De rede op de Olijfberg: tekenen, verdrukking en de komst van de Mensenzoon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua kondigt de verwoesting van de tempel aan
1Toen Hij de tempel verliet, zei een van Zijn leerlingen tegen Hem: „Leraar, kijk, wat een stenen en wat een gebouwen!”
Καὶ
(Kai)
en
ἐκπορευομένου
(ekporeuomenou)
als uitgaand
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
εἷς
(heis)
een
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
ἴδε
(ide)
kijk
ποταποὶ
(potapoi)
wat voor
λίθοι
(lithoi)
stenen
καὶ
(kai)
en
ποταπαὶ
(potapai)
wat voor
οἰκοδομαί
(oikodomai)
gebouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele tempelterrein met de gebouwen.
Διδάσκαλε (didaskale), ‘Leraar’: de aanspreking voor Yeshua als iemand die onderwijst.
4„Zeg ons: wanneer zal dit gebeuren? En wat is het teken wanneer dit alles op het punt staat voltooid te worden?”
Εἰπὸν
(Eipon)
zeg
ἡμῖν
(hemin)
ons
πότε
(pote)
wanneer
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
en
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
het
σημεῖον
(semeion)
teken
ὅταν
(hotan)
wanneer
μέλλῃ
(melle)
gaat
ταῦτα
(tauta)
dit
συντελεῖσθαι
(synteleisthai)
voltooid te worden
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Waarschuwing voor misleiding
5Yeshua begon tegen hen te zeggen: „Pas op dat niemand jullie misleidt.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἤρξατο
(erxato)
begon
λέγειν
(legein)
te zeggen
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Βλέπετε
(Blepete)
pas op
μή
(me)
dat niet
τις
(tis)
iemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
πλανήσῃ
(planese)
misleidt
Bron: SBLGNT
Uitleg
πλανάω (planao), ‘misleiden’: op een dwaalspoor brengen.
Het woord komt ook voor in 13:6 en 13:22 (ἀποπλανάω, ‘helemaal misleiden’).
6Velen zullen komen in Mijn naam en zeggen: ‘Ik ben het.’ En zij zullen velen misleiden.
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐλεύσονται
(eleusontai)
zullen komen
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
καὶ
(kai)
en
πολλοὺς
(pollous)
velen
πλανήσουσιν
(planesousin)
zullen misleiden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐγώ εἰμι (ego eimi), ‘Ik ben het’: letterlijk ‘Ik ben’.
Het Grieks zegt niet voor wie of wat zij zich uitgeven; zie 13:21–22.
7Wanneer jullie horen van oorlogen en berichten over oorlogen, schrik dan niet. Het moet gebeuren, maar het einde is er nog niet.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἀκούσητε
(akousete)
jullie horen
πολέμους
(polemous)
oorlogen
καὶ
(kai)
en
ἀκοὰς
(akoas)
berichten
πολέμων
(polemon)
van oorlogen
μὴ
(me)
niet
θροεῖσθε
(throeisthe)
schrik
δεῖ
(dei)
het moet
γενέσθαι
(genesthai)
gebeuren
ἀλλ’
(all’)
maar
οὔπω
(oupo)
nog niet
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
Bron: SBLGNT
8Want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Er zullen aardbevingen zijn op verschillende plaatsen. Er zullen hongersnoden zijn. Dit is het begin van de weeën.
ἐγερθήσεται
(egerthesetai)
zal opstaan
γὰρ
(gar)
want
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἐπ’
(ep’)
tegen
ἔθνος
(ethnos)
volk
καὶ
(kai)
en
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
ἐπὶ
(epi)
tegen
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
σεισμοὶ
(seismoi)
aardbevingen
κατὰ
(kata)
op
τόπους
(topous)
plaatsen
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
λιμοί
(limoi)
hongersnoden
ἀρχὴ
(arche)
begin
ὠδίνων
(odinon)
van weeën
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg
De woorden ‘volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’ lijken op Jes. 19:2 (‘stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk’).
ὠδίν (odin), ‘wee’: de pijn van een vrouw die gaat bevallen, zoals in Jes. 13:8. Het is het begin van de pijn, niet het einde.
9Maar let goed op jullie zelf. Men zal jullie overleveren aan raden, en in synagogen zullen jullie geslagen worden. Omwille van Mij zullen jullie staan voor stadhouders en koningen, tot een getuigenis voor hen.
βλέπετε
(blepete)
pas op
δὲ
(de)
maar
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἑαυτούς
(heautous)
zelf
παραδώσουσιν
(paradosousin)
zullen overleveren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
aan
συνέδρια
(synedria)
raden
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
δαρήσεσθε
(daresesthe)
jullie zullen geslagen worden
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
voor
ἡγεμόνων
(hegemonon)
stadhouders
καὶ
(kai)
en
βασιλέων
(basileon)
koningen
σταθήσεσθε
(stathesesthe)
jullie zullen staan
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
συνέδριον (synedrion), ‘raad’: hier in het meervoud, dus plaatselijke raden die recht spraken.
