Elohim Bijbel

2 Kronieken 10

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

Het rijk splitst zich

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Rechabeam in Sichem

1Rechabeam ging naar Sichem, want heel Israël was naar Sichem gekomen om hem koning te maken.
וַיֵּ֥לֶךְ
(vayelekh)
en ging
רְחַבְעָ֖ם
(rechavam)
Rechabeam
שְׁכֶ֑מָה
(shekhema)
naar Sichem
כִּ֥י
(ki)
want
שְׁכֶ֛ם
(shekhem)
Sichem
בָּ֥אוּ
(bau)
waren gekomen
כָל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לְהַמְלִ֥יךְ
(lehamlikh)
om koning te maken
אֹתֽוֹ
(oto)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sichem lag bij het huidige Tell Balata, bij Nabloes, op de Westelijke Jordaanoever.

Het ligt in het bergland van Efraïm, ongeveer 50 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Dit hoofdstuk loopt parallel met 1 Kon. 12:1–19.

2Toen Jerobeam, de zoon van Nebat, het hoorde, was hij in Egypte. Daarheen was hij gevlucht voor koning Salomo. Jerobeam keerde terug uit Egypte.
וַיְהִ֞י
(vayhi)
en het gebeurde
כִּשְׁמֹ֨עַ
(kishmoa)
toen hoorde
יָרָבְעָ֤ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
de zoon van
נְבָט֙
(nevat)
Nebat
וְה֣וּא
(vehu)
en hij
בְמִצְרַ֔יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waarheen
בָּרַ֔ח
(barach)
hij was gevlucht
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
voor het aangezicht van
שְׁלֹמֹ֣ה
(shelomo)
Salomo
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַיָּ֥שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
יָרָבְעָ֖ם
(yaraveam)
Jerobeam
מִמִּצְרָֽיִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Lezing

וַיָּשָׁב (vayyashav), ‘en hij keerde terug’: zo staat het met de klinkers van de Masoretische tekst.

In 1 Kon. 12:2 hebben dezelfde medeklinkers de klinkers van ‘en hij woonde’ (vayyeshev).

Wij volgen in beide boeken de klinkers van de Masoretische tekst.

3Zij stuurden boden en riepen hem. Jerobeam kwam, met heel Israël. Zij spraken tot Rechabeam:
וַֽיִּשְׁלְחוּ֙
(vayishlechu)
en zij stuurden
וַיִּקְרְאוּ
(vayiqreu)
en zij riepen
ל֔וֹ
(lo)
hem
וַיָּבֹ֥א
(vayavo)
en kwam
יָרָבְעָ֖ם
(yaraveam)
Jerobeam
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַֽיְדַבְּר֔וּ
(vaydaberu)
en zij spraken
אֶל
(el)
tot
רְחַבְעָ֖ם
(rechavam)
Rechabeam
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘zij stuurden en zij riepen hem’.

Het woord ‘boden’ voegen wij toe om de zin te laten lopen.

Zie ook1 Kon 12:3
4„Je vader heeft ons juk hard gemaakt. Maak jij nu de harde dienst van je vader lichter, en zijn zware juk dat hij op ons gelegd heeft. Dan zullen wij je dienen.”
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
הִקְשָׁ֣ה
(hiqsha)
heeft hard gemaakt
אֶת
(et)
(obj.)
עֻלֵּ֑נוּ
(ulenu)
ons juk
וְעַתָּ֡ה
(veata)
en nu
הָקֵל֩
(haqel)
maak lichter
מֵעֲבֹדַ֨ת
(meavodat)
van de dienst van
אָבִ֜יךָ
(avikha)
je vader
הַקָּשָׁ֗ה
(haqasha)
de harde
וּמֵעֻלּ֧וֹ
(umeulo)
en van zijn juk
הַכָּבֵ֛ד
(hakaved)
het zware
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָתַ֥ן
(natan)
hij legde
עָלֵ֖ינוּ
(aleinu)
op ons
וְנַֽעַבְדֶֽךָּ
(venaavdeka)
en wij zullen je dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹל (ol), ‘juk’: het houten juk op de nek van een rund.

Hier is het een beeld voor zware dienst en zware belasting.

Het ‘harde’ werk van Salomo is de dwangarbeid van 1 Kon. 5:27–28 en 9:15–22.

