Elohim Bijbel

1 Kronieken 24

1234567891011121314151617181920212223242526272829

De 24 afdelingen van de priesters en de overige Levieten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zonen van Aäron en hun afdelingen

1Dit zijn de afdelingen van de zonen van Aäron. De zonen van Aäron: Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
וְלִבְנֵ֥י
(velivnei)
en voor de zonen van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
מַחְלְקוֹתָ֑ם
(machleqotam)
hun afdelingen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֔ן
(aharon)
Aäron
נָדָב֙
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיה֔וּא
(vaavihu)
en Abihu
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
וְאִיתָמָֽר
(veitamar)
en Itamar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַחְלְקוֹת (machloqot), ‘afdelingen’: groepen die om beurten dienst doen, zoals bij de Levieten in 1 Kron. 23:6.

De vier zonen van Aäron staan ook in Exod. 6:23.

2Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van hun vader. Zij hadden geen zonen. Eleazar en Itamar dienden als priester.
וַיָּ֨מָת
(vayamat)
en stierf
נָדָ֤ב
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיהוּא֙
(vaavihu)
en Abihu
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֲבִיהֶ֔ם
(avihem)
hun vader
וּבָנִ֖ים
(uvanim)
en zonen
לֹא
(lo)
niet
הָי֣וּ
(hayu)
waren
לָהֶ֑ם
(lahem)
aan hen
וַֽיְכַהֲנ֔וּ
(vaykhahanu)
en dienden als priester
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
וְאִיתָמָֽר
(veitamar)
en Itamar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Nadab en Abihu stierven toen zij vreemd vuur brachten (Lev. 10:1–2).

Dat zij geen zonen hadden, staat ook in Num. 3:4.

וַיְכַהֲנוּ (vaykhahanu), ‘dienden als priester’: alleen Eleazar en Itamar zetten het priesterschap voort.

3David en Zadok, van de zonen van Eleazar, en Achimelech, van de zonen van Itamar, verdeelden hen naar hun taak in hun dienst.
וַיֶּֽחָלְקֵ֣ם
(vayechaleqem)
en verdeelde hen
דָּוִ֔יד
(david)
David
וְצָדוֹק֙
(vetsadoq)
en Zadok
מִן
(min)
van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אֶלְעָזָ֔ר
(elazar)
Eleazar
וַאֲחִימֶ֖לֶךְ
(vaachimelekh)
en Achimelech
מִן
(min)
van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אִיתָמָ֑ר
(itamar)
Itamar
לִפְקֻדָּתָ֖ם
(lifqudatam)
naar hun taak
בַּעֲבֹדָתָֽם
(baavodatam)
in hun dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zadok hoort bij de zonen van Eleazar, Achimelech bij de zonen van Itamar.

Achimelech heet hier de zoon van Abjatar (vers 6).

Zo staat het ook in 2 Sam. 8:17.

פְּקֻדָּה (pequddah), ‘taak’: hetzelfde woord betekent ook ‘telling’ of ‘aanstelling’.

4Bij de zonen van Eleazar werden meer hoofden van de mannen gevonden dan bij de zonen van Itamar. Zij verdeelden hen zo: 16 hoofden van vaderhuizen voor de zonen van Eleazar, en voor de zonen van Itamar, naar hun vaderhuizen, 8.
וַיִּמָּצְא֣וּ
(vayimatseu)
en werden gevonden
בְֽנֵי
(benei)
de zonen van
אֶלְעָזָ֡ר
(elazar)
Eleazar
רַבִּ֞ים
(rabim)
meer
לְרָאשֵׁ֧י
(lerashei)
als hoofden van
הַגְּבָרִ֛ים
(hagevarim)
de mannen
מִן
(min)
dan
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
אִיתָמָ֖ר
(itamar)
Itamar
וַֽיַּחְלְק֑וּם
(vayachlequm)
en zij verdeelden hen
לִבְנֵ֨י
(livnei)
voor de zonen van
אֶלְעָזָ֜ר
(elazar)
Eleazar
רָאשִׁ֤ים
(rashim)
hoofden
לְבֵית
(leveit)
van het huis van
אָבוֹת֙
(avot)
vaders
שִׁשָּׁ֣ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֔ר
(asar)
tien
וְלִבְנֵ֧י
(velivnei)
en voor de zonen van
אִיתָמָ֛ר
(itamar)
Itamar
לְבֵ֥ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבוֹתָ֖ם
(avotam)
hun vaders
שְׁמוֹנָֽה
(shemona)
acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

16 + 8 = 24 afdelingen.

