Open in de app Alle boeken 1 Kronieken ← 7 9 → 1 Kronieken 8 Benjamin en het huis van Saul
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De zonen van Benjamin 1 Benjamin werd de vader van Bela, zijn eerstgeborene, van Asjbel als tweede, van Achrach als derde,
וּבִ֨נְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
הוֹלִ֖יד
(holid)
werd de vader van
בְּכֹר֑וֹ
(bekhoro)
zijn eerstgeborene
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
וְאַחְרַ֖ח
(veachrach)
en Achrach
הַשְּׁלִישִֽׁי
(hashelishi)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Gen. 46:21 en Num. 26:38–40 geven andere lijsten van de zonen van Benjamin, en 1 Kron. 7:6 noemt er drie.
Asjbel staat in al deze lijsten.
In Num. 26:38 staat Achiram waar hier Achrach staat; in Gen. 46:21 staat Echi.
Wij vertalen elke lijst zoals hij staat.
2 van Nocha als vierde en van Rafa als vijfde.
הָֽרְבִיעִ֔י
(harevii)
de vierde
הַחֲמִישִֽׁי
(hachamishi)
de vijfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Bela had zonen: Addar, Gera, Abihud,
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en waren
לְבָ֑לַע
(levala)
voor Bela
וַאֲבִיהֽוּד
(vaavihud)
en Abihud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De naam Gera (גֵּרָא ) komt in deze verzen drie keer voor (vers 3, 5 en 7).
De tekst zegt niet of het steeds dezelfde man is.
In Gen. 46:21 is Gera ook een zoon van Benjamin.
4 Abisjoea, Naäman, Achoach,
וַאֲבִישׁ֥וּעַ
(vaavishua)
en Abisjoea
וְנַעֲמָ֖ן
(venaaman)
en Naäman
וַאֲחֽוֹחַ
(vaachoach)
en Achoach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5 Gera, Sjefufan en Churam.
וּשְׁפוּפָ֖ן
(ushefufan)
en Sjefufan
וְחוּרָֽם
(vechuram)
en Churam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De zonen van Echud 6 Dit zijn de zonen van Echud. Dit waren de hoofden van de vaderhuizen van de inwoners van Geba. Zij voerden hen weg naar Manachat:
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit zijn
רָאשֵׁ֤י
(rashei)
hoofden van
לְי֣וֹשְׁבֵי
(leyoshevei)
voor de inwoners van
וַיַּגְל֖וּם
(vayaglum)
en voerden hen weg
מָנָֽחַת
(manachat)
Manachat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Geba (גֶבַע ) ligt ongeveer 9 km ten noordoosten van Jeruzalem.
De ligging van Manachat (מָנַחַת ) is onzeker.
Uitleg
אֵחוּד (Echud) is waarschijnlijk dezelfde naam als Ehud (אֵהוּד ) in 1 Kron. 7:10.
De tekst zegt niet wie ‘hen’ weggevoerd heeft, of waarheen precies, of wanneer.
7 Naäman, Achia en Gera. Hij voerde hen weg. Hij werd de vader van Uzza en Achichud.
וְנַעֲמָ֧ן
(venaaman)
en Naäman
וַאֲחִיָּ֛ה
(vaachiya)
en Achia
הֶגְלָ֑ם
(heglam)
voerde hen weg
וְהוֹלִ֥יד
(veholid)
en werd de vader van
אֲחִיחֻֽד
(achichud)
Achichud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij’.
Dat is waarschijnlijk Gera, de laatste die genoemd is; dat is niet zeker.
Wij laten dat zo staan.
Sjacharaïm 8 Sjacharaïm werd vader in het veld van Moab, nadat hij hen had weggestuurd: Chusjim en Baära, zijn vrouwen.
וְשַׁחֲרַ֗יִם
(veshacharayim)
en Sjacharaïm
הוֹלִיד֙
(holid)
werd vader
בִּשְׂדֵ֣ה
(bisde)
in het veld van
שִׁלְח֖וֹ
(shilcho)
hij had weggestuurd
חוּשִׁ֥ים
(chushim)
Chusjim
נָשָֽׁיו
(nashav)
zijn vrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
‘Het veld van Moab’ is het gebied van Moab, ten oosten van de Zoutzee, in het huidige Jordanië.
Zie ook Gen. 36:35.
Uitleg
De tekst is hier kort.
Chusjim en Baära zijn de vrouwen die hij wegstuurde.
Daarna kreeg hij kinderen bij Chodesj (vers 9).
Wij vertalen letterlijk.
