Abram in Kanaän en Egypte; Kedorlaomer en de tienden
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Abram trekt naar Kanaän
1En Abram trok uit Haran en nam Sarai, zijn vrouw.
ወሖረ
(wähorä)
en ging
አብራም
(äbram)
Abram
እምካራን
(emkaran)
uit Haran
ወነሥአ
(wänäsä)
en nam
ሶራይሃ
(sorayha)
Sarai
ብእሲቶ
(besito)
zijn vrouw
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:5.
Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hier nog dat Abram ook Lot, de zoon van zijn broer, meenam naar het land Kanaän, kwam in ‘Assur’ (een bedorven naam, waarschijnlijk Kanaän) en naar Sichem trok en bij een hoge eik woonde; dat staat niet in de Beta-tekst.
2En hij zag, en zie, het land was zeer aangenaam, van de ingang van Hamat tot waar de hoge eik staat.
ወርእየ
(wäryä)
en hij zag
ወናሁ
(wänahu)
en zie
ምድር
(medr)
het land
አዳም
(ädam)
aangenaam
ጥቀ
(teqä)
zeer
እምብዋአ
(embwaä)
van de ingang van
ኤማት
(emat)
Hamat
እስከ
(eskä)
tot
ኀበ
(khäbä)
tot waar
ድርስ
(ders)
de eik
ነዋኅ
(näwakh)
hoge
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:6 en Num. 13:21.
Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.
Uitleg
ድርስ (‘eik’): voor de ‘hoge eik’ heeft de Hebreeuwse tekst de eik van More; Zie Gen. 12:6.
3En Yahweh zei tot hem: „Aan jou en aan je nageslacht zal Ik dit land geven.”
ወይቤሎ
(wäybelo)
en zeide tot hem
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ለከ
(läkä)
aan jou
ወለዘርእከ
(wäläzärkä)
en aan je nageslacht
እሁብ
(ehub)
zal Ik geven
ዛተ
(zatä)
deze
ምድረ
(medrä)
land
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
4En hij bouwde daar een altaar en liet daarop een brandoffer opgaan voor Yahweh, die hem verschenen was.
ወሐነጸ
(wähänätsä)
en bouwde
በህየ
(bähyä)
daar
ምሥዋዐ
(meswaä)
een altaar
ወአዕረገ
(wäärägä)
en liet opgaan
ዲቤሁ
(dibehu)
daarop
ጽንሐሐ
(tsenhähä)
brandoffer
ለእግዚአብሔር
(lägziäbher)
voor Yahweh
ዘአስተርአዮ
(zäästäräyo)
die hem verschenen was
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
5En hij trok vandaar op naar de berg Betel, die aan de westkant ligt, met Ai aan de oostkant, en hij sloeg daar zijn tent op.
ወአንሥአ
(wäänsä)
en hij trok op
እምህየ
(emhyä)
vandaar
ውስተ
(westä)
naar
ደብረ
(däbrä)
de berg
ቤቴል
(betel)
Betel
ዘመንገለ
(zämängälä)
die aan de kant van
ባሕር
(bahr)
de zee ligt
ወአጌ
(wääge)
en Ai
መንገለ
(mängälä)
aan de kant van
ጽባሕ
(tsebah)
het oosten
ወተከለ
(wätäkälä)
en sloeg op
ደብተራሁ
(däbtärahu)
zijn tent
ህየ
(heyä)
daar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:8.
Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hier een leemte voor ‘ten oosten van Betel’, en voegt ‘met’ toe.
6En hij zag, en zie, het land was wijd en zeer goed, en alles groeide erop: wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, eiken, steeneiken en terebinten, olijfbomen, ceders, cipressen en wierookbomen, en alle bomen van het veld, en er was water op de bergen.
