Elohim Bijbel

2 Kronieken 3

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

Salomo bouwt het huis van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het begin van de bouw

1Salomo begon het huis van Yahweh te bouwen in Jeruzalem, op de berg Moria. Daar was Yahweh aan zijn vader David verschenen. David had de plaats klaargemaakt, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.
וַיָּ֣חֶל
(vayachel)
en begon
שְׁלֹמֹ֗ה
(shelomo)
Salomo
לִבְנ֤וֹת
(livnot)
om te bouwen
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּית
(beit)
het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם
(birushalaim)
in Jeruzalem
בְּהַר֙
(behar)
op de berg
הַמּ֣וֹרִיָּ֔ה
(hamoriya)
Moria
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
נִרְאָ֖ה
(nira)
Hij verscheen
לְדָוִ֣יד
(ledavid)
aan David
אָבִ֑יהוּ
(avihu)
zijn vader
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
הֵכִין֙
(hekhin)
maakte klaar
בִּמְק֣וֹם
(bimqom)
op de plaats van
דָּוִ֔יד
(david)
David
בְּגֹ֖רֶן
(begoren)
op de dorsvloer van
אָרְנָ֥ן
(arenan)
Ornan
הַיְבוּסִֽי
(hayvusi)
de Jebusiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De berg Moria (הַמּוֹרִיָּה, hammoriyyah) is de tempelberg in Jeruzalem (Israël).

Het is dezelfde naam als ‘het land Moria’ in Gen. 22:2.

Waarschijnlijk gaat het om dezelfde berg.

Zie Dorsvloer van Ornan (Araunna): De dorsvloer van Ornan (in 2 Samuël 24 Araunna) lag op de berg Moria, waar later de tempel van Jeruzalem stond.

Uitleg

Het huis van Yahweh is de tempel.

Dit hoofdstuk loopt parallel met 1 Kon. 6–7, maar is korter.

אָרְנָן (Ornan), ‘Ornan’: de eigenaar van de dorsvloer. In 2 Sam. 24:16–24 heet hij Araunna. Zie ook 1 Kron. 21:15–28.

De verschijning aan David: zie 1 Kron. 21:16 (de engel van Yahweh) en 21:26 (vuur uit de hemel).

Lezing

Bij נִרְאָה (nir’ah), ‘verscheen’, staat geen onderwerp.

Het kan ‘Yahweh’ zijn of ‘de plaats’.

Wij nemen ‘Yahweh’.

Het is onzeker.

De woorden אֲשֶׁר הֵכִין (asher hekhin), ‘die hij had klaargemaakt’, hebben David als onderwerp.

2Hij begon te bouwen in de tweede maand, op de tweede dag, in het vierde jaar van zijn koningschap.
וַ֠יָּחֶל
(vayachel)
en hij begon
לִבְנ֞וֹת
(livnot)
om te bouwen
בַּחֹ֤דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשֵּׁנִי֙
(hasheni)
tweede
בַּשֵּׁנִ֔י
(basheni)
op de tweede
בִּשְׁנַ֥ת
(bishnat)
in het jaar
אַרְבַּ֖ע
(arba)
vier
לְמַלְכוּתֽוֹ
(lemalkhuto)
van zijn koningschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘op de tweede’.

Wij vullen ‘dag’ aan.

In 1 Kon. 6:1 staat de maand Zif, de tweede maand, en hetzelfde vierde jaar.

Zie ook1 Kon 6:1

De maten van het huis

3Dit waren de grondslagen die Salomo legde voor de bouw van het huis van Elohim. De lengte was 60 el, volgens de eerste maat. De breedte was 20 el.
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit
הוּסַ֣ד
(husad)
werd gegrondvest
שְׁלֹמֹ֔ה
(shelomo)
Salomo
לִבְנ֖וֹת
(livnot)
om te bouwen
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
הָאֹ֡רֶךְ
(haorekh)
de lengte
אַמּ֞וֹת
(amot)
el
בַּמִּדָּ֤ה
(bamida)
volgens de maat
הָרִֽאשׁוֹנָה֙
(harishona)
eerste
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
שִׁשִּׁ֔ים
(shishim)
zestig
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
אַמּ֥וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִֽים
(esrim)
twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een el is ongeveer 45 cm. 60 el is dus ongeveer 27 meter, 20 el ongeveer 9 meter.

Zie 1 Kon. 6:2: 60 el lang, 20 el breed en 30 el hoog.

