Elohim Bijbel

2 Kronieken 4

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De voorwerpen van het huis van Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het koperen altaar en de zee

1Hij maakte een koperen altaar, 20 el lang, 20 el breed en 10 el hoog.
וַיַּ֨עַשׂ֙
(vayaas)
en hij maakte
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
zijn lengte
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
רָחְבּ֑וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וְעֶ֥שֶׂר
(veeser)
en tien
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
קוֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een el is ongeveer 45 cm.

Het altaar was dus ongeveer 9 meter lang, 9 meter breed en 4,5 meter hoog.

Dit altaar wordt in 1 Kon. 6–7 niet beschreven.

Het altaar van de tabernakel was veel kleiner: 5 el lang, 5 el breed en 3 el hoog (Exod. 27:1).

2Hij maakte de zee, gegoten. Van rand tot rand was ze 10 el, helemaal rond. Ze was 5 el hoog. Een meetsnoer van 30 el ging rondom haar heen.
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
מוּצָ֑ק
(mutsaq)
gegoten
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽ֠אַמָּה
(baama)
in de el
מִשְּׂפָת֨וֹ
(misefato)
van haar rand
אֶל
(el)
tot
שְׂפָת֜וֹ
(sefato)
haar rand
עָג֣וֹל
(agol)
rond
סָבִ֗יב
(saviv)
rondom
וְחָמֵ֤שׁ
(vechamesh)
en vijf
בָּֽאַמָּה֙
(baama)
in de el
קֽוֹמָת֔וֹ
(qomato)
haar hoogte
וְקָו֙
(veqav)
en een meetsnoer
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
יָסֹ֥ב
(yasov)
ging rond
אֹת֖וֹ
(oto)
haar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָם (yam), ‘zee’: het grote koperen bekken, hier ‘de zee’ genoemd.

Het is gelijk aan 1 Kon. 7:23–26. 10 el is ongeveer 4,5 meter, 5 el ongeveer 2,25 meter en 30 el ongeveer 13,5 meter.

Wij vertalen dit vers hetzelfde als 1 Kon. 7:23.

3Onder haar zaten rondom afbeeldingen van runderen. Ze omringden haar, 10 op elke el, rondom de zee. De runderen zaten in twee rijen, gegoten in één keer met haar.
וּדְמ֣וּת
(udemut)
en gedaanten van
בְּקָרִים֩
(beqarim)
runderen
תַּ֨חַת
(tachat)
onder
ל֜וֹ
(lo)
haar
סָבִ֤יב
(saviv)
rondom
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
סוֹבְבִ֣ים
(sovevim)
omringend
אֹת֔וֹ
(oto)
haar
עֶ֚שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
מַקִּיפִ֥ים
(maqifim)
omgevend
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
שְׁנַ֤יִם
(shenayim)
twee
טוּרִים֙
(turim)
rijen
הַבָּקָ֔ר
(habaqar)
de runderen
יְצוּקִ֖ים
(yetsuqim)
gegoten
בְּמֻֽצַקְתּֽוֹ
(bemutsaqto)
in haar gieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דְּמוּת בְּקָרִים (demut beqarim), ‘afbeeldingen van runderen’: hier staan runderen onder de rand.

In 1 Kon. 7:24 staan op die plaats פְּקָעִים (peqa’im), ‘kolokwinten’.

De twee woorden lijken in het Hebreeuws op elkaar.

Wij vertalen elk boek zoals het staat.

מֻצַקְתּוֹ (mutsaqto), ‘zijn gieten’: ze werden in één keer met de zee gegoten.

4Ze stond op 12 runderen: drie keken naar het noorden, drie naar het westen, drie naar het zuiden en drie naar het oosten. De zee lag er bovenop. Alle achterkanten van de runderen waren naar binnen gericht.
עוֹמֵ֞ד
(omed)
staand
עַל
(al)
op
שְׁנֵ֧ים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
בָּקָ֗ר
(baqar)
runderen
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
פֹנִ֣ים
(ponim)
gericht
צָפ֡וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
וּשְׁלוֹשָׁה֩
(ushelosha)
en drie
פֹנִ֨ים
(ponim)
gericht
יָ֜מָּה
(yama)
westwaarts
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gericht
נֶ֗גְבָּה
(negba)
zuidwaarts
וּשְׁלֹשָׁה֙
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gericht
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
וְהַיָּ֥ם
(vehayam)
en de zee
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
erop
מִלְמָ֑עְלָה
(milmaela)
bovenop
וְכָל
(vekhal)
en al
אֲחֹרֵיהֶ֖ם
(achoreihem)
hun achterkanten
בָּֽיְתָה
(bayeta)
naar binnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָמָּה (yammah), ‘westwaarts’: letterlijk ‘naar de zee’.

