Elohim Bijbel

1 Kronieken 7

1234567891011121314151617181920212223242526272829

Issachar, Benjamin, Naftali, Manasse, Efraïm en Aser

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Issachar

1De zonen van Issachar: Tola, Pua, Jasjoev en Simron. Dat zijn er vier.
וְלִבְנֵ֣י
(velivnei)
en voor de zonen van
יִשָׂשכָ֗ר
(yisashkhar)
Issachar
תּוֹלָ֧ע
(tola)
Tola
וּפוּאָ֛ה
(ufua)
en Pua
יָשׁ֥וּב
(yashuv)
Jasjoev
וְשִׁמְר֖וֹן
(veshimron)
en Simron
אַרְבָּעָֽה
(arbaa)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Gen. 46:13 noemt de zonen van Issachar Tola, Pua, Job en Simron.

Num. 26:23–24 noemt Tola, Pua, Jasjoev en Simron, net als hier.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft יָשִׁיב (Jasjiv).

De voorgelezen tekst (qere) heeft יָשׁוּב (Jasjoev).

Wij volgen de voorgelezen tekst.

2De zonen van Tola: Uzzi, Refaja, Jeriël, Jachmai, Jibsam en Samuël. Zij waren hoofden van het vaderhuis van Tola, dappere krijgers, naar hun geslachten. Hun getal in de dagen van David was 22.600.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
תוֹלָ֗ע
(tola)
Tola
עֻזִּ֡י
(uzi)
Uzzi
וּרְפָיָ֡ה
(urefaya)
en Refaja
וִֽ֠ירִיאֵל
(viriel)
en Jeriël
וְיַחְמַ֨י
(veyachmay)
en Jachmai
וְיִבְשָׂ֜ם
(veyivsam)
en Jibsam
וּשְׁמוּאֵ֗ל
(ushemuel)
en Samuël
רָאשִׁ֤ים
(rashim)
hoofden
לְבֵית
(leveit)
naar het huis van
אֲבוֹתָם֙
(avotam)
hun vaders
לְתוֹלָ֔ע
(letola)
van Tola
גִּבּ֥וֹרֵי
(giborei)
helden van
חַ֖יִל
(chayil)
kracht
לְתֹלְדוֹתָ֑ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
מִסְפָּרָם֙
(misparam)
hun getal
בִּימֵ֣י
(bimei)
in de dagen van
דָוִ֔יד
(david)
David
עֶשְׂרִֽים
(esrim)
twintig
וּשְׁנַ֥יִם
(ushenayim)
en twee
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De getallen van Issachar in Num. 1:29 (54.400) en Num. 26:25 (64.300) horen bij de tijd van Mozes.

Dit getal hoort bij de dagen van David.

De tekst zegt niet bij welke telling.

3De zonen van Uzzi: Jizrachja. De zonen van Jizrachja: Michaël, Obadja, Joël en Jisjia. Dat zijn vijf, allen hoofden.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
עֻזִּ֖י
(uzi)
Uzzi
יִֽזְרַֽחְיָ֑ה
(yizrachya)
Jizrachja
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יִֽזְרַֽחְיָ֗ה
(yizrachya)
Jizrachja
מִֽיכָאֵ֡ל
(mikhael)
Michaël
וְ֠עֹבַדְיָה
(veovadya)
en Obadja
וְיוֹאֵ֧ל
(veyoel)
en Joël
יִשִּׁיָּ֛ה
(yishiya)
Jisjia
חֲמִשָּׁ֖ה
(chamisha)
vijf
רָאשִׁ֥ים
(rashim)
hoofden
כֻּלָּֽם
(kulam)
allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Er staan vijf namen: Jizrachja en zijn vier zonen.

Wij vertalen de tekst zoals hij staat.