5Hij zei tegen hen: „Nog drie dagen. Kom daarna terug bij mij.” Het volk ging weg.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֲלֵהֶ֗ם
(alehem)
tot hen
ע֛וֹד
(od)
nog
שְׁלֹ֥שֶׁת
(sheloshet)
drie
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
וְשׁ֣וּבוּ
(veshuvu)
en keer terug
אֵלָ֑י
(elay)
naar mij
וַיֵּ֖לֶךְ
(vayelekh)
en ging
הָעָֽם
(haam)
het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het advies van de oudsten en de jonge mannen

6Koning Rechabeam overlegde met de oudsten die voor zijn vader Salomo hadden gestaan toen die nog leefde. Hij zei: „Hoe raden jullie aan om dit volk te antwoorden?”
וַיִּוָּעַ֞ץ
(vayivaats)
en overlegde
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
רְחַבְעָ֗ם
(rechavam)
Rechabeam
אֶת
(et)
met
הַזְּקֵנִים֙
(hazeqenim)
de oudsten
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָי֣וּ
(hayu)
waren
עֹֽמְדִ֗ים
(omedim)
staande
לִפְנֵי֙
(lifnei)
voor het aangezicht van
שְׁלֹמֹ֣ה
(shelomo)
Salomo
אָבִ֔יו
(aviv)
zijn vader
בִּֽהְיֹת֥וֹ
(bihyoto)
toen hij was
חַ֖י
(chay)
levend
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
אֵ֚יךְ
(eikh)
hoe
אַתֶּ֣ם
(atem)
jullie
נֽוֹעָצִ֔ים
(noatsim)
raden aan
לְהָשִׁ֥יב
(lehashiv)
om terug te brengen
לָֽעָם
(laam)
aan het volk
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
דָּבָֽר
(davar)
woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Zij zeiden tegen hem: „Als je goed bent voor dit volk, hen tevreden stelt en goede woorden tegen hen spreekt, dan zullen zij alle dagen jouw dienaren zijn.”
וַיְדַבְּר֨וּ
(vaydaberu)
en zij spraken
אֵלָ֜יו
(elav)
tot hem
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
אִם
(im)
als
תִּֽהְיֶ֨ה
(tihye)
je zult zijn
לְט֜וֹב
(letov)
tot goed
לְהָעָ֤ם
(lehaam)
voor het volk
הַזֶּה֙
(haze)
dit
וּרְצִיתָ֔ם
(uretsitam)
en je hen tevreden stelt
וְדִבַּרְתָּ֥
(vedibarta)
en je spreekt
אֲלֵהֶ֖ם
(alehem)
tot hen
דְּבָרִ֣ים
(devarim)
woorden
טוֹבִ֑ים
(tovim)
goede
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
לְךָ֛
(lekha)
voor jou
עֲבָדִ֖ים
(avadim)
dienaren
כָּל
(kal)
alle
הַיָּמִֽים
(hayamim)
de dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּרְצִיתָם (uretsitam), ‘en je hen tevreden stelt’: van רָצָה (ratsah), ‘behagen, gunstig zijn’.

Dit woord staat niet in 1 Kon. 12:7.

8Maar hij verliet het advies van de oudsten dat zij hem gegeven hadden. Hij overlegde met de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en voor hem stonden.
וַֽיַּעֲזֹ֛ב
(vayaazov)
en hij verliet
אֶת
(et)
(obj.)
עֲצַ֥ת
(atsat)
het advies van
הַזְּקֵנִ֖ים
(hazeqenim)
de oudsten
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
יְעָצֻ֑הוּ
(yeatsuhu)
zij hem hadden geadviseerd
וַיִּוָּעַ֗ץ
(vayivaats)
en overlegde
אֶת
(et)
met
הַיְלָדִים֙
(hayladim)
de jonge mannen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
גָּדְל֣וּ
(gadelu)
waren opgegroeid
אִתּ֔וֹ
(ito)
met hem
הָעֹמְדִ֖ים
(haomedim)
de staanden
לְפָנָֽיו
(lefanav)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַיְלָדִים (hayeladim), ‘de jonge mannen’: een ander woord dan נַעַר (na’ar), ‘jongen’.

Het zijn mannen van Rechabeams eigen leeftijd (zie 1 Kon. 12:8).

