Elohim Bijbel

Nehemia 7

12345678910111213

De poorten, het geslachtsregister en de lijst van wie terugkeerde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De stad wordt bewaakt

1Toen de muur gebouwd was, plaatste ik de deuren. De poortwachters, de zangers en de Levieten werden aangesteld.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
toen
נִבְנְתָה֙
(nivneta)
werd gebouwd
הַחוֹמָ֔ה
(hachoma)
de muur
וָאַעֲמִ֖יד
(vaaamid)
en ik plaatste
הַדְּלָת֑וֹת
(hadelatot)
de deuren
וַיִּפָּֽקְד֛וּ
(vayipaqedu)
en werden aangesteld
הַשּׁוֹעֲרִ֥ים
(hashoarim)
de poortwachters
וְהַמְשֹׁרְרִ֖ים
(vehamshorerim)
en de zangers
וְהַלְוִיִּֽם
(vehalviyim)
en de Levieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּקַד (paqad), ‘aanstellen’: het werkwoord betekent ook ‘tellen’ of ‘opzoeken’.

Hier gaat het om de aanstelling van de dienst: de poortwachters bewaken de poorten, de zangers en Levieten dienen bij de tempel.

De deuren staan nu in de poorten (vergelijk 6:1).

2Ik gaf Chanani, mijn broer, en Chananja, de bevelhebber van de burcht, het bevel over Jeruzalem. Want hij was als een man van waarheid en vreesde Elohim meer dan velen.
וָאֲצַוֶּ֞ה
(vaatsave)
en ik gaf bevel
אֶת
(et)
(obj.)
חֲנָ֣נִי
(chanani)
Chanani
אָחִ֗י
(achi)
mijn broer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲנַנְיָ֛ה
(chananya)
Chananja
שַׂ֥ר
(sar)
bevelhebber van
הַבִּירָ֖ה
(habira)
de burcht
עַל
(al)
over
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
כִּי
(ki)
want
הוּא֙
(hu)
hij
כְּאִ֣ישׁ
(keish)
als een man van
אֱמֶ֔ת
(emet)
waarheid
וְיָרֵ֥א
(veyare)
en hij vreesde
אֶת
(et)
(obj.)
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
מֵרַבִּֽים
(merabim)
meer dan velen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

חֲנָנִי (Chanani), ‘Chanani’, en חֲנַנְיָה (Chananja): twee verschillende namen.

Chanani is Nehemia’s broer; Chananja is de bevelhebber van de burcht.

הַבִּירָה (habirah), ‘de burcht’: een versterkt gebouw, hier bij de stad.

כְּאִישׁ אֱמֶת (ke’ish emet), ‘als een man van waarheid’: een betrouwbare man.

3Ik zei tegen hen: „De poorten van Jeruzalem mogen niet geopend worden voordat de zon heet is. Terwijl de wachters nog op hun post staan, moeten de deuren gesloten en vergrendeld worden. Stel wachtposten aan uit de inwoners van Jeruzalem, ieder op zijn eigen post en ieder tegenover zijn eigen huis.”
וָאֹמַ֣ר
(vaomar)
en ik zei
לָהֶ֗ם
(lahem)
tegen hen
לֹ֣א
(lo)
niet
יִפָּֽתְח֞וּ
(yipatechu)
mogen worden geopend
שַׁעֲרֵ֤י
(shaarei)
poorten van
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushalaim)
Jeruzalem
עַד
(ad)
tot
חֹ֣ם
(chom)
heet wordt
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
וְעַ֨ד
(vead)
en terwijl
הֵ֥ם
(hem)
zij
עֹמְדִ֛ים
(omedim)
nog staan
יָגִ֥יפוּ
(yagifu)
zal men sluiten
הַדְּלָת֖וֹת
(hadelatot)
de deuren
וֶאֱחֹ֑זוּ
(veechozu)
en grendelen
וְהַעֲמֵ֗יד
(vehaameid)
en stel aan
מִשְׁמְרוֹת֙
(mishmerot)
wachtposten
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
inwoners van
יְרוּשָׁלִַ֔ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
אִ֚ישׁ
(ish)
ieder
בְּמִשְׁמָר֔וֹ
(bemishmaro)
op zijn post
וְאִ֖ישׁ
(veish)
en ieder
נֶ֥גֶד
(neged)
tegenover
בֵּיתֽוֹ
(beito)
zijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

עַד חֹם הַשֶּׁמֶשׁ (ad chom hashemesh), ‘voordat de zon heet is’: de poorten gaan pas laat in de ochtend open.

וְעַד הֵם עֹמְדִים (ve’ad hem omedim), ‘terwijl zij nog staan’: dit stuk is moeilijk. Wij lezen: terwijl de wachters nog op hun post staan, worden de deuren gesloten. Anderen lezen: totdat zij gaan staan, dat wil zeggen: totdat de wachtposten bezet zijn.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft ויאמר (vayyomer), ‘en hij zei’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft וָאֹמַר (va’omar), ‘en ik zei’.

Wij volgen het qere.

De stad is groot, het volk gering

4De stad was wijd en groot, maar het volk daarin was gering. Er waren geen huizen herbouwd.
וְהָעִ֞יר
(vehair)
en de stad
רַחֲבַ֤ת
(rachavat)
wijd van
יָדַ֨יִם֙
(yadayim)
handen
וּגְדוֹלָ֔ה
(ugedola)
en groot
וְהָעָ֥ם
(vehaam)
en het volk
מְעַ֖ט
(meat)
weinig
בְּתוֹכָ֑הּ
(betokhah)
in haar midden
וְאֵ֥ין
(veein)
en er waren niet
בָּתִּ֖ים
(batim)
huizen
בְּנוּיִֽם
(benuyim)
gebouwd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְחַבַת יָדַיִם (rechavat yadayim), ‘wijd’: letterlijk ‘wijd van handen’, dat wil zeggen ruim van omvang.