ወርእየ
(wäryä)
en hij zag
ወናሁ
(wänahu)
en zie
ምድር
(medr)
de aarde
ጽፍሕት
(tsefht)
wijd
ወኄርት
(wäkhert)
en goed
ጥቀ
(teqä)
zeer
ወኵሉ
(wäkwlu)
en elke
ይሠርፅ
(yesärts)
groeide
ላዕሌሃ
(laleha)
op haar
አውያን
(äwyan)
wijnstokken
ወበለስ
(wäbäläs)
en vijgenbomen
ወሮማን
(wäroman)
en granaatappelbomen
ዕፅ
(ets)
bomen van
ባላን
(balan)
eiken
ወድርስ
(wädrs)
en steeneiken
ወጤሬቤንቶስ
(wäterebentos)
en terebinten
ወዕፀወ
(wätsäwä)
en bomen van
ዘይት
(zäyt)
de olijf
ወቄድሮስ
(wäqedros)
en ceders
ወቄጲሪሶስ
(wäqepirisos)
en cipressen
ወሊባኖስ
(wälibanos)
en wierookbomen
ወኵሉ
(wäkwlu)
en elke
ዕፀወ
(etsäwä)
bomen van
ገዳም
(gädam)
het veld
ወማይ
(wämay)
en water
ዲበ
(dibä)
op
አድባር
(ädbar)
bergen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
ሊባኖስ (‘wierookbomen’): het woord kan ook ‘Libanon’ betekenen; Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘dadelpalmen’.
Wij volgen de gewone betekenis ‘wierook’.
7En hij zegende Yahweh, die hem had uitgeleid uit Ur van de Chaldeeën en hem in dit gebergte gebracht had.
ወባረኮ
(wäbaräko)
en hij zegende
ለእግዚአብሔር
(lägziäbher)
Yahweh
ዘአውፅኦ
(zääwtso)
die hem had uitgeleid
እምነ
(emnä)
van
ኡር
(ur)
Ur
ዘከለዳዊያን
(zäkälädawiyan)
van de Chaldeeën
ወአምጽኦ
(wäämtso)
en hem gebracht had
ውስተዝ
(westäz)
in dit
ደብር
(däbr)
het gebergte
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 11:31 en 12:1.
Zie Ur: Ur lag in het zuiden van Mesopotamië, bij het huidige Tell el-Mukajjar in Irak, ten westen van de oude loop van de Eufraat.
8En het geschiedde in het eerste jaar van de zevende jaarweek, bij de nieuwe maan van de eerste maand, dat hij een altaar bouwde op dit gebergte en riep in de naam van Yahweh: U bent mijn Elohim, de Elohim van de eeuwigheid.
ወኮነ
(wäkonä)
en het geschiedde
በአሐዱ
(bäähädu)
in het eerste
ዓመት
(amät)
jaar
በሱባዔ
(bäsubae)
in de jaarweek
ሳብዕ
(sab)
zevende
በሠርቀ
(bäsärqä)
bij de nieuwe maan van
ወርኅ
(wärkh)
maand
በዘ
(bäzä)
die
ቀዳሚ
(qädami)
eerste
ሐነጸ
(hänätsä)
hij bouwde
ምሥዋዐ
(meswaä)
een altaar
በዝ
(bäz)
op dit
ደብር
(däbr)
gebergte
ወጸውዖ
(wätsäwo)
en hij riep
በስመ
(bäsmä)
in de naam
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
አንተ
(äntä)
U
አምላኪየ
(ämlakiyä)
mijn Elohim
አምላከ
(ämlakä)
Elohim van
ዘለዓለም
(zäläaläm)
de eeuwigheid
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
9En hij liet op het altaar een brandoffer opgaan voor Yahweh, opdat Hij met hem zou zijn en hem al de dagen van zijn leven niet zou verlaten.
ወአዕረገ
(wäärägä)
en liet opgaan
ዲበ
(dibä)
op
ምሥዋዕ
(meswa)
het altaar
ጽንሐሐ
(tsenhähä)
brandoffer
ለእግዚአብሔር
(lägziäbher)
voor Yahweh
ከመ
(kämä)
opdat
የሀሉ
(yähälu)
Hij zou zijn
ምስሌሁ
(meslehu)
met hem
ወኢይኅድጎ
(wäiykhdgo)
en hem niet zou verlaten
ኵሎ
(kwlo)
alle
መዋዕለ
(mäwalä)
dagen van
ሕይወቱ
(heywätu)
zijn leven
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Hebron en Egypte
10En hij trok vandaar op en ging naar het zuiden, en hij kwam tot Hebron. En Hebron werd toen gebouwd. En hij woonde daar twee jaar, en hij ging naar het land van het zuiden, totdat Lot binnenkwam.