9 Bij Chodesj, zijn vrouw, werd hij de vader van Jobab, Tsibja, Mesja en Malkam,
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij werd vader
אִשְׁתּ֑וֹ
(ishto)
zijn vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֹדֶשׁ (Chodesj) betekent ‘maand’ en is hier de naam van een vrouw.
10 van Jeüts, Sachja en Mirma. Dit zijn zijn zonen, hoofden van vaderhuizen.
שָֽׂכְיָ֖ה
(sakheya)
Sachja
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
hoofden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De zonen van Elpaäl 11 Bij Chusjim werd hij de vader van Abitub en Elpaäl.
וּמֵחֻשִׁ֛ים
(umechushim)
en van Chusjim
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd hij vader
אֶלְפָּֽעַל
(elpaal)
Elpaäl
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 De zonen van Elpaäl: Eber, Misjam en Sjemed. Hij bouwde Ono en Lod met zijn dorpen.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
אֶלְפַּ֔עַל
(elpaal)
Elpaäl
וּמִשְׁעָ֖ם
(umisham)
en Misjam
וָשָׁ֑מֶד
(vashamed)
en Sjemed
וּבְנֹתֶֽיהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ono (אוֹנוֹ ) en Lod (לֹד ) liggen in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem, in het huidige Israël.
Lod is het huidige Lod; de ligging van Ono is niet zeker.
Uitleg
Het Hebreeuws zegt ‘hij’.
Dat is de laatst genoemde, Sjemed.
De tekst zegt ‘haar dorpen’ (בְּנֹתֶיהָ ), dorpen die bij een stad horen.
Beria en Sjema 13 Beria en Sjema waren de hoofden van de vaderhuizen van de inwoners van Ajalon. Zij joegen de inwoners van Gat op de vlucht.
וּבְרִעָ֣ה
(uveria)
en Beria
וָשֶׁ֔מַע
(vashema)
en Sjema
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
hoofden van
הָאָב֔וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
לְיוֹשְׁבֵ֖י
(leyoshevei)
voor de inwoners van
הִבְרִ֖יחוּ
(hivrichu)
joegen op de vlucht
י֥וֹשְׁבֵי
(yoshevei)
de inwoners van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ajalon (אַיָּלוֹן ) ligt ongeveer 20 km ten noordwesten van Jeruzalem, in de Westelijke Jordaanoever.
Gat was een stad van de Filistijnen.
Uitleg
Deze Beria hoort bij Benjamin.
De naam komt ook voor bij Efraïm (1 Kron. 7:23) en bij Aser (1 Kron. 7:30).
14 Achjo, Sjasjak en Jeremot,
וְאַחְי֥וֹ
(veachyo)
en Achjo
וִירֵמֽוֹת
(viremot)
en Jeremot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De verzen 14 tot en met 16 vormen één lijst.
Vers 16 noemt deze mannen ‘zonen van Beria’.
Zo ook de verzen 17–18 (zonen van Elpaäl), 19–21 (zonen van Simeï), 22–25 (zonen van Sjasjak) en 26–27 (zonen van Jerocham).
15 Zebadja, Arad en Eder,
וּזְבַדְיָ֥ה
(uzevadya)
en Zebadja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Michaël, Jisjpa en Jocha: zonen van Beria.
וּמִיכָאֵ֧ל
(umikhael)
en Michaël
וְיִשְׁפָּ֛ה
(veyishpa)
en Jisjpa
וְיוֹחָ֖א
(veyocha)
en Jocha
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Beria is hier de man uit vers 13.
In vers 13 staat de naam als בְרִעָה , hier als בְּרִיעָה ; dat is dezelfde naam.
17 Zebadja, Mesjullam, Chizki en Cheber,
וּזְבַדְיָ֥ה
(uzevadya)
en Zebadja
וּמְשֻׁלָּ֖ם
(umeshulam)
en Mesjullam
וְחִזְקִ֥י
(vechizqi)
en Chizki
וָחָֽבֶר
(vachaver)
en Cheber
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Jisjmerai, Jizlia en Jobab: zonen van Elpaäl.
וְיִשְׁמְרַ֧י
(veyishmeray)
en Jisjmerai
וְיִזְלִיאָ֛ה
(veyizlia)
en Jizlia
וְיוֹבָ֖ב
(veyovav)
en Jobab
אֶלְפָּֽעַל
(elpaal)
Elpaäl
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Jakim, Zichri en Zabdi,
וְיָקִ֥ים
(veyaqim)
en Jakim
וְזִכְרִ֖י
(vezikhri)
en Zichri
וְזַבְדִּֽי
(vezavdi)
en Zabdi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Elienai, Zilletai en Eliël,
וֶאֱלִיעֵנַ֥י
(veelienay)
en Elienai
וְצִלְּתַ֖י
(vetsiletay)
en Zilletai
וֶאֱלִיאֵֽל
(veeliel)
en Eliël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Adaja, Beraja en Simrat: zonen van Simeï.
