Issachar, Benjamin, Naftali, Manasse, Efraïm en Aser
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Issachar
1De zonen van Issachar: Tola, Pua, Jasjoev en Simron. Dat zijn er vier.
וְלִבְנֵ֣י
(velivnei)
en voor de zonen van
יִשָׂשכָ֗ר
(yisashkhar)
Issachar
תּוֹלָ֧ע
(tola)
Tola
וּפוּאָ֛ה
(ufua)
en Pua
יָשׁ֥וּב
(yashuv)
Jasjoev
וְשִׁמְר֖וֹן
(veshimron)
en Simron
אַרְבָּעָֽה
(arbaa)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Gen. 46:13 noemt de zonen van Issachar Tola, Pua, Job en Simron.
Num. 26:23–24 noemt Tola, Pua, Jasjoev en Simron, net als hier.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft יָשִׁיב (Jasjiv).
De voorgelezen tekst (qere) heeft יָשׁוּב (Jasjoev).
2De zonen van Tola: Uzzi, Refaja, Jeriël, Jachmai, Jibsam en Samuël. Zij waren hoofden van het vaderhuis van Tola, dappere krijgers, naar hun geslachten. Hun getal in de dagen van David was 22.600.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
תוֹלָ֗ע
(tola)
Tola
עֻזִּ֡י
(uzi)
Uzzi
וּרְפָיָ֡ה
(urefaya)
en Refaja
וִֽ֠ירִיאֵל
(viriel)
en Jeriël
וְיַחְמַ֨י
(veyachmay)
en Jachmai
וְיִבְשָׂ֜ם
(veyivsam)
en Jibsam
וּשְׁמוּאֵ֗ל
(ushemuel)
en Samuël
רָאשִׁ֤ים
(rashim)
hoofden
לְבֵית
(leveit)
naar het huis van
אֲבוֹתָם֙
(avotam)
hun vaders
לְתוֹלָ֔ע
(letola)
van Tola
גִּבּ֥וֹרֵי
(giborei)
helden van
חַ֖יִל
(chayil)
kracht
לְתֹלְדוֹתָ֑ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
מִסְפָּרָם֙
(misparam)
hun getal
בִּימֵ֣י
(bimei)
in de dagen van
דָוִ֔יד
(david)
David
עֶשְׂרִֽים
(esrim)
twintig
וּשְׁנַ֥יִם
(ushenayim)
en twee
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De getallen van Issachar in Num. 1:29 (54.400) en Num. 26:25 (64.300) horen bij de tijd van Mozes.
15Machir nam een vrouw voor Chuppim en Sjuppim. De naam van zijn zuster was Maächa. De naam van de tweede was Selofchad. Selofchad had dochters.
וּמָכִ֞יר
(umakhir)
en Machir
לָקַ֤ח
(laqach)
nam
אִשָּׁה֙
(isha)
een vrouw
לְחֻפִּ֣ים
(lechupim)
voor Chuppim
וּלְשֻׁפִּ֔ים
(uleshupim)
en voor Sjuppim
וְשֵׁ֤ם
(veshem)
en de naam van
אֲחֹתוֹ֙
(achoto)
zijn zuster
מַעֲכָ֔ה
(maakha)
Maächa
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en de naam van
הַשֵּׁנִ֖י
(hasheni)
de tweede
צְלָפְחָ֑ד
(tselafechad)
Selofchad
וַתִּהְיֶ֥נָה
(vatihyena)
en waren
לִצְלָפְחָ֖ד
(litslafechad)
voor Selofchad
בָּנֽוֹת
(banot)
dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De tekst is hier moeilijk.
Het is niet duidelijk wie met ‘zijn zuster’ en ‘de tweede’ bedoeld wordt, en ook niet of ‘voor Chuppim en Sjuppim’ betekent dat Machir een vrouw nam uit hun familie of voor hen.
Wij vertalen letterlijk.
Selofchad en zijn dochters staan in Num. 26:33 en Num. 27:1.
21Zabad was zijn zoon, Sjoetelach was zijn zoon, en Ezer en Elad. De mannen van Gat, die in het land geboren waren, doodden hen. Want zij waren afgedaald om hun vee te nemen.