ወአንሥአ
(wäänsä)
en hij trok op
እምህየ
(emhyä)
vandaar
ወሖረ
(wähorä)
en ging
መንገለ
(mängälä)
naar
ደቡብ
(däbub)
het zuiden
ወበጽሐ
(wäbätshä)
en hij kwam
እስከ
(eskä)
tot
ኬብሮን
(kebron)
Hebron
ወኬብሮን
(wäkebron)
en Hebron
አሜሃ
(ämeha)
toen
ተሐንጸት
(tähäntsät)
werd gebouwd
ወነበረ
(wänäbärä)
en hij woonde
ህየ
(heyä)
daar
ዓመተ
(amätä)
jaar
ክልኤተ
(keletä)
twee
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ውስተ
(westä)
in
ምድረ
(medrä)
de aarde van
ደቡብ
(däbub)
het zuiden
እስከ
(eskä)
tot
ቦአ
(boä)
kwam binnen
ሎጥ
(lot)
Lot
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:9–10 en 13:18.
Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
ደቡብ (‘zuiden’): hier betekent het ‘zuiden’ (het Zuidland, Zie Gen. 12:9), anders dan in 7:17 en 8:13.
Lezing
ቦአ ሎጥ (‘Lot binnenkwam’): de tekst lijkt bedorven; Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘tot Bealoth’ (Zie Joz. 15:24) en daarna ‘en er was een hongersnood in het land’.
11En Abram ging naar Egypte in het derde jaar van de jaarweek, en hij woonde vijf jaar in Egypte, voordat zijn vrouw werd weggenomen.
ወሖረ
(wähorä)
en ging
አብራም
(äbram)
Abram
ግብጽ
(gebts)
Egypte
በሣልስ
(bäsals)
in de derde
ዓመት
(amät)
jaar
ዘሱባዔ
(zäsubae)
van de jaarweken
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en nam zijn woning
ውስተ
(westä)
in
ግብጽ
(gebts)
Egypte
ኀምስተ
(khämstä)
vijf
ዓመተ
(amätä)
jaar
ዘእንበለ
(zänbälä)
voordat
ትትሀየድ
(tethäyäd)
zij werd weggenomen
ብእሲቱ
(besitu)
zijn vrouw
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:10.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
12En Tanis in Egypte werd toen gebouwd, zeven jaar na Hebron.
ወጠናይስ
(wätänays)
en Tanis
ዘግብጽ
(zägbts)
van Egypte
አሜሃ
(ämeha)
toen
ተሐብጸት
(tähäbtsät)
werd gebouwd
በሰብዓቱ
(bäsäbatu)
zeven
ክረምት
(kerämt)
jaren
እምድኅረ
(emdkhrä)
na
ኬብሮን
(kebron)
Hebron
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Num. 13:22.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
ጠናይስ (‘Tanis’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat dit Soän is.
13En het geschiedde toen de farao Sarai wegnam, de vrouw van Abram, dat Yahweh de farao en zijn huis met een grote plaag sloeg vanwege Sarai, de vrouw van Abram.
ወኮነ
(wäkonä)
en het geschiedde
አመ
(ämä)
toen
ሄዶ
(hedo)
wegnam
ፈርዖን
(färon)
de farao
ሶራይ
(soray)
Sarai
ብእሲቶ
(besito)
de vrouw
ለአብራም
(lääbram)
van Abram
ቀሠፈ
(qäsäfä)
plaagde
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
ፈርዖንሃ
(färonha)
de farao
ወቤቶ
(wäbeto)
en zijn huis
በመቅሠፍት
(bämäqsäft)
met een plaag
ዐቢይ
(äbiy)
grote
በእንተ
(bäntä)
vanwege
ሶራይ
(soray)
Sarai
ብእሲቱ
(besitu)
zijn vrouw
ለአብራም
(lääbram)
aan Abram
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 12:15–17.
Uitleg
Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat Gen. 12:18 hier niet wordt overgenomen.
14En Abram was zeer rijk aan bezit: aan schapen, runderen, ezels, paarden, kamelen, dienaren en dienaressen, aan zilver en goud, in overvloed.