וַעֲדָיָ֧ה
(vaadaya)
en Adaja
וּבְרָאיָ֛ה
(uveraya)
en Beraja
וְשִׁמְרָ֖ת
(veshimrat)
en Simrat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 Jisjpan, Eber en Eliël,
וְיִשְׁפָּ֥ן
(veyishpan)
en Jisjpan
וֶאֱלִיאֵֽל
(veeliel)
en Eliël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23 Abdon, Zichri en Chanan,
וְעַבְדּ֥וֹן
(veavdon)
en Abdon
וְזִכְרִ֖י
(vezikhri)
en Zichri
וְחָנָֽן
(vechanan)
en Chanan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 Chananja, Elam en Antotija,
וַחֲנַנְיָ֥ה
(vachananya)
en Chananja
וְעֵילָ֖ם
(veeilam)
en Elam
וְעַנְתֹתִיָּֽה
(veantotiya)
en Antotija
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Jifdeja en Penuël: zonen van Sjasjak.
וְיִפְדְיָ֥ה
(veyifdeya)
en Jifdeja
וּפְנוּאֵ֖ל
(ufenuel)
en Penuël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft פְנִיאֵל (Peniël).
De voorgelezen tekst (qere) heeft פְנוּאֵל (Penuël).
Wij volgen de voorgelezen tekst.
26 Sjamsjerai, Sjecharja en Atalja,
וְשַׁמְשְׁרַ֥י
(veshamsheray)
en Sjamsjerai
וּשְׁחַרְיָ֖ה
(ushecharya)
en Sjecharja
וַעֲתַלְיָֽה
(vaatalya)
en Atalja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 Jaäresja, Elia en Zichri: zonen van Jerocham.
וְיַעֲרֶשְׁיָ֧ה
(veyaareshya)
en Jaäresja
וְאֵלִיָּ֛ה
(veeliya)
en Elia
וְזִכְרִ֖י
(vezikhri)
en Zichri
יְרֹחָֽם
(yerocham)
Jerocham
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De hoofden in Jeruzalem 28 Dit waren hoofden van de vaderhuizen, naar hun geslachten, hoofden. Zij woonden in Jeruzalem.
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
hoofden van
לְתֹלְדוֹתָ֖ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
יָשְׁב֥וּ
(yashevu)
woonden
בִירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
De familie van Saul 29 In Gibeon woonde de vader van Gibeon. De naam van zijn vrouw was Maächa.
וּבְגִבְע֥וֹן
(uvegivon)
en in Gibeon
יָשְׁב֖וּ
(yashevu)
woonden
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en de naam van
אִשְׁתּ֖וֹ
(ishto)
zijn vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gibeon (גִּבְעוֹן ) ligt ongeveer 10 km ten noordwesten van Jeruzalem, in de Westelijke Jordaanoever.
Uitleg
De naam van ‘de vader van Gibeon’ staat hier niet.
In 1 Kron. 9:35 is dat Jeïël.
De verzen 29–38 komen, met kleine verschillen in de namen, terug in 1 Kron. 9:35–44.
30 Zijn eerstgeboren zoon was Abdon. Daarna kwamen Tsur, Kis, Baäl, Nadab,
וּבְנ֥וֹ
(uveno)
en zijn zoon
הַבְּכ֖וֹר
(habekhor)
de eerstgeborene
וְנָדָֽב
(venadav)
en Nadab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De tekst zegt niet of deze Kis dezelfde is als Kis, de vader van Saul, in vers 33.
31 Gedor, Achjo en Zeker.
וּגְד֥וֹר
(ugedor)
en Gedor
וְאַחְי֖וֹ
(veachyo)
en Achjo
וָזָֽכֶר
(vazakher)
en Zeker
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32 Miklot werd de vader van Sjimea. Ook zij woonden in Jeruzalem, tegenover hun broers, met hun broers.
וּמִקְל֖וֹת
(umiqlot)
en Miklot
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
אֲחֵיהֶ֛ם
(acheihem)
hun broers
יָשְׁב֥וּ
(yashevu)
woonden
בִירוּשָׁלִַ֖ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
אֲחֵיהֶֽם
(acheihem)
hun broers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
33 Ner werd de vader van Kis. Kis werd de vader van Saul. Saul werd de vader van Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְשָׁא֗וּל
(veshaul)
en Saul
הוֹלִ֤יד
(holid)
werd de vader van
יְהֽוֹנָתָן֙
(yehonatan)
Jonatan
אֲבִֽינָדָ֖ב
(avinadav)
Abinadab
אֶשְׁבָּֽעַל
(eshbaal)
Esbaäl
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De zonen van Saul: in 1 Sam. 14:49 staan Jonatan, Isjwi en Malkisua, in 1 Sam. 31:2 Jonatan, Abinadab en Malkisua.
