Elohim Bijbel

Ezra 2

12345678910

De lijst van wie uit de ballingschap terugkeerde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wie terugkeerde

1Dit zijn de mensen van de provincie die uit de gevangenschap van de ballingen optrokken. Nebukadnezar, de koning van Babel, had hen naar Babel weggevoerd. Zij keerden terug naar Jeruzalem en Juda, ieder naar zijn eigen stad.
וְאֵ֣לֶּה
(veele)
en dit zijn
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַמְּדִינָ֗ה
(hamedina)
de provincie
הָֽעֹלִים֙
(haolim)
die optrokken
מִשְּׁבִ֣י
(mishevi)
uit de gevangenen van
הַגּוֹלָ֔ה
(hagola)
de ballingschap
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הֶגְלָ֛ה
(hegla)
had weggevoerd
נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֖ל
(bavel)
Babel
לְבָבֶ֑ל
(levavel)
naar Babel
וַיָּשׁ֛וּבוּ
(vayashuvu)
en zij keerden terug
לִירוּשָׁלִַ֥ם
(lirushaliam)
naar Jeruzalem
וִֽיהוּדָ֖ה
(vihuda)
en Juda
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
לְעִירֽוֹ
(leiro)
naar zijn stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Dezelfde lijst, met afwijkingen, staat in Neh. 7:6–72.

Per vers melden wij wat in het Hebreeuws van Neh. 7 anders is.

De getallen en namen die wij hier geven zijn die van Ezra.

מְדִינָה (medinah), ‘provincie’: het gebied Juda als onderdeel van het Perzische rijk.

שְׁבִי הַגּוֹלָה (shevi hagolah), ‘gevangenen van de ballingschap’: de mensen die Nebukadnezar had weggevoerd.

Neh. 7:6 heeft hier niet ‘naar Babel’ en schrijft ‘naar Juda’ met een voorzetsel.

2Zij kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reëlaja, Mordechai, Bilsjan, Mispar, Bigvai, Rechum en Baäna. Dit is het aantal van de mannen van het volk Israël:
אֲשֶׁר
(asher)
die
בָּ֣אוּ
(bau)
kwamen
עִם
(im)
met
זְרֻבָּבֶ֗ל
(zerubavel)
Zerubbabel
יֵשׁ֡וּעַ
(yeshua)
Jesua
נְ֠חֶמְיָה
(nechemya)
Nehemia
שְׂרָיָ֨ה
(seraya)
Seraja
רְֽעֵלָיָ֜ה
(reelaya)
Reëlaja
מָרְדֳּכַ֥י
(mardokhay)
Mordechai
בִּלְשָׁ֛ן
(bilshan)
Bilsjan
מִסְפָּ֥ר
(mispar)
Mispar
בִּגְוַ֖י
(bigvay)
Bigvai
רְח֣וּם
(rechum)
Rechum
בַּעֲנָ֑ה
(baana)
Baäna
מִסְפַּ֕ר
(mispar)
het aantal van
אַנְשֵׁ֖י
(anshei)
de mannen van
עַ֥ם
(am)
het volk van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elf namen van leiders.

Neh. 7:7 heeft er twaalf: Azarja in plaats van Seraja, Raämja in plaats van Reëlaja, daarbij Nachamani, Misperet in plaats van Mispar en Nechum in plaats van Rechum.

יֵשׁוּעַ (Yeshua), ‘Jesua’: de hogepriester, de zoon van Jehozadak. In Haggai en Zacharia heet hij Jozua (Yehoshua); in Ezra en Nehemia schrijven wij de korte vorm ‘Jesua’ (zie Hag. 1:1 en Zach. 3:1).

De tekst zegt niet of deze Nehemia dezelfde is als de bouwer van de muur. Ook zegt de tekst niet of Mordechai dezelfde man is als in het boek Ester.

מִסְפַּר (mispar), ‘aantal’: het woord staat twee keer in dit vers. Eén keer is het een naam, Mispar; de tweede keer is het het woord ‘aantal’.

De zonen van families en de mannen van steden

3De zonen van Parosj: 2.172.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
פַרְעֹ֔שׁ
(parosh)
Parosj
אַלְפַּ֕יִם
(alpayim)
tweeduizend
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי (bene), ‘de zonen van’: in deze lijst bedoelt het woord de afstammelingen van een stamvader of de leden van een familie.

Wij houden ‘zonen van’ aan.

De getallen staan als cijfers. Neh. 7:8 heeft hier hetzelfde getal.