De stad is groot, maar nog bijna leeg. Daarom is een inschrijving nodig (vers 5).

Het boek met de geslachtsregisters

5Mijn Elohim gaf het mij in het hart om de edelen, de bestuurders en het volk te verzamelen, om hen naar geslacht in te schrijven. Ik vond het boek met de geslachtsregisters van hen die als eersten waren opgetrokken. Daarin vond ik geschreven:
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
אֱלֹהַי֙
(elohay)
mijn Elohim
אֶל
(el)
in
לִבִּ֔י
(libi)
mijn hart
וָאֶקְבְּצָ֞ה
(vaeqbetsa)
en ik verzamelde
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֹרִ֧ים
(hachorim)
de edelen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַסְּגָנִ֛ים
(haseganim)
de bestuurders
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
לְהִתְיַחֵ֑שׂ
(lehityaches)
om in te schrijven naar geslacht
וָֽאֶמְצָ֗א
(vaemtsa)
en ik vond
סֵ֤פֶר
(sefer)
het boek van
הַיַּ֨חַשׂ֙
(hayachas)
de geslachtsregisters van
הָעוֹלִ֣ים
(haolim)
hen die opgingen
בָּרִאשׁוֹנָ֔ה
(barishona)
in het begin
וָאֶמְצָ֖א
(vaemtsa)
en ik vond
כָּת֥וּב
(katuv)
geschreven
בּֽוֹ
(bo)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְהִתְיַחֵשׂ (lehityachesh), ‘om in te schrijven naar geslacht’: het volk wordt geteld en ingedeeld volgens zijn afkomst.

סֵפֶר הַיַּחַשׂ (sefer hayachas), ‘het boek met de geslachtsregisters’: een lijst van wie als eersten waren opgetrokken. Wat daarin staat, volgt in de verzen 6–72.

De lijst van wie uit de ballingschap terugkeerde

6Dit zijn de mensen van de provincie die uit de gevangenschap van de ballingen optrokken. Nebukadnezar, de koning van Babel, had hen weggevoerd. Zij keerden terug naar Jeruzalem en Juda, ieder naar zijn eigen stad.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dezen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַמְּדִינָ֗ה
(hamedina)
de provincie
הָעֹלִים֙
(haolim)
die opgingen
מִשְּׁבִ֣י
(mishevi)
uit de gevangenen van
הַגּוֹלָ֔ה
(hagola)
de ballingschap
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הֶגְלָ֔ה
(hegla)
had weggevoerd
נְבוּכַדְנֶצַּ֖ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֑ל
(bavel)
Babel
וַיָּשׁ֧וּבוּ
(vayashuvu)
en zij keerden terug
לִֽירוּשָׁלִַ֛ם
(lirushalaim)
naar Jeruzalem
וְלִיהוּדָ֖ה
(velihuda)
en naar Juda
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
לְעִירֽוֹ
(leiro)
naar zijn stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Neh. 7:6–72 is bijna dezelfde lijst als Ezra 2:1–70.

Waar het Hebreeuws gelijk is, hebben wij dezelfde Nederlandse woorden gebruikt.

Waar het Hebreeuws verschilt, staat per vers een voetnoot.

De verschillen zijn vooral getallen en spellingen van namen.

מְדִינָה (medinah), ‘provincie’: het gebied Juda als deel van het Perzische rijk.

Ezra 2:1 heeft ‘naar Babel’ bij ‘weggevoerd’. Neh. 7:6 heeft dat niet.

De leiders

7Zij kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azarja, Raämja, Nachamani, Mordechai, Bilsjan, Misperet, Bigvai, Nechum en Baäna. Dit is het aantal van de mannen van het volk Israël:
הַבָּאִ֣ים
(habaim)
die kwamen
עִם
(im)
met
זְרֻבָּבֶ֗ל
(zerubavel)
Zerubbabel
יֵשׁ֡וּעַ
(yeshua)
Jesua
נְחֶמְיָ֡ה
(nechemya)
Nehemia
עֲ֠זַרְיָה
(azarya)
Azarja
רַֽעַמְיָ֨ה
(raamya)
Raämja
נַחֲמָ֜נִי
(nachamani)
Nachamani
מָרְדֳּכַ֥י
(mardokhay)
Mordechai
בִּלְשָׁ֛ן
(bilshan)
Bilsjan
מִסְפֶּ֥רֶת
(misperet)
Misperet
בִּגְוַ֖י
(bigvay)
Bigvai
נְח֣וּם
(nechum)
Nechum
בַּעֲנָ֑ה
(baana)
Baäna
מִסְפַּ֕ר
(mispar)
aantal van
אַנְשֵׁ֖י
(anshei)
de mannen van
עַ֥ם
(am)
het volk
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staan twaalf namen.

Ezra 2:2 heeft er elf.

Ezra heeft Seraja (hier Azarja), Reëlaja (hier Raämja), Mispar (hier Misperet) en Rechum (hier Nechum), en Ezra mist Nachamani.

נְחֶמְיָה (Nechemjah), ‘Nehemia’: de tekst zegt niet of deze Nehemia dezelfde is als de landvoogd (zie Neh. 5:14; 8:9).