De Middellandse Zee ligt ten westen van Israël.

נֶגְבָּה (negbah), ‘zuidwaarts’: naar het Negev, het droge land in het zuiden.

Vergelijk 1 Kon. 7:25.

5Haar dikte was een handbreedte. Haar rand was gemaakt als de rand van een beker, als de bloem van een lelie. Ze kon 3.000 bat bevatten.
וְעָבְי֣וֹ
(veaveyo)
en haar dikte
טֶ֔פַח
(tefach)
een handbreedte
וּשְׂפָתוֹ֙
(usefato)
en haar rand
כְּמַעֲשֵׂ֣ה
(kemaase)
als het werk van
שְׂפַת
(sefat)
rand van
כּ֔וֹס
(kos)
beker
פֶּ֖רַח
(perach)
bloem van
שֽׁוֹשַׁנָּ֑ה
(shoshana)
lelie
מַחֲזִ֣יק
(machaziq)
bevattend
בַּתִּ֔ים
(batim)
bat
שְׁלֹ֥שֶׁת
(sheloshet)
drie
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizend
יָכִֽיל
(yakhil)
kon bevatten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טֶפַח (tefach), ‘handbreedte’: ongeveer 7,5 cm.

בַּת (bat): ongeveer 22 liter. 3.000 bat is dus ongeveer 66.000 liter.

Lezing

In 1 Kon. 7:26 staat 2.000 bat.

Dat is ongeveer 44.000 liter.

Wij houden het getal van elk boek aan.

Het is onzeker hoe het verschil is ontstaan.

Zie ook1 Kon 7:26

De wasbekkens, kandelaars en tafels

6Hij maakte tien wasbekkens. Hij zette er vijf rechts en vijf links, om erin te wassen. Daarin spoelden zij af wat bij het brandoffer hoorde. De zee was voor de priesters, om zich erin te wassen.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
כִּיּוֹרִים֮
(kiyorim)
wasbekkens
עֲשָׂרָה֒
(asara)
tien
וַ֠יִּתֵּן
(vayiten)
en hij zette
חֲמִשָּׁ֨ה
(chamisha)
vijf
מִיָּמִ֜ין
(miyamin)
rechts
וַחֲמִשָּׁ֤ה
(vachamisha)
en vijf
מִשְּׂמֹאול֙
(misemovl)
links
לְרָחְצָ֣ה
(lerachetsa)
om te wassen
בָהֶ֔ם
(bahem)
erin
אֶת
(et)
(obj.)
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
het werk van
הָעוֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
יָדִ֣יחוּ
(yadichu)
zij spoelden af
בָ֑ם
(bam)
daarin
וְהַיָּ֕ם
(vehayam)
en de zee
לְרָחְצָ֥ה
(lerachetsa)
om te wassen
לַכֹּהֲנִ֖ים
(lakohanim)
voor de priesters
בּֽוֹ
(bo)
erin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּיּוֹר (kiyyor), ‘wasbekken’: een koperen bak om in te wassen.

Zie 1 Kon. 7:38.

De priesters wasten zich in de tabernakel bij een koperen wasbekken (Exod. 30:17–21).

Hier is dat de zee.

מַעֲשֵׂה הָעוֹלָה (ma’aseh ha’olah), ‘wat bij het brandoffer hoorde’: letterlijk ‘het werk van het brandoffer’. Het gaat waarschijnlijk om delen van het offerdier, die werden afgespoeld (Lev. 1:9).