4Bij hen, naar hun geslachten en hun vaderhuizen, waren legerbenden voor de oorlog: 36.000 man. Want zij hadden veel vrouwen en zonen.
וַעֲלֵיהֶ֨ם
(vaaleihem)
en bij hen
לְתֹלְדוֹתָ֜ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבוֹתָ֗ם
(avotam)
hun vaders
גְּדוּדֵי֙
(gedudei)
benden van
צְבָ֣א
(tseva)
leger van
מִלְחָמָ֔ה
(milchama)
oorlog
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וְשִׁשָּׁ֖ה
(veshisha)
en zes
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
כִּֽי
(ki)
want
הִרְבּ֥וּ
(hirbu)
zij maakten veel
נָשִׁ֖ים
(nashim)
vrouwen
וּבָנִֽים
(uvanim)
en zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Hun broers, uit alle families van Issachar, waren dappere krijgers. In totaal waren er 87.000 ingeschreven in de geslachtsregisters.
וַאֲחֵיהֶ֗ם
(vaacheihem)
en hun broers
לְכֹל֙
(lekhol)
naar alle
מִשְׁפְּח֣וֹת
(mishpechot)
families van
יִשָׂשכָ֔ר
(yisashkhar)
Issachar
גִּבּוֹרֵ֖י
(giborei)
helden van
חֲיָלִ֑ים
(chayalim)
kracht
שְׁמוֹנִ֤ים
(shemonim)
tachtig
וְשִׁבְעָה֙
(veshiva)
en zeven
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
הִתְיַחְשָׂ֖ם
(hityachsam)
hun inschrijving
לַכֹּֽל
(lakol)
in totaal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Benjamin

6Benjamin: Bela, Becher en Jediaël. Dat zijn er drie.
בִּנְיָמִ֗ן
(binyamin)
Benjamin
בֶּ֧לַע
(bela)
Bela
וָבֶ֛כֶר
(vavekher)
en Becher
וִידִֽיעֲאֵ֖ל
(vidiael)
en Jediaël
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze lijst noemt drie zonen van Benjamin.

Gen. 46:21 noemt er tien.

Num. 26:38–41 geeft nog een andere lijst en 1 Kron. 8:1–2 noemt er vijf.

De lijsten verschillen in namen en in aantal.

Wij vertalen elke lijst zoals hij staat.

7De zonen van Bela: Etsbon, Uzzi, Uzziël, Jerimot en Iri. Dat zijn vijf hoofden van vaderhuizen, dappere krijgers. Hun inschrijving was 22.034.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
בֶ֗לַע
(bela)
Bela
אֶצְבּ֡וֹן
(etsbon)
Etsbon
וְעֻזִּ֡י
(veuzi)
en Uzzi
וְ֠עֻזִּיאֵל
(veuziel)
en Uzziël
וִירִימ֨וֹת
(virimot)
en Jerimot
וְעִירִ֜י
(veiri)
en Iri
חֲמִשָּׁ֗ה
(chamisha)
vijf
רָאשֵׁי֙
(rashei)
hoofden van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
אָב֔וֹת
(avot)
vaders
גִּבּוֹרֵ֖י
(giborei)
helden van
חֲיָלִ֑ים
(chayalim)
kracht
וְהִתְיַחְשָׂ֗ם
(vehityachsam)
en hun inschrijving
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
וּשְׁנַ֨יִם֙
(ushenayim)
en twee
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8De zonen van Becher: Zemira, Joas, Eliëzer, Eljoënai, Omri, Jeremot, Abia, Anatot en Alemet. Al deze mannen zijn zonen van Becher.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
בֶ֗כֶר
(bekher)
Becher
זְמִירָ֡ה
(zemira)
Zemira
וְיוֹעָ֡שׁ
(veyoash)
en Joas
וֶ֠אֱלִיעֶזֶר
(veeliezer)
en Eliëzer
וְאֶלְיוֹעֵינַ֤י
(veelyoeinay)
en Eljoënai
וְעָמְרִי֙
(veameri)
en Omri
וִירֵמ֣וֹת
(viremot)
en Jeremot
וַאֲבִיָּ֔ה
(vaaviya)
en Abia
וַעֲנָת֖וֹת
(vaanatot)
en Anatot
וְעָלָ֑מֶת
(vealamet)
en Alemet
כָּל
(kal)
al
אֵ֖לֶּה
(ele)
deze
בְּנֵי
(benei)
zonen van
בָֽכֶר
(bakher)
Becher
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De naam Joas (יוֹעָשׁ) is een andere naam dan Joas (יוֹאָשׁ) elders.

Wij schrijven beide als ‘Joas’.