בַּמִּדָּה הָרִאשׁוֹנָה (bammiddah harishonah), ‘volgens de eerste maat’: waarschijnlijk de oudere el. Welke el bedoeld is, weten wij niet zeker.

Lezing

הוּסַד (hussad), ‘werd gegrondvest’, is een lijdende vorm: ‘dit werd door Salomo gegrondvest’.

Wij lezen: ‘dit waren de grondslagen die Salomo legde’, dus de afmetingen waarop hij bouwde.

4De voorhal voor het huis was 20 el lang, over de breedte van het huis. De hoogte was 120 el. Hij bekleedde de voorhal van binnen met zuiver goud.
וְהָאוּלָ֡ם
(vehaulam)
en de voorhal
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
עַל
(al)
aan
פְּנֵ֨י
(penei)
de voorkant van
הָאֹ֜רֶךְ
(haorekh)
de lengte
עַל
(al)
over
פְּנֵ֤י
(penei)
de voorkant van
רֹֽחַב
(rochav)
breedte van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִ֔ים
(esrim)
twintig
וְהַגֹּ֖בַהּ
(vehagovah)
en de hoogte
מֵאָ֣ה
(mea)
honderd
וְעֶשְׂרִ֑ים
(veesrim)
en twintig
וַיְצַפֵּ֥הוּ
(vaytsapehu)
en hij bekleedde hem
מִפְּנִ֖ימָה
(mipenima)
van binnen
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָהֽוֹר
(tahor)
zuiver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: de ruimte voor de ingang van het huis.

Wij vertalen ulam steeds zo, zoals in 1 Kon. 6:3.

Daar is de voorhal 10 el diep.

Hier staat alleen de lengte (20 el, over de breedte van het huis).

Het Hebreeuws zegt ‘honderd en twintig’ zonder het woord ‘el’. Wij vullen ‘el’ aan. 120 el is ongeveer 54 meter.

Lezing

Het getal 120 is moeilijk, want het is veel hoger dan het huis zelf (1 Kon. 6:2: 30 el).

Sommige oude vertalingen lezen een ander getal.

Wij volgen de Masoretische tekst.

De hoofdzaal en het hoogheilige

5Het grote huis bedekte hij met cypressenhout. Hij bedekte het met goed goud en bracht erop palmen en kettingen aan.
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
הַבַּ֣יִת
(habayit)
het huis
הַגָּד֗וֹל
(hagadol)
het grote
חִפָּה֙
(chipa)
bedekte hij
עֵ֣ץ
(ets)
hout van
בְּרוֹשִׁ֔ים
(beroshim)
cypressen
וַיְחַפֵּ֖הוּ
(vaychapehu)
en hij bedekte het
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
ט֑וֹב
(tov)
goed
וַיַּ֧עַל
(vayaal)
en hij bracht omhoog
עָלָ֛יו
(alav)
erop
תִּמֹרִ֖ים
(timorim)
palmen
וְשַׁרְשְׁרֽוֹת
(vesharsherot)
en kettingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַבַּיִת הַגָּדוֹל (habbayit haggadol), ‘het grote huis’: de hoofdzaal, het grote vertrek vóór het hoogheilige (zie 3:8).

In 1 Kon. 6:15–18 is die bekleed met ceder en de vloer met cypres; hier staat cypressenhout.

Wij vertalen letterlijk.

חָפָה (chafah), ‘bedekken’, en צָפָה (tsafah), ‘bekleden’: wij houden de twee werkwoorden uit elkaar, zoals de tekst.

תִּמֹרִים (timorim), ‘palmen’: gesneden palmen, zoals in 1 Kon. 6:29. שַׁרְשְׁרוֹת (sharsherot), ‘kettingen’: versiering in de vorm van kettingen.

6Hij bekleedde het huis met kostbare steen, tot sieraad. Het goud was goud van Parvajim.
וַיְצַ֧ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
אֶ֥בֶן
(even)
steen
יְקָרָ֖ה
(yeqara)
kostbare
לְתִפְאָ֑רֶת
(letifaret)
tot sieraad
וְהַזָּהָ֖ב
(vehazahav)
en het goud
זְהַ֥ב
(zehav)
goud van
פַּרְוָֽיִם
(parvayim)
Parvajim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Parvajim (פַּרְוָיִם) komt alleen hier voor.

De ligging is onbekend.

Waarschijnlijk kwam het goud daarvandaan.

Wij laten de naam staan.

