De koningin van Sjeba, de rijkdom en de dood van Salomo
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De koningin van Sjeba bij Salomo
1De koningin van Sjeba hoorde de faam van Salomo. Zij kwam om Salomo met raadsels te beproeven, in Jeruzalem. Zij kwam met een zeer groot gevolg: kamelen met specerijen, heel veel goud en edelstenen. Zij kwam bij Salomo en sprak met hem over alles wat zij op haar hart had.
וּמַֽלְכַּת
(umalkat)
en de koningin van
שְׁבָ֗א
(sheva)
Sjeba
שָֽׁמְעָה֮
(shamea)
hoorde
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֣מַע
(shema)
de faam van
שְׁלֹמֹה֒
(shelomo)
Salomo
וַתָּב֣וֹא
(vatavo)
en kwam
לְנַסּוֹת֩
(lenasot)
om te beproeven
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁלֹמֹ֨ה
(shelomo)
Salomo
בְחִיד֜וֹת
(bechidot)
met raadsels
בִּירֽוּשָׁלִַ֗ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
בְּחַ֣יִל
(bechayil)
met een gevolg
כָּבֵ֣ד
(kaved)
zwaar
מְאֹ֡ד
(meod)
zeer
וּ֠גְמַלִּים
(ugemalim)
en kamelen
נֹשְׂאִ֨ים
(noseim)
dragend
בְּשָׂמִ֧ים
(besamim)
specerijen
וְזָהָ֛ב
(vezahav)
en goud
לָרֹ֖ב
(larov)
in menigte
וְאֶ֣בֶן
(veeven)
en steen
יְקָרָ֑ה
(yeqara)
kostbare
וַתָּבוֹא֙
(vatavo)
en kwam
אֶל
(el)
naar
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
וַתְּדַבֵּ֣ר
(vatedaber)
en sprak
עִמּ֔וֹ
(imo)
met hem
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
הָיָ֖ה
(haya)
was
עִם
(im)
met
לְבָבָֽהּ
(levavah)
haar hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Sjeba (שְׁבָא) lag in het zuidwesten van Arabië, waarschijnlijk in het huidige Jemen.
De afstand naar Jeruzalem is meer dan 2.000 kilometer.
De precieze ligging is niet zeker.
Uitleg
Dit hoofdstuk loopt grotendeels parallel met 1 Kon. 10.
De woorden ‘in verband met de naam van Yahweh’ (1 Kon. 10:1) staan hier niet.
חִידוֹת (chidot), ‘raadsels’: moeilijke vragen en spreuken, om te toetsen of iemand echt wijs is.
4het eten op zijn tafel, de zitplaatsen van zijn dienaren, het staan van zijn bedienden en hun kleding, zijn schenkers en hun kleding, en zijn opgang, waarmee hij opging naar het huis van Yahweh. Toen was er geen adem meer in haar.
וּמַאֲכַ֣ל
(umaakhal)
en het eten van
שֻׁלְחָנ֡וֹ
(shulchano)
zijn tafel
וּמוֹשַׁ֣ב
(umoshav)
en de zitplaats van
עֲבָדָיו֩
(avadav)
zijn dienaren
וּמַעֲמַ֨ד
(umaamad)
en het staan van
מְשָׁרְתָ֜יו
(mesharetav)
zijn bedienden
וּמַלְבּֽוּשֵׁיהֶ֗ם
(umalbusheihem)
en hun kleding
וּמַשְׁקָיו֙
(umashqav)
en zijn schenkers
וּמַלְבּ֣וּשֵׁיהֶ֔ם
(umalbusheihem)
en hun kleding
וַעֲלִיָּת֔וֹ
(vaaliyato)
en zijn opgang
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarmee
יַעֲלֶ֖ה
(yaale)
hij opging
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹא
(velo)
en niet
הָ֥יָה
(haya)
was
ע֛וֹד
(od)
meer
בָּ֖הּ
(bah)
in haar
רֽוּחַ
(ruach)
adem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ (ruach), ‘adem, geest’: ‘er was geen adem meer in haar’ betekent dat zij overweldigd was en geen woord kon uitbrengen.