7Hij maakte de tien gouden kandelaars volgens hun bepaling. Hij zette ze in de hoofdzaal: vijf rechts en vijf links.
וַ֠יַּעַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
מְנֹר֧וֹת
(menorot)
kandelaars van
הַזָּהָ֛ב
(hazahav)
het goud
עֶ֖שֶׂר
(eser)
tien
כְּמִשְׁפָּטָ֑ם
(kemishpatam)
volgens hun bepaling
וַיִּתֵּן֙
(vayiten)
en hij zette
בַּֽהֵיכָ֔ל
(baheikhal)
in de hoofdzaal
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מִיָּמִ֖ין
(miyamin)
rechts
וְחָמֵ֥שׁ
(vechamesh)
en vijf
מִשְּׂמֹֽאול
(misemovl)
links
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְנוֹרוֹת (menorot), ‘kandelaars’: tien in plaats van één, zoals in Exod. 25:31–40.

Vergelijk 1 Kon. 7:49: vijf rechts en vijf links.

כְּמִשְׁפָּטָם (kemishpatam), ‘volgens hun bepaling’: zoals het voor hen was vastgesteld.

Wij vertalen mishpat hier zoals in 1 Kon. 6:38.

8Hij maakte tien tafels en plaatste ze in de hoofdzaal: vijf rechts en vijf links. Ook maakte hij 100 gouden sprengschalen.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
שֻׁלְחָנוֹת֮
(shulchanot)
tafels
עֲשָׂרָה֒
(asara)
tien
וַיַּנַּח֙
(vayanach)
en hij plaatste
בַּֽהֵיכָ֔ל
(baheikhal)
in de hoofdzaal
חֲמִשָּׁ֥ה
(chamisha)
vijf
מִיָּמִ֖ין
(miyamin)
rechts
וַחֲמִשָּׁ֣ה
(vachamisha)
en vijf
מִשְּׂמֹ֑אול
(misemovl)
links
וַיַּ֛עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
מִזְרְקֵ֥י
(mizreqei)
sprengschalen van
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
מֵאָֽה
(mea)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֻׁלְחָנוֹת (shulchanot), ‘tafels’: tien tafels, voor het toonbrood (vers 19).

In 1 Kon. 7:48 staat één tafel.

מִזְרְקֵי זָהָב (mizreqe zahav), ‘gouden sprengschalen’: schalen om bloed of vloeistof uit te sprenkelen.

Zie ook vers 11.

De voorhoven

9Hij maakte de voorhof van de priesters, de grote hof en deuren voor de hof. De deuren bekleedde hij met koper.
וַיַּ֨עַשׂ֙
(vayaas)
en hij maakte
חֲצַ֣ר
(chatsar)
voorhof van
הַכֹּהֲנִ֔ים
(hakohanim)
de priesters
וְהָעֲזָרָ֖ה
(vehaazara)
en de hof
הַגְּדוֹלָ֑ה
(hagedola)
de grote
וּדְלָת֧וֹת
(udelatot)
en deuren
לָעֲזָרָ֛ה
(laazara)
voor de hof
וְדַלְתוֹתֵיהֶ֖ם
(vedaltoteihem)
en hun deuren
צִפָּ֥ה
(tsipa)
bekleedde hij
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲצַר הַכֹּהֲנִים (chatsar hakkohanim), ‘voorhof van de priesters’, en עֲזָרָה (azarah), ‘hof’: een omheinde ruimte.

Vergelijk 1 Kon. 6:36 en 7:12.

10De zee zette hij aan de rechterzijde, in het oosten, tegenover het zuiden.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּ֗ם
(hayam)
de zee
נָתַ֞ן
(natan)
zette hij
מִכֶּ֧תֶף
(miketef)
aan de schouder
הַיְמָנִ֛ית
(haymanit)
de rechter
קֵ֖דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִמּ֥וּל
(mimul)
tegenover
נֶֽגְבָּה
(negba)
zuidwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk 1 Kon. 7:39.

Rechts is hier de zuidkant van het huis.

קֵדְמָה (qedmah), ‘oostwaarts’: letterlijk ‘naar voren’, dat wil zeggen naar het oosten.