9Hun inschrijving, naar hun geslachten, als hoofden van hun vaderhuizen en als dappere krijgers: 20.200.
וְהִתְיַחְשָׂ֣ם
(vehityachsam)
en hun inschrijving
לְתֹלְדוֹתָ֗ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
רָאשֵׁי֙
(rashei)
hoofden van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
אֲבוֹתָ֔ם
(avotam)
hun vaders
גִּבּוֹרֵ֖י
(giborei)
helden van
חָ֑יִל
(chayil)
kracht
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10De zoon van Jediaël: Bilhan. De zonen van Bilhan: Jeüs, Benjamin, Ehud, Kenaäna, Zetan, Tarsis en Achisjachar.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
יְדִיעֲאֵ֖ל
(yediael)
Jediaël
בִּלְהָ֑ן
(bilhan)
Bilhan
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
בִלְהָ֗ן
(bilhan)
Bilhan
יְע֡וּשׁ
(yeush)
Jeüs
וּ֠בִנְיָמִן
(uvinyamin)
en Benjamin
וְאֵה֤וּד
(veehud)
en Ehud
וּֽכְנַעֲנָה֙
(ukhenaana)
en Kenaäna
וְזֵיתָ֔ן
(vezeitan)
en Zetan
וְתַרְשִׁ֖ישׁ
(vetarshish)
en Tarsis
וַאֲחִישָֽׁחַר
(vaachishachar)
en Achisjachar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft יְעִישׁ (Jeïsj).

De voorgelezen tekst (qere) heeft יְעוּשׁ (Jeüs).

Wij volgen de voorgelezen tekst.

11Al deze zonen van Jediaël waren hoofden van de vaderhuizen, dappere krijgers: 17.200 man die met het leger ten oorlog konden uittrekken.
כָּל
(kal)
al
אֵ֜לֶּה
(ele)
deze
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
יְדִֽיעֲאֵל֙
(yediael)
Jediaël
לְרָאשֵׁ֣י
(lerashei)
naar de hoofden van
הָאָב֔וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
גִּבּוֹרֵ֖י
(giborei)
helden van
חֲיָלִ֑ים
(chayalim)
kracht
שִׁבְעָֽה
(shiva)
zeven
עָשָׂ֥ר
(asar)
tien
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּמָאתַ֔יִם
(umatayim)
en tweehonderd
יֹצְאֵ֥י
(yotseei)
uittrekkend met
צָבָ֖א
(tsava)
het leger
לַמִּלְחָמָֽה
(lamilchama)
ten oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Sjuppim en Chuppim waren zonen van Ir. Chusjim was een zoon van Acher.
וְשֻׁפִּ֤ם
(veshupim)
en Sjuppim
וְחֻפִּם֙
(vechupim)
en Chuppim
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
עִ֔יר
(ir)
Ir
חֻשִׁ֖ם
(chushim)
Chusjim
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
אַחֵֽר
(acher)
Acher
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sjuppim en Chuppim komen overeen met Muppim en Chuppim in Gen. 46:21 en met Sjefufam en Chufam in Num. 26:39.

De tekst is hier kort.

Chusjim wordt in Gen. 46:23 een zoon van Dan genoemd.

Hier staat Chusjim als zoon van Acher; het woord אַחֵר (acher) betekent ook ‘een andere’.

Naftali

13De zonen van Naftali: Jachtseël, Guni, Jetser en Sjallum. Zij waren zonen van Bilha.
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
נַפְתָּלִ֗י
(naftali)
Naftali
יַחֲצִיאֵ֧ל
(yachatsiel)
Jachtseël
וְגוּנִ֛י
(veguni)
en Guni
וְיֵ֥צֶר
(veyetser)
en Jetser
וְשַׁלּ֖וּם
(veshalum)
en Sjallum
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
בִלְהָֽה
(bilha)
Bilha
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Gen. 46:24 en Num. 26:48–49 noemen deze zonen van Naftali als Jachtseël, Guni, Jetser (in Num. 26:49 geschreven als ‘Jezer’) en Sjillem.

Hier staat de laatste naam als Sjallum (שַׁלּוּם).