4De zonen van Sefatja: 372.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שְׁפַטְיָ֔ה
(shefatya)
Sefatja
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5De zonen van Arach: 775.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָרַ֔ח
(arach)
Arach
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חֲמִשָּׁ֥ה
(chamisha)
vijf
וְשִׁבְעִֽים
(veshivim)
en zeventig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:10 heeft 652 in plaats van 775.

6De zonen van Pachat-Moab, van de zonen van Jesua en Joab: 2.812.
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
פַחַ֥ת
(pachat)
Pachat
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
לִבְנֵ֥י
(livnei)
van de zonen van
יֵשׁ֖וּעַ
(yeshua)
Jesua
יוֹאָ֑ב
(yoav)
Joab
אַלְפַּ֕יִם
(alpayim)
tweeduizend
שְׁמֹנֶ֥ה
(shemone)
acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁנֵ֥ים
(usheneim)
en twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּחַת מוֹאָב (pachat Mo’av), ‘Pachat-Moab’: waarschijnlijk ‘landvoogd van Moab’, hier de naam van een familie.

De betekenis is niet zeker.

לִבְנֵי יֵשׁוּעַ יוֹאָב (livne Yeshua Yo’av), ‘van de zonen van Jesua en Joab’: de familie kwam uit twee takken. Neh. 7:11 heeft het getal 2.818.

7De zonen van Elam: 1.254.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עֵילָ֔ם
(eilam)
Elam
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8De zonen van Zattu: 945.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זַתּ֔וּא
(zatu)
Zattu
תְּשַׁ֥ע
(tesha)
negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:13 heeft 845 in plaats van 945.

9De zonen van Zakkai: 760.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זַכָּ֔י
(zakay)
Zakkai
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְשִׁשִּֽׁים
(veshishim)
en zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:14
10De zonen van Bani: 642.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בָנִ֔י
(bani)
Bani
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:15 heeft hier de naam Binnui, met het getal 648.

11De zonen van Bebai: 623.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בֵבָ֔י
(bevay)
Bebai
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:16 heeft 628.

12De zonen van Azgad: 1.222.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַזְגָּ֔ד
(azgad)
Azgad
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:17 heeft 2.322.

13De zonen van Adonikam: 666.
בְּנֵי֙
(benei)
de zonen van
אֲדֹ֣נִיקָ֔ם
(adoniqam)
Adonikam
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
וְשִׁשָּֽׁה
(veshisha)
en zes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:18 heeft 667.

14De zonen van Bigvai: 2.056.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִגְוָ֔י
(bigvay)
Bigvai
אַלְפַּ֖יִם
(alpayim)
tweeduizend
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְשִׁשָּֽׁה
(veshisha)
en zes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:19 heeft 2.067.

15De zonen van Adin: 454.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עָדִ֔ין
(adin)
Adin
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:20 heeft 655.

16De zonen van Ater, van Hizkia: 98.
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָטֵ֥ר
(ater)
Ater
לִֽיחִזְקִיָּ֖ה
(lichizqiya)
van Hizkia
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ater ‘van Hizkia’: deze tak van de familie Ater werd naar Hizkia genoemd.

Neh. 7:21 heeft hetzelfde getal, 98.

Zie ookNeh 7:21
17De zonen van Bezai: 323.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בֵצָ֔י
(betsay)
Bezai
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De volgorde van de families Bezai, Jora en Chasjum is in Neh. 7:22–25 anders.

Daar staat Chasjum (328) voor Bezai (324).

18De zonen van Jora: 112.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יוֹרָ֔ה
(yora)
Jora
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
וּשְׁנֵ֥ים
(usheneim)
en twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:24 heeft hier de naam Charif, met hetzelfde getal, 112.

Zie ookNeh 7:24
19De zonen van Chasjum: 223.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָשֻׁ֔ם
(chashum)
Chasjum
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De zonen van Gibbar: 95.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גִבָּ֖ר
(gibar)
Gibbar
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:25 heeft hier Gibeon in plaats van Gibbar, met hetzelfde getal, 95.

Gibeon is een plaats; Gibbar is hier een familienaam.

Zie ookNeh 7:25
21De zonen van Betlehem: 123.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בֵֽית
(beit)
Bet
לָ֔חֶם
(lachem)
Lechem
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.

Uitleg

Neh. 7:26 neemt Betlehem en Netofa samen: 188 mannen.

Hier zijn het 123 en 56, samen 179.

22De mannen van Netofa: 56.
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
de mannen van
נְטֹפָ֖ה
(netofa)
Netofa
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְשִׁשָּֽׁה
(veshisha)
en zes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Netofa (ligging onzeker): Netofa lag in het bergland bij Betlehem.

