Elohim Bijbel

1 Kronieken 23

1234567891011121314151617181920212223242526272829

David telt en verdeelt de Levieten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

David maakt Salomo koning en telt de Levieten

1David was oud en verzadigd van dagen. Hij maakte zijn zoon Salomo koning over Israël.
וְדָוִ֥יד
(vedavid)
en David
זָקֵ֖ן
(zaqen)
oud
וְשָׂבַ֣ע
(vesava)
en verzadigd
יָמִ֑ים
(yamim)
van dagen
וַיַּמְלֵ֛ךְ
(vayamlekh)
en maakte koning
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁלֹמֹ֥ה
(shelomo)
Salomo
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְשָׂבַע יָמִים (vesavah yamim), ‘verzadigd van dagen’: een lang en vol leven.

Vergelijk Gen. 35:29.

הַמְלִיךְ (himlich), ‘koning maken’: David maakt Salomo nog tijdens zijn leven koning.

2Hij verzamelde alle leiders van Israël, de priesters en de Levieten.
וַיֶּאֱסֹף֙
(vayeesof)
en verzamelde
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
שָׂרֵ֣י
(sarei)
leiders van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְהַכֹּהֲנִ֖ים
(vehakohanim)
en de priesters
וְהַלְוִיִּֽם
(vehalviyim)
en de Levieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3De Levieten werden geteld, van 30 jaar en ouder. Hun aantal, per hoofd van de mannen, was 38.000.
וַיִּסָּֽפְרוּ֙
(vayisaferu)
en werden geteld
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
מִבֶּ֛ן
(miben)
van een zoon van
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
30
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וָמָ֑עְלָה
(vamaela)
en daarboven
וַיְהִ֨י
(vayhi)
en het was
מִסְפָּרָ֤ם
(misparam)
hun aantal
לְגֻלְגְּלֹתָם֙
(legulgelotam)
per hoofd
לִגְבָרִ֔ים
(ligvarim)
van de mannen
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
30
וּשְׁמוֹנָ֖ה
(ushemona)
en 8
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְגֻלְגְּלֹתָם (legulgelotam), ‘per hoofd’: het woord betekent letterlijk ‘naar hun schedels’.

Zo staat het ook in Num. 1:2.

In Num. 4:3 worden de Levieten geteld van 30 tot 50 jaar. In vers 24 en 27 staat een telling vanaf 20 jaar, en Num. 8:24 noemt 25 jaar. Wij vertalen wat er staat.

De getallen in vers 3–5 tellen op: 24.000 + 6.000 + 4.000 + 4.000 = 38.000.

4Hiervan waren er 24.000 om toezicht te houden op het werk aan het huis van Yahweh. 6.000 waren opzichters en rechters.
מֵאֵ֗לֶּה
(meele)
van deze
לְנַצֵּ֨חַ֙
(lenatseach)
om toezicht te houden
עַל
(al)
over
מְלֶ֣אכֶת
(melekhet)
het werk van
בֵּית
(beit)
het huis van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
20
וְאַרְבָּעָ֖ה
(vearbaa)
en 4
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
וְשֹׁטְרִ֥ים
(veshoterim)
en opzichters
וְשֹׁפְטִ֖ים
(veshofetim)
en rechters
שֵׁ֥שֶׁת
(sheshet)
6
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֹׁטְרִים (shoterim), ‘opzichters’: zoals in Exod. 5:6.

54.000 waren poortwachters. 4.000 loofden Yahweh met de instrumenten die ik heb gemaakt om te loven.
וְאַרְבַּ֥עַת
(vearbaat)
en 4
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizend
שֹׁעֲרִ֑ים
(shoarim)
poortwachters
וְאַרְבַּ֤עַת
(vearbaat)
en 4
אֲלָפִים֙
(alafim)
duizend
מְהַֽלְלִ֣ים
(mehallim)
lovers
לַיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
בַּכֵּלִ֕ים
(bakelim)
met de instrumenten
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
עָשִׂ֖יתִי
(asiti)
ik heb gemaakt
לְהַלֵּֽל
(lehalel)
om te loven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tekst heeft hier geen aanhalingstekens, maar ‘die ik heb gemaakt’ klinkt als David zelf.