Lezing
וַעֲלִיָּתוֹ (va’aliyyato), ‘en zijn opgang’: de trap of de weg waarlangs hij naar het huis van Yahweh opging.
In 1 Kon. 10:5 staat וְעֹלָתוֹ (ve’olato), ‘en zijn brandoffer’.
6Ik geloofde hun woorden niet, tot ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. En zie, de helft van de grootheid van uw wijsheid is mij niet verteld. U overtreft het gerucht dat ik gehoord heb.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
הֶאֱמַ֣נְתִּי
(heemanti)
ik geloofde
לְדִבְרֵיהֶ֗ם
(ledivreihem)
hun woorden
עַ֤ד
(ad)
tot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
בָּ֨אתִי֙
(bati)
ik kwam
וַתִּרְאֶ֣ינָה
(vatireina)
en zagen
עֵינַ֔י
(einay)
mijn ogen
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
לֹ֣א
(lo)
niet
הֻגַּד
(hugad)
is verteld
לִ֔י
(li)
mij
חֲצִ֖י
(chatsi)
de helft
מַרְבִּ֣ית
(marbit)
van de grootheid van
חָכְמָתֶ֑ךָ
(chakhematekha)
uw wijsheid
יָסַ֕פְתָּ
(yasafta)
u hebt toegevoegd
עַל
(al)
aan
הַשְּׁמוּעָ֖ה
(hashemua)
het gerucht
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
שָׁמָֽעְתִּי
(shamati)
ik hoorde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵרֹב חָכְמָתֶךָ (merov chokhmatekha), ‘de grootheid van uw wijsheid’: letterlijk ‘de menigte van uw wijsheid’.
8Gezegend zij Yahweh, uw Elohim, die vreugde in u heeft gehad. Hij heeft u op Zijn troon gezet als koning voor Yahweh, uw Elohim. Omdat uw Elohim Israël liefheeft en het voor altijd wil laten bestaan, heeft Hij u over hen tot koning gemaakt, om recht en gerechtigheid te doen.”
יְהִ֨י
(yehi)
laat zijn
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
uw Elohim
בָּר֔וּךְ
(barukh)
gezegend
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
חָפֵ֣ץ
(chafets)
vreugde had
בְּךָ֗
(bekha)
in u
לְתִתְּךָ֤
(letitekha)
om u te zetten
עַל
(al)
op
כִּסְאוֹ֙
(kiso)
Zijn troon
לְמֶ֔לֶךְ
(lemelekh)
als koning
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
uw Elohim
בְּאַהֲבַ֨ת
(beahavat)
in het liefhebben van
אֱלֹהֶ֤יךָ
(eloheikha)
uw Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
לְהַעֲמִיד֣וֹ
(lehaamido)
om het te laten bestaan
לְעוֹלָ֔ם
(leolam)
voor altijd
וַיִּתֶּנְךָ֤
(vayitenkha)
en Hij zette u
עֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
over hen
לְמֶ֔לֶךְ
(lemelekh)
als koning
לַעֲשׂ֖וֹת
(laasot)
om te doen
מִשְׁפָּ֥ט
(mishpat)
recht
וּצְדָקָֽה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In 1 Kon. 10:9 staat ‘op de troon van Israël’.
Hier staat ‘op Zijn troon’ en ‘als koning voor Yahweh, uw Elohim’: de troon is die van Yahweh.
Zie ook 1 Kron. 28:5 en 29:23.
צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’.
9Zij gaf de koning 120 talent goud en heel veel specerijen en edelstenen. Er was geen specerij zoals die welke de koningin van Sjeba aan koning Salomo gaf.