Dat zijn de afdelingen van de verzen 7–18.

בֵּית אָב (bet av), ‘vaderhuis’: zoals in 1 Kron. 23:11.

5Zij verdeelden hen door loten, de een met de ander. Want er waren leiders van het heiligdom en leiders van Elohim, zowel onder de zonen van Eleazar als onder de zonen van Itamar.
וַיַּחְלְק֥וּם
(vayachlequm)
en zij verdeelden hen
בְּגוֹרָל֖וֹת
(begoralot)
door loten
אֵ֣לֶּה
(ele)
deze
עִם
(im)
met
אֵ֑לֶּה
(ele)
die
כִּי
(ki)
want
הָי֤וּ
(hayu)
waren
שָֽׂרֵי
(sarei)
leiders van
קֹ֨דֶשׁ֙
(qodesh)
het heiligdom
וְשָׂרֵ֣י
(vesarei)
en leiders van
הָאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
מִבְּנֵ֥י
(mibenei)
van de zonen van
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
וּבִבְנֵ֥י
(uvivnei)
en van de zonen van
אִיתָמָֽר
(itamar)
Itamar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂרֵי קֹדֶשׁ וְשָׂרֵי הָאֱלֹהִים (sare qodesh vesare haElohim), ‘leiders van het heiligdom en leiders van Elohim’: beide families hadden mannen die leiding gaven.

Daarom verdeelden zij de afdelingen door te loten.

6Sjemaja, de zoon van Netanel, de schrijver, een Leviet, schreef hen op. Dat deed hij voor het aangezicht van de koning, de leiders, Zadok de priester, Achimelech de zoon van Abjatar en de familiehoofden van de priesters en van de Levieten. Eén vaderhuis werd gekozen voor Eleazar, en één vaderhuis werd gekozen voor Itamar.
וַֽיִּכְתְּבֵ֡ם
(vayikhtevem)
en schreef hen op
שְֽׁמַֽעְיָה֩
(shemaya)
Sjemaja
בֶן
(ben)
zoon van
נְתַנְאֵ֨ל
(netanel)
Netanel
הַסּוֹפֵ֜ר
(hasofer)
de schrijver
מִן
(min)
uit
הַלֵּוִ֗י
(halevi)
de Leviet
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְהַשָּׂרִים֙
(vehasarim)
en de leiders
וְצָד֣וֹק
(vetsadoq)
en Zadok
הַכֹּהֵ֗ן
(hakohen)
de priester
וַאֲחִימֶ֨לֶךְ֙
(vaachimelekh)
en Achimelech
בֶּן
(ben)
zoon van
אֶבְיָתָ֔ר
(evyatar)
Abjatar
וְרָאשֵׁי֙
(verashei)
en de hoofden van
הָֽאָב֔וֹת
(haavot)
de vaders
לַכֹּהֲנִ֖ים
(lakohanim)
van de priesters
וְלַלְוִיִּ֑ם
(velalviyim)
en van de Levieten
בֵּֽית
(beit)
huis van
אָ֣ב
(av)
vader
אֶחָ֗ד
(echad)
één
אָחֻז֙
(achuz)
gekozen
לְאֶלְעָזָ֔ר
(leelazar)
voor Eleazar
וְאָחֻ֥ז
(veachuz)
en gekozen
אָחֻ֖ז
(achuz)
gekozen
לְאִיתָמָֽר
(leitamar)
voor Itamar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַסּוֹפֵר (hasofer), ‘de schrijver’: iemand die opschrijft en bijhoudt.

