Elohim Bijbel

Matteüs 17

12345678910111213141516171819202122232425262728

Yeshua op de berg, de maanzieke jongen en de belasting van twee drachmen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua verandert van gedaante op de berg

1Na zes dagen nam Yeshua Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes met Zich mee. Hij bracht hen apart een hoge berg op.
Καὶ
(Kai)
en
μεθ’
(meth’)
na
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἓξ
(hex)
zes
παραλαμβάνει
(paralambanei)
neemt mee
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
τὸν
(ton)
(de)
Πέτρον
(Petron)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰάκωβον
(Iakobon)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
τὸν
(ton)
(de)
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἀναφέρει
(anapherei)
brengt omhoog
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
naar
ὄρος
(oros)
berg
ὑψηλὸν
(hypselon)
hoge
κατ’
(kat’)
in
ἰδίαν
(idian)
afzondering
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt de berg niet.

Wij kunnen niet vaststellen welke berg bedoeld is.

κατ’ ἰδίαν (kat’ idian), ‘apart’: alleen met de drie leerlingen.

Zie ook Mark. 9:2–13; Luc. 9:28–36.

2Voor hun ogen werd Hij van gedaante veranderd. Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
καὶ
(kai)
en
μετεμορφώθη
(metemorphothe)
werd van gedaante veranderd
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
ἔλαμψεν
(elampsen)
straalde
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὡς
(hos)
als
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
τὰ
(ta)
de
δὲ
(de)
maar
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐγένετο
(egeneto)
werden
λευκὰ
(leuka)
wit
ὡς
(hos)
als
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετεμορφώθη (metemorphothe), ‘werd van gedaante veranderd’, van μεταμορφόω (metamorphoo): de vorm van Zijn verschijning veranderde.

3En zie: Mozes en Elia verschenen aan hen, in gesprek met Hem.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
καὶ
(kai)
en
Ἠλίας
(Elias)
Elia
συλλαλοῦντες
(syllalountes)
pratend
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
4Petrus antwoordde en zei tegen Yeshua: „Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken: één voor U, één voor Mozes en één voor Elia.”
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἶπεν
(eipen)
zei
τῷ
(to)
aan de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Κύριε
(Kyrie)
Heer
καλόν
(kalon)
goed
ἐστιν
(estin)
is
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὧδε
(hode)
hier
εἶναι
(einai)
te zijn
εἰ
(ei)
als
θέλεις
(theleis)
U wilt
ποιήσω
(poieso)
zal ik maken
ὧδε
(hode)
hier
τρεῖς
(treis)
drie
σκηνάς
(skenas)
hutten
σοὶ
(soi)
voor U
μίαν
(mian)
één
καὶ
(kai)
en
Μωϋσεῖ
(Moysei)
voor Mozes
μίαν
(mian)
één
καὶ
(kai)
en
Ἠλίᾳ
(Elia)
voor Elia
μίαν
(mian)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκηνάς (skenas), ‘hutten’: het Griekse woord betekent ook ‘tent’.

Wij vertalen ‘hutten’, zoals bij het feest van de hutten (Lev. 23:42–43).

5Terwijl hij nog sprak, zie: een stralende wolk overschaduwde hen. En zie: een stem uit de wolk zei: „Dit is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik behagen heb. Luister naar Hem.”
ἔτι
(eti)
nog
αὐτοῦ
(autou)
Hem
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekend
ἰδοὺ
(idou)
zie
νεφέλη
(nephele)
wolk
φωτεινὴ
(photeine)
stralende
ἐπεσκίασεν
(epeskiasen)
overschaduwde
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
φωνὴ
(phone)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
νεφέλης
(nepheles)
wolk
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Οὗτός
(Houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
ἀγαπητός
(agapetos)
geliefde
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wie
εὐδόκησα
(eudokesa)
Ik heb behagen
ἀκούετε
(akouete)
luister
αὐτοῦ
(autou)
naar Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt ‘een stem uit de wolk’.