ወአብራም
(wääbram)
en Abram
ክቡር
(kebur)
rijk
በጥሪት
(bätrit)
in bezit
ጥቀ
(teqä)
zeer
በአባግዕ
(bääbag)
in schapen
ወበአልህምት
(wäbäälhmt)
en in runderen
ወበአእዱግ
(wäbäädug)
en in ezels
ወበአፍራስ
(wäbääfras)
en in paarden
ወበአግማል
(wäbäägmal)
en in kamelen
ወበአግብርት
(wäbäägbrt)
en in dienaren
ወበአእማት
(wäbäämat)
en in dienaressen
ወበብሩር
(wäbäbrur)
en in zilver
ወበወርቅ
(wäbäwärq)
en in goud
ፈድፋደ
(fädfadä)
zeer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 13:2.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat ook Lot, de zoon van zijn broer, rijk was; dat staat niet in de Beta-tekst.
15En de farao gaf Sarai, de vrouw van Abram, terug en liet hem uit het land Egypte vertrekken, en hij ging naar de plaats waar hij eerder zijn tent had opgeslagen, naar de plaats van het altaar, met Ai ten oosten van Betel en de zee in het westen. En hij zegende Yahweh, zijn Elohim, die hem in vrede teruggebracht had.
ወአግብአ
(wäägbä)
en gaf terug
ፈርዖን
(färon)
de farao
ሶራይሃ
(sorayha)
Sarai
ብእሲተ
(besitä)
de vrouw van
አብራም
(äbram)
Abram
ወአፍለሶ
(wääfläso)
en liet hem vertrekken
እምድረ
(emdrä)
uit het land
ግብጽ
(gebts)
Egypte
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ውስተ
(westä)
in
መካን
(mäkan)
plaats
ኀበ
(khäbä)
waar
ተከለ
(täkälä)
plantte
ደብተራሁ
(däbtärahu)
zijn tent
እንተ
(entä)
die
ቀዲሙ
(qädimu)
eerder
ውስተ
(westä)
in
መካነ
(mäkanä)
de plaats van
ምሥዋዐ
(meswaä)
een altaar
አጌ
(äge)
Ai
እምጽባሐ
(emtsbahä)
ten oosten van
ቤቴል
(betel)
Betel
ወባሕር
(wäbahr)
en het westen
ወባሪኮ
(wäbariko)
en hij zegende
ለእግዚአብሔር
(lägziäbher)
Yahweh
አምላኩ
(ämlaku)
zijn Elohim
ዘሜጦ
(zämeto)
die hem teruggebracht had
በሰላም
(bäsälam)
in vrede
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 13:3–4.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.
16En het geschiedde in dit eenenveertigste jubeljaar, in het derde jaar van de eerste jaarweek, dat hij naar deze plaats terugkeerde en daarop een brandoffer liet opgaan en riep in de naam van Yahweh, Elohim, de Allerhoogste, mijn Elohim, voor eeuwig en altoos.
ወኮነ
(wäkonä)
en het geschiedde
በዝ
(bäz)
in dit
አርብዓ
(ärba)
veertig
ወአሐዱ
(wäähädu)
en één
ኢዮቤልዎን
(iyobelwon)
jubeljaar
በሣልስ
(bäsals)
in de derde
ዓም
(am)
jaar
ዘሱባዔ
(zäsubae)
van de jaarweken
ቀዳሚ
(qädami)
eerste
ገብአ
(gäbä)
keerde terug
ውስተ
(westä)
in
ዝመካን
(zemäkan)
deze plaats
ወአዕረገ
(wäärägä)
en liet opgaan
በዲቤሁ
(bädibehu)
daarop
ጽንሐሐ
(tsenhähä)
brandoffer
ወጸውዐ
(wätsäwä)
en riep
በስመ
(bäsmä)
in de naam
እግዚአብሔር
(egziäbher)
Yahweh
አምላክ
(ämlak)
Elohim
ልዑል
(leul)
de Allerhoogste
አምላኪየ
(ämlakiyä)
mijn Elohim
ለዓለመ
(läalämä)
voor eeuwig en
ዓለም
(aläm)
de eeuwigheid
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
17En in het vierde jaar van deze jaarweek scheidde Lot zich van hem, en Lot woonde in Sodom, en de mensen van Sodom waren zeer zondig.