Khirbet Bedd Faluh is voorgesteld.

Dit is niet zeker.

23De mannen van Anatot: 128.
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
עֲנָת֔וֹת
(anatot)
Anatot
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Anatot: Anatot wordt gezocht bij Ras el-Kharrubeh, ten noordoosten van Jeruzalem.

24De zonen van Azmavet: 42.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַזְמָ֖וֶת
(azmavet)
Azmavet
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Azmavet (Hizma): Azmavet (Bet-Azmavet) is het huidige Hizma, ten noordoosten van Jeruzalem, in Benjamin.

Uitleg

Neh. 7:28 heeft hier ‘de mannen van Bet-Azmavet’.

Zie ookNeh 7:28
25De zonen van Kirjat-Arim, Kefira en Beërot: 743.
בְּנֵ֨י
(benei)
de zonen van
קִרְיַ֤ת
(qiryat)
Kirjat
עָרִים֙
(arim)
Arim
כְּפִירָ֣ה
(kefira)
Kefira
וּבְאֵר֔וֹת
(uveerot)
en Beërot
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kirjat-Jearim (Kirjat-Arim): Kirjat-Jearim wordt gezocht bij Abu Gosh of Deir el-Azhar, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.

Zie Kefira: Kefira wordt gezocht bij Khirbet Kefireh, ten westen van Gibeon.

Zie Beërot (ligging onzeker): Beërot wordt gezocht bij el-Bireh, ten noorden van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Uitleg

קִרְיַת עָרִים (qiryat arim), ‘Kirjat-Arim’: een andere schrijfwijze van Kirjat-Jearim (Joz. 9:17; 1 Kron. 13:5).

Neh. 7:29 heeft Kirjat-Jearim.

26De zonen van Rama en Geba: 621.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
הָרָמָה֙
(harama)
Rama
וָגָ֔בַע
(vagava)
en Geba
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְאֶחָֽד
(veechad)
en één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Rama (er-Ram): Rama (nu er-Ram; ook Ramataim-Zofim, de woonplaats van Samuël) lag ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.

De ligging van Samuëls Rama is niet helemaal zeker.

In Jozua 19 zijn andere plaatsen met deze naam bedoeld, in het noorden.

Zie Geba: Geba (nu Jaba) lag ten noordoosten van Jeruzalem, in Benjamin.

27De mannen van Mikmas: 122.
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
מִכְמָ֔ס
(mikhmas)
Mikmas
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Mikmas: Mikmas (nu Mukhmas) lag ongeveer 10 km ten noordoosten van Jeruzalem, tegenover Geba.

De pas van Mikmas is het dal (Wadi es-Suwenit) tussen beide plaatsen.

28De mannen van Betel en Ai: 223.
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
בֵֽית
(beit)
Bet
אֵל֙
(el)
El
וְהָעָ֔י
(vehaay)
en Ai
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Neh. 7:32 heeft hier 123 in plaats van 223.

29De zonen van Nebo: 52.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְב֖וֹ
(nevo)
Nebo
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:33 heeft hier ‘de mannen van de andere Nebo’.

30De zonen van Magbis: 156.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
מַגְבִּ֔ישׁ
(magbish)
Magbis
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְשִׁשָּֽׁה
(veshisha)
en zes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze familie, Magbis, staat niet in Neh. 7.

31De zonen van de andere Elam: 1.254.
בְּנֵי֙
(benei)
de zonen van
עֵילָ֣ם
(eilam)
Elam
אַחֵ֔ר
(acher)
andere
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De andere Elam’: er is ook een Elam in vers 7.

Het getal is hetzelfde, 1.254.

Neh. 7:34 heeft ook dit getal.

32De zonen van Charim: 320.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָרִ֔ם
(charim)
Charim
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33De zonen van Lod, Chadid en Ono: 725.
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
לֹד֙
(lod)
Lod
חָדִ֣יד
(chadid)
Chadid
וְאוֹנ֔וֹ
(veono)
en Ono
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Lod: Lod (later Lydda) lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Lod.

Zie Chadid (Hadid): Chadid (Hadid) lag in het laagland van Benjamin, ten oosten van Lod, bij het huidige el-Haditha.

Zie Ono (ligging onzeker): Ono lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem; Kafr Ana wordt genoemd.

De precieze plaats is niet zeker.

Uitleg

Neh. 7:37 heeft 721 in plaats van 725.

34De zonen van Jericho: 345.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְרֵח֔וֹ
(yerecho)
Jericho
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.

