1 Kronieken 20
De val van Rabba en de strijd tegen de nakomelingen van Rafa
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Joab neemt Rabba in
Rabba is het huidige Amman (Jordanië).
Dat is zeker.
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Dit hoofdstuk loopt parallel met 2 Sam. 11:1; 12:26–31.
Het verhaal van David en Bat-Sjeba (2 Sam. 11:2–12:25) staat hier niet.
Hier volgt direct de inname van Rabba.
In 2 Sam. 11:1 stuurt David Joab en heel Israël eropuit. Hier voert Joab het leger zelf aan.
Een talent (כִּכָּר, kikkar) is ongeveer 34 kilogram.
מַלְכָּם (malkam), ‘hun koning’: de medeklinkers kunnen ook gelezen worden als Milkom, de god van de zonen van Ammon (1 Kon. 11:5). Wij vertalen ‘hun koning’, zoals in 2 Sam. 12:30.
In 2 Sam. 12:26–29 neemt Joab eerst de waterstad in en roept hij David erbij. Dat staat hier niet.
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
חֲרִיצֵי הַבַּרְזֶל (charitsei habarzel), ‘ijzeren dorsleden’: zware sleden met ijzeren tanden waarmee graan werd gedorst.
In 2 Sam. 12:31 staat het woord in een iets andere spelling.
מְגֵרוֹת (megerot), ‘bijlen’: waarschijnlijk hetzelfde zeldzame woord als מַגְזְרוֹת (magzerot) in 2 Sam. 12:31. Dat is onzeker; het kan ook ‘zagen’ betekenen.
וַיָּשַׂר (wayyasar), ‘hij zaagde’: dit werkwoord komt zelden voor.
Wij leiden het af van het woord voor ‘zaag’.
In 2 Sam. 12:31 staat een ander werkwoord (וַיָּשֶׂם, wayyasem), ‘hij zette’.
Daar staat ook de steenoven.
Daar kan het gaan om dwangarbeid.
Hier houden wij de Masoretische tekst letterlijk aan.
Oorlog met de Filistijnen
Gezer lag bij Tel Gezer, in het laagland ten westen van Jeruzalem (Israël).
Dat is zeker.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Het Hebreeuws zegt niet wie ‘zij’ zijn die werden onderworpen.
Het zijn waarschijnlijk de Filistijnen.
הָרְפָאִים (harefa’im), ‘de Refaïeten’: een volk van grote mannen, zoals in Gen. 14:5 en Deut. 3:11. Vergelijk ‘Rafa’ in vers 6 en 8.
In 2 Sam. 21:18 staat Gob in plaats van Gezer.
Daar heet de verslagene Saf, hier Sippai (סִפַּי).
Wij houden in elk boek de eigen vorm aan.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
מְנוֹר אֹרְגִים (menor orgim), ‘weversboom’: de balk van een weefgetouw.
Het geschreven woord (ketiv) schrijft de naam van Elchanans vader als יָעוּר (Jaör).
Het qere heeft יָעִיר (Jaïr).
Wij volgen het qere.
In 2 Sam. 21:19 staat: ‘Elchanan, de zoon van Jaäre-Oregim, de Betlehemiet, sloeg Goliat, de Gattiet.’ Hier staat: ‘Elchanan, de zoon van Jaïr, sloeg Lachmi, de broer van Goliat, de Gattiet.’ Wij vertalen beide teksten zoals zij staan. Zie ook 1 Sam. 17:4, 49–51.
Gat was een Filistijnse stad, waarschijnlijk Tell es-Safi (Israël).
Dat is waarschijnlijk.
אִישׁ מִדָּה (ish middah), ‘een man van grote lengte’: letterlijk ‘een man van maat’.
In 2 Sam. 21:20 staat מָדוֹן (madon), ‘lengte’ of ‘twist’, met het geschreven woord (ketiv) מדין.
Hier staat alleen ‘zijn vingers’: zes en zes, samen 24. In 2 Sam. 21:20 staan ‘de vingers van zijn handen en de tenen van zijn voeten’.
הָרָפָא (harafa), ‘Rafa’: een volk of een stamvader van grote mensen, verwant aan de Refaïeten. Zo ook in 2 Sam. 21:16.
Simea is een broer van David (1 Kron. 2:13).
In 1 Sam. 16:9 heet hij Samma.
De zin kan ook betekenen dat Jonatan zelf ‘de broer van David’ is; het Hebreeuws laat dat open.
Wij houden dezelfde zinsbouw aan als in 2 Sam. 21:21.
Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi.
Dit is niet geheel zeker.
Het Hebreeuws heeft hier אֵל (el), een korte vorm van אֵלֶּה (elleh), ‘dezen’.
Wij vertalen ‘dezen’.
In 2 Sam. 21:22 staat ‘deze vier’.