וַתִּתֵּ֨ן
(vatiten)
en zij gaf
לַמֶּ֜לֶךְ
(lamelekh)
aan de koning
מֵאָ֥ה
(mea)
honderd
וְעֶשְׂרִ֣ים
(veesrim)
en twintig
כִּכַּ֣ר
(kikar)
talent
זָהָ֗ב
(zahav)
goud
וּבְשָׂמִ֛ים
(uvesamim)
en specerijen
לָרֹ֥ב
(larov)
in menigte
מְאֹ֖ד
(meod)
zeer
וְאֶ֣בֶן
(veeven)
en steen
יְקָרָ֑ה
(yeqara)
kostbare
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
הָיָה֙
(haya)
was
כַּבֹּ֣שֶׂם
(kabosem)
zoals de specerij
הַה֔וּא
(hahu)
die
אֲשֶׁר
(asher)
welke
נָתְנָ֥ה
(natena)
gaf
מַֽלְכַּת
(malkat)
de koningin van
שְׁבָ֖א
(sheva)
Sjeba
לַמֶּ֥לֶךְ
(lamelekh)
aan de koning
שְׁלֹמֹֽה
(shelomo)
Salomo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sjeba: Sjeba lag in het zuidwesten van Arabië, in het huidige Jemen.
Uitleg
Een talent (כִּכָּר, kikkar) is ongeveer 34 kilogram. 120 talent is dus ongeveer 4.100 kilogram goud.
בְּשָׂמִים (besamim), ‘specerijen’: welriekende stoffen, zoals wierook en balsem.
11De koning maakte van het almoeghout opgangen voor het huis van Yahweh en voor het huis van de koning. Ook maakte hij lieren en harpen voor de zangers. Zulke dingen waren eerder niet gezien in het land Juda.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en maakte
הַ֠מֶּלֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֶת
(et)
(obj.)
עֲצֵ֨י
(atsei)
hout van
הָֽאַלְגּוּמִּ֜ים
(haalgumim)
het almoeg
מְסִלּ֤וֹת
(mesilot)
opgangen
לְבֵית
(leveit)
voor het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וּלְבֵ֣ית
(uleveit)
en voor het huis van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְכִנֹּר֥וֹת
(vekhinorot)
en lieren
וּנְבָלִ֖ים
(unevalim)
en harpen
לַשָּׁרִ֑ים
(lasharim)
voor de zangers
וְלֹא
(velo)
en niet
נִרְא֥וּ
(niru)
werden gezien
כָהֵ֛ם
(kahem)
zoals zij
לְפָנִ֖ים
(lefanim)
eerder
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְסִלּוֹת (mesillot), ‘opgangen’: het woord hangt samen met een werkwoord voor ‘ophogen’ en kan trappen, terrassen of opgaande wegen betekenen.
De betekenis is onzeker.
In 1 Kon. 10:12 staat een ander woord: מִסְעָד (mis’ad), ‘steunen’.
כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’, en נֵבֶל (nevel), ‘harp’: twee snaarinstrumenten.
12Koning Salomo gaf de koningin van Sjeba alles wat zij wenste, alles wat zij vroeg, afgezien van wat zij aan de koning had gebracht. Toen keerde zij om en ging naar haar land, zij en haar dienaren.
וְהַמֶּ֨לֶךְ
(vehamelekh)
en de koning
שְׁלֹמֹ֜ה
(shelomo)
Salomo
נָתַ֣ן
(natan)
gaf
לְמַֽלְכַּת
(lemalkat)
aan de koningin van
שְׁבָ֗א
(sheva)
Sjeba
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
חֶפְצָהּ֙
(cheftsah)
haar wens
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
שָׁאָ֔לָה
(shaala)
zij vroeg
מִלְּבַ֖ד
(milevad)
afgezien van
אֲשֶׁר
(asher)
wat
הֵבִ֣יאָה
(hevia)
zij bracht
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַֽתַּהֲפֹ֛ךְ
(vatahafokh)
en zij keerde om
וַתֵּ֥לֶךְ
(vatelekh)
en ging
לְאַרְצָ֖הּ
(leartsah)
naar haar land
הִ֥יא
(hi)
zij
וַעֲבָדֶֽיהָ
(vaavadeiha)
en haar dienaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sjeba: Sjeba lag in het zuidwesten van Arabië, in het huidige Jemen.
Uitleg
מִלְּבַד (millevad), ‘afgezien van’: de tekst zegt niet precies wat bedoeld wordt.
Misschien gaf Salomo haar méér dan wat zij had gebracht.
