Elohim Bijbel

Markus 13

12345678910111213141516

De rede op de Olijfberg: tekenen, verdrukking en de komst van de Mensenzoon

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua kondigt de verwoesting van de tempel aan

1Toen Hij de tempel verliet, zei een van Zijn leerlingen tegen Hem: „Leraar, kijk, wat een stenen en wat een gebouwen!”
Καὶ
(Kai)
en
ἐκπορευομένου
(ekporeuomenou)
als uitgaand
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
εἷς
(heis)
een
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
ἴδε
(ide)
kijk
ποταποὶ
(potapoi)
wat voor
λίθοι
(lithoi)
stenen
καὶ
(kai)
en
ποταπαὶ
(potapai)
wat voor
οἰκοδομαί
(oikodomai)
gebouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele tempelterrein met de gebouwen.

Διδάσκαλε (didaskale), ‘Leraar’: de aanspreking voor Yeshua als iemand die onderwijst.

Zie ook Matt. 24:1–2; Luc. 21:5–6.

2Yeshua zei tegen hem: „Zie je deze grote gebouwen? Er zal hier geen steen op een andere steen gelaten worden die niet afgebroken wordt.”
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Βλέπεις
(Blepeis)
zie je
ταύτας
(tautas)
deze
τὰς
(tas)
de
μεγάλας
(megalas)
grote
οἰκοδομάς
(oikodomas)
gebouwen
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
ἀφεθῇ
(aphethe)
zal worden gelaten
ὧδε
(hode)
hier
λίθος
(lithos)
steen
ἐπὶ
(epi)
op
λίθον
(lithon)
steen
ὃς
(hos)
die
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
καταλυθῇ
(katalythe)
zal worden afgebroken
Bron: SBLGNT

De vraag van vier leerlingen

3Toen Hij op de Olijfberg zat, tegenover de tempel, vroegen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas Hem apart:
Καὶ
(Kai)
en
καθημένου
(kathemenou)
zittend
αὐτοῦ
(autou)
Hij
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
Ὄρος
(Oros)
Berg
τῶν
(ton)
van de
Ἐλαιῶν
(Elaion)
Olijven
κατέναντι
(katenanti)
tegenover
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
ἐπηρώτα
(eperota)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
κατ’
(kat’)
in
ἰδίαν
(idian)
afzondering
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
καὶ
(kai)
en
Ἀνδρέας
(Andreas)
Andreas
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.

Uitleg

De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal, tegenover het tempelterrein.

Zie ook Zach. 14:4.

Zie ook Matt. 24:3; Luc. 21:7.

4„Zeg ons: wanneer zal dit gebeuren? En wat is het teken wanneer dit alles op het punt staat voltooid te worden?”
Εἰπὸν
(Eipon)
zeg
ἡμῖν
(hemin)
ons
πότε
(pote)
wanneer
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
en
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
het
σημεῖον
(semeion)
teken
ὅταν
(hotan)
wanneer
μέλλῃ
(melle)
gaat
ταῦτα
(tauta)
dit
συντελεῖσθαι
(synteleisthai)
voltooid te worden
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT

Waarschuwing voor misleiding

5Yeshua begon tegen hen te zeggen: „Pas op dat niemand jullie misleidt.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἤρξατο
(erxato)
begon
λέγειν
(legein)
te zeggen
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Βλέπετε
(Blepete)
pas op
μή
(me)
dat niet
τις
(tis)
iemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
πλανήσῃ
(planese)
misleidt
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλανάω (planao), ‘misleiden’: op een dwaalspoor brengen.

Het woord komt ook voor in 13:6 en 13:22 (ἀποπλανάω, ‘helemaal misleiden’).

6Velen zullen komen in Mijn naam en zeggen: ‘Ik ben het.’ En zij zullen velen misleiden.
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐλεύσονται
(eleusontai)
zullen komen
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
καὶ
(kai)
en
πολλοὺς
(pollous)
velen
πλανήσουσιν
(planesousin)
zullen misleiden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγώ εἰμι (ego eimi), ‘Ik ben het’: letterlijk ‘Ik ben’.

Het Grieks zegt niet voor wie of wat zij zich uitgeven; zie 13:21–22.