De zonen van families en de mannen van steden

8De zonen van Parosj: 2.172.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
פַרְעֹ֔שׁ
(parosh)
Parosj
אַלְפַּ֕יִם
(alpayim)
tweeduizend
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
וְשִׁבְעִ֥ים
(veshivim)
en zeventig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי (bene), ‘zonen van’: een afstammeling of lid van een familie.

De lijst noemt families (‘zonen van’) en steden (‘mannen van’).

Dit vers staat gelijk aan Ezra 2:3.

9De zonen van Sefatja: 372.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שְׁפַטְיָ֔ה
(shefatya)
Sefatja
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10De zonen van Arach: 652.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָרַ֔ח
(arach)
Arach
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:5 heeft hier 775, niet 652.

11De zonen van Pachat-Moab, van de zonen van Jesua en Joab: 2.818.
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
פַחַ֥ת
(pachat)
stadhouder van
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
לִבְנֵ֥י
(livnei)
van de zonen van
יֵשׁ֖וּעַ
(yeshua)
Jesua
וְיוֹאָ֑ב
(veyoav)
en Joab
אַלְפַּ֕יִם
(alpayim)
tweeduizend
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁמֹנָ֥ה
(shemona)
acht
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּחַת מוֹאָב (pachat Mo’av), ‘Pachat-Moab’: letterlijk ‘stadhouder van Moab’.

Het is hier de naam van een familie.

Ezra 2:6 heeft 2.812, niet 2.818.

12De zonen van Elam: 1.254.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עֵילָ֔ם
(eilam)
Elam
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13De zonen van Zattu: 845.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זַתּ֔וּא
(zatu)
Zattu
שְׁמֹנֶ֥ה
(shemone)
acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:8 heeft 945, niet 845.

Zie ookEzra 2:8
14De zonen van Zakkai: 760.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זַכָּ֔י
(zakay)
Zakkai
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְשִׁשִּֽׁים
(veshishim)
en zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:9
15De zonen van Binnui: 648.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִנּ֔וּי
(binuy)
Binnui
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat Binnui (בִּנּוּי) met 648.

Ezra 2:10 heeft Bani met 642.

Zie ookEzra 2:10
16De zonen van Bebai: 628.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בֵבָ֔י
(bevay)
Bebai
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:11 heeft 623, niet 628.

Zie ookEzra 2:11
17De zonen van Azgad: 2.322.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַזְגָּ֔ד
(azgad)
Azgad
אַלְפַּ֕יִם
(alpayim)
tweeduizend
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:12 heeft 1.222, niet 2.322.

Zie ookEzra 2:12
18De zonen van Adonikam: 667.
בְּנֵי֙
(benei)
de zonen van
אֲדֹ֣נִיקָ֔ם
(adoniqam)
Adonikam
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
וְשִׁבְעָֽה
(veshiva)
en zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:13 heeft 666, niet 667.

Zie ookEzra 2:13
19De zonen van Bigvai: 2.067.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִגְוָ֔י
(bigvay)
Bigvai
אַלְפַּ֖יִם
(alpayim)
tweeduizend
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
וְשִׁבְעָֽה
(veshiva)
en zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:14 heeft 2.056, niet 2.067.

Zie ookEzra 2:14
20De zonen van Adin: 655.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עָדִ֔ין
(adin)
Adin
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:15 heeft 454, niet 655.

Zie ookEzra 2:15
21De zonen van Ater, van Hizkia: 98.
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָטֵ֥ר
(ater)
Ater
לְחִזְקִיָּ֖ה
(lechizqiya)
van Hizkia
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:16
22De zonen van Chasjum: 328.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָשֻׁ֔ם
(chashum)
Chasjum
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier loopt de volgorde anders dan in Ezra 2.

Chasjum staat hier voor Bezai; in Ezra 2:17–19 staat hij na Jora.

Ezra 2:19 heeft 223, niet 328.

23De zonen van Bezai: 324.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בֵצָ֔י
(betsay)
Bezai
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:17 heeft 323, niet 324.

Zie ookEzra 2:17
24De zonen van Charif: 112.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָרִ֔יף
(charif)
Charif
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָרִיף (Charif), ‘Charif’: Ezra 2:18 heeft op deze plaats Jora (יוֹרָה), ook met 112.

Waarschijnlijk is het dezelfde groep onder een andere naam.

Zie ookEzra 2:18
25De zonen van Gibeon: 95.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גִבְע֖וֹן
(givon)
Gibeon
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gibeon: Gibeon (el-Jib) lag ongeveer 10 km ten noordwesten van Jeruzalem.

Uitleg

Hier staat Gibeon (גִּבְעוֹן), de naam van een plaats.

Ezra 2:20 heeft Gibbar (גִּבָּר).

Het getal is 95 in beide; waarschijnlijk is het dezelfde groep.

Zie ookEzra 2:20
26De mannen van Betlehem en Netofa: 188.
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
בֵֽית
(beit)
huis van
לֶ֨חֶם֙
(lechem)
brood
וּנְטֹפָ֔ה
(unetofa)
en Netofa
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
שְׁמֹנִ֥ים
(shemonim)
tachtig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.

Zie Netofa (ligging onzeker): Netofa lag in het bergland bij Betlehem.

Khirbet Bedd Faluh is voorgesteld.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Neh. 7:26 noemt Betlehem en Netofa samen: 188.

Ezra 2:21–22 noemt ze apart: Betlehem 123 en Netofa 56, samen 179.

27De mannen van Anatot: 128.
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
עֲנָת֔וֹת
(anatot)
Anatot
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Anatot: Anatot wordt gezocht bij Ras el-Kharrubeh, ten noordoosten van Jeruzalem.