Wij lezen de stem van de Vader, zoals bij Matt. 3:17. ἀκούετε αὐτοῦ (akouete autou), ‘luister naar Hem’: vergelijk Deut. 18:15 (‘Naar hem moet je luisteren’).

Zie ook Ps. 2:7; Jes. 42:1.

6Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun gezicht en werden zeer bang.
καὶ
(kai)
en
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ἔπεσαν
(epesan)
vielen
ἐπὶ
(epi)
op
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἐφοβήθησαν
(ephobethesan)
werden bang
σφόδρα
(sphodra)
zeer
Bron: SBLGNT
7Yeshua kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: „Sta op en wees niet bang.”
καὶ
(kai)
en
προσῆλθεν
(proselthen)
kwam naar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἁψάμενος
(hapsamenos)
aanrakend
αὐτῶν
(auton)
hen
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἐγέρθητε
(Egerthete)
sta op
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
Bron: SBLGNT
8Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand, behalve Yeshua alleen.
ἐπάραντες
(eparantes)
opslaand
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτῶν
(auton)
hun
οὐδένα
(oudena)
niemand
εἶδον
(eidon)
zagen
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
αὐτὸν
(auton)
Hem
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
μόνον
(monon)
alleen
Bron: SBLGNT

Elia moet eerst komen

9Terwijl zij van de berg afdaalden, gaf Yeshua hun de opdracht: „Vertel niemand over dit visioen, totdat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.”
Καὶ
(Kai)
en
καταβαινόντων
(katabainonton)
afdalend
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ὄρους
(orous)
berg
ἐνετείλατο
(eneteilato)
gebood
αὐτοῖς
(autois)
hun
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγων
(legon)
zeggend
Μηδενὶ
(Medeni)
aan niemand
εἴπητε
(eipete)
vertel
τὸ
(to)
het
ὅραμα
(horama)
visioen
ἕως
(heos)
totdat
οὗ
(hou)
dat
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἐγερθῇ
(egerthe)
wordt opgewekt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅραμα (horama), ‘visioen’: iets wat de leerlingen gezien hebben.

υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zie 8:20 en Dan. 7:13.

Zie ookDan 7:13
10De leerlingen vroegen Hem: „Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat Elia eerst moet komen?”
καὶ
(kai)
en
ἐπηρώτησαν
(eperotesan)
ondervroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
waarom
οὖν
(oun)
dan
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Ἠλίαν
(Elian)
Elia
δεῖ
(dei)
het is nodig
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρῶτον
(proton)
eerst
Bron: SBLGNT
11Hij antwoordde en zei: „Elia komt wel en zal alles herstellen.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἠλίας
(Elias)
Elia
μὲν
(men)
wel
ἔρχεται
(erchetai)
komt
καὶ
(kai)
en
ἀποκαταστήσει
(apokatastesei)
zal herstellen
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het verwachte komen van Elia volgt Mal. 3:23–24; in de Nederlandse telling is dit 4:5–6.

Het Hebreeuws heeft daar ‘Elia, de profeet’ en zegt dat hij het hart van de vaders naar de zonen terugbrengt. ἀποκαταστήσει (apokatastesei), ‘zal herstellen’.

12Maar Ik zeg jullie dat Elia al gekomen is. Zij hebben hem niet herkend, maar hebben met hem gedaan wat zij maar wilden. Zo staat ook de Mensenzoon op het punt door hen te lijden.”
λέγω
(lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
Ἠλίας
(Elias)
Elia
ἤδη
(ede)
al
ἦλθεν
(elthen)
kwam
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπέγνωσαν
(epegnosan)
herkenden
αὐτὸν
(auton)
hem
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐποίησαν
(epoiesan)
deden
ἐν
(en)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἠθέλησαν
(ethelesan)
zij wilden
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
μέλλει
(mellei)
staat op het punt
πάσχειν
(paschein)
te lijden
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Met ‘Elia al gekomen’ bedoelt Yeshua Johannes de Doper, zoals vers 13 zegt.

Zie ook Matt. 11:14.

