De strijd bij Sichem; Jozef verkocht; de Verzoendag
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Amorietische koningen
1En in het zesde jaar van deze jaarweek van het vierenveertigste jubeljaar
ወበሳድስ
(wäbäsads)
in het zesde
ዓመቱ
(amätu)
jaar
ለዝ
(läz)
van deze
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
እምዝንቱ
(emzntu)
in dit
ዘአርብዓ
(zäärba)
van het veertigste
ወአርባዕቱ
(wäärbatu)
en vierde
ኢዮቤልዉ
(iyobelwu)
jubeljaar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat Jakob zijn zonen met hun schapen en zijn dienaren liet weiden in de weiden van Sichem; dat staat niet in de Beta-tekst, zodat de zin daar afgebroken in vers 2 voortgaat.
2verzamelden de zeven koningen van de Amorieten zich tegen hen om hen te doden, zich verbergend onder het geboomte, en om hun vee te roven.
ወተጋብኡ
(wätägabu)
en zij verzamelden zich
ላዕሌሆሙ
(lalehomu)
tegen hen
ሰብዐቲሆሙ
(säbätihomu)
de zeven
ነገሥተ
(nägästä)
de koningen van
አሞሬዎን
(ämorewon)
de Amorieten
ከመ
(kämä)
om
ይቅትልዎሙ
(yeqtlwomu)
hen te doden
ተኀቢኦሙ
(täkhäbiomu)
zich verbergend
ታሕተ
(tahtä)
onder
ኦም
(om)
het geboomte
ወከመ
(wäkämä)
en om
ይማህርኩ
(yemahrku)
te roven
እንስሳሆሙ
(enssahomu)
hun vee
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
De verovering van Sichem in vers 2–8 staat uitvoeriger in het Testament van Juda 3–7 en in de Midrasj Wajjissau; Charles (Engelse vertaling uit 1917) verbindt haar met Gen. 48:22, waar Jakob spreekt over wat hij met zwaard en boog op de Amorieten veroverd heeft.
3En Jakob en Levi en Juda en Jozef waren in het huis bij Isaak, hun vader, omdat zijn geest bedroefd was en zij hem niet konden verlaten; en Benjamin, de jongste, bleef daarom bij hem.
ወያዕቆብ
(wäyaqob)
Jakob
ወሌዊ
(wälewi)
en Levi
ወይሁዳ
(wäyhuda)
en Juda
ወዮሴፍ
(wäyosef)
en Jozef
ሀለዉ
(häläwu)
waren
ውስተ
(westä)
in
ቤት
(bet)
het huis
ኀበ
(khäbä)
van
ይስሐቅ
(yeshäq)
Isaak
አቡሆሙ
(äbuhomu)
hun vader
እስመ
(esmä)
omdat
የሐዝኖ
(yähäzno)
bedroefde hem
መንፈሱ
(mänfäsu)
zijn geest
ወስእኑ
(wäsnu)
en zij konden niet
ኀዲጎቶ
(khädigoto)
hem verlaten
ወብንያም
(wäbnyam)
en Benjamin
ውእቱ
(wetu)
was
ዘይንእስ
(zäyns)
de jongste
ወበእንተዝ
(wäbäntäz)
en daarom
ነበረ
(näbärä)
hij zat
ኀቤሁ
(khäbehu)
bij hem
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
De tekst noemt Isaak ‘hun vader’, maar voor Levi, Juda, Jozef en Benjamin is Isaak de grootvader; Charles (Engelse vertaling uit 1917) volgt dezelfde formulering.
4En de koningen van Tafu kwamen, en de koningen van Arees en de koningen van Seragan en de koningen van Selo en de koning van Ga'as en de koning van Betoron en de koning van Ma'anisakir, en allen die in dit gebergte wonen, die in het woud wonen in het land Kanaän.