ወበራብዕ
(wäbärab)
en in de vierde
ዓመት
(amät)
jaar
ዘዝ
(zäz)
van dit
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
ተፈልጠ
(täfältä)
is gescheiden
ሎጥ
(lot)
Lot
እምኔሁ
(emnehu)
van hem
ወኀደረ
(wäkhädärä)
en nam zijn woning
ሎጥ
(lot)
Lot
ውስተ
(westä)
in
ሰዶም
(sädom)
Sodom
ወሰብአ
(wäsäbä)
en de mensen van
ሰዶም
(sädom)
Sodom
ኃጥኣን
(khatan)
de zondaars
ጥቀ
(teqä)
zeer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 13:11–13.
Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.
18En het bedroefde hem in zijn hart, omdat de zoon van zijn broer zich van hem gescheiden had, want hij had geen kinderen.
ወአከዮ
(wääkäyo)
en het bedroefde hem
በልቡ
(bälbu)
in zijn hart
እስመ
(esmä)
omdat
ተፈልጠ
(täfältä)
is gescheiden
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
እኁሁ
(ekhuhu)
zijn broer
እምኔሁ
(emnehu)
van hem
እስመ
(esmä)
omdat
አልቦ
(älbo)
hij had niet
ውሉደ
(weludä)
kinderen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hier nog: ‘zei Yahweh tot Abram, nadat Lot zich van hem had gescheiden, in het vierde jaar van deze week: Sla je ogen op van de plaats waar je woont, naar het noorden, het zuiden, het westen en het oosten’; dat staat niet in de Beta-tekst, zodat het citaat in 13:20–21 daar zonder inleiding volgt.
20„want heel het land dat je ziet, zal Ik aan jou en aan je nageslacht geven tot in eeuwigheid.
እስመ
(esmä)
want
ኵላ
(kwla)
heel
ምድረ
(medrä)
de aarde van
እንተ
(entä)
die
ትሬኢ
(terei)
je ziet
ለከ
(läkä)
aan jou
ወለዘርእከ
(wäläzärkä)
en aan je nageslacht
እመሁባ
(emähuba)
zal Ik haar geven
እስከ
(eskä)
tot
ለዓለም
(läaläm)
voor altijd
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 13:15.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘en ik zal je nageslacht maken als het zand van de zee; als iemand het stof van de aarde kan tellen, zal ook je nageslacht geteld worden’; dat staat niet in de Beta-tekst.
21Sta op en wandel door zijn lengte en zijn breedte en zie alles, want aan je nageslacht zal Ik het geven.”
ተንሥእ
(täns)
sta op
ወአንሶሱ
(wäänsosu)
en wandel
ውስተ
(westä)
in
ኑኃ
(nukha)
haar lengte
ወርሕባ
(wärhba)
en haar breedte
ወርኢ
(wäri)
en zie
ኵሎ
(kwlo)
alles
እስመ
(esmä)
want
ለዘርእከ
(läzärkä)
aan je nageslacht
እሁባ
(ehuba)
zal Ik haar geven
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Abram naar Hebron ging en daar woonde; dat staat niet in de Beta-tekst.
22En in dit jaar kwamen Kedorlaomer, koning van Elam, Amrafel, koning van Sinear, Arioch, koning van Ellasar, en Tergal, koning van de volken, en zij doodden de koning van Gomorra, en de koning van Sodom vluchtte.
ወበዝ
(wäbäz)
en in dit
ዓመት
(amät)
jaar
መጽአ
(mätsä)
kwam
ከደለጎሞር
(kädälägomor)
Kedorlaomer
ንጉሠ
(negusä)
koning van
ኤላም
(elam)
Elam
አመርፋል
(ämärfal)
Amrafel
ንጉሠ
(negusä)
koning van
ሲናአር
(sinaär)
Sinear
ወአሪአክ
(wääriäk)
en Arioch
ንጉሠ
(negusä)
koning van
ሴለሳር
(seläsar)
Ellasar
ወቴርጋል
(wätergal)
en Tergal
ንጉሠ
(negusä)
koning van
አሕዛብ
(ähzab)
de volken
ወቀተልዎ
(wäqätälwo)
en zij doodden
ለንጉሠ
(längusä)
de koning van
ጎሞር
(gomor)
Gomorra
ወጐየ
(wägwäyä)
en vluchtte
ንጉሠ
(negusä)
koning van
ሰዶም
(sädom)
Sodom
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 14:1–10.