7Wanneer jullie horen van oorlogen en berichten over oorlogen, schrik dan niet. Het moet gebeuren, maar het einde is er nog niet.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἀκούσητε
(akousete)
jullie horen
πολέμους
(polemous)
oorlogen
καὶ
(kai)
en
ἀκοὰς
(akoas)
berichten
πολέμων
(polemon)
van oorlogen
μὴ
(me)
niet
θροεῖσθε
(throeisthe)
schrik
δεῖ
(dei)
het moet
γενέσθαι
(genesthai)
gebeuren
ἀλλ’
(all’)
maar
οὔπω
(oupo)
nog niet
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
Bron: SBLGNT
8Want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Er zullen aardbevingen zijn op verschillende plaatsen. Er zullen hongersnoden zijn. Dit is het begin van de weeën.
ἐγερθήσεται
(egerthesetai)
zal opstaan
γὰρ
(gar)
want
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἐπ’
(ep’)
tegen
ἔθνος
(ethnos)
volk
καὶ
(kai)
en
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
ἐπὶ
(epi)
tegen
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
σεισμοὶ
(seismoi)
aardbevingen
κατὰ
(kata)
op
τόπους
(topous)
plaatsen
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
λιμοί
(limoi)
hongersnoden
ἀρχὴ
(arche)
begin
ὠδίνων
(odinon)
van weeën
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden ‘volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’ lijken op Jes. 19:2 (‘stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk’).

ὠδίν (odin), ‘wee’: de pijn van een vrouw die gaat bevallen, zoals in Jes. 13:8. Het is het begin van de pijn, niet het einde.

Zie ook Matt. 24:7–8; Luc. 21:10–11.

Vervolging en getuigenis

9Maar let goed op jullie zelf. Men zal jullie overleveren aan raden, en in synagogen zullen jullie geslagen worden. Omwille van Mij zullen jullie staan voor stadhouders en koningen, tot een getuigenis voor hen.
βλέπετε
(blepete)
pas op
δὲ
(de)
maar
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἑαυτούς
(heautous)
zelf
παραδώσουσιν
(paradosousin)
zullen overleveren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
aan
συνέδρια
(synedria)
raden
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
δαρήσεσθε
(daresesthe)
jullie zullen geslagen worden
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
voor
ἡγεμόνων
(hegemonon)
stadhouders
καὶ
(kai)
en
βασιλέων
(basileon)
koningen
σταθήσεσθε
(stathesesthe)
jullie zullen staan
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέδριον (synedrion), ‘raad’: hier in het meervoud, dus plaatselijke raden die recht spraken.

In 14:55 en 15:1 gaat het om de Raad in Jeruzalem.

ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een Romeinse bestuurder van een gebied.

Zie ook Matt. 10:17–18; Luc. 21:12–13.

10En eerst moet de goede boodschap verkondigd worden onder alle volken.
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
onder
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
πρῶτον
(proton)
eerst
δεῖ
(dei)
moet
κηρυχθῆναι
(kerychthenai)
verkondigd worden
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνος (ethnos), ‘volk’: in het meervoud ‘de volken’, de niet-Joden.

Zie ook Matt. 24:14.

Zie ookMat 24:14
11Wanneer men jullie wegvoert om jullie over te leveren, maak je dan van tevoren geen zorgen over wat jullie zullen zeggen. Zeg wat jullie in dat uur gegeven wordt. Want jullie zijn het niet die spreken, maar de Heilige Geest.
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἄγωσιν
(agosin)
zij wegvoeren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
παραδιδόντες
(paradidontes)
overleverend
μὴ
(me)
niet
προμεριμνᾶτε
(promerimnate)
maak je van tevoren zorgen
τί
(ti)
wat
λαλήσητε
(lalesete)
jullie zullen zeggen
ἀλλ’
(all’)
maar
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook
δοθῇ
(dothe)
gegeven wordt
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
dat
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
τοῦτο
(touto)
dat
λαλεῖτε
(laleite)
zeg
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστε
(este)
zijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἱ
(hoi)
die
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekenden
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 10:19–20; Luc. 12:11–12; Luc. 21:14–15.

