
עוֹד֙
(od)
meer
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
כִּ֣י
(ki)
tenzij
אִם
(im)
als
חָפֵ֥ץ
(chafets)
behaagde
בָּ֛הּ
(bah)
in haar
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְנִקְרְאָ֥ה
(veniqrea)
en zij werd geroepen
בְשֵֽׁם
(beshem)
bij naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּילֶגֶשׁ (pilegesh), ‘bijvrouw’: een vrouw met een lagere rang dan de koningin.

Ester wordt koningin

15Ester was de dochter van Abichaïl, de oom van Mordechai, die haar als dochter had aangenomen. Toen haar beurt kwam om bij de koning te komen, vroeg zij niets. Zij vroeg alleen wat Hegai zei, de hoveling van de koning en bewaker van de vrouwen. En Ester vond gunst in de ogen van allen die haar zagen.
וּבְהַגִּ֣יעַ
(uvehagia)
en bij het komen van
תֹּר
(tor)
beurt
אֶסְתֵּ֣ר
(ester)
Ester
בַּת
(bat)
dochter van
אֲבִיחַ֣יִל
(avichayil)
Abichaïl
דֹּ֣ד
(dod)
oom van
מָרְדֳּכַ֡י
(mardokhay)
Mordechai
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
לָקַֽח
(laqach)
had genomen
ל֨וֹ
(lo)
voor zich
לְבַ֜ת
(levat)
tot dochter
לָב֣וֹא
(lavo)
om te komen
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֗לֶךְ
(hamelekh)
de koning
לֹ֤א
(lo)
niet
בִקְשָׁה֙
(biqsha)
vroeg
דָּבָ֔ר
(davar)
iets
כִּ֠י
(ki)
maar
אִ֣ם
(im)
indien
אֶת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
יֹאמַ֛ר
(yomar)
zou zeggen
הֵגַ֥י
(hegay)
Hegai
סְרִיס
(seris)
hoveling van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
bewaker van
הַנָּשִׁ֑ים
(hanashim)
de vrouwen
וַתְּהִ֤י
(vatehi)
en was
אֶסְתֵּר֙
(ester)
Ester
נֹשֵׂ֣את
(noset)
dragend
חֵ֔ן
(chen)
gunst
בְּעֵינֵ֖י
(beeinei)
in de ogen van
כָּל
(kal)
alle
רֹאֶֽיהָ
(roeiha)
die haar zagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Ester werd naar koning Ahasveros gebracht, naar zijn koninklijk huis. Het was in de tiende maand, dat is de maand Tebet, in het zevende jaar van zijn regering.
וַתִּלָּקַ֨ח
(vatilaqach)
en werd genomen
אֶסְתֵּ֜ר
(ester)
Ester
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲחַשְׁוֵרוֹשׁ֙
(achashverosh)
Ahasveros
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
מַלְכוּת֔וֹ
(malkhuto)
zijn koningschap
בַּחֹ֥דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָעֲשִׂירִ֖י
(haasiri)
de tiende
הוּא
(hu)
dat
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
de maand
טֵבֵ֑ת
(tevet)
Tebet
בִּשְׁנַת
(bishnat)
in het jaar
שֶׁ֖בַע
(sheva)
zeven
לְמַלְכוּתֽוֹ
(lemalkhuto)
van zijn koningschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De maand Tebet (טֵבֵת) is de tiende maand; zij valt ongeveer in december en januari.

Het zevende jaar is vier jaar na het feestmaal in 1:3.

17De koning hield van Ester, meer dan van alle vrouwen. Zij vond gunst en trouw bij hem, meer dan alle maagden. Hij zette de koninklijke kroon op haar hoofd en maakte haar koningin in plaats van Vasti.
וַיֶּאֱהַ֨ב
(vayeehav)
en hield van
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֶת
(et)
(obj.)
אֶסְתֵּר֙
(ester)
Ester
מִכָּל
(mikal)
meer dan alle
הַנָּשִׁ֔ים
(hanashim)
de vrouwen
וַתִּשָּׂא
(vatisa)
en zij droeg
חֵ֥ן
(chen)
gunst
וָחֶ֛סֶד
(vachesed)
en trouw
לְפָנָ֖יו
(lefanav)
voor zijn aangezicht
מִכָּל
(mikal)
meer dan alle
הַבְּתוּלֹ֑ת
(habetulot)
de maagden
וַיָּ֤שֶׂם
(vayasem)
en zette
כֶּֽתֶר
(keter)
kroon van
מַלְכוּת֙
(malkhut)
koningschap
בְּרֹאשָׁ֔הּ
(beroshah)
op haar hoofd
וַיַּמְלִיכֶ֖הָ
(vayamlikheha)
en maakte haar koningin
תַּ֥חַת
(tachat)
in plaats van
וַשְׁתִּֽי
(vashti)
Vasti
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: hier de toegenegenheid die de koning haar toonde.

Het woord staat bij ‘gunst’ (חֵן, chen).

18De koning gaf een groot feestmaal voor al zijn oversten en dienaren: het feestmaal van Ester. Hij kondigde voor de provincies een verlichting af en gaf geschenken, naar de mildheid van de koning.
וַיַּ֨עַשׂ
(vayaas)
en maakte
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
מִשְׁתֶּ֣ה
(mishte)
een feestmaal
גָד֗וֹל
(gadol)
groot
לְכָל
(lekhal)
voor al
שָׂרָיו֙
(sarav)
zijn oversten
וַעֲבָדָ֔יו
(vaavadav)
en zijn dienaren
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
מִשְׁתֵּ֣ה
(mishte)
het feestmaal van
אֶסְתֵּ֑ר
(ester)
Ester
וַהֲנָחָ֤ה
(vahanacha)
en verlichting
לַמְּדִינוֹת֙
(lamedinot)
voor de provincies
עָשָׂ֔ה
(asa)
maakte hij
וַיִּתֵּ֥ן
(vayiten)
en gaf
מַשְׂאֵ֖ת
(maset)
geschenken
כְּיַ֥ד
(keyad)
naar de hand van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֲנָחָה (hanachah), ‘verlichting’: waarschijnlijk een vrijstelling van belasting of dienst; de betekenis is onzeker.