Manasse

14De zonen van Manasse: Asriël. Zijn Aramese bijvrouw baarde hem. Zij baarde Machir, de vader van Gilead.
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
אַשְׂרִיאֵ֖ל
(asriel)
Asriël
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יָלָ֑דָה
(yalada)
baarde
פִּֽילַגְשׁוֹ֙
(pilagsho)
zijn bijvrouw
הָֽאֲרַמִּיָּ֔ה
(haaramiya)
de Aramese
יָלְדָ֕ה
(yaleda)
zij baarde
אֶת
(et)
(obj.)
מָכִ֖יר
(makhir)
Machir
אֲבִ֥י
(avi)
vader van
גִלְעָֽד
(gilad)
Gilead
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In Num. 26:29–31 en Joz. 17:1–2 is Asriël een zoon van Gilead, de zoon van Machir.

Hier staat Asriël vóór Machir.

Lezing

Het Hebreeuws is hier kort.

Wij vertalen zoals het er staat.

Bij ‘zijn bijvrouw’ lezen wij: de bijvrouw van Manasse.

15Machir nam een vrouw voor Chuppim en Sjuppim. De naam van zijn zuster was Maächa. De naam van de tweede was Selofchad. Selofchad had dochters.
וּמָכִ֞יר
(umakhir)
en Machir
לָקַ֤ח
(laqach)
nam
אִשָּׁה֙
(isha)
een vrouw
לְחֻפִּ֣ים
(lechupim)
voor Chuppim
וּלְשֻׁפִּ֔ים
(uleshupim)
en voor Sjuppim
וְשֵׁ֤ם
(veshem)
en de naam van
אֲחֹתוֹ֙
(achoto)
zijn zuster
מַעֲכָ֔ה
(maakha)
Maächa
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en de naam van
הַשֵּׁנִ֖י
(hasheni)
de tweede
צְלָפְחָ֑ד
(tselafechad)
Selofchad
וַתִּהְיֶ֥נָה
(vatihyena)
en waren
לִצְלָפְחָ֖ד
(litslafechad)
voor Selofchad
בָּנֽוֹת
(banot)
dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De tekst is hier moeilijk.

Het is niet duidelijk wie met ‘zijn zuster’ en ‘de tweede’ bedoeld wordt, en ook niet of ‘voor Chuppim en Sjuppim’ betekent dat Machir een vrouw nam uit hun familie of voor hen.

Wij vertalen letterlijk.

Selofchad en zijn dochters staan in Num. 26:33 en Num. 27:1.

16Maächa, de vrouw van Machir, baarde een zoon. Zij noemde hem Peresj. De naam van zijn broer was Sjeresj. Zijn zonen waren Ulam en Rekem.
וַתֵּ֨לֶד
(vateled)
en baarde
מַעֲכָ֤ה
(maakha)
Maächa
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
מָכִיר֙
(makhir)
Machir
בֵּ֔ן
(ben)
een zoon
וַתִּקְרָ֤א
(vatiqra)
en noemde
שְׁמוֹ֙
(shemo)
zijn naam
פֶּ֔רֶשׁ
(peresh)
Peresj
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en de naam van
אָחִ֖יו
(achiv)
zijn broer
שָׁ֑רֶשׁ
(sharesh)
Sjeresj
וּבָנָ֖יו
(uvanav)
en zijn zonen
אוּלָ֥ם
(ulam)
Ulam
וָרָֽקֶם
(varaqem)
en Rekem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּרֶשׁ (Peresj) is een andere naam dan Peres (פֶּרֶץ) in Gen. 38:29.

Zie ookGen 38:29
17De zoon van Ulam: Bedan. Dit zijn de zonen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
אוּלָ֖ם
(ulam)
Ulam
בְּדָ֑ן
(bedan)
Bedan
אֵ֚לֶּה
(ele)
deze
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
גִלְעָ֔ד
(gilad)
Gilead
בֶּן
(ben)
zoon van
מָכִ֖יר
(makhir)
Machir
בֶּן
(ben)
zoon van
מְנַשֶּֽׁה
(menashe)
Manasse
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zijn zuster, de koningin, baarde Isjhod, Abiëzer en Machla.
וַאֲחֹת֖וֹ
(vaachoto)
en zijn zuster
הַמֹּלֶ֑כֶת
(hamolekhet)
de koningin
יָלְדָה֙
(yaleda)
baarde
אֶת
(et)
(obj.)
אִישְׁה֔וֹד
(ishehod)
Isjhod
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֲבִיעֶ֖זֶר
(aviezer)
Abiëzer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מַחְלָֽה
(machla)
Machla
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמֹּלֶכֶת (hammoleket), ‘de koningin’.