12Een broer zal zijn broer overleveren om gedood te worden, en een vader zijn kind. Kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
καὶ
(kai)
en
παραδώσει
(paradosei)
zal overleveren
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
εἰς
(eis)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
vader
τέκνον
(teknon)
kind
καὶ
(kai)
en
ἐπαναστήσονται
(epanastesontai)
zullen opstaan
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἐπὶ
(epi)
tegen
γονεῖς
(goneis)
ouders
καὶ
(kai)
en
θανατώσουσιν
(thanatosousin)
zullen ter dood brengen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Micha 7:6 (‘de zoon veracht zijn vader, de dochter staat op tegen haar moeder’).

Zie ook Matt. 10:21.

13Jullie zullen door allen gehaat worden vanwege Mijn naam. Maar wie volhoudt tot het einde, die zal gered worden.
καὶ
(kai)
en
ἔσεσθε
(esesthe)
jullie zullen zijn
μισούμενοι
(misoumenoi)
gehaat
ὑπὸ
(hypo)
door
πάντων
(panton)
allen
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
ὑπομείνας
(hypomeinas)
volhoudende
εἰς
(eis)
tot
τέλος
(telos)
einde
οὗτος
(houtos)
deze
σωθήσεται
(sothesetai)
zal gered worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομένω (hypomeno), ‘volhouden’: blijven staan, niet wijken.

Zie ook Matt. 24:13.

Zie ookMat 24:13

De gruwel van de verwoesting

14Wanneer jullie de gruwel van de verwoesting zien staan waar hij niet mag staan (wie leest, moet het begrijpen), laten zij die in Judea zijn dan naar de bergen vluchten.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἴδητε
(idete)
jullie zien
τὸ
(to)
de
βδέλυγμα
(bdelygma)
gruwel
τῆς
(tes)
van de
ἐρημώσεως
(eremoseos)
verwoesting
ἑστηκότα
(hestekota)
staand
ὅπου
(hopou)
waar
οὐ
(ou)
niet
δεῖ
(dei)
het moet
ὁ
(ho)
die
ἀναγινώσκων
(anaginoskon)
lezende
νοείτω
(noeito)
begrijpe
τότε
(tote)
dan
οἱ
(hoi)
zij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Judea
φευγέτωσαν
(pheugetosan)
laten vluchten
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ὄρη
(ore)
bergen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Uitleg

τὸ βδέλυγμα τῆς ἐρημώσεως (to bdelygma tes eremoseos), ‘de gruwel van de verwoesting’: de woorden komen uit het boek Daniël (Dan. 9:27; 11:31; 12:11), waar het Hebreeuwse שִׁקּוּץ (shiqquts), ‘gruwel’, in onze vertaling ‘gruwelbeeld’ heet.

Het Grieks heeft bij ‘staan’ een mannelijke vorm, terwijl ‘gruwel’ onzijdig is: wie of wat er staat, zegt de tekst niet.

ὁ ἀναγινώσκων νοείτω (ho anaginoskon noeito), ‘wie leest, moet het begrijpen’: het Grieks laat open of dit woorden van Yeshua zijn of een opmerking van de schrijver aan de lezer.

Zie ook Matt. 24:15–16; Luc. 21:20–21.

Lezing

Wij laten ‘wie leest, moet het begrijpen’ binnen de woorden van Yeshua staan.

15Wie op het dak is, moet niet naar beneden komen en niet naar binnen gaan om iets uit zijn huis mee te nemen.
ὁ
(ho)
die
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
δώματος
(domatos)
dak
μὴ
(me)
niet
καταβάτω
(katabato)
afdalen
μηδὲ
(mede)
en niet
εἰσελθάτω
(eiselthato)
binnengaan
τι
(ti)
iets
ἆραι
(arai)
om mee te nemen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
οἰκίας
(oikias)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
16En wie op het veld is, moet niet terugkeren om zijn mantel mee te nemen.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
ἀγρὸν
(agron)
veld
μὴ
(me)
niet
ἐπιστρεψάτω
(epistrepsato)
terugkeren
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ὀπίσω
(opiso)
achterliggende
ἆραι
(arai)
om mee te nemen
τὸ
(to)
het
ἱμάτιον
(himation)
mantel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱμάτιον (himation), ‘mantel’: het bovenkleed, dat men overdag droeg.

17Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
οὐαὶ
(ouai)
wee
δὲ
(de)
maar
ταῖς
(tais)
aan de
ἐν
(en)
in
γαστρὶ
(gastri)
buik
ἐχούσαις
(echousais)
hebbenden
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
aan de
θηλαζούσαις
(thelazousais)
zogenden
ἐν
(en)
in
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Bron: SBLGNT
18Bid dat het niet in de winter gebeurt.
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
δὲ
(de)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
γένηται
(genetai)
het gebeurt
χειμῶνος
(cheimonos)
in de winter
Bron: SBLGNT
19Want die dagen zullen een verdrukking zijn. Een zulke verdrukking is er nog nooit geweest, vanaf het begin van de schepping die Elohim geschapen heeft tot nu toe. En er zal nooit meer een komen.
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
γὰρ
(gar)
want
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ἐκεῖναι
(ekeinai)
die
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
οἵα
(hoia)
zoals
οὐ
(ou)
niet
γέγονεν
(gegonen)
is geweest
τοιαύτη
(toiaute)
zulke
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
κτίσεως
(ktiseos)
schepping
ἣν
(hen)
die
ἔκτισεν
(ektisen)
schiep
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἕως
(heos)
tot
τοῦ
(tou)
de
νῦν
(nyn)
nu
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
γένηται
(genetai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: nood en benauwdheid.

Vergelijk Dan. 12:1 (‘het zal een tijd van nood zijn, zoals er nog niet geweest is’).

Zie ook Matt. 24:21.

20En als Yahweh die dagen niet had verkort, zou niemand gered zijn. Maar omwille van de uitverkorenen die Hij gekozen heeft, heeft Hij die dagen verkort.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ἐκολόβωσεν
(ekolobosen)
verkortte
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
οὐκ
(ouk)
niet
ἂν
(an)
zou
ἐσώθη
(esothe)
zijn gered
πᾶσα
(pasa)
al
σάρξ
(sarx)
vlees
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
vanwege
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτοὺς
(eklektous)
uitverkorenen
οὓς
(hous)
die
ἐξελέξατο
(exelexato)
hij koos
ἐκολόβωσεν
(ekolobosen)
verkortte
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios) staat hier zonder lidwoord en zonder verdere aanduiding; het gaat om Elohim, die de dagen verkort.

Wij schrijven ‘Yahweh’.

Zie ook Matt. 24:22.

ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: iemand die Elohim gekozen heeft.

πᾶσα σάρξ (pasa sarx), ‘al het vlees’: alle mensen. Wij schrijven ‘niemand’.

Zie ookMat 24:22

Valse messiassen en valse profeten

21Als dan iemand tegen jullie zegt: ‘Zie, hier is de Messias’, of: ‘Zie, daar’, geloof het niet.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
εἴπῃ
(eipe)
zegt
Ἴδε
(Ide)
zie
ὧδε
(hode)
hier
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
Ἴδε
(Ide)
zie
ἐκεῖ
(ekei)
daar
μὴ
(me)
niet
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
Bron: SBLGNT
22Want valse messiassen en valse profeten zullen opstaan. Zij zullen tekenen en wonderen geven om, als het mogelijk is, de uitverkorenen te misleiden.
ἐγερθήσονται
(egerthesontai)
zullen opstaan
γὰρ
(gar)
want
ψευδόχριστοι
(pseudochristoi)
valse messiassen
καὶ
(kai)
en
ψευδοπροφῆται
(pseudoprophetai)
valse profeten
καὶ
(kai)
en
δώσουσιν
(dosousin)
zullen geven
σημεῖα
(semeia)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
πρὸς
(pros)
om
τὸ
(to)
te
ἀποπλανᾶν
(apoplanan)
misleiden
εἰ
(ei)
als
δυνατὸν
(dynaton)
mogelijk
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτούς
(eklektous)
uitverkorenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Tekenen en wonderen geven’ komt overeen met Deut. 13:2–3, waar een profeet ‘een teken of een wonder geeft’.

Zie ook Matt. 24:24.

23Maar jullie, pas op! Ik heb jullie alles van tevoren gezegd.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
βλέπετε
(blepete)
pas op
προείρηκα
(proeireka)
ik heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT

De komst van de Mensenzoon

24Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en zal de maan haar licht niet geven.
Ἀλλὰ
(Alla)
maar
ἐν
(en)
in
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
μετὰ
(meta)
na
τὴν
(ten)
de
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
ἐκείνην
(ekeinen)
die
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
σκοτισθήσεται
(skotisthesetai)
zal verduisterd worden
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
σελήνη
(selene)
maan
οὐ
(ou)
niet
δώσει
(dosei)
zal geven
τὸ
(to)
het
φέγγος
(phengos)
licht
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 13:10 (de zon en de maan geven geen licht) en Jes. 34:4.