14afgezien van wat de handelsreizigers en de kooplieden brachten. Ook alle koningen van Arabië en de landvoogden van het land brachten goud en zilver naar Salomo.
לְבַ֞ד
(levad)
afgezien van
מֵאַנְשֵׁ֧י
(meanshei)
de mannen van
הַתָּרִ֛ים
(hatarim)
de handelsreizigers
וְהַסֹּחֲרִ֖ים
(vehasocharim)
en de kooplieden
מְבִיאִ֑ים
(meviim)
die brachten
וְכָל
(vekhal)
en alle
מַלְכֵ֤י
(malkhei)
koningen van
עֲרַב֙
(arav)
Arabië
וּפַח֣וֹת
(ufachot)
en landvoogden van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
מְבִיאִ֛ים
(meviim)
die brachten
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
וָכֶ֖סֶף
(vakhesef)
en zilver
לִשְׁלֹמֹֽה
(lishlomo)
aan Salomo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël.
De grenzen zijn niet scherp te trekken.
Uitleg
הַתָּרִים (hattarim), ‘handelsreizigers’: mensen die rondtrekken om handel te drijven.
15Koning Salomo maakte 200 grote schilden van geslagen goud. Er ging 600 sikkel geslagen goud op elk groot schild.
וַיַּ֨עַשׂ
(vayaas)
en maakte
הַמֶּ֧לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שְׁלֹמֹ֛ה
(shelomo)
Salomo
מָאתַ֥יִם
(matayim)
tweehonderd
צִנָּ֖ה
(tsina)
grote schilden
זָהָ֣ב
(zahav)
van goud
שָׁח֑וּט
(shachut)
geslagen
שֵׁ֤שׁ
(shesh)
zes
מֵאוֹת֙
(meot)
honderd
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
שָׁח֔וּט
(shachut)
geslagen
יַעֲלֶ֖ה
(yaale)
ging op
עַל
(al)
op
הַצִּנָּ֥ה
(hatsina)
het grote schild
הָאֶחָֽת
(haechat)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צִנָּה (tsinnah), ‘groot schild’, dat het hele lichaam bedekt, en מָגֵן (magen), ‘klein schild’ (vers 16).
Het Hebreeuws noemt bij ‘600’ geen eenheid. Wij vullen ‘sikkel’ aan, zoals in 1 Kon. 10:16. Een sikkel is ongeveer 11,4 gram; 600 sikkel is dus ongeveer 6,8 kilogram.
16Hij maakte ook 300 kleine schilden van geslagen goud. Er ging 300 sikkel goud op elk klein schild. De koning plaatste ze in het Huis van het Woud van de Libanon.
וּשְׁלֹשׁ
(ushelosh)
en drie
מֵא֤וֹת
(meot)
honderd
מָֽגִנִּים֙
(maginim)
kleine schilden
זָהָ֣ב
(zahav)
van goud
שָׁח֔וּט
(shachut)
geslagen
שְׁלֹ֤שׁ
(shelosh)
drie
מֵאוֹת֙
(meot)
honderd
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
יַעֲלֶ֖ה
(yaale)
ging op
עַל
(al)
op
הַמָּגֵ֣ן
(hamagen)
het kleine schild
הָאֶחָ֑ת
(haechat)
één
וַיִּתְּנֵ֣ם
(vayitenem)
en plaatste ze
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בְּבֵ֖ית
(beveit)
in het huis van
יַ֥עַר
(yaar)
het woud van
הַלְּבָנֽוֹן
(halevanon)
de Libanon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Huis van het Libanonwoud (Jeruzalem; ligging onzeker): Het Huis van het Libanonwoud was een gebouw van Salomo, vermoedelijk in Jeruzalem; het had zijn naam van het cederhout van de Libanon.
De precieze plaats is niet bekend.
Uitleg
Ook hier noemt het Hebreeuws bij ‘300’ geen eenheid.
Wij vullen ‘sikkel’ aan. 300 sikkel is ongeveer 3,4 kilogram.
In 1 Kon. 10:17 staat ‘3 mina’. Een mina is ongeveer 570 gram (50 sikkel); 3 mina is dus ongeveer 1,7 kilogram. Wij vertalen beide getallen letterlijk.