7Hij bedekte het huis met goud: de balken, de drempels, de muren en de deuren van het huis. Op de muren sneed hij cherubs.
וַיְחַ֨ף
(vaychaf)
en hij bedekte
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֜יִת
(habayit)
het huis
הַקֹּר֧וֹת
(haqorot)
de balken
הַסִּפִּ֛ים
(hasipim)
de drempels
וְקִֽירוֹתָ֥יו
(veqirotav)
en zijn muren
וְדַלְתוֹתָ֖יו
(vedaltotav)
en zijn deuren
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וּפִתַּ֥ח
(ufitach)
en hij sneed
כְּרוּבִ֖ים
(keruvim)
cherubs
עַל
(al)
op
הַקִּירֽוֹת
(haqirot)
de muren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קוֹרוֹת (qorot), ‘balken’, en סִפִּים (sippim), ‘drempels’: de dragende balken en de drempels van de deuren.

De betekenis van sippim is niet zeker; het kan ook ‘dorpels’ betekenen.

Het snijden van cherubs op de muren: zie 1 Kon. 6:29.

8Hij maakte het huis van het hoogheilige. De lengte was 20 el, over de breedte van het huis, en de breedte was 20 el. Hij bedekte het met goed goud, 600 talent.
וַיַּ֨עַשׂ֙
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּֽית
(beit)
het huis van
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
het heilige
הַקֳּדָשִׁ֔ים
(haqodashim)
van de heiligen
אָרְכּ֞וֹ
(arko)
zijn lengte
עַל
(al)
over
פְּנֵ֤י
(penei)
de voorkant van
רֹֽחַב
(rochav)
breedte van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִ֔ים
(esrim)
twintig
וְרָחְבּ֖וֹ
(verachbo)
en zijn breedte
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִ֑ים
(esrim)
twintig
וַיְחַפֵּ֨הוּ֙
(vaychapehu)
en hij bedekte het
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
ט֔וֹב
(tov)
goed
לְכִכָּרִ֖ים
(lekhikarim)
voor talenten
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּית קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (beit qodesh haqodashim), ‘het huis van het hoogheilige’: het binnenste vertrek, in 1 Kon. 6:16–20 devir genoemd.

Het is 20 el (ongeveer 9 meter) lang en 20 el breed.

כִּכָּר (kikkar), ‘talent’: ongeveer 34 kilogram. 600 talent goud is dus ongeveer 20.400 kilogram.

9Het gewicht van de spijkers was 50 sikkel goud. Ook de bovenkamers bedekte hij met goud.
וּמִשְׁקָ֛ל
(umishqal)
en het gewicht
לְמִסְמְר֥וֹת
(lemismerot)
voor spijkers
לִשְׁקָלִ֖ים
(lishqalim)
voor sikkels
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְהָעֲלִיּ֖וֹת
(vehaaliyot)
en de bovenkamers
חִפָּ֥ה
(chipa)
bedekte hij
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁקֶל (sheqel), ‘sikkel’: ongeveer 11,4 gram. 50 sikkel is dus ongeveer 570 gram.

עֲלִיּוֹת (aliyyot), ‘bovenkamers’: kamers boven aan het huis. Vergelijk 1 Kron. 28:11.

De twee cherubs

10In het hoogheilige maakte hij twee cherubs, een beeldhouwwerk. Men bekleedde ze met goud.
וַיַּ֜עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
בְּבֵֽית
(beveit)
in het huis van
קֹ֤דֶשׁ
(qodesh)
het heilige
הַקֳּדָשִׁים֙
(haqodashim)
van de heiligen
כְּרוּבִ֣ים
(keruvim)
cherubs
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
werk van
צַעֲצֻעִ֑ים
(tsaatsuim)
beeldhouwwerk
וַיְצַפּ֥וּ
(vaytsapu)
en men bekleedde
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַעֲשֵׂה צַעֲצֻעִים (ma’aseh tsa’atsu’im), ‘beeldhouwwerk’: het woord צַעֲצֻעִים komt alleen hier voor.

De betekenis is onzeker.

De cherubs worden in 1 Kon. 6:23–28 uitgebreider beschreven: van olijfhout en 10 el hoog. Hier staat dat niet.

Het werkwoord וַיְצַפּוּ (wayetsappu) staat in het meervoud: ‘en zij bekleedden’. Wij vertalen ‘men bekleedde’.