28De mannen van Bet-Azmavet: 42.
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
de mannen van
בֵית
(beit)
huis van
עַזְמָ֖וֶת
(azmavet)
Azmavet
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Azmavet (Hizma): Azmavet (Bet-Azmavet) is het huidige Hizma, ten noordoosten van Jeruzalem, in Benjamin.

Uitleg

Hier staat Bet-Azmavet (בֵּית עַזְמָוֶת, ‘huis van Azmavet’).

Ezra 2:24 heeft ‘zonen van Azmavet’.

Het getal is 42 in beide.

Zie ookEzra 2:24
29De mannen van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot: 743.
אַנְשֵׁ֨י
(anshei)
de mannen van
קִרְיַ֤ת
(qiryat)
stad van
יְעָרִים֙
(yearim)
wouden
כְּפִירָ֣ה
(kefira)
Kefira
וּבְאֵר֔וֹת
(uveerot)
en Beërot
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kirjat-Jearim: Kirjat-Jearim wordt gezocht bij Abu Gosh of Deir el-Azhar, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.

Zie Kefira: Kefira wordt gezocht bij Khirbet Kefireh, ten westen van Gibeon.

Zie Beërot (ligging onzeker): Beërot wordt gezocht bij el-Bireh, ten noorden van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Uitleg

קִרְיַת יְעָרִים (Qiryat Yearim), ‘Kirjat-Jearim’, ‘stad van wouden’.

Ezra 2:25 schrijft Kirjat-Arim (קִרְיַת עָרִים).

Het is dezelfde plaats.

30De mannen van Rama en Geba: 621.
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
הָֽרָמָה֙
(harama)
Rama
וָגָ֔בַע
(vagava)
en Geba
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וְאֶחָֽד
(veechad)
en een
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Rama (er-Ram): Rama (nu er-Ram; ook Ramataim-Zofim, de woonplaats van Samuël) lag ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.

De ligging van Samuëls Rama is niet helemaal zeker.

In Jozua 19 zijn andere plaatsen met deze naam bedoeld, in het noorden.

Zie Geba: Geba (nu Jaba) lag ten noordoosten van Jeruzalem, in Benjamin.

31De mannen van Mikmas: 122.
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
מִכְמָ֔ס
(mikhmas)
Mikmas
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Mikmas: Mikmas (nu Mukhmas) lag ongeveer 10 km ten noordoosten van Jeruzalem, tegenover Geba.

De pas van Mikmas is het dal (Wadi es-Suwenit) tussen beide plaatsen.

32De mannen van Betel en Ai: 123.
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
בֵֽית
(beit)
huis van
אֵל֙
(el)
El
וְהָעָ֔י
(vehaay)
en Ai
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Ezra 2:28 heeft 223, niet 123.

33De mannen van de andere Nebo: 52.
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
de mannen van
נְב֛וֹ
(nevo)
Nebo
אַחֵ֖ר
(acher)
andere
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat ‘de andere Nebo’ (נְבוֹ אַחֵר), om hem te onderscheiden van een andere plaats met die naam.

Ezra 2:29 heeft alleen ‘Nebo’.

In Ezra 2:30 staan nog ‘de zonen van Magbis: 156’. Die regel ontbreekt hier.

34De zonen van de andere Elam: 1.254.
בְּנֵי֙
(benei)
de zonen van
עֵילָ֣ם
(eilam)
Elam
אַחֵ֔ר
(acher)
andere
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De andere Elam’ is hier dezelfde familienaam als in vers 12, met ‘andere’ erbij, zoals in Ezra 2:31.

Het getal is gelijk aan dat van vers 12: 1.254.

35De zonen van Charim: 320.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָרִ֔ם
(charim)
Charim
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36De zonen van Jericho: 345.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְרֵח֔וֹ
(yerecho)
Jericho
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.

Uitleg

Jericho staat hier vóór Lod, Chadid en Ono (vers 37).

In Ezra 2:33–34 is de volgorde andersom.

37De zonen van Lod, Chadid en Ono: 721.
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
לֹד֙
(lod)
Lod
חָדִ֣יד
(chadid)
Chadid
וְאוֹנ֔וֹ
(veono)
en Ono
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
וְאֶחָֽד
(veechad)
en een
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Lod: Lod (later Lydda) lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Lod.

Zie Chadid (Hadid): Chadid (Hadid) lag in het laagland van Benjamin, ten oosten van Lod, bij het huidige el-Haditha.

Zie Ono (ligging onzeker): Ono lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem; Kafr Ana wordt genoemd.

De precieze plaats is niet zeker.

Uitleg

Ezra 2:33 heeft 725, niet 721.

חָדִיד (Chadid): een plaats of familie, zoals Lod en Ono.

38De zonen van Senaä: 3.930.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
סְנָאָ֔ה
(senaa)
Senaä
שְׁלֹ֣שֶׁת
(sheloshet)
drie
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
תְּשַׁ֥ע
(tesha)
negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁלֹשִֽׁים
(usheloshim)
en dertig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:35 heeft 3.630, niet 3.930.

Zie ookEzra 2:35

De priesters

39De priesters: de zonen van Jedaja, van het huis van Jesua: 973.
הַֽכֹּהֲנִ֑ים
(hakohanim)
de priesters
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יְדַֽעְיָה֙
(yedaya)
Jedaja
לְבֵ֣ית
(leveit)
van het huis van
יֵשׁ֔וּעַ
(yeshua)
Jesua
תְּשַׁ֥ע
(tesha)
negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וּשְׁלֹשָֽׁה
(ushelosha)
en drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier beginnen de priesters.