Zie Elam: Elam lag ten oosten van de Tigris, in het zuidwesten van het huidige Iran.
Zie Sinear: Sinear is het land Sumer en Akkad, tussen de Eufraat en de Tigris in het zuiden van Mesopotamië.
Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.
Uitleg
ቴርጋል (‘Tergal’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) merkt op dat de Hebreeuwse tekst Tidal heeft; hij vergelijkt het Griekse Θαργαλ.
Lezing
Charles heeft hierna nog dat velen vielen door wonden in het dal Siddim bij de Zoutzee; dat staat niet in de Beta-tekst.
23En zij namen Sodom, Adma en Zeboïm gevangen, en zij namen ook Lot gevangen, de zoon van de broer van Abram, met al zijn bezit, en zij trokken tot Dan.
ወፄወዉ
(wätsewäwu)
en zij namen gevangen
ሰዶምሃ
(sädomha)
Sodom
ወአዳማሃ
(wäädamaha)
en Adma
ወሴቦኤም
(wäseboem)
en Zeboïm
ወፄወውዎ
(wätsewäwwo)
en zij namen gevangen
ለሎጥኒ
(lälotni)
ook Lot
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
እኁሁ
(ekhuhu)
zijn broer
ለአብራም
(lääbram)
aan Abram
ሰኵሎ
(säkwlo)
met al
ጥሪቶ
(terito)
zijn bezit
ወሖረ
(wähorä)
en ging
እስከ
(eskä)
tot
ዳን
(dan)
Dan
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 14:11–14.
Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.
Zie Dan: Dan lag in het uiterste noorden van het land, bij een bron van de Jordaan (Tel Dan).
24En er kwam iemand die ontkomen was, en hij vertelde Abram dat de zoon van zijn broer gevangen genomen was.
ወመጽአ
(wämätsä)
en kwam
ዘድኅነ
(zädkhnä)
die ontkomen was
ወነገሮ
(wänägäro)
en vertelde hem
ለአብራም
(lääbram)
aan Abram
ከመ
(kämä)
dat
ተፄወወ
(tätsewäwä)
werd gevangen genomen
ወልደ
(wäldä)
de zoon van
እኁሁ
(ekhuhu)
zijn broer
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
25En hij rustte de geborenen van zijn huis uit. [En Abram ging en doodde Kedorlaomer, en hij keerde terug en gaf tienden van alles, en gaf het aan Melchisedek.]
ወአስተረሰየ
(wäästäräsäyä)
en hij rustte uit
ልደ
(ledä)
de geborenen van
ቤቱ
(betu)
zijn huis
[ወሖረ
([wähorä)
en ging
አብራም
(äbram)
Abram
ወቀተሎ
(wäqätälo)
en hij doodde hem
ለከደለጎሞር
(läkädälägomor)
Kedorlaomer
ወየመይጠ
(wäyämäytä)
en keerde terug
ወዐሠረ
(wääsärä)
en hij gaf een tiende
ዐሥራተ
(äsratä)
tienden
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ወወሀቦ
(wäwähäbo)
en hij gaf het
ለመልከ
(lämälkä)
aan Melchi-
ጼዴቅ
(tsedeq)
-zedek
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
ወአስተረሰየ (‘en hij rustte uit’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) vertaalt ‘armed’ en wijst op de Targum van Onkelos bij Gen. 14:14.
Charles vermoedt een leemte aan het begin van dit vers, die de achtervolging en Melchisedek behelsde; Zie Gen. 14:15–20.
Lezing
De Beta-tekst zet ‘En Abram ging … Melchisedek’ tussen vierkante haken.
Charles heeft in plaats daarvan een leemte en daarna ‘voor Abram en voor zijn nageslacht een tiende van de eerstelingen voor Yahweh’, en dat Yahweh het voor eeuwig als instelling bepaalde voor de priesters die voor Hem dienen.