9Hij zei tegen hen: „Wat raden jullie aan? Wat antwoorden wij aan dit volk dat tegen mij heeft gezegd: ‘Maak het juk lichter dat je vader op ons heeft gelegd’?”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֲלֵהֶ֗ם
(alehem)
tot hen
מָ֚ה
(ma)
wat
אַתֶּ֣ם
(atem)
jullie
נֽוֹעָצִ֔ים
(noatsim)
raden aan
וְנָשִׁ֥יב
(venashiv)
en wij zullen antwoorden
דָּבָ֖ר
(davar)
woord
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
הַזֶּ֑ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
דִּבְּר֤וּ
(diberu)
zij spraken
אֵלַי֙
(elay)
tot mij
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
הָקֵל֙
(haqel)
maak lichter
מִן
(min)
van
הָעֹ֔ל
(haol)
het juk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָתַ֥ן
(natan)
gaf
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
עָלֵֽינוּ
(aleinu)
op ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10De jonge mannen die met hem waren opgegroeid, spraken met hem: „Zo moet je zeggen tegen het volk dat tot je sprak: ‘Je vader maakte ons juk zwaar. Maar maak jij het lichter voor ons.’ Zo moet je tegen hen zeggen: ‘Mijn kleinste is dikker dan de heupen van mijn vader.
וַיְדַבְּר֣וּ
(vaydaberu)
en zij spraken
אִתּ֗וֹ
(ito)
met hem
הַיְלָדִים֙
(hayladim)
de jonge mannen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
גָּדְל֣וּ
(gadelu)
waren opgegroeid
אִתּוֹ֮
(ito)
met hem
לֵאמֹר֒
(lemor)
zeggende
כֹּֽה
(ko)
zo
תֹאמַ֡ר
(tomar)
zult zeggen
לָעָם֩
(laam)
tot het volk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
דִּבְּר֨וּ
(diberu)
zij spraken
אֵלֶ֜יךָ
(eleikha)
tot jou
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
אָבִ֨יךָ֙
(avikha)
je vader
הִכְבִּ֣יד
(hikhbid)
maakte zwaar
אֶת
(et)
(obj.)
עֻלֵּ֔נוּ
(ulenu)
ons juk
וְאַתָּ֖ה
(veata)
en jij
הָקֵ֣ל
(haqel)
maak lichter
מֵעָלֵ֑ינוּ
(mealeinu)
van ons
כֹּ֚ה
(ko)
zo
תֹּאמַ֣ר
(tomar)
zult zeggen
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
קָֽטָנִּ֥י
(qatani)
mijn kleinste
עָבָ֖ה
(ava)
is dikker
מִמָּתְנֵ֥י
(mimatenei)
dan de heupen van
אָבִֽי
(avi)
mijn vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָטֹנִּי (qotonni), ‘mijn kleinste’: de tekst zegt niet wat het kleinste is.

Wij vertalen letterlijk.

מָתְנַיִם (motnayim), ‘heupen’ of ‘lendenen’: de plaats van kracht en vruchtbaarheid.

11Nu dan: mijn vader heeft jullie een zwaar juk opgelegd. Ik zal jullie juk nog zwaarder maken. Mijn vader tuchtigde jullie met zwepen, maar ik met schorpioenen.’”
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
אָבִי֙
(avi)
mijn vader
הֶעְמִ֤יס
(hemis)
legde op
עֲלֵיכֶם֙
(aleikhem)
op jullie
עֹ֣ל
(ol)
juk
כָּבֵ֔ד
(kaved)
zwaar
וַאֲנִ֖י
(vaani)
en ik
אֹסִ֣יף
(osif)
zal toevoegen
עַֽל
(al)
aan
עֻלְּכֶ֑ם
(ulekhem)
jullie juk
אָבִ֗י
(avi)
mijn vader
יִסַּ֤ר
(yisar)
tuchtigde
אֶתְכֶם֙
(etkhem)
jullie
בַּשּׁוֹטִ֔ים
(bashotim)
met zwepen
וַאֲנִ֖י
(vaani)
en ik
בָּֽעֲקְרַבִּֽים
(baaqrabim)
met schorpioenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַקְרַבִּים (aqrabbim), ‘schorpioenen’: een zweep met scherpe punten, waarmee de slagen veel pijnlijker waren dan met gewone zwepen.

De tekst kan ook zijn bedoeld als beeld voor een nog strengere tucht.

