Elohim Bijbel

Jozua 16

123456789101112131415161718192021222324

Het erfdeel van de zonen van Jozef: de grens van Efraïm

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zuidgrens van de zonen van Jozef

1Het lot voor de zonen van Jozef kwam uit vanaf de Jordaan bij Jericho, bij het water van Jericho, in het oosten. Het ging omhoog door de woestijn, van Jericho het bergland in, naar Betel.
וַיֵּצֵ֨א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֜ל
(hagoral)
het lot
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
יוֹסֵף֙
(yosef)
Jozef
מִיַּרְדֵּ֣ן
(miyarden)
vanaf de Jordaan
יְרִיח֔וֹ
(yericho)
Jericho
לְמֵ֥י
(lemei)
bij de wateren van
יְרִיח֖וֹ
(yericho)
Jericho
מִזְרָ֑חָה
(mizracha)
oostwaarts
הַמִּדְבָּ֗ר
(hamidbar)
de woestijn
עֹלֶ֧ה
(ole)
ging omhoog
מִירִיח֛וֹ
(miricho)
vanaf Jericho
בָּהָ֖ר
(bahar)
het bergland in
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵֽל
(el)
El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jericho ligt in de Jordaanvallei (nu Tell es-Sultan bij Jericho, Westelijke Jordaanoever).

Betel is het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem (Westelijke Jordaanoever).

2De grens liep uit van Betel naar Luz en liep door naar de grens van de Arkiet, naar Atarot.
וְיָצָ֥א
(veyatsa)
en liep uit
מִבֵּֽית
(mibeit)
vanaf Bet
אֵ֖ל
(el)
El
ל֑וּזָה
(luza)
naar Luz
וְעָבַ֛ר
(veavar)
en liep door
אֶל
(el)
naar
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
הָאַרְכִּ֖י
(haarki)
de Arkiet
עֲטָרֽוֹת
(atarot)
naar Atarot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Luz was de oudere naam van Betel (Gen. 28:19).

Hier lijkt Luz een plaats naast Betel, ten zuiden ervan.

De ligging is onzeker.

De Arkiet woonde in het bergland tussen Betel en Atarot; de ligging is onzeker.

Lezing

Het Hebreeuws noemt Luz hier als aparte plaats.

Wij volgen de grondtekst.

3De grens daalde in het westen af naar de grens van de Jafletiet, tot de grens van Beneden-Bet-Choron en tot Gezer. Het einde ligt bij de zee.
וְיָֽרַד
(veyarad)
en daalde af
יָ֜מָּה
(yama)
westwaarts
אֶל
(el)
naar
גְּב֣וּל
(gevul)
de grens van
הַיַּפְלֵטִ֗י
(hayafleti)
de Jafletiet
עַ֣ד
(ad)
tot
גְּב֧וּל
(gevul)
de grens van
בֵּית
(beit)
Bet
חוֹרֹ֛ן
(choron)
Choron
תַּחְתּ֖וֹן
(tachton)
het lagere
וְעַד
(vead)
en tot
גָּ֑זֶר
(gazer)
Gezer
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en waren
תֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn uitlopers
יָֽמָּה
(yama)
zeewaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beneden-Bet-Choron is waarschijnlijk Beit Ur et-Tahta en Boven-Bet-Choron is Beit Ur el-Foqa, beide ten noordwesten van Jeruzalem (Westelijke Jordaanoever).

Gezer is Tel Gezer, ongeveer 30 km ten westen van Jeruzalem (Israël, zeker).

4De zonen van Jozef, Manasse en Efraïm, ontvingen hun erfdeel.
וַיִּנְחֲל֥וּ
(vayinchalu)
en ontvingen als erfdeel
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יוֹסֵ֖ף
(yosef)
Jozef
מְנַשֶּׁ֥ה
(menashe)
Manasse
וְאֶפְרָֽיִם
(veefrayim)
en Efraïm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJoz 17:14

Het erfdeel van Efraïm

5Het gebied van de zonen van Efraïm, naar hun families, was dit: de grens van hun erfdeel in het oosten liep van Atarot-Addar tot Boven-Bet-Choron.
וַיְהִ֛י
(vayhi)
en het was
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וַיְהִ֞י
(vayhi)
en het was
גְּב֤וּל
(gevul)
de grens van
נַחֲלָתָם֙
(nachalatam)
hun erfdeel
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
עַטְר֣וֹת
(atrot)
Atarot
אַדָּ֔ר
(adar)
Addar
עַד
(ad)
tot
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
חוֹרֹ֖ן
(choron)
Choron
עֶלְיֽוֹן
(elyon)
het hogere
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Atarot-Addar ligt in het bergland ten noordwesten van Jeruzalem; de ligging is onzeker.

Zie Bet-Choron: Boven- en Neder-Bet-Choron lagen aan de weg van Gibeon naar Ajalon, bij Beit Ur al-Fauqa en Beit Ur al-Tahta, ten noordwesten van Jeruzalem.