11De vleugels van de cherubs waren samen 20 el lang. De ene vleugel was 5 el en raakte de muur van het huis. De andere vleugel was 5 el en raakte de vleugel van de andere cherub.
וְכַנְפֵי֙
(vekhanfei)
en de vleugels van
הַכְּרוּבִ֔ים
(hakeruvim)
de cherubs
אָרְכָּ֖ם
(arkam)
hun lengte
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִ֑ים
(esrim)
twintig
כְּנַ֨ף
(kenaf)
vleugel
הָאֶחָ֜ד
(haechad)
de ene
לְאַמּ֣וֹת
(leamot)
van el
חָמֵ֗שׁ
(chamesh)
vijf
מַגַּ֨עַת֙
(magaat)
rakend
לְקִ֣יר
(leqir)
aan de muur van
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
וְהַכָּנָ֤ף
(vehakanaf)
en de vleugel
הָאַחֶ֨רֶת֙
(haacheret)
de andere
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
חָמֵ֔שׁ
(chamesh)
vijf
מַגִּ֕יעַ
(magia)
rakend
לִכְנַ֖ף
(likhnaf)
aan de vleugel van
הַכְּר֥וּב
(hakeruv)
de cherub
הָאַחֵֽר
(haacher)
de andere
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elke cherub heeft twee vleugels van 5 el, samen 10 el.

Samen zijn het dus 4 vleugels, in totaal 20 el (ongeveer 9 meter).

Vergelijk 1 Kon. 6:24–27.

12De vleugel van de ene cherub was 5 el en raakte de muur van het huis. De andere vleugel was 5 el en sloot aan op de vleugel van de andere cherub.
וּכְנַ֨ף
(ukhenaf)
en vleugel van
הַכְּר֤וּב
(hakeruv)
de cherub
הָאֶחָד֙
(haechad)
de ene
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
חָמֵ֔שׁ
(chamesh)
vijf
מַגִּ֖יעַ
(magia)
rakend
לְקִ֣יר
(leqir)
aan de muur van
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
וְהַכָּנָ֤ף
(vehakanaf)
en de vleugel
הָאַחֶ֨רֶת֙
(haacheret)
de andere
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
חָמֵ֔שׁ
(chamesh)
vijf
דְּבֵקָ֕ה
(deveqa)
aansluitend
לִכְנַ֖ף
(likhnaf)
aan de vleugel van
הַכְּר֥וּב
(hakeruv)
de cherub
הָאַחֵֽר
(haacher)
de andere
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13De vleugels van deze cherubs waren 20 el uitgespreid. Zij stonden op hun voeten, met hun gezicht naar het huis.
כַּנְפֵי֙
(kanfei)
vleugels van
הַכְּרוּבִ֣ים
(hakeruvim)
de cherubs
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
פֹּֽרְשִׂ֖ים
(poresim)
uitgespreid
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
עֶשְׂרִ֑ים
(esrim)
twintig
וְהֵ֛ם
(vehem)
en zij
עֹמְדִ֥ים
(omedim)
staand
עַל
(al)
op
רַגְלֵיהֶ֖ם
(ragleihem)
hun voeten
וּפְנֵיהֶ֥ם
(ufeneihem)
en hun gezichten
לַבָּֽיִת
(labayit)
naar het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zij stonden op hun voeten, met hun gezicht naar het huis. 1 Kon. 6 vermeldt dit niet.

‘Naar het huis’ betekent waarschijnlijk: naar de hoofdzaal.

Het is niet zeker.

Zie ookEx 25:20

De voorhang en de twee pilaren

14Hij maakte de voorhang van blauwpurper, roodpurper, karmozijn en fijn linnen. Daarop bracht hij cherubs aan.
וַיַּ֨עַשׂ֙
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
הַפָּרֹ֔כֶת
(haparokhet)
de voorhang
תְּכֵ֥לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֖ן
(veargaman)
en roodpurper
וְכַרְמִ֣יל
(vekharmil)
en karmozijn
וּב֑וּץ
(uvuts)
en fijn linnen
וַיַּ֥עַל
(vayaal)
en hij bracht omhoog
עָלָ֖יו
(alav)
erop
כְּרוּבִֽים
(keruvim)
cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּרֹכֶת (parokhet), ‘voorhang’: de voorhang die het hoogheilige afscheidt.

Zie Exod. 26:31–33.

In 1 Kon. 6 wordt een voorhang niet genoemd.