מִן הַלֵּוִי (min haLevi), ‘een Leviet’: letterlijk ‘uit de Leviet’.

Lezing

אָחֻז לְאֶלְעָזָר וְאָחֻז אָחֻז לְאִיתָמָר (achuz leElazar veachuz achuz leItamar): ‘gekozen voor Eleazar en gekozen, gekozen voor Itamar’.

Het woord ‘gekozen’ staat bij Itamar twee keer.

De tekst is hier onzeker.

Wij vertalen alsof het één keer staat, naar de zin van de lijst: één vaderhuis voor Eleazar, één voor Itamar, om beurten.

De 24 afdelingen van de priesters

7Het eerste lot kwam uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja.
וַיֵּצֵ֞א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֤ל
(hagoral)
het lot
הָרִאשׁוֹן֙
(harishon)
het eerste
לִיה֣וֹיָרִ֔יב
(lihoyariv)
voor Jojarib
לִֽידַעְיָ֖ה
(lidaya)
voor Jedaja
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
het tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De 24 loten staan in de verzen 7–18.

Elk lot kwam uit voor één familie van priesters.

De lijst begint met Jojarib en eindigt met Maäzja.

8Het derde voor Charim, het vierde voor Seorim.
לְחָרִם֙
(lecharim)
voor Charim
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
het derde
לִשְׂעֹרִ֖ים
(lisorim)
voor Seorim
הָרְבִעִֽי
(harevii)
het vierde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Het vijfde voor Malkia, het zesde voor Mijamin.
לְמַלְכִּיָּה֙
(lemalkiya)
voor Malkia
הַחֲמִישִׁ֔י
(hachamishi)
het vijfde
לְמִיָּמִ֖ן
(lemiyamin)
voor Mijamin
הַשִּׁשִּֽׁי
(hashishi)
het zesde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 12:17
10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia.
לְהַקּוֹץ֙
(lehaqots)
voor Hakkoz
הַשְּׁבִעִ֔י
(hashevii)
het zevende
לַאֲבִיָּ֖ה
(laaviya)
voor Abia
הַשְּׁמִינִֽי
(hashemini)
het achtste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sjekanja.
לְיֵשׁ֨וּעַ֙
(leyeshua)
voor Jesua
הַתְּשִׁעִ֔י
(hateshii)
het negende
לִשְׁכַנְיָ֖הוּ
(lishkhanyahu)
voor Sjekanja
הָעֲשִׂרִֽי
(haasiri)
het tiende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֵשׁוּעַ (Yeshua), ‘Jesua’: dit is de Hebreeuwse naam Yeshua, maar hier gaat het om een priester.

Voor Yeshua, de Messias, laten wij de naam onvertaald; voor deze priester schrijven wij ‘Jesua’.

12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim.
לְאֶלְיָשִׁיב֙
(leelyashiv)
voor Eljasib
עַשְׁתֵּ֣י
(ashtei)
elf
עָשָׂ֔ר
(asar)
(tien)
לְיָקִ֖ים
(leyaqim)
voor Jakim
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twaalf
עָשָֽׂר
(asar)
(tien)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf het elfde lot staan in het Hebreeuws hoofdtelwoorden: ‘elf’, ‘twaalf’ enzovoort.

Wij schrijven rangtelwoorden, omdat het om de volgorde van de loten gaat.