ወመጽኡ
(wämätsu)
en kwamen
ነገሥተ
(nägästä)
de koningen van
ታፉ
(tafu)
Tafu
ወነገሥተ
(wänägästä)
en koningen van
አሬስ
(äres)
Arees
ወነገሥተ
(wänägästä)
en koningen van
ሴራጋን
(seragan)
Seragan
ወነገሥተ
(wänägästä)
en koningen van
ሴሎ
(selo)
Selo
ወንጉሥ
(wängus)
en de koning van
ጋአዝ
(gaäz)
Ga'as
ወንጉሠ
(wängusä)
en de koning van
ቤቶሮን
(betoron)
Betoron
ወንጉሠ
(wängusä)
en de koning van
ማአኒሳኪር
(maänisakir)
Ma'anisakir
ወኵሎሙ
(wäkwlomu)
en alle
እለ
(elä)
die
ይነብሩ
(yenäbru)
wonen
ውስተዝ
(westäz)
in dit
ደብር
(däbr)
gebergte
እለ
(elä)
die
ይነብሩ
(yenäbru)
zij zaten
ውስተ
(westä)
in
ኦመ
(omä)
het woud
ምድረ
(medrä)
het land
ከናአን
(känaän)
Kanaän
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
Charles (Engelse vertaling uit 1917) identificeert Tafu met Tappuah (Joz. 15:53; 16:8; zie ook 1 Makk. 9:50, waar het Tefon heet), Arees met Hazor (1 Makk. 11:67), Selo met Silo, Ga'as met Gaäs (Joz. 24:30) en Betoron met Beth-Horon (1 Makk. 3:13; 7:39).
Seragan is onbekend; Ma'anisakir acht hij verbasterd uit ‘Sjakir-Ma'ani’.
Lezing
Beta heeft bij de eerste vier namen het meervoud ‘koningen’; Charles leest overal het enkelvoud ‘koning’, zodat het er zeven zijn, zoals in vers 2.
5En zij berichtten Jakob: Zie, de koningen van de Amorieten hebben je kinderen omsingeld en hun kudden geroofd.
ወዜነውዎ
(wäzenäwwo)
en zij berichtten hem
ለያዕቆብ
(läyaqob)
aan Jakob
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይብሉ
(yeblu)
zeggen
ከመ
(kämä)
dat
ናሁ
(nahu)
zie
ነገሥቶ
(nägästo)
de koningen
አሞሬዎን
(ämorewon)
de Amorieten
ዐገትዎሙ
(ägätwomu)
hebben omsingeld
ለውሉድከ
(läwludkä)
je kinderen
ወመራዕዮሙሂ
(wämärayomuhi)
en ook hun kudden
ተማሠጡ
(tämasätu)
zijn geroofd
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
6En hij stond op uit zijn huis, hij en zijn drie zonen en al de dienaren van zijn vader en zijn eigen dienaren, en hij ging tegen hen op met zesduizend mannen die zwaarden droegen.
ወተንሥአ
(wätänsä)
en stond op
እምነ
(emnä)
van
ቤቱ
(betu)
zijn huis
ውእቱ
(wetu)
dat
ወሠለስቲሆሙ
(wäsälästihomu)
en zijn drie
ውሉዱ
(weludu)
zonen
ወኵሎሙ
(wäkwlomu)
en alle
ደቀ
(däqä)
de dienaren van
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ወደቁ
(wädäqu)
en zijn eigen dienaren
ወሖረ
(wähorä)
en ging
ላዕሌሆሙ
(lalehomu)
over hen
በስሳ
(bässa)
met zestig
ምእት
(met)
honderd
ዕድ
(ed)
mannen
እለ
(elä)
die
ይጸውሩ
(yetsäwru)
die droegen
አስይፍተ
(äsyftä)
zwaarden
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
ወደቁ (letterlijk ‘en zij vielen’): Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft ‘en zijn eigen dienaren’, en de Ge’ez-vorm is daarop teruggebracht.
Charles vermeldt als andere lezing 800 in plaats van zesduizend.
7En hij doodde hen in de weiden van Sichem, en hij zette hen na die gevlucht waren, en hij doodde hen met de scherpte van het zwaard.