35De zonen van Senaä: 3.630.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
סְנָאָ֔ה
(senaa)
Senaä
שְׁלֹ֣שֶׁת
(sheloshet)
drie
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁלֹשִֽׁים
(usheloshim)
en dertig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:38 heeft 3.930 in plaats van 3.630.

Zie ookNeh 7:38

De priesters

36De priesters: de zonen van Jedaja, van het huis van Jesua: 973.
הַֽכֹּהֲנִ֑ים
(hakohanim)
de priesters
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יְדַֽעְיָה֙
(yedaya)
Jedaja
לְבֵ֣ית
(leveit)
van het huis van
יֵשׁ֔וּעַ
(yeshua)
Jesua
תְּשַׁ֥ע
(tesha)
negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De vier priesterfamilies samen zijn 973 + 1.052 + 1.247 + 1.017 = 4.289.

Neh. 7:39–42 heeft dezelfde vier getallen.

37De zonen van Immer: 1.052.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אִמֵּ֔ר
(imer)
Immer
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38De zonen van Pasjchur: 1.247.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
פַשְׁח֔וּר
(pashchur)
Pasjchur
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וְשִׁבְעָֽה
(veshiva)
en zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּשְׁחוּר (Pashchur), ‘Pasjchur’: zo schrijven wij de naam ook in 1 Kron. 9:12.

39De zonen van Charim: 1.017.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָרִ֔ם
(charim)
Charim
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשִׁבְעָ֥ה
(veshiva)
en zeven
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Levieten, zangers en poortwachters

40De Levieten: de zonen van Jesua en Kadmiël, van de zonen van Hodavja: 74.
הַלְוִיִּ֑ם
(halviyim)
de Levieten
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יֵשׁ֧וּעַ
(yeshua)
Jesua
וְקַדְמִיאֵ֛ל
(veqadmiel)
en Kadmiël
לִבְנֵ֥י
(livnei)
van de zonen van
הוֹדַוְיָ֖ה
(hodavya)
Hodavja
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹדַוְיָה (Hodavja): Neh. 7:43 heeft Hodewa (הוֹדְוָה).

Wij schrijven in dit vers Hodavja, zoals in 1 Kron. 3:24.

41De zangers: de zonen van Asaf: 128.
הַֽמְשֹׁרְרִ֑ים
(hamshorerim)
de zangers
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָסָ֔ף
(asaf)
Asaf
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:44 heeft 148 in plaats van 128.

42De zonen van de poortwachters: de zonen van Sjallum, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkub, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai. Samen: 139.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַשֹּֽׁעֲרִ֗ים
(hashoarim)
de poortwachters
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
שַׁלּ֤וּם
(shalum)
Sjallum
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָטֵר֙
(ater)
Ater
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
טַלְמ֣וֹן
(talmon)
Talmon
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עַקּ֔וּב
(aquv)
Akkub
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֲטִיטָ֖א
(chatita)
Chatita
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שֹׁבָ֑י
(shovay)
Sjobai
הַכֹּ֕ל
(hakol)
samen
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וְתִשְׁעָֽה
(vetisha)
en negen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zes families samen: 139.

Neh. 7:45 heeft 138.

Neh. 7:45 schrijft de naam Talmon zonder de klinkerletter vav (טַלְמֹן).

De tempeldienaren en de dienaren van Salomo

43De tempeldienaren: de zonen van Ziecha, de zonen van Chasufa, de zonen van Tabbaot,
הַנְּתִינִ֑ים
(hanetinim)
de tempeldienaren
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
צִיחָ֥א
(tsicha)
Ziecha
בְנֵי
(benei)
de zonen van
חֲשׂוּפָ֖א
(chasufa)
Chasufa
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
טַבָּעֽוֹת
(tabaot)
Tabbaot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַנְּתִינִים (hannetinim), ‘de tempeldienaren’: letterlijk ‘de gegevenen’, mensen die aan de tempel waren gegeven om te dienen.

In 1 Kron. 9:2 staat dezelfde groep als ‘de Netinim’; wij kiezen hier de vertaling ‘tempeldienaren’.

De lijst van namen loopt tot en met vers 54. Neh. 7:46–56 schrijft een aantal namen iets anders, bijvoorbeeld Chasjefa, Kiros en Bazlit.