Zie ook Matt. 24:29; Luc. 21:25–26.

25De sterren zullen uit de hemel vallen en de krachten in de hemelen zullen wankelen.
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀστέρες
(asteres)
sterren
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
πίπτοντες
(piptontes)
vallend
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
αἱ
(hai)
die
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
σαλευθήσονται
(saleuthesontai)
zullen wankelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’: wat hier bedoeld is, zegt de tekst niet.

Vergelijk Jes. 34:4, waar ‘heel het leger van de hemel vergaat’.

Zie ookJes 34:4
26Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἐν
(en)
op
νεφέλαις
(nephelais)
wolken
μετὰ
(meta)
met
δυνάμεως
(dynameos)
kracht
πολλῆς
(polles)
grote
καὶ
(kai)
en
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: vergelijk Dan. 7:13 (‘iemand als een mensenzoon’, Aramees bar enash), waar hij met de wolken van de hemel komt.

Zie ook Matt. 24:30; Luc. 21:27; Mark. 14:62.

27Dan zal Hij de engelen zenden. Hij zal de uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier winden, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἀποστελεῖ
(apostelei)
zal zenden
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
καὶ
(kai)
en
ἐπισυνάξει
(episynaxei)
zal bijeenbrengen
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτοὺς
(eklektous)
uitverkorenen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
τεσσάρων
(tessaron)
vier
ἀνέμων
(anemon)
winden
ἀπ’
(ap’)
van
ἄκρου
(akrou)
uiteinde
γῆς
(ges)
aarde
ἕως
(heos)
tot
ἄκρου
(akrou)
uiteinde
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Deut. 30:4 (Yahweh brengt de verdrevenen bijeen ‘aan het einde van de hemel’) en Zach. 2:10 (Hebreeuwse telling; in de Nederlandse telling is dit 2:6): ‘de vier winden van de hemel’.

Zie ook Matt. 24:31.

De gelijkenis van de vijgenboom

28Leer van de vijgenboom de gelijkenis. Zodra zijn tak zacht wordt en de bladeren uitlopen, weten jullie dat de zomer nabij is.
Ἀπὸ
(Apo)
van
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
de
συκῆς
(sykes)
vijgenboom
μάθετε
(mathete)
leer
τὴν
(ten)
de
παραβολήν
(parabolen)
gelijkenis
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἤδη
(ede)
al
ὁ
(ho)
de
κλάδος
(klados)
tak
αὐτῆς
(autes)
haar
ἁπαλὸς
(hapalos)
zacht
γένηται
(genetai)
wordt
καὶ
(kai)
en
ἐκφύῃ
(ekphye)
uitloopt
τὰ
(ta)
de
φύλλα
(phylla)
bladeren
γινώσκετε
(ginoskete)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγγὺς
(engys)
nabij
τὸ
(to)
de
θέρος
(theros)
zomer
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραβολή (parabole), ‘gelijkenis’: een vergelijking of voorbeeld.

Zie ook Matt. 24:32–35; Luc. 21:29–33.

29Zo ook jullie: wanneer jullie dit zien gebeuren, weten jullie dat het nabij is, voor de deur.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἴδητε
(idete)
zien
ταῦτα
(tauta)
dit
γινόμενα
(ginomena)
gebeuren
γινώσκετε
(ginoskete)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγγύς
(engys)
nabij
ἐστιν
(estin)
is
ἐπὶ
(epi)
voor
θύραις
(thyrais)
deuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγγύς ἐστιν (eggys estin), ‘het is nabij’: het Grieks heeft geen onderwerp.

Wij schrijven ‘het’.

30Voorwaar, Ik zeg jullie: deze generatie zal beslist niet voorbijgaan, totdat dit alles gebeurt.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
παρέλθῃ
(parelthe)
zal voorbijgaan
ἡ
(he)
de
γενεὰ
(genea)
generatie
αὕτη
(haute)
deze
μέχρις
(mechris)
tot
οὗ
(hou)
wanneer
ταῦτα
(tauta)
dit
πάντα
(panta)
alles
γένηται
(genetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμήν (amen), ‘voorwaar’: van het Hebreeuwse אָמֵן, ‘vast, waar’.