Zie ook1 Kon 7:39

Het werk van Churam

11Churam maakte de potten, de scheppen en de sprengschalen. Zo voltooide Churam het werk dat hij voor koning Salomo deed aan het huis van Elohim:
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en maakte
חוּרָ֔ם
(churam)
Churam
אֶת
(et)
(obj.)
הַ֨סִּיר֔וֹת
(hasirot)
de potten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּעִ֖ים
(hayaim)
de scheppen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמִּזְרָק֑וֹת
(hamizraqot)
de sprengschalen
וַיְכַ֣ל
(vaykhal)
en voltooide
חוּרָ֗ם
(churam)
Churam
לַעֲשׂוֹת֙
(laasot)
om te maken
אֶת
(et)
(obj.)
הַמְּלָאכָ֔ה
(hamelakha)
het werk
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
עָשָׂ֛ה
(asa)
hij deed
לַמֶּ֥לֶךְ
(lamelekh)
voor de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
הָאֱלֹהִֽים
(haElohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk 1 Kon. 7:40.

Vanaf hier volgt een opsomming van het werk van Churam, tot vers 16.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft in dit vers één keer חירם (Hiram).

De voorgelezen tekst (qere) heeft חוּרָם (Churam).

Wij volgen de qere en houden de vorm Churam aan, zoals in 2:2.

12twee pilaren; de bollen en de kapitelen boven op de pilaren, twee; de twee netwerken om de twee bollen van de kapitelen te bedekken die boven op de pilaren zaten;
עַמּוּדִ֣ים
(amudim)
pilaren
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
וְהַגֻּלּ֧וֹת
(vehagulot)
en de bollen
וְהַכֹּתָר֛וֹת
(vehakotarot)
en de kapitelen
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעַמּוּדִ֖ים
(haamudim)
de pilaren
שְׁתָּ֑יִם
(shetayim)
twee
וְהַשְּׂבָכ֣וֹת
(vehasevakhot)
en de netwerken
שְׁתַּ֔יִם
(shetayim)
twee
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
twee
גֻּלּ֣וֹת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָר֔וֹת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָֽעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֻּלּוֹת (gullot), ‘bollen’, כֹּתָרוֹת (kotarot), ‘kapitelen’ en שְׂבָכוֹת (sevakhot), ‘netwerken’: zie 1 Kon. 7:41.

Het woord ‘twee’ achter ‘op de pilaren’ slaat waarschijnlijk op beide bollen en kapitelen.

Wij vertalen letterlijk.

13de 400 granaatappels voor de twee netwerken, twee rijen granaatappels voor elk netwerk, om de twee bollen van de kapitelen te bedekken die aan de voorkant van de pilaren zaten;
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָֽרִמּוֹנִ֛ים
(harimonim)
de granaatappels
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
לִשְׁתֵּ֣י
(lishtei)
voor de twee
הַשְּׂבָכ֑וֹת
(hasevakhot)
de netwerken
שְׁנַ֨יִם
(shenayim)
twee
טוּרִ֤ים
(turim)
rijen
רִמּוֹנִים֙
(rimonim)
granaatappels
לַשְּׂבָכָ֣ה
(lasevakha)
voor het netwerk
הָאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
twee
גֻּלּ֣וֹת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָר֔וֹת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
פְּנֵ֥י
(penei)
de voorkant van
הָעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִמּוֹנִים (rimmonim), ‘granaatappels’: 400, twee rijen voor elk netwerk.

Vergelijk 1 Kon. 7:42.

עַל פְּנֵי הָעַמּוּדִים (al penei ha’ammudim), ‘aan de voorkant van de pilaren’: letterlijk ‘op het gezicht van de pilaren’.

14de onderstellen die hij maakte, en de wasbekkens die hij op de onderstellen maakte;
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמְּכֹנ֖וֹת
(hamekhonot)
de onderstellen
עָשָׂ֑ה
(asa)
maakte hij
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכִּיֹּר֥וֹת
(hakiyorot)
de wasbekkens
עָשָׂ֖ה
(asa)
maakte hij
עַל
(al)
op
הַמְּכֹנֽוֹת
(hamekhonot)
de onderstellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְכֹנוֹת (mekhonot), ‘onderstellen’: de tien onderstellen met wielen voor de wasbekkens, zie 1 Kon. 7:27–37.