Wij vertalen letterlijk en laten de lezer de spreker herkennen.

De afdelingen van de Levieten

6David verdeelde hen in afdelingen naar de zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
וַיֶּֽחָלְקֵ֥ם
(vayechaleqem)
en verdeelde hen
דָּוִ֖יד
(david)
David
מַחְלְק֑וֹת
(machleqot)
in afdelingen
לִבְנֵ֣י
(livnei)
naar de zonen van
לֵוִ֔י
(levi)
Levi
לְגֵרְשׁ֖וֹן
(legereshon)
naar Gersjon
קְהָ֥ת
(qehat)
Kehat
וּמְרָרִֽי
(umerari)
en Merari
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַחְלְקוֹת (machloqot), ‘afdelingen’: groepen die om beurten dienst doen.

Het woord komt ook voor bij de priesters in 1 Kron. 24:1.

Gersjon is de zoon van Levi (Exod. 6:16). Hij is niet dezelfde als Gersom, de zoon van Mozes (vers 15).

De Gersjonieten

7Van de Gersjonieten: Ladan en Simi.
לַגֵּרְשֻׁנִּ֖י
(lagereshuni)
van de Gersjoniet
לַעְדָּ֥ן
(ladan)
Ladan
וְשִׁמְעִֽי
(veshimi)
en Simi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַעְדָּן (Laädan), ‘Ladan’: in Exod. 6:17 en Num. 3:18 heet de eerste zoon van Gersjon Libni.

De namen verschillen, ook in het Hebreeuws.

8De zonen van Ladan: Jechiël, het hoofd, Zetam en Joël. In totaal drie.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
לַעְדָּ֗ן
(ladan)
Ladan
הָרֹ֧אשׁ
(harosh)
het hoofd
יְחִיאֵ֛ל
(yechiel)
Jechiël
וְזֵתָ֥ם
(vezetam)
en Zetam
וְיוֹאֵ֖ל
(veyoel)
en Joël
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9De zonen van Simi: Sjelomit, Chaziël en Haran. In totaal drie. Dit zijn de familiehoofden van Ladan.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְעִ֗י
(shimi)
Simi
שְׁלוֹמִ֧ית
(shelomit)
Sjelomit
וַחֲזִיאֵ֛ל
(vachaziel)
en Chaziël
וְהָרָ֖ן
(veharan)
en Haran
שְׁלֹשָׁ֑ה
(shelosha)
drie
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
de hoofden van
הָאָב֖וֹת
(haavot)
de vaders
לְלַעְדָּֽן
(leladan)
van Ladan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In vers 7 is Simi een zoon van Gersjon en dus een broer van Ladan.

Hier staan zijn zonen bij de familiehoofden van Ladan.

De tekst zegt niet of het om dezelfde Simi gaat of om een andere man met dezelfde naam.

Vers 10 noemt opnieuw vier zonen van Simi.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat שְׁלֹמוֹת (Sjelomot).

In de gelezen tekst (qere) staat שְׁלוֹמִית (Sjelomit).

Wij volgen de qere.

10De zonen van Simi: Jachat, Zina, Jeüs en Beria. Dit zijn de zonen van Simi, in totaal vier.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
שִׁמְעִ֔י
(shimi)
Simi
יַ֣חַת
(yachat)
Jachat
זִינָ֔א
(zina)
Zina
וִיע֖וּשׁ
(viush)
en Jeüs
וּבְרִיעָ֑ה
(uveria)
en Beria
אֵ֥לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
שִׁמְעִ֖י
(shimi)
Simi
אַרְבָּעָֽה
(arbaa)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִינָא (Zina): in vers 11 staat dezelfde man als זִיזָה (Zizah).