44de zonen van Keros, de zonen van Sia, de zonen van Padon,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
קֵרֹ֥ס
(qeros)
Keros
בְּֽנֵי
(benei)
de zonen van
סִֽיעֲהָ֖א
(siaha)
Sia
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
פָדֽוֹן
(padon)
Padon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:47
45de zonen van Lebana, de zonen van Chagaba, de zonen van Akkub,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
לְבָנָ֥ה
(levana)
Lebana
בְנֵי
(benei)
de zonen van
חֲגָבָ֖ה
(chagava)
Chagaba
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַקּֽוּב
(aquv)
Akkub
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:48
46de zonen van Chagab, de zonen van Salmai, de zonen van Chanan,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
חָגָ֥ב
(chagav)
Chagab
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
שַׁלְמַ֖י
(shalmay)
Salmai
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חָנָֽן
(chanan)
Chanan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:48–49 laat Akkub (vers 45) en Chagab (vers 46) weg.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat שמלי (Shamlai), in de gelezen tekst (qere) שַׁלְמַי (Salmai).

Wij volgen het qere.

47de zonen van Giddel, de zonen van Gachar, de zonen van Reaja,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גִדֵּ֥ל
(gidel)
Giddel
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גַ֖חַר
(gachar)
Gachar
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
רְאָיָֽה
(reaya)
Reaja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
48de zonen van Resin, de zonen van Nekoda, de zonen van Gazzam,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
רְצִ֥ין
(retsin)
Resin
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
נְקוֹדָ֖א
(neqoda)
Nekoda
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גַזָּֽם
(gazam)
Gazzam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49de zonen van Uzza, de zonen van Paseach, de zonen van Besai,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עֻזָּ֥א
(uza)
Uzza
בְנֵי
(benei)
de zonen van
פָסֵ֖חַ
(paseach)
Paseach
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
בֵסָֽי
(besay)
Besai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:51
50de zonen van Asna, de zonen van de Meünim, de zonen van de Nefusim,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
אַסְנָ֥ה
(asna)
Asna
בְנֵי
(benei)
de zonen van
מְעוּנִ֖ים
(meunim)
de Meünim
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְפוּסִֽים
(nefusim)
de Nefusim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:52 laat Asna weg.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat מעינים (Me’inim) en נפיסים (Nefisim), in de gelezen tekst (qere) מְעוּנִים (Me’unim) en נְפוּסִים (Nefusim).

Wij volgen het qere: Meünim en Nefusim.

Zie ookNeh 7:52
51de zonen van Bakbuk, de zonen van Chakufa, de zonen van Charchur,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַקְבּ֥וּק
(baqbuq)
Bakbuk
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
חֲקוּפָ֖א
(chaqufa)
Chakufa
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חַרְחֽוּר
(charchur)
Charchur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
52de zonen van Bazlut, de zonen van Mechida, de zonen van Charsja,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַצְל֥וּת
(batslut)
Bazlut
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
מְחִידָ֖א
(mechida)
Mechida
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חַרְשָֽׁא
(charsha)
Charsja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:54 schrijft Bazlit.

Zie ookNeh 7:54
53de zonen van Barkos, de zonen van Sisera, de zonen van Temach,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַרְק֥וֹס
(barqos)
Barkos
בְּֽנֵי
(benei)
de zonen van
סִֽיסְרָ֖א
(sisera)
Sisera
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
תָֽמַח
(tamach)
Temach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:55
54de zonen van Nesiach en de zonen van Chatifa.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְצִ֖יחַ
(netsiach)
Nesiach
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֲטִיפָֽא
(chatifa)
Chatifa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
55De zonen van de dienaren van Salomo: de zonen van Sotai, de zonen van Hassoferet, de zonen van Peruda,
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
עַבְדֵ֣י
(avdei)
de dienaren van
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
סֹטַ֥י
(sotay)
Sotai
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
הַסֹּפֶ֖רֶת
(hasoferet)
Hassoferet
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
פְרוּדָֽא
(peruda)
Peruda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַסֹּפֶרֶת (hassoferet), ‘Hassoferet’: met het lidwoord; het woord betekent ‘de schrijver(es)’.

De betekenis als naam is niet zeker.

Neh. 7:57 schrijft Soferet en Peruda als Perida.