Rechabeam antwoordt hard

12Op de derde dag kwamen Jerobeam en heel het volk bij Rechabeam, zoals de koning had gezegd: „Kom op de derde dag terug bij mij.”
וַיָּבֹ֨א
(vayavo)
en kwam
יָרָבְעָ֧ם
(yaraveam)
Jerobeam
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעָ֛ם
(haam)
het volk
אֶל
(el)
naar
רְחַבְעָ֖ם
(rechavam)
Rechabeam
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִשִׁ֑י
(hashelishi)
de derde
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֤ר
(diber)
sprak
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
שׁ֥וּבוּ
(shuvu)
keer terug
אֵלַ֖י
(elay)
naar mij
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִשִֽׁי
(hashelishi)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13De koning antwoordde hen hard. Koning Rechabeam verliet het advies van de oudsten.
וַיַּעֲנֵ֥ם
(vayaanem)
en antwoordde hen
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
קָשָׁ֑ה
(qasha)
hard
וַֽיַּעֲזֹב֙
(vayaazov)
en verliet
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
רְחַבְעָ֔ם
(rechavam)
Rechabeam
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
עֲצַ֥ת
(atsat)
het advies van
הַזְּקֵנִֽים
(hazeqenim)
de oudsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij sprak tot hen naar het advies van de jonge mannen: „Ik zal jullie juk zwaar maken, en ik zal er nog meer aan toevoegen. Mijn vader tuchtigde jullie met zwepen, maar ik met schorpioenen.”
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֲלֵהֶ֗ם
(alehem)
tot hen
כַּעֲצַ֤ת
(kaatsat)
naar het advies van
הַיְלָדִים֙
(hayladim)
de jonge mannen
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
אַכְבִּיד֙
(akhbid)
ik zal zwaar maken
אֶֽת
(et)
(obj.)
עֻלְּכֶ֔ם
(ulekhem)
jullie juk
וַאֲנִ֖י
(vaani)
en ik
אֹסִ֣יף
(osif)
zal toevoegen
עָלָ֑יו
(alav)
eraan
אָבִ֗י
(avi)
mijn vader
יִסַּ֤ר
(yisar)
tuchtigde
אֶתְכֶם֙
(etkhem)
jullie
בַּשּׁוֹטִ֔ים
(bashotim)
met zwepen
וַאֲנִ֖י
(vaani)
en ik
בָּעֲקְרַבִּֽים
(baaqrabim)
met schorpioenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat: ‘Ik zal jullie juk zwaar maken, en ik zal er nog aan toevoegen.’

In 1 Kon. 12:14 staat: ‘Mijn vader heeft jullie juk zwaar gemaakt.

Ik zal jullie juk nog zwaarder maken.’

15De koning luisterde niet naar het volk. Want de wending kwam van Elohim. Zo zou Yahweh Zijn woord bevestigen dat Hij door Achia uit Silo had gesproken tot Jerobeam, de zoon van Nebat.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
שָׁמַ֥ע
(shama)
luisterde
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֶל
(el)
naar
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
כִּֽי
(ki)
want
הָיְתָ֤ה
(hayeta)
was
נְסִבָּה֙
(nesiba)
een wending
מֵעִ֣ם
(meim)
van bij
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
לְמַעַן֩
(lemaan)
opdat
הָקִ֨ים
(haqim)
bevestigde
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָר֗וֹ
(devaro)
Zijn woord
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
דִּבֶּר֙
(diber)
Hij sprak
בְּיַד֙
(beyad)
door de hand van
אֲחִיָּ֣הוּ
(achiyahu)
Achia
הַשִּֽׁלוֹנִ֔י
(hashiloni)
uit Silo
אֶל
(el)
tot
יָרָבְעָ֖ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
de zoon van
נְבָֽט
(nevat)
Nebat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Silo (שִׁלוֹ) lag bij het huidige Khirbet Seilun, ongeveer 30 km ten noorden van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever.

Uitleg

סִבָּה (sibbah), ‘wending’: een gebeurtenis die door Elohim wordt gestuurd.

Het woord komt alleen hier voor (en in 1 Kon. 12:15, waar de wending ‘van Yahweh’ komt).

Hier staat ‘van Elohim’.

אֲחִיָּהוּ (Achiyahu), ‘Achia’: een langere vorm van de naam in 9:29. Het woord dat Yahweh door Achia sprak, staat in 1 Kon. 11:29–39.