בֵּית יַעַר הַלְּבָנוֹן (beit ya’ar haLevanon), ‘Huis van het Woud van de Libanon’: een gebouw van Salomo in Jeruzalem (1 Kon. 7:2).
18De troon had zes treden en een voetbank van goud, vastgemaakt aan de troon. Aan beide kanten van de zitplaats waren armleuningen. Twee leeuwen stonden naast de armleuningen.
וְשֵׁ֣שׁ
(veshesh)
en zes
מַעֲל֣וֹת
(maalot)
treden
לַ֠כִּסֵּא
(lakise)
voor de troon
וְכֶ֨בֶשׁ
(vekhevesh)
en een voetbank
בַּזָּהָ֤ב
(bazahav)
van goud
לַכִּסֵּא֙
(lakise)
voor de troon
מָאֳחָזִ֔ים
(maochazim)
vastgemaakt
וְיָד֛וֹת
(veyadot)
en armleuningen
מִזֶּ֥ה
(mize)
aan de ene kant
וּמִזֶּ֖ה
(umize)
en aan de andere kant
עַל
(al)
bij
מְק֣וֹם
(meqom)
de plaats van
הַשָּׁ֑בֶת
(hashavet)
de zitplaats
וּשְׁנַ֣יִם
(ushenayim)
en twee
אֲרָי֔וֹת
(arayot)
leeuwen
עֹמְדִ֖ים
(omedim)
staande
אֵ֥צֶל
(etsel)
naast
הַיָּדֽוֹת
(hayadot)
de armleuningen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֶּבֶשׁ (kevesh), ‘voetbank’: het woord komt alleen hier voor.
De betekenis is niet zeker.
יָדוֹת (yadot), letterlijk ‘handen’: armleuningen, waar de armen op rusten.
Lezing
In 1 Kon. 10:19 staat ook een ‘kalfskop’ aan de achterkant van de troon.
20Alle drinkvaten van koning Salomo waren van goud. Alle vaten van het Huis van het Woud van de Libanon waren van zuiver goud. Zilver werd in de dagen van Salomo nergens voor gerekend.
וְ֠כֹל
(vekhol)
en alle
כְּלֵ֞י
(kelei)
vaten van
מַשְׁקֵ֨ה
(mashqe)
drinken van
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שְׁלֹמֹה֙
(shelomo)
Salomo
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
וְכֹ֗ל
(vekhol)
en alle
כְּלֵ֛י
(kelei)
vaten van
בֵּֽית
(beit)
huis van
יַ֥עַר
(yaar)
woud van
הַלְּבָנ֖וֹן
(halevanon)
de Libanon
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
אֵ֣ין
(ein)
niet
כֶּ֗סֶף
(kesef)
zilver
נֶחְשָׁ֛ב
(nechshav)
werd gerekend
בִּימֵ֥י
(bimei)
in de dagen van
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
לִמְאֽוּמָה
(limuma)
voor iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Huis van het Libanonwoud (Jeruzalem; ligging onzeker): Het Huis van het Libanonwoud was een gebouw van Salomo, vermoedelijk in Jeruzalem; het had zijn naam van het cederhout van de Libanon.
21Want de schepen van de koning gingen naar Tarsis, met de dienaren van Churam. Eén keer in de drie jaar kwamen de Tarsis-schepen aan, met goud, zilver, ivoor, apen en pauwen.
כִּֽי
(ki)
want
אֳנִיּ֤וֹת
(oniyot)
schepen
לַמֶּ֨לֶךְ֙
(lamelekh)
van de koning
הֹלְכ֣וֹת
(holekhot)
gaande
תַּרְשִׁ֔ישׁ
(tarshish)
naar Tarsis
עִ֖ם
(im)
met
עַבְדֵ֣י
(avdei)
de dienaren van
חוּרָ֑ם
(churam)
Churam
אַחַת֩
(achat)
eens
לְשָׁל֨וֹשׁ
(leshalosh)
per drie
שָׁנִ֜ים
(shanim)
jaren
תָּב֣וֹאנָה
(tavona)
kwamen
אֳנִיּ֣וֹת
(oniyot)
schepen van
תַּרְשִׁ֗ישׁ
(tarshish)
Tarsis
נֹֽשְׂאוֹת֙
(noseot)
dragend
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
וָכֶ֔סֶף
(vakhesef)
en zilver
שֶׁנְהַבִּ֥ים
(shenhabim)
ivoor
וְקוֹפִ֖ים
(veqofim)
en apen
וְתוּכִּיִּֽים
(vetukiyim)
en pauwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tarsis (תַּרְשִׁישׁ) is een ver land aan de zee.