Wij houden beide spellingen.

11Jachat was het hoofd en Zizah de tweede. Jeüs en Beria kregen niet veel zonen. Zij werden één vaderhuis, voor één telling.
וַֽיְהִי
(vayhi)
en het was
יַ֣חַת
(yachat)
Jachat
הָרֹ֔אשׁ
(harosh)
het hoofd
וְזִיזָ֖ה
(veziza)
en Zizah
הַשֵּׁנִ֑י
(hasheni)
de tweede
וִיע֤וּשׁ
(viush)
en Jeüs
וּבְרִיעָה֙
(uveria)
en Beria
לֹֽא
(lo)
niet
הִרְבּ֣וּ
(hirbu)
kregen veel
בָנִ֔ים
(banim)
zonen
וַיִּֽהְיוּ֙
(vayihyu)
en zij werden
לְבֵ֣ית
(leveit)
tot een huis van
אָ֔ב
(av)
een vader
לִפְקֻדָּ֖ה
(lifquda)
tot een telling
אֶחָֽת
(echat)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּית אָב (bet av), ‘vaderhuis’: een familie onder één vader.

Jeüs en Beria hadden te weinig zonen en werden daarom samen als één vaderhuis geteld.

De Kehatieten

12De zonen van Kehat: Amram, Jishar, Hebron en Uzziël. In totaal vier.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
קְהָ֗ת
(qehat)
Kehat
עַמְרָ֥ם
(amram)
Amram
יִצְהָ֛ר
(yitshar)
Jishar
חֶבְר֥וֹן
(chevron)
Hebron
וְעֻזִּיאֵ֖ל
(veuziel)
en Uzziël
אַרְבָּעָֽה
(arbaa)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De vier zonen van Kehat zijn dezelfde als in Exod. 6:18.

13De zonen van Amram: Aäron en Mozes. Aäron werd afgezonderd om geheiligd te worden als hoogheilig, hij en zijn zonen, voor altijd. Zij moesten voor het aangezicht van Yahweh offerrook laten opgaan, Hem dienen en in Zijn naam zegenen, voor altijd.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַמְרָ֖ם
(amram)
Amram
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
וּמֹשֶׁ֑ה
(umoshe)
en Mozes
וַיִּבָּדֵ֣ל
(vayibadel)
en werd afgezonderd
אַהֲרֹ֡ן
(aharon)
Aäron
לְֽהַקְדִּישׁוֹ֩
(lehaqdisho)
om hem te heiligen
קֹ֨דֶשׁ
(qodesh)
als heilig van
קָֽדָשִׁ֤ים
(qadashim)
hoogheilig
הֽוּא
(hu)
hij
וּבָנָיו֙
(uvanav)
en zijn zonen
עַד
(ad)
tot
עוֹלָ֔ם
(olam)
altijd
לְהַקְטִיר֩
(lehaqtir)
om offerrook te laten opgaan
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
לְשָׁרְת֛וֹ
(leshareto)
om Hem te dienen
וּלְבָרֵ֥ךְ
(ulevarekh)
en om te zegenen
בִּשְׁמ֖וֹ
(bishmo)
in Zijn naam
עַד
(ad)
tot
עוֹלָֽם
(olam)
altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְהַקְטִיר (lehaqtir), ‘offerrook laten opgaan’: het werkwoord betekent ‘in rook laten opgaan’.

De tekst noemt geen voorwerp; het kan om offers of wierook gaan.

Lezing

לְהַקְדִּישׁוֹ קֹדֶשׁ קָדָשִׁים (lehaqdisho qodesh qodashim): ‘om hem te heiligen als hoogheilig’.

Het kan ook betekenen ‘om het hoogheilige te heiligen’.

Wij lezen ‘hem’ als Aäron.

Zie ook Num. 3:10 en Num. 6:23–27 voor het zegenen in Yahweh’s naam.