Het kan ook een eigennaam zijn: Hammoleket.

Wij vertalen ‘de koningin’.

Isjhod betekent ‘man van majesteit’.

Abiëzer kennen wij uit Joz. 17:2 en Richt. 6:11.

19De zonen van Sjemida waren Achjan, Sjechem, Likchi en Aniam.
וַיִּהְי֖וּ
(vayihyu)
en waren
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
שְׁמִידָ֑ע
(shemida)
Sjemida
אַחְיָ֣ן
(achyan)
Achjan
וָשֶׁ֔כֶם
(vashekhem)
en Sjechem
וְלִקְחִ֖י
(veliqchi)
en Likchi
וַאֲנִיעָֽם
(vaaniam)
en Aniam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sjemida wordt ook genoemd in Num. 26:32 en Joz. 17:2.

Efraïm

20De zonen van Efraïm: Sjoetelach. Bered was zijn zoon, Tachat was zijn zoon, Elada was zijn zoon, Tachat was zijn zoon,
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
שׁוּתָ֑לַח
(shutalach)
Sjoetelach
וּבֶ֤רֶד
(uvered)
en Bered
בְּנוֹ֙
(beno)
zijn zoon
וְתַ֣חַת
(vetachat)
en Tachat
בְּנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאֶלְעָדָ֥ה
(veelada)
en Elada
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
וְתַ֥חַת
(vetachat)
en Tachat
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De lijst van Efraïm loopt door tot vers 27.

Num. 26:35–36 geeft een andere, kortere lijst met Sjoetelach, Becher en Tachan.

21Zabad was zijn zoon, Sjoetelach was zijn zoon, en Ezer en Elad. De mannen van Gat, die in het land geboren waren, doodden hen. Want zij waren afgedaald om hun vee te nemen.
וְזָבָ֥ד
(vezavad)
en Zabad
בְּנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
וְשׁוּתֶ֥לַח
(veshutelach)
en Sjoetelach
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
וְעֵ֣זֶר
(veezer)
en Ezer
וְאֶלְעָ֑ד
(veelad)
en Elad
וַהֲרָג֗וּם
(vaharagum)
en doodden hen
אַנְשֵׁי
(anshei)
mannen van
גַת֙
(gat)
Gat
הַנּוֹלָדִ֣ים
(hanoladim)
de geborenen
בָּאָ֔רֶץ
(baarets)
in het land
כִּ֣י
(ki)
want
יָרְד֔וּ
(yaredu)
zij waren afgedaald
לָקַ֖חַת
(laqachat)
om te nemen
אֶת
(et)
(obj.)
מִקְנֵיהֶֽם
(miqneihem)
hun vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gat was een stad van de Filistijnen, waarschijnlijk bij Tel es-Safi in Israël.

Uitleg

De tekst zegt niet wanneer dit gebeurde.

22Hun vader Efraïm rouwde vele dagen. Zijn broers kwamen om hem te troosten.
וַיִּתְאַבֵּ֛ל
(vayitabel)
en rouwde
אֶפְרַ֥יִם
(efrayim)
Efraïm
אֲבִיהֶ֖ם
(avihem)
hun vader
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
וַיָּבֹ֥אוּ
(vayavou)
en kwamen
אֶחָ֖יו
(echav)
zijn broers
לְנַחֲמֽוֹ
(lenachamo)
om hem te troosten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Hij ging tot zijn vrouw in. Zij werd zwanger en baarde een zoon. Hij noemde hem Beria, want er was onheil in zijn huis.
וַיָּבֹא֙
(vayavo)
en hij ging in
אֶל
(el)
tot
אִשְׁתּ֔וֹ
(ishto)
zijn vrouw
וַתַּ֖הַר
(vatahar)
en zij werd zwanger
וַתֵּ֣לֶד
(vateled)
en baarde
בֵּ֑ן
(ben)
een zoon
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en noemde
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁמוֹ֙
(shemo)
zijn naam
בְּרִיעָ֔ה
(beria)
Beria
כִּ֥י
(ki)
want
בְרָעָ֖ה
(beraa)
in onheil
הָיְתָ֥ה
(hayeta)
was het
בְּבֵיתֽוֹ
(beveito)
in zijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִיעָה (Beria) klinkt als בְּרָעָה (bera’ah), ‘in onheil’.

