Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het koperen altaar en de zee
1Hij maakte een koperen altaar, 20 el lang, 20 el breed en 10 el hoog.
וַיַּ֨עַשׂ֙
(vayaas)
en hij maakte
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
zijn lengte
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
רָחְבּ֑וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וְעֶ֥שֶׂר
(veeser)
en tien
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
קוֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een el is ongeveer 45 cm.
Het altaar was dus ongeveer 9 meter lang, 9 meter breed en 4,5 meter hoog.
Dit altaar wordt in 1 Kon. 6–7 niet beschreven.
Het altaar van de tabernakel was veel kleiner: 5 el lang, 5 el breed en 3 el hoog (Exod. 27:1).
3Onder haar zaten rondom afbeeldingen van runderen. Ze omringden haar, 10 op elke el, rondom de zee. De runderen zaten in twee rijen, gegoten in één keer met haar.
וּדְמ֣וּת
(udemut)
en gedaanten van
בְּקָרִים֩
(beqarim)
runderen
תַּ֨חַת
(tachat)
onder
ל֜וֹ
(lo)
haar
סָבִ֤יב
(saviv)
rondom
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
סוֹבְבִ֣ים
(sovevim)
omringend
אֹת֔וֹ
(oto)
haar
עֶ֚שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
מַקִּיפִ֥ים
(maqifim)
omgevend
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
שְׁנַ֤יִם
(shenayim)
twee
טוּרִים֙
(turim)
rijen
הַבָּקָ֔ר
(habaqar)
de runderen
יְצוּקִ֖ים
(yetsuqim)
gegoten
בְּמֻֽצַקְתּֽוֹ
(bemutsaqto)
in haar gieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דְּמוּת בְּקָרִים (demut beqarim), ‘afbeeldingen van runderen’: hier staan runderen onder de rand.
In 1 Kon. 7:24 staan op die plaats פְּקָעִים (peqa’im), ‘kolokwinten’.
De twee woorden lijken in het Hebreeuws op elkaar.
Wij vertalen elk boek zoals het staat.
מֻצַקְתּוֹ (mutsaqto), ‘zijn gieten’: ze werden in één keer met de zee gegoten.
4Ze stond op 12 runderen: drie keken naar het noorden, drie naar het westen, drie naar het zuiden en drie naar het oosten. De zee lag er bovenop. Alle achterkanten van de runderen waren naar binnen gericht.
עוֹמֵ֞ד
(omed)
staand
עַל
(al)
op
שְׁנֵ֧ים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
בָּקָ֗ר
(baqar)
runderen
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
פֹנִ֣ים
(ponim)
gericht
צָפ֡וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
וּשְׁלוֹשָׁה֩
(ushelosha)
en drie
פֹנִ֨ים
(ponim)
gericht
יָ֜מָּה
(yama)
westwaarts
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gericht
נֶ֗גְבָּה
(negba)
zuidwaarts
וּשְׁלֹשָׁה֙
(ushelosha)
en drie
פֹּנִ֣ים
(ponim)
gericht
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
וְהַיָּ֥ם
(vehayam)
en de zee
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
erop
מִלְמָ֑עְלָה
(milmaela)
bovenop
וְכָל
(vekhal)
en al
אֲחֹרֵיהֶ֖ם
(achoreihem)
hun achterkanten
בָּֽיְתָה
(bayeta)
naar binnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָמָּה (yammah), ‘westwaarts’: letterlijk ‘naar de zee’.
De Middellandse Zee ligt ten westen van Israël.
נֶגְבָּה (negbah), ‘zuidwaarts’: naar het Negev, het droge land in het zuiden.
6Hij maakte tien wasbekkens. Hij zette er vijf rechts en vijf links, om erin te wassen. Daarin spoelden zij af wat bij het brandoffer hoorde. De zee was voor de priesters, om zich erin te wassen.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
כִּיּוֹרִים֮
(kiyorim)
wasbekkens
עֲשָׂרָה֒
(asara)
tien
וַ֠יִּתֵּן
(vayiten)
en hij zette
חֲמִשָּׁ֨ה
(chamisha)
vijf
מִיָּמִ֜ין
(miyamin)
rechts
וַחֲמִשָּׁ֤ה
(vachamisha)
en vijf
מִשְּׂמֹאול֙
(misemovl)
links
לְרָחְצָ֣ה
(lerachetsa)
om te wassen
בָהֶ֔ם
(bahem)
erin
אֶת
(et)
(obj.)
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
het werk van
הָעוֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
יָדִ֣יחוּ
(yadichu)
zij spoelden af
בָ֑ם
(bam)
daarin
וְהַיָּ֕ם
(vehayam)
en de zee
לְרָחְצָ֥ה
(lerachetsa)
om te wassen
לַכֹּהֲנִ֖ים
(lakohanim)
voor de priesters
בּֽוֹ
(bo)
erin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כִּיּוֹר (kiyyor), ‘wasbekken’: een koperen bak om in te wassen.
Zie 1 Kon. 7:38.
De priesters wasten zich in de tabernakel bij een koperen wasbekken (Exod. 30:17–21).
Hier is dat de zee.
מַעֲשֵׂה הָעוֹלָה (ma’aseh ha’olah), ‘wat bij het brandoffer hoorde’: letterlijk ‘het werk van het brandoffer’. Het gaat waarschijnlijk om delen van het offerdier, die werden afgespoeld (Lev. 1:9).