14Mozes, de man van Elohim: zijn zonen werden gerekend tot de stam Levi.
וּמֹשֶׁ֖ה
(umoshe)
en Mozes
אִ֣ישׁ
(ish)
man van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
de Elohim
בָּנָ֕יו
(banav)
zijn zonen
יִקָּרְא֖וּ
(yiqareu)
werden genoemd
עַל
(al)
onder
שֵׁ֥בֶט
(shevet)
de stam van
הַלֵּוִֽי
(halevi)
Levi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִישׁ הָאֱלֹהִים (ish haElohim), ‘man van Elohim’: zo wordt Mozes ook genoemd in Deut. 33:1.

15De zonen van Mozes: Gersom en Eliëzer.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
גֵּרְשֹׁ֖ם
(gereshom)
Gersom
וֶאֱלִיעֶֽזֶר
(veeliezer)
en Eliëzer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּרְשֹׁם (Gershom), ‘Gersom’: de eerste zoon van Mozes (Exod. 2:22).

Eliëzer is de tweede (Exod. 18:4).

16De zonen van Gersom: Sjebuël, het hoofd.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גֵרְשׁ֖וֹם
(gereshom)
Gersom
שְׁבוּאֵ֥ל
(shevuel)
Sjebuël
הָרֹֽאשׁ
(harosh)
het hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁבוּאֵל (Shevuel), ‘Sjebuël’: in 1 Kron. 24:20 staat dezelfde man als שׁוּבָאֵל (Shuvael), onder de zonen van Amram.

Wij schrijven beide keren ‘Sjebuël’.

17De zonen van Eliëzer waren: Rechabja, het hoofd. Eliëzer had geen andere zonen. Maar de zonen van Rechabja werden zeer talrijk.
וַיִּֽהְי֥וּ
(vayihyu)
en waren
בְנֵי
(benei)
de zonen van
אֱלִיעֶ֖זֶר
(eliezer)
Eliëzer
רְחַבְיָ֣ה
(rechavya)
Rechabja
הָרֹ֑אשׁ
(harosh)
het hoofd
וְלֹא
(velo)
en niet
הָיָ֤ה
(haya)
waren
לֶאֱלִיעֶ֨זֶר֙
(leeliezer)
voor Eliëzer
בָּנִ֣ים
(banim)
zonen
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
רְחַבְיָ֖ה
(rechavya)
Rechabja
רָב֥וּ
(ravu)
werden talrijk
לְמָֽעְלָה
(lemaela)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18De zonen van Jishar: Sjelomit, het hoofd.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִצְהָ֖ר
(yitshar)
Jishar
שְׁלֹמִ֥ית
(shelomit)
Sjelomit
הָרֹֽאשׁ
(harosh)
het hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁלֹמִית (Shelomit), ‘Sjelomit’: deze Sjelomit hoort bij de Kehatieten (Jishar).

De Sjelomit van vers 9 hoort bij de Gersjonieten.

19De zonen van Hebron: Jeria, het hoofd, Amarja, de tweede, Jachaziël, de derde, en Jekameam, de vierde.
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
חֶבְר֑וֹן
(chevron)
Hebron
יְרִיָּ֤הוּ
(yeriyahu)
Jeria
הָרֹאשׁ֙
(harosh)
het hoofd
אֲמַרְיָ֣ה
(amarya)
Amarja
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
יַחֲזִיאֵל֙
(yachaziel)
Jachaziël
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
de derde
וִֽיקַמְעָ֖ם
(viqamam)
en Jekameam
הָרְבִיעִֽי
(harevii)
de vierde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De zonen van Uzziël: Micha, het hoofd, en Jisjia, de tweede.
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
עֻזִּיאֵ֑ל
(uziel)
Uzziël
מִיכָ֣ה
(mikha)
Micha
הָרֹ֔אשׁ
(harosh)
het hoofd
וְיִשִּׁיָּ֖ה
(veyishiya)
en Jisjia
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Merarieten

21De zonen van Merari: Machli en Musji. De zonen van Machli: Eleazar en Kis.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
מְרָרִי֙
(merari)
Merari
מַחְלִ֣י
(machli)
Machli
וּמוּשִׁ֔י
(umushi)
en Musji
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
מַחְלִ֖י
(machli)
Machli
אֶלְעָזָ֥ר
(elazar)
Eleazar
וְקִֽישׁ
(veqish)
en Kis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zonen van Merari, Machli en Musji, staan ook in Exod. 6:19.