Zo wordt de naam verklaard.

Een andere Beria is een zoon van Aser (vers 30).

24Zijn dochter was Sjeera. Zij bouwde Beneden-Bet-Choron en Boven-Bet-Choron, en Uzzen-Sjeera.
וּבִתּ֣וֹ
(uvito)
en zijn dochter
שֶׁאֱרָ֔ה
(sheera)
Sjeera
וַתִּ֧בֶן
(vativen)
en bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּית
(beit)
Bet
חוֹר֛וֹן
(choron)
Choron
הַתַּחְתּ֖וֹן
(hatachton)
het lagere
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעֶלְי֑וֹן
(haelyon)
het hogere
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
אֻזֵּ֥ן
(uzen)
Uzzen
שֶׁאֱרָֽה
(sheera)
Sjeera
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beneden- en Boven-Bet-Choron liggen in het bergland van Efraïm, op de weg naar Gibeon, in het huidige Westelijke Jordaanoever.

Zie Joz. 16:3 en Joz. 16:5.

Uzzen-Sjeera is niet nader bekend; de ligging is onzeker.

25Refach was zijn zoon, en Resjef. Telach was zijn zoon, Tachan was zijn zoon,
וְרֶ֣פַח
(verefach)
en Refach
בְּנ֗וֹ
(beno)
zijn zoon
וְרֶ֧שֶׁף
(vereshef)
en Resjef
וְתֶ֛לַח
(vetelach)
en Telach
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
וְתַ֥חַן
(vetachan)
en Tachan
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Ladan was zijn zoon, Ammihud was zijn zoon, Elisjama was zijn zoon,
לַעְדָּ֥ן
(ladan)
Ladan
בְּנ֛וֹ
(beno)
zijn zoon
עַמִּיה֥וּד
(amihud)
Ammihud
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
אֱלִישָׁמָ֥ע
(elishama)
Elisjama
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Nun was zijn zoon, Jozua was zijn zoon.
נ֥וֹן
(non)
Nun
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
יְהוֹשֻׁ֥עַ
(yehoshua)
Jozua
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes.

Zie Exod. 33:11 en Num. 13:8 en 13:16.

28Hun bezit en hun woonplaatsen waren Betel met zijn dorpen, in het oosten Naäran en in het westen Gezer met zijn dorpen. Verder Sichem met zijn dorpen, tot aan Ajja met zijn dorpen.
וַאֲחֻזָּתָם֙
(vaachuzatam)
en hun bezit
וּמֹ֣שְׁבוֹתָ֔ם
(umoshevotam)
en hun woonplaatsen
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֖ל
(el)
El
וּבְנֹתֶ֑יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
וְלַמִּזְרָ֣ח
(velamizrach)
en naar het oosten
נַעֲרָ֔ן
(naaran)
Naäran
וְלַֽמַּעֲרָ֗ב
(velamaarav)
en naar het westen
גֶּ֤זֶר
(gezer)
Gezer
וּבְנֹתֶ֨יהָ֙
(uvenoteiha)
en haar dorpen
וּשְׁכֶ֣ם
(ushekhem)
en Sichem
וּבְנֹתֶ֔יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
עַד
(ad)
tot
עַיָּ֖ה
(aya)
Ajja
וּבְנֹתֶֽיהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Betel ligt bij Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Naäran is waarschijnlijk dezelfde plaats als Naära in Joz. 16:7, in de buurt van Jericho; dat is niet zeker.

Gezer ligt in de laagvlakte, ongeveer 30 km ten noordwesten van Jeruzalem.

Sichem ligt bij Nablus.

De ligging van Ajja is onzeker.

Uitleg

בְּנֹתֶיהָ (benoteha), ‘haar dochters’: dorpen die bij een stad horen.

Zo ook in Joz. 17:11 en Richt. 1:27.