כַּרְמִיל (karmil), ‘karmozijn’, en בּוּץ (buts), ‘fijn linnen’: zoals in 2:6 en 2:13.

15Voor het huis maakte hij twee pilaren, 35 el lang. Het kapiteel op de kop van de pilaar was 5 el.
וַיַּ֜עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
עַמּוּדִ֣ים
(amudim)
pilaren
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
אַמּ֕וֹת
(amot)
el
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וְחָמֵ֖שׁ
(vechamesh)
en vijf
אֹ֑רֶךְ
(orekh)
lengte
וְהַצֶּ֥פֶת
(vehatsefet)
en het kapiteel
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עַל
(al)
op
רֹאשׁ֖וֹ
(rosho)
zijn kop
אַמּ֥וֹת
(amot)
el
חָמֵֽשׁ
(chamesh)
vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat dat de pilaren 35 el lang zijn.

In 1 Kon. 7:15 is elke pilaar 18 el hoog.

Het is onzeker hoe deze getallen samenhangen: 35 kan het totaal van beide pilaren zijn.

Wij vertalen letterlijk. 35 el is ongeveer 15,75 meter, 5 el ongeveer 2,25 meter.

צֹפֶת (tsofet), ‘kapiteel’: het sierstuk boven op de pilaar. Het woord komt alleen hier voor; in 1 Kon. 7:16 staat כֹּתֶרֶת (koteret). Het kapiteel is in beide boeken 5 el.

16Hij maakte kettingen in het binnenste vertrek en zette ze op de kop van de pilaren. Hij maakte 100 granaatappels en hing ze aan de kettingen.
וַיַּ֤עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
שַׁרְשְׁרוֹת֙
(sharsherot)
kettingen
בַּדְּבִ֔יר
(badevir)
in het binnenste vertrek
וַיִּתֵּ֖ן
(vayiten)
en hij zette
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de kop van
הָעַמֻּדִ֑ים
(haamudim)
de pilaren
וַיַּ֤עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
רִמּוֹנִים֙
(rimonim)
granaatappels
מֵאָ֔ה
(mea)
honderd
וַיִּתֵּ֖ן
(vayiten)
en hij zette
בַּֽשַּׁרְשְׁרֽוֹת
(basharsherot)
aan de kettingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁרְשְׁרוֹת (sharsherot), ‘kettingen’: zie vers 5.

In 1 Kon. 7:17 zijn het netten en slingers.

רִמּוֹנִים (rimmonim), ‘granaatappels’: in 1 Kon. 7:20 zijn het er 200 per kapiteel, in 2 Kron. 4:13 vierhonderd in totaal.

Lezing

In het binnenste vertrek (בַּדְּבִיר, baddevir) past slecht bij de pilaren, want die stonden buiten voor het huis.

De tekst is moeilijk.

Wij vertalen letterlijk.

Het is onzeker.

17Hij richtte de pilaren op voor de hoofdzaal, één rechts en één links. De rechter noemde hij Jachin en de linker Boaz.
וַיָּ֤קֶם
(vayaqem)
en hij richtte op
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽעַמּוּדִים֙
(haamudim)
de pilaren
עַל
(al)
op
פְּנֵ֣י
(penei)
de voorkant van
הַהֵיכָ֔ל
(haheikhal)
de hoofdzaal
אֶחָ֥ד
(echad)
één
מִיָּמִ֖ין
(miyamin)
rechts
וְאֶחָ֣ד
(veechad)
en één
מֵֽהַשְּׂמֹ֑אול
(mehasemovl)
links
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en hij noemde
שֵׁם
(shem)
naam van
הַיְמָנִי֙
(haymani)
de rechter
יָכִ֔ין
(yakhin)
Jachin
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en naam van
הַשְּׂמָאלִ֖י
(hasemali)
de linker
בֹּֽעַז
(boaz)
Boaz
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָכִין (Yakhin), ‘Jachin’: mogelijk ‘Hij maakt vast’.

בֹּעַז (Boaz): mogelijk ‘in Hem is kracht’.

De betekenis is niet zeker.

Zie 1 Kon. 7:21.

הֵיכָל (hekal), ‘hoofdzaal’: zoals in 1 Kon. 6:3.

Lezing

Hier staat een ketiv-qere.

De geschreven tekst (ketiv) heeft הימיני (haymini).

De voorgelezen tekst (qere) heeft הַיְמָנִי (hayemani), ‘de rechter’.

Wij volgen de qere.