Zie ookNeh 12:10
13Het dertiende voor Chuppa, het veertiende voor Jesebab.
לְחֻפָּה֙
(lechupa)
voor Chuppa
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
dertien
עָשָׂ֔ר
(asar)
(tien)
לְיֶֽשֶׁבְאָ֖ב
(leyeshevav)
voor Jesebab
אַרְבָּעָ֥ה
(arbaa)
veertien
עָשָֽׂר
(asar)
(tien)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer.
לְבִלְגָּה֙
(levilga)
voor Bilga
חֲמִשָּׁ֣ה
(chamisha)
vijftien
עָשָׂ֔ר
(asar)
(tien)
לְאִמֵּ֖ר
(leimer)
voor Immer
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zestien
עָשָֽׂר
(asar)
(tien)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Het zeventiende voor Chezir, het achttiende voor Happitses.
לְחֵזִיר֙
(lechezir)
voor Chezir
שִׁבְעָ֣ה
(shiva)
zeventien
עָשָׂ֔ר
(asar)
(tien)
לְהַפִּצֵּ֖ץ
(lehapitsets)
voor Happitses
שְׁמוֹנָ֥ה
(shemona)
achttien
עָשָֽׂר
(asar)
(tien)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Het negentiende voor Petachja, het twintigste voor Ezechiël.
לִֽפְתַחְיָה֙
(liftachya)
voor Petachja
תִּשְׁעָ֣ה
(tisha)
negentien
עָשָׂ֔ר
(asar)
(tien)
לִֽיחֶזְקֵ֖אל
(lichezqel)
voor Ezechiël
הָעֶשְׂרִֽים
(haesrim)
het twintigste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְחֶזְקֵאל (Yechezqel), ‘Ezechiël’: dezelfde naam als die van de profeet.

Wij schrijven hem hier ook zo.

17Het eenentwintigste voor Jachin, het tweeëntwintigste voor Gamul.
לְיָכִין֙
(leyakhin)
voor Jachin
אֶחָ֣ד
(echad)
een
וְעֶשְׂרִ֔ים
(veesrim)
en twintig
לְגָמ֖וּל
(legamul)
voor Gamul
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Het drieëntwintigste voor Delaja, het vierentwintigste voor Maäzja.
לִדְלָיָ֨הוּ֙
(lidlayahu)
voor Delaja
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
וְעֶשְׂרִ֔ים
(veesrim)
en twintig
לְמַֽעַזְיָ֖הוּ
(lemaazyahu)
voor Maäzja
אַרְבָּעָ֥ה
(arbaa)
vier
וְעֶשְׂרִֽים
(veesrim)
en twintig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Dit is hun indeling voor hun dienst. Zij gaan het huis van Yahweh binnen volgens hun recht, onder leiding van Aäron, hun vader, zoals Yahweh, de Elohim van Israël, hem had geboden.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
פְקֻדָּתָ֞ם
(pequdatam)
hun indeling
לַעֲבֹדָתָ֗ם
(laavodatam)
voor hun dienst
לָב֤וֹא
(lavo)
om binnen te gaan
לְבֵית
(leveit)
in het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
כְּמִשְׁפָּטָ֔ם
(kemishpatam)
volgens hun recht
בְּיַ֖ד
(beyad)
onder de hand van
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
אֲבִיהֶ֑ם
(avihem)
hun vader
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֔הוּ
(tsivahu)
heeft geboden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּקֻדָּה (pequddah), ‘indeling’: de orde waarin de priesters hun dienst doen.

בְּיַד אַהֲרֹן (beyad Aharon), ‘onder de hand van Aäron’: onder zijn leiding. Zie Exod. 28:1.

De overige Levieten

20Van de overige zonen van Levi: van de zonen van Amram Sjebuël, en van de zonen van Sjebuël Jechdeja.
וְלִבְנֵ֥י
(velivnei)
en voor de zonen van
לֵוִ֖י
(levi)
Levi
הַנּוֹתָרִ֑ים
(hanotarim)
de overigen
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
עַמְרָם֙
(amram)
Amram
שֽׁוּבָאֵ֔ל
(shuvael)
Sjebuël
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
שׁוּבָאֵ֖ל
(shuvael)
Sjebuël
יֶחְדְּיָֽהוּ
(yechdeyahu)
Jechdeja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is een tweede lijst van Levieten.

Zij lijkt op 1 Kron. 23:15–23, met kleine verschillen in namen en met een extra generatie.