6De grens liep westwaarts uit naar Mikmetat, in het noorden. De grens boog af in het oosten naar Taänat-Silo. Zij liep er langs, ten oosten van Janoach.
וְיָצָ֨א
(veyatsa)
en liep uit
הַגְּב֜וּל
(hagevul)
de grens
הַיָּ֗מָּה
(hayama)
westwaarts
הַֽמִּכְמְתָת֙
(hamikhmetat)
naar Mikmetat
מִצָּפ֔וֹן
(mitsafon)
in het noorden
וְנָסַ֧ב
(venasav)
en boog af
הַגְּב֛וּל
(hagevul)
de grens
מִזְרָ֖חָה
(mizracha)
oostwaarts
תַּאֲנַ֣ת
(taanat)
naar Taänat
שִׁלֹ֑ה
(shilo)
Silo
וְעָבַ֣ר
(veavar)
en liep door
אוֹת֔וֹ
(oto)
het
מִמִּזְרַ֖ח
(mimizrach)
ten oosten van
יָנֽוֹחָה
(yanocha)
Janoach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Mikmetat ligt bij Sichem (waarschijnlijk).

Taänat-Silo is waarschijnlijk Khirbet Ta’na el-Foqa en Janoach is Khirbet Janun, beide ten oosten van Sichem (Westelijke Jordaanoever).

7Vanaf Janoach daalde de grens af naar Atarot en Naära. Hij raakte Jericho en liep uit bij de Jordaan.
וְיָרַ֥ד
(veyarad)
en daalde af
מִיָּנ֖וֹחָה
(miyanocha)
vanaf Janoach
עֲטָר֣וֹת
(atarot)
naar Atarot
וְנַעֲרָ֑תָה
(venaarata)
en naar Naära
וּפָגַע֙
(ufaga)
en raakte
בִּֽירִיח֔וֹ
(biricho)
Jericho
וְיָצָ֖א
(veyatsa)
en liep uit
הַיַּרְדֵּֽן
(hayarden)
de Jordaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Atarot en Naära liggen in de Jordaanvallei bij Jericho (de ligging is onzeker).

Dit Atarot is een andere plaats dan Atarot in vers 2.

Zie Janoach: Janoach wordt gezocht bij Khirbet Janun, ten zuidoosten van Sichem.

8Vanaf Tappuach liep de grens westwaarts naar de beek Kana. Het einde ligt bij de zee. Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Efraïm, naar hun families.
מִתַּפּ֜וּחַ
(mitapuach)
vanaf Tappuach
יֵלֵ֨ךְ
(yelekh)
liep
הַגְּב֥וּל
(hagevul)
de grens
יָ֨מָּה֙
(yama)
westwaarts
נַ֣חַל
(nachal)
de beek
קָנָ֔ה
(qana)
Kana
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en waren
תֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn uitlopers
הַיָּ֑מָּה
(hayama)
zeewaarts
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Tappuach ligt op de grens van Manasse en Efraïm, ten zuiden van Sichem (zie Joz. 17:8); de ligging is waarschijnlijk.

De beek Kana is waarschijnlijk de Wadi Qana (Westelijke Jordaanoever).

Zie Beek Kana (Wadi Qana): De beek Kana is waarschijnlijk het Wadi Qana, dat naar het westen stroomt, naar de Jarkon.

De steden van Efraïm in Manasse

9Ook de steden die voor de zonen van Efraïm waren afgezonderd, te midden van het erfdeel van de zonen van Manasse. Het waren al die steden met hun dorpen.
וְהֶעָרִ֗ים
(vehearim)
en de steden
הַמִּבְדָּלוֹת֙
(hamivdalot)
die afgezonderd waren
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
נַחֲלַ֣ת
(nachalat)
het erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
מְנַשֶּׁ֑ה
(menashe)
Manasse
כָּֽל
(kal)
alle
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze steden van Efraïm lagen binnen het gebied van Manasse.

Zie Joz. 17:8–9.

Gezer

10Zij verdreven de Kanaänieten niet die in Gezer woonden. Zo wonen de Kanaänieten tot op deze dag te midden van Efraïm. Zij werden dwangarbeiders.
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
הוֹרִ֔ישׁוּ
(horishu)
verdreven zij
אֶת
(et)
(obj.)
הַֽכְּנַעֲנִ֖י
(hakenaani)
de Kanaäniet
הַיּוֹשֵׁ֣ב
(hayoshev)
die woonde
בְּגָ֑זֶר
(begazer)
in Gezer
וַיֵּ֨שֶׁב
(vayeshev)
en woonde
הַֽכְּנַעֲנִ֜י
(hakenaani)
de Kanaäniet
בְּקֶ֤רֶב
(beqerev)
te midden van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
עַד
(ad)
tot
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en werd
לְמַס
(lemas)
tot dwangarbeid
עֹבֵֽד
(oved)
dienend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gezer: zie vers 3.

Uitleg

לָמַס עֹבֵד (lamas oved), ‘tot dwangarbeid, dienend’: zij moesten onbetaald werk doen.

Zie Gen. 49:15 en Joz. 17:13.