De getallen van de verzen 39–42 zijn gelijk aan Ezra 2:36–39: 973, 1.052, 1.247 en 1.017.

Samen zijn het 4.289 priesters.

40De zonen van Immer: 1.052.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אִמֵּ֔ר
(imer)
Immer
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
41De zonen van Pasjchur: 1.247.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
פַשְׁח֔וּר
(pashchur)
Pasjchur
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וְשִׁבְעָֽה
(veshiva)
en zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42De zonen van Charim: 1.017.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
חָרִ֔ם
(charim)
Charim
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
שִׁבְעָ֥ה
(shiva)
zeven
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Levieten, zangers en poortwachters

43De Levieten: de zonen van Jesua, van Kadmiël, van de zonen van Hodewa: 74.
הַלְוִיִּ֑ם
(halviyim)
de Levieten
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יֵשׁ֧וּעַ
(yeshua)
Jesua
לְקַדְמִיאֵ֛ל
(leqadmiel)
van Kadmiël
לִבְנֵ֥י
(livnei)
van de zonen van
לְהוֹדְוָ֖ה
(lehodeva)
Hodewa
שִׁבְעִ֥ים
(shivim)
zeventig
וְאַרְבָּעָֽה
(vearbaa)
en vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Neh. 7:43 schrijft Hodewa (הוֹדְוָה) en ‘van Kadmiël’.

Ezra 2:40 schrijft Hodavja (הוֹדַוְיָה) en ‘en Kadmiël’.

Het is dezelfde naam; het getal is 74 in beide.

44De zangers: de zonen van Asaf: 148.
הַֽמְשֹׁרְרִ֑ים
(hamshorerim)
de zangers
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָסָ֔ף
(asaf)
Asaf
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:41 heeft 128, niet 148.

45De poortwachters: de zonen van Sjallum, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkub, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai: 138.
הַשֹּֽׁעֲרִ֗ים
(hashoarim)
de poortwachters
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
שַׁלּ֤וּם
(shalum)
Sjallum
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אָטֵר֙
(ater)
Ater
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
טַלְמֹ֣ן
(talmon)
Talmon
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
עַקּ֔וּב
(aquv)
Akkub
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֲטִיטָ֖א
(chatita)
Chatita
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שֹׁבָ֑י
(shovay)
Sjobai
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וּשְׁמֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat 138.

Ezra 2:42 heeft 139 en het woord ‘samen’ (הַכֹּל).

De zes namen zijn dezelfde.

De tempeldienaren en de dienaren van Salomo

46De tempeldienaren: de zonen van Ziecha, de zonen van Chasjefa, de zonen van Tabbaot,
הַנְּתִינִ֑ים
(hanetinim)
de tempeldienaren
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
צִחָ֥א
(tsicha)
Ziecha
בְנֵי
(benei)
de zonen van
חֲשֻׂפָ֖א
(chasufa)
Chasjefa
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
טַבָּעֽוֹת
(tabaot)
Tabbaot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַנְּתִינִים (hannetinim), ‘de tempeldienaren’: letterlijk ‘de gegevenen’, mensen die aan de tempel waren gegeven om te dienen.

Neh. 7:46–56 noemt 32 namen. Ezra 2:43–54 noemt er 35. In Ezra staan extra: Akkub (2:45), Chagab (2:46) en Asna (2:50). Enkele namen zijn anders geschreven: hier Chasjefa, Kiros, Sia, Chakufa en Bazlit.

47de zonen van Kiros, de zonen van Sia, de zonen van Padon,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
קֵירֹ֥ס
(qeiros)
Kiros
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
סִיעָ֖א
(sia)
Sia
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
פָדֽוֹן
(padon)
Padon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:44
48de zonen van Lebana, de zonen van Chagaba, de zonen van Salmai,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
לְבָנָ֥ה
(levana)
Lebana
בְנֵי
(benei)
de zonen van
חֲגָבָ֖ה
(chagava)
Chagaba
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
שַׁלְמָֽי
(shalmay)
Salmai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49de zonen van Chanan, de zonen van Giddel, de zonen van Gachar,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
חָנָ֥ן
(chanan)
Chanan
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גִדֵּ֖ל
(gidel)
Giddel
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גָֽחַר
(gachar)
Gachar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
50de zonen van Reaja, de zonen van Resin, de zonen van Nekoda,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
רְאָיָ֥ה
(reaya)
Reaja
בְנֵי
(benei)
de zonen van
רְצִ֖ין
(retsin)
Resin
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְקוֹדָֽא
(neqoda)
Nekoda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
51de zonen van Gazzam, de zonen van Uzza, de zonen van Paseach,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גַזָּ֥ם
(gazam)
Gazzam
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עֻזָּ֖א
(uza)
Uzza
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
פָסֵֽחַ
(paseach)
Paseach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:49
52de zonen van Besai, de zonen van de Meünim, de zonen van de Nefisjesim,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בֵסַ֥י
(besay)
Besai
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
מְעוּנִ֖ים
(meunim)
de Meünim
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְפִֽישְׁסִֽים
(nefishesim)
de Nefisjesim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְעוּנִים (Me’unim), ‘de Meünim’: de naam van een groep.

Meer zegt de tekst er niet over.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft נפושסים (Nefushsim).

De voorgelezen tekst (qere) heeft נְפִישְׁסִים (Nefisjesim).

Wij volgen het qere.