56de zonen van Jaäla, de zonen van Darkon, de zonen van Giddel,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יַעְלָ֥ה
(yala)
Jaäla
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דַרְק֖וֹן
(darqon)
Darkon
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גִדֵּֽל
(gidel)
Giddel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 7:58
57de zonen van Sefatja, de zonen van Chattil, de zonen van Pocheret-Hassebajim en de zonen van Ami.
בְּנֵ֧י
(benei)
de zonen van
שְׁפַטְיָ֣ה
(shefatya)
Sefatja
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
חַטִּ֗יל
(chatil)
Chattil
בְּנֵ֛י
(benei)
de zonen van
פֹּכֶ֥רֶת
(pokheret)
Pocheret
הַצְּבָיִ֖ים
(hatsevayim)
Hassebajim
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
אָמִֽי
(ami)
Ami
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֹּכֶרֶת הַצְּבָיִים (pocheret hatsevayim), ‘Pocheret-Hassebajim’: het tweede deel van de naam kan ‘de gazellen’ betekenen.

De betekenis is niet zeker.

Neh. 7:59 heeft in plaats van Ami de naam Amon.

Zie ookNeh 7:59
58Alle tempeldienaren en zonen van de dienaren van Salomo: 392.
כָּ֨ל
(kal)
alle
הַנְּתִינִ֔ים
(hanetinim)
de tempeldienaren
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
עַבְדֵ֣י
(avdei)
de dienaren van
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tempeldienaren en de zonen van de dienaren van Salomo samen: 392.

Neh. 7:60 heeft hetzelfde getal.

Wie zijn afkomst niet kon aantonen

59Dit zijn zij die optrokken uit Tel-Melach, Tel-Charsja, Kerub, Addan en Immer. Zij konden niet aantonen of het huis van hun vaders en hun nageslacht uit Israël kwam.
וְאֵ֗לֶּה
(veele)
en dit zijn
הָֽעֹלִים֙
(haolim)
die optrokken
מִתֵּ֥ל
(mitel)
uit Tel
מֶ֨לַח֙
(melach)
Melach
תֵּ֣ל
(tel)
Tel
חַרְשָׁ֔א
(charsha)
Charsja
כְּר֥וּב
(keruv)
Kerub
אַדָּ֖ן
(adan)
Addan
אִמֵּ֑ר
(imer)
Immer
וְלֹ֣א
(velo)
maar niet
יָֽכְל֗וּ
(yakhelu)
konden
לְהַגִּ֤יד
(lehagid)
aantonen
בֵּית
(beit)
het huis van
אֲבוֹתָם֙
(avotam)
hun vaders
וְזַרְעָ֔ם
(vezaram)
en hun nageslacht
אִ֥ם
(im)
of
מִיִּשְׂרָאֵ֖ל
(miyisrael)
uit Israël
הֵֽם
(hem)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Tel-Melach, Tel-Charsja, Kerub, Addan en Immer waren plaatsen in Babylonië.

De ligging is niet bekend.

Uitleg

Neh. 7:61 schrijft Addon in plaats van Addan.

De tekst zegt niet of Kerub en Addan twee plaatsen zijn of één.

Wij houden ze apart, zoals de Hebreeuwse tekst.

Zie ookNeh 7:61
60De zonen van Delaja, de zonen van Tobia en de zonen van Nekoda: 652.
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
דְלָיָ֥ה
(delaya)
Delaja
בְנֵי
(benei)
de zonen van
טוֹבִיָּ֖ה
(toviya)
Tobia
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
נְקוֹדָ֑א
(neqoda)
Nekoda
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:62 heeft 642 in plaats van 652.

Zie ookNeh 7:62
61Van de zonen van de priesters: de zonen van Chobaja, de zonen van Hakkoz en de zonen van Barzillai. Barzillai had een vrouw genomen van de dochters van Barzillai, de Gileadiet, en werd naar hun naam genoemd.
וּמִבְּנֵי֙
(umibenei)
en van de zonen van
הַכֹּ֣הֲנִ֔ים
(hakohanim)
de priesters
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֳבַיָּ֖ה
(chovaya)
Chobaja
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַקּ֑וֹץ
(haqots)
Hakkoz
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בַרְזִלַּ֗י
(barzilay)
Barzillai
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לָ֠קַח
(laqach)
had genomen
מִבְּנ֞וֹת
(mibenot)
van de dochters van
בַּרְזִלַּ֤י
(barzilay)
Barzillai
הַגִּלְעָדִי֙
(hagiladi)
de Gileadiet
אִשָּׁ֔ה
(isha)
een vrouw
וַיִּקָּרֵ֖א
(vayiqare)
en werd genoemd
עַל
(al)
naar
שְׁמָֽם
(shemam)
hun naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּרְזִלַּי (Barzillai): de eerste Barzillai is de priester, de tweede de Gileadiet.

Zie 2 Sam. 17:27 en 2 Sam. 19:32–40.

Zijn naam ging over op de familie die uit dit huwelijk kwam.