Hier staan vier namen.
אֶשְׁבַּעַל (Esbaäl), ‘man van Baäl’, wordt in 2 Sam. 2:8 Is-Bosjet genoemd.
Lezing
Hier is Ner de vader van Kis.
In 1 Sam. 9:1 en 14:51 is Kis de vader van Saul en is Ner een zoon van Abiël, dus een broer van Kis.
Wij vertalen de Kronieken-tekst zoals hij staat.
34 De zoon van Jonatan was Merib-Baäl. Merib-Baäl werd de vader van Micha.
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
יְהוֹנָתָ֖ן
(yehonatan)
Jonatan
וּמְרִ֥יב
(umeriv)
en Merib
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְרִיב בַּעַל (Merib-Baäl), ‘Baäl strijdt’: in 2 Sam. 4:4 en 9:6 heet hij Mefiboset.
Micha staat ook in 2 Sam. 9:12.
35 De zonen van Micha: Piton, Melech, Tarea en Achaz.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
וָמֶ֖לֶךְ
(vamelekh)
en Melech
וְתַאְרֵ֥עַ
(vetarea)
en Tarea
וְאָחָֽז
(veachaz)
en Achaz
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36 Achaz werd de vader van Jehoadda. Jehoadda werd de vader van Alemet, Azmavet en Zimri. Zimri werd de vader van Motsa.
וְאָחָז֙
(veachaz)
en Achaz
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
יְהוֹעַדָּ֔ה
(yehoada)
Jehoadda
וִיהֽוֹעַדָּ֗ה
(vihoada)
en Jehoadda
הוֹלִ֛יד
(holid)
werd de vader van
עַזְמָ֖וֶת
(azmavet)
Azmavet
וְזִמְרִ֖י
(vezimri)
en Zimri
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Azmavet is een naam die ook voorkomt in 2 Sam. 23:31.
37 Motsa werd de vader van Binea. Rafa was zijn zoon, Elasa was zijn zoon, Atsel was zijn zoon.
וּמוֹצָ֖א
(umotsa)
en Motsa
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38 Atsel had zes zonen. Dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, Ismaël, Sjearja, Obadja en Chanan. Al deze mannen zijn zonen van Atsel.
וּלְאָצֵל֮
(uleatsel)
en voor Atsel
וְאֵ֣לֶּה
(veele)
en dit zijn
שְׁמוֹתָ֗ם
(shemotam)
hun namen
עַזְרִיקָ֥ם
(azriqam)
Azrikam
בֹּ֨כְרוּ֙
(bokheru)
Bochru
וְיִשְׁמָעֵ֣אל
(veyishmael)
en Ismaël
וּשְׁעַרְיָ֔ה
(ushearya)
en Sjearja
וְעֹבַדְיָ֖ה
(veovadya)
en Obadja
וְחָנָ֑ן
(vechanan)
en Chanan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֹּכְרוּ (Bochru) is hier een eigennaam.
In vers 39 betekent בְּכֹרוֹ (bechoro) ‘zijn eerstgeborene’.
De zonen van Esjek 39 De zonen van zijn broer Esjek: Ulam, zijn eerstgeborene, Jeüs als tweede en Elifelet als derde.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
בְּכֹר֔וֹ
(bekhoro)
zijn eerstgeborene
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
וֶֽאֱלִיפֶ֖לֶט
(veelifelet)
en Elifelet
הַשְּׁלִשִֽׁי
(hashelishi)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40 De zonen van Ulam waren dappere krijgers en boogschutters. Zij hadden veel zonen en kleinzonen: 150. Al deze mannen behoren tot de zonen van Benjamin.
וַֽיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
אֲנָשִׁ֨ים
(anashim)
mannen
גִּבֹּרֵי
(giborei)
helden van
דֹּ֣רְכֵי
(dorekhei)
spanners van
וּמַרְבִּ֤ים
(umarbim)
en vermeerderaars van
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
וַחֲמִשִּׁ֑ים
(vachamishim)
en vijftig
מִבְּנֵ֥י
(mibenei)
van de zonen van
בִנְיָמִֽן
(binyamin)
Benjamin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֹּרְכֵי קֶשֶׁת (dorchei qeshet), ‘spanners van de boog’: boogschutters.
De 150 zijn zonen en kleinzonen samen.