שׁוּבָאֵל (Shuvael), ‘Sjebuël’: in 1 Kron. 23:16 staat dezelfde man als שְׁבוּאֵל (Shevuel), onder de zonen van Gersom. Wij schrijven beide keren ‘Sjebuël’.

21Van Rechabja, van de zonen van Rechabja: het hoofd, Jisjia.
לִרְחַבְיָ֑הוּ
(lirchavyahu)
voor Rechabja
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
רְחַבְיָ֔הוּ
(rechavyahu)
Rechabja
הָרֹ֖אשׁ
(harosh)
het hoofd
יִשִּׁיָּֽה
(yishiya)
Jisjia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Van de Jishariet: Sjelomit. Van de zonen van Sjelomit: Jachat.
לַיִּצְהָרִ֣י
(layitshari)
voor de Jishariet
שְׁלֹמ֔וֹת
(shelomot)
Sjelomit
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
שְׁלֹמ֖וֹת
(shelomot)
Sjelomit
יָֽחַת
(yachat)
Jachat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁלֹמוֹת (Shelomot), ‘Sjelomit’: in 1 Kron. 23:18 staat dezelfde man als שְׁלֹמִית (Shelomit), als hoofd van de Jishariet.

Wij schrijven beide keren ‘Sjelomit’.

23De zonen van Jeria: Amarja, de tweede, Jachaziël, de derde, en Jekameam, de vierde.
וּבְנָ֖י
(uvenay)
en de zonen van
יְרִיָּ֑הוּ
(yeriyahu)
Jeria
אֲמַרְיָ֨הוּ֙
(amaryahu)
Amarja
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
יַחֲזִיאֵל֙
(yachaziel)
Jachaziël
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
de derde
יְקַמְעָ֖ם
(yeqamam)
Jekameam
הָרְבִיעִֽי
(harevii)
de vierde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In dit vers staat ‘de zonen van Jeria’.

In 1 Kron. 23:19 staat ‘de zonen van Hebron: Jeria, het hoofd’.

Daar is Jeria het eerste, hier ontbreekt de aanduiding ‘het hoofd’.

Wij vertalen de Masoretische tekst zoals hij staat.

24De zonen van Uzziël: Micha. Van de zonen van Micha: Sjamir.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
עֻזִּיאֵל֙
(uziel)
Uzziël
מִיכָ֔ה
(mikha)
Micha
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
מִיכָ֖ה
(mikha)
Micha
שָׁמִֽיר
(shamir)
Sjamir
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat שָׁמוּר (Sjamur).

In de gelezen tekst (qere) staat שָׁמִיר (Sjamir).

Wij volgen de qere.

25De broer van Micha: Jisjia. Van de zonen van Jisjia: Zacharia.
אֲחִ֤י
(achi)
de broer van
מִיכָה֙
(mikha)
Micha
יִשִּׁיָּ֔ה
(yishiya)
Jisjia
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
יִשִּׁיָּ֖ה
(yishiya)
Jisjia
זְכַרְיָֽהוּ
(zekharyahu)
Zacharia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲחִי מִיכָה (achi Mikhah), ‘de broer van Micha’: het woord kan ook ‘broers’ betekenen.

Vergelijk 1 Kron. 23:20, waar Jisjia de tweede zoon van Uzziël is.

26De zonen van Merari: Machli en Musji. De zonen van Jaäzia, zijn zoon.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
מְרָרִי֙
(merari)
Merari
מַחְלִ֣י
(machli)
Machli
וּמוּשִׁ֔י
(umushi)
en Musji
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
יַעֲזִיָּ֥הֽוּ
(yaaziyahu)
Jaäzia
בְנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

בְּנֵי יַעֲזִיָּהוּ בְנוֹ (bene Yaaziyahu beno), ‘de zonen van Jaäzia, zijn zoon’: de tekst is moeilijk.

Wij vertalen wat er staat.

Het blijft onzeker of Jaäzia een zoon van Merari is of dat ‘zijn zoon’ anders bedoeld is.