ወቀተሎሙ
(wäqätälomu)
en hij doodde hen
በውስተ
(bäwstä)
in
ጺኦት
(tsiot)
de weiden
ዘሰቂሞን
(zäsäqimon)
van Sichem
ወዴገኑ
(wädegänu)
en hij zette na
እለ
(elä)
wie
ጐዩ
(gwäyu)
gevlucht waren
ወቀተሎሙ
(wäqätälomu)
en hij doodde hen
በአፈ
(bääfä)
aan de mond van
ሰይፍ
(säyf)
zwaard
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 37:12.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij Arees, Tafu, Seragan, Selo, Ma'anisakir en Ga'as doodde; dat staat niet in de Beta-tekst.
Betoron ontbreekt in die opsomming, zodat zes van de zeven koningen gedood worden; zie het Testament van Juda 4.
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij hen overwon en hun een schatting oplegde van vijf vruchtsoorten van hun land, en dat hij Robel en Tamnatares bouwde; dat staat niet in de Beta-tekst.
Charles denkt bij Robel aan een verbastering van Arbael (Arbela) en ziet in Tamnatares Timnat-Heres (Richt. 2:9; zie ook 1 Makk. 9:50).
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij vrede met hen sloot en dat zij zijn dienaren werden tot de dag dat hij en zijn zonen naar Egypte afdaalden; dat staat niet in de Beta-tekst.
Jozef verkocht
10En in het zevende jaar van deze jaarweek zond hij Jozef.
ወበሳብዕ
(wäbäsab)
en in het zevende
ዓመት
(amät)
jaar
ዘዝ
(zäz)
van deze
ሱባዔ
(subae)
jaarweek
ፈነወ
(fänäwä)
zond hij
ዮሴፍሃ
(yosefha)
Jozef
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 37:14–17.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat hij hem uit zijn huis naar het land Sichem zond om te vernemen hoe het zijn broers ging, en dat hij hen vond in het land Dotan; dat staat niet in de Beta-tekst.
11En zij handelden verraderlijk met hem en smeedden een plan tegen hem om hem te doden.
ወሐብለይዎ
(wähäbläywo)
en zij handelden verraderlijk met hem
ወገብሩ
(wägäbru)
en zij smeedden
ላዕሌሁ
(lalehu)
tegen hem
ምክረ
(mekrä)
een plan
ከመ
(kämä)
om
ይቅትልዎ
(yeqtlwo)
hem te doden
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna nog dat zij van gedachten veranderden en hem verkochten aan Ismaëlitische kooplieden, die hem naar Egypte brachten, waar zij hem verkochten aan Potifar, de hoveling van Farao, de overste der koks, priester van de stad Heliopolis (On); dat staat niet in de Beta-tekst.
12En de zonen van Jakob slachtten een bokje en doopten het kleed van Jozef in zijn bloed en zonden het naar Jakob, hun vader, op de tiende van de zevende maand.
ወውሉደ
(wäwludä)
en de zonen van
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
ዘብሑ
(zäbhu)
slachtten
ደቤላ
(däbela)
een
ጠሊ
(täli)
bokje
ወጸንቀቁ
(wätsänqäqu)
en zij doopten
ልብሶ
(lebso)
het kleed
ለዮሴፍ
(läyosef)
van Jozef
በደሙ
(bädämu)
met zijn bloed
ወፈነዉ
(wäfänäwu)
en zij zonden het
ኀበ
(khäbä)
naar
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
አቡሆሙ
(äbuhomu)
hun vader
አመ
(ämä)
op
ዐሡሩ
(äsuru)
de tiende
ለወርኅ
(läwärkh)
van de maand
ሳብዕ
(sab)
zevende
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
13En hij rouwde heel die nacht, want zij hadden het tegen de avond bij hem gebracht, en hij werd koortsig van rouw om zijn dood, en hij zei: Een boosaardig beest heeft Jozef verslonden. En al de mannen van zijn huis rouwden met hem op deze dag, en zij waren treurend en rouwend met hem heel die dag.