וְזָבָ֥ד
(vezavad)
en Zabad
בְּנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
וְשׁוּתֶ֥לַח
(veshutelach)
en Sjoetelach
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
וְעֵ֣זֶר
(veezer)
en Ezer
וְאֶלְעָ֑ד
(veelad)
en Elad
וַהֲרָג֗וּם
(vaharagum)
en doodden hen
אַנְשֵׁי
(anshei)
mannen van
גַת֙
(gat)
Gat
הַנּוֹלָדִ֣ים
(hanoladim)
de geborenen
בָּאָ֔רֶץ
(baarets)
in het land
כִּ֣י
(ki)
want
יָרְד֔וּ
(yaredu)
zij waren afgedaald
לָקַ֖חַת
(laqachat)
om te nemen
אֶת
(et)
(obj.)
מִקְנֵיהֶֽם
(miqneihem)
hun vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gat was een stad van de Filistijnen, waarschijnlijk bij Tel es-Safi in Israël.
Uitleg
De tekst zegt niet wanneer dit gebeurde.
22Hun vader Efraïm rouwde vele dagen. Zijn broers kwamen om hem te troosten.
וַיִּתְאַבֵּ֛ל
(vayitabel)
en rouwde
אֶפְרַ֥יִם
(efrayim)
Efraïm
אֲבִיהֶ֖ם
(avihem)
hun vader
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
וַיָּבֹ֥אוּ
(vayavou)
en kwamen
אֶחָ֖יו
(echav)
zijn broers
לְנַחֲמֽוֹ
(lenachamo)
om hem te troosten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Hun bezit en hun woonplaatsen waren Betel met zijn dorpen, in het oosten Naäran en in het westen Gezer met zijn dorpen. Verder Sichem met zijn dorpen, tot aan Ajja met zijn dorpen.
וַאֲחֻזָּתָם֙
(vaachuzatam)
en hun bezit
וּמֹ֣שְׁבוֹתָ֔ם
(umoshevotam)
en hun woonplaatsen
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֖ל
(el)
El
וּבְנֹתֶ֑יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
וְלַמִּזְרָ֣ח
(velamizrach)
en naar het oosten
נַעֲרָ֔ן
(naaran)
Naäran
וְלַֽמַּעֲרָ֗ב
(velamaarav)
en naar het westen
גֶּ֤זֶר
(gezer)
Gezer
וּבְנֹתֶ֨יהָ֙
(uvenoteiha)
en haar dorpen
וּשְׁכֶ֣ם
(ushekhem)
en Sichem
וּבְנֹתֶ֔יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
עַד
(ad)
tot
עַיָּ֖ה
(aya)
Ajja
וּבְנֹתֶֽיהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Betel ligt bij Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.
Naäran is waarschijnlijk dezelfde plaats als Naära in Joz. 16:7, in de buurt van Jericho; dat is niet zeker.
Gezer ligt in de laagvlakte, ongeveer 30 km ten noordwesten van Jeruzalem.
Sichem ligt bij Nablus.
De ligging van Ajja is onzeker.
Uitleg
בְּנֹתֶיהָ (benoteha), ‘haar dochters’: dorpen die bij een stad horen.
29In handen van de zonen van Manasse waren Bet-Sean met zijn dorpen, Taänak met zijn dorpen, Megiddo met zijn dorpen en Dor met zijn dorpen. In deze steden woonden de zonen van Jozef, de zoon van Israël.
וְעַל
(veal)
en bij
יְדֵ֣י
(yedei)
de handen van
בְנֵי
(benei)
zonen van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
בֵּית
(beit)
Bet
שְׁאָ֤ן
(shean)
Sean
וּבְנֹתֶ֨יהָ֙
(uvenoteiha)
en haar dorpen
תַּעְנַ֣ךְ
(tanakh)
Taänak
וּבְנֹתֶ֔יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
מְגִדּ֥וֹ
(megido)
Megiddo
וּבְנוֹתֶ֖יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
דּ֣וֹר
(dor)
Dor
וּבְנוֹתֶ֑יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
בְּאֵ֨לֶּה֙
(beele)
in deze
יָשְׁב֔וּ
(yashevu)
woonden
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
יוֹסֵ֖ף
(yosef)
Jozef
בֶּן
(ben)
zoon van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Bet-Sean, Megiddo en Dor liggen in het noorden van het huidige Israël; Taänak ligt in de Westelijke Jordaanoever.