62Zij zochten hun inschrijving in het geslachtsregister, maar die werd niet gevonden. Daarom werden zij als onrein buiten het priesterschap gehouden.
אֵ֗לֶּה
(ele)
dezen
בִּקְשׁ֧וּ
(biqshu)
zochten
כְתָבָ֛ם
(ketavam)
hun inschrijving
הַמִּתְיַחְשִׂ֖ים
(hamityachsim)
van de geslachtsregisters
וְלֹ֣א
(velo)
maar niet
נִמְצָ֑אוּ
(nimtsau)
werd gevonden
וַֽיְגֹאֲל֖וּ
(vaygoalu)
en zij werden onrein verklaard
מִן
(min)
van
הַכְּהֻנָּֽה
(hakehuna)
het priesterschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיְגֹאֲלוּ (vayego’alu), ‘zij werden onrein verklaard’: een werkwoord dat verwant is met גאל in de zin van ‘bezoedelen’ (zie Mal. 1:7).

Het is niet het werkwoord ga’al, ‘verlossen’.

Zij werden uitgesloten van het priesterschap.

63De Tirsjata zei tegen hen dat zij niet van het hoogheilige mochten eten, totdat er een priester zou opstaan met Urim en Tummim.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
הַתִּרְשָׁ֨תָא֙
(hatirshata)
de Tirsjata
לָהֶ֔ם
(lahem)
tegen hen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
יֹאכְל֖וּ
(yokhlu)
zij mochten eten
מִקֹּ֣דֶשׁ
(miqodesh)
van het hoogheilige van
הַקֳּדָשִׁ֑ים
(haqodashim)
de heilige dingen
עַ֛ד
(ad)
totdat
עֲמֹ֥ד
(amod)
zou opstaan
כֹּהֵ֖ן
(kohen)
een priester
לְאוּרִ֥ים
(leurim)
met Urim
וּלְתֻמִּֽים
(uletumim)
en Tummim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַתִּרְשָׁתָא (hattirshata), ‘de Tirsjata’: een Perzische titel van de gouverneur.

De tekst noemt zijn naam niet.

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘het hoogheilige’: wat alleen priesters mochten eten (Lev. 2:3).

אוּרִים וְתֻמִּים (Urim vetummim): zie Exod. 28:30. Neh. 7:65 heeft ‘de priester’ met lidwoord.

Het totaal en de gaven

64De hele vergadering bij elkaar telde 42.360.
כָּל
(kal)
heel
הַקָּהָ֖ל
(haqahal)
de vergadering
כְּאֶחָ֑ד
(keechad)
als één
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
רִבּ֔וֹא
(ribo)
tienduizendtallen
אַלְפַּ֖יִם
(alpayim)
tweeduizend
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
שִׁשִּֽׁים
(shishim)
zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִבּוֹא (ribbo), ‘tienduizendtal’: 4 × 10.000 + 2.000 + 360 = 42.360.

Neh. 7:66 heeft hetzelfde totaal.

De afzonderlijke getallen in de lijst tellen niet op tot dit totaal. De tekst verklaart dat niet. Wij geven de getallen zoals ze staan.

65Daarnaast waren er hun dienaren en dienaressen: 7.337. Zij hadden ook zangers en zangeressen: 200.
מִ֠לְּבַד
(milevad)
afgezien van
עַבְדֵיהֶ֤ם
(avdeihem)
hun dienaren
וְאַמְהֹֽתֵיהֶם֙
(veamhoteihem)
en hun dienaressen
אֵ֔לֶּה
(ele)
dezen
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
וְשִׁבְעָ֑ה
(veshiva)
en zeven
וְלָהֶ֛ם
(velahem)
en zij hadden
מְשֹׁרְרִ֥ים
(meshorerim)
zangers
וּֽמְשֹׁרְר֖וֹת
(umeshorerot)
en zangeressen
מָאתָֽיִם
(matayim)
tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲבָדֵיהֶם וַאֲמָהֹתֵיהֶם (avdehem va’amahoteihem), ‘hun dienaren en dienaressen’: mensen in dienst bij deze families.

Neh. 7:67 heeft 245 zangers en zangeressen in plaats van 200.

66Hun paarden: 736. Hun muildieren: 245.
סוּסֵיהֶ֕ם
(suseihem)
hun paarden
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
וְשִׁשָּׁ֑ה
(veshisha)
en zes
פִּרְדֵיהֶ֕ם
(pirdeihem)
hun muildieren
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers, met de paarden en de muildieren, staat in het Hebreeuws van Neh. 7 niet.