ወለሐወ
(wälähäwä)
en hij rouwde
ኵላ
(kwla)
heel
ይእተ
(yetä)
die
ሌሊተ
(lelitä)
bij nacht
እስመ
(esmä)
omdat
ሰርከ
(särkä)
tegen de avond
አምጽኡ
(ämtsu)
zij brachten het
ሎቱ
(lotu)
bij hem
ኪያሁ
(kiyahu)
het
ወፈፀነ
(wäfätsänä)
en hij werd koortsig
በላሐ
(bälahä)
van rouw
ሞቱ
(motu)
om zijn dood
ወይቤ
(wäybe)
en hij zei
ከመ
(kämä)
dat
አርዌ
(ärwe)
een beest
ፀዋግ
(tsäwag)
boosaardig
በልዖ
(bälo)
heeft verslonden
ለዮሴፍ
(läyosef)
Jozef
ወላሐዉ
(wälahäwu)
en zij rouwden
ምስሌሁ
(meslehu)
met hem
ኵሉ
(kwlu)
heel
ሰብአ
(säbä)
de mannen van
ቤቱ
(betu)
zijn huis
በዛቲ
(bäzati)
in deze
ዕለት
(elät)
dag
ወሀለዉ
(wähäläwu)
en zij waren
እንዘ
(enzä)
terwijl
የሐምሙ
(yähämmu)
zij treurden
ወይላሕዉ
(wäylahwu)
en zij rouwden
ምስሌሁ
(meslehu)
met hem
ኵላ
(kwla)
heel
ይእተ
(yetä)
in die
ዕለተ
(elätä)
de dag van
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Lezing
De Ge’ez-tekst herhaalt hier: ‘en al de mannen van zijn huis rouwden met hem op deze dag’ en ‘zij waren treurend en rouwend met hem heel die dag’.
Charles (Engelse vertaling uit 1917) beschouwt het eerste deel als een dittografie en zet het tussen [ ].
14En zijn zonen en zijn dochter stonden op om hem te troosten, maar hij liet zich niet troosten om zijn zoon.
ወተንሥኡ
(wätänsu)
en zij stonden op
ውሉዱ
(weludu)
zijn zonen
ወወለቱ
(wäwälätu)
en zijn dochter
ከመ
(kämä)
om
ይናዝዝዎ
(yenazzwo)
om hem te troosten
ወኢተናዘዘ
(wäitänazäzä)
en hij liet zich niet troosten
በእንተ
(bäntä)
om
ወልዱ
(wäldu)
zijn zoon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
15En op die dag hoorde Bilha dat Jozef omgekomen was, en terwijl zij hem beweende, stierf zij; en zij woonde in Kafratefa. En ook Dina, zijn dochter, stierf nadat Jozef omgekomen was. En deze drie rouwklachten kwamen over Israël in één maand.
ወበውእቱ
(wäbäwtu)
en in die
ዕለት
(elät)
dag
ሰምዐት
(sämät)
hoorde
ባላን
(balan)
Bilha
ከመ
(kämä)
dat
ተሐጕለ
(tähägwlä)
omgekomen was
ዮሴፍ
(yosef)
Jozef
ወእንዘ
(wänzä)
en terwijl
ትላሕዎ
(telahwo)
zij hem beweende
ሞተት
(motät)
stierf zij
ወይእቲ
(wäyti)
en zij
ሀለወት
(häläwät)
woonde
ትነብር
(tenäbr)
toen
ውስተ
(westä)
in
ቀፍራቴፋ
(qäfratefa)
Kafratefa
ወዲናኒ
(wädinani)
en ook Dina
ወለቱ
(wälätu)
zijn dochter
ሞተት
(motät)
stierf
እምድኅረ
(emdkhrä)
na
ተሐጕለ
(tähägwlä)
omgekomen was
ዮሴፍ
(yosef)
Jozef
ወበጽሖሙ
(wäbätshomu)
en er kwamen
ለእስራኤል
(läsrael)
over Israël
ዝንቱ
(zentu)
deze
ሠለስቱ
(sälästu)
drie
ላሕ
(lah)
rouwklachten
በወርኅ
(bäwärkh)
in de maand
አሐዱ
(ähädu)
één
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 35:16–20.