12twee pilaren; de bollen en de kapitelen boven op de pilaren, twee; de twee netwerken om de twee bollen van de kapitelen te bedekken die boven op de pilaren zaten;
עַמּוּדִ֣ים
(amudim)
pilaren
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
וְהַגֻּלּ֧וֹת
(vehagulot)
en de bollen
וְהַכֹּתָר֛וֹת
(vehakotarot)
en de kapitelen
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעַמּוּדִ֖ים
(haamudim)
de pilaren
שְׁתָּ֑יִם
(shetayim)
twee
וְהַשְּׂבָכ֣וֹת
(vehasevakhot)
en de netwerken
שְׁתַּ֔יִם
(shetayim)
twee
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
twee
גֻּלּ֣וֹת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָר֔וֹת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de kop van
הָֽעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13de 400 granaatappels voor de twee netwerken, twee rijen granaatappels voor elk netwerk, om de twee bollen van de kapitelen te bedekken die aan de voorkant van de pilaren zaten;
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָֽרִמּוֹנִ֛ים
(harimonim)
de granaatappels
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
לִשְׁתֵּ֣י
(lishtei)
voor de twee
הַשְּׂבָכ֑וֹת
(hasevakhot)
de netwerken
שְׁנַ֨יִם
(shenayim)
twee
טוּרִ֤ים
(turim)
rijen
רִמּוֹנִים֙
(rimonim)
granaatappels
לַשְּׂבָכָ֣ה
(lasevakha)
voor het netwerk
הָאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
לְכַסּ֗וֹת
(lekhasot)
om te bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁתֵּי֙
(shetei)
twee
גֻּלּ֣וֹת
(gulot)
bollen van
הַכֹּֽתָר֔וֹת
(hakotarot)
de kapitelen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
פְּנֵ֥י
(penei)
de voorkant van
הָעַמּוּדִֽים
(haamudim)
de pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רִמּוֹנִים (rimmonim), ‘granaatappels’: 400, twee rijen voor elk netwerk.
Vergelijk 1 Kon. 7:42.
עַל פְּנֵי הָעַמּוּדִים (al penei ha’ammudim), ‘aan de voorkant van de pilaren’: letterlijk ‘op het gezicht van de pilaren’.
17In de Jordaanvlakte liet de koning ze gieten, in de klei, tussen Sukkot en Zeredata.
בְּכִכַּ֤ר
(bekhikar)
in de vlakte van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
יְצָקָ֣ם
(yetsaqam)
goot ze
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בַּעֲבִ֖י
(baavi)
in de dikte van
הָאֲדָמָ֑ה
(haadama)
de grond
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
סֻכּ֖וֹת
(sukot)
Sukkot
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
צְרֵדָֽתָה
(tseredata)
Zeredata
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Jordaanvlakte (כִּכַּר הַיַּרְדֵּן, kikkar hayarden) is het vlakke gebied langs de Jordaan (Israël en Jordanië).
Hier betekent kikkar ‘vlakte’, niet ‘talent’.
Sukkot (סֻכּוֹת) lag waarschijnlijk bij het huidige Tell Deir Alla, ten oosten van de Jordaan in Jordanië.
Zeredata (צְרֵדָתָה) lag in de buurt; de ligging is onzeker.
Uitleg
In 1 Kon. 7:46 staat Zaretan (צָרְתָן) in plaats van Zeredata.
Het is waarschijnlijk dezelfde plaats.
Wij houden de spelling van elk boek aan.
בַּעֲבִי הָאֲדָמָה (ba’avi ha’adamah), ‘in de klei’: letterlijk ‘in de dikte van de grond’. Dat is de kleiachtige grond waarin de mallen werden gemaakt.
22de snuitscharen, de sprengschalen, de schalen en de vuurpannen, van zuiver goud. Ook de ingang van het huis, zijn binnenste deuren naar het hoogheilige en de deuren van het huis naar de hoofdzaal, waren van goud.
וְהַֽמְזַמְּר֧וֹת
(vehamzamerot)
en de snuitscharen
וְהַמִּזְרָק֛וֹת
(vehamizraqot)
en de sprengschalen
וְהַכַּפּ֥וֹת
(vehakapot)
en de schalen
וְהַמַּחְתּ֖וֹת
(vehamachtot)
en de vuurpannen
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וּפֶ֣תַח
(ufetach)
en de ingang van
הַ֠בַּיִת
(habayit)
het huis
דַּלְתוֹתָ֨יו
(daltotav)
zijn deuren
הַפְּנִימִיּ֜וֹת
(hapenimiyot)
de binnenste
לְקֹ֣דֶשׁ
(leqodesh)
naar het heilige
הַקֳּדָשִׁ֗ים
(haqodashim)
van de heiligen
וְדַלְתֵ֥י
(vedaltei)
en de deuren van
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
לַהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
naar de hoofdzaal
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְזַמְּרוֹת (mezammerot), ‘snuitscharen’: om de lampen bij te knippen.
כַּפּוֹת (kappot), ‘schalen’.
מַחְתּוֹת (machtot), ‘vuurpannen’.
Vergelijk 1 Kon. 7:50.
Daar staan ook de bekkens en de scharnieren van de deuren.
בֵּית קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (hoogheilige) en הֵיכָל (hekal, hoofdzaal): zoals in 3:8 en 1 Kon. 6:16–17.