15de ene zee en de twaalf runderen eronder;
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
אֶחָ֑ד
(echad)
een
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַבָּקָ֥ר
(habaqar)
de runderen
שְׁנֵים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
תַּחְתָּֽיו
(tachtav)
eronder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16de potten, de scheppen, de vorken en al hun voorwerpen. Dit maakte Churam-Abi voor koning Salomo, voor het huis van Yahweh, van gepolijst koper.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַ֠סִּירוֹת
(hasirot)
de potten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּעִ֤ים
(hayaim)
de scheppen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמִּזְלָגוֹת֙
(hamizlagot)
de vorken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
כְּלֵיהֶ֔ם
(keleihem)
hun voorwerpen
עָשָׂ֞ה
(asa)
maakte
חוּרָ֥ם
(churam)
Churam
אָבִ֛יו
(aviv)
Abi
לַמֶּ֥לֶךְ
(lamelekh)
voor de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
לְבֵ֣ית
(leveit)
voor het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
נְחֹ֖שֶׁת
(nechoshet)
koper
מָרֽוּק
(maruq)
gepolijst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוּרָם אָבִיו (Churam aviv), ‘Churam, zijn vader’: hier staat dezelfde titel als in 2:12, maar met ‘zijn’.

Wij vertalen ‘Churam-Abi’, zoals in 2:12.

De titel ‘vader’ kan ‘meester’ of ‘raadsman’ betekenen.

In 1 Kon. 7:13–14 en 7:40 heet hij Hiram.

מִזְלָגוֹת (mizlagot), ‘vorken’: gereedschap met drie tanden, om vlees te pakken. Het woord staat hier in plaats van ‘sprengschalen’ in 1 Kon. 7:45.

נְחֹשֶׁת מְמֹרָט (nechoshet marut), ‘gepolijst koper’: zoals in 1 Kon. 7:45.

17In de Jordaanvlakte liet de koning ze gieten, in de klei, tussen Sukkot en Zeredata.
בְּכִכַּ֤ר
(bekhikar)
in de vlakte van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
יְצָקָ֣ם
(yetsaqam)
goot ze
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בַּעֲבִ֖י
(baavi)
in de dikte van
הָאֲדָמָ֑ה
(haadama)
de grond
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
סֻכּ֖וֹת
(sukot)
Sukkot
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
צְרֵדָֽתָה
(tseredata)
Zeredata
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Jordaanvlakte (כִּכַּר הַיַּרְדֵּן, kikkar hayarden) is het vlakke gebied langs de Jordaan (Israël en Jordanië).

Hier betekent kikkar ‘vlakte’, niet ‘talent’.

Sukkot (סֻכּוֹת) lag waarschijnlijk bij het huidige Tell Deir Alla, ten oosten van de Jordaan in Jordanië.

Zeredata (צְרֵדָתָה) lag in de buurt; de ligging is onzeker.

Uitleg

In 1 Kon. 7:46 staat Zaretan (צָרְתָן) in plaats van Zeredata.

Het is waarschijnlijk dezelfde plaats.

Wij houden de spelling van elk boek aan.

בַּעֲבִי הָאֲדָמָה (ba’avi ha’adamah), ‘in de klei’: letterlijk ‘in de dikte van de grond’. Dat is de kleiachtige grond waarin de mallen werden gemaakt.

Zie ook1 Kon 7:46
18Salomo maakte al deze voorwerpen in zeer grote hoeveelheid. Want het gewicht van het koper werd niet vastgesteld.
וַיַּ֧עַשׂ
(vayaas)
en maakte
שְׁלֹמֹ֛ה
(shelomo)
Salomo
כָּל
(kal)
al
הַכֵּלִ֥ים
(hakelim)
de voorwerpen
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
לָרֹ֣ב
(larov)
in menigte
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
כִּ֛י
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
נֶחְקַ֖ר
(nechqar)
werd vastgesteld
מִשְׁקַ֥ל
(mishqal)
het gewicht van
הַנְּחֹֽשֶׁת
(hanechoshet)
het koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk 1 Kon. 7:47.

Het gewicht van het koper is niet vastgesteld, omdat het zoveel was.