Zie ookEzra 2:50
53de zonen van Bakbuk, de zonen van Chakufa, de zonen van Charchur,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַקְבּ֥וּק
(baqbuq)
Bakbuk
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
חֲקוּפָ֖א
(chaqufa)
Chakufa
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חַרְחֽוּר
(charchur)
Charchur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
54de zonen van Bazlit, de zonen van Mechida, de zonen van Charsja,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַצְלִ֥ית
(batslit)
Bazlit
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
מְחִידָ֖א
(mechida)
Mechida
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חַרְשָֽׁא
(charsha)
Charsja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:52
55de zonen van Barkos, de zonen van Sisera, de zonen van Temach,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
בַרְק֥וֹס
(barqos)
Barkos
בְּֽנֵי
(benei)
de zonen van
סִֽיסְרָ֖א
(sisera)
Sisera
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
תָֽמַח
(tamach)
Temach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:53
56de zonen van Nesiach en de zonen van Chatifa.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
נְצִ֖יחַ
(netsiach)
Nesiach
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֲטִיפָֽא
(chatifa)
Chatifa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
57De zonen van de dienaren van Salomo: de zonen van Sotai, de zonen van Soferet, de zonen van Perida,
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
עַבְדֵ֣י
(avdei)
dienaren van
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
סוֹטַ֥י
(sotay)
Sotai
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
סוֹפֶ֖רֶת
(soferet)
Soferet
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
פְרִידָֽא
(perida)
Perida
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze lijst staat gelijk aan Ezra 2:55–57, behalve de spelling van enkele namen.

Hier staan Soferet (Ezra: Hassoferet), Perida (Ezra: Peruda), Jaala (Ezra: Jaäla) en Amon (Ezra: Ami).

58de zonen van Jaala, de zonen van Darkon, de zonen van Giddel,
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יַעְלָ֥א
(yala)
Jaala
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דַרְק֖וֹן
(darqon)
Darkon
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
גִדֵּֽל
(gidel)
Giddel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:56
59de zonen van Sefatja, de zonen van Chattil, de zonen van Pocheret-Hassebajim en de zonen van Amon.
בְּנֵ֧י
(benei)
de zonen van
שְׁפַטְיָ֣ה
(shefatya)
Sefatja
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
חַטִּ֗יל
(chatil)
Chattil
בְּנֵ֛י
(benei)
de zonen van
פֹּכֶ֥רֶת
(pokheret)
Pocheret
הַצְּבָיִ֖ים
(hatsevayim)
Hassebajim
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
אָמֽוֹן
(amon)
Amon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEzra 2:57
60Alle tempeldienaren en zonen van de dienaren van Salomo: 392.
כָּל
(kal)
alle
הַ֨נְּתִינִ֔ים
(hanetinim)
de tempeldienaren
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
עַבְדֵ֣י
(avdei)
dienaren van
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
תִּשְׁעִ֥ים
(tishim)
negentig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het totaal is 392, gelijk aan Ezra 2:58.

De afzonderlijke families hebben in de tekst geen getal.

Zie ookEzra 2:58

Wie zijn afkomst niet kon aantonen

61Dit zijn zij die optrokken uit Tel-Melach, Tel-Charsja, Kerub, Addon en Immer. Zij konden niet aantonen dat het huis van hun vaders en hun nageslacht uit Israël kwam.
וְאֵ֗לֶּה
(veele)
en dezen
הָֽעוֹלִים֙
(haolim)
die optrokken
מִתֵּ֥ל
(mitel)
uit Tel
מֶ֨לַח֙
(melach)
Melach
תֵּ֣ל
(tel)
Tel
חַרְשָׁ֔א
(charsha)
Charsja
כְּר֥וּב
(keruv)
Kerub
אַדּ֖וֹן
(adon)
Addon
וְאִמֵּ֑ר
(veimer)
en Immer
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָכְל֗וּ
(yakhelu)
konden zij
לְהַגִּ֤יד
(lehagid)
aantonen
בֵּית
(beit)
het huis van
אֲבוֹתָם֙
(avotam)
hun vaders
וְזַרְעָ֔ם
(vezaram)
en hun nageslacht
אִ֥ם
(im)
of
מִיִּשְׂרָאֵ֖ל
(miyisrael)
uit Israël
הֵֽם
(hem)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat Addon (אַדּוֹן).

Ezra 2:59 heeft Addan (אַדָּן).

Het is dezelfde plaats.

Tel-Melach, Tel-Charsja, Kerub, Addon en Immer zijn plaatsen in Babylonië. De ligging is niet bekend. Of Kerub en Addon twee plaatsen zijn of één, laat de tekst open.

Zie ookEzra 2:59
62De zonen van Delaja, de zonen van Tobia en de zonen van Nekoda: 642.
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
דְלָיָ֥ה
(delaya)
Delaja
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
טוֹבִיָּ֖ה
(toviya)
Tobia
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
נְקוֹדָ֑א
(neqoda)
Nekoda
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
וּשְׁנָֽיִם
(ushenayim)
en twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Ezra 2:60 heeft 652, niet 642.

Zie ookEzra 2:60
63Van de priesters: de zonen van Chobaja, de zonen van Hakkoz en de zonen van Barzillai. Barzillai had een vrouw genomen van de dochters van Barzillai, de Gileadiet, en werd naar hun naam genoemd.
וּמִן
(umin)
en van
הַכֹּ֣הֲנִ֔ים
(hakohanim)
de priesters
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
חֳבַיָּ֖ה
(chovaya)
Chobaja
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַקּ֑וֹץ
(haqots)
Hakkoz
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בַרְזִלַּ֗י
(barzilay)
Barzillai
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לָ֠קַח
(laqach)
nam
מִבְּנ֞וֹת
(mibenot)
van de dochters van
בַּרְזִלַּ֤י
(barzilay)
Barzillai
הַגִּלְעָדִי֙
(hagiladi)
de Gileadiet
אִשָּׁ֔ה
(isha)
een vrouw
וַיִּקָּרֵ֖א
(vayiqare)
en werd genoemd
עַל
(al)
naar
שְׁמָֽם
(shemam)
hun naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staat ‘Van de priesters’ (וּמִן הַכֹּהֲנִים).