67Hun kamelen: 435. Hun ezels: 6.720.
גְּמַ֨לֵּיהֶ֔ם
(gemaleihem)
hun kamelen
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
וַחֲמִשָּׁ֑ה
(vachamisha)
en vijf
חֲמֹרִ֕ים
(chamorim)
de ezels
שֵׁ֣שֶׁת
(sheshet)
zes
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:68 heeft hier dezelfde getallen voor kamelen (435) en ezels (6.720).

Zie ookNeh 7:68
68Toen zij bij het huis van Yahweh in Jeruzalem kwamen, gaven sommige hoofden van de vaderhuizen vrijwillig voor het huis van Elohim. Zij wilden het weer op zijn plaats laten staan.
וּמֵרָאשֵׁי֙
(umerashei)
en van de hoofden van
הָֽאָב֔וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
בְּבוֹאָ֕ם
(bevoam)
bij hun komst
לְבֵ֥ית
(leveit)
naar het huis van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
הִֽתְנַדְּבוּ֙
(hitnadevu)
gaven vrijwillig
לְבֵ֣ית
(leveit)
voor het huis van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
לְהַעֲמִיד֖וֹ
(lehaamido)
om het te laten staan
עַל
(al)
op
מְכוֹנֽוֹ
(mekhono)
zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

לְהַעֲמִידוֹ עַל מְכוֹנוֹ (lehaamido al mekhono), ‘om het weer op zijn plaats te laten staan’: letterlijk ‘om het te laten staan op zijn plaats’.

Het gaat om het huis van Elohim dat op zijn oude plaats moest worden opgebouwd.

Neh. 7:69–71 noemt andere gevers en andere getallen dan Ezra 2:68–69.

69Naar hun vermogen gaven zij aan de schatkist voor het werk: 61.000 darieken goud, 5.000 minen zilver en 100 priesterkleden.
כְּכֹחָ֗ם
(kekhocham)
naar hun vermogen
נָתְנוּ֮
(natenu)
gaven zij
לְאוֹצַ֣ר
(leotsar)
aan de schatkist van
הַמְּלָאכָה֒
(hamelakha)
het werk
זָהָ֗ב
(zahav)
goud
דַּרְכְּמוֹנִים֙
(darkemonim)
darieken
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
רִבֹּ֣אות
(ribovt)
tienduizendtallen
וָאֶ֔לֶף
(vaelef)
en duizend
וְכֶ֕סֶף
(vekhesef)
en zilver
מָנִ֖ים
(manim)
minen
חֲמֵ֣שֶׁת
(chameshet)
vijf
אֲלָפִ֑ים
(alafim)
duizenden
וְכָתְנֹ֥ת
(vekhatenot)
en onderkleden van
כֹּהֲנִ֖ים
(kohanim)
priesters
מֵאָֽה
(mea)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דַּרְכְּמוֹן (darkemon), ‘dariek’: waarschijnlijk een Perzische gouden munt.

Het gewicht staat niet vast.

מָנֶה (maneh), ‘mina’: een gewicht, hier voor zilver (zie 1 Kon. 10:17). De omrekening naar kilo’s staat niet vast; wij geven er geen.

כֻּתֹּנֶת (kuttonet), ‘onderkleed’: het kleed dat priesters droegen, zoals in Exod. 28:40. Wij schrijven ‘priesterkleden’.

De vestiging in de steden

70De priesters, de Levieten, een deel van het volk, de zangers, de poortwachters en de tempeldienaren gingen wonen in hun steden. Heel Israël woonde in zijn steden.
וַיֵּשְׁב֣וּ
(vayeshevu)
en gingen wonen
הַכֹּהֲנִ֣ים
(hakohanim)
de priesters
וְ֠הַלְוִיִּם
(vehalviyim)
en de Levieten
וּֽמִן
(umin)
en van
הָעָ֞ם
(haam)
het volk
וְהַמְשֹׁרְרִ֧ים
(vehamshorerim)
en de zangers
וְהַשּׁוֹעֲרִ֛ים
(vehashoarim)
en de poortwachters
וְהַנְּתִינִ֖ים
(vehanetinim)
en de tempeldienaren
בְּעָרֵיהֶ֑ם
(beareihem)
in hun steden
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּעָרֵיהֶֽם
(beareihem)
in hun steden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De groepen in dit vers volgen de volgorde van de lijst: de priesters, de Levieten, een deel van het volk, de zangers, de poortwachters en de tempeldienaren.

Daarna volgt heel Israël.

Neh. 7:72 sluit af met ‘toen de zevende maand aanbrak’, zoals Ezra 3:1.