13Toen begrepen de leerlingen dat Hij over Johannes de Doper tot hen sprak.
τότε
(tote)
toen
συνῆκαν
(synekan)
begrepen
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ὅτι
(hoti)
dat
περὶ
(peri)
over
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
τοῦ
(tou)
de
βαπτιστοῦ
(baptistou)
Doper
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Bron: SBLGNT

De genezing van de maanzieke jongen

14Toen zij bij de menigte kwamen, kwam een man naar Hem toe, die voor Hem op zijn knieën viel
Καὶ
(Kai)
en
ἐλθόντων
(elthonton)
gekomen zijnde
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
προσῆλθεν
(proselthen)
kwam naar
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
γονυπετῶν
(gonypeton)
knielend
αὐτὸν
(auton)
voor Hem
Bron: SBLGNT
15en zei: „Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt ernstig. Vaak valt hij namelijk in het vuur en vaak in het water.
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἐλέησόν
(eleeson)
ontferm U
μου
(mou)
mijn
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
zoon
ὅτι
(hoti)
want
σεληνιάζεται
(seleniazetai)
is maanziek
καὶ
(kai)
en
κακῶς
(kakos)
ernstig
πάσχει
(paschei)
lijdt
πολλάκις
(pollakis)
vaak
γὰρ
(gar)
namelijk
πίπτει
(piptei)
valt
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
πῦρ
(pyr)
vuur
καὶ
(kai)
en
πολλάκις
(pollakis)
vaak
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
ὕδωρ
(hydor)
water
Bron: SBLGNT
Uitleg

σεληνιάζεται (seleniazetai), ‘is maanziek’: zoals bij Matt. 4:24.

Het woord komt van σελήνη (selene), ‘maan’.

Het beschrijft een ziekte met aanvallen; wij kunnen niet vaststellen welke ziekte het was.

Zie ookMat 4:24
16Ik heb hem naar Uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.”
καὶ
(kai)
en
προσήνεγκα
(prosenenka)
ik bracht
αὐτὸν
(auton)
hem
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
σου
(sou)
Uw
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδυνήθησαν
(edynethesan)
konden
αὐτὸν
(auton)
hem
θεραπεῦσαι
(therapeusai)
genezen
Bron: SBLGNT
17Yeshua antwoordde en zei: „O ongelovige en verdraaide generatie! Hoelang zal Ik nog bij jullie zijn? Hoelang zal Ik jullie nog verdragen? Breng hem hier bij Mij.”
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Ὦ
(O)
o
γενεὰ
(genea)
generatie
ἄπιστος
(apistos)
ongelovig
καὶ
(kai)
en
διεστραμμένη
(diestrammene)
verdraaid
ἕως
(heos)
tot
πότε
(pote)
wanneer
μεθ’
(meth’)
bij
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔσομαι
(esomai)
zal Ik zijn
ἕως
(heos)
tot
πότε
(pote)
wanneer
ἀνέξομαι
(anexomai)
zal Ik verdragen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
φέρετέ
(pherete)
breng
μοι
(moi)
aan Mij
αὐτὸν
(auton)
hem
ὧδε
(hode)
hier
Bron: SBLGNT
Uitleg

γενεὰ ἄπιστος καὶ διεστραμμένη (genea apistos kai diestrammene), ‘ongelovige en verdraaide generatie’: dit klinkt aan op Deut. 32:5 (‘een verdraaid en kronkelig geslacht’; het Hebreeuwse woord is dor).

Wij vertalen γενεά in Matteüs overal ‘generatie’.

Zie ookDeut 32:5
18Yeshua bestrafte hem, en de demon ging uit hem. De jongen werd genezen vanaf dat uur.
καὶ
(kai)
en
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
τὸ
(to)
de
δαιμόνιον
(daimonion)
demon
καὶ
(kai)
en
ἐθεραπεύθη
(etherapeuthe)
werd genezen
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
jongen
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τῆς
(tes)
het
ὥρας
(horas)
uur
ἐκείνης
(ekeines)
dat
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπετίμησεν (epetimesen), ‘bestrafte’: het woord voor een scherpe terechtwijzing.

Het Grieks heeft ‘hem’; dat is de demon. παῖς (pais), ‘jongen’: hier de zoon van de man (vers 15).