29In handen van de zonen van Manasse waren Bet-Sean met zijn dorpen, Taänak met zijn dorpen, Megiddo met zijn dorpen en Dor met zijn dorpen. In deze steden woonden de zonen van Jozef, de zoon van Israël.
וְעַל
(veal)
en bij
יְדֵ֣י
(yedei)
de handen van
בְנֵי
(benei)
zonen van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
בֵּית
(beit)
Bet
שְׁאָ֤ן
(shean)
Sean
וּבְנֹתֶ֨יהָ֙
(uvenoteiha)
en haar dorpen
תַּעְנַ֣ךְ
(tanakh)
Taänak
וּבְנֹתֶ֔יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
מְגִדּ֥וֹ
(megido)
Megiddo
וּבְנוֹתֶ֖יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
דּ֣וֹר
(dor)
Dor
וּבְנוֹתֶ֑יהָ
(uvenoteiha)
en haar dorpen
בְּאֵ֨לֶּה֙
(beele)
in deze
יָשְׁב֔וּ
(yashevu)
woonden
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
יוֹסֵ֖ף
(yosef)
Jozef
בֶּן
(ben)
zoon van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Sean, Megiddo en Dor liggen in het noorden van het huidige Israël; Taänak ligt in de Westelijke Jordaanoever.

Zie Joz. 17:11 en Richt. 1:27.

Zie Bet-San: Bet-San (Beth-Sjean) ligt in het Jordaandal, ten zuiden van het meer van Galilea.

Uitleg

עַל יְדֵי (al yedei), letterlijk ‘op de handen van’: dat betekent ‘in handen van’, dus onder hun beheer.

Aser

30De zonen van Aser: Jimna, Jisjwa, Jisjwi en Beria, en hun zuster Serach.
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
אָשֵׁ֗ר
(asher)
Aser
יִמְנָ֧ה
(yimna)
Jimna
וְיִשְׁוָ֛ה
(veyishva)
en Jisjwa
וְיִשְׁוִ֥י
(veyishvi)
en Jisjwi
וּבְרִיעָ֖ה
(uveria)
en Beria
וְשֶׂ֥רַח
(veserach)
en Serach
אֲחוֹתָֽם
(achotam)
hun zuster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31De zonen van Beria: Cheber en Malkiël. Hij is de vader van Birzajit.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
בְרִיעָ֔ה
(beria)
Beria
חֶ֖בֶר
(chever)
Cheber
וּמַלְכִּיאֵ֑ל
(umalkiel)
en Malkiël
ה֖וּא
(hu)
hij
אֲבִ֥י
(avi)
vader van
בִרְזָֽיִת
(birzayit)
Birzajit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Cheber en Malkiël staan ook in Num. 26:45 en, met de spelling ‘Chever’, in Gen. 46:17.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft בִּרְזוֹת (Birzot).

De voorgelezen tekst (qere) heeft בִּרְזָיִת (Birzajit).

Wij volgen de voorgelezen tekst.

Of Birzajit een persoon of een plaats is, zegt de tekst niet.

32Cheber werd de vader van Jaflet, Sjomer en Chotam, en van hun zuster Sjoea.
וְחֶ֨בֶר֙
(vechever)
en Cheber
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
אֶת
(et)
(obj.)
יַפְלֵ֔ט
(yaflet)
Jaflet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
שׁוֹמֵ֖ר
(shomer)
Sjomer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חוֹתָ֑ם
(chotam)
Chotam
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
שׁוּעָ֥א
(shua)
Sjoea
אֲחוֹתָֽם
(achotam)
hun zuster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bij de zonen van Aser vergelijken wij Gen. 46:17 en Num. 26:44–47.

33De zonen van Jaflet: Pasach, Bimhal en Asjwat. Dit zijn de zonen van Jaflet.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יַפְלֵ֔ט
(yaflet)
Jaflet
פָּסַ֥ךְ
(pasakh)
Pasach
וּבִמְהָ֖ל
(uvimhal)
en Bimhal
וְעַשְׁוָ֑ת
(veashvat)
en Asjwat
אֵ֖לֶּה
(ele)
deze
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
יַפְלֵֽט
(yaflet)
Jaflet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34De zonen van Sjemer: Achi, Rohga, Chubba en Aram.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
שָׁ֑מֶר
(shamer)
Sjemer
אֲחִ֥י
(achi)
Achi
וְרָהְגָּ֖ה
(verahga)
en Rohga
וְחֻבָּ֥ה
(vechuba)
en Chubba
וַאֲרָֽם
(vaaram)
en Aram
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sjemer is waarschijnlijk dezelfde man als Sjomer in vers 32.