Ezra 2:61 heeft ‘Van de zonen van de priesters’.

De drie familienamen zijn dezelfde.

Barzillai de Gileadiet komt ook voor in 2 Sam. 17:27 en 19:32. Het Hebreeuws zegt niet hoe deze priester met hem verwant is.

64Zij zochten hun inschrijving in het geslachtsregister, maar die werd niet gevonden. Daarom werden zij als onrein buiten het priesterschap gehouden.
אֵ֗לֶּה
(ele)
dezen
בִּקְשׁ֧וּ
(biqshu)
zochten
כְתָבָ֛ם
(ketavam)
hun inschrijving
הַמִּתְיַחְשִׂ֖ים
(hamityachsim)
de ingeschrevenen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
נִמְצָ֑א
(nimtsa)
werd gevonden
וַיְגֹֽאֲל֖וּ
(vaygoalu)
en zij werden onrein verklaard
מִן
(min)
van
הַכְּהֻנָּֽה
(hakehuna)
het priesterschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיְגֹאֲלוּ (vayego’alu), ‘zij werden onrein verklaard’: dit werkwoord is verwant met גאל in de zin van ‘bezoedelen’.

Het is niet het werkwoord ga’al, ‘verlossen’.

Zij werden uitgesloten van het priesterschap.

Ezra 2:62 heeft hier een meervoudig werkwoord (נִמְצָאוּ), Neh. 7:64 een enkelvoud (נִמְצָא). Wij vertalen beide: ‘die werd niet gevonden’.

65De Tirsjata zei tegen hen dat zij niet van het hoogheilige mochten eten, totdat de priester zou opstaan met Urim en Tummim.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
הַתִּרְשָׁ֨תָא֙
(hatirshata)
de Tirsjata
לָהֶ֔ם
(lahem)
tegen hen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
יֹאכְל֖וּ
(yokhlu)
zij mogen eten
מִקֹּ֣דֶשׁ
(miqodesh)
van het heilige van
הַקֳּדָשִׁ֑ים
(haqodashim)
de heiligen
עַ֛ד
(ad)
totdat
עֲמֹ֥ד
(amod)
opstaat
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
לְאוּרִ֥ים
(leurim)
met Urim
וְתוּמִּֽים
(vetumim)
en Tummim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַתִּרְשָׁתָא (hattirshata), ‘de Tirsjata’: een Perzische titel van de gouverneur.

De tekst noemt zijn naam niet.

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘het hoogheilige’: wat alleen priesters mochten eten.

אוּרִים וְתֻמִּים (Urim vetummim): zie Exod. 28:30. Neh. 7:65 heeft ‘de priester’ (met lidwoord); Ezra 2:63 heeft ‘een priester’.

Het totaal en de gaven

66De hele vergadering bij elkaar telde 42.360.
כָּל
(kal)
heel
הַקָּהָ֖ל
(haqahal)
de vergadering
כְּאֶחָ֑ד
(keechad)
als een
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
רִבּ֔וֹא
(ribo)
tienduizend
אַלְפַּ֖יִם
(alpayim)
tweeduizend
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
וְשִׁשִּֽׁים
(veshishim)
en zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het totaal is 42.360, gelijk aan Ezra 2:64.

De getallen van de lijst tellen niet op tot dit totaal.

Volgens de getallen van Nehemia 7 zijn het 25.406 (families en steden), 4.289 (priesters), 74 (Levieten), 148 (zangers), 138 (poortwachters), 392 (tempeldienaren en dienaren van Salomo) en 642 (vers 62): samen 31.089.

Wij laten de getallen staan zoals zij er staan.

67Daarnaast waren er hun dienaren en dienaressen: 7.337. Zij hadden ook zangers en zangeressen: 245.
מִ֠לְּבַד
(milevad)
behalve
עַבְדֵיהֶ֤ם
(avdeihem)
hun dienaren
וְאַמְהֹֽתֵיהֶם֙
(veamhoteihem)
en hun dienaressen
אֵ֔לֶּה
(ele)
dezen
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
וְשִׁבְעָ֑ה
(veshiva)
en zeven
וְלָהֶ֗ם
(velahem)
en voor hen
מְשֹֽׁרֲרִים֙
(meshorarim)
zangers
וּמְשֹׁ֣רֲר֔וֹת
(umeshorarot)
en zangeressen
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staan 245 zangers en zangeressen.

Ezra 2:65 heeft 200.

68Kamelen: 435. Ezels: 6.720.
גְּמַלִּ֕ים
(gemalim)
kamelen
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
וַחֲמִשָּׁ֑ה
(vachamisha)
en vijf
חֲמֹרִ֕ים
(chamorim)
ezels
שֵׁ֣שֶׁת
(sheshet)
zes
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws van dit vers noemt alleen kamelen en ezels.

Ezra 2:66 heeft ook paarden (736) en muildieren (245).

Sommige oude vertalingen hebben die twee hier wel.