22Eleazar stierf. Hij had geen zonen, alleen dochters. De zonen van Kis, hun broers, namen hen tot vrouw.
וַיָּ֨מָת֙
(vayamat)
en stierf
אֶלְעָזָ֔ר
(elazar)
Eleazar
וְלֹא
(velo)
en niet
הָ֥יוּ
(hayu)
waren
ל֛וֹ
(lo)
aan hem
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
כִּ֣י
(ki)
maar
אִם
(im)
alleen
בָּנ֑וֹת
(banot)
dochters
וַיִּשָּׂא֥וּם
(vayisaum)
en namen hen
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
קִ֖ישׁ
(qish)
Kis
אֲחֵיהֶֽם
(acheihem)
hun broers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיִּשָּׂאוּם (vayissa'um), ‘zij namen hen’: het werkwoord betekent ‘dragen’; met een vrouw als voorwerp betekent het ‘tot vrouw nemen’.

Vergelijk Ruth 1:4.

De dochters trouwen met neven aan vaderskant, zodat het erfdeel in de stam blijft. Vergelijk Num. 36:11.

23De zonen van Musji: Machli, Eder en Jeremot. In totaal drie.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
מוּשִׁ֗י
(mushi)
Musji
מַחְלִ֥י
(machli)
Machli
וְעֵ֛דֶר
(veeder)
en Eder
וִירֵמ֖וֹת
(viremot)
en Jeremot
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De taak van de Levieten

24Dit zijn de zonen van Levi, naar hun vaderhuizen, de familiehoofden. Zij werden geteld naar het aantal van de namen, per hoofd. Dat waren ieder die het werk deed voor de dienst van het huis van Yahweh, van 20 jaar en ouder.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
לֵוִי֩
(levi)
Levi
לְבֵ֨ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתֵיהֶ֜ם
(avoteihem)
hun vaders
רָאשֵׁ֧י
(rashei)
de hoofden van
הָאָב֣וֹת
(haavot)
de vaders
לִפְקוּדֵיהֶ֗ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
בְּמִסְפַּ֤ר
(bemispar)
naar het aantal van
שֵׁמוֹת֙
(shemot)
namen
לְגֻלְגְּלֹתָ֔ם
(legulgelotam)
per hoofd
עֹשֵׂה֙
(ose)
doener van
הַמְּלָאכָ֔ה
(hamelakha)
het werk
לַעֲבֹדַ֖ת
(laavodat)
voor de dienst van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
מִבֶּ֛ן
(miben)
van een zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
20
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וָמָֽעְלָה
(vamaela)
en daarboven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּמִסְפַּר שֵׁמוֹת (bemispar shemot), ‘naar het aantal van de namen’: zoals in Num. 1:2.

עֹשֵׂה הַמְּלָאכָה (oseh hamelakhah), ‘ieder die het werk deed’: het woord staat in het enkelvoud.

25Want David had gezegd: „Yahweh, de Elohim van Israël, heeft Zijn volk rust gegeven. Hij woont in Jeruzalem voor altijd.”
כִּ֚י
(ki)
want
אָמַ֣ר
(amar)
zei
דָּוִ֔יד
(david)
David
הֵנִ֛יחַ
(heniach)
heeft rust gegeven
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לְעַמּ֑וֹ
(leamo)
aan Zijn volk
וַיִּשְׁכֹּ֥ן
(vayishkon)
en Hij woont
בִּירוּשָׁלִַ֖ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
עַד
(ad)
tot
לְעוֹלָֽם
(leolam)
altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

וַיִּשְׁכֹּן (vayishkon), ‘Hij woont’: dit woord hoort bij מִשְׁכָּן (mishkan), ‘tabernakel’.