Yeshua gebruikt het om een uitspraak te bevestigen.

γενεά (genea), ‘generatie’: de mensen die tegelijk leven; het kan ook ‘geslacht’ betekenen. Welke gebeurtenissen ‘al dit’ omvat, zegt het Grieks niet.

31De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan.
ὁ
(ho)
de
οὐρανὸς
(ouranos)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
παρελεύσονται
(pareleusontai)
zullen voorbijgaan
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
λόγοι
(logoi)
woorden
μου
(mou)
Mijn
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
παρελεύσονται
(pareleusontai)
zullen voorbijgaan
Bron: SBLGNT

Niemand weet dag of uur

32Maar over die dag of dat uur weet niemand iets, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἐκείνης
(ekeines)
die
ἢ
(e)
of
τῆς
(tes)
het
ὥρας
(horas)
uur
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οἶδεν
(oiden)
weet
οὐδὲ
(oude)
ook niet
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
Zoon
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘de Zoon’ en ‘de Vader’: Yeshua spreekt over Zichzelf en over Elohim.

Zie ook Matt. 24:36.

Zie ookMat 24:36
33Pas op, blijf wakker. Want jullie weten niet wanneer de tijd er is.
βλέπετε
(blepete)
pas op
ἀγρυπνεῖτε
(agrypneite)
blijf wakker
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
γὰρ
(gar)
want
πότε
(pote)
wanneer
ὁ
(ho)
de
καιρός
(kairos)
tijd
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘wakker blijven’; γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’.

In 13:34, 13:35, 13:37 en 14:34–38 staat ‘waken’.

Waak!

34Het is als een man die op reis is. Hij liet zijn huis achter en gaf zijn knechten het gezag, ieder zijn eigen taak. Aan de poortwachter droeg hij op te waken.
ὡς
(hos)
als
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἀπόδημος
(apodemos)
op reis
ἀφεὶς
(apheis)
verlatend
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
δοὺς
(dous)
gevend
τοῖς
(tois)
aan de
δούλοις
(doulois)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
τὸ
(to)
de
ἔργον
(ergon)
taak
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan de
θυρωρῷ
(thyroro)
poortwachter
ἐνετείλατο
(eneteilato)
droeg op
ἵνα
(hina)
opdat
γρηγορῇ
(gregore)
hij waakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

De gelijkenis heeft in het Grieks geen inleiding: er staat alleen ‘als een man op reis’.

Wij schrijven ‘Het is als een man die op reis is’.

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; zie 10:44 en 12:2.

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht om te beslissen. θυρωρός (thyroros), ‘poortwachter’.

35Waak dus. Want jullie weten niet wanneer de heer van het huis komt: ’s avonds laat, om middernacht, bij het kraaien van de haan of ’s ochtends vroeg.
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waakt
οὖν
(oun)
dus
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
γὰρ
(gar)
want
πότε
(pote)
wanneer
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
τῆς
(tes)
van het
οἰκίας
(oikias)
huis
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἢ
(e)
of
ὀψὲ
(opse)
laat
ἢ
(e)
of
μεσονύκτιον
(mesonyktion)
middernacht
ἢ
(e)
of
ἀλεκτοροφωνίας
(alektorophonias)
hanenkraai
ἢ
(e)
of
πρωΐ
(proi)
vroeg
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vier tijden verwijzen naar de vier nachtwaken van de Romeinse indeling: avond, middernacht, ‘hanenkraai’ en vroege ochtend.

De precieze uren zijn niet zeker.

36Als hij plotseling komt, mag hij jullie niet slapend aantreffen.
μὴ
(me)
niet
ἐλθὼν
(elthon)
komend
ἐξαίφνης
(exaiphnes)
plotseling
εὕρῃ
(heure)
hij aantreft
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καθεύδοντας
(katheudontas)
slapend
Bron: SBLGNT
37Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen allen: Waak!”
ὃ
(ho)
wat
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
λέγω
(lego)
Ik zeg
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
λέγω
(lego)
Ik zeg
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waakt
Bron: SBLGNT