Uitleg
Genesis vertelt de dood van Bilha en Dina niet.
Lezing
Kafratefa: Charles (Engelse vertaling uit 1917) vermoedt een verschrijving van Kabratan (zie Jub. 32:32).
16En zij begroeven Bilha tegenover het graf van Rachel, en ook Dina, zijn dochter, begroeven zij daar.
ወቀበርዋ
(wäqäbärwa)
en zij begroeven
ለባላን
(läbalan)
Bilha
አንጸረ
(äntsärä)
tegenover
መቃብራ
(mäqabra)
het graf
ለራሔል
(lärahel)
van Rachel
ወዲናሃኒ
(wädinahani)
en ook Dina
ወለቶ
(wäläto)
zijn dochter
ቀበሩ
(qäbäru)
zij begroeven
ህየ
(heyä)
daar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
17En hij was een jaar lang rouwend om Jozef en hield niet op, want hij zei: Ik zal afdalen in het graf terwijl ik rouw om mijn zoon.
ወሀሎ
(wähälo)
en hij was
እንዘ
(enzä)
terwijl
ይላሑ
(yelahu)
rouwend
ድኅሬሁ
(dekhrehu)
om
ለዮሴፍ
(läyosef)
Jozef
ዓመተ
(amätä)
een jaar
አሐደ
(ähädä)
lang
ወኢነገፈ
(wäinägäfä)
en hij hield niet op
እስመ
(esmä)
omdat
ይቤ
(yebe)
zei
እረድ
(eräd)
ik zal afdalen
ውስተ
(westä)
in
መቃብር
(mäqabr)
het graf
እንዘ
(enzä)
terwijl
እላሑ
(elahu)
ik rouw
በእንተ
(bäntä)
over
ወልድየ
(wäldyä)
mijn zoon
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
18Daarom werd het over de zonen van Israël bepaald dat zij zich kwellen op de tiende van de zevende maand, op de dag dat het bericht kwam dat Jakob, zijn vader, om Jozef deed wenen, en dat zij daarop verzoening doen voor zich met een jong van de geiten.
በእንተዝ
(bäntäz)
hierom
ተሠርዐ
(täsärä)
werd bepaald
ዲበ
(dibä)
over
ውሉደ
(weludä)
de kinderen van
እስራኤል
(esrael)
Israël
ከመ
(kämä)
dat
ይሕመሙ
(yehmämu)
zij zich kwellen
በዐሡር
(bääsur)
op de tiende
ወርኅ
(wärkh)
van de maand
በሳብዕ
(bäsab)
van de zevende
አመ
(ämä)
op
ዕለተ
(elätä)
de dag dat
በጽሐ
(bätshä)
kwam
ዘያበኪ
(zäyabäki)
het bericht dat deed wenen
ዮሴፍሃ
(yosefha)
Jozef
ኀበ
(khäbä)
bij
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
አቡሁ
(äbuhu)
zijn vader
ከመ
(kämä)
dat
ያስተስሪ
(yastäsri)
zij verzoening doen
ባቲ
(bati)
daarop
ሎቱ
(lotu)
voor zich
በእጕለ
(bägwlä)
met een jong
አጣሊ
(ätali)
van de geiten
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Zie Lev. 16:29–31.
Dat de Verzoendag verklaard wordt uit Jakobs rouw om Jozef, komt volgens Charles (Engelse vertaling uit 1917) alleen in dit boek voor.
Lezing
Charles heeft hierna nog ‘eenmaal per jaar, voor hun zonden; want zij hadden het hart van hun vader bedroefd om Jozef, zijn zoon’; dat staat niet in de Beta-tekst.