69Een deel van de hoofden van de vaderhuizen gaf voor het werk. De Tirsjata gaf aan de schatkist 1.000 darieken goud, 50 sprengschalen en 530 priesterkleden.
וּמִקְצָת֙
(umiqtsat)
en een deel van
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
hoofden van
הָֽאָב֔וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
נָתְנ֖וּ
(natenu)
gaven
לַמְּלָאכָ֑ה
(lamelakha)
voor het werk
הַתִּרְשָׁ֜תָא
(hatirshata)
de Tirsjata
נָתַ֣ן
(natan)
gaf
לָאוֹצָ֗ר
(laotsar)
aan de schatkist
זָהָ֞ב
(zahav)
goud
דַּרְכְּמֹנִ֥ים
(darkemonim)
darieken
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
מִזְרָק֣וֹת
(mizraqot)
sprengschalen
חֲמִשִּׁ֔ים
(chamishim)
vijftig
כָּתְנוֹת֙
(katenot)
gewaden van
כֹּֽהֲנִ֔ים
(kohanim)
priesters
שְׁלֹשִׁ֖ים
(sheloshim)
dertig
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De gaven in de verzen 69–71 verschillen van Ezra 2:68–69.

Daar staat één totaal van 61.000 darieken, 5.000 minen en 100 priesterkleden.

Hier staan drie groepen: de Tirsjata (vers 69), sommige hoofden van de vaderhuizen (vers 70) en de rest van het volk (vers 71).

דַּרְכְּמוֹן (darkemon), ‘dariek’: waarschijnlijk een Perzische gouden munt. Het gewicht staat niet vast.

מִזְרָקוֹת (mizraqot), ‘sprengschalen’: schalen om bloed of vloeistof uit te gieten, zoals in de tempel.

שְׁלֹשִׁים וְחָמֵשׁ מֵאוֹת (sheloshim vechamesh me’ot), ‘dertig en vijfhonderd’: wij lezen dat als 530. De tekst noemt het zelfstandig naamwoord bij ‘honderd’ niet. Wij nemen ‘priesterkleden’ over.

70Van de hoofden van de vaderhuizen gaven zij aan de schatkist van het werk: 20.000 darieken goud en 2.200 minen zilver.
וּמֵֽרָאשֵׁ֣י
(umerashei)
en van de hoofden van
הָֽאָב֗וֹת
(haavot)
de vaderhuizen
נָֽתְנוּ֙
(natenu)
gaven
לְאוֹצַ֣ר
(leotsar)
aan de schatkist van
הַמְּלָאכָ֔ה
(hamelakha)
het werk
זָהָ֕ב
(zahav)
goud
דַּרְכְּמוֹנִ֖ים
(darkemonim)
darieken
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
רִבּ֑וֹת
(ribot)
tienduizend
וְכֶ֕סֶף
(vekhesef)
en zilver
מָנִ֖ים
(manim)
minen
אַלְפַּ֥יִם
(alpayim)
tweeduizend
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁתֵּי רִבּוֹת (shete ribbot), ‘twintigduizend’: letterlijk ‘twee tienduizendtallen’.

מָנֶה (maneh), ‘mina’: zie 1 Kon. 10:17. De omrekening staat niet vast.

71Wat de rest van het volk gaf: 20.000 darieken goud, 2.000 minen zilver en 67 priesterkleden.
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en wat
נָתְנוּ֮
(natenu)
gaven
שְׁאֵרִ֣ית
(sheerit)
de rest van
הָעָם֒
(haam)
het volk
זָהָ֗ב
(zahav)
goud
דַּרְכְּמוֹנִים֙
(darkemonim)
darieken
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
רִבּ֔וֹא
(ribo)
tienduizend
וְכֶ֖סֶף
(vekhesef)
en zilver
מָנִ֣ים
(manim)
minen
אַלְפָּ֑יִם
(alpayim)
tweeduizend
וְכָתְנֹ֥ת
(vekhatenot)
en een gewaad van
כֹּֽהֲנִ֖ים
(kohanim)
priesters
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
וְשִׁבְעָֽה
(veshiva)
en zeven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁתֵּי רִבּוֹא (shete ribbo), ‘twintigduizend’.

Samen geven zij volgens Neh. 7 dus 41.000 darieken, 4.200 minen en 597 priesterkleden.

Ezra 2:69 noemt 61.000 darieken, 5.000 minen en 100 priesterkleden.

De vestiging in de steden

72De priesters, de Levieten, de poortwachters, de zangers, een deel van het volk, de tempeldienaren en heel Israël gingen wonen in hun steden. Toen de zevende maand aanbrak, woonden de Israëlieten in hun steden.
וַיֵּשְׁב֣וּ
(vayeshevu)
en gingen wonen
הַכֹּהֲנִ֣ים
(hakohanim)
de priesters
וְהַלְוִיִּ֡ם
(vehalviyim)
en de Levieten
וְהַשּׁוֹעֲרִים֩
(vehashoarim)
en de poortwachters
וְהַמְשֹׁרְרִ֨ים
(vehamshorerim)
en de zangers
וּמִן
(umin)
en van
הָעָ֧ם
(haam)
het volk
וְהַנְּתִינִ֛ים
(vehanetinim)
en de tempeldienaren
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּעָרֵיהֶ֑ם
(beareihem)
in hun steden
וַיִּגַּע֙
(vayiga)
en het naderde
הַחֹ֣דֶשׁ
(hachodesh)
de maand
הַשְּׁבִיעִ֔י
(hashevii)
de zevende
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּעָרֵיהֶֽם
(beareihem)
in hun steden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers sluit aan op Ezra 2:70.

Neh. 7:72 noemt de poortwachters en de zangers in een andere volgorde en voegt er een zin aan toe: de zevende maand brak aan.

Het verhaal gaat door in hoofdstuk 8.

Zie ookEzra 2:70