Mordechai ontdekt een aanslag

19Toen de maagden voor de tweede keer werden verzameld, zat Mordechai in de poort van de koning.
וּבְהִקָּבֵ֥ץ
(uvehiqavets)
en bij het verzamelen van
בְּתוּל֖וֹת
(betulot)
maagden
שֵׁנִ֑ית
(shenit)
tweede keer
וּמָרְדֳּכַ֖י
(umardokhay)
en Mordechai
יֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
zat
בְּשַֽׁעַר
(beshaar)
in de poort van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Ester maakte haar familie en haar volk niet bekend, zoals Mordechai haar had bevolen. Ester deed wat Mordechai zei, zoals toen zij onder zijn zorg stond.
אֵ֣ין
(ein)
niet
אֶסְתֵּ֗ר
(ester)
Ester
מַגֶּ֤דֶת
(magedet)
maakte bekend
מֽוֹלַדְתָּהּ֙
(moladtah)
haar familie
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עַמָּ֔הּ
(amah)
haar volk
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
had geboden
עָלֶ֖יהָ
(aleiha)
over haar
מָרְדֳּכָ֑י
(mardokhay)
Mordechai
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מַאֲמַ֤ר
(maamar)
het woord van
מָרְדֳּכַי֙
(mardokhay)
Mordechai
אֶסְתֵּ֣ר
(ester)
Ester
עֹשָׂ֔ה
(osa)
deed
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
הָיְתָ֥ה
(hayeta)
zij was
בְאָמְנָ֖ה
(beamena)
in zorg
אִתּֽוֹ
(ito)
bij hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21In die dagen, toen Mordechai in de poort van de koning zat, werden Bigtan en Teresj kwaad. Zij waren twee hovelingen van de koning, bewakers van de drempel. Zij zochten een gelegenheid om de hand te slaan aan koning Ahasveros.
בַּיָּמִ֣ים
(bayamim)
in de dagen
הָהֵ֔ם
(hahem)
die
וּמָרְדֳּכַ֖י
(umardokhay)
en Mordechai
יֹשֵׁ֣ב
(yoshev)
zat
בְּשַֽׁעַר
(beshaar)
in de poort van
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
קָצַף֩
(qatsaf)
werden kwaad
בִּגְתָ֨ן
(bigtan)
Bigtan
וָתֶ֜רֶשׁ
(vateresh)
en Teresj
שְׁנֵֽי
(shenei)
twee
סָרִיסֵ֤י
(sarisei)
hovelingen van
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
מִשֹּׁמְרֵ֣י
(mishomerei)
bewakers van
הַסַּ֔ף
(hasaf)
de drempel
וַיְבַקְשׁוּ֙
(vayvaqshu)
en zochten
לִשְׁלֹ֣חַ
(lishloach)
om uit te steken
יָ֔ד
(yad)
hand
בַּמֶּ֖לֶךְ
(bamelekh)
tegen de koning
אֲחַשְׁוֵֽרֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws schrijft de naam hier als בִּגְתָן (Bigtan) en in 6:2 als בִּגְתָנָא (Bigtana).

Het is dezelfde man; wij schrijven overal Bigtan.

22Het woord werd bekend bij Mordechai en hij vertelde het aan koningin Ester. Ester zei het tegen de koning, in naam van Mordechai.
וַיִּוָּדַ֤ע
(vayivada)
en werd bekend
הַדָּבָר֙
(hadavar)
het woord
לְמָרְדֳּכַ֔י
(lemardokhay)
aan Mordechai
וַיַּגֵּ֖ד
(vayaged)
en vertelde het
לְאֶסְתֵּ֣ר
(leester)
aan Ester
הַמַּלְכָּ֑ה
(hamalka)
de koningin
וַתֹּ֧אמֶר
(vatomer)
en zei
אֶסְתֵּ֛ר
(ester)
Ester
לַמֶּ֖לֶךְ
(lamelekh)
aan de koning
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
in naam van
מָרְדֳּכָֽי
(mardokhay)
Mordechai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Het werd onderzocht en gevonden. De twee werden aan een paal gehangen. Het werd opgeschreven in het dagboek, voor het aangezicht van de koning.
וַיְבֻקַּ֤שׁ
(vayvuqash)
en werd onderzocht
הַדָּבָר֙
(hadavar)
het woord
וַיִּמָּצֵ֔א
(vayimatse)
en werd gevonden
וַיִּתָּל֥וּ
(vayitalu)
en zij werden gehangen
שְׁנֵיהֶ֖ם
(sheneihem)
beiden
עַל
(al)
aan
עֵ֑ץ
(ets)
een paal
וַיִּכָּתֵ֗ב
(vayikatev)
en werd geschreven
בְּסֵ֛פֶר
(besefer)
in het boek van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de woorden van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵץ (etz), ‘paal’: letterlijk ‘hout’.

Het kan gaan om ophangen of om spietsen op een paal.

Zie ook 5:14 en 7:9–10.

סֵפֶר דִּבְרֵי הַיָּמִים (sefer divrei hayamim), ‘dagboek’: letterlijk ‘boek van de woorden van de dagen’, het koninklijk dagboek. Zie ook 6:1.