De gouden voorwerpen

19Salomo maakte ook alle voorwerpen voor het huis van Elohim: het gouden altaar en de tafels met het toonbrood erop;
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en maakte
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַכֵּלִ֔ים
(hakelim)
de voorwerpen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
הַזָּהָ֔ב
(hazahav)
het goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַשֻּׁלְחָנ֔וֹת
(hashulchanot)
de tafels
וַעֲלֵיהֶ֖ם
(vaaleihem)
en erop
לֶ֥חֶם
(lechem)
brood van
הַפָּנִֽים
(hapanim)
het aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִזְבַּח הַזָּהָב (mizbach hazzahav), ‘het gouden altaar’: het altaar voor het reukwerk, zie Exod. 30:1–6 en 1 Kon. 7:48.

לֶחֶם הַפָּנִים (lechem happanim), ‘toonbrood’: het brood dat steeds voor het aangezicht van Yahweh lag, zie Exod. 25:30 en Lev. 24:5–9.

20de kandelaars en hun lampen, om volgens de bepaling te branden voor het binnenste vertrek, van zuiver goud;
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמְּנֹר֞וֹת
(hamenorot)
de kandelaars
וְנֵרֹתֵיהֶ֗ם
(veneroteihem)
en hun lampen
לְבַעֲרָ֧ם
(levaaram)
om ze te laten branden
כַּמִּשְׁפָּ֛ט
(kamishpat)
volgens de bepaling
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
הַדְּבִ֖יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
סָגֽוּר
(sagur)
zuiver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְבַעֲרָם (leva’aram), ‘om ze te laten branden’: de lampen moesten steeds branden.

Zie Exod. 27:20–21.

זָהָב סָגוּר (zahav sagur), ‘zuiver goud’: zoals in 1 Kon. 6:20.

Vergelijk 1 Kon. 7:49.

21de bloemen, de lampen en de tangen, van goud, van volmaakt goud;
וְהַפֶּ֧רַח
(vehaperach)
en de bloem
וְהַנֵּר֛וֹת
(vehanerot)
en de lampen
וְהַמֶּלְקַחַ֖יִם
(vehamelqachayim)
en de tangen
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
ה֖וּא
(hu)
het
מִכְל֥וֹת
(mikhlot)
volmaaktheid van
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַפֶּרַח (happerach), ‘de bloem’: een sierstuk van de kandelaar, zoals in 1 Kon. 7:49.

מַלְקָחַיִם (malqachayim), ‘tangen’.

מִכְלוֹת זָהָב (mikhlot zahav), ‘volmaakt goud’: letterlijk ‘volmaaktheden van goud’.

De betekenis is niet zeker.

Het gaat om het zuiverste goud.

22de snuitscharen, de sprengschalen, de schalen en de vuurpannen, van zuiver goud. Ook de ingang van het huis, zijn binnenste deuren naar het hoogheilige en de deuren van het huis naar de hoofdzaal, waren van goud.
וְהַֽמְזַמְּר֧וֹת
(vehamzamerot)
en de snuitscharen
וְהַמִּזְרָק֛וֹת
(vehamizraqot)
en de sprengschalen
וְהַכַּפּ֥וֹת
(vehakapot)
en de schalen
וְהַמַּחְתּ֖וֹת
(vehamachtot)
en de vuurpannen
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וּפֶ֣תַח
(ufetach)
en de ingang van
הַ֠בַּיִת
(habayit)
het huis
דַּלְתוֹתָ֨יו
(daltotav)
zijn deuren
הַפְּנִימִיּ֜וֹת
(hapenimiyot)
de binnenste
לְקֹ֣דֶשׁ
(leqodesh)
naar het heilige
הַקֳּדָשִׁ֗ים
(haqodashim)
van de heiligen
וְדַלְתֵ֥י
(vedaltei)
en de deuren van
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
לַהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
naar de hoofdzaal
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְזַמְּרוֹת (mezammerot), ‘snuitscharen’: om de lampen bij te knippen.

כַּפּוֹת (kappot), ‘schalen’.

מַחְתּוֹת (machtot), ‘vuurpannen’.

Vergelijk 1 Kon. 7:50.

Daar staan ook de bekkens en de scharnieren van de deuren.

בֵּית קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (hoogheilige) en הֵיכָל (hekal, hoofdzaal): zoals in 3:8 en 1 Kon. 6:16–17.