27De zonen van Merari: van Jaäzia, zijn zoon, en Sjoham, Zakkur en Ibri.
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
מְרָרִ֑י
(merari)
Merari
לְיַֽעֲזִיָּ֣הֽוּ
(leyaaziyahu)
van Jaäzia
בְנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
וְשֹׁ֥הַם
(veshoham)
en Sjoham
וְזַכּ֖וּר
(vezakur)
en Zakkur
וְעִבְרִֽי
(veivri)
en Ibri
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Van Machli: Eleazar, die geen zonen had.
לְמַחְלִי֙
(lemachli)
van Machli
אֶלְעָזָ֔ר
(elazar)
Eleazar
וְלֹא
(velo)
en niet
הָ֥יָה
(haya)
waren
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
בָּנִֽים
(banim)
zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie 1 Kron. 23:22: Eleazar had geen zonen, alleen dochters.

29Van Kis, de zonen van Kis: Jerachmeël.
לְקִ֖ישׁ
(leqish)
van Kis
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
קִ֥ישׁ
(qish)
Kis
יְרַחְמְאֵֽל
(yerachmeel)
Jerachmeël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְרַחְמְאֵל (Yerachme'el), ‘Jerachmeël’: de zoon van Kis.

30De zonen van Musji: Machli, Eder en Jeremot. Dit zijn de zonen van de Levieten, naar hun vaderhuizen.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
מוּשִׁ֔י
(mushi)
Musji
מַחְלִ֥י
(machli)
Machli
וְעֵ֖דֶר
(veeder)
en Eder
וִירִימ֑וֹת
(virimot)
en Jeremot
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
הַלְוִיִּ֖ם
(halviyim)
de Levieten
לְבֵ֥ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתֵיהֶֽם
(avoteihem)
hun vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וִירִימוֹת (Virimot), ‘Jeremot’: in 1 Kron. 23:23 staat וִירֵמוֹת (Jeremot).

De Hebreeuwse spelling verschilt; het is dezelfde man in de lijst van Musji.

Wij schrijven beide keren ‘Jeremot’.

Ook de Levieten werpen loten

31Ook zij wierpen loten, gelijk met hun broers, de zonen van Aäron. Dat deden zij voor het aangezicht van koning David, Zadok, Achimelech en de familiehoofden van de priesters en van de Levieten. De vaderhuizen van het hoofd stonden daarin gelijk met die van zijn jongste broer.
וַיַּפִּילוּ֩
(vayapilu)
en wierpen
גַם
(gam)
ook
הֵ֨ם
(hem)
zij
גּוֹרָל֜וֹת
(goralot)
loten
לְעֻמַּ֣ת
(leumat)
tegenover
אֲחֵיהֶ֣ם
(acheihem)
hun broers
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֗ן
(aharon)
Aäron
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
voor het aangezicht van
דָוִ֤יד
(david)
David
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
וְצָד֣וֹק
(vetsadoq)
en Zadok
וַאֲחִימֶ֔לֶךְ
(vaachimelekh)
en Achimelech
וְרָאשֵׁי֙
(verashei)
en de hoofden van
הָֽאָב֔וֹת
(haavot)
de vaders
לַכֹּהֲנִ֖ים
(lakohanim)
van de priesters
וְלַלְוִיִּ֑ם
(velalviyim)
en van de Levieten
אָב֣וֹת
(avot)
vaders van
הָרֹ֔אשׁ
(harosh)
het hoofd
לְעֻמַּ֖ת
(leumat)
tegenover
אָחִ֥יו
(achiv)
zijn broer
הַקָּטָֽן
(haqatan)
de jongste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָבוֹת הָרֹאשׁ לְעֻמַּת אָחִיו הַקָּטָן (avot harosh leummat achiv haqatan), ‘de vaderhuizen van het hoofd, gelijk met zijn jongste broer’: het hoofd en de jongste hadden bij het loten dezelfde plaats.

Wij vertalen letterlijk.