Yahweh woont nu in Jeruzalem; daarom hoeft de tabernakel niet meer gedragen te worden (vers 26).

26Ook hoeven de Levieten de tabernakel en al zijn voorwerpen niet te dragen voor de dienst ervan.
וְגַ֖ם
(vegam)
en ook
לַלְוִיִּ֑ם
(lalviyim)
voor de Levieten
אֵין
(ein)
er is niet
לָשֵׂ֧את
(laset)
om te dragen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
כֵּלָ֖יו
(kelav)
zijn voorwerpen
לַעֲבֹדָתֽוֹ
(laavodato)
voor zijn dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In Num. 4:15 en 7:9 dragen de Kehatieten het heilige.

Zie ook Num. 3:8.

27Want volgens de laatste woorden van David is dit het aantal van de zonen van Levi, van 20 jaar en ouder.
כִּ֣י
(ki)
want
בְדִבְרֵ֤י
(bedivrei)
volgens de woorden van
דָוִיד֙
(david)
David
הָאַ֣חֲרֹנִ֔ים
(haacharonim)
de laatste
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
מִסְפַּ֣ר
(mispar)
het aantal van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
לֵוִ֑י
(levi)
Levi
מִבֶּ֛ן
(miben)
van een zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
20
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וּלְמָֽעְלָה
(ulemaela)
en daarboven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דִּבְרֵי דָוִיד הָאַחֲרֹנִים (divre David haacharonim), ‘de laatste woorden van David’: dezelfde woorden staan in 2 Sam. 23:1.

Hier gaat het om een bevel van David aan het eind van zijn leven.

De leeftijd van 20 jaar verschilt van vers 3 (30 jaar). Wij vertalen wat er staat.

28Want hun plaats is aan de zijde van de zonen van Aäron, voor de dienst van het huis van Yahweh. Zij zijn over de voorhoven, over de kamers en over de reiniging van alles wat heilig is. Ook doen zij het werk van de dienst van het huis van Elohim.
כִּ֣י
(ki)
want
מַעֲמָדָ֞ם
(maamadam)
hun plaats
לְיַד
(leyad)
aan de zijde van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֗ן
(aharon)
Aäron
לַעֲבֹדַת֙
(laavodat)
voor de dienst van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
הַחֲצֵרוֹת֙
(hachatserot)
de voorhoven
וְעַל
(veal)
en over
הַלְּשָׁכ֔וֹת
(haleshakhot)
de kamers
וְעַֽל
(veal)
en over
טָהֳרַ֖ת
(tahorat)
de reiniging van
לְכָל
(lekhal)
alles wat
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heilig is
וּמַֽעֲשֵׂ֔ה
(umaase)
en het werk van
עֲבֹדַ֖ת
(avodat)
de dienst van
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִֽים
(haElohim)
de Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְיַד (leyad), ‘aan de zijde van’: letterlijk ‘aan de hand van’.

Het kan betekenen ‘naast’ of ‘onder leiding van’.

לְשָׁכוֹת (leshakhot), ‘kamers’: de vertrekken rond het huis.

טָהֳרָה (tohorah), ‘reiniging’: het schoon en rein maken van het heilige.