De ligging is onzeker.
Vaak wordt gedacht aan het zuiden van Spanje; andere voorstellen zijn Sardinië en een plaats in Afrika.
Uitleg
Hier gaan de schepen van de koning ‘naar Tarsis’ (הֹלְכוֹת תַּרְשִׁישׁ), samen met de dienaren van Churam.
In 1 Kon. 10:22 staat ‘een Tarsis-vloot’ samen met de vloot van Hiram.
Een ‘Tarsis-schip’ kan ook een soort schip voor lange zeereizen zijn.
שֶׁנְהַבִּים (shenhabbim), ‘ivoor’; קֹפִים (qofim), ‘apen’; תֻכִּיִּים (tukkiyyim), ‘pauwen’. Het laatste woord is onzeker; het kan ook een andere exotische vogel zijn.
29De rest van de geschiedenis van Salomo, de eerste en de laatste: staat die niet opgeschreven in de geschiedenis van Natan, de profeet, en in de profetie van Achia uit Silo? Ook in de visioenen van Iddo, de ziener, over Jerobeam, de zoon van Nebat?
וּשְׁאָר֙
(ushear)
en de rest van
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de geschiedenis van
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
הָרִאשֹׁנִ֖ים
(harishonim)
de eerste
וְהָאֲחֲרוֹנִ֑ים
(vehaacharonim)
en de laatste
הֲלֹא
(halo)
is het niet
הֵ֣ם
(hem)
zij
כְּתוּבִ֗ים
(ketuvim)
opgeschreven
עַל
(al)
in
דִּבְרֵי֙
(divrei)
de geschiedenis van
נָתָ֣ן
(natan)
Natan
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
וְעַל
(veal)
en in
נְבוּאַ֞ת
(nevuat)
de profetie van
אֲחִיָּ֣ה
(achiya)
Achia
הַשִּֽׁילוֹנִ֗י
(hashiloni)
uit Silo
וּבַחֲזוֹת֙
(uvachazot)
en in de visioenen van
יֶעְדּ֣וֹ
(yedo)
Iddo
הַחֹזֶ֔ה
(hachoze)
de ziener
עַל
(al)
over
יָרָבְעָ֖ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
de zoon van
נְבָֽט
(nevat)
Nebat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Silo: Silo lag in het bergland van Efraïm, ongeveer 30 km ten noorden van Jeruzalem.
Uitleg
דִּבְרֵי (divrei), ‘geschiedenis van’: letterlijk ‘woorden van’, ook ‘zaken’ en ‘daden’.
Wij houden ‘geschiedenis’, zoals in 1 Kron. 29:29.
De drie werken die hier genoemd worden, kennen wij niet als losse boeken.
Vergelijk 1 Kon. 11:41, waar het ‘boek van de verhalen van Salomo’ wordt genoemd.
הָרִאשֹׁנִים וְהָאַחֲרֹנִים (harishonim vehaacharonim), ‘de eerste en de laatste’: van het begin tot het einde.
הַחֹזֶה (hachozeh), ‘de ziener’. Achia uit Silo is de profeet van 1 Kon. 11:29–39. Wat Achia zei, staat in 1 Kon. 11:31–39.
Lezing
Bij Iddo staat een ketiv (יעדי, ‘Jedi’) en een qere (יֶעְדּוֹ, ‘Jedo’).
Wij nemen de qere en schrijven de naam als Iddo.
Een profeet Iddo wordt ook genoemd in 2 Kron. 12:15 en 13:22.