Zie Joz. 17:11 en Richt. 1:27.
Zie Bet-San: Bet-San (Beth-Sjean) ligt in het Jordaandal, ten zuiden van het meer van Galilea.
Uitleg
עַל יְדֵי (al yedei), letterlijk ‘op de handen van’: dat betekent ‘in handen van’, dus onder hun beheer.
35De zonen van zijn broer Helem: Zofach, Jimna, Sjelesj en Amal.
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
הֵ֖לֶם
(helem)
Helem
אָחִ֑יו
(achiv)
zijn broer
צוֹפַ֥ח
(tsofach)
Zofach
וְיִמְנָ֖ע
(veyimna)
en Jimna
וְשֵׁ֥לֶשׁ
(veshelesh)
en Sjelesj
וְעָמָֽל
(veamal)
en Amal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36De zonen van Zofach: Soeach, Charnefer, Sjoeal, Beri en Jimra,
בְּנֵ֖י
(benei)
zonen van
צוֹפָ֑ח
(tsofach)
Zofach
ס֧וּחַ
(suach)
Soeach
וְחַרְנֶ֛פֶר
(vecharnefer)
en Charnefer
וְשׁוּעָ֖ל
(veshual)
en Sjoeal
וּבֵרִ֥י
(uveri)
en Beri
וְיִמְרָֽה
(veyimra)
en Jimra
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37Betser, Hod, Sjamma, Sjilsja, Jitran en Beëra.
בֶּ֣צֶר
(betser)
Betser
וָה֗וֹד
(vahod)
en Hod
וְשַׁמָּ֧א
(veshama)
en Sjamma
וְשִׁלְשָׁ֛ה
(veshilsha)
en Sjilsja
וְיִתְרָ֖ן
(veyitran)
en Jitran
וּבְאֵרָֽא
(uveera)
en Beëra
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38De zonen van Jeter: Jefunne, Pispa en Ara.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
יֶ֑תֶר
(yeter)
Jeter
יְפֻנֶּ֥ה
(yefune)
Jefunne
וּפִסְפָּ֖ה
(ufispa)
en Pispa
וַאְרָֽא
(vara)
en Ara
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39De zonen van Ulla: Arach, Channiël en Ritsja.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
עֻלָּ֑א
(ula)
Ulla
אָרַ֥ח
(arach)
Arach
וְחַנִּיאֵ֖ל
(vechaniel)
en Channiël
וְרִצְיָֽא
(veritsya)
en Ritsja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40Al deze mannen waren zonen van Aser, hoofden van de vaderhuizen, uitgelezen dappere krijgers, hoofden van de leiders. Hun inschrijving voor het leger en de oorlog: hun getal was 26.000 man.
כָּל
(kal)
al
אֵ֣לֶּה
(ele)
deze
בְנֵי
(benei)
zonen van
אָ֠שֵׁר
(asher)
Aser
רָאשֵׁ֨י
(rashei)
hoofden van
בֵית
(beit)
het huis van
הָאָב֤וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
בְּרוּרִים֙
(berurim)
uitgelezenen
גִּבּוֹרֵ֣י
(giborei)
helden van
חֲיָלִ֔ים
(chayalim)
kracht
רָאשֵׁ֖י
(rashei)
hoofden van
הַנְּשִׂיאִ֑ים
(hanesiim)
de leiders
וְהִתְיַחְשָׂ֤ם
(vehityachsam)
en hun inschrijving
בַּצָּבָא֙
(batsava)
voor het leger
בַּמִּלְחָמָ֔ה
(bamilchama)
voor de oorlog
מִסְפָּרָ֣ם
(misparam)
hun getal
אֲנָשִׁ֔ים
(anashim)
mannen
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְשִׁשָּׁ֖ה
(veshisha)
en zes
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Num. 1:41 en Num. 26:47 geven voor Aser andere getallen (41.500 en 53.400).
De tekst zegt niet bij welke telling dit getal hoort.