Zie ook Mark. 9:14–29; Luc. 9:37–43.

19Toen kwamen de leerlingen apart naar Yeshua toe en zeiden: „Waarom konden wij hem niet uitdrijven?”
Τότε
(Tote)
toen
προσελθόντες
(proselthontes)
naderend
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
τῷ
(to)
aan de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
κατ’
(kat’)
in
ἰδίαν
(idian)
afzondering
εἶπον
(eipon)
zeiden
Διὰ
(Dia)
door
τί
(ti)
wat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδυνήθημεν
(edynethemen)
konden
ἐκβαλεῖν
(ekbalein)
uitdrijven
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
20Hij zei tegen hen: „Vanwege jullie weinig geloof. Want voorwaar, Ik zeg jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, zullen jullie tegen deze berg zeggen: ‘Ga van hier naar daar’. En hij zal gaan. En niets zal voor jullie onmogelijk zijn.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Διὰ
(Dia)
door
τὴν
(ten)
de
ὀλιγοπιστίαν
(oligopistian)
weinig geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
γὰρ
(gar)
want
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
ἔχητε
(echete)
jullie hebben
πίστιν
(pistin)
geloof
ὡς
(hos)
als
κόκκον
(kokkon)
zaadje
σινάπεως
(sinapeos)
van mosterd
ἐρεῖτε
(ereite)
jullie zullen zeggen
τῷ
(to)
tegen de
ὄρει
(orei)
berg
τούτῳ
(touto)
deze
Μετάβα
(Metaba)
ga weg
ἔνθεν
(enthen)
van hier
ἐκεῖ
(ekei)
daar
καὶ
(kai)
en
μεταβήσεται
(metabesetai)
zal gaan
καὶ
(kai)
en
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἀδυνατήσει
(adynatesei)
zal onmogelijk zijn
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀλιγοπιστία (oligopistia), ‘weinig geloof’: het woord is samengesteld uit ‘weinig’ en ‘geloof’.

Zie ook Matt. 21:21; Mark. 11:22–23; Luc. 17:5–6.

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt na dit vers een vers 21 dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

Yeshua kondigt Zijn lijden opnieuw aan

22Toen zij samen in Galilea waren, zei Yeshua tegen hen: „De Mensenzoon staat op het punt overgeleverd te worden in handen van mensen.
Συστρεφομένων
(Systrephomenon)
samenkomend
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
Γαλιλαίᾳ
(Galilaia)
Galilea
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Μέλλει
(Mellei)
staat op het punt
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
παραδίδοσθαι
(paradidosthai)
overgeleverd te worden
εἰς
(eis)
in
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

Συστρεφομένων (Systrephomenon), ‘samen waren’: het werkwoord betekent ‘zich verzamelen’ of ‘samen rondtrekken’.

παραδίδοσθαι (paradidosthai), ‘overgeleverd worden’, zoals bij Matt. 4:12. Zie ook Mark. 9:30–32; Luc. 9:43–45.

23Zij zullen Hem doden, en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.” Zij werden zeer bedroefd.
καὶ
(kai)
en
ἀποκτενοῦσιν
(apoktenousin)
zullen doden
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op de
τρίτῃ
(trite)
derde
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐγερθήσεται
(egerthesetai)
zal worden opgewekt
καὶ
(kai)
en
ἐλυπήθησαν
(elypethesan)
werden bedroefd
σφόδρα
(sphodra)
zeer
Bron: SBLGNT

De belasting van twee drachmen

24Toen zij in Kapernaüm kwamen, gingen zij die de twee drachmen innen naar Petrus toe en zeiden: „Betaalt jullie leraar de twee drachmen niet?”
Ἐλθόντων
(Elthonton)
gekomen zijnde
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
εἰς
(eis)
in
Καφαρναοὺμ
(Kapharnaoum)
Kapernaüm
προσῆλθον
(proselthon)
kwamen naar
οἱ
(hoi)
de
τὰ
(ta)
de
δίδραχμα
(didrachma)
twee drachmen
λαμβάνοντες
(lambanontes)
innend
τῷ
(to)
aan de
Πέτρῳ
(Petro)
Petrus
καὶ
(kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ὁ
(Ho)
de
διδάσκαλος
(didaskalos)
leraar
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οὐ
(ou)
niet
τελεῖ
(telei)
betaalt
τὰ
(ta)
de
δίδραχμα
(didrachma)
twee drachmen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

δίδραχμα (didrachma), ‘twee drachmen’: een drachme is een Griekse zilveren munt, ongeveer het loon van een dag (ongeveer 3,4 gram zilver).