26En voor deze wet is er geen bepaling van dagen, want voor de generaties in eeuwigheid heeft Hij ingesteld dat zij tienden zouden geven aan Yahweh van alles: van het zaad, van de wijn, van de olie, van de runderen en van de schapen.
ወአልቦ
(wäälbo)
en er is niet
ለዝ
(läz)
voor deze
ሕግ
(heg)
wet
ወሰነ
(wäsänä)
en de bepaling van
መዋዕል
(mäwal)
dagen
እስመ
(esmä)
omdat
ትውልድ
(tewld)
de generaties van
ዘለዓለም
(zäläaläm)
in eeuwigheid
ሠርዖ
(säro)
heeft Hij ingesteld
ከመ
(kämä)
dat
የሀቡ
(yähäbu)
zij zouden geven
ዓሥራተ
(asratä)
tienden
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ለእግዚአብሔር
(lägziäbher)
aan Yahweh
እምዘርእ
(emzär)
van het zaad
ወእምወይን
(wämwäyn)
en van de wijn
ወእምቅብእ
(wämqb)
en van de olie
ወእምአልህምት
(wämälhmt)
en van de runderen
ወእምአባግዕ
(wämäbag)
en van de schapen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Zie Jubileeën 32:15 voor de tienden en de Levitische priesters.
27En Hij gaf het aan Zijn priesters, om te eten en te drinken met vreugde voor Zijn aangezicht.
ወውእቱ
(wäwtu)
en Hij
ወሀበ
(wähäbä)
gaf het
ለካህናቲሁ
(läkahnatihu)
aan Zijn priesters
ለበሊዕ
(läbäli)
om te eten
ወለሰቲይ
(wäläsätiy)
en om te drinken
በፍሥሓ
(bäfsha)
in vreugde
በቅድሜሁ
(bäqdmehu)
voor Zijn aangezicht
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
De koning van Sodom
28En de koning van Sodom kwam tot hem en boog zich voor hem en zei: Onze heer Abram, geef ons de zielen die je gered hebt, maar de buit zij van jou.
ወበጽሐ
(wäbätshä)
en kwam
ኀቤሁ
(khäbehu)
tot hem
ንጉሠ
(negusä)
koning van
ሰዶም
(sädom)
Sodom
ወሰገደ
(wäsägädä)
en boog zich
ቅድሜሁ
(qedmehu)
voor hem
ወይቤ
(wäybe)
en zei
እግዚእነ
(egzinä)
onze heer
አብራም
(äbram)
Abram
ጸግወነ
(tsägwänä)
geef ons
ነፍሰ
(näfsä)
de zielen
እለ
(elä)
die
ባለሕከ
(balähkä)
je gered hebt
ወምህርካሁሰ
(wämhrkahusä)
maar de buit
ይኩንከ
(yekunkä)
zij van jou
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 14:21.
Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.
29En Abram zei tot hem: Ik hef mijn handen op tot Elohim, de Allerhoogste: van een draad tot een sandaalriem zal ik niets nemen van alles wat van jou is, opdat je niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt.
ወይቤሎ
(wäybelo)
en zeide tot hem
አብራም
(äbram)
Abram
ሎቱ
(lotu)
tot hem
አነሥእ
(änäs)
ik hef op
እደዊየ
(edäwiyä)
mijn handen
ኀበ
(khäbä)
tot
አምላክ
(ämlak)
Elohim
ልዑል
(leul)
de Allerhoogste
እምፈትል
(emfätl)
van een draad
እስከ
(eskä)
tot
ቶታነ
(totanä)
een schoenriem
አሣእን
(äsan)
van een sandaal
እመ
(emä)
indien
እነሥእ
(enäs)
ik neem
እምኵሉ
(emkwlu)
uit al
ዘዚአከ
(zäziäkä)
van het jouwe
ከመ
(kämä)
opdat
ኢትኩን
(itkun)
je niet
በሃሌ
(bähale)
zegt
አነ
(änä)
ik
አብዐልክዎ
(äbälkwo)
ik rijk gemaakt heb
ለአብራም
(lääbram)
aan Abram
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 14:22–24.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog ‘behalve wat de jongemannen gegeten hebben en het deel van de mannen die met mij gingen: Aner, Eskol en Mamre; dezen zullen hun deel nemen’; dat staat niet in de Beta-tekst.