19En deze dag werd bepaald, dat zij daarop treuren om hun zonde en om al hun overtreding en om al hun dwaling, opdat zij zichzelf op deze dag eenmaal per jaar reinigen.
ወተሠርዐት
(wätäsärät)
en werd bepaald
ዛቲ
(zati)
deze
ዕለት
(elät)
dag
ከመ
(kämä)
dat
ይሕዘኑ
(yehzänu)
zij treuren
ባቲ
(bati)
daarop
በእንተ
(bäntä)
over
ኀጢአቶሙ
(khätiätomu)
hun zonde
ወበእንተ
(wäbäntä)
en over
ኵሉ
(kwlu)
heel
አበሳሆሙ
(äbäsahomu)
hun overtreding
ወበእንተ
(wäbäntä)
en over
ኵሉ
(kwlu)
heel
ስሕተቶሙ
(sehtätomu)
hun dwaling
ከመ
(kämä)
opdat
ያንጽሑ
(yantshu)
zij reinigen
ርእሶሙ
(resomu)
zichzelf
በዛቲ
(bäzati)
in deze
ዕለት
(elät)
dag
ምዕረ
(merä)
eenmaal
ለዓመት
(läamät)
per jaar
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
De vrouwen van Jakobs zonen
20En nadat Jozef omgekomen was, namen de zonen van Jakob vrouwen voor zich.
ወእምድኅረ
(wämdkhrä)
en nadat
ተሐጕለ
(tähägwlä)
omgekomen was
ዮሴፍ
(yosef)
Jozef
ነሥኡ
(näsu)
namen
ለርእሶሙ
(lärsomu)
voor zich
ውሉደ
(weludä)
de zonen van
ያዕቆብ
(yaqob)
Jakob
አንስቲያ
(änstiya)
vrouwen
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Uitleg
Volgens Jub. 30:7 e.v. stond op een huwelijk met een Kanaänitische vrouw de dood; zie Gen. 46:10, waar Simeon een zoon heeft bij een Kanaänitische vrouw.
Lezing
Charles (Engelse vertaling uit 1917) heeft hierna de volledige lijst: de vrouw van Ruben is Ada; van Simeon Adiba'a, een Kanaänitische; van Levi Melka, van de dochters van Aram, uit het zaad van de zonen van Terach; van Juda Betasu'el, een Kanaänitische; van Issachar Hezaqa; van Zebulon Ni'iman (twijfelachtig); van Dan 'Egla; van Naftali Rasu'u uit Mesopotamië; van Gad Maka; van Aser Ijona; van Jozef Asenath, de Egyptische; van Benjamin 'Ijasaka.
21En Simeon bekeerde zich en nam een tweede vrouw uit Mesopotamië, zoals zijn broers.
ወተመይጦ
(wätämäyto)
en bekeerde zich
ስምዖን
(semon)
Simeon
ነሥአ
(näsä)
nam
ብእሲተ
(besitä)
een vrouw
እምነ
(emnä)
uit
መስጴጦምያ
(mäspetomya)
Mesopotamië
ካልእተ
(kaltä)
een tweede
ከመ
(kämä)
zoals
አኀዊሁ
(äkhäwihu)
zijn broers
Bron: Maṣḥafa Kufāle (Ge'ez; Beta Masaheft). Waar de voetnoten Charles noemen, is dat R.H. Charles, The Book of Jubilees, Engelse vertaling uit 1917, waarmee we vergelijken waar de Ge'ez-tekst afwijkt.
Plaats
Zie Gen. 46:10 (Sjaül, de zoon van de Kanaänitische) en 24:10.
Zie Mesopotamië: Aram-Naharaim (Mesopotamië, ‘Aram van de twee rivieren’) is het gebied rond de bovenloop van de Eufraat en de Tigris; Paddan-Aram ligt daar, bij Charan.
Uitleg
Charles (Engelse vertaling uit 1917) ziet hierin dat Simeon berouw had over zijn Kanaänitische vrouw (zie vers 20) en een tweede vrouw uit Mesopotamië nam, zoals zijn broers.