Israël breekt met het huis van David

16Omdat de koning niet naar hen luisterde, antwoordde het volk, heel Israël, de koning: „Welk deel hebben wij aan David? Geen erfdeel hebben wij in de zoon van Isaï. Ieder naar je tenten, Israël! Zie nu naar je eigen huis, David!” Heel Israël ging naar zijn tenten.
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
כִּ֠י
(ki)
omdat
לֹא
(lo)
niet
שָׁמַ֣ע
(shama)
luisterde
הַמֶּלֶךְ֮
(hamelekh)
de koning
לָהֶם֒
(lahem)
naar hen
וַיָּשִׁ֣יבוּ
(vayashivu)
en antwoordde
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
אֶת
(et)
(obj.)
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
לֵאמֹ֡ר
(lemor)
zeggende
מַה
(ma)
wat
לָּנוּ֩
(lanu)
voor ons
חֵ֨לֶק
(cheleq)
deel
בְּדָוִ֜יד
(bedavid)
in David
וְלֹֽא
(velo)
en niet
נַחֲלָ֣ה
(nachala)
erfdeel
בְּבֶן
(beven)
in de zoon van
יִשַׁ֗י
(yishay)
Isaï
אִ֤ישׁ
(ish)
man
לְאֹהָלֶ֨יךָ֙
(leohaleikha)
naar je tenten
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
עַתָּ֕ה
(ata)
nu
רְאֵ֥ה
(ree)
zie
בֵיתְךָ֖
(beitekha)
naar je huis
דָּוִ֑יד
(david)
David
וַיֵּ֥לֶךְ
(vayelekh)
en ging
כָּל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לְאֹהָלָֽיו
(leohalav)
naar zijn tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In 1 Kon. 12:16 staat ‘Heel Israël zag dat de koning niet naar hen luisterde’.

Hier ontbreekt het werkwoord ‘zag’, en de zin loopt anders.

Wij vertalen wat er staat.

De kreet ‘Welk deel hebben wij aan David?’ staat ook in 2 Sam. 20:1. ‘Naar je tenten’ is een oude roep om uiteen te gaan: ieder gaat naar huis.

נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’. Israël zegt: wij horen niet meer bij het huis van David.

17Maar over de zonen van Israël die in de steden van Juda woonden, was Rechabeam koning.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
הַיֹּֽשְׁבִ֖ים
(hayoshevim)
die woonden
בְּעָרֵ֣י
(bearei)
in de steden van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וַיִּמְלֹ֥ךְ
(vayimlokh)
en regeerde
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
over hen
רְחַבְעָֽם
(rechavam)
Rechabeam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Koning Rechabeam stuurde Hadoram, die over de dwangarbeid was. De zonen van Israël stenigden hem met stenen en hij stierf. Koning Rechabeam wist met moeite op zijn wagen te komen om naar Jeruzalem te vluchten.
וַיִּשְׁלַ֞ח
(vayishlach)
en stuurde
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
רְחַבְעָ֗ם
(rechavam)
Rechabeam
אֶת
(et)
(obj.)
הֲדֹרָם֙
(hadoram)
Hadoram
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
עַל
(al)
over
הַמַּ֔ס
(hamas)
de dwangarbeid
וַיִּרְגְּמוּ
(vayirgemu)
en stenigden
ב֧וֹ
(bo)
hem
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
אֶ֖בֶן
(even)
met stenen
וַיָּמֹ֑ת
(vayamot)
en hij stierf
וְהַמֶּ֣לֶךְ
(vehamelekh)
en de koning
רְחַבְעָ֗ם
(rechavam)
Rechabeam
הִתְאַמֵּץ֙
(hitamets)
verzamelde kracht
לַֽעֲל֣וֹת
(laalot)
om op te klimmen
בַּמֶּרְכָּבָ֔ה
(bamerkava)
op de wagen
לָנ֖וּס
(lanus)
om te vluchten
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
naar Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

הֲדֹרָם (Hadoram), ‘Hadoram’: de man heet in 1 Kon. 12:18 Adoram (zie ook 1 Kon. 4:6, waar hij Adoniram heet).

Het verhaal is hetzelfde; de naam is anders gespeld.

מַס (mas), ‘dwangarbeid’: verplichte arbeid voor de koning.

הִתְאַמֵּץ (hit’ammets), ‘kracht verzamelen’: Rechabeam wist met moeite op zijn wagen te komen.

19Zo kwam Israël in opstand tegen het huis van David, tot op deze dag.
וַיִּפְשְׁע֤וּ
(vayifsheu)
en kwamen in opstand
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בְּבֵ֣ית
(beveit)
tegen het huis van
דָּוִ֔יד
(david)
David
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּשַׁע (pasha), ‘in opstand komen’: ‘opstand’ tegen een gezag (pesha).

‘Tot op deze dag’ is de stem van de schrijver.

Zie ook 1 Kon. 12:19.