In 14:55 en 15:1 gaat het om de Raad in Jeruzalem.
ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een Romeinse bestuurder van een gebied.
11Wanneer men jullie wegvoert om jullie over te leveren, maak je dan van tevoren geen zorgen over wat jullie zullen zeggen. Zeg wat jullie in dat uur gegeven wordt. Want jullie zijn het niet die spreken, maar de Heilige Geest.
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἄγωσιν
(agosin)
zij wegvoeren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
παραδιδόντες
(paradidontes)
overleverend
μὴ
(me)
niet
προμεριμνᾶτε
(promerimnate)
maak je van tevoren zorgen
τί
(ti)
wat
λαλήσητε
(lalesete)
jullie zullen zeggen
ἀλλ’
(all’)
maar
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook
δοθῇ
(dothe)
gegeven wordt
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
dat
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
τοῦτο
(touto)
dat
λαλεῖτε
(laleite)
zeg
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστε
(este)
zijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἱ
(hoi)
die
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekenden
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Matt. 10:19–20; Luc. 12:11–12; Luc. 21:14–15.
14Wanneer jullie de gruwel van de verwoesting zien staan waar hij niet mag staan (wie leest, moet het begrijpen), laten zij die in Judea zijn dan naar de bergen vluchten.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἴδητε
(idete)
jullie zien
τὸ
(to)
de
βδέλυγμα
(bdelygma)
gruwel
τῆς
(tes)
van de
ἐρημώσεως
(eremoseos)
verwoesting
ἑστηκότα
(hestekota)
staand
ὅπου
(hopou)
waar
οὐ
(ou)
niet
δεῖ
(dei)
het moet
ὁ
(ho)
die
ἀναγινώσκων
(anaginoskon)
lezende
νοείτω
(noeito)
begrijpe
τότε
(tote)
dan
οἱ
(hoi)
zij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Judea
φευγέτωσαν
(pheugetosan)
laten vluchten
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ὄρη
(ore)
bergen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Uitleg
τὸ βδέλυγμα τῆς ἐρημώσεως (to bdelygma tes eremoseos), ‘de gruwel van de verwoesting’: de woorden komen uit het boek Daniël (Dan. 9:27; 11:31; 12:11), waar het Hebreeuwse שִׁקּוּץ (shiqquts), ‘gruwel’, in onze vertaling ‘gruwelbeeld’ heet.
Het Grieks heeft bij ‘staan’ een mannelijke vorm, terwijl ‘gruwel’ onzijdig is: wie of wat er staat, zegt de tekst niet.
ὁ ἀναγινώσκων νοείτω (ho anaginoskon noeito), ‘wie leest, moet het begrijpen’: het Grieks laat open of dit woorden van Yeshua zijn of een opmerking van de schrijver aan de lezer.
Zie ook Matt. 24:15–16; Luc. 21:20–21.
Lezing
Wij laten ‘wie leest, moet het begrijpen’ binnen de woorden van Yeshua staan.
15Wie op het dak is, moet niet naar beneden komen en niet naar binnen gaan om iets uit zijn huis mee te nemen.
ὁ
(ho)
die
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
δώματος
(domatos)
dak
μὴ
(me)
niet
καταβάτω
(katabato)
afdalen
μηδὲ
(mede)
en niet
εἰσελθάτω
(eiselthato)
binnengaan
τι
(ti)
iets
ἆραι
(arai)
om mee te nemen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
οἰκίας
(oikias)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
16En wie op het veld is, moet niet terugkeren om zijn mantel mee te nemen.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
ἀγρὸν
(agron)
veld
μὴ
(me)
niet
ἐπιστρεψάτω
(epistrepsato)
terugkeren
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ὀπίσω
(opiso)
achterliggende
ἆραι
(arai)
om mee te nemen
τὸ
(to)
het
ἱμάτιον
(himation)
mantel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἱμάτιον (himation), ‘mantel’: het bovenkleed, dat men overdag droeg.
17Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
οὐαὶ
(ouai)
wee
δὲ
(de)
maar
ταῖς
(tais)
aan de
ἐν
(en)
in
γαστρὶ
(gastri)
buik
ἐχούσαις
(echousais)
hebbenden
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
aan de
θηλαζούσαις
(thelazousais)
zogenden
ἐν
(en)
in
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Bron: SBLGNT
18Bid dat het niet in de winter gebeurt.
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
δὲ
(de)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
γένηται
(genetai)
het gebeurt
χειμῶνος
(cheimonos)
in de winter
Bron: SBLGNT
19Want die dagen zullen een verdrukking zijn. Een zulke verdrukking is er nog nooit geweest, vanaf het begin van de schepping die Elohim geschapen heeft tot nu toe. En er zal nooit meer een komen.