Twee drachmen zijn ongeveer een halve sikkel; zie de heffing voor Yahweh in Exod. 30:13–16.

Het Grieks zegt niet met zoveel woorden dat het om de tempel gaat.

25Petrus zei: „Ja.” Toen hij het huis binnenging, kwam Yeshua hem voor en zei: „Wat denk je, Simon? Van wie ontvangen de koningen van de aarde tol of hoofdbelasting: van hun zonen of van de vreemden?”
λέγει
(legei)
hij zegt
Ναί
(Nai)
ja
καὶ
(kai)
en
ἐλθόντα
(elthonta)
binnengekomen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
προέφθασεν
(proephthasen)
kwam voor
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγων
(legon)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
σοι
(soi)
je
δοκεῖ
(dokei)
lijkt
Σίμων
(Simon)
Simon
οἱ
(hoi)
de
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ἀπὸ
(apo)
van
τίνων
(tinon)
wie
λαμβάνουσιν
(lambanousin)
ontvangen
τέλη
(tele)
tol
ἢ
(e)
of
κῆνσον
(kenson)
hoofdbelasting
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
υἱῶν
(huion)
zonen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἢ
(e)
of
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ἀλλοτρίων
(allotrion)
vreemden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κῆνσος (kensos), ‘hoofdbelasting’: een belasting per persoon. τέλη (tele), ‘tol’: belasting op goederen. προέφθασεν (proephthasen), ‘kwam voor’: Yeshua sprak eerst.

26Toen hij zei: „Van de vreemden”, zei Yeshua tegen hem: „Dan zijn de zonen dus vrij.
εἰπόντος
(eipontos)
sprekend
δέ
(de)
maar
Ἀπὸ
(Apo)
van
τῶν
(ton)
de
ἀλλοτρίων
(allotrion)
vreemden
ἔφη
(ephe)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἄρα
(Ara)
dan
γε
(ge)
zeker
ἐλεύθεροί
(eleutheroi)
vrij
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
de
υἱοί
(huioi)
zonen
Bron: SBLGNT
27Maar opdat wij hen niet laten struikelen: ga naar de zee, werp een hengel uit en neem de eerste vis die opkomt. Als je zijn mond opent, zul je een statér vinden. Neem die en geef hem aan hen, voor Mij en voor jou.”
ἵνα
(hina)
opdat
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
σκανδαλίσωμεν
(skandalisomen)
wij laten struikelen
αὐτούς
(autous)
hen
πορευθεὶς
(poreutheis)
gaand
εἰς
(eis)
naar
θάλασσαν
(thalassan)
zee
βάλε
(bale)
werp
ἄγκιστρον
(ankistron)
hengel
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἀναβάντα
(anabanta)
opgekomen
πρῶτον
(proton)
eerste
ἰχθὺν
(ichthyn)
vis
ἆρον
(aron)
neem
καὶ
(kai)
en
ἀνοίξας
(anoixas)
openend
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εὑρήσεις
(heureseis)
je zult vinden
στατῆρα
(statera)
statér
ἐκεῖνον
(ekeinon)
die
λαβὼν
(labon)
nemend
δὸς
(dos)
geef
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
καὶ
(kai)
en
σοῦ
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

θάλασσα (thalassa), ‘zee’: hier de zee van Galilea, die eigenlijk een meer is.

σκανδαλίσωμεν (skandalisomen), ‘laten struikelen’, van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’.

στατήρ (stater): een zilveren munt van vier drachmen, ongeveer 14 gram zilver. Dat is genoeg voor twee mensen: twee keer twee drachmen.