29Zij zijn ook over het toonbrood, over het fijne meel voor het graanoffer, over de ongezuurde wafels, over de bakplaat en over het gemengde deeg. Zij zijn ook over elke inhoudsmaat en elke maat.
וּלְלֶ֨חֶם
(ulelechem)
en over het brood van
הַֽמַּעֲרֶ֜כֶת
(hamaarekhet)
de schikking
וּלְסֹ֤לֶת
(ulesolet)
en over het fijne meel
לְמִנְחָה֙
(lemincha)
voor het graanoffer
וְלִרְקִיקֵ֣י
(velirqiqei)
en over de wafels van
הַמַּצּ֔וֹת
(hamatsot)
de ongezuurde broden
וְלַֽמַּחֲבַ֖ת
(velamachavat)
en over de bakplaat
וְלַמֻּרְבָּ֑כֶת
(velamurbakhet)
en over het gemengde deeg
וּלְכָל
(ulekhal)
en over elke
מְשׂוּרָ֖ה
(mesura)
inhoudsmaat
וּמִדָּֽה
(umida)
en maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶחֶם הַמַּעֲרֶכֶת (lechem hamaarekhet), ‘brood van de rijen’: dit is het toonbrood, dat in rijen op de tafel ligt.

Zie Lev. 24:5–8.

מַחֲבַת (machavat), ‘bakplaat’, en מֻרְבֶּכֶת (murbekhet), ‘gemengd’: zoals in Lev. 6:14 en Lev. 2:5. רְקִיקֵי (reqiqe), ‘wafels’: zoals in Lev. 2:4.

מְשׂוּרָה (mesurah), ‘inhoudsmaat’, en מִדָּה (middah), ‘maat’: zoals in Lev. 19:35.

30Elke morgen staan zij klaar om Yahweh te danken en te loven, en zo ook ’s avonds.
וְלַעֲמֹד֙
(velaamod)
en om te staan
בַּבֹּ֣קֶר
(baboqer)
in de morgen
בַּבֹּ֔קֶר
(baboqer)
in de morgen
לְהֹד֥וֹת
(lehodot)
om te danken
וּלְהַלֵּ֖ל
(ulehalel)
en om te loven
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
Yahweh
וְכֵ֖ן
(vekhen)
en zo
לָעָֽרֶב
(laarev)
in de avond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Ook bij alle brandoffers voor Yahweh staan zij klaar: op de sabbatten, bij de nieuwe manen en op de vastgestelde tijden. Zij doen dat in het aantal dat voor hen het recht is, voortdurend voor het aangezicht van Yahweh.
וּלְכֹ֨ל
(ulekhol)
en bij alle
הַעֲל֤וֹת
(haalot)
het laten opgaan van
עֹלוֹת֙
(olot)
brandoffers
לַיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
לַשַּׁבָּת֔וֹת
(lashabatot)
op de sabbatten
לֶחֳדָשִׁ֖ים
(lechodashim)
op de nieuwe manen
וְלַמֹּעֲדִ֑ים
(velamoadim)
en op de vastgestelde tijden
בְּמִסְפָּ֨ר
(bemispar)
in aantal
כְּמִשְׁפָּ֧ט
(kemishpat)
volgens het recht
עֲלֵיהֶ֛ם
(aleihem)
dat voor hen geldt
תָּמִ֖יד
(tamid)
voortdurend
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֳדָשִׁים (chodashim), ‘maanden’: de eerste dag van de maand, de nieuwe maan.

Zie Num. 28:11.

מוֹעֲדִים (moadim), ‘vastgestelde tijden’: de feesten. Zie Num. 28:2.

32Zij houden de wacht van de tent van samenkomst en de wacht van het heilige. Ook houden zij de wacht van de zonen van Aäron, hun broers, voor de dienst van het huis van Yahweh.
וְשָׁמְר֞וּ
(veshameru)
en zij houden
אֶת
(et)
(obj.)
מִשְׁמֶ֣רֶת
(mishmeret)
de wacht van
אֹֽהֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֗ד
(moed)
samenkomst
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
מִשְׁמֶ֣רֶת
(mishmeret)
de wacht van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וּמִשְׁמֶ֕רֶת
(umishmeret)
en de wacht van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
אֲחֵיהֶ֑ם
(acheihem)
hun broers
לַעֲבֹדַ֖ת
(laavodat)
voor de dienst van
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁמֶרֶת (mishmeret), ‘wacht’: het houden van de wacht en het zorgen voor wat aan je is toevertrouwd.

Zie Num. 3:7–8 en 3:28.