Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vliegende rol
1Ik sloeg opnieuw mijn ogen op en zag, en zie, een vliegende rol.
וָאָשׁ֕וּב
(vaashuv)
en ik keerde terug
וָאֶשָּׂ֥א
(vaesa)
en ik sloeg op
עֵינַ֖י
(einay)
mijn ogen
וָֽאֶרְאֶ֑ה
(vaere)
en ik zag
וְהִנֵּ֖ה
(vehine)
en zie
מְגִלָּ֥ה
(megila)
een rol
עָפָֽה
(afa)
vliegende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מגלה (megillah), ‘rol’: een geschreven boekrol, zoals in Jer. 36:2.
Dit is het zesde van de acht visioenen.
Het volgende, de efa met de vrouw (vers 5), is het zevende.
עפה (afah), ‘vliegende’: de rol zweeft in de lucht.
3Hij zei tegen mij: „Dit is de vloek die over heel het land uitgaat. Want iedere dief wordt aan deze kant, zoals zij zegt, weggevaagd. En iedere zwerende wordt aan de andere kant, zoals zij zegt, weggevaagd.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלַ֔י
(elay)
tot mij
זֹ֚את
(zot)
dit
הָֽאָלָ֔ה
(haala)
de vloek
הַיּוֹצֵ֖את
(hayotset)
die uitgaat
עַל
(al)
over
פְּנֵ֣י
(penei)
het gezicht van
כָל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
כִּ֣י
(ki)
want
כָל
(kal)
ieder
הַגֹּנֵ֗ב
(hagonev)
de dief
מִזֶּה֙
(mize)
van deze kant
כָּמ֣וֹהָ
(kamoha)
zoals zij
נִקָּ֔ה
(niqa)
wordt weggevaagd
וְכָל
(vekhal)
en ieder
הַנִּ֨שְׁבָּ֔ע
(hanishba)
de zwerende
מִזֶּ֖ה
(mize)
van deze kant
כָּמ֥וֹהָ
(kamoha)
zoals zij
נִקָּֽה
(niqa)
wordt weggevaagd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
האלה (ha’alah), ‘de vloek’: het woord kan ook ‘eed’ betekenen, de eed waaraan een vloek verbonden is.
נקה (niqqah), ‘wordt weggevaagd’: het werkwoord betekent meestal ‘vrij uitgaan, ongestraft blijven’ (Exod. 21:19), maar ook ‘leeggemaakt worden’ (Jes. 3:26). In deze zin gaat het om het wegvegen van de schuldige. De betekenis is niet zeker.
מזה (mizzeh), ‘van deze kant’: de rol is waarschijnlijk aan twee kanten beschreven, aan de ene kant over de dief en aan de andere over wie een valse eed zweert. Het Hebreeuws zegt alleen ‘van dit’ en ‘zoals zij’.
4‘Ik heb haar uitgezonden, godsspraak van Yahweh van de legermachten. Zij zal komen in het huis van de dief en in het huis van wie bij Mijn naam een valse eed zweert. Zij zal midden in zijn huis overnachten en het verteren, zijn hout en zijn stenen.’”
הוֹצֵאתִ֗יהָ
(hotsetiha)
Ik heb haar uitgezonden
נְאֻם֙
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
וּבָ֨אָה֙
(uvaa)
en zij zal komen
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַגַּנָּ֔ב
(haganav)
de dief
וְאֶל
(veel)
en naar
בֵּ֛ית
(beit)
het huis van
הַנִּשְׁבָּ֥ע
(hanishba)
wie zweert
בִּשְׁמִ֖י
(bishmi)
bij Mijn naam
לַשָּׁ֑קֶר
(lashaqer)
valselijk
וְלָ֨נֶה֙
(velane)
en zij zal overnachten
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
midden in
בֵּית֔וֹ
(beito)
zijn huis
וְכִלַּ֖תּוּ
(vekhilatu)
en zij zal het verteren
וְאֶת
(veet)
en
עֵצָ֥יו
(etsav)
zijn hout
וְאֶת
(veet)
en
אֲבָנָֽיו
(avanav)
zijn stenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נאם יהוה צבאות (ne’um Yahweh Tsevaot), ‘godsspraak van Yahweh van de legermachten’: zie de Uitleg bij de eerste vermelding van de formule in dit boek (Zach. 1:3).
De woorden staan rood, omdat Yahweh hier in de eerste persoon spreekt.
De engel brengt ze over.
בשׁמי לשׁקר (bishmi lashaqer), ‘bij Mijn naam valselijk’: een eed bij de naam van Yahweh die niet waar is. Zie Lev. 19:12.
וכלתו (vekhaltu), ‘en zij zal het verteren’: de vloek verteert het huis volledig, tot hout en stenen toe.
6Ik zei: „Wat is het?” Hij zei: „Dit is de efa die naar voren komt.” En hij zei: „Dit is hun aanblik in heel het land.”
וָאֹמַ֖ר
(vaomar)
en ik zei
מַה
(ma)
wat
הִ֑יא
(hi)
het is
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en hij zei
זֹ֤את
(zot)
dit
הָֽאֵיפָה֙
(haeifa)
de efa
הַיּוֹצֵ֔את
(hayotset)
die naar voren komt
וַיֹּ֕אמֶר
(vayomer)
en hij zei
זֹ֥את
(zot)
dit
עֵינָ֖ם
(einam)
hun oog
בְּכָל
(bekhal)
in heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
האיפה (ha’efah), ‘de efa’: een inhoudsmaat van ongeveer 22 liter (zie Jes. 5:10).
Hier is het een mand of ton met een deksel.
עינם (eynam), ‘hun aanblik’: letterlijk ‘hun oog’. Het kan bedoeld zijn als ‘hun uiterlijk’, hoe zij in heel het land te zien zijn. Sommige oude vertalingen lezen anders.
9Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, twee vrouwen kwamen naar voren. Wind was in hun vleugels, want zij hadden vleugels als de vleugels van een ooievaar. Zij tilden de efa op tussen de aarde en de hemel.
וָאֶשָּׂ֨א
(vaesa)
en ik sloeg op
עֵינַ֜י
(einay)
mijn ogen
וָאֵ֗רֶא
(vaere)
en ik zag
וְהִנֵּה֩
(vehine)
en zie
שְׁתַּ֨יִם
(shetayim)
twee
נָשִׁ֤ים
(nashim)
vrouwen
יֽוֹצְאוֹת֙
(yotseot)
die naar voren kwamen
וְר֣וּחַ
(veruach)
en wind
בְּכַנְפֵיהֶ֔ם
(bekhanfeihem)
in hun vleugels
וְלָהֵ֥נָּה
(velahena)
en zij hadden
כְנָפַ֖יִם
(kenafayim)
vleugels
כְּכַנְפֵ֣י
(kekhanfei)
als vleugels van
הַחֲסִידָ֑ה
(hachasida)
de ooievaar
וַתִּשֶּׂ֨אנָה֙
(vatisena)
en zij tilden op
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אֵיפָ֔ה
(haeifa)
de efa
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)