Vers 35 noemt Helem zijn broer.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft רוהגה (Rohgoh) en יחבה (Jachbah).

De voorgelezen tekst (qere) heeft רָהְגָּה (Rohga) en חֻבָּה (Chubba).

Wij volgen de voorgelezen tekst.

35De zonen van zijn broer Helem: Zofach, Jimna, Sjelesj en Amal.
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
הֵ֖לֶם
(helem)
Helem
אָחִ֑יו
(achiv)
zijn broer
צוֹפַ֥ח
(tsofach)
Zofach
וְיִמְנָ֖ע
(veyimna)
en Jimna
וְשֵׁ֥לֶשׁ
(veshelesh)
en Sjelesj
וְעָמָֽל
(veamal)
en Amal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36De zonen van Zofach: Soeach, Charnefer, Sjoeal, Beri en Jimra,
בְּנֵ֖י
(benei)
zonen van
צוֹפָ֑ח
(tsofach)
Zofach
ס֧וּחַ
(suach)
Soeach
וְחַרְנֶ֛פֶר
(vecharnefer)
en Charnefer
וְשׁוּעָ֖ל
(veshual)
en Sjoeal
וּבֵרִ֥י
(uveri)
en Beri
וְיִמְרָֽה
(veyimra)
en Jimra
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37Betser, Hod, Sjamma, Sjilsja, Jitran en Beëra.
בֶּ֣צֶר
(betser)
Betser
וָה֗וֹד
(vahod)
en Hod
וְשַׁמָּ֧א
(veshama)
en Sjamma
וְשִׁלְשָׁ֛ה
(veshilsha)
en Sjilsja
וְיִתְרָ֖ן
(veyitran)
en Jitran
וּבְאֵרָֽא
(uveera)
en Beëra
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38De zonen van Jeter: Jefunne, Pispa en Ara.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
יֶ֑תֶר
(yeter)
Jeter
יְפֻנֶּ֥ה
(yefune)
Jefunne
וּפִסְפָּ֖ה
(ufispa)
en Pispa
וַאְרָֽא
(vara)
en Ara
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39De zonen van Ulla: Arach, Channiël en Ritsja.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
עֻלָּ֑א
(ula)
Ulla
אָרַ֥ח
(arach)
Arach
וְחַנִּיאֵ֖ל
(vechaniel)
en Channiël
וְרִצְיָֽא
(veritsya)
en Ritsja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40Al deze mannen waren zonen van Aser, hoofden van de vaderhuizen, uitgelezen dappere krijgers, hoofden van de leiders. Hun inschrijving voor het leger en de oorlog: hun getal was 26.000 man.
כָּל
(kal)
al
אֵ֣לֶּה
(ele)
deze
בְנֵי
(benei)
zonen van
אָ֠שֵׁר
(asher)
Aser
רָאשֵׁ֨י
(rashei)
hoofden van
בֵית
(beit)
het huis van
הָאָב֤וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
בְּרוּרִים֙
(berurim)
uitgelezenen
גִּבּוֹרֵ֣י
(giborei)
helden van
חֲיָלִ֔ים
(chayalim)
kracht
רָאשֵׁ֖י
(rashei)
hoofden van
הַנְּשִׂיאִ֑ים
(hanesiim)
de leiders
וְהִתְיַחְשָׂ֤ם
(vehityachsam)
en hun inschrijving
בַּצָּבָא֙
(batsava)
voor het leger
בַּמִּלְחָמָ֔ה
(bamilchama)
voor de oorlog
מִסְפָּרָ֣ם
(misparam)
hun getal
אֲנָשִׁ֔ים
(anashim)
mannen
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְשִׁשָּׁ֖ה
(veshisha)
en zes
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Num. 1:41 en Num. 26:47 geven voor Aser andere getallen (41.500 en 53.400).

De tekst zegt niet bij welke telling dit getal hoort.