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
γὰρ
(gar)
want
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ἐκεῖναι
(ekeinai)
die
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
οἵα
(hoia)
zoals
οὐ
(ou)
niet
γέγονεν
(gegonen)
is geweest
τοιαύτη
(toiaute)
zulke
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
κτίσεως
(ktiseos)
schepping
ἣν
(hen)
die
ἔκτισεν
(ektisen)
schiep
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἕως
(heos)
tot
τοῦ
(tou)
de
νῦν
(nyn)
nu
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
γένηται
(genetai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: nood en benauwdheid.
Vergelijk Dan. 12:1 (‘het zal een tijd van nood zijn, zoals er nog niet geweest is’).
20En als Yahweh die dagen niet had verkort, zou niemand gered zijn. Maar omwille van de uitverkorenen die Hij gekozen heeft, heeft Hij die dagen verkort.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ἐκολόβωσεν
(ekolobosen)
verkortte
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
οὐκ
(ouk)
niet
ἂν
(an)
zou
ἐσώθη
(esothe)
zijn gered
πᾶσα
(pasa)
al
σάρξ
(sarx)
vlees
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
vanwege
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτοὺς
(eklektous)
uitverkorenen
οὓς
(hous)
die
ἐξελέξατο
(exelexato)
hij koos
ἐκολόβωσεν
(ekolobosen)
verkortte
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριος (kyrios) staat hier zonder lidwoord en zonder verdere aanduiding; het gaat om Elohim, die de dagen verkort.
Wij schrijven ‘Yahweh’.
Zie ook Matt. 24:22.
ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: iemand die Elohim gekozen heeft.
πᾶσα σάρξ (pasa sarx), ‘al het vlees’: alle mensen. Wij schrijven ‘niemand’.
26Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἐν
(en)
op
νεφέλαις
(nephelais)
wolken
μετὰ
(meta)
met
δυνάμεως
(dynameos)
kracht
πολλῆς
(polles)
grote
καὶ
(kai)
en
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: vergelijk Dan. 7:13 (‘iemand als een mensenzoon’, Aramees bar enash), waar hij met de wolken van de hemel komt.
27Dan zal Hij de engelen zenden. Hij zal de uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier winden, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἀποστελεῖ
(apostelei)
zal zenden
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
καὶ
(kai)
en
ἐπισυνάξει
(episynaxei)
zal bijeenbrengen
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτοὺς
(eklektous)
uitverkorenen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
τεσσάρων
(tessaron)
vier
ἀνέμων
(anemon)
winden
ἀπ’
(ap’)
van
ἄκρου
(akrou)
uiteinde
γῆς
(ges)
aarde
ἕως
(heos)
tot
ἄκρου
(akrou)
uiteinde
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vergelijk Deut. 30:4 (Yahweh brengt de verdrevenen bijeen ‘aan het einde van de hemel’) en Zach. 2:10 (Hebreeuwse telling; in de Nederlandse telling is dit 2:6): ‘de vier winden van de hemel’.
34Het is als een man die op reis is. Hij liet zijn huis achter en gaf zijn knechten het gezag, ieder zijn eigen taak. Aan de poortwachter droeg hij op te waken.
ὡς
(hos)
als
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἀπόδημος
(apodemos)
op reis
ἀφεὶς
(apheis)
verlatend
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
δοὺς
(dous)
gevend
τοῖς
(tois)
aan de
δούλοις
(doulois)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
τὸ
(to)
de
ἔργον
(ergon)
taak
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan de
θυρωρῷ
(thyroro)
poortwachter
ἐνετείλατο
(eneteilato)
droeg op
ἵνα
(hina)
opdat
γρηγορῇ
(gregore)
hij waakt
Bron: SBLGNT
Uitleg
De gelijkenis heeft in het Grieks geen inleiding: er staat alleen ‘als een man op reis’.
Wij schrijven ‘Het is als een man die op reis is’.
δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; zie 10:44 en 12:2.
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht om te beslissen. θυρωρός (thyroros), ‘poortwachter’.
35Waak dus. Want jullie weten niet wanneer de heer van het huis komt: ’s avonds laat, om middernacht, bij het kraaien van de haan of ’s ochtends vroeg.
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waakt
οὖν
(oun)
dus
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
γὰρ
(gar)
want
πότε
(pote)
wanneer
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
τῆς
(tes)
van het
οἰκίας
(oikias)
huis
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἢ
(e)
of
ὀψὲ
(opse)
laat
ἢ
(e)
of
μεσονύκτιον
(mesonyktion)
middernacht
ἢ
(e)
of
ἀλεκτοροφωνίας
(alektorophonias)
hanenkraai
ἢ
(e)
of
πρωΐ
(proi)
vroeg
Bron: SBLGNT
Uitleg
De vier tijden verwijzen naar de vier nachtwaken van de Romeinse indeling: avond, middernacht, ‘hanenkraai’ en vroege ochtend.
De precieze uren zijn niet zeker.
36Als hij plotseling komt, mag hij jullie niet slapend aantreffen.